Terug naar:  De Schekkerman homepage > Jopie's homepage > JapansSite map
 

les 3
15 -10-‘03

 

Grammatica, werkwoorden, ja en nee, landen en volken.

Grammatica

We hebben de volgende matrix ‘geleerd’:

  Tachi Wa (Ga) No O Ni
Wata(ku)shi          
Anata          
Kare          
Kanojo          

Wat de matrix betekent:

Watakuchi (ku niet echt uitspreken) = 1e persoon
Anata = 2e persoon
Kare = 3e persoon mannelijk
Kanojo = 3e persoon vrouwelijk

(Je kunt watashi of watakushi gebruiken, maar watashi is normaal.)

De woorden tachi, wa (ga), no, o en ni voeg je toe aan de stam-werkwoordsvormen. Officieel schrijf je ze er aan vast maar om te oefenen kan je ze los blijven schrijven.

Tachi
Om van de woorden hierboven meervoud te maken voeg je ‘tachi’ toe. (Spreek uit als tatsjie.) Maar dit gebruik je alleen bij persoonsvormen. Dat wil zeggen: mensen.

Dus niet hond + tachi = honden
Maar wel student + tachi = studenten

Voorbeeld: kare tachi = jongens (die groep jongens daar?)
kanojo tachi = meisjes
? anata tachi = jullie

Wat betekent watakuchi tachi? Betekent het wel iets?

Wa (ga)
Wa en ga maken van de ‘stamwoorden’ hierboven echte persoonlijke voornaamwoorden.
Wa = gebruik je gewoonlijk
Ga = gebruik je alleen als je het woord nadruk wil geven. IK, niet jij = watachi ga.


Watashi wa = ik
Anata wa = jij
Kare wa = hij
Kanojo wa = zij


No
Maakt er een bezittelijk dinges woord van.
Voorbeeld:
Watashi no = mijn
Anata no = jouw
Karo no = zijn
Kanojo no = haar

O
(Spreek uit als ‘oh’.) Maakt er een leidend voorwerp van.
Jij hebt een boek-o gekocht. Geen streepje ertussen.
Voorbeeld: Ik neem (haar) kanojo-o mee naar de winkel. (?)

Ni
Maakt er een meewerkend voorwerp van.
Voorbeeld (hoewel ik zelf heel slecht ben in Nederlandse grammatica):
Ik heb een kado-ni gegeven aan jou.
Geen streepje ertussen, en dat is fout. In deze vorm zou het kado o zijn, niet kado ni. Het is jou ni.
(Of is het: “Ik heb een kado gegeven aan jou-ni”? Ik denk het laatste. Nog opzoeken.)

. . . . . . . . . .

- Als je in een zin geen onderwerp gebruikt, is het onderwerp van de zin altijd ‘ik’. Dus: nooit zeggen: “ik ga naar de markt” want als je zegt “ga naar de markt” dan weet iedereen dat je jezelf ermee bedoelt.

- Als een zin een vraag is, zet je ‘ka’ aan het eind. Dat is het enige wat nodig is om van een zin een vraag te maken. Laat je stem omhoog gaan op het woordje ‘ka’.

- Als je in een vragende zin geen onderwerp gebruikt, dan is het onderwerp altijd ‘je’ of ‘jij’.

. . . . . . . . . .

Werkwoorden

De ‘masu’ vorm (u niet uitspreken, dus masu uitspreken als mass, met harde s)en de masen vorm.

Tabemasu = eten
Tabemasen = negatief: ik eet niet.

Voorbeelden:
Hij gaat eten / hij eet = karewa tabemasu
Ik ga hem opeten/ik eet hem op = kareo tabemasu
Hij eet niet = karewa tabemasen
Hij eet (wel) = karewa tabemasu


mashita / masen deshita

Mashita (‘shi’ niet uitspreken, dus hele woord klinkt als ‘mashtah’) aan het eind van een werkwoord maakt er verleden tijd van
Tabemashita = ik heb gegeten / ik at
Tabemasen deshita = ik heb niet gegeten / ik at niet. Ontkennend verleden tijd.

Nomimasu = drinken (laatste u niet uitspreken, dus het klinkt als ‘nomi mass’)

Nomimasen deshita = Ik heb niet gedronken .

Ikimasu = gaan / ik ga
Ikimasen = niet gaan / ik ga niet

Kaimasu = kopen
Kaimashita = kocht / (Ik heb) gekocht
Kaimasen = niet kopen
Kaimasen deshita = niet hebben gekocht / ik heb niet gekocht

. . . . . . . . .

Tabemasu
Tabemasen
Tabemashita
Tabemashen deshita

dare = wie
no = bezittelijk
ben (ban?) = beurt

Dareno ban desu ka (desu ka uitspreken als deshka) = Wie is aan de beurt?
Nee, desu ka wordt niet uitgesproken als deshka, maar je kunt het wel als deska uitspreken. De ‘sh’ klank betekent echter niet hetzelfde.

Een vraag: hoe zeg je gewoon ‘juffrouw’?

Oku (u niet uitspreken) = achter
Oku-san = aanspreektitel voor een mevrouw/juffrouw die je niet kent of wiens naam je niet weet. Ook: “echtgenote”. Letterlijk: de belangrijkste vrouw in het huis.

. . . . . . . . . .

We hebben in het boek iets gedaan op blz 19.
Leer ook de woorden die daar staan.

Als –san gebruikt, is het gebruikelijk om een streepje te zetten tussen het woord of de naam waarachter je san plakt.

Hajimemashite (shi niet echt uitspreken) = aangenaam u te ontmoeten.

Kaisha = kantoor
Kaishain = iemand die op een kantoor werkt. ‘In’ betekent ‘medewerker van’.


Ginkoo = bank
Ginkooin = bank medewerker

Ten = winkel
Tenin = winkelbediende

Sensei = leraar/lerares of medische dokter (niet dokter als academische titel).

Gakusei (u niet uitspreken, klinkt als ‘gakseej’) = student
Gakkoo = school

In antwoord op vragen:
Geko = als je niet kan drinken, bijna zo erg dat je allergisch voor alcohol bent. Komt voor in Japan, is aangeboren.
Ahiru = eend (?)

Als je jezelf voorstelt: geen ‘san’ achter je naam zetten.

Ook geoefend: de korte dialogen op blz 23

. . . . . . . . . .

Nee en Ja:

Iie (spreek uit als ie-ie-eh of ieieeh) = nee. (Eigenlijk meer: 'dat is niet correct'.)
Hai = ja (Eigenlijk meer: 'dat klopt'.

Landen en volken:

Anata wa Orandajin desu ka = Bent u Nederlander?

Oranda = Nederland (hollanda)
Jin = people / volk

Furansujin = fransman

Igirisu = Engeland
Igirisujin = Engelsman

Iie, watashi wa orandajin = Nee, ik ben Nederlander.

Watashi wa orandajin desu = ik ben een Nederlander
Watashi wa orandajin dewa arimasen = ik ben geen Nederlander
. . . . . . . . . .

Mata daishe (of iets vergelijkbaars) = tot volgende week