17 december 1993                                           Sessie 16                                                             Afwezig: -

 

          De spelers mogen ook buiten de sessie om als karakters contact met elkaar zoeken.

                                                   Er zijn weer puntjes uitgedeeld.

                                               En iedereen nog de beste wensen!!!!

 

 


Murlas en consorten zitten met hun achten in een sterk wisselende schaduw. De bol trekt Murlas een bepaalde kant op. Murlas concentreert zich erop. Dit lukt maar voelt onprettig aan. De anderen zien hem zweten. Maar Murlas ziet nu wel een pad, en de anderen zien hoe hij ook voor hen een pad door de schaduwen creëert. Achter hen gaat het pad in een soort werveling verloren. Een werveling die Boadice bekend voorkomt en onprettige herinneringen bij haar oproept. Een werveling die zich ook verder uitbreidt tot een storm. De groep trekt echter voorwaarts, door steeds minder stabiele schaduwen. Rhiane pro­beert Murlas bij zijn taak te helpen, maar stuit op het probleem dat ze geen flauw idee heeft waar Murlas precies naar op weg is. Verder blijkt het pad plotseling alleen nog voor Amber lui toegan­kelijk te zijn, ze raken de Logruslui kwijt. Boadi­ce probeert ze wel terug te halen, maar hoewel zij Murlas wel kan volgen, lukt dat de Logruslui op een of andere manier niet. Boadice probeert nog even tevergeefs Murlas op het ontstane probleem te attenderen, maar deze is zo diep in concentratie dat hij deze verstoring niet opmerkt (of houdt hij zich soms oostindisch doof?) Aangezien de afstand inmiddels zo groot is geworden dat Boadice bij haar poging naar de Chaoten terug te keren door de werveling moet, geeft ze haar poging maar op. Niet verwonderlijk als je bedenkt dat de werveling haar nog het meest het gevoel geeft of ze over een deel van het Patroon loopt. Ze blijft dan ook maar bij de rest van de Ambe­rieten.

Uiteindelijk arriveert de gehalveerde groep in een schaduw waarin het enige stabiele een soort scheur is waardoor een blauw lichtschijnsel komt. De lucht zelf, en ook de grond, zijn aan snelle veranderingen onderhevig, net alsof er heel snel allerlei seizoenen over elk stukje gaan. Het tijds­verloop lijkt per meter te verschillen.

Het enige wat nu nog een terugkeer van de bol in de weg staat is de draak, een hele grote van zo'n 5 à 6 meter, die zittend in zijn fauteuil kijkt naar een kast vol bewegende plaatjes. Ook heeft hij er nog een grote oranje kast staan, en een serie zwarte, op elkaar gestapelde doosjes, waarvan in eentje gekleurde schijfjes kunnen. Van de kast met plaatjes loopt een kabeltje door de scheur. De draak zelf is ook een cyberdraak, stukjes van zijn anatomie zijn namelijk vervangen door high-tech onderdelen. Op zijn schedel draagt hij een zilver­kleurig kapje.

Met behulp van een klein doosje zet de draak de bewegende beelden waar hij naar keek uit en kijkt hij het groepje relaxed aan. Rhiane en Adrian hebben hun manieren niet vergeten en stellen zich meteen voor. Oscar, Rhiane's zwaard, herkent de draak meteen. Als dat niet Sjodaswyn is. De twee kennen elkaar van lange tijd geleden maar willen er verder niets over kwijt. De draak bewaakt de poort en heeft daar ook een vergun­ning voor. Murlas roem is hem trouwens al vooruit gesneld, er blijkt een waarschuwing tegen hem uitgevaardigd te zijn vanwege een aanval die hij op een collega bewaker uitvoerde. Die aanval is ook de reden dat de draak nu zo'n zilveren kapje draagt, het dient als bescherming tegen geestelijke aanvallen. Als een goed bewaker wil de draak alleen mensen toegang tot de scheur geven die dat van zijn opdrachtgever mogen, en uiteraard kan hij niet vertellen wie die opdracht­gever dan wel mag zijn. Dat de Amberieten niet op het lijstje van de opdrachtgever voorkomen spreekt vanzelf. Aangezien ze er toch door moeten trekken ze zich even terug voor overleg. De draak maakt van de gelegenheid gebruik om eens rustig naar een muziekje te gaan luisteren. Het overleg vlot niet erg, en de 'ring, ring' die plotseling klinkt, komt dan ook als geroepen. De draak neemt een hoorn op, luistert even en roept dan verbaasd: 'Hoezo, contract afgelopen?' Maar inderdaad worden alle hindernissen plotseling zomaar opgeheven en mogen de Amberieten ongehinderd langs de draak. Deze begint maar zijn spulletjes te pakken, hier heeft hij niks meer te zoeken. Over Oscar vernemen ze nog dat hij in de lijfwachtbusiness is gegaan omdat hij wel moest.


Nu de Amberieten erdoor kunnen, komt het volgende probleem, wie gaan er precies door? Murlas is heel duidelijk, hij gaat er in ieder geval door. Adrian is al even duidelijk, hij wil niet. Boadice en Rhiane voelen er wel voor Murlas op zijn ongewisse avontuur te vergezellen. Veel tijd om te overleggen hebben ze niet, want het begint steeds harder te waaien, een harde wind die Murlas bekend voorkomt. Adrian troeft dan ook naar Merlin nu het nog kan en laat zich door hem overhalen. De twee dames overwinnen hun wantrouwen en grijpen ieder Murlas bij een elleboog. De storm wordt erger naarmate ze dichter bij de scheur komen en de twee dames staan al spoedig voor de keuze: Murlas vasthou­den of hun spullen. Beiden kiezen voor hun spullen en Murlas profiteert van dit moment van vrijheid door snel door de scheur te duiken, een scheur die zich prompt achter hem sluit. Terwijl de schaduw op slag weer stabieler wordt, is Rhiane hevig verontwaardigd, ze had graag ook door die scheur gewild. Beide dames zoeken de gestrande Logrusgasten maar weer op en geza­menlijk filosoferen ze nog wat over de betrouw­baarheid van Murlas. De conclusies mogen dan niet al te lovend zijn, ze zijn ook rijkelijk aan de late kant. Het hele stel keert maar weer terug naar de Hoven.

In de Hoven heeft Adrian ondertussen zijn gesprek met Merlin. Adrian kan daarna meteen door naar het duel. Merlin zelf gaat niet mee, hij heeft helaas geen tijd meer voor dergelijke din­gen. Adrian heeft het ook nog met Merlin over de ongewenste vrouwelijke belangstelling gehad waaraan hij bloot staat, maar Merlin's advies, een verloving, staat hem niet echt aan.

Bij het duel treft Adrian tot zijn verbazing Rhiane en Boadice aan. Hij is duidelijk wat teleurgesteld dat ze Murlas niet gevolgd hebben. Adrian is nu trouwens in een blauwe kinoo gekleed. Ook heeft hij gemerkt dat hij in zijn nieuwe vorm heel wat beter in de Hoven rond kan lopen.

Terny Austan verschijnt op het afgesproken tijdstip, vergezeld door de jongeman Tran Loc­klann, en Terny en Frewar beginnen. Eerst wisselen ze wat formele frasen uit, vervolgens trekken ze hun zwaard, groeten ze elkaar ritueel en dan begint het echt. De slagenuitwisselingen bestaan uit klassieke patronen. Het is de kenners al snel duidelijk dat slechts een beperkt aantal bewegingen en raakvlakken is toegestaan. Zo mag de tegenstander alleen op de armen of borst geslagen worden, en alleen op een manier die een snee veroorzaakt, diepe steken zijn uit den boze.

Frewar is duidelijk ietsje beter, maar het duel wordt helaas verstoord door wat lui met slange­tjes, de serpentgarde is gearriveerd. Duelleren schijnt verboden te zijn, en de garde is dan ook duidelijk in haar sas. De Amberieten worden daarbij als vuil behandeld. Rhiane pikt dit niet en wil de aanvoerder, Vlyn, een prikje geven. Vlyn werkt niet erg mee en de twee zijn dan ook prompt in een fel gevecht verwikkeld. Boadice trekt ook maar haar zwaard, en krijgt verder zo'n donkerbruin vermoeden dat Frewar en consorten al vaker met dit zwaardje gehakt hebben. Voor alle zekerheid zoekt ze maar een beetje aanslui­ting bij hen. Adrian staat klaar, maar wacht tot hij aangevallen wordt.

En zo is het gevecht in volle gang. Rhiane merkt dat haar tegenstander goed is. Ze probeert zich in eerste instantie wat zwakker voor te doen dan ze is en merkt dat het gevecht bijzonder weinig meer met de rituele bewegingen van een duel te maken hebben. Ze moet zich op haar tegenstander blijven concentreren, maar is zo wel aan hem gewaagd.

Boadice krijgt ook een tegenstander, beperkt zich tot het puur defensieve werk, maar weet er nog wel nonchalant een zware belediging uit te brengen. Haar tegenstander heeft duidelijk meer spieren dan hersens en besluit prompt tot een all-out attack, zo boos is hij. Helaas is Boadice daarop voorbereid en weet ze een wond bij hem te scoren.

Adrian kan zich ook niet aan het gevecht onttrekken, maar blijft puur defensief. Hij wil zijn tegenstander niet verwonden maar probeert deze te ontwapenen. Dat is maar gelukkig voor die tegenstander, deze is toch al niet zo zeker van zichzelf. Helaas schiet een andere serpent hem te hulp. Niet dat Adrian hierdoor gevaar loopt. Daarvoor houden Sarana, Torgil en Frewar hem veel te goed in de gaten. Adrian kan dan ook rustig een tegenstander ontwapenen.

Terny vecht trouwens vrolijk mee tegen de garde, maar zijn secondant niet. Deze probeert het gevecht (tevergeefs) te sussen.


Rhiane heeft ondertussen een redelijke inschat­ting van haar tegenstander opgedaan en begint meert druk uit te oefenen. De tegenstander moet inderdaad een stapje terug doen en wisselt verder vrolijk beledigingen met haar uit. Ook pakt hij een stoel en slaat ermee naar Rhiane. En zo blijkt dat ze haar tegenstander toch nog niet goed genoeg ingeschat had. De stoel weet ze weliswaar af te weren, de gevoelige trap tegen haar schenen waarvoor het een afleiding was, niet. Haar poging om hem met een flinke trap in het kruis een paar toontjes hoger te doen zingen blijkt wat dat betreft heel wat voorspelbaarder.

Boadice heeft nu te maken met een gewaar­schuwde tegenstander. Het bloed heeft hem duidelijk aan het schrikken gebracht, hij vecht nu een stuk defensiever. Helaas is hij zo best nog wel goed ook. Aangezien beledigingen niet meer helpen, probeert Boadice hem zonder waarschu­wing op kracht te ontwapenen. Ze heeft de opening al gecreëerd als ze zich bedenkt wat ze mist: een tweede wapen om van die opening gebruik te maken.

Dan wordt de ruimte overspoeld door wit, zwart en blauw, de staatsgarde is gearriveerd. Ze zijn met veel meer en aangezien duels verboden zijn hebben ze alle recht in te grijpen. Het liefst zouden ze het hele zootje in de cel gooien, maar dat stuit op wat praktische probleempjes. Het blijft beperkt tot een verhoor. Een verhoor dat uiteraard zulke tegenstrijdige verklaring oplevert dat het hoofd van de wacht, Flin Marall, iedereen er maar uit gooit en zich beperkt tot de loze opmerkingen dat de zaak tot op de bodem uitge­zocht en aan de koning gerapporteerd zal worden.

's Avonds gaat het gezelschap naar de soiree. Dit blijkt echt een grootse bedoening te zijn. Adrian is in het zwart met zilver en maakt een jonge maar waardige indruk. Rhiane streeft er in het groen naar een beschikbare indruk te maken, maar dan wel een beschikbaarheid met eisen. Haar kledij is vrij behoudend maar wel chique. Boadice maakt meer een mysterieuze indruk. Ze heeft een blauwe jurk aan, heel lang, zonder frutsels, maar met een vrij ruwe juweel op haar heup. De jurk is van voren tot aan haar nek dicht, maar aan de achterkant is haar rug helemaal bloot. Sarana neemt verder de aangename taak op haar om als Adrian's vaste dame op te treden en zo de druk van andere vrouwen op Adrian wat te verlichten. Torgil begeleidt Rhiane, en Boadice krijgt een soortgelijk aanbod van Frewar. Sarana is trouwens vrij strak gekleed, maar wel mooi. Haar kleding is wat minder opvallend dan die van Boadice.

De soiree is druk, warm, en met volop drank en dans. Rhiane grijpt de gelegenheid aan om mensen te ontmoeten. Miss Hendrake is gekleed in een japon met diverse frutsels die haar toch een redelijke bewegingsvrijheid verschaft. Ook maakt ze even kennis met de gastvrouw. Deze laat haar een kapelletje zien waarin het portret van Flora aan de muur hangt, een overblijfsel van een soort Ambercultus waarbij iedere familie een Amberiet als voorbeeld stelde en er een kapel omheen bouwde. Bij de Hendrakes hebben ze bijvoorbeeld nog een kapel van Benedict.

Rhiane wordt verder door Torgil in vertrouwen genomen, hij moet namelijk een Amberiet hebben. En zo krijgt Rhiane in het diepste geheim een zwart doosje te zien. Torgil heeft het gevonden bij een jachtpartij maar kan het niet open krijgen. Volgens Sarana, die het onderzocht heeft, is het doosje gesloten met het Patroon. Op zich is dat niet zo vreemd, maar de vondst van een dergelijk doosje in de Hoven is dat wel. Toch vindt Torgil het geheel te triviaal om Merlin mee lastig te vallen, vandaar zijn vraag of Rhiane er niet naar wil kijken. Dat wil ze wel, maar het doosje komt haar niet bekend voor. Met het Patroon ziet ze dat het doosje weliswaar normaal is, maar dat het met een soort draadjes van het Patroon gesloten is. Torgil vertelt dat hij het gevonden heeft op een jachtpartij bij de Marrough familie. Het doosje openen blijkt voor Rhiane een fluitje van een cent en erin vinden ze een briefje. Een briefje met de tekst: "Help me, ik wordt gevangen gehouden. M"

Boadice treft een vrouw met opgestoken rood haar. Deze zegt : "Pardon, volgens mij heeft u dit laten vallen." en geeft haar vervolgens een broche in handen die Boadice nog nooit gezien heeft. Als Boadice het aanpakt hoort ze een vrouwestem in haar hoofd zeggen: "Ontmoet me vannacht in de kathedraal, ik heb iets belangrijks voor je." De vrouw blijkt Trisha te zijn, de ex-vrouw van Frewar's broer. Boadice wist niet dat hij een broer had, maar Frewar wil er verder niet over praten. Boadice kent dat, met een zucht zegt ze: "Ik had een zus."

 

Murlas is ondertussen ongeveer in het Enge Bos terecht gekomen. En hij voelt zich helemaal niet goed. Het eerste wat hij probeert is een troefcon­tact met Martin. Het blijft beperkt tot een vaag, flikkerend contact. Murlas probeert over te brengen dat hij ook hier is, met de Witte Bol, en dat hij wel wat hulp kan gebruiken. Hij kan alleen maar hopen dat de boodschap overkomt, het troefcontact begeeft het namelijk definitief.


Ter verlichting van het rotte gevoel concentreert Murlas zich vervolgens op het Juweel. Er blijkt een soort 3D patroon in te zitten. Murlas projec­teert zijn geest erop en loopt maar weer eens een Patroontje. Het Patroon is anders dan dat van Amber, ook zwaarder. Op de plek waar hij de eerste sluier verwacht komt hij in een lange straat van een dorpje. Een dorpje dat hem heel bekend voorkomt. Lui met toortsen staan hem al op te wachten. Murlas maakt zich zo angstaanjagend mogelijk en stormt door de menigte heen. Helaas is zijn indruk niet angstaanjagend genoeg, een aantal lui steken hem. Hoewel een verharde huid de schade aardig beperkt, doet het Murlas toch wel pijn. Het Patroon verder volgend voelt Murlas in zichzelf een conflict, een conflict wat hij meteen onderdrukt. Dan arriveert hij op de plaats waar hij de tweede sluier zou verwachten. Hier splitst het Patroon zich en moet Murlas kiezen tussen de witte een de zwarte eenhoorn. In plaats van zijn hart te volgen kiest hij voor de witte eenhoorn. Het Patroon wordt prompt vertrouwder, meer het Patroon van Amber. Toch lijkt het nog steeds moeilijker te zijn. Murlas is dan ook volkomen uitgeput als hij het Patroon geestelijk doorlopen heeft. Toch voelt hij zich nu ook anders, minder zwak. Hij weet dat hij beschermd wordt door de kracht van het Juweel. Door de keuze voor de witte eenhoorn is hij nu gedeelte­lijk op dit Juweel en gedeeltelijk op het Juweel van Amber afgestemd. Ook beseft hij nu dat als hij het Juweel kwijt zou raken zonder het Patroon te doorlopen, hij waarschijnlijk dood zou gaan. Een dood die niet lang op zich had laten wachten want een vent met rossig haar grist het Juweel nu al uit Murlas' handen. Een vent trouwens die er zo onbetrouwbaar uit ziet, dat zelfs Murlas hem voor geen cent vertrouwt. De vent beweert dat hij Tytane heet, en zijn bewering dat hij de Bol wil terug bezorgen is op zijn zachts gezegd twijfe­lachtig. Hij is echter toch bereid Murlas mee te nemen naar het paleis, je vraagt je af wat hij nog van hem wil. Murlas heeft in ieder geval weinig keuze en gaat mee. En zo arriveert hij in het paleis van Amber, maar dan anders. Echt, het paleis lijkt sprekend op het ons zo wel bekende, maar is het toch net niet helemaal. De suite op de vierde etage die hem wordt toegewezen klinkt bekend, maar Murlas is te moe om zich er druk over te maken. Hij gaat slapen.

 

Alexander wordt zich bewust van een heel koude grond. Hij ligt in zijn eigen vuil, voelt zichzelf erg, erg beroerd en heeft geen flauw idee hoe lang hij bewusteloos is geweest. Hij probeert wat te eten, maar zijn mond is uitgedroogd. Uiteindelijk weet hij zich ertoe te brengen door de poort te kruipen en in het oerwoud een beekje op te zoeken. Voorzichtig drinkt hij daar wat en plonst hij vervolgens in het water. Zo komt hij heel langzaam weer op krachten. Hij heeft echter een tekort aan voedsel en gaat dan ook terug naar de eerste ruimte om daar op het voedsel te wachten. Helaas beginnen sommige lieden daar een meer dan oppervlakkige belangstelling voor hem te tonen. Alexander wordt gewogen en kwetsbaar bevonden, hoewel hij zijn tegenstanders met een air van 'kom maar op' probeert af te bluffen. Van de drie die wel durven en nu van drie kanten op hem af komen (de vierde kant is de muur waartegen Alexander met zijn rug staat) is de linkse duidelijk het zwakste. Hij heeft een slecht been en is met een flinke trap daartegen snel genoeg uitgeschakeld. De anderen aarzelen wel wat, maar druipen nog niet af. Jammer voor hen. Met een schijnbeweging weet Alexander ook de rechtse uit te schakelen, waarna de derde het wel gelooft. Zijn twee slachtoffers leveren Alexander nog een rood, oranje en geel staafje op (die heeft hij nu dus dubbel) en een handvol steentjes.

Alexander heeft zich nu voldoende bewezen om niet meer lastig gevallen te worden tot het eten komt. Ook na het eten voelt Alexander zich nog niet optimaal. Hij verwacht nog wel een dagje nodig te hebben om compleet te herstellen. In afwachting daarvan gaat hij nog maar een keer naar de jungle toe om zichzelf een stok toe te eigenen. Ook onderzoekt hij de omgeving bij de poort in de jungle wat beter. Het blijkt vol met prehistorische monsters te zitten, monsters waarvan de grote wel recht evenredig met de afstand tot de poort schijnt toe te nemen.

Bij zijn verkenningen wordt Alexander opge­merkt door een soort velociraptor. Alexander houdt het beest in de gaten en merkt zo bijna te laat op dat er nog twee zijn die hem ieder van opzij besluipen. Hij klimt een boom in maar kan daarbij niet verhinderen dat de monsters met een beet een arm van hem uitgeschakeld hebben. Aangezien hij de monsters vechtend niet aan kan, en de boom geen veilige plek is besluit Alexander tot de meest toegepaste tactiek aller tijden, run away! Met een flinke sprong springt hij over zo'n raptor heen en rent hij naar de poort. Een poort die hij op het nippertje weet te halen. Na zijn wond verbonden te hebben voelt hij zich gewoon­weg uitgeput. Hoog tijd om te gaan eten en weer wat op krachten te komen.


In de grot valt het Alexander op dat hij niet de enige is met de nodige verwondingen. Verder is Yaslin ook weer aanwezig. Deze heeft ook al een paar van die staafjes verzameld, maar wil eerst nog wat meer voedsel verzamelen alvorens ze echt op expeditie gaat.

Na het eten gaat Alexander terug naar de poort van de jungle, ziet daar een raptor op hem wachten en maakt dat hij weer terug is.

Een dag later neemt Alexander weer voorzichtig een kijkje. De raptors lijken verder getrokken te zijn. Toch wacht hij nog een klein kwartier voordat hij daadwerkelijk de jungle in trekt en hout zoekt voor zijn speer. Een van de stenen is wel geschikt als speerpunt. Tijdens zijn verken­ning van de jungle merkt hij op een gegeven moment rechts van hem zo'n raptor op. Het monster heeft hem nog niet in de gaten. Alexan­der wil het beest graag uitschakelen maar zit nog wat met de andere twee in zijn maag. Die moeten vlak in de buurt zijn. Uiteindelijk besluit hij tot een hit and run tactiek. Hij probeert in 1 keer de raptor met zijn speer zo zwaar mogelijk te ver­wonden en rent vervolgens zo snel mogelijk terug naar de poort. De tactiek lijkt te werken, Alexan­der hoort achter zich de geluiden van een gevecht. Snel omkijkend ziet hij hoe de raptor door een ander monster onder handen genomen wordt. De blik wordt hem echter bijna fataal, de andere twee raptors blijken namelijk vlak achter hem te zitten. Hij weet de poort maar net op tijd te bereiken.

Alexander is verstandig genoeg maar weer eventjes geduld uit te oefenen en maakt van de gelegenheid gebruik maar eens wat met Yaslin te kletsen. Deze blijkt alleen de laatste sleutel nog te missen. Verder zijn ze het er al snel over eens dat ze gezamenlijk wel eens wat meer kans zouden kunnen maken. Hoewel ze de ruimte voor de jungle afzonderlijk door moeten, komen ze toch vlak na elkaar uit de poort van de jungle. Yaslin krijgt daar een idee, gaat even alleen op onder­zoek uit en meldt even later vrolijk dat ze de tweede poort gevonden heeft. De truc is in feite heel simpel, de beesten hier hebben zulke zwakke geesten dat ze makkelijk weg te sturen zijn. Helaas geldt dat niet voor het wezen dat voor de poort zit. Het is een hele grote, compleet met vleugels en een heel grote bek. Aangezien psyche niet zo'n goede tactiek is, het monster heel groot en agressief is, en ze duidelijk opgemerkt zijn, rest hen slechts de vertrouwde run away. Iets wat ze maar op het nippertje halen. Volgens Yaslin hebben ze een fire-angel getroffen. Deze zijn heel groot, snel en sterk en schijnen meerdere harten te hebben. Ze kunnen een spoor zelfs door schadu­wen volgen.

 

Dorian heeft afscheid van Suzanne genomen en zit nu met een zenuwachtige en nerveuze Wylde. De kat heeft het idee dat er iemand naar Dorian zit te kijken, weet niet wie, maar heeft nog geen gevoel van gevaar. De kat denkt meer aan iemand die nog niet besloten heeft of hij een gevaar zal worden. De persoon stopt trouwens met zijn observatie op het moment dat Dorian zich er op gaat concentreren en hem of haar probeert te vinden.

Dorian haalt de paarden en troeft naar Amber. Random is aanwezig en had van Diana al het een en ander begrepen. Dorian zelf wordt ingelicht over de Witte Bol. Hij kiest ervoor om verder te gaan met zijn (nieuwe) speurtocht.

Op zijn kamer troeft Dorian Fiona en vraagt hij haar hoe hij iemand moet zoeken die hij nog nooit gezien heeft. Volgens Fiona heeft Brand ooit een troef gemaakt van zo'n persoon op grond van de beschrijvingen die hij van anderen gehoord had. Helaas is dat in dit geval geen optie. Het probleem is volgens Fiona dat je een link moet hebben waarop je je kunt concentreren. Iemand ontmoet hebben is daarbij verre de gemakkelijkste link, maar bloedbanden zouden in dit geval bijvoorbeeld ook kunnen. Een andere mogelijk­heid is om een zogenaamd detective trail te volgen. Je gaat daarbij iedereen af die er wat mee te maken zou kunnen hebben.

Na het troefcontact zoekt Dorian Diana op en licht hij haar in. Diana aarzelt even maar vraagt dan voorzichtig of Dorian het erg vindt als ze mee gaat. Dit blijkt niet het geval.


Dorian zit nog te peinzen als Diana al in haar rijkostuum voor de deur staat. Gezamenlijk lopen ze het paleis uit, maar dan staat Diana plotseling stil en kijkt ze fronsend naar het niets. Dorian hoort haar nog net zeggen "Maar dat kan nu niet." en dan is ze verdwenen. Uiteraard probeert hij meteen haar troef. Hij krijgt het begin van een contact en voelt dat Diana verbaasd en boos is. Voordat hij volledig contact kan krijgen wordt het echter van buitenaf verbroken. Een tweede poging blijkt tevergeefs te zijn. Een troefcontact naar Fiona voor hulp lukt ook al niet. Random is wel te bereiken, maar is duidelijk geïrriteerd. Volgens hem zal Diana wel geronseld zijn door een fami­lielid, hoewel dat normaal gesproken toch wel wat subtieler gaat. Dorian probeert verder nog af en toe tevergeefs troefcontact met Diana te krijgen en gaat verder via een hell-ride op weg.

Tijdens zijn reis voelt Dorian op een gegeven moment iets. Nieuwsgierig vertraagt hij. Er is iets raars met de schaduw hier, het golft een beetje, is niet helemaal stabiel. Ook hoort hij geluiden, gezang. Dorian komt tot de conclusie dat de schaduw beïnvloed wordt door een sterke kracht­bron van rechts, en het gezang komt van dezelfde plaats. Uiteraard gaat hij kijken en ziet hij vervol­gens hoe daar een stel mensachtige lieden in oranje mantels en met oranje maskers staan te zingen tegen een meisje dat een beetje verstard op een rotspunt boven hen staat. Het meisje herkent Dorian van een troef, en de schaduw vervormende kracht komt overduidelijk bij haar vandaan. Dorian denkt dat de wezens hun gezang gebruiken als een magische kracht om haar vast te zetten.

 

                                                                       Maurice