|
|||
![]() |
les 4 29 -10-‘03 |
|
Komen en gaan, naar, tijdsaanduidingen.Aantekeningen bij het repeteren van de vorige les: ku gatsu = september (9 maand)En als antwoord op mijn vraag: ‘ga’ wordt niet gebruikt in ontkennende zinnen maar om extra nadruk te geven aan het woord waar het achter staat. Watachi ga = IK, niet jij! . . . . . . . . . . Werkwoorden van komen en gaanIkimasu = (weg)gaan (spreek uit: ikimass) Ikimasu = iets verlaten, weg van iets gaan, maar ook: ‘ik ga naar jou toe’ want dan verlaat je de plaats waar je bent. Ook: van een plaats naar de andere gaan, en naar een feestje komen (dus: gaan). Maar: “komen jullie volgende week weer?” dan gebruik je kimasu. Kaerimasu = TERUG keren. Wel gebruiken voor terugkeren naar huis (je eigen thuis) of naar het hotel waar je logeert, of terugkeren naar je kantoor aan het eind vd lunchpauze. Niet gebruiken voor: terugkeren naar je klaslokaal of school. Niet voor volgende week terugkeren naar dit klaslokaal. De vraag is: waar hoor je thuis? Deze werkwoorden kan je vervoegen op de manier zoals we vorige keer hebben
geleerd, met: Oefen dit! Naar:Amsterdam-e ikimasu = ik ga naar Amsterdam / naar Amsterdam gaan. In plaats van de –e achter Amsterdam kan je ook –ni gebruiken,
maar Maak zinnen hiermee.
|
| Dag | Week | Maand | Jaar | |
| (Ototoi) | ||||
| Verleden | Kinoo | Senshuu | Sengetsu | Kyonen |
| Heden | Kyoo | Konshuu | Kongetsu | Kotoshi |
| Toekomst | Ashita | Raishuu | Raigetsu | Rainen |
| (Asatte) |
Kinoo = gisteren
Kyoo = vandaag
Ashita = morgen
(Ototoi = eergisteren)
(Asatte = overmorgen) Deze twee zijn extra, die hoef je niet te leren.
Senshuu = afgelopen week / vorige week
Konshuu = deze week
Raishuu = volgende week
(De ‘kon’ in konshuu betekent ‘deze’. Denk aan
‘konnichiwa’ en ‘konban wa’.)
Shuumatsu = weekeind. Letterlijk: eind vd week.
Sengetsu = vorige / afgelopen maand
Kongetsu = deze maand
Raigetsu = volgende maand
(Dit is geen spelfout, het is in dit geval echt ‘getsu’ ipv
‘gatsu’.)
Kyonen = afgelopen jaar
Kotoshi = dit jaar
Rainen = volgend jaar
Nenmatsu = het eind vh jaar/ oud & nieuw, nieuwjaarsfeest.
. . . . . . . . . .
Ima = nu
Ima nani desu ka = hoe laat is het nu?
Oefen met zinnetjes als: Morgen ga ik terug (ashita kaerimasu) en Gisteren ging ik niet naar Amsterdam. (Kinoo amsterdam-e ikimasen deshita.)
Demo = Maar
…(deel vd zin)... demo …(rest vd zin)…
Vandaag ga ik niet naar Utrecht maar (demo) morgen ga ik wel naar Utrecht.
(In het Japans hoef je in het tweede deel vd zin Utrecht-e niet te herhalen).
. . . . . . . . . .
Sayoonara = tot ziens!
Ja(a) mata = tot straks (?)
(mata = weer (opnieuw, ‘again’ in het Engels)
Mata raishu = tot volgende week (letterlijk: volgende week weer!)
. . . . . . . . . .
Gedaan: meer dialogen uit bls 23 vh boek. (nijuusan peeji = blz 23)
Peeji = bladzijde. Denk aan ‘page’ in het Engels.
Shookai = voorstellen
Go shookai shimasu = netjes voorstellen. (shimasu is ‘doen’)
Een zelfstandig naamwoord met ‘shimasu’ erachter wordt een werkwoord. Wordt meestal gebruikt als er oorspronkelijk geen (werk)woord voor was in het Japans.
Er zijn nog veel meer leenwoorden, uit het Engels en ook uit het Nederlands.
Maar na elke klinker moet een medeklinker komen, dus
Sukuryuudoraibaa = schroevendraaier (screwdriver!)
. . . . . . . . . .
… no … (zie aantekeningen vorige keer)
Hon = boek
Kare no hon = zijn boek
‘no’ kan ook gebruikt worden in construcities als ‘het park van Eindhoven’ enz.
Huiswerk voor volgende week: de quiz van blz 24 van het boek.