26 februari 1993                Sessie 3                                   Afwezig: -

 


  Adrian en Alexander brengen de nacht door in het kampement van Benedict. Algo probeert on­dertussen zijn twee stomdronken metgezellen qua drank in te halen. Voorwaar een onmogelijke opgave. Als het licht wordt heeft hij dan ook wel genoeg gezopen en zoekt hij zijn bed op. Met behulp van twee bedien­den lukt dat nog ook.

  Alexander en Adrian zijn ook al laat. Pas tegen een uur of negen worden ze wakker. Terug kun­nen ze via Benedict's troef. Vanzelfsprekend vragen ze dat beiden afzonderlijk. Net zoals ze beiden afzonderlijk Rinaldo te spreken willen krijgen en ze beiden afzonderlijk ontbijten. Het enige verschil is eigenlijk dat Alexander in Amber ontbijt en Adrian in het kamp.

  In het kasteel begint er ondertussen ook wat leven in de brouwerij te komen. Tegen een uur of 12 is Dorian er in geslaagd zijn proces van ont­waken te voltooien. Murlas was daar al wat eer­der mee klaar en is in de bibliotheek verdwenen, hij heeft vast een heel duistere sectie ontdekt.

  Alexander heeft intussen ook al zijn succes geboekt. Hij had eerst een tijdje tevergeefs in de ontbijtzaal gewacht en vervolgens het personeel opdracht gegeven om Rinaldo na zijn ontbijt naar Alexander's kamer door te sturen. Deze aanpak werkt wonderwel, Rinaldo verschijnt namelijk aan Alexander's deur. En zo verneemt Alexander als eerste dat Rinaldo Dalt inderdaad kent. Rinaldo wist echter niet dat Dalt weer in de buurt was. Dalt is een zoon van Oberon, maar heeft alleen verschrikkelijk de pest aan Amber, eigenlijk al van jongs af aan. Hij is een huurling en erg goed met legers. Rinaldo is samen met hem op­gegroeid, maar voelt zich duidelijk niet verant­woordelijk voor Dalt's daden. Bovendien kan Benedict Dalt vast wel aan. Hij heeft al eerder tegen hem gevochten. Maar als Alexander iets van Dalt wil, kan Rinaldo wel onderhandelen. Het is tenslotte zijn vriend. Wel zal hij Dalt echt een goed aanbod moeten doen wil deze er op ingaan. En het dwars zitten van Amberieten is zijn lieve­lingsbezigheid, dus dat maakt het niet makkelij­ker. Rinaldo zegt echter met nadruk dat Dalt wel degelijk te koop is.

  Rinaldo verlaat net Alexander's kamer als hij Adrian tegen het lijf loopt. Deze wil precies het­zelfde weten. Rinaldo verwijst hem door naar Alexander, maar als Adrian te kennen geeft niet zo goed met zijn broer overweg te kunnen, strijkt Rinaldo over zijn hart en vertelt hij in een paar zinnen nog eens de essentie van zijn gesprek met Alexander. Voor de details zal hij echter toch bij de laatste moeten zijn.

  Zijn dag heeft Rinaldo duidelijk niet. Op weg naar de eetzaal wordt hij opnieuw aangeschoten. Dit keer door Murlas die hem toevallig vanuit de bibliotheek zag. Rinaldo heeft er duidelijk geen zin in, maar Murlas laat zich niet afschepen, hij gaat gewoon mee eten. Gelukkig hoeft Rinaldo het verhaal niet voor de derde keer af te draaien, Murlas wil iets anders weten. Alhoewel, geluk­kig?! Murlas opmerking dat Caine nog verdacht veel tekenen van leven vertoont slaat in als een bom. Als de bom op Caine's begrafenis bijvoor­beeld. Dat met Caine was volgens een officieel geregistreerde vendetta die met Caine's dood beëindigd was, of beter gezegd, zou zijn. Rinaldo weet zeker dat hij Caine heeft doodgeschoten in Deiga, de schaduw van de Gouden Cirkel. Hij was daar samen met wat broers, Rinaldo had Bleis nog bijna te pakken gehad. Caine was in ieder geval mors- en morsdood, Rinaldo had zelfs nog voor die mooie bomexplosie op Caine's begrafenis gezorgd. Echt vakwerk dus. Maar als Caine zich niet aan de spelregels wil houden en steeds weer opstaat, dan hoeft het voor Rinaldo dus echt niet meer. De vendetta is wat hem be­treft afgelopen en daarmee basta. Wat zijn moeder doet moet ze zelf maar weten.

  Dorian werd dus tegen een uur of 12 wakker. Na zich even verfrist te hebben bruncht hij zelf wel wat in de keuken in elkaar. Het keukenperso­neel is er duidelijk niet zo over te spreken maar laat openlijk niks merken.

  Na aldus iets in zijn maag te hebben gaat hij op zoek naar Murlas, er moet hem echt iets dwars zitten. Dat blijkt inderdaad het geval te zijn. Dori­an treft Murlas in de bibliotheek en informeert naar afgelopen nacht. Zijn vrees dat het echt was wordt bewaarheid, Murlas heeft het gevonden stukje karton nog steeds in zijn bezit. Ze specule­ren dat het misschien wel een troef van de Abyss is. Het enige probleem is dat je in de Abyss geen referentie hebt, waardoor je daar ook geen troef of Patroon kunt gebruiken. Teruggaan wordt dan wel heel rottig.

  Aangezien zowel Murlas als Dorian er verder niet zoveel vanaf weten, zoekt Dorian maar eens troefcontact met Fiona. Uiteraard lukt dat. Ze blijkt bij een exemplaar van het Patroon te zijn, deze heeft een groenige lucht. Als Dorian zijn verhaal gedaan heeft meldt Fiona dat de spiegel­gang soms bij mensen verschijnt en die kunnen er dan iets mee. De gang bevindt zich ergens in het kasteel, maar de exacte locatie wisselt. Niemand kan hem met opzet vinden. De betrokkenheid van Murlas bij het geheel is zoals gewoonlijk onwel­kom nieuws. Helemaal omdat Caine volgens Fiona al twee keer begraven is. Maar de spiegel­gang betekent volgens haar in ieder geval dat het iets met Dorian te maken heeft. Bij het horen van de harpij neemt ze eigenlijk aan dat Dorian die dood gemaakt heeft, maar wegjagen is ook goed. De kaart klinkt haar verder als een val in de oren, Dorian moet er van haar maar voorzichtig mee zijn. Dorian zelf gelooft niet zo erg dat het een val is, waarom zou iemand dat zo omslachtig doen? De meewarige blik van Fiona spreekt ech­ter boekdelen. Ze biedt verder aan om de troef te onderzoeken, maar dan moet Murlas het wel afgeven. Dorian denkt niet dat Murlas daartoe bereid is, en neemt vervolgens afscheid van haar. Het spreekt voor hem dat hij Murlas ook volledig inlicht.

  Ik zou verder haast Algo vergeten. Hij was tegen een uur of 11 al bezig met wakker te wor­den. Een proces wat een stuk bevorderd zou wor­den door een sauna. Even ernaar laten vragen leert al snel dat Benedict wel eens zoiets geïnstal­leerd heeft, en uiteraard is het dus niet al te luxu­eus. Daardoor niet ontmoedigd gaat Algo er lek­ker met zijn hele troep in. En dan is het werken geblazen, plus een berichtje aan Onkel Mike of hij samen met Algo wil eten. Krijgt hij hem ten­minste nuchter te spreken. Random komt daarop wel even langs. Hij verschilt met Algo over de mate van dronkenschap gisteravond (niet versus stomdronken), maar zich drukken voor het banket moet wel kunnen. Er zou een heel goed visrestau­rant bij de haven moeten zijn. Merlin heeft het hem aangeraden. Verder schijnt Gerard er ook geweest te zijn.

  Alexander is ondertussen in de bieb, een plaats waar hij zich nog wel dagen zoet kan houden. Zijn troef zal vanmiddag bezorgd worden.

  Adrian zoekt Dorian, maar treft hem niet op zijn kamer. Daarop besluit hij maar naar de biblio­theek te gaan. Niet naar de sectie geweld waar zijn broer zo verdiept zit te studeren, maar naar de sectie magie. Ach, het voordeel is in ieder geval dat hij Alexander zo niet ziet. Wel hoort hij daar toevallig stemmen. Is eentje daarvan niet Dorian? Inderdaad. Adrian gaat er meteen op af. Hij treft Dorian in diep gesprek met Murlas. Geen probleem voor Adrian, met een beleefde buiging probeert hij Murlas bot naar de uitgang te dirige­ren. Murlas is een dergelijke behandeling echter gewend en laat zich er niet door van de wijs brengen. En die vriendelijke glimlach van hem belooft niet veel goeds. Als Murlas dan ook op­merkt dat Adrian, aangezien zijn boodschap niet dringend was, ook best later terug kan komen, druipt Adrian al snel af. Dorian belooft hem na zijn gesprek met Murlas wel op te komen zoeken.

  Na deze interruptie afgehandeld te hebben gaan Murlas en Dorian weer verder met het overleg over de gevonden troef. Fiona had gesuggereerd om er met het Patroon naar te kijken. Murlas maakt zich echter zorgen om wat er mis kan gaan. Dorian ziet de risico's wat minder somber in en probeert het uiteindelijk gewoon, belangstel­lend gadegeslagen door Murlas. Hij ziet allemaal blauwe lijntjes over het oppervlak flitsen, het is duidelijk dat deze troef niet met het Patroon werkt. Het doet echter wel aan een troef denken. Aangezien Dorian bij het kijken niet in rook is opgegaan, durft Murlas er ook wel met het Pa­troon naar te kijken. Hij kijkt met de intentie wat hij er mee moet, Dorian wil meer weten wat voor macht er dan wel achter zit.

  Ze worden het al spoedig eens dat het tijd wordt een expert te raadplegen. Terwijl Adrian en Alex­ander rustig verder lezen gaan ze dan ook op weg naar Algo. Deze is bezeten aan het werk, maar Murlas heeft dat varkentje al eens eerder gewas­sen. Hij loopt, met Dorian in zijn voetspoor, dan ook rustig door en gaat kalm over Algo's schou­der mee staan kijken. Deze kijkt al spoedig ver­stoord op. De zwarte kaart is volgens hem een troef, een troef die werkt. Hij voelt vrij koud aan. Ook komt de troef hem erg bekend voor. Het voelt exact aan als een troef van zijn leermeester, Galoran, alleen zit hier een extra kracht achter. Murlas blijkt die naam ook wel te kennen. Verder beweert Algo dat de kracht van troeven universeel is, iets wat Dorian toch anders verteld was. Ver­der weet Murlas nu zeker dat Caine dus ook troefkracht moet bezitten, de kracht die hij afgelo­pen nacht gebruikte om Murlas op die wereld te zetten was net zoiets als in die troeven zit. Algo blijkt afgelopen nacht ook iets meegemaakt te hebben, maar wil dat nu niet vertellen. Murlas nodigt zichzelf dan wel even uit voor het etentje met Random. Hij zorgt er daarbij wel voor dat hij naar Algo gaat in plaats van andersom.

  Dorian gaat vervolgens maar eens met Adrian babbelen. Deze verontschuldigt zich eerst omstan­dig maar beleefd voor zijn gedrag en wisselt verder info over elkaars ervaringen van afgelopen nacht uit. Aan het einde van de middag komt Fiona bij Dorian langs met een setje troeven. En verder gaat Dorian nog bij zijn vader langs. Bij hem blijkt weinig gebeurd te zijn, Dorian krijgt haast het idee alsof de tijd hier stil staat.

  Adrian en Alexander eten in het kasteel, het is rustig aan het diner. Adrian licht daarbij Vincent in, deze vindt het allemaal heel interessant.

  Alexander krijgt bij terugkeer op zijn kamer nog een onaangename mededeling van Teena, zijn zwarte panter. Het blijkt dat ze een andere zwarte panter is tegengekomen. Deze voelde volgens haar vreemd. Het was hier in het kasteel. Als Alexander vervolgens bij een bediende informeert weet deze echter niets van een andere zwarte panter. Volgens hem is Teena de enige, of je zou de dierentuin van Gerard moeten bedoelen. Ver­der vraagt Alexander eens naar de troef die allang bezorgd had moeten zijn. Dit blijkt inderdaad het geval te zijn, alleen had de jongste bediende vergeten de troef af te geven.

  Murlas is even voor zevenen bij Algo gearri­veerd, en even later arriveert Random ook. Ran­dom is onopvallend gekleed met veel zichtbare wapens. Algo vindt, in tegenstelling tot Random, zijn floret voldoende. Murlas draagt helemaal geen zichtbare wapens en heeft ook niet zoveel zin er eentje in de wapenzaal te gaan halen. Een indrukwekkend maar volkomen onbruikbaar to­neelzwaard is hem goed genoeg. De bedoeling is tenslotte een gevecht te voorkomen. Een bedoe­ling die wonderwel slaagt. Zonder moeilijkheden arriveren ze in de Zeebrieslaan, een echte achter­buurt. En de bijnaam 'Dodemansteeg' blijkt niet voor niets. Je ziet er inderdaad af en toe een lichaam liggen. Het restaurant, 'Bloody Andy's' is hier echter aan gelegen. Het drietal komt eerst binnen in een soort bar en gaat via de klapdeur­tjes door naar achteren. De eetzaal blijkt gelukkig iets neutraler qua sfeer. Er zit zelfs een heel sjiek stel, en verder nog een wat duister figuur. De bestelling is simpel, 3x de specialiteit van het huis. Dit blijkt voor vandaag een of andere zalm­schotel te zijn. En een waanzinnig goede. Algo vertelt verder dat hij afgelopen nacht door Dwor­kin opgehaald is, in een troefkaart van Galoran is gestapt, en vervolgens bij Galoran arriveerde. Evenals Algo is Murlas duidelijk verbaast dat Galoran een shapeshifter blijkt te zijn.

  Algo snapt er verder niets van, hij is er nog steeds van overtuigd dat het Random was die hem naar Telgam gebracht heeft, en deze weet zeker van niet. Random is er duidelijk niet zo over te spreken dat iemand zich als hem voordoet. Hij weet dat Dworkin het zou kunnen, en Oberon ook. De macht komt van de Chaos kant, en Mer­lin zou het ook moeten kunnen, maar zo goed? Bij het vergelijken van herinneringen komen ze er in ieder geval achter dat het om het stuk gaat waarin Algo van de Aarde naar Telgam is ge­bracht. Daarvoor was het wel Random zelf waar Algo mee optrok.

  Murlas moet uiteraard ook zijn verhaal vertellen en meldt met zichtbaar plezier dat Caine nog niet weet dat hij dood is. Random vindt het duidelijk niet leuk. Hij vertelt dat Caine de eerste keer een schaduw van zichzelf heeft laten ombrengen om de rest te kunnen bespieden. Maar daarna heeft hij gewoon zijn plek ingenomen en meegewerkt voor Amber. Rinaldo heeft hem neergeschoten toen Caine op een diplomatieke missie was. Ri­naldo heeft zelfs nog een bom op zijn begrafenis gegooid. De troef vindt hij verder inderdaad vreemd. Dworkin zou er misschien wel meer over weten, alleen vind je die alleen als hij gevonden wil worden.

  Na aldus de gevraagde informatie te hebben verkregen, neemt Murlas afscheid van Algo en Random. Hij wenst ze nog een prettige avond, iets wat zonder zijn aanwezigheid meteen een stuk beter lukt. Als het tweetal later naar huis gaat, blijkt de lijkenvoorraad buiten alweer ver­nieuwd te zijn.

 

  De volgende dag komt Murlas stipt op tijd bij Algo voor de vervaardiging van zijn troef. Deze heeft speciaal voor hem op een verhoging en soort kasteelachtergrond vervaardigt, compleet met rode en zwarte gordijnen en een volle maan. Het spreekt Murlas duidelijk aan. De sessie wordt verder alleen verstoord door Dorian, die de geko­pieerde troeven komt distribueren. Algo is hier duidelijk niet zo blij mee. Hij wou eigenlijk dat er maar drie kopieën van zijn troef gemaakt werden, maar de kopie die Dorian aan Murlas geeft is de laatste. Iedereen heeft er nu dus eentje.

  Wat Algo's groep artiesten betreft kan ik nog melden dat deze uit 9 mensen bestaat. De jongste is weliswaar 20, toch bestaat de groep niet uit jong grut. Zo is de oudste bijvoorbeeld rond de 50 en lopen de meesten tegen de dertig aan. Wel geldt er voor een ieder dat er gezond geest in een gezond lichaam zit.

  Alexander is zijn ervaring in het kamp van Benedict nog niet vergeten en vraagt naar troeven van Amber. Helaas blijkt de stapel in de biblio­theek op te zijn.

  Murlas zit verder weer in een of andere obscure hoek van de bibliotheek te studeren als hij van Adrian een briefje krijgt toegeschoven. Erop staan excuses voor de interruptie en voor Adrian's belachelijke gedrag de vorige dag. Adrian schrijft dat hij Murlas graag persoonlijk had gesproken had, maar hij wilde hem niet nog een keer storen. Murlas vindt dit toch te ver gaan en vertelt vrien­delijk dat Adrian hem hiervoor best even had mogen storen. Verder vergeeft hij Adrian ruim­hartig zijn gedrag van gisteren. Hij heeft van Alexander gehoord wat Adrian meegemaakt heeft en kan er best inkomen dat hij gisteren dus wat uit zijn doen was. Wat Murlas betreft kan er dus zand over, maar ergens houdt Adrian het gevoel dat hij ook onder dat zand ligt.

  Algo krijgt verder wat te stellen met zijn gezel­len. Die hebben het hier wel gezien en vervelen zich. Algo maant ze nog even geduld te hebben.

 

  De volgende dag probeert Algo via de daarvoor verantwoordelijke bediende een optreden te rege­len. Dat lukt wonderwel, ze kunnen die avond invallen bij een koopman. Het optreden is een groot succes. Na afloop drinken ze er in diverse bars nog eens op. Pas bij terugkeer merken ze dat er eentje ontbreekt. Algo zet meteen alles om alles om deze terug te vinden. Ze blijkt een of twee kroegen geleden te zijn weggegaan met een onguur heerschap. Een soort zeeman of zo, maar niet echt een lekkere. Hij had een hangsnor, don­ker haar en een litteken op zijn wang. Als Algo hem met aanwijzingen van de waard tekent valt hem pas op wat een engerd dat is. Niemand blijkt hem verder te kennen, en dat terwijl de tekenin­gen toch overal verspreid worden. De dag erop slaagt de wacht er pas in het lijk te vinden. Uiter­aard in de havenbuurt. Ze is duidelijk een pijnlij­ke dood gestorven, de wachters vermoeden zelfs dat ze is doodgemarteld. Haar oorbel heeft ze nog, Algo ontfermt er zich over. Verder staat hij erop dat dit tot op de bodem uitgezocht wordt.

  Als de groep hoort van de rampspoed die Algo getroffen heeft, gaat Adrian meteen naar hem toe om zijn condoléances over te brengen. Algo wil echter door niets en niemand gestoord worden. Zo aangeslagen is hij.

  Als de groep om de troeven vraagt, stuurt Algo het standaarddek, maar niet de troeven die hij van Adrian en Murlas gemaakt heeft. Murlas neemt hier duidelijk geen genoegen mee. Hij gaat naar Algo toe, en als hij bij de bediende bot vangt schuift hij die gewoon opzij. Algo wil Murlas echter echt niet zien en zet hem zonder pardon weer buiten. Iets wat Murlas zich dan toch maar laat welgevallen.

  Gelukkig blijkt Julian nu wel bereikbaar te zijn, evenals Benedict. De aldus verkregen troeven van Adrian en Murlas worden door Fiona gekopieerd. Ze kopieert ook de troef van Amber, die is toch wel makkelijk. Voor het complete dek heeft ze echter geen tijd en kracht.

  Alexander gaat op zoek naar Dworkin. De be­diende die hij aanspreekt en Random weten echter niet waar hij te vinden zou zijn. Ze raden hem aan het bij Fiona te proberen. Als er iemand een kans maakt is zij het. Alexander informeert verder bij Corwin naar de zwarte troef, maar deze wil er eigenlijk niet over praten.

  Dan wordt het tijd voor wat experimenten in verband met die troef. Murlas laat zich in een pikzwarte kamer opsluiten, waarna Alexander via Murlas' troef contact met hem zoekt. Dat contact lukt wel, maar hij ziet Murlas niet. Hij kan hem dus ook niet uit de kamer trekken. Murlas ziet Alexander echter wel, en door zijn in het niets uitgestrekte hand aan te nemen kan hij zichzelf er vervolgens doorheen trekken.

  Adrian gaat nog bij Corwin langs. Hij is nog steeds kwaad op hem, maar wil toch een nieuw begin maken. Corwin is anders dan vroeger, Adri­an trouwens ook wel. De laatste heeft in ieder geval het idee dat hij met zijn vader gesproken heeft, iets wat hij lange tijd niet gehad heeft.

  Fiona wordt bij aflevering van de kopieën door Dorian geïnformeerd. Ze weet verder te melden dat ze de troef van Algo inderdaad niet gewoon kon kopiëren. Ze moest het via het Patroon over­zetten op een lege Patroon troef. Iets dergelijks heeft ze ook een keer met een Logrus troef ge­daan. Dat was trouwens nog moeilijker aangezien ze daarbij het Patroon niet kon gebruiken.

  Fiona is door alles wat ze gehoord heeft nieuws­gierig genoeg geworden zich de opoffering van een bezoek aan Murlas te getroosten. Het blijkt inderdaad dat de troef geen Patroon of Logrus troef is. De kracht is hetzelfde als die in de troe­ven van Algo, alleen zit er in deze een extra dimensie. Net zoiets als het verschil tussen het Patroon en het Juweel des Oordeels. Het zou volgens haar een poort kunnen zijn, een soort terminal. Ze weet niet of het gevaarlijk is om het bij je te dragen. Het is mogelijk dat het je krach­ten vervormt, en het kan ook best zijn dat daar eerst een zekere tijd overheen gaat. Ze wil het wel verder onderzoeken, maar dan moet ze het wel meenemen. Gezien het aanstaande vertrek van de groep ziet Murlas daar maar van af.

  De groep verneemt verder dat de zwarte een­hoorn waarschijnlijk door iemand door de schadu­wen geleid zijn, maar die persoon was er niet meer om ze terug te leiden toen ze verslagen werden. Er zijn wel een paar gevangenen onder­vraagt. Benedict kent de schaduw waar ze uit kwamen niet, maar erg interessant zal het voor de groep niet zijn, zeker niet als blijkt dat ze door een zekere generaal Dalt geleid werden.

  Dan staat Dworkin plotseling naast de groep. Hij is verbaasd dat ze nog niet vertrokken zijn. De zwarte troef kent hij wel. We merken nog wel wat die doet.

  Rest me alleen nog te vertellen dat de groep, met uitzondering van de rouwende en zich in Telgam afzonderende Algo, de schaduwen in vertrokken is. Op zoek naar iemand die ze iets over de zwarte eenhoorn kan vertellen. Adrian gaat daarbij op Beiaard, zijn 6-potig rijdier.

 

Maurice