Dagboek Sessie 7

 

                                                               A body, a body

                                                       My kingdom for my body

 

 


  Terug in Angel's city. En dat klere­ziekenhuis. Ik zal die etters wel krij­gen. Wegvagen zal ik ze! Hoe durven zij, schaduwwezens, mij, een Amber­riet notabene, te mismaken?! Geen genade voor dergelijk ongedierte. Uitroeien, beter verdienen ze niet.

  Hmm, wegvagen. Ja, dat lijkt me wel wat. Zo'n knal dat er niks meer van over blijft. Wat shiften hier, wat shiften daar. Al met al best nog wat moeite, maar ze verdienen het.

  Klaar met mijn voorbereidingen kan ik terug naar de anderen. Meedenken over wat we gaan doen. Typisch, wat een stel eierhoofden. Hoe kunnen ze ooit in alle ernst voorstellen om terug naar Amber te gaan of hier te blijven plakken? Waarvoor? We zijn met iets bezig, hebben zowaar vooruitgang geboekt en nou denken ze erover om maar weer fijn van alle vermoeienis­sen uit te gaan puffen. Stelletje zwak­kelingen. Dat we ach­ter die twee ontsnapten aangaan staat voor mij vast. De enige relevante vraag is of we ons spli­tsen of niet. Ik moet zeg­gen dat dat steeds beter begint te klinken. Toegegeven, samen sta je ster­ker, maar ons samenzijn heeft niet kunnen voor­komen dat Vincent en Alexander verdwenen zijn. Bovendien hebben Dorian en Adrian bewezen dat ze zwakke schakels zijn. We zijn waarschijnlijk beter af zonder hen. Helemaal als ze ook nog beginnen voor te stellen mislukkeling 3, Algo, weer binnen te gaan halen. Iemand die zo treurt om een scha­duwwezen is het niet waard een Amberriet te zijn. Maar van hen kan ik dat ver­wachten. Als je alleen al kijkt hoe Adrian met Lush omgaat, het is om kotsmisselijk van te wor­den. Maar dat leren we hem nog wel af. Gniffel. Als ie zo'n schaduw­wezen voor zijn pleziertjes wil, waar­om niet? Daar zijn ze voor. Maar je aan zoiets gaan hech­ten, jezelf om zo'n wezen kwets­baar maken, ik word er echt ziek van. Verbaast me ook niets dat uitgerekend Adrian zich niet blijkt te herinneren dat die golems het teken van de eenhoorn droe­gen. Dat krijg je ervan als je je door schaduwwe­zens laat beheersen.

  Maar uiteindelijk besluit de rest dan toch maar met mij mee te gaan, het spoort achterna. Het vertrek wordt vastgesteld op morgenochtend, 9 uur. Adrian zit dan nog wat met Martin te smoe­zen over Lush. Het is gewoon hemelschrijend zoals die jongen de familie te schande maakt. Reken maar dat ik hier binnenkort nog wel even terugkom om Adrian een wijze les bij te brengen, een hele wijze les. Maar laat hem eerst nog maar even fijn met Lush gaan stappen. Hoe intiemer hun relatie, des te harder komt de klap straks aan. Eens kijken hoe Adrian zich onder tegenslagen houdt. Ach, en het kan natuurlijk nooit kwaad hem er subtiel op te wijzen dat de tijd hier zo snel loopt. De volgende keer dat hij hier terug­komt is Lush waarschijnlijk al oud en verwelkt. Gna, dat vond hij niet leuk. Nou ja, ik heb hem nu zelfs nog gewaarschuwd.

 

  De volgende ochtend ben ik al vroeg op. Tijd voor mijn afscheidspresentje. Het busje met de atoombom staat keurig netjes in de parkeergarage van het gebouw. De afstandsbe­diening ligt voor me. Ha, daar komt de bloemist al met het bloe­metje dat ik als dank voor ze besteld heb. Even mijn verrekijker op, inderdaad een goede bloe­mist, die rouwkrans ziet er schitterend uit. Hij gaat naar binnen. Mooi zo. Wach­ten. Ha, daar is ie al weer. Ze hebben de boodschap dus gekregen. Tijd voor het bijbehorende cadeautje. Druk...

 

KNAL!!!!

 

  Wouw, wat een knap. Van dat gebouw is niets meer over. Van de rest van Angel's City zo trou­wens ook niet meer. Misschien had ik de bom toch een slag kleiner moeten nemen. Ach, wat kan het ook schelen. Dit is toch een kloteplaats. Maar nu eerst maken dat ik weg kom. Veel te gevaarlijk zo. Terug naar Amber.

  Ik kom aan in de grote hal. Van de anderen geen spoor. Snel contact opnemen. Ze mochten eens zonder mij op onderzoek willen gaan. Dori­an accepteert geen contact. Zouden ze het soms niet gehaald hebben? Ha, dan verdienen ze ook niet beter. Bovendien is dat vast ijdele hoop. Inder­daad, Adrian accepteert contact. Ze blijken in Amber te zitten. Een of andere idioot had volgens hem een atoombom tot ontploffing gebracht. Dat moet inderdaad wel een vreselijke idioot zijn, grijns. Maar dergelijke lokale aangelegenheden kunnen mij dus echt niet bekoren. Belangrijker is dat onze speurtocht voorlopig even vertraagd is, Adrian is zich nu aan het kleden voor het diner. Kan ik ook wel doen. Eerst maar eens mijn kamer schoon laten maken. Ik durf te wedden dat dat tuig hier dat nog steeds niet gedaan heeft.

  Inderdaad word ik in mijn verwachting niet teleurgesteld. Klojos. Maar dat werkstertje wordt al knap zenuwachtig als ze mij zo in de deurope­ning haar gade ziet slaan. En terecht. De volgende keer dat ik dit moet doen gebeurt er iets onple­zierigs met haar. Dat weet ik wel zeker. Jammer, dat dit Amber is, anders had ik meteen al wel wat gewe­ten. Ach, ze is het ook niet waard om me druk over te maken. Die angst in haar ogen is goed genoeg. Ze wéét waaraan ze ontsnapt is.

  Op het diner tref ik van onze groep alleen Ad­rian aan. Vreemd. Wat zou Dorian uitspoken? Volgens Adrian moet die hier ook zijn. Martin heeft hij na Angel's City niet meer gezien. Niet dat we er echt over kunnen spreken. Tijdens het diner bespreek je tenslotte geen zaken, helemaal niet als er ook ambassadeur Burgon en zijn vrouw Shanella bij zijn. Van de familie zitten verder nog Random, Fialle, Flora, Gerard en Corwin aan. En protocol of niet, die blik aan Random laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Ik zal na het eten toch een goed verhaal klaar moeten hebben.

  Het diner zelf valt verder wel mee. De ambas­sadeur en zijn vrouw blijken zeer beschaafde tafelgenoten te zijn waarmee het aangenaam con­verseren is. Iets heel anders als die Adrian daar. Dat ie zo snel mogelijk van het diner af wil zijn is een ding, maar daarom hoeft hij dat nog niet zo duidelijk te laten merken.

  Over Deiga leer ik dat het een van de gouden cirkel schaduwen is. Het grenst aan Amber en heeft als bijzonderheid dat het een zeeschaduw is. Als zodanig willen ze een bepaalde handelsstatus krijgen. Klinkt toch heel wat beter als alleen maar een van de plekken waar mijn vader vermoord is. Met die moord zitten ze trouwens toch best wel in hun maag. Het heeft bijvoorbeeld de onderhande­lingen over die handelsstatus, waarvoor Caine daar juist was, helemaal plat gelegd. Maar nu gebleken is dat Caine's schijnbaar overlijden gewoon een familiekwestie is, hopen ze de onder­handelingen weer op te kunnen pikken. Zal ze nog niet meevallen. Het is wel duidelijk dat deze zaak voor Random een heel wat lagere prioriteit heeft dan voor Deiga.

  Na het diner wordt de ambassadeur en zijn gezellin snel geloosd, waarna Random tijd voor ons heeft. Het is duidelijk dat hij geen hoge pet opheeft van wat wij gepresteerd hebben. En dat noemt zich koning. Na mijn rapportage draait hij dan ook wel wat bij. Sand blijkt hij te kennen. Over onze ontmoeting met haar wil hij dan ook alle details weten. Ach, voor wat meer informatie over haar wil ik dat best doen. Het blijkt dat Sand een halfzus van Random is, een Amberiet dus. Ze is een paar eeuw geleden samen met haar broer Delwin vertrokken na een hoogoplopende ruzie met Oberon, hun vader. Ze schenen een soort menigsverschil te hebben over de politiek die in de schaduw van hun moeder gevoerd moest wor­den. Een meningsverschil dat zo hoog opliep dat Delwin er de macht overnam en dat er zelfs mili­tairen zijn ingezet. Wat heb ik toch ook een inte­ressante familie. Oberon schijnt zich in ieder geval zo bedreigt te hebben gevoeld dat hij die twee uit Amber heeft gegooid en al hun troeven heeft laten vernietigen. Sindsdien is er eigenlijk niks meer van hen vernomen. Niet dat dat zoveel zegt. Het feit dat Random alles maar uit de tweede hand heeft geeft ook al te denken. Fiona schijnt degene te zijn die ons misschien wat meer kan vertellen. Moet ik straks maar eens proberen. En waarom is Sand zo in Caine geïnteresseerd? Dat is iets wat ik wel wil weten.

  Voor we vertrekken komt ons lammetje nog even aanzetten met een of ander warrig verhaal over Lush en dat het hem allemaal spijt en dui­zendmaal excuses en meer van die onzin. Random walgt er zelf ook van en raadt Adrian aan wat minder vaak zijn excuses aan te bieden. Straks nemen ze hem niet meer serieus. Nou, dat doe ik toch al niet meer, dus wat mij betreft mag hij zo'n nul blijven. Is eigenlijk wel makkelijk. Kan ik tenminste gewoon stop tegen hem zeggen als hij na het onderhoud er meteen vandoor wil gaan. En Adrian stopt dan ook meteen heel braaf. Nul! Maar het is duidelijk dat hij hier voorlopig nog even vastzit.

  Fiona is uiteraard niet op haar kamer, reden om maar een briefje voor haar achter te laten. 'Hallo Fiona, moet je spreken, Murlas' doet het vast niet zo goed. Een verwijzing naar Caine, Sand en Vincent lijkt me heel wat effectiever. Ik merk het wel wanneer ze weer terug is.

  Ik probeer 's avonds Dorian nog een keer te bereiken, maar alweer geen contact. Hmm, toch vreemd. Maar nu eerst de bibliotheek.  Valt al mee dat ze niet alle referenties naar Sand en Delwin verwij­derd hebben. En over mijn moe­der's familie vind ik ook al wat. Het hoofd van het huis Ysarn moet in de laatste oorlog met de hoven gesneuveld zijn, door de hand van Caine? Zou mijn moeder soms het hoofd van dat huis geweest zijn? En wat zijn daarvan de consequen­ties?

 

  De volgende ochtend. Het wordt toch tijd iets te gaan doen. Troefcontact met Dorian lukt weer niet. Zou ie soms Vincent's lot delen? Zou een slechte zaak zijn. Loop ik ook gevaar. Aan de andere kant, zo goed is ie niet in op zichzelf passen. Gewoon uitkijken maar. Adrian heeft zoals verwacht nog wel wat anders te doen. Laat hem zich nog maar even wat verder aan dat schepsel hechten. Grijns. Algo slaan we over, Alexander niet. Deze blijkt zowaar ook in Amber te zijn en wil wel mee. We stellen elkaar op de hoogte. Als ie vertelt hoe goed dat ding was dat achter hem aan kwam, ben ik toch blij dat hij meegaat. Toegegeven, zijn aanwezigheid beperkt me in mijn mogelijkheden, maar zijn strategische en tactische vaardigheden zouden wel eens zeer van pas kunnen komen, gezien onze tegenstan­ders. En als ik hem niet meer nodig heb kan ik hem altijd nog dumpen.

  De reis naar Angel's City verloopt voorspoedig. Van de stad is alleen nog een radioactieve puin­hoop over. Het heeft eigenlijk wel wat. En het ziekenhuis vind je in ieder geval niet terug. Te­recht.

  Vanaf daar wordt het shadowshiften achter onze twee doelwitten aan. Dat valt tegen. Ik merk dat ik op verstand aan het shiften ben en er zo dus niet kom. Maar op gevoel krijg ik niks binnen. We hebben met krachtige tegenstanders te maken, dat is duidelijk.

  Dan maar een ander spoor gevolgd, die van de golems. Bij onze eerste speurtocht kwamen we daar tenslotte ook op uit, en ik heb Alexander nu bij voor de klappen.

  Inderdaad krijg ik nu wel een spoor. Mooi. Een spoor dat terugleidt naar Amber, en dat verbaast me eigenlijk niks. Het begint er allemaal redelijk bekend uit te zien. Dan zie ik iemand op ons pad. Een jongeman, blond. Hij ziet er behoorlijk slecht uit, heeft waarschijnlijk met niet echt fijne boeien vastgeketend gezeten, en is zo te zien gefolterd. In plaats van leedvermaak krijg ik echter een heel creepy gevoel bij hem. En zijn gezicht is ook bekend. Een van de troeven van Sand, dat was het! Veel tijd om na te denken heb ik echter niet. Zodra die vent ons ziet krijg ik een psychische aanval over me heen. En die vent is sterk! Voor ik het goed en wel besef heeft hij me geestelijk weggevaagd. Ik sta weerloos tegenover zijn mind transfer.

 

  Kom bij. Zit in een kerker, een magische zo te voelen. Pattern werkt niet. En ik zit niet in mijn eigen lichaam. Barst, shit, klote! En de enige ma­nier om mijn eigen lichaam terug te krijgen is die vent opnieuw onder ogen komen en onverhoeds aan­vallen. Dat mag dan wel heel onverhoeds zijn, want die was dus echt walgelijk sterk.

  Tijd om na te denken heb ik wel. Wordt maar af en toe opgehaald voor verhoor. Dit verhoor vindt plaats in een modern, blauw ingericht kantoor. Maar mijn verhoorders zijn demonen. Ze denken dat ik Azrain ben. Krijg ze niet van het tegendeel overtuigd. Folteren me. Ontsnappen is onmoge­lijk. Ze zijn door Azrain's eerdere ontsnapping een stuk voorzichtiger geworden, en Azrain is een stuk beter dan ik. Als ik die schoft ooit in mijn handen krijg... De dood is veel te goed voor hem. Maar hoe? Ik zit hier als een rat in de val.

 

  De dagen gaan voorbij. Azrain's lichaam ver­zwakt. De demonen hebben wel door dat hun waarnemingen veranderd zijn. Maar bij hun plan­nen om erachter kom wat er precies aan de hand is speelt mijn overleven geen rol. Dit gaat mis. En ik sta hier machteloos, vastgeketend. En dat allemaal door Azrain! Ik kan zijn bloed wel drin­ken!

 

  Dan gaat de deur weer open. Geen wachter deze keer, maar een man in het zwart. Caine! Raaah. Hij is duidelijk ontstemd me hier aan te treffen, maar bevrijdt me wel. Helaas ben ik te zwak om hem ter plekke af te maken. Veel hulp biedt ie me verder niet. Ik moet maar zorgen dat ik die Nexus-troef terugkrijg die Azrain nu in zijn bezit heeft. Misschien dat ie me dan helpt mijn lichaam terug te krijgen. Ik zie aan zijn ogen al hoe hij dat 'misschien' zal interpreteren: Niet dus. Als ik mijn eigen lichaam niet terug kan krijgen ben ik het vast niet waard. Of hij zou me nog voor een of andere rotklus nodig moeten hebben. De kloot­zak. Ik regel mijn lichaam zelf wel. Straks moet ik Caine zeker ook nog dankbaarheid gaan beto­nen!

  De vraag is echter hoe. Op Caine hoef ik niet te rekenen. Mijn troeven heeft Azrain, mijn shapes­hifting ability is lichaamsgebonden, ik zou het voor dit lichaam dus opnieuw moeten leren, en Azrain is helaas een stuk sterker dan ik. Daar komt nog bij dat Azrain wel eens een bondgenoot van Sand zou kunnen zijn en dus bijzonder on­gewenst in Amber. Ik weet veel te weinig van hem om voor zijn vrienden zijn plaats in te kun­nen nemen, terwijl me dat voor zijn vijanden tot nu toe prima lukt. En hij heeft mijn geest dus volle­dig leeggezogen, die bloedzuiger!

  Ik heb 1 voordeel, Azrain weet niet dat ik uit die gevangenis ontsnapt ben. Hij zal aannemen dat ik nog steeds vastzit of inmiddels reeds dood ben, dat moet ik dus zo houden.

  Ik kan direct achter hem aan, maar dat is, zo zonder bondgenoten, zelfmoord. Ik zou ook eerst mijn shapeshifter abilities terug kunnen proberen te krijgen. Kan ik me tenminste in Murlas veran­deren, en reken maar dat ik prima als mezelf voor kan doen. Maar shapeshifter abilities terugleren kan een langdurig proces zijn. Nou ja, eerst pro­beren Galoran te bereiken, mocht dat niet lukken het zelf proberen te doen, en mocht dat te lang duren dan wordt het tijd voor plan C: Brand. Waarom zou ik Brand niet meehelpen tegen Am­ber en dan in het bijzonder tegen het groepje kleinkinderen dat tegen de zwarte eenhoorn aan de gang is? Het moet mogelijk zijn Murlas daar­bij ­voor mezelf te reserveren. Ja, lijkt me een goed plan. Kom ik er meteen achter waar die lui nou mee bezig zijn en of ze aan de winnende hand zijn.

 

Vraagjes:

- Lukt het me Galoran's shadow te bereiken?

- Hoeveel tijd zou het kosten om me shapeshif­ting weer opnieuw eigen te maken?

- Hoe zit het met troeven, krijgt iemand die Mur­las wil inderdaad geestelijk contact met Murlas of met Azrain?

- Wat het dumpen van Alexander betreft, Azrain constateert gewoon op een gegeven moment dat ze op een dood spoor zitten en stelt voor de speurtocht maar af te breken. Zelf wil hij nog even achter een magische hand aan, hij treft Alexander wel in Amber, of anders via een troef.

 

                           Murlas