2 juli 1993                      Sessie 9                                   Afwezig: -

 

                                  Waarheen leiden de wegen die de familieleden gaan?

 

 


    Een vrouw met zwart haar staat stokstijf stil. Ze kan zich niet bewegen. En dat terwijl ze langzaam in reepjes wordt gesneden met een mes door ons aller vriend Azrain. Hij heeft er duidelijk plezier in. De vrouw denkt even iets te horen, maar dat moet verbeelding geweest zijn. Of toch niet? In een flits werpt er zich iemand op Azrain en wordt deze bewusteloos gemept. De verlamming valt van de vrouw af. De helse pijn helaas niet. Ze kan nog maar net voorkomen dat ze flauw valt. Haar redder blijkt een sterke man. Hij vraagt bezorgd of hij haar mag verzorgen. De vrouw is niet echt in de positie dit te weigeren. De man blijkt Gerard te heten, de vrouw Boadice. Gerard is op weg naar Amber, slaat het lichaam van Azrain over een schouder, en laat Boadice voorop bij hem op het paard zitten. In een hell-ride be­geeft het drietal zich naar Arden, vanwaar ge­woon verder gereisd wordt naar Amber. De stad en het kasteel komen Boadice bekend voor. Al­leen is het allemaal wat kleuriger dan in haar herinne­ring. Niet dat ze veel tijd heeft om erover na te den­ken. Gerard draagt haar het paleis in en laat haar direct door zijn bedienden verzorgen.

    Als haar verwondingen verzorgd zijn, verkent Boadice het kasteel maar eens. De diverse schil­derijen krijgen haar volle aandacht. Uiteindelijk komt ze bij een trap terecht die naar beneden leidt. Daar blijken de gangen een maatje groter te zijn. Ook treft ze er een open deur met daarachter de bibliotheek! De kronieken van Amber vindt ze niet interessant, het glazen vitrinekastje met daar­in een paar setjes troeven wel. Helaas zit dat dus weer typisch op slot. Dan maar verder. Ze hoort geroezemoes en gaat er op af. Het geroezemoes komt van een groep mensen die druk staan te overleggen over twee bewustelozen. Boadice ziet onmiddellijk dat een van die twee haar overvaller is. Ook ziet ze de roodharige man van haar eer­dere bezoek aan een dergelijke plaats. Om wat meer te weten te komen spreekt ze de eerste de beste persoon aan, een hele knappe dame. Deze blijkt echter ook zeer uit de hoogte te zijn en bekijkt Boadice met zo'n blik van wat heb je hier te zoeken meid. Boadice laat echter niet over zich heen lopen en kijkt terug met een houding van ik hoor hier. Dat is dus een typisch geval van jam­mer want ze wordt zonder plichtplegingen de kamer uitgezet.

 

    Alexander bevindt zich in Arden. Tevreden eet hij samen met Thena de buit van de jacht op. Dan ruikt Thena iets en inderdaad verschijnt er achter Alexander een hem welbekende jongeman met een getrokken zwaard, Dalt. Deze wil het afge­broken gevecht graag voortzetten maar Alexander voelt daar niks voor. Beiden weten dat Dalt ster­ker is. Maar als Dalt er opstaat dat ook in een gevecht bevestigd te zien, heeft Alexander geen keus dan daar aan toe te geven. Hij is teveel Amberiet om zich zo zonder tegenstand af te laten slachten. In het gevecht probeert Alexander zich puur defen­sief op te stellen, maar hij komt er al spoedig achter dat dat toch niet zo'n gelukkige keuze is. Hij heeft moeite om overeind te blijven en de druk wordt alleen maar groter. Als hij op een gegeven moment zijn eerste verwondingen begint op te lopen geeft Alexander zich maar gewonnen. Dalt accepteert het en beschouwt Alexander nu als zijn gevangene.

    Alexander wordt samen met Dalt naar een roodharige dame getroefd (Thena gaat ook mee). De deal voor Alexander is heel simpel: Dalt heeft een klusje voor hem, Alexander voert die uit, en daarna is hij weer een vrij man. Alexander beseft dat hij op het moment van zijn overgave de keuze eigenlijk al gemaakt had en luistert dus maar naar zijn opdracht. Dalt blijkt hulp nodig te hebben voor het uitschakelen van een tovenaar. De pre­cieze situatie legt hij wel uit in de stafkamer, die zich ook in dit alleraardigst paleisje blijkt te be­vinden. Het land waarin ze zich bevinden schijnt Kashfa te heten. Ze bevinden zich nu in de hoofdstad, en Alexander schat in dat ze zich waarschijnlijk ook in het paleis van de hoofdstad bevinden. De tovenaar zit in een afgelegen deel van het land, midden in de moerassen. Het is moeilijk om hem daar te bereiken. Dalt wil het doen door hem van een paar kanten aan te vallen en Alexander's taak wordt het een deel van de troepen aan te voeren. Het doel is vrij simpel, de executie van de tovenaar. Dalt werkt verder met een huurlingenleger. Hij heeft daarbij verschillen­de typen troepen tot zijn beschikking. De troepen zijn vooral nodig om Dalt, Jasra (de roodharige dame) en Alexander dicht genoeg bij de tovenaar te brengen om hem aan te kunnen vallen. Jasra zorgt er dan wel voor dat ze binnen kunnen ko­men. Daarna wordt het knokken. Terloops infor­meert Dalt of Alexander ook een bescherming tegen magische spreuken heeft. Als Alexander te kennen geeft dat hij geen ervaring met magie heeft vindt Dalt dat dom. Nou ja, dan heeft Alexander maar minder overlevingskansen, Dalt kan er niet mee zitten.

    Rinaldo komt ook nog even aanwippen in de stafkamer. Hoewel hij Alexander in Amber al ontmoet heeft stelt hij zich voor alsof hij hem niet kent. Alexander kiest er verder voor een gedeelte van de grondtroepen te leiden en wordt aan hen voorgesteld als generaal Alexander.

    Zodra hij alleen is neemt Alexander troefcontact op met Benedict en ligt hij hem in. Benedict is niet echt blij met de situatie maar heeft in princi­pe geen bezwaar. Zolang Alexander's acties maar niet tegen Amber gericht zijn tenminste. Hij waarschuwt Alexander wel op te passen. Verder belooft hij hem uit te zoeken wat er gebeurt is met de troeven die Murlas bij zich droeg.

    Over de eerste slag van Alexander's troepen kan ik kort zijn. Als ze het moeras intrekken krijgen ze daar veel, heel veel, roze golems tegen­over zich. De troepen blijken er geen partij voor te zijn. Alleen Alexander kan er nog de nodige uitschakelen. Ook hij kan echter niet verhinderen dat ze gewoon het moeras uitgesodemieterd wor­den.

    Alexander klopt dan bij zijn broertje om hulp aan maar krijgt nul op zijn rekest. Adrian sug­gereert hem wel om het eens bij Random te pro­beren. Alexander kijkt echter wel uit en wendt zich weer tot Benedict. Gezamenlijk nemen ze de strategie door. De relatie met de zwarte eenhoorn maakt het verder voor Benedict nog een beetje verteerbaar.

    Na het overleg rukt Alexander voor de tweede keer op. Volgens Benedict was hij te solistisch bezig. Als aanvoerder moet hij juist het beste uit zijn troepen zien te halen. Dat beste blijkt dan te bestaan uit 20 man, ofwel 10% van zijn oor­spronkelijke 200 man. De rest verliest hij onder­weg tegen de golems. Maar dit keer arriveert hij tenminste bij de toren, waar Dalt en Rinaldo ook al staan te vechten. Jasra leidt de luchttroepen. Verder blijkt Dalt al te weten dat de golems met de zwarte eenhoorn te maken hebben.

 

 

    Adrian keert van de Aarde terug in Amber. In het kasteel treft hij tegenover zijn kamer het smakeloze schilderij van Lush aan de muur. Hij weet niet hoe snel hij het daar vanaf moet halen en plaatst het vervolgens maar omgekeerd in zijn kamer.

    Even later is hij bij zijn vader op bezoek. Hij vertelt Corwin dat hij naar Merlin op zoek wil. Corwin vindt het prima en biedt zelfs aan hem daarbij te helpen.

    Vader en zoon begeven zich gezamenlijk naar het diner, waar het verder vrij rustig is. Corwin smoest echter wel wat met Random en halver­wege het diner heeft de laatste dan een medede­ling. Hij vertelt de aanwezigen dat er een nieuwe ambassadeur voor de Hoven nodig is nu Merlin daar de touwtjes in handen heeft. Hij had daarbij aan Fiona gedacht, maar die vertikt het hardnek­kig om boven water te komen. Corwin is echter wel beschikbaar. Benedict heeft Random nog niet kunnen bereiken, maar die moet ook maar mee. En Bleys ook. Oh ja, Adrian schijnt ook graag mee te willen.

    Na afloop van het diner brengt Adrian bij Cor­win Lush ter sprake. Corwin is niet onder de indruk. Er zijn vrouwen genoeg. En zijn oplossing voor de concurrentiestrijd die Adrian met Algo voelt is al even simpel, een duel. Corwin wil best voor secondant spelen.

    Dan vernemen ze dat er iets aan de hand is. Voor een dichte deur treffen ze Boadice. Corwin, een man met donker haar en een snor, stelt zich uiteraard hoffelijk aan haar voor. Als hij verneemt dat ze met Gerard is meegekomen begrijpt hij het al. Boadice legt echter toch maar even uit wat er gebeurd is en Corwin biedt meteen aan even te gaan kijken hoe de vork in de steel zit. En met een klap sluit hij de deur voor de neuzen van Adrian en Boadice. Dit geeft Adrian wel de gele­gen­heid om met dit knap­pe in het wit geklede en blauwogige ­fami­lielid ken­nis te ma­ken. Boadice legt uit dat ze al wel van Amber gehoord had, maar dat het allemaal nogal vaag was. Zelf heeft ze wel tussen werelden gelopen maar is ze nog nooit in Amber geweest. Adrian legt haar vervol­gens uit dat er meerdere mensen zijn die door schaduwen kunnen lopen. Van Yaslin, Boadice's jongere zus, heeft hij echter nog nooit gehoord. Ze moet veel op Boadice lijken, maar Boadice is haar kwijt geraakt.

    Adrian en Boadice willen verder nu toch wel eens weten wat er zich nu eigenlijk achter die deur afspeelt en kloppen maar eens beleefd aan. Flora doet open, laat hen weten dat ze dat wel zullen merken en doet de deur weer dicht. Tot zover de gebeurtenissen achter de deur.

    Boadice vertelt dan aan Adrian dat zij en Yaslin beiden het Patroon hebben gelopen. Ze dacht eerst dat het hier was, maar het lijkt allemaal toch net iets anders. Ze weet niet of haar zus het patroon overleeft heeft, ze heeft haar na het Patroon niet meer gezien. De vent met het rode haar is volgens Adrian Bleys.

    Adrian vindt de informatie van Boadice belang­rijk genoeg om nogmaals de deur te trotseren. Dit keer doet Corwin open. Als hij hoort dat Boadice familie schijnt te zijn heeft hij er in de kortste keren Bleys bij gehaald. Deze constateert dat de anderen het ook best zonder hem af kun­nen, dumpt Adrian en gaat gezellig met Boadice zitten kletsen. Het blijkt dat haar moeder Magdala van het koninkrijk Verdiga is. Bleys legt uit dat Am­ber op de berg Kolvier ligt. Op het topje van de berg zijn 3 treden. Als de maan schijnt leiden deze naar de spiegelstad. Deze stad heeft een paar vreemde eigenschappen. Zo kun je er visioenen tegenkomen. Boadice weet dat. Het was dus waarschijnlijk een visioen van Bleys dat ze was tegengekomen. En dat ze in die spiegelstad het patroon heeft gelopen snapt ze ondertussen ook wel. Ze legt uit dat ze er is gekomen via een spiegel in een vertrek in de wereld waar ze is geboren.

    Het gesprek wordt even onderbroken door de aankomst van Corwin, die Adrian in zijn kielzog meesleept. Met zijn vieren praten ze vervolgens verder. Boadice vertelt waar ze is opgegroeid en hoe ze, zonder dat ze het wist, het patroon heeft gelopen. Sindsdien heeft ze rondgedwaald door de schaduwen. Het is voor haar een hele schok nu plotseling allemaal anderen te treffen die het ook kunnen. Ze weet verder niet wie van de Ambe­rieten haar vader is, maar als ze dat voor haar uit zouden kunnen zoeken zou Boadice ze heel dank­baar zijn. Haar vader stond in haar geboortewe­reld een paar jaar bekend als de rode tovenaar.

    Als Boadice zich later naar haar kamer wil begeven is het Bleys die zich het voorrecht van haar begeleiding weet te verwerven. De spullen die ze had worden snel bij Gerard's appartement opgehaald en Boadice wordt op haar eigen kamer geïnstalleerd.

 

    Murlas zit ondertussen nog steeds in quarantai­ne als er zich een nieuw gezicht laat zien: Gerard depo­neert een Murlas welbekend lichaam in een stoel. Even later is hij terug met Random, Bleys en een stoet nieuwsgierige familieleden (oftewel, eindelijk wordt duidelijk wat er zich ach­ter die vermaledijde deur afspeelde). Nie­mand van de fami­lie blijkt een flauw benul te heb­ben hoe je iemand over kan zetten naar zijn oude lichaam. Uiteinde­lijk wordt Azrain's lichaam vastgezet in kettingen met een vreemde gloed en probeert Murlas con­tact te leggen met Azrain's geest. Deze slaapt echter. Dan vormen de Ambe­rieten een soort mentale keten en wekken ze Azrain. Azrain is sterk maar kan tegen deze ge­combineerde kracht niet op. Alleen Murlas maakt geen onder­deel van de keten uit en als hij dan ook contact probeert te leggen krijgt hij een vol­ledige geeste­lijke aanval over zich heen. Een aanval waar hij totaal geen tegen­stand tegen biedt. Voor Murlas gaat het licht uit.

    Als hij later weer bijkomt bevindt hij zich ein­delijk weer in zijn vertrouwde lichaam. De fami­lie is daarvan echter nog niet geheel overtuigd. Murlas suggereert heel terecht het gebruik van de troef. Eerdere experimenten bij Julian hebben al aangetoond dat die met de geest werken en niet met het lichaam. Random neemt daar echter geen genoegen mee en verkiest een psychische aanval. Murlas heeft inmiddels een ruime ervaring in het verliezen van dergelijke aanvallen, maar toch geeft hij zich niet gewonnen. Met al het weinige dat er in hem zit verzet hij zich tegen deze on­gewenste indringing en verliest aldus wederom het bewustzijn.

    Voor de tweede keer bij kennis komend ver­neemt Murlas dat Random nu genoeg weet. Hij zal voor het familietribunaal moeten verschijnen. Azrain wordt zonder plichtplegingen afgevoerd, en Murlas verdwijnt in de cel. Het is er donker en vies. Zijn enige lichtpuntje is dat hij nu tenminste zijn vaardigheden terug heeft. Niet dat hij hier veel aan het Patroon zal hebben. En zijn troeven is hij kwijt. Julian gelukkig niet, deze belooft wel een advocaat voor Murlas te regelen.

    Julian komt zijn belofte inderdaad na. Murlas' advocaat blijkt Bill Rough te heten, een van de Aarde afkomstige man die in Amber beland is. Hij vindt Murlas' verdediging, het was maar eens schaduwwezen, te zwak aangezien de moord wel in Amber plaats vond. Dan gooit hij het liever op onrechtmatig verkregen bewijs. De zaak ziet er volgens hem best positief uit, alleen zal hij weinig kunnen doen aan eventuele vendetta's of duellen. Die vallen namelijk buiten het familierecht.

 

    Algo staat klaar voor zijn afspraakje met Lush. Ze is er echter niet. Voor een troeftekenaar geen punt. Uiteraard heeft hij wel een troef van haar getekend en neemt hij nu maar op deze onsympa­tieke wijze contact met haar op. Lush is verbaasd maar went er snel aan. Het afspraakje was ze gewoon glad vergeten. Algo wil nog steeds uit, maar Lush heeft Amber intussen wel gezien. En dus laat Algo zich door Lush overhalen om in Beverly Hills te gaan stappen. Het is wel even wennen, maar toch leuk. Al met al gaan ze er flink tegenaan en als Algo tegen de middag weer terugkeert in Amber gaat hij dan ook meteen slapen.

    Als hij eindelijk uitgeslapen is gaat Algo maar eens op zoek naar Adrian. Tot zijn misschien niet geheel onverwachte teleurstelling is zijn meester­werk 'Lush in bad' spoorloos verdwenen. En van Adrian is geen spoor te bekennen. Een bediende weet te melden dat de jongeheer zich in de groene salon bevindt, en ja, hij is daar in gezelschap van De Familie. Liever dan zijn familieleden onder ogen te komen neemt Algo maar eens troefcontact met Adrian op. Adrian deelt Algo's teleurstelling over de verwijdering van het schilderij niet en stelt voor Flora te vragen of een dergelijk aan­stootgevend iets eigenlijk wel kan. Algo heeft zijn aandacht er echter niet helemaal bij. Hij ziet iets in zijn ooghoeken bewegen en zowaar, het schil­derij hangt terug. Alleen ruikt het hier nu naar sigaartjes. Een geur die niet komt van het sigaar­tje dat Lush's mond plotseling siert. Nee, het komt van Violette, wier gezicht inmiddels zicht­baar is ge­worden. Algo heeft al gemerkt dat ver­zet niet helpt en gooit het nu over een andere boeg. Al slijmend en hielelikkend weet hij haar er inder­daad toe te bewegen zich helemaal te laten zien, ze is het met hem eens dat ze er knap ge­noeg voor is­. Maar Al­go's liefde is wat haar betreft zeker niet weder­zijds. En met een knip is ze weer ver­dwe­nen.

    Adrian is ondertussen naar Flora gestapt en die geeft hem gelijk, het schilderij is duidelijk als een klap in Adrian's gezicht bedoeld. Maar als hij nog een secondant zoekt, ze heeft wel tijd. Adrian zoekt meteen troefcontact met Algo (geweigerd) en gaat dan naar zijn vertrekken. Algo weigert open te doen, waarop Adrian hem door de deur heen uitdaagt. Een uitdaging die Algo lafhartig naast zich neerlegt. Volgens goede familietraditie wordt Algo's deur vervolgens gebrast, maar in het daarop volgende gevecht tussen de geesten blijkt Algo toch iets te sterk. Adrian komt de kamer niet verder in. Woedend vertrekt hij.

    De volgende dag ziet Algo ziet het duel waar hij de hele tijd zo naar heeft lopen vissen toch niet echt zitten en neemt hij troef­con­tact op met Dorian. Of deze Adrian niet het duel uit zijn hoofd kan pra­ten of anders Al­go's secon­dant wil worden. Ad­rian heeft wel wat an­ders aan zijn hoofd (waar­over later meer) maar belooft wel met Ad­rian te zullen praten. Voor secondant heeft hij echter voorlopig even geen tijd.

    Boadice ziet ondertussen de ingetrapte deur even verder in de gang en maakt aldus kennis met Algo. Als ze merkt dat hij een troefschilder is heeft ze meteen een hele rits vragen klaar. Wat ze zich vooral afvraagt is of het wel veilig is en of het ook tegen haar zin kan. Dat Boadice een echte Amberiet is leidt kortom geen twijfel. Helaas gaat het gesprek al spoedig over op meer onschuldige onderwerpen zoals muziekinstrumenten. Boadice blijkt allerlei gekke instrumenten uit totaal ver­schillende schaduwen gespeeld te hebben.

    Terwijl het tweetal nog gezellig aan het keuve­len is komt Adrian weer binnen zetten om Algo officieel uit te dagen. Algo probeert er zich we­derom onderuit te praten, maar Adrian wil van geen wijken weten. Of het nu komt omdat Algo nu wel nuchter is of omdat hij niet af wil gaan in het bijzijn van Boadice, Algo accepteert in ieder geval zuchtend de uitdaging en zal Algo binnen nu en twee weken de plaats en het wapen laten weten.

    Na deze onderbreking kletsen Algo en Benedict vrolijk verder. Familie is volgens Algo iedereen die wat te vertellen heeft. Random is hier de koning en Bleys en Corwin zijn broers van elkaar. Flora is Algo's moeder en je kunt er volgens hem het beste bij uit de buurt blijven. Gerard is ook zo'n broer, maar dan eentje met spierballen. Bo­adice grijpt de gelegenheid aan ook eens wat nader te informeren naar haar overvaller. Algo herkent de beschrijving meteen en ligt haar maar wat graag in over dit familielid dat over belang­stelling toch al niet te klagen heeft.

    Adrian licht ondertussen Corwin in. Deze wil  Adrian wel helpen, maar de opdracht gaat voor. Adrian geeft verder te kennen het een vreemd idee te vinden om met Benedict te reizen. Bene­dict heeft tenslotte de schaduw waar Adrian van­daan kwam verwoest. Corwin legt hem echter uit dat hij dat toch echt verkeerd begrepen heeft. De schaduw van Adrian is verwoest door troepen, Corwin weet niet meer precies welke. Maar Be­nedict is gewoon in een schaduw gaan wonen die daar wel wat op lijkt en die toevallig ook Avalon heet.

    Algo en Boadice zijn ondertussen nog niet uitge­kletst en het gesprek keert daarbij vanuit Boadice steeds terug op de troeven. Wie kunnen ze bij­voorbeeld nog meer tekenen? Algo is meer in andere dingen geïnteresseerd en biedt aan haar door het kasteel rond te leiden. Een aanbod wat simpel en resoluut door Boadice afgewimpeld wordt.

    Nadat ze eindelijk bij Algo vertrokken is gaat Boadice Adrian maar weer eens opzoeken. Dit komt heel goed uit want Adrian is op zoek naar haar. Wonder boven wonder vinden de twee el­kaar ook nog. In zijn onnavolgbare ijver alles uit te leggen begint Adrian zich meteen weer te verontschuldigen en vertelt hij over Lush. Boadice vindt het allang goed. Eindelijk eens geen gehaaid familielid maar iemand die een beetje normaal tegen haar is en haar gewoon dingen uitlegt.

 

    Caine vraagt aan Dorian om nog even stil te houden dat hij nog in leven is. Hij moet eerst nog even wat afhandelen alvorens hij zijn familie­plichten weer op zich wil nemen. Dorian zit on­dertussen nog steeds met Murlas in zijn maag. Caine laat echter op niet mis te verstane wijze weten dat hij zelf toch wel weet wiens vader hij is. Bovendien is Caine hier toch de oudere van de twee en heeft hij volgens de familie etiquette dus gelijk. Dorian is de laatste om dat te bestrijden maar vraagt zich wel af wie er dan de vader van Murlas is. Hij is tenslotte wel degelijk een Am­beriet. Misschien moet Caine zich er toch maar eens mee bezig gaan houden.

    Dorian brengt dan het gesprek op zijn moeder en vertelt over de droom die hem naar die scha­duw met die harpij heeft gebracht. Hij vraagt zich af of er manieren zijn om een troef het idee te laten geven dat je dood bent. Caine heeft bewezen dat het mogelijk is zoiets bewust op te wekken. Volgens Caine kan het echter ook onbewust ge­beuren, dat heeft Corwin wel aangetoond. In de tijd dat hij zijn geheugen kwijt was leek hij ook voor de troef dood. Maar mocht Dorian's moeder nog leven dan zal Caine alles doen om haar weer bij de familie te krijgen, daarvoor heeft Dorian Caine's woord. En wie is Dorian om aan het woord van een Amberiet te twijfelen? Uiteraard zit er een addertje onder het gras. Het kan zijn dat Caine hiervoor een keer een beroep op Dorian moet doen. Caine geeft daarbij te kennen al met deze zaak bezig te zijn. Ondertussen kan Dorian hem mooi met een ander probleempje helpen, Diana. Diana is Caine's pleegkind, maar ze be­hoort ook tot de familie. Caine vindt het zo lang­zamerhand tijd worden dat ze daar eens kennis mee maakt en het patroon loopt. Zelf heeft hij daar geen tijd voor, maar een dergelijk rotklusje lijkt hem geknipt voor Dorian. Ze heeft verder geen verplichtingen, dus problemen voorziet Cai­ne niet. Dat Dorian eigenlijk met een privé zaak bezig is doet niet terzake. Dat kan ook wel wach­ten. En uiteraard weet Diana nog van niets. Aan Diana uitleggen dat ze met Dorian meemoet zal Caine wel lukken. Dan is het onderwerp van het gesprek terug en wordt er over meer onschuldige onderwerpen gepraat.

    De volgende dag wordt er gezeild. Wylde (door wat eenvoudigere lieden zoals ondergetekende ook wel Wild genoemd) is niet echt enthousiast. Uit­einde­lijk weet Diana het mormel met een snelle bewe­ging te vangen en kunnen ze gaan. De dag is verder best wel leuk en relaxed. Dorian heeft bij zijn pogingen om Wylde aan boord te krijgen het beest een vismaaltje beloofd en maakt die belofte ook inderdaad waar. Tegen de avond is iedereen weer behouden terug.

    De volgende dag vertrekken Dorian en Diana bij Caine. Diana laat blijken het wel leuk te vin­den kennis te gaan maken met haar familie. Als Dorian doorvraagt blijkt Caine haar verteld te hebben dat ze nog familie van haar ouders in leven was en dat Dorian, die toch die kant op ging, haar mee zou nemen. De familieleden zou­den in een plaats moeten wonen die Amber heet. Caine heeft haar verder wel eens gezegd dat hij niet haar vader was, maar over haar ouders wou hij verder nooit met haar praten in verband met een belofte. De familie in Amber zou trouwens van vader's kant moeten zijn.

    Dorian besluit dat een geleidelijke introductie waarschijnlijk het beste is. Langzaam begint hij te shiften, iets wat hem al snel een verbaasde blik van Diana oplevert. Ze zou de omgeving moeten kennen, maar toch is deze plotseling anders. Do­rian grijpt dit aan om eens het een en ander te gaan uitleggen. Hij begint me het feit dat hij en Caine zelf familie van haar zijn. Vervolgens legt hij uit over Amber en schaduwen. Aan het onbe­grijpende gezicht van Diana te oordelen gaat het geheel hem niet zo goed af.

    Na veel, heel veel praten krijgt Dorian het er uiteindelijk toch een beetje in hoe dat nu met Amber zit en weet hij haar ook duidelijk te ma­ken dat Caine voor de familie dood is en dat nog even zo wil houden. "Oh, ze hebben ruzie. Komt wel goed hoor." Zuchtend beseft Dorian dat dit onschuldige wicht nog veel te leren heeft.

    De uitleg over troeven verloopt iets minder moeizaam, maar als Diana wat al te enthousiast over haar familie doet, moet Dorian toch weer ingrijpen. Volgens hem doen deze zich altijd aardiger voor dan ze zijn. Hijzelf uitgezonderd natuurlijk. Om te zorgen dat ze hem altijd kan bereiken geeft hij zijn troef.

    Dan wordt het tijd voor een ander heikel on­derwerp, Dorian's vriendin. Het valt gelukkig mee, Diana is maar al te bereid Dorian mee te helpen met zoeken. En zo gaan ze op weg. Een weg die toch niet zo lekker loopt, het lijkt wel of Dorian nu minder houvast heeft bij het shiften. Door zich puur op Suzanne te concentreren weet hij toch het spoor te volgen. Hij krijgt daarbij het gevoel dat hij in een cirkel rondgaat en terugkeert naar waar hij vandaan komt, richting aarde dus. Op een gegeven moment belandt het tweetal in een vrij rustige, landelijke omgeving, vlakbij het plaatsje Wittebrug. In deze schaduw zou het moe­ten zijn. Door wat rond te shiften probeert Dorian een betere plaatsbepaling te krijgen en zo komt hij uit bij een oprijlaan van een groot huis. Een vraagt aan een toevallige passant leert dat dit het gekkenhuis is. Inderdaad ziet het er wel zeer rustgevend uit. Binnen vraagt Dorian naar Suzan­ne Wyman. Na een momentje te heb­ben moeten wachten wordt hij naar een oudere man geleid. Dorian valt meteen het portret op dat er hangt. Een portret van Suzanne, alleen is ze er al wat ouder op en heeft ze een heel lege uitdruk­king op haar gezicht. De man vraagt wat Dorian's relatie met Suzanne is en deze legt uit dat hij een goede vriend van haar is. Hij blijkt inderdaad aan het goede adres te zijn. Suzanne is erg lang in deze inrichting geweest, maar helaas is ze onlangs gestorven. Ze was inmiddels meer dan 80 jaar oud.

 

      Maurice