Woordjes. Meer hiragana, en meer nieuwe woordjes.
Nieuwe woordjes bij de hiragana oefenzinnen:
Sukidesu = ik hou van je (werkwoord ‘houden van’)
Takaidesu = duur (werkwoord ‘duur zijn’)
Tenkidesu = onbewolkt, zonnig / zonneschijn / wolkeloos zijn.
Eki de kaimasu = in het station iets kopen (eki = station, de = plaatsbepaling,
zie les ??,
kaimasu = iets kopen.
Akari = licht (van een lamp, niet weinig wegen)
Sensei = leraar / lerares
Kirin = giraffe
Shirimasen = ik weet het niet
Dekimasu ka = kan jij dat?
Denki = elektrisch (?)
Erimaki = sjaal (eri = nek)
Oefeningen bij les 4
1 – heya de tabemasu = in de kamer eten
2 – hiturite (?) asohimasu = alleen spelen (hiturite (?) = alleen)
3 – tokidoki heya de … … … (?)
Soms eet ik alleen in de kamer.
4 – (… … … …) = soms speel ik alleen in
de kamer
Soms = tokidoki
Altijd = itsumo
Vaak = yoku
Meestal = taitei (ezelsbruggetje: taaitaai)
Iedere dag = mai nichi
Meteen / nu = ima (ima nani desu ka)
Meteen / onmiddellijk = sugu
Bij les 5
Tsu zu ku = er is meer / wordt vervolgd. Staat aan het eind van een stripverhaal
of zo.
De oefeningen van les 5:
1 – umi ikimashita ka = ben jij naar het strand gegaan?
2 – ja
3 – oyogini (?) ikimashita ka = ? ? ?
umi = zee of strand.
De werkwoorden ‘ikimasu’, ‘kimasu’ en ‘kaerimasu’
kennen we. (Zie les … )
Als je het ‘masu’ deel van die drie werkwoorden af haalt en
er ‘ni’ voor in de plaats zet krijg je het woordt komen/gaan/terugkeren
om te eten. Dus:
Ikini = gaan om te eten ((??))
Kini = komen om te eten ((??))
Kaerini = terugkeren om te eten.
Oefenzin: ik ga naar Amsterdam om (er) te drinken = Amsterdam e nomi
ni ikimasu
??????
Oyogimasu = zwemmen
3 – ging jij zwemmen?
4 – … tsurini …
tsurimasu = vissen
tsuri = het vissen / de hengelsport
5 – yoku umini tsurini (?) ikimasuka = ga jij vaak naar de zee
om te vissen?
6 – Ja, ik ga vaak
(yo = stopwoordje)
De hiragana van les 6 doen we volgende week.
|