Terug naar:   De Schekkerman homepage > Jopie's homepage > Quiddity pageSite map

Star Trek The Next Generation: De reizen van de Quiddity
Sessie 16
Gespeeld op 8 augustus 2004

Aanwezig:
Boudewijn (Jared (Dzjaried))
Rob (Tarak)
Bart (Graig Marsalis)
Jopie (Samantha Roper)
Bettina (Yarmin)

Afwezig:

Met dank aan Bart voor het maken en uitwerken van het grootste deel van de aantekeningen

 

De locale autoriteiten

We zitten met z'n allen net buiten het Romulaanse schild, samen met twee bewusteloze Romulans. We hebben het schild inmiddels weer aangezet, maar waarschijnlijk heeft men binnen toch wel in de gaten dat er iets aan de hand is. Als we willen weglopen, houden de tijgers ons tegen. Ze willen dat we Romulans pijn gaan doen, zoals beloofd. We weten hen te overtuigen dat we deze Romulans inderdaad pijn gaan doen, maar dan wel een eindje verderop waar de andere Romulans ons niet kunnen verrassen.

Daar aangekomen horen we in de verte het alarm afgaan. We moeten dus opschieten met verhoren. Graig en Samantha gaan op wacht staan, de laatste onder het motto: “ik hoor niks, ik zie niks: ik sta op wacht”. Tarak maakt op hardhandige wijze één van de Romulans wakker en Paola weet nog net Graig tegen te houden als hij deze weer in slaap wil tikken.

Het wakker maken lukt, hoewel de Romulan nog wat groggy is. Jared gaat zijn gedachten afluisteren, Yarmin zijn gevoelens. Maar wat vragen we? De Romulan is bang en vreest voor zijn leven. Terecht… Niettemin vertikt hij het te praten ondanks lichte insinuaties van Tarak. Paola vindt dat we niet mogen martelen. Allen Yarmin heeft echter bezwaren om hem aan de inboorlingen (de tijgers) over te leveren. We doen het echter toch, en maken de tweede wakker.

Hij begint te schreeuwen, maar wordt snel stil nadat we hem kenbaar hebben gemaakt dat de tijgers nog lange niet genoeg gegeten hebben en niet goed tegen herrie kunnen. Hij wordt plotseling erg stil. Hij noemt zijn naam en rang, maar blijft erg zwijgzaam tot Jared dreigt hem hier achter te laten (dat is niet tegen de Starfleet regulations). Hij vertelt dat er hier onderdelen opgeslagen gaan worden voor schepen maar wij betwijfelen dat ze hier in het diepste geheim een garage aan het bouwen zijn.

Volgens onze nieuwe vriend is het een vrij grote basis met honderden Romulans personeel. Ze worden niet bevoorraad maar maken gebruik van replicators. Hij vertelt waar de verschillende hallen staan, waar de containeropslag is, en met name ook waar de generator staat. De generators voor de cloak staan op verschillende plaatsen, degene die we zelf ontdekt hebben is de enige buiten de basis.

Samantha stelt voor om in het holst van de nacht over de hele basis verspreid kleine tijdbommetjes te plaatsen. Helaas was iedereen in de veronderstelling dat de anderen deze ingepakt hadden voor we op reis gingen.

We zijn het niet helemaal eens wat we hier nu eigenlijk mee moeten. De lokale bevolking, of tenminste een deel ervan, wil dat de Romulans hier weggaan. Zij zouden hulp kunnen vragen aan de Federatie, maar we weten niet eens of ze dat wel willen. Deze planeet heeft niet eens warp technologie… De tijgers lijken niet erg veel geduld te hebben, en al helemaal niet het geduld om vijf jaar te wachten tot alle radertjes van de Federation tot een conclusie zijn gekomen over wat er met deze basis moet gebeuren. Dan gaat ons het licht op: onze opdracht was alleen om te rapporteren of er een basis was en zo ja waar. We hoefden hem helemaal niet meteen te vernietigen. Jammer genoeg was dat niet de deal die we met de tijgers sloten. Hoe houden we onze nieuwe bondgenoten dan tevreden terwijl we toch onze opdracht uitvoeren?

We zetten de fasers op stun: als we de Romulans op een meter of tien zouden kunnen neerschieten, kunnen we er nooit op tijd bij zijn om ze van de tijgers te redden.

We besluiten uiteindelijk, na lang soebatten, om de Romulan mee terug naar het dorp te nemen en over te dragen aan de lokale autoriteiten. Meenemen de basis in is te gevaarlijk en andere mogelijkheden lijken uitgeput, we mogen immers bijna niets. We gaan dus terug naar het dorp en richting de priester. De tijgers blijven aan de rand van het dorp achter.

De priester is stomverbaasd: hij had nog niet eerder Romulans in uniform gezien, alleen archeologen. We vertellen wat we ontdekt hebben, met name dat de tijgers geen mensen vermoord hebben. Daar is de priester wel blij om. We vragen hem een en ander voorlopig nog even stil te houden voor de andere dorpelingen, tot wij weer weg zijn. Bovendien vragen we hem deze Romulan even veilig op te bergen. De Romulan wordt verdoofd en in Samantha's bed gelegd. Sam neemt de wacht. De volgende ochtend vinden de kamermeisjes een man in Sams bed, en Sam heeft wallen onder haar ogen. We hopen dat de voor de hand liggende roddels de waarheid aan het oog onttrekken.

We besluiten overdag niets anders te doen dan onze cover als archeologen op te houden, en pas 's avonds, in het schemerdonker richting basis te gaan. We zijn immers vanaf de basis door de cloak heen te zien en dat is wel erg link. Als er een alarmsysteem is zal het, vanwege de lokale zendbeperkingen, met bedrading moeten werken. Hier kunnen we ons voordeel mee doen.

Tijdens onze werkzaamheden komt er een klein, kleurig vogeltje overvliegen met een kokertje aan zijn pootje. We schieten hem met een lage stun neer, en op het briefje staat dat er nog twee kamers vrij zijn voor week 86. We brengen de postparkiet weer tot bewustzijn, en het vervolgt zijn weg naar de landingsplaats. Nou maar hopen dat het geen bericht in code is.

Na het avondeten gaan we in de richting van de basis, en lopen, vanuit het dorp gezien, naar de rechterachterkant van de basis. Als we bijna bij de basis zijn komt er een ongemarkeerde shuttle overvliegen in de richting van de basis. Jared ziet hem het eerst en stuurt snel een stil alarm rond.

De shuttle landt en er komt een Klingon uit. Het is Kvolt, van de Klingon High Council. Telepathie noch empathie werkt helaas… Tarak is, voorzichtig uitgedrukt, niet blij.