22 april 1994 Sessie 22 Afwezig: -
Your inheritence is served, sir.
Errata: Boadice maakte aan het einde van het gesprek een troefschets van een exercitie terrein van Rinaldo. Verder schrijf je Corral met 1, ik herhaal, 1 ‘l’.
Dan, zoals beloofd, het stukje over Merlin en Adrian:
‘Adrian komt samen met Narshila aan bij Merlin. Adrian doet zijn verhaal. Merlin vindt het wel vreemd. Hij onderwerpt Narshila aan een nauwgezet kruisverhoor. Hij neemt Adrian dan apart. Hij zegt dat hij niet zeker weet of Narshila de waarheid spreekt. Ze hoeft niet eens te liegen, ze kan niet beter weten. Als Adrian wat later vraagt of hij Azrain kent, zegt Merlin dat hij nog nooit van hem gehoord heeft in de Courts. Hij vertelt dat hij Dara niet kan controleren. Ze is te gevaarlijk.
Als Adrian terugkomt in Amber gaat hij eerst naar Random en vertelt hem wat er aan de hand is met hem.
Net voor het diner na de boodschap van de Golemaanval heeft Adrian nog een troefcontact met Boadice. Ze kletsen wat. Boadice zit voor een kasteel bij een veld waar een leger gestationeerd is geweest. Ze is aan een trumph bezig. Adrian wil wel eens van haar weten wat er gebeurd is in de Courts. Boadice vertelt hem dat ze dat liever niet over een trumph doet. Adrian vraagt of zij kan overkomen en dat ook hij wel over kan komen. Boadice vertelt dat dat laatste geen probleem is. Ze is daar omdat ze met Alexander gesproken heeft. Hij weet waar haar zus is. Ze zullen samen een redding op touw zetten. Boadice heeft nog wat werk te doen. Ze zullen elkaar over een half uur ontmoeten.
Tja, dan was er ook nog wat met Murlas. Het gerucht gaat dat hij er door Caine op niet mis te verstane wijze is uitgegooid. Over het gesprek is verder niks bekend, maar volgens goed ingelichte muren ging het onder andere over het feit dat er nog nooit iemand weggekomen is met een moord op een familielid. Ook schijnt er over Galoran gesproken te zijn. Een figuur die zelfs door Caine als machtig getypeerd wordt. Volgens hem kun je Galoran nog het beste vergelijken met een schaakspeler, een paar extra pionnen zijn voor hem altijd welkom. Soms schijnt het goed te zijn om mee te spelen, soms moet je maken dat je wegkomt. Galoran staat niet noodzakelijk aan iemands kant of het zou die van hemzelf moeten zijn.
En nu verder met het echte werk. Alexander troeft Random en vertelt hem hoe hij zijn troepen in wil zetten. Random raadt hem aan dit met Benedict en Julian te bespreken. Benedict wordt getroefd en deze vraagt meteen naar de precieze specs. Het blijkt om Japans uitgeruste troepen te gaan, driekwart cavalerie en de rest infanterie, in totaal zo’n tweeduizend man. Op zich ziet Benedict die troepen wel zitten, maar het meest geschikte inzetpunt is volgens hem Kashfa. De golems zijn zich namelijk nog aan het verzamelen en arriveren er in aparte groepen.
Alexander brengt Rinaldo op de hoogte en merkt daarbij dat Dalt en Rinaldo het niet helemaal eens zijn. Dalt voelt er niets voor als loopjongen van Benedict op te treden, Rinaldo vindt dat ze dat plan gewoon uit moeten voeren en weet uiteindelijk Dalt enigszins te bepraten.
Boadice zit voor Alexander te schetsen. Als ze klaar is troeft ze Random, maar deze vindt dat ze het maar met Caine moet regelen. Ze gaat naar Alexander en maakt zo even kennis met Rinaldo en werpt ook een blik op Dalt. Voor Alexander heeft ze nog een vraagje, namelijk hoe hij zijn troeven eigenlijk is kwijt geraakt, hij had tenslotte een volledig deck. Alexander vindt dit duidelijk een pijnlijk punt maar laat zich uiteindelijk ontvallen dat hij toch ontvoerd was. En verder is dit volgens hem helemaal niet belangrijk. Tijdens het gesprek is Alexander trouwens rustig doorgegaan met het pakken van zijn spullen en zonder verder nog aandacht aan Boadice te besteden begint hij aan een hell-ride. Boadice gaat er verontwaardigd achteraan, schreeuwend dat Alexander haar nog niet verteld heeft waar ze de tweede schets van moet maken. Alexander antwoordt dat hij haar wel oproept en gaat rustig verder, de boze Boadice achter zich latend.
Julian vraagt of Rhiane ‘s avonds al naar Arden kan vertrekken. De golems zijn er weliswaar nog niet, maar dat geeft hen 1 à 2 dagen om de dingen voor te bereiden. Hij regelt verder ook dat Rhiane haar wapenrusting complementeert in de wapenkamer. Rhiane gaat daarbij meer op uiterlijk dan op kwaliteit af. De armour is dan ook een tikkeltje te klein en ook aan de helm met pluim mankeert nog iets. En dus gaat Rhiane naar de hofmagiër Valerius. Dit blijkt echt zo’n klassieke tovenaar te zijn. Bij de aanblik van Rhiane snapt hij het meteen, zij heeft wat extra bescherming nodig. Maar Rhiane heeft een veel dringender probleem, en wel met haar helm. De pluimen daarvan zijn namelijk niet oranje en groen, en dat kan natuurlijk niet. De magiër is vol begrip en raadt haar aan eerst even de rest van haar kleding te regelen, dan kan hij het mooi in 1 keer doen. Verder kan hij de armour ook wel wat verruimen, en ach, een extra bescherminkje kan ook nooit kwaad.
Dorian gaat op zoek naar Wylde. Het kost hem even wat moeite, maar tenslotte vindt hij het beest in een stoffige vleugel van het paleis. Dorian gaat verder met zijn oefeningen en haalt haar naar zich toe. Wylde is er wel enigszins verbaasd over.
Dorian ligt Wylde in over zijn aanstaande vertrek naar de Overschaduw en dat het hem beter lijkt Wylde daar niet mee heen te nemen. In plaats daarvan had hij liever dat Wylde bij Diana blijft. Wylde loopt bepaald niet over van enthousiasme maar stemt uiteindelijk toe. Diana blijkt er even later trouwens net zo enthousiast over te zijn. Maar als Wylde per sé mee wil...
Murlas spreekt zijn goede vriend Adrian even aan. Hij weet dat het zijn taak niet meer is, maar toch wil hij zijn neef wel even een wijze raad geven, Adrian kan zich maar beter niet teveel aan zijn secretaris hechten. Adrian verschiet haast en wil er graag wat meer over weten. Murlas voelt die behoefte niet en vertrekt met de woorden: “Oh ja, de volgende keer dat je een verzoek doet, denk van tevoren na.”
Adrian is nog steeds aangeslagen als Boadice zich bij hem aandient. Boadice snapt nu trouwens wat Adrian tegen zijn broer heeft. Ze wordt door Adrian doorgehaald en komt zo in Adrian’s suite, een suite die redelijk klassiek is aangekleed en waaruit duidelijk wat Japanse invloeden spreken.
Boadice vertelt dat de troeven die ze voor Alexander tekent in feite voor Amber zijn en dat het niet betekent dat ze partij kiest. Ook krijgt Adrian het hele verhaal van het tribunaal in de Hoven te horen. Het zit Boadice nog steeds hoog.
Tijdens het diner vertelt Boadice aan Caine dat ze een troefcontact van Alexander verwacht en dan even op en neer moet. Caine denkt daar toch even iets anders over. Ze moet die afspraak maar annuleren.. Als Boadice tegenwerpt dat dat niet gaat blijkt Caine best bereid dat even voor haar te regelen. Zijn groep vertrekt verder diezelfde nacht nog. Hij raadt iedereen aan zijn bijzondere spullen mee te nemen en verder onopvallend gekleed te gaan. Witte kledij is zeker niet geschikt, en ook al te overvloedig ijzerwerk is niet echt nodig. Een zwaard mag, mits een beetje hanteerbaar.
Dorian en Corwin schieten Murlas even aan. Deze legt uit dat hun route via Tir-na Nog’th loopt. Aangezien het buiten wat bewolkt is, gaat Corwin wel even wat bij Random regelen. Helaas, mooi niet dus. Het betreffende familielid blijkt onbereikbaar. Verder informeert Dorian voor alle zekerheid maar eens naar de zwarte troef, en tot zijn verbazing doet Murlas niet eens echt moeilijk over het uitlenen ervan, als hij het maar terug krijgt.
Alexander arriveert in de juiste Schaduw en gaat naar zijn legerkamp toe. Aan de bijeengeroepen commandanten deelt hij mede dat ze zich nu zullen moeten bewijzen. Het kamp bereidt zich vervolgens op het vertrek voor en Alexander troeft Boadice (net na het diner). Boadice zegt tegen Caine dat ze maximaal een uurtje weg is en vertrekt. (Caine bekijkt haar vertrek met een wel heel erg neutraal gezicht. Zo neutraal dat Random toch maar even op hem afstapt. Ze hebben even een onderlinge discussie waarbij Caine een gedecideerd gebaar van nee maakt en Random een al even gedecideerd gebaar van ja. Random kijkt na afloop al net zo neutraal als Caine). De zich van dit alles onbewuste Boadice arriveert in een Japans aandoend legerkamp. Het valt haar wel op dat het zaakje hier goed georganiseerd is, alles gebeurd heel efficiënt en gedisciplineerd. Zoals afgesproken maakt ze haar troefschets.
Alexander troeft met een andere troefschets naar Kashfa en overlegt verder met Rinaldo. Het blijkt dat er een groep van 4000 golems dwars door Shavash, de hoofdstad van Eregnor, dreigt te trekken. Eregnor is een betwist stuk land tussen Kashfa en Bechma en het lijkt Rinaldo wel opportuun hen te hulp te komen. Aangezien Boadice niet kan helpen met het overhalen van Alexander’s troepen, neemt Rinaldo die taak wel waar. Boadice is ondertussen trouwens klaar met haar schets, troeft Alexander, die op zijn beurt Rinaldo weer inseint, zich door Boadice over laat halen en haar voor de bewezen diensten bedankt. Boadice troeft vervolgens Caine om zich weer door te laten halen. Caine heeft daar echter wat andere gedachten over. Hij meldt dat er enige twijfel over haar positie is. En uiteraard kan haar hulp in Kashfa ook heel nuttig zijn volgens Random. Random schijnt een beetje bezorgd te zijn aangezien de belangen daar heel groot zijn en de loyaliteiten wat gevoelig liggen. Misschien dat Boadice’s aanwezigheid een nuttige bijdrage zou kunnen betekenen? Ze kan in Kashfa wel door laten schemeren dat haar hulp niet langer op prijs gesteld wordt, waar vind je daarvoor immers een gewilliger oor dan juist daar? Caine verwacht info over de golems, Dalt en de positie van Alexander, in hoeverre heeft deze zich bij Dalt aangesloten? Met Rinaldo worden geen conflicten gezocht, maar wat extra informatie kan natuurlijk nooit kwaad. Verder hoopt Caine, en dat meent hij duidelijk serieus, dat Boadice de belangrijkheid van deze taak inziet.
Boadice gaat vervolgens naar Alexander. Deze is in troefcontact met Rinaldo, maar Boadice raakt hem aan en breekt op het contact in. Na Alexander heel beknopt ingelicht te hebben neemt ze de poort van hem over.
Alexander overlegt weer met Dalt. Volgens deze zijn er rapporten over vreemde verschijnselen bij de golems, blauwe lijntjes en zo. Misschien dat ze met afstandswapens wat van hun route af te leiden zijn? Alexander bericht dat hij tweeduizend man beschikbaar heeft. Dalt heeft er meer maar houdt er liever nog wat achter de hand. Zijn tweeduizend golems struinen namelijk ook nog in Kashfa rond. Er wordt besloten daar wat infanterie op af te sturen. Rinaldo heeft trouwens zelf ook nog een legertje op de been weten te brengen, een echt samenraapsel, Kashfa waardig. Boadice heeft geen leger maar ze heeft wel Caine op zijn teentjes getrapt. Najda, de verloofde van Rinaldo, regelt wat uitrusting voor haar.
In de buurt van Shavash aangekomen, blijkt de door Rinaldo bevolen evacuatie voor een aardige puinhoop te zorgen. Verder is er helaas ook een leger uit Begma gearriveerd. En of dat alles nog niet genoeg is blijken de beschietingen bijzonder ineffectief. Het is dat Dalt dan maar gewoon een aanval doet en zo ontdekt dat de golems die al voorbij de plek van de aanval zijn gewoon niet reageren, ze reageren alleen op de dingen voor hen. Een goede aanval is nu zo opgezet, maar helaas wordt deze door een blauwe tornado gefrustreerd, een tornado die een paar man van Dalt mee weet te zuigen, een paar mannen die gewoon verdwijnen. Uiteraard wordt de aanval afgebroken om even later elders hervat te worden. Alhoewel ze dit keer op de tornado bedacht zijn verliezen ze er toch nog meer man aan. Verder experimenteren leert dat gelijktijdige aanvallen slechts tot twee, of zelfs drie tornado’s leiden.
Rinaldo, Najda en Boadice proberen ondertussen via een Power Shield de stad te beschermen en de golems naar het moeras af te laten buigen. Rinaldo probeert er ook even een vuurstraal tussendoor. Deze blijkt zo’n golem wel uit te schakelen. En hoe! De knal waarmee de golem ontploft is veel en veel te hard, die krengen zijn gewoonweg wandelende landmijnen!
Julian vertrekt de avond van het diner uit Amber met in zijn gevolg Rhiane, Myrthe en Diana. Ze arriveren laat in Arden. Het bos maakt een griezelige indruk. Het lijkt alsof het een eigen identiteit heeft. Het past zich niet aan je aan. Sommige mensen hebben daar geen enkele moeite mee, Julian voelt zich er bijvoorbeeld erg op zijn gemak. Er hangt ook iets van magie, dit hoort bij de sfeer.
Rhiane probeert zich aan Arden aan te passen, maar dat is niet zo gemakkelijk. Als je niet oppast overweldigt het je namelijk. Myrthe straalt meer een houding uit van ik heb erger gezien, Diana is niet echt op haar gemak. Oscar blijkt trouwens wel eens in Arden geweest te zijn, maar weigert verder iets over zijn vorige eigenaren te zeggen. Een kwestie van beroepseer. Hij is verder niet altijd een zwaard geweest. Teruggetoverd worden is volgems hem niet relevant op dit moment.
Het groepje gaat slapen.
De volgende ochtend blijkt er inmiddels een voorhoede van de golems Arden bereikt te hebben. Helaas is het terrein daar niet geschikt om ze tegen te houden. De meest waarschijnlijke route van de golems voert door de Garnath vallei, het hertogdom van Murlas dus. Er hangt daar nog steeds een ‘evil presence’, maar het is ook een ideale plek om de golems tegen te houden. Desnoods zetten ze het hele zaakje weer in de hens. De Garnath vallei is trouwens een langgerekte vallei die enigszins parallel aan Arden richting Amber loopt.
Julian stelt een hit and run groepje samen die de kracht van de golems uit moet testen. Rhiane, Myrthe en Diana krijgen, samen met hun vrouwelijke gids Onia, een eigen stuk gebied toegewezen waarbinnen ze geacht worden te blijven. De troepen van Julian, over het algemeen een soort rangers, zijn trouwens heel erg getraind op improviseren.
Al spoedig ziet het groepje het eerste peleton golems, een paar honderd. Door van opzij aan te vallen, even te hakken en dan weer terug te trekken weten ze een aardige ravage aan te richten. Ze moeten weliswaar hard slaan, maar zijn zo toch een van de meest effectieve groepjes en mogen de golems dan ook tot buiten hun eigen gebied bestrijden. De klappen van de golems komen trouwens ook hard aan. Rhiane heeft nog nooit zulke sterke tegenstanders gehad.
Adrian, die tegenwoordig trouwens een wat kortere haardracht heeft, is in het zwart als hij samen met de rest van Caine’s groep vertrekt. Het lijkt Caine het handigste om dat vanuit Arden te doen, en dus laat hij de groep wel door de daar inmiddels gearriveerde Julian overhalen. De groep bestaat trouwens uit Caine, Adrian, en nog vier mannen en twee vrouwen. Caine legt uit geen poespas te willen. Hij is simpelweg de baas, en als je wat te zeggen hebt, dan zeg je dat. Volgens hem bestaat er het vermoeden dat zich bij de eerste groep een legerleiding bevindt, en uiteraard zullen ze zich daar dus als eerste op richten. De betreffende groep zit al in Begma. Verder is er nog een groep van 4000, terwijl er in Kashfa ook nog een grote groep zit. En er schijnen nog wel meer groepen onderweg te zijn. Julian levert ze een gids en paarden, en daar gaan ze.
Arden wordt ‘s nachts in een behoorlijk tempo genomen, waarbij Caine hier en daar een stukje shift. Tegen de ochtend naderen ze de grens met Begma en komen de golems in zicht. Caine voorziet iedereen van een high-tech/magische verrekijker. De golems blijken dit keer geen zwarte eenhoorn op de borst te hebben. Als er een beweging rechts van de golems wordt opgemerkt, stuurt Caine Adrian en nog iemand er op af. Ze moeten ongemerkt gaan observeren, te voet is dus het beste. Een beetje tempo mag echter wel, en Adrian is dan ook ruimschoots als eerste in positie. Met het Patroon merkt hij dat er hier een behoorlijke hoop Power in de buurt is, bijvoorbeeld in de buurt van de golems. Hij ziet er ook de blauwe lijntjes. Er is echter ook nog elders een Power bron, dezelfde kant op als waarheen de sporen hier leiden.
Adrian merkt dat er daar ergens een groepje zit. Voorzichtig sluipt hij naderbij. Het groepje blijkt uit mensachtigen te bestaan, in het zwart gekleed. De persoon die het woord voert is een soort black knight, de twee zwevende bontmantels er vlak bij komen Adrian heel bekend voor, hadden ze daar in Angel’s city al niet eens kennis mee gemaakt?
Adrian concentreert zich op de troef van Caine om hem in te lichten, maar vestigt daarmee de aandacht van het groepje op hem. Ze komen prompt zijn kant op. Adrian probeert ze af te schudden en slaagt daar uiteindelijk in en brengt zijn verslag dan maar mondeling uit. Caine blijkt de Sheenrobots wel te kennen. Ze functioneren volgens hem zowel in technisch als in magisch opzicht, kunnen in principe overal doorheen, zijn bijna onverwoestbaar, en dus echt oer- en oervervelend. De andere verkenner, net als de rest trouwens een elite man van Caine, moet volgens Adrian gevangen genomen zijn. Caine stelt voor dat Adrian een stukje wegshift en Random inlicht. Deze vindt het hele interessante info, ze zouden wel eens het controle centrum gevonden kunnen hebben.
Corwin, Dorian en Murlas vertrekken ook. Een bediende vergezelt ze om de paarden mee terug te nemen. Als de maan voluit schijnt bestijgt het drietal de trap naar Tir-na Nog’th. Eenmaal boven zet Murlas de koers uit, richting Arden dus. Het lukt het drietal om bij elkaar te blijven, hoewel ze daar wel moeite voor moeten doen. Specifieke visioenen blijft het drietal bespaard, maar het is hier wel onrustig, net alsof er stukjes van gebouwen afbrokkelen, of alles in beweging is. Murlas denkt zelfs even te zien hoe het kasteel van Amber in brand staat, terwijl Dorian bij vlagen zilverachtige gedaantes, golems, ziet dwalen. Beiden zien de kleine verstorinkjes, een soort zilveren bliksempjes. Nee, dat het onrustig is, is wel duidelijk. Er gebeuren op een bepaald niveau dingen. Wat, dat zullen ze vanzelf wel merken, ze gaan er namelijk recht op af.
In Arden gearriveerd wordt de omgeving wat minder zilverig en wat meer groen. Toch voelt het niet helemaal als Arden aan. Volgens Murlas zijn ze de tussenwereld binnengestapt. Dorian merkt het ook, de krachten hier beginnen hem aan te vallen, proberen hem eruit te duwen. Het voelt als een soort steeds sterker wordende tegenwind. Door zich op het Patroon te concentreren weet Dorian zich er tijdelijk tegen te wapenen, maar op een gegeven moment worden de krachten zo groot dat ook het Patroon niet meer genoeg is, Dorian vertraagt. Hij wil het dan via de zwarte troef proberen. Deze gaat echter niet samen met het Patroon, waardoor Dorian deze maar laat vallen en prompt volledig stil staat. De zwarte troef voelt heel vreemd aan, en de andere twee zien blauwe lijntjes om hem verschijnen. Dorian merkt dat er een bepaalde richting in de troef lijkt te komen, een richting die te sturen zou moeten zijn. De troef biedt hem in ieder geval wel een zekere bescherming en Dorian kan zich er ook wel mee verplaatsen, zij het heel moeizaam. Murlas heeft het allemaal lang genoeg geduurd en vraagt of Dorian uitgespeeld is. Corwin heeft trouwens geen problemen hier, maar hij is dan ook in het Juweel geïnitieerd. Op advies van Corwin creëert Murlas een soort eilandje voor de tegenwind. Dorian heeft nog even moeite om het uitknopje van de zwarte troef te vinden, maar met wat Patroon lukt dat uiteindelijk best.
Het blijkt dat Murlas de enige is die zich hier goed kan verplaatsen, Corwin en Dorian komen niet veel verder dan dat ze bij Murlas blijven. Het pleit trouwens voor Murlas dat hij Dorian nog best het een en ander over deze plek uit wil leggen, iets over de vier partijen en zo.
Murlas merkt dat er ergens vlakbij echt met Power gezooid wordt. Uiteraard is dat de plek waar ze wezen moeten, en dus gaat het drietal erop af. De centrale bron blijkt een verschrikkelijke berg flitsende, blauwe macaroni’s te zijn die alle kanten uitgaan en ook allerlei vormen hebben. In het midden van die berg staat een oude bekende, Galoran. Op een redelijk veilige afstand staan drie andere figuren: een grote wolf, een soort in het wit geklede albino vrouwspersoon en een wat donkerdere vrouw die op een boomstronk met een dolkje zit te spelen. Het drietal ziet Murlas en consorten aankomen en poseert zich tussen Galoran, die duidelijk de macaroni’s aan het sturen is, en hen in. Volgens Corwin zou Galoran wel eens de sturende kracht achter de golems kunnen zijn. Hij heeft nu in ieder geval zo’n zes à 7 macaroni’s onder controle, een controle waar hij het zo druk mee heeft dat hij de nieuwkomers niet op lijkt te merken.
Beide drietallen maken kennis met elkaar. Volgens Murlas komt zijn groepje kijken, en kijken mag inderdaad, aankomen niet. Galoran blijkt ook hier Galoran te heten, de albino vrouw noemt zich Mist, Heer Wolf kent Murlas al en wie Dolk is moge wel duidelijk zijn. Dat Corwin en Dorian als rechtgeaarde amateurs hier in hun normale vorm rondlopen wordt ze wel vergeven, van Murlas hadden ze beter verwacht.
Dan zijn er volgens Dolk genoeg beleefdheden uitgewisseld en komt men ter zake. Murlas treedt op als woordvoerder en krijgt te horen dat het vast in het belang van zijn groepje is als er een einde komt aan dit schouwspel. Voor een zekere prijs zou dat vast wel te regelen zijn. Murlas voelt de bui al hangen en informeert naar die prijs. Dolk glimlacht, Murlas blijkt de prijs al meegebracht te hebben. Ze biedt hem een geheel verzorgde reis naar een zekere bestemming aan. “U gaat gezellig met ons mee en we praten er niet meer over. Uw erfenis wacht uiteindelijk.”
Maurice