Terug naar:  De Schekkerman homepage > Jopie's homepage > JapansSite map
 

Stampwerk
Versie 4 / bijgewerkt t/m halverwege les 20

 

(Alles mbt werkwoorden staat in de werkwoorden pagina.)

Nee, ja

Iie (spreek uit als ie-ie-eh of ieieeh) = nee
Hai = ja

Ik, jij, hij, zij

  Tachi Wa (Ga) No O Ni
Watashi          
Anata          
Kare          
Kanojo          

Watakuchi (ku niet echt uitspreken) = 1e persoon
Anata = 2e persoon
Kare = 3e persoon mannelijk
Kanojo = 3e persoon vrouwelijk

Tachi = meervoud

Basis grammatica

Wa = onderwerp (kan ook twee keer gebruikt worden in een zin, voor nadruk. BV: Watashi wa kookii wa nomimasen = ik drink geen koffie.)
No = bezittelijk (watachi no = mijn, kare no = zijn)
O = maakt er een lijdend voorwerp van
Ni = maakt er een meewerkend voorwerp van

Ik geef het boek aan jou
Ik = onderwerp
Lijdend voorwerp = het boek.
Meewerkend voorwerp = jou (aan naar in van om te per)

Het gebruik van ‘ga':

Watashi wa Amsterdam e ikimasu = ik ga naar Amsterdam
Watashi ga ,, ,, ,, = ik ga naar Amsterdam (en niet jij)

ga + imasu/arimasu --- altijd ga ipv wa . Tenzij je nadruk wil geven, dan gebruik je juist wa .
(Imasu = zijn, bestaan, voor mensen en dieren. Arimasu = zijn, bestaan voor dingen en planten.)

 

Kleine, belangrijke woordjes

No = bezittelijk (watachi no = mijn, kare no = zijn)
Kare no hon = zijn boek
‘no' kan ook gebruikt worden in construcities als ‘het park van Eindhoven' enz.

No is ook: streepje tussen de cijfers, bij telefoonnummer).

ni = op
BV: Ichigatsu itsuka ni = Op 5 januari. Do yoobi ni = op zaterdag
Ook 'ni': bij plaatsbepaling. kantoor-ni ikimasu = ik ga naar kantoor.
Een tijdsaanduiding als “op zaterdag” doe je met “ ni ” erachter, behalve als wij ook niets zouden gebruiken (morgen, vandaag, volgende week, etc).
Ichigatsu itsuka ni = Op 5 januari

mo = ook
BV: Watashi mo hon o kaimashita = ook ik heb een boek gekocht, Watashi wa hon mo kaimashita = ik heb ook een boek gekocht. Mo vervangt ‘wa' of ‘o', maar alleen deze twee achtervoegsels! BV: Watashi wa Amsterdam e mo ikimashita. In het geval van ‘e', ‘de' of ‘ni' achter een woord, vervangt mo deze niet, maar komt er achter te staan.
“Ik ga ook naar Amsterdam” = watashi mo amsterdam e ikimasu. In dit geval kan je ‘watashi' niet weg laten. Zo'n klein woordje als ‘mo' kan niet op zichzelf in een zin staan.

moo = al (already)
(vergelijk met 'mo' = ook)
Pan o moo tabemashita ka = heb jij al brood gegeten? “Ben jij al naar Amsterdam geweest?” = anata wa (1) Amsterdam e (2) imimashita ka. (‘moo' kan op zowel positie 1 als op positie 2 staan.) “Heb jij ook al een boek” = … … moo hon mo …. ((??))
Dus: ‘moo' in combinatie met een werkwoord in de verledentijdsvorm betekent ‘al'.

moo + een hoeveelheid = nog
Moo ichido itte kudasai = nog 1 keer zeggen alstublieft / wilt u dat alstublieft nog een keer zeggen?
(moo = nog, ichido = 1, itte = zeggen (spreek uit: ieie-teeh), kudasai = aub.)

nani / dare / doko ni + mo = niets / niemand / nergens
nanimo = niets. (BV: Nanimo shimasen = ik doe niets. Nani mo arimasen = er is niets ) (Nani = wat) (Ook mogelijk:) nani mo nai (nai is de simpele vorm van arimasen)
daremo = niemand (BV: Daremo kimasen deshita = niemand is gekomen) (Dare = wie)
-- Let bij deze vier op combinatie met de ontkennende vorm --
doko = waar
doko ni/e = waarheen
doko ni mo ikimasen deshita = ik ben nergens geweest (gegaan)

 

de = in
BV: In de winkel = honya de (de is het achtervoegsel om ‘in' hier aan te geven, honya betekent boekwinkel.
(ook: "de" : Het woord ‘de’ achter een vervoermiddel betekent ‘met de’)
(Watashi wa) * Amsterdam e * ikimasu. Het vervoersmiddel kan op alle plaatsen waar het sterretje staat.
Uitzondering : te voet : Aruite = lopen (niet de masu vorm) Hier geen ‘de' achter zetten.

de = met (alleen voor dingen, schrijven met een pen bijvoorbeeld, ‘pen de').

to = met (voor mensen of dieren. BV: wandelen met de hond.)
BV: Met wie ben je naar Amsterdam gegaan? Dare to Amsterdam e mashita ka

demo = maar

doko = waar (van waar?) Uitspraak: doh-koh.

Sorekara (Sp?) = and / moreover…. / en ook / daarna. Is om twee zinnen met elkaar te verbinden.
Soshite = en. Is ook voor een verbinding tussen twee zinnen.

Ga
Aantekeningen bij de ‘ga' van dictee-zin 3 (en 10?): ‘ga' gebruik je bij woorden als
suki desu = houden van
kirai desu = niet houden van
joozu desu = goed zijn met (bv de piano, de computer, enz)
heta desu = niet goed zijn met (bv de piano)
tokui desu = specialist zijn op een gebied / mijn specialiteit… In dit geval vergelijk je je niet met anderen.

VRAAG: alleen maar bij deze woorden-desu combinaties of bij alle soort woord-desu combinaties ?

 

 

Of, en & en = ka, to & ya

(A) ka (B) = (A) of (B), waarin A en B alleen zelfstandige naamwoorden kunnen zijn.
Bv: drink jij koffie of thee? ‘Ka' alleen gebruiken als het of het een, of het ander is, en nooit samen. (Anata o?) koffie ka thee nomimasu ka.

(A) to (B) = (A) en (B) bv: A en B gaan naar Amsterdam = A to B wa Amsterdam e ikimasu (A en B zijn samen het onderwerp, dus maar één keer ‘wa' gebruiken.)

(A) ya (B) = (A) en (B). Maar alleen als er nog meer (C, D en E en evt ook F) bij komen die toevallig niet genoemd worden. Voorbeeld: Tokyo to Anato to (plaatsnaam) geweest = ik ben in Tokyo en in Anato en in (plaatsnaam) geweest. Tokyo ya Anato ya (plaatsnaam) geweest = ik ben onder andere in Tokyo en in Anato en in (plaatsnaam) geweest en de rest vd plaatsen vertel ik je (nog) niet.

A to B = verbinding tussen (zelfst naam-) woorden
A ya B
A ka B

 

Plaatsbepalingen:

1
  Plaats + e + werkwoord + ikimasu = komen, gaan enz naar of van een plaats
    ni +   kimasu  
        kaerimasu  
        (hairimasu = binnengaan)  
2
  Plaats + de + ...   = actie op die plaats, dan doe je iets op die plaats
3
(onderwerp + ga (‘wa' als met nadruk)) Plaats + ni + arimasu (dingen en planten)   = ergens zijn, ergens liggen. (De pen ligt op de tafel, het museum is in Amsterdam.)
      imasu (mensen en dieren)    

 

 

Tijdsaanduidingen

  Dag Week Maand Jaar
  (Ototoi)      
Verleden Kinoo Senshuu Sengetsu Kyonen
Heden Kyoo Konshuu Kongetsu Kotoshi
Toekomst Ashita Raishuu Raigetsu Rainen
  (Asatte)      

Ima = nu

Andere tijdsaanduidingen

Soms = tokidoki
Altijd = itsumo
Vaak = yoku
Meestal = taitei (ezelsbruggetje: taaitaai)
Iedere dag = mai nichi
Meteen / nu = ima (ima nani desu ka)
Meteen / onmiddellijk = sugu

 

Vervoersmiddelen

Densha = Trein (den = electrisch, sha = wiel)
Jitensha = Fiets (Ji = zelf, ten = draaiend, sha = wiel)
Jidoosha = Auto (Ji = zelf, doo = bewegend, sha = wiel)
Kuruma = Auto
Hikooki = Vliegtuig (Hi = vlieg, koo = gaan, ki = machine)
Fune = Schip (maar kan ook een vissersboot zijn)
Booto = Bootje (echt klein vaartuig zoals roeiboot of speedboot)
Chikatetsu = Metro (Chi = grond, ka = onder, tetsu = ijzer)
Basu = bus
Takushii = taxi
Shinkansen = bullet train (shin = nieuw, kan = rails, shen = lijn)

Het woord ‘de’ achter het vervoermiddel betekent ‘met de’
Met de trein = Densha de
Volgend jaar ga ik naar Japan met het vliegtuig = Rainen Nihon e hikooki de ikimasu

Ik ben hier met de auto gekomen = anata wa kurumi de kimashita (ikimashita?)

Van & tot

Kara = van
Made = tot (en met)
Deze twee zet je achter het woord waar ze op slaan. Dus:
Amsterdam kara Utrecht made = van Amsterdam tot Utrecht

Kara en made kan je ook gebruiken voor tijd. Van drie tot vier uur. Van volgende week tot volgend jaar.

 

Standaard zinnen & uitdrukkingen

Hajimemashite = how do you do (shi niet echt uitspreken) = aangenaam u te ontmoeten.
Doozo yoroshiku = I’m glad to meet you
Sumimasen = I’m sorry – thank you – pardon me – excuse me.
Irasshaimase = welkom (in een winkel bijvoorbeeld)
Ikura desu ka = Hoe duur is het?
Dareno ban desu ka (desu ka uitspreken als deshka) = Wie is aan de beurt?
Sayoonara = tot ziens!
Ja(a) mata = tot straks (?)
Mata raishu = tot volgende week (letterlijk: volgende week weer!) (weer = mata)
Sumimasen moo ichido/ikkai itte kudasai = Nog één keer zeggen alstublieft.
Anata no juusho wa nan desu ka = Wat is jouw adres?
Anata wa nan de kimashita ka = hoe ben jij hier gekomen? / met wat ben jij hier gekomen?
Anata no tanjoobi wa itsu desu ka = wanneer is jouw verjaardag / wanneer ben je jarig?
Chotto / Sukoshi }= een beetje
Irasshaimase = welkom (in een winkel bijvoorbeeld)
Kudasai = aub
Doozo = a.u.b. (onder vrienden)
shirimasen = Ik weet het niet
Moo ichido itte kudasai = nog 1 keer zeggen alstublieft / wilt u dat alstublieft nog een keer zeggen?
((namae o shirimasen = ik weet de naam niet))
Shirimasen = ik weet het niet. “Shirimasu” bestaat niet!
Shitte imasu = ken je… / do you know…



Groeten:

Ohayoo gozaimasu = Goedemorgen (tot 10 uur). De u in gozaimasu niet echt uitspreken.Alleen ‘ohayoo' is onder vrienden ook genoeg. Dit zeg je alleen bij het groeten, nooit bij het weggaan.
Konnichi wa = Goedendag (overdag tot donker). Kon = deze, nichi = dag, wa = maakt er onderwerp van.
Konban wa = Goedenavond (als het donker is). Niet vergeten: de ‘n' uitspreken in je neus, en aan de lettergreep vast.
Doomo arigato gozaimasu = Dank u wel (heel beleefd). Alleen ‘doomo arigato' is ook goed, en alleen ‘doomo' onder vrienden.
Doo itashimashite = Niets te danken. (spreek uit: dooh ietaasjiemasjteej). (Ezelsbruggetje: don't touch my moustache.)
Oyasumi nasai = Welterusten. (Oojaasoemie nasa-ie.) Alleen zeggen als je zeker weet dat degene tegen wie je het zegt meteen naar bed gaat. Alleen voor hele goede vrienden en kennissen. Alleen ‘oyasumi' voor familieleden, kinderen.

 

 

Uren / tijd

Minuut = fun / pun
Uur = ji
Dag = nichi
Maand = gatsu

Ima nan-ji desu ka = Hoe laat is het?

 

De dagen van de week:

(Japanners beginnen altijd te tellen bij de maandag.) yoobi = dag (of alleen ‘yoo') (vergelijk met ‘nichi' van vorige les?)

Getsu yoobi = maandag - gatsu = maand/maan
Ka yoobi = dinsdag - ka = vuur
Sui yoobi = woensdag - sui = water
Moku yoobi = donderdag - moku = hout / boom. (u van moku niet echt uitspreken)
Kin yoobi = vrijdag - kin = goud / metaal
Do yoobi = zaterdag - do = grond / oud
Nichi yoobi = zondag - nichi = zon


(oefenen:)
1 – oyogi mashita = ik zwom
2 – hitori de ikimasu = (alleen gaan)
3 - tada desu ka = is dat gratis?
4 – himitsu desu = geheim (het is geheim)
5 – nigiyaka desu = druk & gezellig (het is druk en gezellig)
6 – isogi masu ka = heb jij haast?
7 – sugu okimasu = ik ga meteen wakker worden / opstaan
8 – yoi tenki desu = het is mooi weer
9 – ookii hito = grote mensen


In

Kaisha = kantoor
Kaishain = iemand die op een kantoor werkt. ‘In' betekent ‘medewerker van'.

Ginkoo = bank
Ginkooin = bank medewerker

Ten = winkel
Tenin = winkelbediende

Sensei = leraar/lerares of medische dokter (niet dokter als academische titel).

Gakusei (u niet uitspreken, klinkt als ‘gakseej') = student
Gakkoo = school

 

Ya

‘ya' is een veelgebruikt aanplaksel om een type winkel aan te geven:

hon = boek, honya = boekwinkel
Sakana = vis, sakanaya = viswinkel
Pan = brood, panya = bakkerswinkel
Kusuri = medicijn, kusuriya = apotheek

Met ook nog ‘san' erachter heb je de aanspreektitel van de verkoper in die winkel.
Honya san = aanspreektitel voor boekverkoper (niet noodzakelijk eigenaar vd winkel)
Panya san = aanspreektitel voor verkoper in bakkerij.

Jin

Jin = people / volk / mensen
Land + jin = inwonder van dat land

Anata wa Orandajin desu ka = Bent u Nederlander?
Oranda = Nederland (hollanda)
Furansujin = fransman
Igirisu = Engeland
Igirisujin = Engelsman
Nihon = japan
Nihonjin = jappanner(s)
Itariyajin = italiaan(se)
Doitsujin = duitser
Igirisu = Engeland

Iie, watashi wa orandajin = Nee, ik ben Nederlander.

Watashi wa orandajin desu = ik ben een Nederlander

Watashi wa orandajin dewa arimasen = ik ben geen Nederlander

Gaijin = buitenlander. (Eigenlijk: gai(koku)jin).

(Gaijin-san = groet tegen buitenlander)

Go

Land + go = de taal van dat land

Bv: Orandago = Nederlands
Nihongo = Japans

Gaikokugo = buitenlandse taal

Uitzondering: Eigo = de Engelse taal (hoewel iedereen begrijpt wat je met igirisu-go bedoelt.)

En: amerikaans engels = ameri eigo

 

Vingers van de hand

... hebben allemaal –yubi als achtervoegsel:

Oyayubi = duim (oya betekent ouder)
Hitasashiyubi = wijsvinger (hitasashi betekent ‘mensen aanwijzen')
Nakayubi = middelvinger (naka is ‘midden (in)')
Kusuriyubi = ringvinger (in het japans: medicijnvinger)
Koyubi = pink (kleine vinger)

 

Dit, dat en daar

Kore = dit
Sore = dat
Are = dat daarginds
(Dore = welke / welk. In een vragende zin)

Kore = iets wat dichter bij de spreker is dan bij de luisteraar
Sore = iets wat verder van de spreker af is, dichter bij de luisteraar dan bij de spreker
Are = dat daarginds, dat evenver van ons bijden af is.

Kore - kochira (= deze kant op? )
Sore - Sochira
Are - Achira
(Dore - Dochira)

Kore wa hon desu = dit is een boek
Dore wa hon dewa (? / ja) arimasen = dat is geen boek ?

Kore, sore, are (en dore) kan je zefstandig gebruiken in een zin. "DAT is een pen."

Op dezelfde manier gebruik & vervoeg je
Kono
Sono
Ano
(dono)

Deze betekenen ook dit, dat , dat daar enz, maar dan netter en op een andere manier gebruikt. Deze kan je NIET zefstandig gebruiken in een zin. Dus altijd kono, sono enz + een zelfst naamwoord (of mensen).

Denk aan ‘kochira' (zie boek), dat betekent zowel ‘deze kant op' als ‘deze mevrouw / mijnheer hier'.

Konna = zo'n soort, net als deze
Sonna = net als die / dat
Anna = net als die / dat daar
--
Donna = welke, wat voor soort

 

Bijvoeglijke naamwoorden

Bijvoegelijke naamwoorden:

Bijvoegelijke naamwoorden komen altijd voor het zelfstandig naamwoord! Een bijvoegelijk naamwoord eindigt altijd op een i.

Ookiri hon = een groot boek
Ookiri hito = grote mensen (of 1 groot mens. Dat kan je zo niet zien in het japans. Als je wilt zien of het meervoud is of niet moet er een telwoord bij.)

Ookiri = groot (oo-kie-rie)
Chiisai = klein (tsjie-ie-sai)

 

Kleuren

Kleur - iru

Kuroi = zwart (koeh-roh-ie)
Shiroi = wit (shie-roh-ie)
Midori = groene
Kiiroi = geel
Midori = groen (en ook een meisjesnaam)
Shiro = wit (zelfst. nw.)
Shiroi = witte (bijv. nw.)
Aka = rood
Akai = rode …(ah-kah-ie)
Ao = blauw
Aoi = blauwe … (ah-oh-ie)
Kuro = zwart
Kiiro = geel
Orenji = oranje
Dadai iru = ook oranje. Letterlijk: ‘dadai'-kleur. Dadai is een soort fruit.
Murasaki = paars
Cha iru = bruin. Letterlijk: thee (cha) kleur (iru)
Nezumi iru (iro?) = grijs. (letterlijk: muis/rat – kleur. 1 woord voor 2 soorten dieren.)

Haal het i-tje aan het eind eraf en je hebt de kleur als zelfstandig naamwoord. Alleen wordt in het Nederlands een kleur niet zo snel gebruikt als zefst nw, dus een voorbeeld is niet zo snel te geven.
Aoi pen = een blauwe pen
Pen wa ao desu = de pen is blauw
Maar “Pen wa aoi desu = de pen is blauw”, dat kan ook. Alleen: op de vraag ‘welke kleur is die pen?” is het antwoord ‘ao'.

 

De regels bij het schrijven van Hiragana:

1 e uitzondering: wa = ha
Je hebt het teken ‘ha':
MAAR: als het onderwerp voor de ‘ha' staat, dan spreek je de uit als ‘wa'.
Dus: watashi wa schrijf je als ‘watashi ha '. (wa = )
Geldt ook voor de ‘wa' in konnichi wa (hallo / goedendag) en konban wa (goedenavond). Want dat zijn eigenlijk ‘ondewerpen'. Vroeger stond er nog wat achter deze uitdrukkingen, en waren ze het onderwerp van de zin.

2 e uitzondering: e = we (of 'he'? )
Ik ga naar Amsterdam = amsterdam-e ikimasu
(de ‘e' is voor achter een plaatsnaam, maar bij een (openbare) plaats zoals een park, het station of een kantoor gebruik je ‘ni' ipv ‘e'.)
De ‘e' als in ‘ik ga naar amsterdam' spreek je uit als e maar schrijf je als he:

Ook niet vergeten:
Het teken voor het lijdend voorwerp –o :
Het teken voor de gewone letter o :

kya -klanken enz
Schrijf uit: alle combinaties van tekens met een i , plus ya, yu en yo.
Het teken voor Ki + het teken voor Ya = Kia
Het teken voor Ki + het teken voor Yu = Kiu

MAAR: het hangt er van af hoe groot je het tweede teken schrijft. Idealiter schrijf je het tweede teken een beetje kleiner, en lager op de regel. ((??))
Shi + ya = shya = sha
Ji + (klein geschreven) ya = ja.
(uitschrijven & oefenen)

Het verdubbelen van een medeklinker in een woord:

Tsu = - Maar dit teken kan ook betekenen dat de klinker van het teken waar hij achter staat, verdubbeld wordt.

Voorbeeld:

Ki Tsu Te =
Maar: = ki tte = kitte. Spreek uit: “Ki ‘teh”: ademhalen bij de ‘ .)

Minna = ?? Of ?

- Als ergens een dubbele N staat, wordt dat er altijd maar 1.

???

- Als ergens een dubbele O staat: Dan OU ( ) schrijven, maar uitspreken als oo.

Bijvoorbeeld: tookyo o =

Nog een voorbeeld ((is dit wel goed??))

Oosaka =

Of is Oosaka (een regio in Japan) een uitzondering ?