29 oktober 1993                Sessie 14                  Afwezig: Willem-Jan

 

                                                          Bart, proficiat jongen!

 

 


      Murlas trekt wat meer informatie over Lisa uit Martin. Deze zegt haar tegen het lijf gelopen te zijn in Angel's City. Hij werd pas achterdochtig over haar toen ze hem van kant wilde meppen. Martin slaagde erin Lisa bewusteloos te meppen en vond toen de zwarte troef. Aan familie dacht hij pas later.

      Ze shiften verder, het landschap wordt desola­ter, vreemder, ver van Amber, echt raar. Ze moe­ten grote sprongen maken. Op een gegeven mo­ment krijgen ze een soort drukkend gevoel in hun oren. Een schaduwstorm, en het spoor gaat er dwars doorheen.

      Met hun Ambertroef bovenaan besluiten de twee het risico te nemen en volgen ze het spoor. Ze voelen hoe het hard gaat waaien en  zien hoe er om hen heen blauwe vonkjes ontstaan. Het lijkt wel of het stuk schaduw waarin ze hier zitten kapot gescheurd wordt. De paarden zijn ze al spoedig kwijt, en Murlas ziet op een gegeven moment ook Martin verdwijnen. Hij zet echter door en voelt dan een aan­wezigheid. Het blijkt Lisa te zijn, en ze heeft een witte bol. Net nu het echt spannend begint te worden bedenkt Murlas echter dat Amber toch zo gek nog niet was.

      Terug in Amber probeert hij eerst een troef­contact met Martin te krijgen. Dat lukt niet, bo­vendien voelt de kaart nou niet bepaald zo koud aan als zou moeten. Gelukkig heeft Random met­een tijd voor een onderhoud. Als hij op de hoogte wordt gesteld reageert hij pissig. Dit had Martin duidelijk niet achter mogen houden. Random kan er niet omheen dat Murlas er verstandig aan heeft gedaan even terug te gaan, maar uit alles spreekt dat hij liever had dat Martin degene was geweest die teruggegaan was. Murlas mag dan ook als de wiedeweerga terug om Martin op te halen, de bol te bemachtigen en als het even gaat Lisa gevan­gen te nemen. Lisa mag dood, maar levend heeft toch veruit de voorkeur. Murlas haalt dus met­een een nieuw paard en reist via een hellride terug. De schaduwstorm woedt nog steeds en het duurt dan ook niet lang of het paard doet het niet meer. Te voet krijgt Murlas al snel last van de wind. De wind is niet alleen fysiek, hoewel hij daar wel het meeste last van heeft. Door zich iets aerodynami­scher op te stellen weet Murlas het ongemak toch redelijk te bestrijden. Genoeg in ieder geval om op een gegeven mo­ment Lisa weer te zien. De bol ligt dit keer op de grond, niet zo gek als je be­denkt dat ze in ge­vecht met Martin is. Zonder zich te be­denken maakt Murlas een snoekduik naar de witte bol. Op het moment dat hij deze aanraakt ver­vlechten de blauwe lijnen zich tot een soort blauwe maca­roni. Lisa duikt er doorheen en Mar­tin volgt. Murlas wil het tweetal wel volgen, maar is te laat De macaroni heeft zich al opgelost. Ook de schaduwstorm verwaait nu. Van Martin is gen spoor te bekennen. Aan­gezien de bol Murlas flink stoort in zijn gebruik van het Patroon, legt deze de bol neer en neemt hij flink wat afstand. De bol is nog net zichtbaar. Als hij vervolgens echter troefcontact op wil nemen verschijnt er een zwar­te eenhoorn. Een eenhoorn die het duidelijk op Murlas voorzien heeft. Murlas geeft zich over aan zijn paniek en laat zijn lichaam zich zo snel mog­elijk uit de voeten maken.

 

      Dorian probeert contact met Algo te krijgen om hem over Alice te vertellen. Als dit niet lukt shift hij naar een wilde kat en laat deze een brief­je met 'Beste Algo, Violette heeft nog een zusje Alice, komt ook naar je toe, groetjes Dorian' bezorgen.

      Dorian en Diana shiften verder naar Witte­brug. Dorian denkt dat de tijd er inmiddels wel weer wat langzamer gaat. Zowel van de power als van Suzanne zijn er wel sporen te vinden. Dorian kiest voor Suzanne. De omgeving wordt al snel exotischer, zuidelijker, warmer, bloemrijker. De kleding van Diana en hemzelf houdt Dorian zo volledig mogelijk, zij het wel wat luchtiger. Het rijdier wordt een kameel, de omgeving een savan­ne met in de verte geel-blauw gestreepte wezens. Er verschijnt een gids van 2,4 meter met een groot kap­mes, een speer en een vuurrode huid. De omgeving is nu echt warm. Precies als ze een rustpauze willen houden laat Dorian een oase met een helder meertje verschijnen.

      Na de pauze voert de tocht weer door scha­duwen met meer vocht. Dorian heeft het gevoel dat ze opschieten. Dan zien ze in de verte witte huisjes met bloemen aan zee. De kamelen zijn weer paarden geworden, de gids is verdwenen. Het zwaard van Diana is wat sierlijker. En deze havenstad is het dus. Helaas levert een concentra­tie op iets wat hier niet thuis hoort niet meer dan glimp op, ergens in de stad.

      Over de stad gesproken, de wezens die hier wonen zijn menselijk, alleen hebben ze puntoren en een huid die olijfachtig van kleur is. Het haar is vaak zwart en soms donkergroen en de vrou­wen dragen het lang. Velen hebben bloemen in het haar. Qua kleding zijn wit en felle kleuren in, en sommigen dragen ook nog wat op hun hoofd. Kort­om, Do­rian en Dia­na val­len op.

      De schepen in de haven zijn rank en de men­sen spreken met een zwaar (Surinaams) accent. Tofeh, een toevallige voorbijganger, is bereid beide vreemdelingen naar een herberg te brengen. Deze wordt gerund door Orboh, zijn neef. Dorian en Diana nemen twee naast elkaar liggende ka­mers aan de achterzijde en geven op dat ze uit Amber komen. De twee kamers willen ze met ontbijt en voor minstens twee nachten. Orboh klapt even en dan komt er een meisje van onge­veer 13, Fridah, die ze naar hun kamers brengt. Deze zien er redelijk uit, maar hebben geen stromend water.

      De twee Amberieten besluiten in de stad wat te gaan eten. Dit blijft vooral veel fruitachtig spul te zijn, en soms ook pannekoekjes. Het eten is vaak gekruid en de porties zijn niet groot. Men eet hier ook wat vaker als elders.

      Aangezien Suzanne echt een avondmens is gaat Dorian een geestelijke verbinding met Diana aan om zo gezamenlijk naar haar te kunnen zoe­ken. Dia­na blijkt niet zo sterkt te zijn als Murlas, maar de verbin­ding gaat wel makkelijker. Dorian zoekt weer naar die glimp. Het wordt donker voor zijn ogen, hij hoort muziek, de muziek die Suzan­ne zong toen hij haar leerde kennen. Het is een heel inge­togen lied over eenzaamheid en het wordt nu met andere instrumenten vertolkt.

      Dan wordt Dorian zich ervan bewust dat hij niet meer alleen is. Hij staat in het midden en om hem heen staan een aantal gedaantes in een cirkel. Buiten de cirkel kan Dorian niet zien, het lijkt wel zo'n donker toneel waarop 1 spot gericht is.  De figu­ren zijn sta­tisch maar aan­we­zig en hij kan niet naar ze toelopen. Het zijn alle­maal vrou­wen, hun ge­zich­ten zijn niet te zien. Pal voor hem staat een vrouw in het rood. Hij ziet haar in pro­fiel. Haar aanwezigheid is niet zo sterk als die van de anderen, maar hij hoort wel weer die muziek bij haar. Rechts­voor hem staat een vrouw in het zwart. Deze ziet hij van achte­ren. Ze voelt ver weg en tegelijk wel en niet vertrouwd. De vrouw rechts­ach­ter is in het groen. Ze staat naar hem toe gericht, voelt redelijk dichtbij, en vertrouwd. Pal achter staat een vrouw in het blauw. Ook deze staat naar hem gekeerd en voelt het dichtste bij. Dorian denkt dat dit Diana is. Links­ach­ter Do­rian staat een vrouw in het bruin. Haar ziet hij in pro­fiel. Ze voelde niet zo vertrouwd en tegelijk ver weg en dichtbij. De vrouw links­voor is in het oran­je en heeft haar rug naar Dori­an toege­keerd. Ze voelt ver weg en niet vertrouwd. Dorian pro­beert con­tact te maken met de rode. Deze draait daarop naar hem toe en de muziek wordt sterker. Tege­lijkertijd vervagen de anderen.

      Met een sprong is Dorian uit zijn trance en terug in het restaurantje waar ze in zaten. Helaas is Diana hem niet gevolgd. Dorian weet haar via het Patroon echter redelijk vlot terug te leiden. Ze weet niet wat er gebeurd is. Gelukkig voor haar weet Dorian dat wel, hij heeft nu de locatie van Suzanne. Het blijkt een soort life café te zijn waarin ze optreedt. Overeenkomstig de plaatse­lijke gebruiken heeft ze nu puntige oren en een olijfkleurige huid. Na haar optreden volgt Dorian haar backstage (na wat lui te hebben omgekocht). Suzanne heeft ook het plaatselijk accent overge­nomen, maar herkent Dorian meteen. Ze weet niet precies wat haar overkomen is, maar wel dat het met Dorian te maken heeft. En ze zou het toch wel heel fijn vinden als hij nu ook nog even hun zoon zou opsporen.

 

      Merlin blijkt een aardige jongeman  met don­ker haar, een snor en baard te zijn. Hij lijkt dui­delijk meer op Corwin dan op Adrian. De be­groeting is hartelijk. Het groepje ambassadeurs arriveert in een kleine zitkamer. Adrian begroet zijn halfbroeder met de historische woorden: "Hoi." Rhiane doet een keurig knikje, maar wel zo minimaal dat het eigenlijk een grof schandaal is, Boadice imiteert Rhiane en verontschuldigt zich voor haar eigen roestigheid. Maar gelukkig geeft Merlin allemaal niet zo om die poespas. Hij is blij met hun aankomst en vertelt ze vertrouwe­lijk dat het hier echt een heksenketel is. Hij is nog maar pas koning, en het valt hem best tegen. Verder kan het hier gevaarlijk zijn voor Amberie­ten, dit ter waarschuwing. Merlin onderscheidt drie politieke partijen.

      Zelf behoort hij tot de progressieven. Deze groep streeft naar samenwer­king en openheid. De groep heeft helaas niet de meerderheid van de families achter zich.

      De ultraconservatieven vormen het andere uiterste. Zij zien het ontstaan van het Patroon als een historische vergissing die het best maar zo snel mogelijk gecorrigeerd kan worden. Weg met Amber dus.

      De derde groep zit tussen de twee uitersten in. Ze richten zich puur op de Hoven en zijn er ei­genlijk voor Amber maar volledig te negeren.

      De eerste minister van de Hoven is Mandor, een halfbroer van Merlin van moeder's kant. Verder kan over de top eigenlijk alleen gezegd worden dat het er nogal broeit. Iedereen probeert invloed te krijgen en er zijn nogal wat families gesneuveld. De enige reden dat er nog 32 grote families zijn is dat die er altijd zijn. Sterft er eentje uit dan wordt een kleine familie gepromo­veerd.

      De nieuwelingen vernemen dat Amber van oorsprong uit de Hoven afkomstig is. Dworkin, de schepper van het Patroon, komt namelijk uit de familie Barimen, een familie die inmiddels al lang en breed is uitgeroeid.

      De drie groentjes krijgen van Merlin ook nog een gids mee, Frewar. Deze komt van een familie die onlangs uit ballingschap is teruggekeerd. Hij raadt ze verder aan niet teveel zijn eigen gezel­schap op te zoeken. Om Merlin zelf vinden na­melijk de meeste intriges plaats, hoe dichter daar­bij hoe gevaarlijker. Maar de Hoven zijn sowieso gevaarlijk. Ze mogen echter van Merlin rustig rondkijken.

      Frewar Escallwyn blijkt een zwierige jonge­man met een baardje, een snor, een blouse met allemaal frutseltjes en groen fluweel, een zwierige mantel en een sierlijke degen. Hij wordt eerst aan Adrian voorgesteld en begroet de vrouwen met een handkus en een smeltende blik.

      De rondleiding begint met Frewar die door een muur heen loopt. Dit blijkt de normale manier te zijn om je van kamer naar kamer te begeven. Ze komen uit in een andere kamer en schaduw, de groene zaal. Er zweven dingen in. Boadice constateert nu al dat terug niet kan (ze kwamen midden in de zaal uit) en een gids dus essentieel is.

      Aangezien beide dames, uiteraard, te kennen hadden gegeven wel even een toilet te willen bezoeken, wijst Frewar ze  even discreet op een paar pilaren. De toiletten daarachter blijken zich aan te passen aan wat de dames gewend zijn. Adrian gebruikt dit moment om wat extra infor­matie bij Frewar in te winnen. Hij leert dat het gevaarlijk is zomaar ergens heen te lopen, Frewar informeert daarbij discreet of het waar is dat de Amberieten hun vorm niet kunnen veranderen. Voor zover Adrian beweert te weten is dat inder­daad waar voor hun drieën. Dat blijkt in de Ho­ven een nadeel aangezien niet alle schaduwen geschikt zijn voor het menselijk lichaam. In de Hoven kan iedereen van vorm veranderen.

      Als de twee dames weer terug zijn, loopt het groepje een keer om een pilaar heen en komt dan in een oranje zaal. Van hier gaan ze naar een gang met witte en zwarte tegeltjes en schilderijen aan de muur. Frewar legt uit dat Merlin hier reeds begonnen is met de herinrichting van het paleis. De schilderijtjes komen van een plaats waar Mer­lin lang gewoond heeft. Ze zien er raar en heel futuristisch uit.

      De ruimte voor het aperitiefje blijkt maar een muur verder te zijn. Als Boadice iets opvangt over het veranderen van vorm springt ze daar meteen op in. Het blijkt dat vormveranderaars meestal een aantal basisvormen hebben die ze makkelijk aan kunnen nemen. Alle andere vormen gaan ook, maar deze kosten aanzienlijk meer energie. In de Hoven is deze vaardigheid aange­boren. Ter demo laat Frewar zijn hand wel even in een klauw veranderen. Verder gaat helaas niet, aangezien hij daar niet op gekleed is.

      Bij het aperitief wordt het groepje jonge Am­berieten trouwens voorgesteld aan Torgil Baen en Sarana Thilzy. Torgil is een wat langere en se­rieuzere jongeman met blond haar, een vriend van Frewar. Volgens Rhiane's inschatting moet hij een goede vechter zijn, Frewar is trouwens ook best soepel. Torgil's kleding lijkt wel op die van Frewar, maar is minder frutselig. Sarana draagt soortgelijke kleding, al is ze een vrouw. Een vrouw met rood, krullend haar. Alledrie dragen ze een kroontje op de blouse en verder valt op dat ze de koning rustig met Merl aanduiden.

      Zowel Adrian, Boadice als Rhiane willen wel eens wat plaatselijks proberen als drankje, en inderdaad ziet hun drinken er wel chaotisch uit. Het schuimt, het verandert van kleur en het smaakt op zijn zachtst gezegd merkwaardig, naar alles tegelijk.

      De grote zaal waarin ze zich bevinden is trouwens aardig gevuld. De meeste aanwezigen zijn in hun menselijke vorm, dit vanwege het bezoek uit Amber. Bij echt formele gelegenheden neemt men trouwens vaak zijn chaos vorm aan.

      Dan krijgt Adrian een schok. Hij herkent een van de vrouwen die langs loopt. Een vrouw met kort, blond haar en hele felle, blauwe ogen. Haar blik is hooghartig en Adrian weet zeker dat zij die vrouw was die op een van de troeven van Sand stond. Ze blijkt Tirga van Ysarn te heten, hoofd van de familie te zijn en tot de ultra-conservatieve kliek te beho­ren. De familie Ysarn schijnt een beetje op zichzelf te staan. De kinderen van Tirga zie je bijvoorbeeld nooit ergens. Tirga moet een actieve dame zijn, een soort oorlogsheldin. Ze heeft in de voorste rijen meegevochten en trekt nog steeds wel eens rond. De huizen Hendrake en Helgram mogen zich het meest in haar belangstel­ling verheugen.

      Terwijl Frewar zo enthousiast aan het vertellen is gooit hij per ongeluk de inhoud van zijn glas over een andere jongeman heem. Deze is gepi­keerd en eist meteen genoegdoening. Morgen om 12 uur in de groene zaal dus. Duels blijken hier tot het eerste bloed te gaan, over het algemeen zijn ze dus niet dodelijk. Frewar denkt dat de ander, Terny Austan genaamd, gewoon wat sja­grijnig was. Hij is namelijk helemaal hoteldebotel van Gilva Hendrake, maar die dame heeft ge­zworen dat ze alleen zal trouwen met degene die haar in het gevecht verslaat. Gezien het feit dat ze een Hendrake is, een bijzonder lastige opgave. De Hendrakes zijn nu eenmaal nogal goed in vechten. Wat wil je als je het bloed van Benedict in je familie hebt. Het blijkt dat ze tijdens de oorlog Benedict hebben weten te verleiden met Lindra Hendrake om zo zelf een troonopvolger te kwe­ken. De daaruit geboren dochter Lintia is in de familie opgenomen. Lintia kreeg als dochter Mayal, die weer een dochter had met de naam Sym. Deze Sym is getrouwd met Jill, het huidige hoofd van het huis Helgram. Uit deze verbintenis is Dara geboren. Deze Dara heeft Corwin weten te verleiden, nog steeds in het kader van het ko­ninklijke fokprogramma. Een bijzonder succesvol programma trouwens, want hun zoon Merlin is nu inderdaad koning. Dara heeft trouwens ook nog wel zonen van andere mannen. Heer Jut bijvoor­beeld. Gezien haar afstamming van Benedict kun je Dara trouwens nog als Amberiet beschouwen, zelfs het Patroon heeft ze gelopen.

      Het diner blijkt een grootse aangelegenheid. Aan de hoofdtafel alleen zitten al honderd man. Merlin wordt geflankeerd door een man met wit haar, zijn eerste minister Mandor. Mandor's va­der, Sawall, is met Dara getrouwd. In tegenstel­ling tot Jutt en Despil stamt Mandor echter uit een vorig huwelijk van Sawall. Merlin is door Sawall ook in de familie geaccepteerd en het is door die lijn dat hij koning geworden is.

      De drie jonge Amberieten behoren duidelijk niet tot de honderd belangrijkste mensen in de Hoven. Ze zitten aan een van de bijtafels in ge­zelschap van hun drie nieuwe vrienden. Torgil blijkt van een minor familie af te komen, wat betekent dat hij zijn positie bij de royal guard puur door kunde heeft weten te bemachtigen. De koninklijke garde is een van de drie belangrijke gardes. De staatsgarde staat onder leiding van Mendor. En dan is er ook nog de serpentgarde onder Lord Bances Amblerash, de hogepriester van de serpent kerk. Het spreekt vanzelf dat de serpent garde een hartstikke conservatief clubje van bemoeials is. Net zoals de koninklijke garde het kroontje als symbool heeft, heeft de serpent­garde een serpent als teken. De staatsgarde heeft geen teken, alleen eigen kleuren: wit, zwart en blauw. Ze zijn wel het grootste van de drie. De kleuren van de koninklijke garde zijn wit, zwart en groen en die van de serpentsgarde wit, zwart en rood.

      De 32 belangrijkste families bestaan over het algemeen uit enkele tientallen tot wel honderd leden. Verder tellen de Hoven veel bedienden. Daar zitten ook vreemde wezens als demonen tussen.

      Adrian is het hele diner bezet. Een onophou­delijke stroom van jonge, huwbare dames van goede komaf worden aan hem voorgesteld en Adrian is in bijna iedereen zeer geïnteresseerd. Het is maar goed dat Frewar hem zo af en toe even redt. Uiteraard gaat zo'n goede partij ook Lady Emall Grice niet voorbij. Zij is een belang­rijke dame met grijs haar, het hart van het sociale leven in de Hoven. Oftewel, ziehier de evenknie van Flora. Ook heeft ze zo'n stuk of acht huwba­re dochters, die allemaal echt keurig opgevoed zijn en dus prima bij Adrian passen. Grice arri­veert samen Berice Omega. Berice is het hoofd van het huis Omega, een huis dat vroeger tot het conser­vatieve kamp behoorde. Toen haar man stierf heeft Berice echter meteen het kasteel op­nieuw gedecoreerd en ze geldt nu dan ook als een aut­horiteit op dat gebied. Adrian kan dat echter zelf gaan bekijken, Benice nodigt hem namelijk uit voor een soiré. Aangezien Adrian niet kan wei­geren, accepteert hij deze. De uitnodiging strekt zich ook uit tot zijn metgezellen.

 

To be continued,

 

                          Maurice