1 juli 1994 Sessie 25 Afwezig: Bart
Een ondoordacht duel
En hoe zit het eigenlijk met Alexander?
Alexander is teruggegaan naar Kashfa. Uiteraard gaat hij even in Shavash kijken en wordt daar als een held ontvangen, een heldenontvangst op Zuidamerikaanse leest. Het eigen brouwsel uit de streek, peoté, is koppig, zelfs voor Alexander. En het werk met het aangename verenigend ontdekt Alexander dat er in Shavash flink wat geldhandel zit, vooral in zwart geld.
Terwijl Alexander nog in Shavash is bereiken hem geruchten over Kashfa, er zou iets mis zijn met de regering. Uiteraard probeert Alexander er meer over te weten te komen, en zo leert hij dat Rinaldo en Najda vrij plotseling uit Kashfa verdwenen zijn. Uiteraard reist Alexander daarop spoorslags terug.
In het koninklijk paleis van Kashfa aangekomen merkt Alexander dat het er onrustig is. De kamerheer is dan ook blij hem te zien. Koning Rinaldo blijkt eergisteren verdwenen te zijn zonder ook maar iets geregeld te hebben, en dat terwijl hij nog een paar afspraken had staan. De koning en zijn gade hadden niets gepakt en hun bedden waren onbeslapen. Aangezien Dalt en Jasra ook niet in Kashfa aanwezig zijn, vraagt de kamerheer of Alexander de staatszaken voorlopig misschien waar kan nemen. Amber blijkt nog niet officieel ingelicht te zijn, maar de kamerheer is er vast van overtuigd dat hun uitgebreid spionagenetwerk de verdwijning allang aan Random gemeld heeft.
Alexander’s eerste daad is zich even af te zonderen en Benedict te troeven. Hij vraagt hem om een troef van Rinaldo. Benedict zal er eens achteraan gaan.
Tijdens de staatsvergadering komt Alexander erachter dat er in Kashfa een uitgebreid rebellenleger bestaat, een leger dat na Rinaldo’s verdwijning plotseling weer uiterst actief is. Een zekere hertog Arkansen, normaal een aardige en rustige man die teruggetrokken op zijn kasteel in het noorden leeft, heeft zich opgeworpen als hun leider. De rebellen hebben verder niet zozeer moeite met Rinaldo als wel met zijn moeder. En uiteraard kunnen er ook invloeden van buitenaf bij betrokken zijn. Alexander merkt al snel dat het een chaos in Kashfa is en dat het land regelrecht op een totale burgeroorlog afkoerst. Het noorden is eigenlijk al verloren, de hoofdstad goed te houden, en de rest bestaat uit twijfelgevallen. Veel legereenheden zijn niet echt betrouwbaar, alleen van een paar keurkorpsen kan Alexander echt op aan. Helaas steunde Rinaldo nogal veel op Dalt, en die heeft zijn troepen nou juist grotendeels weggetrokken. Toch neemt Alexander de verdediging op zich en begint hij met het zoeken van steun. De rebellen kunnen rekenen op zo’n 20% steun, Rinaldo op zo’n 30%, terwijl de overige 50% het gebeuren vooral pragmatisch benaderd, wat is er voor hen uit te halen? Ze zijn daarbij vooral geïnteresseerd in macht en vrijheid van handelen. Alexander lijkt het verstandig om te beginnen met een proclamatie, een proclamatie die vermeldt dat Rinaldo onverwacht afwezig is en dat hij, Alexander, zolang het regentschap op zich neemt. Alexander nodigt daarbij meteen hertog Arkansen uit voor een overleg. Tijdens dat overleg kunnen ze dan bespreken wat de beste manier is om te voorkomen dat ongewenste elementen de macht grijpen. Het geruchtencircuit is het wel toevertrouwd over te brengen wie er met ongewenste elementen bedoeld worden. Alexander’s eigen troepen worden verder nog even uit de hoofdstad gehouden, men zou eens mogen denken dat Alexander bezig is met een staatsgreep.
Zo gaat de dag voorbij en begint de nacht. Een nacht in het midden waarvan Alexander plotseling wakker wordt. Hij voelt dat hij gevaar loopt. Heel voorzichtig de omgeving in zich opnemend ziet hij al snel de bron, er loopt en schorpioen op zijn bed. En wat voor eentje, giftiger kun je ze op Kashfa niet vinden. Thena heeft al gedaan wat ze maar kon, Alexander waarschuwen. Alexander loopt even snel door zijn Power Words heen, maar helaas, geen van allen zijn bruikbaar voor deze situatie. Aangezien Alexander zelf niet zoveel doen kan, richt hij zich tot Thena. De schorpioen aanpakken is weliswaar wat teveel gevraagd voor haar, maar het waarschuwen van de wachters die voor de deur van de kamer geposteerd staan is haar wel toevertrouwd. De deur opent ze zonder problemen en de gealarmeerde wachter ziet al snel dat er hier een moordpoging aan het mislukken is. Hij trekt zijn zwaard en gaat vastberaden op Alexander af. Alexander kent zijn mannen en beweegt zich niet. Een snelle beweging met het zwaard en het is over. De schorpioen komt in een hoekje terecht en wordt vakkundig door de wachter afgemaakt. Alexander geeft hem de opdracht uit te zoeken wie voor deze aanslag verantwoordelijk is.
De volgende ochtend wacht Alexander een volgende verrassing. Hij hoort bij het opstaan een waarschuwing, wil gaan kijken en voelt dan een kogel vlak langs zijn hoofd vliegen. Uiteraard gaat Alexander achter de dader aan. Ook de door het schot gealarmeerde bewakers zijn driftig in de tuinen aan het zoeken. Het mag echter allemaal niet baten, de dader is gevlogen. Het gekke is dat er bij deze aanslag gebruik is gemaakt van een vuurwapen, niet echt een gebruikelijke verschijning in deze contreien. Het sterkt Alexander in zijn vermoeden dat hier invloeden van buiten Kashfa aan het werk zijn. Voor alle zekerheid richt hij zijn kantoor maar in de kelders in, hij wil er resultaten horen. Veel blijkt er niet te melden, of het moet de kamerheer zijn die zich een beetje bleek komt beklagen over de opschudding die Alexander's troepen tijdens hun naspeuringen onder het personeel veroorzaken. Vooral de kamermeisjes blijken helemaal van streek door de ruwe behandeling. Dat er moordaanslagen op Alexander zijn geweest is weliswaar spijtig, maar eigenlijk heel gewoon. Alexander begrijpt de situatie en geeft de kamerheer tot morgenavond de tijd om het op zijn eigen manier op te lossen.
Alexander's acties van de vorige dag blijken effectief te zijn geweest, de rebellen aarzelen. Allereerst is er nu namelijk weer een machtscentrum in Kashfa, en verder heeft Alexander inmiddels al een aardige reputatie opgebouwd. Dat de hertog gaarne bereid is tot een ontmoeting is dan ook niet zo verrassend. Deze wordt voor de volgende ochtend geregeld.
In de middag krijgt Alexander een troefcontact, welke hij aanneemt. Het blijkt Rinaldo te zijn, en hij zit in grote moeilijkheden. Alexander vraagt even voor alle zekerheid welke van de twee Rinaldo's hij voor zich heeft, maar het is echt de koning en niet zijn broer. Alexander stapt dus door om Rinaldo te helpen en komt uit in een soort kasteelruimte. Voor zijn ogen ziet hij hoe Rinaldo in Caine verandert. Caine kijkt Alexander met een neutrale glimlach aan en geeft hem de keuze, Alexander kan vrijwillig meekomen of onvrijwillig. Alexander is wel zo wijs om voor vrijwillig te kiezen, gaat zelf voorop, en laat Thena achter Caine lopen. Veel helpen doet het allemaal niet, Caine laat ze een trap aflopen, doet een deur open, laat Alexander naar binnen gaan en gooit dan met een razendsnelle beweging Thena erachter aan. De deur gaat daarna uiteraard op slot.
Alexander blijkt zich in een uitstekend ingerichte kamer te bevinden, een kamer die het ook prima als gevangenis doet. De deur is magisch beveiligd en een blik met het Patroon leert hem dat er zich een hoop Power rondom de hele kamer bevindt. Het gaat daarbij niet alleen om Pattern Power. De kamer is duidelijk stijlvol ingericht, en zelfs een grote kattenmand ontbreekt niet. Troeven werken uiteraard niet. Toch voelt Alexander op een gegeven moment vaagjes een troefcontact. Hoopvol neemt hij het aan, het blijkt Fiona te zijn. Ze had Alexander even gesproken willen hebben. Nee, naar Alexander toekomen lijkt haar niet zo'n goed idee. Wat rondkijkend constateert ze dat het probleem zo te zien al enigszins is opgelost en met een vriendelijke glimlach verbreekt ze het contact weer.
Ondertussen wordt in Amber Dorian wreed gewekt door gebons op zijn deur. Het blijkt Corwin te zijn, Adrian is vannacht verdwenen en zijn troef werkt ook niet meer. Corwin is er niet echt gerust op. Dorian suggereert om eens navraag bij Adrian’s dienstmeisje te doen, misschien dat zij iets meer weet. Corwin gaat het meteen proberen.
Tijdens het ontbijt ontmoet Dorian Murlas. Dorian vertelt hem even vlug over zijn gesprekken met Adrian, dat hij Adrian heeft weten te overtuigen, dat ze ook nog even met Corwin zijn wezen praten en dat deze voorstelde dat ze zijn Patroon eens zouden opzoeken. Kortom, alles was in kannen en kruiken, maar nu is Adrian plotseling verdwenen. Murlas is niet echt onder de indruk en informeert eerst eens naar de geestelijke stabiliteit van Adrian. Volgens Dorian valt die echter wel mee. Murlas streept een geestelijke instorting door en suggereert dan privé-omstandigheden. Ook dat willen er bij beiden eigenlijk niet zo in. Wel, dan zit hij dus inderdaad diep in de moeilijkheden.
Net op dat moment komt Rhiane aanzetten. De twee wensen haar smakelijk eten en willen hun gesprek voortzetten, maar zo makkelijk laat Rhiane zich niet afschepen. Ze begint te babbelen over die hele toestand van gisteren en dat het haar wel een goed idee lijkt om te onderzoeken of de Nexus gevaarlijk is. De twee knikken eens en kijken elkaar vervolgens veelbetekenend aan. Murlas suggereert vervolgens dat ze misschien maar eens zouden moeten kijken of hun afspraak inmiddels tijd heeft. Rhiane nog een smakelijke voortzetting toewensend trekken de twee zich vervolgens terug. Rhiane is duidelijk gepikeerd en babbelt uiteindelijk maar wat met Boadice over elkaars verleden.
Dorian en Murlas bedenken zich dat ze net zo goed even echt kunnen kijken of Random tijd heeft, en zowaar, dat is nog het geval ook. Random kijkt ze wat afwachtend aan en de twee melden dus dat ze eens nagedacht hebben en dat eigenlijk niet bekend is hoe de Nexus het beste vernietigd kan worden. Het leek hen daarom wel verstandig daar eens achteraan te gaan. Random is over zoveel eigen initiatief best te spreken en informeert of ze dat met hun tweeën dachten te klaren. Tja, ze hadden Adrian al zo ver dat hij mee zou gaan, maar die is helaas spoorloos verdwenen. Hij zou wel eens in moeilijkheden kunnen zitten, en Corwin houdt zich er al mee bezig. Random suggereert dat, mochten we Adrian toevallig tegenkomen voordat Corwin dat doet, dat we Adrian dan toch maar mee moeten nemen. Ook lijkt het hem wel raadzaam een paar andere lui mee te nemen, lui die wat fysieker ingesteld zijn. Er lopen nog wel een paar familieleden in Amber rond te lummelen.
Na het gesprek met Random overleggen Dorian en Murlas even. Zullen ze eens wat extra mensen benaderen, of moeten ze zich maar eens tot Caine wenden? Deze weet tenslotte wel het een en ander van de Nexus. Een beslissing valt er niet, de twee worden door een bediende gestoord. Deze heeft een boodschap voor Heer Murlas. Heer Martin blijkt bij kennis te zijn en had hem graag even gesproken. Murlas neemt fijntjes afscheid van Dorian en gaat naar ziekenboeg. Dorian denkt Murlas nog een hak te kunnen zetten door Random te melden dat Martin bij is, maar deze blijkt daar al lang en breed van op de hoogte te zijn.
Murlas arriveert bij een heel bleek en wit uitziende Martin. Dit wordt duidelijk maar een kort gesprekje. Martin bedankt Murlas, en deze schuift het als iets vanzelfsprekends terzijde. Martin wil verder wel iets meer vertellen. Hij blijkt iets van de Nexus te weten, een belangrijk aanknopingspunt, Lisa. Volgens Martin is ze weer terug in deze realiteit en is ze in groot gevaar. Vanmorgen heeft ze contact met Martin opgenomen. Martin kon eigenlijk niets terugzeggen, maar verstaan deed hij haar wel, waarschijnlijk is hij mede door dat contact weer bij kennis gekomen. Martin vindt het belangrijk dat we Lisa vinden voordat iemand anders dat doet. Lisa vertelde Martin dat ze terug was en dat ze hulp nodig had. Haar voormalige bondgenoot had iets achter haar aangestuurd. Martin heeft het er ook al met Random over gehad en die is bereid Lisa asiel aan te bieden. Lisa heeft verder niet verteld wie haar voormalige bondgenoot is. Murlas informeert nog naar Martin’s relatie met Lisa, maar die is onduidelijk. Martin zou het echter niet leuk vinden als haar iets overkomt. Murlas beseft zelf wel dat het onrealistisch voor Martin zou zijn om zich geen zorgen te maken, maar beloofd dat hij zijn best zal doen.
Boadice is ondertussen uitgekletst met Rhiane en gaat naar haar kamer. Daar aangekomen ruikt ze iets. Er blijkt een man in haar kamer te zitten. Hij draagt een driedelig kostuum en een regenjas en rookt achteloos een sigaret. Boadice reageert duidelijk ontstemd op zijn aanwezigheid, maar daarvan is hij niet onder de indruk. De man ziet er ervaren uit, heeft donkerblond haar, een stoppelbaard en spreekt Boadice gewoon aan met ‘meisje’. Met behulp van de Logrus bemachtigt hij een pilsje, waarna hij Boadice laat weten dat hij een onderzoek instelt naar de dood van Trisha Chartin. Op dat moment komt Fiona bezorgd binnen zetten, iemand zit hier met de Logrus te knoeien. Als ze de dader ziet begint Fiona echter helemaal te stralen. “Oh Reys, dat is lang geleden.” Reys vertelt haar dat hij zich nu private eye Thurnston noemt. Boadice weet dat het Huis Thurnston tot de major houses van de Hoven behoort. Ook is het haar duidelijk dat Fiona en Thurnston elkaar al duidelijk langer dan vandaag kennen, de twee slagen er zelfs in Boadice volkomen in hun gesprek te negeren. Thurnston laat Fiona weten dat hij hier is voor de dood van Trisha, een dood waarover volgens Fiona toch al het een en ander uitgezocht is. Thurnston beaamt dit maar stelt dat er toch nog een paar puntjes zijn. Trisha was namelijk met nogal wat dingen bezig, vlak voor haar dood, en die waren niet allemaal in het belang van Amber. Ze denken dat er een link is met Boadice. Fiona merkt scherp op dat ze zeker Boadice’s vader bedoelen en Thurnston beaamt dit. Fiona constateert dan terecht dat zij dus ook een idee hebben over zijn identiteit. Gezamenlijk bestuderen ze vervolgens Boadice, op zoek naar familiegelijkenissen. Thurnston houdt het daarbij op de neus. Boadice vertelt de twee dat ze zelf niks weet, maar dat is volgens hen misschien maar beter ook. Neerbuigend vertellen ze haar dat ze later wel zal begrijpen waarom. Na Thurnston nog even voor een kopje thee te hebben uitgenodigd verdwijnt Fiona vervolgens.
Thurnston vervolgt zijn onderzoek bij Boadice. Hij wil van haar weten wat Trisha tegen haar gezegd heeft om haar mee te lokken. Boadice’s nieuwsgierigheid vindt hij maar een heel gevaarlijke eigenschap, toch werkt het volgens hem iedere keer weer. Hij raadt dat het gesprek over Gran ging en Boadice bevestigt dit. Op zijn vraag of Trisha wist dat Boadice Gran kende antwoordt Boadice dat Trisha dat aannam. Thurnston wil weten of Trisha nog verteld had dat ze met Gran gesproken had en Boadice antwoordt met “Ja, kort.” Dan komt Thurnston op het aanbod van Trisha, wat gaf ze door als boodschap? Boadice vertelt dat Trisha wilde dat ze haar vader inschakelde om haar ex-man te redden. Thurnston reageert slechts met “Nog meer?”, waarop Boadice hem laat weten dat Trisha haar niet echt iets aan bood. Wel vertelde Trisha haar dat ze een schilderij had waarop Boadice’s vader stond. “En je geloofde haar?” Boadice laat weten dat ze geen reden had om dat niet te doen, alhoewel ze nu toch wel twijfels begint te krijgen. Thurnston begint inmiddels een patroon te zien, maar is nog niet helemaal zeker van zijn zaak. En nee, een echte detective geeft nooit zijn gegevens vrij voordat hij de zaak helemaal heeft opgelost. Een lunch met Boadice klinkt hem wel goed in de oren, maar helaas, hij heeft al een afspraak met Fiona.
Rhiane moet even stoom afblazen en doet dat op de oefenbaan. De eerste instructeur vermoedt nog niks en wil dus wel met haar trainen. Maar als ze met hem klaar is zijn er opeens heel weinig instructeurs op de oefenbaan, heel erg weinig. Wat afgekoeld gaat ze eens kijken wat Random op alles te zeggen heeft. Random luistert belangstellend naar Rhiane’s plannen. Hij en Oscar blijken elkaar trouwens te kennen. Rhiane is zelf zo wijs om door te hebben dat alleen gaan niet zo verstandig is, en samenwerking lijkt Random inderdaad wel nuttig, hoe moeizaam dat soms ook gaat. Hij raadt haar aan eens contact met Murlas en Dorian te zoeken. Rhiane laat weten dat ze dat al gedaan heeft maar dat die twee haar niet wilden. Random suggereert dat een wat bottere aanpak, een zwaardpunt op de keel bijvoorbeeld, nog wel eens wil helpen. Rhiane neemt het advies ter harte en gaat op zoek.
Dorian krijgt bezoek van ‘die kat’. Wylde zegt dat ze denkt dat ze weg moet gaan, haar volk heeft haar nodig. De vriendschap met Dorian betekent heel veel voor haar, maar ze heeft gemerkt dat Dorian haar eigenlijk niet langer nodig heeft, en ze kan haar verantwoordelijkheden niet langer ontlopen. De beslissing is voor haar geen gemakkelijke, maar toch denkt ze dat dit het beste is. Dorian leert dat haar volk de Cardane heet en dat hun schaduw zich ergens in het grensgebied tussen Amber en de Hoven bevindt. Haar vader was als heerser altijd pro-Amber geweest, maar helaas werd hij afgezet en vermoord. Zijn opvolger zocht het meer in de richting van de Hoven. De Cardane werden onder de voet gelopen door een leger Tarsh-demonen, binnengehaald door de verrader die haar vader vermoord had. Wylde vluchtte en werd achtervolgd door Schaduw. Ze vluchtte richting Amber in de hoop op bescherming en ontmoette toen Dorian. Ze mocht hem meteen, ze vormden gewoon een ideale combinatie. Het was ook wel makkelijk om even te vergeten wat ze eigenlijk moest doen. Maar Dorian heeft nu geen behoefte meer aan Wylde’s bescherming, hij kan nu wel voor zichzelf zorgen. Wylde moet terug om haar volk moed te geven en de Tarsh het land uit te kegelen. Dorian heeft alle begrip voor Wylde’s positie en biedt zijn hulp aan. Wylde weet echter niet of ze dat wel aan hem mag vragen. Als Dorian aandringt legt ze uit dat er nog een andere reden is waarom ze terug moet. De Cardane hebben namelijk een bepaalde levenscyclus, en dit is het moment waarop ze haar kinderen moet baren. Ze zou echt een goede vader kunnen gebruiken. Vervolgens verandert Wylde langzaam van een kat in een donkere vrouw met lang zwart haar en groen ogen. Het is Dorian wel toevertrouwd op het aanbod in te gaan en hij merkt tijdens het liefdespel dat ze werkelijk om hem geeft, een gevoel dat wederzijds is trouwens. Dorian hoopt dat haar kinderen haar kunnen helpen het land weer op te bouwen. Hij brengt Wylde via het Patroon terug naar haar schaduw, een schaduw waarin hij de invloeden van een invasie uit een andere schaduw duidelijk kan voelen. De schaduw is daardoor niet meer zo stabiel. Ook heerst er een duidelijke mineurstemming, dit is bezet land.
Murlas gaat na zijn bezoek bij Martin even bij Dorian langs maar merkt dat die bezet is. Aangezien het nieuws ook nog wel even kan wachten regelt hij eerst wat privé-zaken. Een afspraak met Flora blijkt vrij vlot te regelen, en piekfijn in orde gaat hij daarheen op weg. Onderweg ontmoet hij nog even Rhiane die met een getrokken zwaard op hem afstormt, niets waar een snelle vlucht niet tegen helpt. Bij Flora heeft Murlas een langdurig gesprek over koetjes, kalfjes, en zijn verloofde die hij uit de schaduwen naar Amber wil halen. Uiteraard is Flora precies de juiste persoon om haar in Amber wegwijs te maken. Terug in zijn eigen appartementen wacht Murlas een onaangename verrassing, een briefje met de tekst “Het is tijd voor een duel.” Het briefje is ondertekend met “R.” en Murlas voelt op zijn klompen aan dat dat niet van Random afkomstig is. Hij gaat dan ook meteen bij Rhiane langs. Deze heeft net Boadice op bezoek die bij haar is komen theedrinken. Echt gezellig is het theekransje niet, Rhiane is nog steeds wat uit haar humeur. Murlas’ aankomst verbetert het niet. Rhiane had hem verwacht en erkent dat de aanval en het briefje van haar afkomstig zijn. Tja, als je nieuwsgierig bent naar hoe twee Amberieten met elkaar omgaan, dan is dit misschien wel een aardig moment om eens naar zo’n conversatie te luisteren. Voor de sfeer hoef je niet veel moeite te doen, die is ijzig. Beiden spreken hun woorden duidelijk afgewogen uit, en elke nare bijgedachte die het bij je oproept klopt vast wel. Murlas opent met: “Zou ik een verklaring kunnen krijgen voor dergelijk ondoordacht gedrag?” Rhiane antwoordt kortaf: “Misschien.” “Ik luister.” Rhiane heeft vervolgens een voorstel: “Als ik het duel van je win, ga ik mee.” Murlas wacht echter nog steeds op een verklaring, een verklaring die volgens Rhiane ook best daarna kan. Murlas merkt dan op uiterst neutrale toon het volgende op: “Laat ik stellen dat ik niet gecharmeerd ben van een duel. Dat, aangezien jij mij hebt uitgedaagd, ik het tijdstip en het wapen mag kiezen, en het mijn verwachting is dat er daarna maar één overlevende is.” Boadice ziet dat het hier helemaal mis dreigt te gaan en werpt zich tussen de twee kemphanen met de opmerking dat een duel op de dood belachelijk is in deze situatie. Murlas is echter in vorm: “Mag ik Vrouwe Boadice erop wijzen dat het idee van een duel niet van mij afkomstig is, en dat ik voor de reden nog steeds in het duister tast?” Boadice richt zich prompt tot Rhiane met de vraag waarom ze eigenlijk dat duel wilde. Rhiane geeft ook geen krimp en zegt dat dat later wel komt. Als Boadice tegenwerpt dat als ze dood is er geen later is, antwoordt Rhiane: “Laat ik het zo zeggen, ik wil hen tonen dat ik ze zeker van nut kan zijn.” Een lijk lijkt Boadice echter niet zo nuttig, en Rhiane geeft toe dat ze dat niet beoogde. Murlas ziet zijn kans schoon en merkt op: “Wil jij beweren, Rhiane, dat dit hele circus alleen maar bedoeld is om duidelijk te maken dat jij weet hoe je een zwaard vast moet houden, daarbij impliciet bewijzend dat er voor de rest nog wel het een ander ontbreekt? Laat ik stellen dat ik vanmorgen nog echt van plan was jou te vragen om ons te vergezellen, ik begin er nu echter ernstige bedenkingen over te krijgen.” Rhiane is niet onder de indruk en antwoordt: “Het was een directe benadering, maar dat leek me in dit geval wel nodig.” Murlas op zijn beurt: “Schat jij me echt zo laag in dat ik niet door zou hebben dat jij ons van nut zou kunnen zijn?” Boadice probeert de boel nog wat sussen door op te merken: “Ach, ze had alleen een heel visuele demonstratie in gedachten”, maar Murlas is niet meer te ontdooien: “Rhiane, jij had misschien een ander nut in gedachten dan ik. En toen dacht je, kom, laat ik eens bewijzen dat ik behalve met een zwaard ook als een olifant door een porseleinkast kan rauzen. Dat is vast heel nuttig, gezien de delicate kwestie waarmee wij te maken hebben.” Rhiane werpt wat zwakjes tegen: “Dat is jouw visie, maar ik wilde alleen tonen dat ik ook wat in mijn mars heb. Het is niet persoonlijk tegen jou gericht.” Murlas drukt genadeloos verder: “Rhiane, heb jij er eigenlijk wel bij stil gestaan wat de consequenties zouden zijn als jij zomaar, bij wijze van demonstratie, in het paleis van Amber een mede-Amberiet aan je zwaard zou rijgen?” Rhiane werpt tegen: “Er zou je niks overkomen zijn.”, maar Murlas laat zich zo gemakkelijk niet meer afschepen: “Rhiane, heb jij er eigenlijk wel bij stil gestaan dat ik zoiets van tevoren natuurlijk onmogelijk zou kunnen weten. Dat ik, uit pure zelfverdediging tegen wat zich laat aanzien als een lafhartige moordaanslag, wel eens heel drastische tegenmaatregelen zou kunnen nemen?” Rhiane probeert zich uit de verdediging te drukken en begint een tegenaanval: “Het is maar net hoe je het interpreteert. Jij bent toch zéér intelligent?” Murlas pareert de aanval achteloos en blijft Rhiane verder de verdediging in drukken: “Intelligent genoeg om voorzichtig te zijn, na te denken over consequenties. Ik heb vijanden, sommigen daarvan kunnen shapeshiften. En als Amberiet overleef je alleen door voorzichtig te zijn en altijd op het ergste voorbereid te zijn. Als ik met een getrokken zwaard op jou af zou rennen, moet je reactie altijd zijn ‘Hij meent het.’ Sterker nog, aangezien het om mijn figuur met een zwaard gaat, zou je reactie zelfs moeten zijn ‘Dit klopt niet.’” Rhiane laat zich niet zomaar wegdrukken en antwoord: “Misschien had je je nu ook af moeten vragen of dit klopt. Wegrennen is wel de makkelijkste weg.” Murlas antwoordt met: “Kiezen voor een gevecht onder mijn condities de intelligentste!” Hij vervolgt: “Wat ik je probéér duidelijk te maken is dat jouw talenten met het zwaard nooit bij mij ter discussie hebben gestaan. Maar om van nut te kunnen zijn bij een onderzoek heb ik meer nodig dan alleen een hersenloze klerenkast. Ik had van jou beter verwacht.” Rhiane negeert de impliciete belediging en antwoordt: “Ik kan begrijpen dat dit niet is wat jij va mij verwacht zou hebben, maar soms moet je ook doortastend kunnen handelen en niet voorspelbaar zijn.” Murlas geeft zijn voorsprong echter niet meer uit handen: “Laat ik stellen dat de beste eigenschap die je in een bondgenoot kunt hebben ander voorspelbaarheid is, de zekerheid dat hij je niet voor onaangename verrassingen zal plaatsen. Wat jij me dus in feite probeert duidelijk te maken is dat jij zo'n soort bondgenoot niet bent.” Rhiane werpt, duidelijk in de verdrukking, tegen: “Op dat moment waren we nog geen bondgenoten, en ik wilde je tonen dat ik jou gelijke ben, maar misschien op een ander terrein. Dat was wat ik wilde bereiken. Al moet ik zeggen dat het anders is gelopen dan ik had verwacht.” Murlas voelt dat de victorie binnen handbereik is, hij gaat nu voor de genadeslag: “Proef ik daar een verontschuldiging wellicht?” Rhiane weegt nu echt elke lettergreep: “Laat ik zeggen dat ik dit ook als een soort duel kan beschouwen, en dat jij daar op dit moment de betere bent.” Murlas erkent het voor wat het is, een eervolle overgave. Hij antwoordt overeenkomstig: “Ik besef dat je nieuw hier bent. Dat je nog niet alle nuances van het familieleven kent. Je hebt een slippertje begaan, maar ik vertrouw erop dat je hiervan geleerd hebt. Dat je de volgende keer eerst over de consequenties hebt nagedacht. Ik denk dat we die onzin van een duel wel kunnen vergeten, en mijn uitnodiging voor deelname staat nog steeds open.” Rhiane merkt dat ze haar doel toch nog aan het bereiken is, en antwoordt: “Ik begrijp hieruit dat we nu bondgenoten zijn.” Zo makkelijk komt ze bij Murlas echter niet weg, hij houdt het op een veelbetekenend “Laten we het hopen.”
Murlas richt zich vervolgens tot Boadice en vraagt of hij haar even kan spreken. “Wanneer?” “Nu.” “Hier?” Murlas glimlacht fijntjes: “Onder vier ogen.” Boadice stelt vervolgens een wandeling in de tuinen voor. De inhoud van dat gesprek zal ik je besparen, één gesprek van Murlas is al meer dan genoeg.
Maurice