13 januari 1995                        Sessie 34                     Afwezig: Bettina

 

 

                                                    Subheading

 


[Insert nice summary of Jan Pieter here:-)]

 

Sherwyn is een land met bergen en veel bomen. Koning Adrian heeft wat mensen geronseld als bevolking. Het kasteel heeft wel wat weg van dat van Walt Disney, maar dan zonder tierlantijntjes. Om het kasteel ligt een grote tuin met heggen. Het geheel is redelijk sober uitgevoerd. Om het geheel ligt een lompe, maar sterke wal.

Sherwyn grenst aan de Schaduw Bonalpak, een beetje een Incaland, met als godsleider Xochipilli. Aangezien die Schaduw wel zee heeft, en Sherwyn niet, is Adrian daar een paar keer ‘verschenen’ aan de lokale bevolking. De daarop volgende opstanden werden nog onderdrukt, maar Adrian verscheen uiteindelijk als redder en heeft er nu de status van god verworven, met Xochipilli als zijn hogepriester.

Een andere aangrenzende Schaduw heeft centaurs als bewoners.

Dan is er nog een Schaduw waarin Morzels leven. Dit zijn ruwe, stevige lui, een soort primitieve vikingen.

Tot slot mogen we niet de Schaduw met spinnen vergeten. Grote, lieve, emotionele spinnen. Ze zijn al begonnen met het spinnen van zijde voor Adrian, interessant als handelswaar.

Adrian zelf zit nog in de Hoven, en heeft daar te maken met een duel. Helaas komt zijn tegenstander niet opdagen. Adrian speelt zijn verontwaardiging goed, en zijn eer is nu in ieder geval gered.

In de middag komt een duistere wolk binnengestormd. Het is Borac Ascan die een onderhoud onder vier ogen eist met Adrian. Adrian stemt toe. Heer Borac laat hem weten het vreemd te vinden dat zijn zoon niet is komen opdagen bij het duel. Adrian volhardt echter in zijn onschuld en Heer Borac mist nog elk stukje bewijs. Maar als hij ook maar iets vindt zal hij het er niet bij laten zitten. En met dat dreigement vertrekt Borac weer. Aangezien Vlynn zijn laatste erfgenaam was, zou hij het wel eens kunnen menen.

De handel tussen Sherwyn en de Hoven kan Adrian het beste via de Baccarans regelen. Ze zijn nu tenslotte familie.

Na zijn zaakjes in de Hoven afgehandeld te hebben, doet Adrian Amber aan. Random onderkent dat het lastig wordt een geschikt tegencadeau voor de familie Baccaran te vinden. Het zal echt iets bijzonders moeten zijn. De handelsbetrekkingen tussen Sherwyn en Amber moet Adrian verder maar regelen met Heer Boralis, de minister van handel.

Tante Flora wordt ook met een bezoek vereerd, en uiteraard is ze gaarne bereid het huwelijkstuk in Amber te organiseren. Een sober feest vindt ze een waardige uitdaging, een tegencadeau voor de Baccarans trouwens ook. Toch kan ze Adrian wel helpen, mits daar natuurlijk wat tegenover staat, Adrian’s goodwill als vorst van een onafhankelijk koninkrijk bijvoorbeeld. Adrian gaat akkoord en Flora legt hem uit dat je iets moet hebben met een enorme status. Flora weet dat in de Hoven legendarische voorwerpen ook een enorme status hebben, en nu wil het geval dat Flora, stomtoevallig, nog wel zo’n voorwerp heeft. Het betreft de gordel van de jongste dochter van Swayvill. Ze droeg het in de Patternfall war, een oorlog die ze niet overleefd heeft. Toen men haar terugvond was dat echter zonder gordel. Uiteraard verlangt Flora voor een dergelijke dienst wel een gelofte op het Patroon van Corwin, en Adrian voelt dan dat hij er echt aan vast zit. Ach, die gordel is het waard, Flora heeft daar echt niet zomaar afstand van genomen. Dat er magie in de gordel zit is verder niet meer dan normaal.

Met de zaakjes in de Hoven en Amber geregeld, keert Adrian terug naar Sherwyn om daar nog het een en ander te doen.

 

Murlas weet dat zijn deal met Sand nog wel even zal duren en vertrekt na het Bal dan ook naar de Overschaduw.

Uiteraard ziet hij in Tir-Na Nog’th nog wel het een en ander. Zo ziet hij twee lui die erg op hem lijken met elkaar vechten bij een op de grond liggende dame. Deze dame ziet eruit als Melusine.

Ook ziet Murlas vanuit Arden’s richting in een flits Julian voorbij stuiven. Julian ziet er gehaast uit. Dat kan ook heel goed kloppen, want even later gebeurd er iets vreemds. Vanuit de richting van Arden wordt een soort vlek steeds groter. De vlek raakt Murlas, en plotseling ziet hij een bergachtig geheel. De lucht is voor de helft pikzwart en wisselt voor de andere helft van kleur. Het waait er hard en op de rotsen is een man vastgeketend. De man heeft lang haar, een baard, en een bloedende wond bij zijn middenrif. Terwijl Murlas kijkt komt er een grote vogel aangevlogen die bij de man in zijn zij pikt. Murlas staat zelf op een rotspunt, nogal wankel, zeker met de instabiele grond hier. Hij voelt hoe er een aardbeving aankomt, wil terugtroeven naar Amber, maar is te laat. De grond scheurt onder Murlas’ voeten open, en hij valt naar beneden.

Murlas komt later langzaam weer bij zijn positieven. Dat is trouwens ook het enige positieve aan zijn situatie. Zijn lichaam is redelijk verpulverd, en de shapeshifting capaciteiten van zijn lichaam vormen zijn enige link met het leven. Onder gruwelijke pijnen weet Murlas langzaam aan zijn lichaam weer wat in vorm te brengen.

Murlas’ situatie wordt nou niet bepaald verbeterd door de aanwezigheid van vampier vleermuizen. Hij maakt zich er zo kwaad om dat hij ze psychisch een voor een weg blast.

Met de vleermuizen verdreven krijgt Murlas tijd om te beseffen wat voor een honger hij heeft. Hij concentreert zich dan ook op zijn armen om zo straks in ieder geval weg te kunnen kruipen. Als de vleermuizen weer dichterbij komen blast Murlas ze onmiddellijk weg, om daarna pas te beseffen hoe dom het is je eten weg te jagen. Hij weet daarna nog wel zo’n vleervampiertje te vangen, maar de meesten mijden hem toch.

De plek waar die vent op de rotsen gepikt werd komt Murlas trouwens wel bekend voor. Hij heeft daar in zijn zij ook wel eens zo’n gevoel gehad. Verder spreekt het vanzelf dat hij tijdens zijn val al zijn troeven is kwijtgeraakt, en bovendien is het hier redelijk donker. Murlas weet de meeste van zijn troeven toch weer terug te vinden, en mist er uiteindelijk nog twee. Links door de kloof waar hij in is gevallen trekkend, krijgt hij het idee dat daar boven hem iets zou kunnen zijn. Het Patroon voelt hier trouwens niet sterk, het is hier vast ver van Amber. Murlas gaat in ieder geval kijken wat er boven hem is en vindt daar nog een troef. Aangezien hij toch de kloof uit moet  gaat hij verder omhoog, en omhoog, en omhoog. De af te leggen afstand is moordend, zijn vermoeidheid dodelijk. Puur op uithoudingsvermogen komt hij uiteindelijk toch boven.

Weer terug op het oppervlak ontdekt Murlas dat shiften hier niet zal gaan. En de troef die hij mist is uiteraard die van Amber, niet dat zijn troeven hier werken, trouwens.

Aangezien Murlas niet weet waar hij heen moet, volgt hij de vogel als hij die weer een keer over ziet vliegen. De vogel leidt hem keurig netjes naar de vent. Toch jammer van het kloofje van een meter of twintig dat hen nog scheidt. Murlas schreeuwt wel een keer naar de vent, en voelt gewoon de blik die deze hem toewerpt. Het voelt ergens bekend aan. Al met al kan Murlas veilig concluderen dat iemand hier heel veel moeite gedaan heeft om die vent gevangen te zetten.

 

Boadice zit in een karavaan. Deze is duidelijk op weg naar zijn bestemming. Op een gegeven moment stoppen ze even om de karavaan wat op te kalefateren en wat met de papieren te rommelen, en inderdaad treffen ze even verderop een blokkade. De soldaten hebben kakikleurige uniformen en er zit er eentje bij met een zwart uniform. Deze inspecteert de karavaan. Mardoc wordt er meteen door hem uitgepikt en meegevoerd. De vrouwen bekijkt hij slechts heel vluchtig, maar Boadice weet via haar Psyche zich toch op te laten vallen, ook zij moet mee. De rest van de karavaan mag weer vertrekken. Boadice en Mardoc belanden in gescheiden cellen.

In haar cel probeert Boadice met haar vingers en zo een troefschets van de man in het zwart te maken. Helaas troeft de tekening niet erg.

De volgende ochtend wordt ze uit haar cel gehaald en naar een ruimte geleidt waarin de man in het zwart zich ook bevindt. Hij heeft deze keer meer wachters met wapens bij zich. De man haalt een blauwe bol te voorschijn en loopt ermee om Boadice heen. De bol begint spontaan te gloeien. Voor de man is dit voldoende reden iets uit zijn zak te halen en om haar nek te klikken. De bol gaat meteen uit, en de man lijkt erg tevreden. Het iets om Boadice’s nek is trouwens een halsband van metaal met iets van steen er in verwerkt.

Boadice besluit het spelletje voorlopig mee te spelen en zo worden Mardoc en zij de volgende dag vervoerd. De man in het zwart heeft daarbij iets achter in haar halsband gehaakt, zodat Boadice zich nu aan een soort riem bevindt. Het gezelschap begeeft zich te paard richting bergen. Gedurende een rustpauze probeert Boadice de blauwe bol te rollen, maar de vent lijkt wel aan te voelen wat ze van plan is. Via de halsband bezorgt hij haar een enorme pijn. Boadice wil hem vervolgens aanvallen, maar voelt dan zoveel pijn dat ze flauw valt.

Weer bijgekomen probeert Boadice een psychic blast. Toch jammer dat de link die die halsband en de riem vormen zodanig in elkaar zit dat ze de kracht daarvan tienvoudig terug krijgt. Daar valt ze weer flauw.

Weer bijgekomen gaat Boadice getergd weer in de aanval. Dit keer fysiek. En weer is de vent haar te snel af.

 

Alexander valt het op dat er ook wel karavanen met kostbaarheden richting bergen gaan, hoewel de meesten toch voedsel vervoeren. De meesten nemen ertsen mee terug. Alexander wil proberen als passagier mee te reizen bij een niet militaire karavaan. Helaas zijn die daar niet zo happig op. Het regeringsleger heeft ze namelijk verboden om ‘ghan’ mee te nemen. Wil hij toch mee dan kost hem dat het tienvoudige, en dan mag hij nog alleen maar mee als bewaker. Alexander gaat akkoord en spreekt af de helft nu en de helft bij aankomst in Tomba te betalen. De volgende dag vertrekken ze. Het is trouwens maar goed dat Alexander de nacht bij de karavaan doorbracht, die nacht zijn namelijk alle ‘ghans’ in de stad opgepakt.

De tweede dag van de reis moet Alexander zich gereed houden voor overvallen, en terecht. De overvallers dragen een soort oranje uniformen, rebellen dus. De uniformen passen hier trouwens wel in de omgeving. De overval is verder maar een halfslachtige poging. Tussen het schieten door wordt er dan ook driftig onderhandeld over het tolgeld, en met achterlating van 1 wagen kan de karavaan verder.

De volgende ontmoeting is met een post van het regeringsleger. Dit keer moet Alexander zich verborgen houden. Dit lukt, en de volgende dag arriveert het gezelschap in Tomba.

De mensen in Tomba blijken het begrip alchimist niet te kennen. Smeden liggen er nog het dichtste tegenaan.

Alexander hoort een smid uit en leert dat zijn doel zich bij Wolf moet bevinden, het hoofd van de Weri. Alexander wist na afloop de uithoring bij de smid en weet nu dat hij waarschijnlijk op zoek is naar de prospector.

Door de stad lopend merkt Alexander dat hij gevolgd wordt door iemand in een zwart uniform. Alexander besluit hem op te wachten en vraagt die vent dan waarom hij hem achtervolgt. Er ontstaat een worsteling, en Alexander concentreert zich vervolgens op de geest van de man. Het kost wat moeite, maar dan weet Alexander dat de man van de inlichtingendienst is. Aan het hoofd daarvan staat iemand die de Adelaar genoemd wordt. De man had trouwens nog iemand anders bij zich, en voor wat die gedaan heeft hoeft Alexander geen moeite te doen. Hij voelt de kruisbogen al in zijn rug. Hij moet zich overgeven. Alexander wil eigenlijk zijn troef wegstoppen, maar dat wordt als te bedreigend ervaren. De pijl blijft gelukkig in zijn kevlar wapenrusting steken. Terwijl Alexander rustig zijn handen omhoog steekt nemen de soldaten geen risico en wordt hij door een pijl tegen het hoofd getroffen. Voor Alexander gaat het licht uit.

Hij komt bij in een cel. Zijn spullen is hij kwijt, en hij is een halsband rijker. Uiteraard wordt Alexander ondervraagd. Hij vertelt dat hij vanuit Golva hierheen is gekomen en op zoek is naar de prospector. Als ze naar zijn opdrachtgever vragen wil Alexander eerst de zekerheid dat ze dat niet aan Amberieten doorgeven. Helaas, zij stellen de eisen hier, hoewel ze toch wel bang voor Alexander zijn. Alexander dringt maar niet verder aan en zegt dat het de koning van Galoria is. Nadat er nog een schets van hem gemaakt is gaat hij terug de cel in.

 

Dorian belt Charles op en meldt dat hij klaar is. Charles blijkt een mooie collectie schilderijen te hebben, vooral impressionisten. Dat moet wel een miljoentje of wat waard zijn. Charles is op het moment dan ook kunsthandelaar.

Dorian legt Charles uit dat hij in strijd met de eerdere afspraak toch graag 1 persoon zou inlichten, zijnde Random. Met tegenzin gaat Charles akkoord. En dan vertrekken ze in de porsche.

In Amber herkent Charles zowaar een schilderij van Brand, hij is die stijl op aarde ook wel eens tegengekomen. Adrian verlaat net Random’s kantoor als Dorian en Charles daar arriveren. Random slaagt er verder bijzonder goed in om te doen of hij aangenaam verrast is.

Dorian heeft nog even een gesprekje met Adrian, en vertrekt dan naar Cardane, gewapend en wel.

Bijna in Cardane aangekomen, vindt Dorian zijn weg versperd door een ruiter. Oeps, Benedict. Deze wil Dorian’s bestemming weten en meldt dat hij als waarnemer hierheen gestuurd is omdat er een politieke rel heeft plaatsgevonden om dit gebied. Zowel de Hoven als Amber waren belanghebbenden en er is nu de afspraak gemaakt dat van beide kanten geen nieuwe ‘adviseurs’ meer zullen worden aangevoerd. Dorian werpt tegen dat hij enigszins persoonlijk bij het conflict is geraakt en dat er zich nog wel eens een paar Amberieten in de ‘warzone’ zouden kunnen bevinden. Benedict lijkt dat onwaarschijnlijk, maar als Dorian hem Wylde in herinnering brengt, fronst Benedict eens. Hij vindt het onverantwoord eventuele nakomelingen in die Schaduw te houden en ze bespreken de situatie in Benedict’s kamp. Het verdrag staat volgens Benedict niet toe dat Amberieten zich met de interne situatie in Cardane bemoeien, maar de situatie vereist dat hier misschien wat rekbaar mee omgegaan moet worden. Dorian wil indien nodig zijn nakomelingen evacueren, en Benedict vindt dat niet meer dan Dorian’s plicht. Hij verlangt daarbij wel dat Dorian zich niet met de oorlog bemoeit, een verlangen waar Dorian in toestemt.

In Cardane is volgens Benedict een burgeroorlog aan de gang, en de strijd is nog lang niet beslist. Wylde zit uiteraard bij de rebellen en volgens Benedict is er maar 1 plaats waar die hun hoofdkamp kunnen hebben, namelijk dáár. Via de jungle kun je er vlak in de buurt terecht komen.

En zo arriveert Dorian bij een verborgen wachtpost in de bomen. Hij legt er zijn wapens op de grond en wordt door twee katten en twee naakte, mensachtige wezens gevangen genomen. Kleding lijkt hier sowieso niet erg populair te zijn.

Dorian wordt uiteindelijk voor een of andere man geleidt die in een onbekende taal tot hem spreekt. Als Dorian zegt dat hij hem niet verstaat, schakelt de man over op Thari. Dorian legt uit dat hij Dorian van Amber is en dat hij als neutraal individu is, op zoek naar Wylde. Dorian moet even wachten, maar dan komt Wylde binnen. Deze verifieert mentaal even of hij inderdaad Dorian is en verwacht vervolgens duidelijk dat hij hier is om haar te helpen. Jammer maar helaas dus. Dorian vertelt over zijn ontmoeting met Benedict en hoewel Wylde ergens wel wat teleurgesteld is, accepteert ze Dorian’s verhaal. En uiteraard mag Dorian zijn zes jonkies zien.

Miri is een klein vrouwtje, grijs, met blauwgrijze ogen.

Laura is zwart, lijkt erg op Wylde en heeft groene ogen.

Vilcon, vernoemd naar Dorian’s vader, is een mannetje, roodbruin van kleur, met groene ogen.

Rowena is een zwart meisje met witte pootjes en blauwe ogen.

Dennis is weer een jongetje, donkergrijs met blauwe ogen.

Nicholas tenslotte is een echte lapjeskat, een jongetje met groene ogen.

Cardane nemen in eerste instantie vrijwel altijd hun kattenvorm aan, maar shapeshiften leren ze al vrij vlot. Zo shiften Vilcon en Miri al redelijk vaak naar hun menselijke vorm. Dennis en Laura hebben dat echter nog helemaal niet gedaan.

Maurice