De ‘kunnen’ vorm van een werkwoord, de
uitzonderingen bij het schrijven van Hiragana, meer Hiragana, meer oefenzinnen
en –woorden.
Hanashimasu = praten, spreken
Hanashite = de –te vorm van praten/spreken
Oefeningen bij les 7 hiragana (+ extra zinnen)
1 - Nihongo-o hanashimasu ka = spreekt u Japans?
2 – ee, yoku tomodachito hanashimasu = Ja, ik spreek het vaak met
vrienden. ?
Nihon-o hanashite kudasai = aub in het Japans praten
Ik ben Japans aan het praten/spreken = … … …
3 – hiragana-o yomimasu ka = lees je hiragana?
4 – ee. (ja. Informeler dan ‘hai’).
Yonde imasu = ik ben aan het lezen
5 – Hiragana-o kakimasuka = schrijf jij hiragana? (kun jij hiragana
schrijven?)
6 – ee, sukoshi = ja, een beetje.
7 – nihongo(de?) tegami-o kakimasuka - schrijf jij (een brief)
in het japans?
8 – ee, tokidoki = ja, soms.
(altijd = itsumo)
De ‘kunnen’ vorm van een werkwoord
Om te vragen of je iets kan, gebruik je een vervoeging van het betreffende
werkwoord.
Voorbeeld:
Lezen = yomimasu.
De i voor ‘masu’ in yomimasu geeft aan dat het een onregelmatig
werkwoord is. Om van onregelmatige werkwoorden de ‘kunnen’
vorm te maken, verandert deze i in een e.
Kun je lezen? = yomemasu ka
Ik kan lezen = (watashi wa) yomemasu.
Meer voorbeelden:
Ik kan springen = (watashi wa) tabemasu
Ik kan luisteren = kikemasu
Ik kan praten = hanashemasu
Koko de machemasu ka ((??)) = kan je hier wachten
Kan je kopen? = kaemasu ka
Hitori de = alleen
Hitori de kaeremasu ka = kan je alleen teruggaan?
Voor regelmatige werkwoorden geld een andere regel. Om van regelmatige
werkwoorden de ‘kunnen’ vorm te maken, haal je het ‘masu’
gedeelte er af en zet er ‘raremasu’ voor in de plaats.
Voorbeeld:
Tabemasu = eten
Taberaremasu = kunnen eten / ik kan eten.
Sushi o taberaremasu ka = kan je sushi eten?
Mimasu = Kijken
Miraremasu ka = kun je kijken?
Opletten: er is zijn verschillende werkwoorden voor ‘actief (naar
iets of iemand) luisteren’ en het passieve ‘horen’,
zoals je een vliegtuig over hoort komen.
Kiki masu
Kike masu
Kikaemasu = spontaan, dus horen
Mimasu = miraremasu miemasu = luisteren = actief. ?
Een uitzondering:
Kimasu = komen
Koraremasu = kunnen komen
Koremasu = (betekent ook) kunnen komen, maar dan spreektaal. Je kan kiezen
welke je gebruikt. Komen is altijd een onregelmatig werkwoord!
2e uitzondering:
Shimasu = doen
Wordt: dekimasu
Kun je? = dekimasu ka. Hier is het hele woord dus veranderd!
Van ‘desu’ is er geen ‘kunnen’ vorm. ‘desu’
is eigenlijk geen echt werkwoord. Het wordt alleen gecombineerd met zelfstandige
naamwoorden of een bijvoegelijk naamwoord (adjective).
. . . . . . . . . .
De uitzonderingen bij het schrijven van Hiragana:
1e uitzondering: ha = wa
Je hebt het teken ‘ha’: 
MAAR: als het onderwerp voor de ‘ha’ staat, dan spreek je
de uit als ‘wa’.
Dus: watashi wa schrijf je als ‘watashi ha’.
(wa = )
Geldt ook voor de ‘wa’ in konnichi wa (hallo / goedendag)
en konban wa (goedenavond). Want dat zijn eigenlijk ‘ondewerpen’.
Vroeger stond er nog wat achter deze uitdrukkingen, en waren ze het onderwerp
van de zin.
2e uitzondering: we = e
Ik ga naar Amsterdam = amsterdam-e ikimasu
(de ‘e’ is voor achter een plaatsnaam, maar bij een (openbare)
plaats zoals een park, het station of een kantoor gebruik je ‘ni’
ipv ‘e’.)
De ‘e’ als in ‘ik ga naar amsterdam’ spreek je
uit als e maar schrijf je als he: 
Ook niet vergeten:
Het teken voor het lijdend voorwerp –o : 
Het teken voor de gewone letter o : 
Dictee:
1 - Anata no enpitsu = jouw potlood
(enpitsu = potlood)
2 - tegami o yomimasu = een brief lezen
3 – mizutamari o tabimasu = over een plas springen.
(mizu = water, tamari = blijven, niet weg)
4 – namae o shirimasen = ik weet de naam niet
5 – sugu (Sugo?) okimasen deshita = ik ben niet meteen wakker geworden
sugo = meteen, okimasu = wakker worden/ opstaan
Oefen in het schrijven van deze zinnen hierboven in Hiragana.
Hiragana les 8:
Ne = …. (is een van de moeilijkste tekens. Ezelsbruggetje: hij
heeft een krulstaartje als een kat, en ‘neko’ betekent ‘kat’.)
De ‘ne’ zonder krul = ‘wa’.
Nu = … (inu = hond) hond = inu
Me = …. (= oog)
Ro =
(Ru = ro met extra krul)
De oefeningen van les 8:
1 - Setsukosan, shibaraku desu ne
Setsuko (= naam), shibaraku = lang geleden, ‘ne’ = heh?.
2 – aa, Toshio san, shibaraku
= hee, tijdje gelijden Toshio!
Doko e ikimashita ka
= waar ben je heen gegaan?
Sanpo ni, ikimashita ka = hebje een wandeling gemaakt ?
Sanpo = wandeling gemaakt.
3 – hanakosan-no uchi-e (he) ikimashita
= Hanako san z’n huis. / ik ben naar het his van Hanako gegaan.
4 – Sono inuto ikimashita ka
Inu = hond (inuto?)
= ging jij met DIE hond wandelen?
(Deze hond = kono inuto.) ((Ano ino (inuto?) = die hond daar)) ?
5 – ee, Hanakosan-no usa-no (?) niwa-de (?) asobimachita.
ja, , ik heb in de tuin van Hanako gespeeld.
(niwa = tuin / garden
ja, ik de tuin van Hanako gespeeld heb ik / ja, ik heb in de tuin van
Hanako gespeeld.
Je zegt het op zo’n ingewikkelde manier omdat Hanako niet echt de
eigenaar is van de tuin.)
Setsukosan, boku no inu no namae-o oboete imasu ka
(boku = 1e persoon, alleen jongens gebruiken het ipv ‘watashi’.
Meisjes gebruiken dit niet!! En hebben ook geen equivalent soort woord.)
oboete imasu = je herinneren ((aan het uit je hoofd leren))
oboemasu = uit je hoofd leren
Hoe vertaal je deze laatste zin?
Extra:
Shirimasen = ik weet het niet.
“Shirimasu” bestaat niet!
Shitte imasu = ken je… / do you know…
De rest vd oefeningen van les 8 is voor thuis.
6 – ee, shirodesune.
= ja, …..
7 – “ee.” “shiro, shiro, koi.”
= ...
|