28 juni 1996                         Sessie 57            Personal Diary


Oeps


Boadice kijkt me verwachtingsvol aan, alsof ik werkelijk van plan zou zijn haar nieuwsgierigheid te bevredigen. Dat idee van een test staat me echter wel aan en dus leg ik nog maar eens uit dat ik daar gewoon mee bezig ben en dat het hier boven verder net zo’n gekonkel is al beneden. Oh ja, en het onderwerp van mijn test is dus Malachie.

Geheel volgens mijn verwachting is Boadice niet echt tevreden met mijn uitleg. Maar nu ze hier toch is kan ze het net zo goed verder uitzoeken. Ik zou werkelijk niet weten waarom zij zich met dergelijke zaken wil bemoeien maar ik vind het prima, helemaal aangezien Taureth wel terug wil. En hij heeft helemaal gelijk, Malachie is niet zijn zorg. Hoe hij terug moet komen is nog even een probleem maar als ik hem uitleg hoe ik het doe heeft hij voldoende aanknopingspunten om op een soortgelijke manier in de Hoven uit te komen. Iets met zwarte Schaduwen die de tegenhangers van Tir-na Nog’th schijnen te zijn.

Boadice voert nog even een discussie met Taureth over of ze nu wel of niet moeten teruggaan maar ze kan haar gebrek aan argumenten niet echt maskeren. Taureth gaat terug en Boadice besluit dan maar mee te gaan. Uiteraard had ik haar liever hier gehouden, maar dergelijke zaken moet je niet te openlijk spelen. Taureth gaat in ieder geval terug, dat is het belangrijkste. Bovendien vind ik het wel interessant om te zien hoe hij dat gaat doen.

Ik zie hoe Taureth zich concentreert, hij doet duidelijk iets met Power. Het lijkt op Shadowshiften, maar dan sneller. Hij creëert eigenlijk een soort doorgang, een constructie. Mooi. Aangezien het idee om terug te gaan naar de Hoven me op zich ook wel aanstaat haak ik me via Boadice aan. Taureth’s berekeningen schijnen daar niet helemaal op berekend te zijn, hij vervaagt weliswaar, maar Boadice vervaagt niet helemaal mee. Tijd om Taureth een handje te helpen. Mooi niet dus. Boadice van Taureth loshalen en hier in de Overschaduw houden is een veel aantrekkelijker alternatief.

Boadice blijkt echt geen flauw idee te hebben van wat er gebeurd is en dus vertel ik haar ‘geheel’ naar waarheid dat ze maar voor een stuk met Taureth leek mee te gaan en dat ik haar daarom heb teruggehaald. Fijntjes voeg ik er aan toe dat ik hoop dat dat goed was. Boadice bedankt me. Ha, de zoete smaak van de overwinning. Hier heb ik Boadice in mijn macht en ze bedankt me er nog voor ook. Perfect.

 

Ik weet drommels goed dat Boadice niets liever wil dan zich met zaken te bemoeien die haar niet aangaan, toch voel ik me moreel verplicht haar nadrukkelijk aan te bieden dat ik haar via Tir-na Nog’th terugbreng. Ze zou eens mogen denken dat ik haar hier in de val heb gelokt. Uiteraard weigert ze pertinent. Mooi zo.

 

Het wordt tijd om op weg te gaan, maar hoe vind ik de Kluizenaar? Ik weet dat hij een driehoekige woning heeft, ik weet ook dat alles hier redelijk mentaal is ingesteld. Dat driehoekige moet dus echt een kenmerk zijn, een kenmerk waarop je je kunt concentreren. En inderdaad vormt zich voor me een pad. Het is geen aantrekkelijk pad, het bos verandert van loof naar dennen, het wordt kouder, en de driehoek geeft ook gewoonweg een onprettig gevoel. Zo’n gevoel van ‘hier moet je zijn en je bent er niet blij mee’, een bekend gevoel dus.

De reis wordt geďnterrumpeerd door fluittonen op mijn pad: Harlekijn! Mijn inschatting blijkt correct te zijn. Harlekijn is net zo vrolijk als altijd en informeert of het een beetje wil lukken. Ach, ik heb een spoor. Of ik weet waar het uitkomt? Wat dacht je, op een onprettige plek. Harlekijn kan dat wel bevestigen, ik liever dan hij. Hmpf, wrijf het er maar in. Ik schijn echter toch goed bezig te zijn, Harlekijn legt me tenminste uit dat die ‘driehoek’ de Driehoekige Burcht is, dat vergemakkelijkt het zoeken wat. En dat de Kluizenaar tot de Cirkel behoort komt niet echt als een verrassing.

 

De weg verder volgend begint de temperatuur echt lastig te worden. Zo lastig dat ik me mentaal maar een dikkere vacht aanmeet. Boadice heeft dat allemaal niet zo door en het is niet aan mij om haar voor dergelijke kleine ongemakken te beschermen. Nee, laat haar het maar steenkoud hebben, dat bevestigt alleen maar het niveauverschil tussen haar en mij. En inderdaad lijdt Boadice in stilte.

 

Het terrein is echt bergachtig geworden als we eindelijk bij ons doel uitkomen, de Driehoekige Burcht. En uiteraard wordt deze belegerd, zucht. Het is een flink leger dat zich daar tegen de muren aan het kapot lopen is. En de verdedigers schuwen ook magische verdedigingsmiddelen niet. Ik zie in ieder geval diverse vuurballen tussen de aanvallers uiteen spatten. Dan spat er eentje vlak bij de muur uiteen, in het schijnsel een duidelijk silhouet: Dorian! Wat doet die hier? En is het wel hem? Dat laatste is vrij simpel te checken. Als Dorian zich in de Overschaduw bevindt, dan zou zijn troef hier moeten werken. Boadice? Ja natuurlijk kan ik zoiets zelf ook wel, maar waarom zou ik geen gebruik van Boadice maken? Is ze tenminste nog ergens goed voor.

Nu we weten dat Dorian zich inderdaad in de Overschaduw bevindt, wil ik wel aannemen dat hij in de burcht is. Dat roept nog steeds de vraag op wat hij daar doet en waarom hij aangevallen wordt. Tijd om de aanvallers eens te identificeren. Boadice!

Ja, ik weet het. Natuurlijk kan ik zo’n aanvoerder ook wel zelf vinden, maar weer geldt: waarom zou ik? Aan zelf doen valt geen eer te behalen. Stel dat Boadice het goed doet, dan heb ik me niet moe hoeven te maken. En verprutst ze de boel, dan is dat een teer punt waar je haar fijntjes op kunt wijzen. Nee, laat Boadice maar wat spelen.

Boadice blijkt best wel wat moeite te hebben met deze aanval, dit is volgens haar namelijk geen manier van vechten. Waarom zetten ze geen goed opgeleide soldaten in? Konden ze echt niets beters vinden? Ts, ts, ts, het is me al snel duidelijk dat Boadice het allemaal veel te fysiek benaderd. Zoals alles hier is ook deze aanval weer voornamelijk iets met de geest. En dan kan Boadice zelf wel bedenken dat je daarvoor aanvoerders nodig hebt op goede uitzichtpunten, bijvoorbeeld de plek waarop wij ons nu bevinden. Hier is echter geen aanvoerder te bekennen. Boadice kan zich echter voorstellen dat je bij een tekort aan aanvoerders posities op een punt van de burcht inneemt. Vandaaruit kun je namelijk twee zijden afdekken.

We gaan, voorzichtig, richting hoekpunt. Onderweg zie ik een valk overvliegen. Wel, vogels komen hier van nature niet voor, de valk is dus een spion. Ik hou niet van spionnen, en al helemaal niet van spionnen van een onbekende partij. Een greep naar de valk is snel gemaakt, helaas ontsnapt het mormel en vliegt het terug naar de Burcht. Hm, het was dus een spion van de verdedigers. Dat kan op zich niet zoveel kwaad. Trouwens wel opvallend dat Boadice wederom geen flauw benul heeft van wat er aan de hand was.

 

De aanvoerder, of eigenlijk aanvoerster, blijkt zich inderdaad bij de punt te bevinden. Het gaat om een vrij kleine vrouw met kort rood haar en groene ogen. Ze is geconcentreerd bezig en hoewel we haar van achteren naderen is ze zich meteen van ons bewust. Ze laat tenminste haar armen zakken en draait zich naar ons om. De aanval is afgebroken.

De vrouw heeft duidelijk mensenkennis, ze negeert Boadice volledig. Ik stel me beleefd aan haar voor als Panter, zij luistert naar de naam Grenade. Dat we beiden tot verschillende partijen behoren is onfortuinlijk maar niet geheel onverwacht. En uiteraard hebben we beiden zaken af te handelen aangaande de burcht. Ik wil erheen maar zie mijn route geblokkeerd, zij wil de burcht vernietigen. Dat zij niet inziet wat de Wakers ermee te maken hebben is haar probleem. Dat het een schande is dat die amateurs in de burcht zich ermee bemoeien vind ik eigenlijk ook wel. Volgens Grenade zou ik moeten weten waarom die burcht hier niet hoort te zijn. Ik opper voorzichtig dat ze wellicht iets in mijn briefing zijn vergeten, maar Grenade heeft geen zin het verder uit te leggen. Gelukkig zoekt ze geen ruzie, iedereen die uit de burcht wil vertrekken mag dat van haar, maar die burcht gaat eraan! Ach, ik wil ze dat best wel gaan vertellen. Waarop ik nog wacht?

 

we mogen er van Grenade door en dat is aardig, maar hoe komen we nu die burcht binnen zonder door de verdedigende robots aangevallen te worden. De makkelijkste manier lijkt me via een troef en dan doorhalen. Helaas blijkt de andere kant niet zo’n behoefte aan troefcontact te hebben. Dan maar op een andere manier. Aangezien alles hier met de geest werkt moet je je volgens mij er ook mentaal heen kunnen teleporteren. Enig probleem is dat ik dat nog nooit gedaan hebt, laat staan met van mij afhankelijke aanhang. Boadice hier dan maar achterlaten is natuurlijk een optie, maar ik vind dat zoiets stijlloos, dat doe je niet. Tijd voor wat experimentjes. Experimentjes die zo voorspoedig lopen dat we even later inderdaad boven op de burcht staan. Er bevinden zich hier alleen nog maar van die verdedigingsrobots, en er is hier een voor Amberieten leefbare bubbel gecreëerd. Dorian vinden is verder een fluitje van een cent, gewoon zijn spoor volgen. Dit spoor leidt naar de onderste verdieping, waar het een stuk kouder is, en een dichte deur.  Achter die deur horen we wat hakgeluiden. We kloppen en ik roep Dorian’s naam, mijn ware identiteit daarbij niet verbergend. Punt 1 is dat veel te vermoeiend tegenover hem en punt 2 komt hij me waarschijnlijk meer van pas als hij weet wie ik ben. We mogen in ieder geval binnen.

Dorian bevindt zich in een kamer waarin een grote bol gemonteerd is en die verder leeg is. Hij is geconcentreerd met de bol bezig, nou ja, was. Nu is het eerst tijd voor een gesprekje onder zes ogen. Een zeer bevredigend gesprekje mag ik wel zeggen, het is altijd plezierig om met iemand van je eigen niveau van gedachten te wisselen, helemaal als je er ook nog iemand bij hebt zitten die dat niveau duidelijk niet haalt.

Dorian blijkt te weten dat deze burcht van de Kluizenaar is en dat deze tot de Cirkel behoort. Onze informatie over Grenade verbaast hem niets. Er blijken hier nog meer mensen rond te lopen die allemaal als doel hebben eventuele interessante zaken uit de verkeerde handen te houden. Welke zaken, dat weet Dorian ook niet, en over de handen verschillen de meningen.

Trouwens toch typisch dat Boadice dit een geëigend moment vindt om zich in het gesprek te mengen met een verzoek om informatie over ‘wolven’, iets wat gevaarlijk genoeg is om een monoliet te bedreigen. Niet alleen waren we nu net met iets veel belangrijkers bezig, ook mist ze nog Dorian’s blik. Dorian kent duidelijk wel iets als ‘de wolven’, hij had ze alleen niet in deze context verwacht.

Terug bij ons eigenlijke onderwerp leer ik dat Rinaldo, Martin en Melusine hier ook zijn. Hm, niet echt lui die ik tot mijn boezemvrienden reken. Dat doen ze onderling klaarblijkelijk ook niet, iedereen zoekt tenminste voor zich. Ik opper te weten wat ze zoeken maar Dorian heeft de indruk dat er zich hier eventueel meerdere dingen kunnen bevinden. Eigenlijk gaat het om alles wat nog meegenomen kan worden. Gezien de eigenaar verbaast Dorian dat ook niet. Boadice kan haar mond weer eens niet houden en vraagt of Dorian dan weet wie die eigenaar is, of was. Zucht, uiteraard wrijft Dorian het er nog wel even in: “Jullie weten niet wie de Kluizenaar was?” Met een fijne glimlach laat ik hem weten dat het graag uit zijn mond zouden horen. Dat blijkt teveel gevraagd. Dorian beperkt zich tot het showen van een troef. Terecht. De troef is van Brand. Het enige positieve is nog dat dit bericht Boadice een stuk depressiever schijnt te maken, een status waarin ze heel wat beter te harden is.

Ik vraag Dorian naar zijn positie hier en hem staat het idee van spullen uit de verkeerde handen houden wel aan. Daarom probeerde hij ook de bol hier te vernietigen. Of hij dat inderdaad uit zulke nobele motieven probeerde, of simpelweg omdat de bol hier vast zit en dus niet meegenomen kan worden, terwijl de burcht op het punt staat te vallen voor de aanvallers, dat laten we maar in het midden.

Dorian blijkt hier gekomen te zijn via een troef van Melusine. Hm, ik wist niet eens dat dat kon. Aan de andere kant, Melusine is hier natuurlijk al wel vaker geweest. Rinaldo blijkt met Dorian doorgekomen te zijn. Ik zal maar niet vragen wat die twee te bespreken hadden, het feit dat ze een gesprekje hadden is vaak al interessant genoeg, voor Caine bijvoorbeeld. Zelf vertel ik Dorian van de test, Malachie en de stukjes duisternis. Dorian snapt de link naar die zwarte wolk. Als ik hem vertel over de hint die ik van Violet gehad heb, kijkt hij even op. De naam Violet heeft duidelijk betekenis voor hem. Boadice kijkt trouwens ook op, maar dan om een heel andere en veel kleinzieligere reden. Alsof haar rol in de ontmoeting met Violet enige importantie had. Dorian vraagt nadenkend of Violet over de Kluizenaar sprak alsof hij nog in leven zou zijn. Wel, ze gaf ons in ieder geval geen aanleiding om te denken dat hij dood was. Dorian beseft dat het wel om Violet gaat, maar Martin schijnt ook al zoiets gezegd te hebben. Dit kasteel zou er namelijk niet meer horen te staan als de Kluizenaar dood was, toch staat het er nog.

Dorian informeert vervolgens eens naar mijn kennis over wat er hier te vinden is, en belangrijker, waar het te vinden is. Waar weet ik niet, ik wist oorspronkelijk niet eens dat het zich wel eens hier zou kunnen bevinden. En voor wat betreft het wat heeft Boadice inmiddels haar geduld verloren. Totaal geen gevoel hebbend voor de schoonheid en evenwichtigheid van het gesprek tussen Dorian en mij blaat ze eruit dat het om een lijst met namen en plaatsen gaat. Zelfs mijn opvoedende terechtwijzing neemt ze niet ter harte. Wel, daar zal ze tezijnertijd spijt van krijgen. Het is nu eerst tijd om onze doelstellingen eens op elkaar af te stemmen. Boadice is wat mij betreft simpel, die is hier louter uit nieuwsgierigheid. Boadice schudt fanatiek haar hoofd maar wil pas achteraf uitleggen wat er nog meer achter haar aanwezigheid steekt. Vast slecht in het improviseren van redenen. Bovendien zijn we hier bezig met het afstemmen van doelstellingen, die van Boadice zouden dus wel aardig zijn. Mijn gok over haar nieuwsgierigheid blijkt te kloppen. Ze wil informatie over de wolven en een copy van die gezochte lijst. Dorian vraagt achteloos wie of wat die wolven dan wel mogen zijn waar Boadice het steeds over heeft en Boadice blijkt er niet meer van af te weten dan wat we van Violet gehoord hebben, eigenlijk niets dus. Tijd om haar even op haar plaats te zetten. Dat van die wolven moet ze maar aan Dworkin vragen, de volgende keer dat ze hem ziet. En wat die lijst betreft, die zou wel eens bijzonder explosief kunnen zijn, zo eentje van het type dat in niemands handen mag vallen. Dorian glimlacht fijntjes, hij beseft wčl waar we mee bezig zijn. Boadice niet, die probeert alleen maar zich slim voor te doen door te vragen of die lijst soms van het soort is waarvoor je gemarteld wordt als men denkt dat je hem kent. Ha, alsof ze zich dan niet van wat meer doeltreffende methodes zouden bedienen. Boadice knikt slechts en zwijgt weer, gelukkig.

Ik leg Dorian uit dat ik hier ben om uit te vinden wat er achter de gebeurtenissen met Malachie steekt terwijl ik uiteraard ook elke gelegenheid om de Cirkel dwars te zitten niet onbenut laat. Voor beiden lijkt de lijst een sleutelelement te zijn. Dat ik hier ook nog zo snel mogelijk weer weg wil zijn is iets dat Dorian zelf uit mag vinden.

Dorian is het met me eens dat we die lijst dus moeten vinden, maar hij wil nog steeds die bol hier kapot hebben. Boadice vraagt argeloos of die bol soms gevaarlijk is. Met een groot gevoel voor humor antwoordt Dorian: “In de verkeerde handen wel.” Maar genoeg gedold, ik vraag hoe ik helpen kan. Daarvoor moeten we eigenlijk eerst weten wat het doet. Dorian weet al dat je er personen mee op afstand kan zien. Boadice wil meteen weten of je er ook boodschappen mee kunt versturen, hobbyist. Dorian weet het in ieder geval niet, maar de bol werkt anders dan een troefcontact. Zelf heb ik een heel wat praktischere vraag, kun je er ook dingen mee zien. Ook dat heeft Dorian echter nog niet geprobeerd. Mooi, als we dat dan eens eerst gingen proberen? Zo kunnen we mooi die lijst vinden voordat de anderen dat doen. De bol kapot maken kan daarna altijd nog. Dorian vindt het op zich een goede suggestie en ik kijk hem verwachtingsvol aan. Dorian heeft er echter niet zo’n zin, volgens hem kan ik me vast een betere voorstelling maken van wat ik zoek. Bovendien werkt de bol heel gemakkelijk, je concentreert je gewoon eerst op die bol en daarna op wat je wilt zien. Hm, eerlijk gezegd wil ik die bol zelf inderdaad wel uitproberen. Zou Dorian me dan zo goed kennen?

 

Me concentreren op de bol blijkt inderdaad genoeg om het ding tot leven te brengen. Het voelt aan alsof mijn zintuigen zich veranderen, zich verbreden. Het hutje voor de geest halen lukt zonder problemen. De lijst is echter lastiger, het is namelijk vrij specifiek. Misschien dat je de bol wel kunt gebruiken voor dit soort speurtochten, maar dan niet op deze manier.

Tijd voor een andere benaderingswijze, ik concentreer me op het kasteel, een kasteel met geheimen. Ik voel hoe de bol naar mij kijkt, hoe er zich daar iets is wat zich van me bewust aan het worden is, iets dat nader onderzocht moeten worden. [Technisch: Het kasteel is nog steeds een projectie van de geest van Brand, er is dus ergens op een onbewust niveau nog een link. Die bol is een focus, en op dit moment is daar de hele essentie van het kasteel naar gefocust. Eng dus. Het is op dit moment nog niet iets bewusts, meer een reflex. De link is duister, donker, meer een soort zwart gat waar je ingetrokken wordt.]

Me steeds verder op de bol concentrerend ben ik er bijna als ik plotseling een fysieke belemmering voel. Hoewel ik die belemmering eigenlijk niet op prijs stel, mis ik de kracht om me daadwerkelijk te verzetten. Dan wordt de verbinding met de bol verbroken. Aaagh. Wat voel ik me beroerd zeg. Ik steek mijn kop tussen mijn poten en probeer de pijn wat weg te drijven. Er zijn nog twee andere hinderlijke aanwezigheden hier. Een persoon die ik herken als Dorian steekt een aantal vingers omhoog en vraagt hoeveel het er zijn. Alsof ik niet zou kunnen tellen, flauwekul allemaal. En wat er precies gebeurd is? Tja, iets met een zwart niets of zo. Iets waarvan de gedachten me alleen al de rillingen geven. Hoog tijd dat we hier gaan doen waarvoor we hier kwamen. Onze tijd begint namelijk op te raken.

          Murlas