Amber Sessie 35Campaign Log

3 februari 1995

Afwezig: -

Look Toto, I don't think we're in Kansas anymore

 

Rhiane merkt dat haar bewakers redelijk nerveus zijn en niet goed weten wat ze met haar aan moeten. Ze blijft echter vastzitten. Dat wil zeggen, tot die dag dat ze buiten een hoop wapengekletter hoort. Het wapenge‑kletter verstomt op een gegeven moment, en een stel bewakers nemen haar mee naar een grote zaal. Daar wacht Thorgil op haar, met zijn zwaard op 1  de keel van de oranje pipobaas. En reken maar dat de leider best zijn leven wil ruilen tegen dat van Rhiane. Rhiane wil uiteraard nog wel weten waarom ze gevangen is genomen, maar veel verder dan 'de god heeft het bevolen' komt ze niet. Alhoewel, ze komt er ook nog achter dat de monikken een nakomeling van een bepaalde Amberiet zoeken, een Amberiet die volgens de opgegeven beschrijving best haar vader zou kunnen zijn, al voldoet Caine er veel beter aan. Na nog even haar dolk teruggevraagd te hebben vertrekt Rhiane samen met Thorgil.

Rhiane komt er pas buiten het klooster achter dat ze vergeten is haar troeven terug te vragen. Helaas heeft Thorgil niet zo'n zin nog een keer dat klooster in te gaan. Dit keer zijn ze tenslotte gewaarschuwd.

Al shiftende naar Amber krijgt Rhiane een vaag gevoel van onrust. Een paar Schaduwen verder blijkt dat terecht. Tien lui uit de Hoven komen uit de struiken tevoorschijn en Rhiane heeft nog steeds geen zwaard. Rhiane zoekt een opening en maakt dat ze weg komt. Een paar vallen er prompt Thorgil aan, de andere zes volgen Rhiane. Aangezien Rhiane zich toch wat schuldig voelt keert ze weer terug. Dat had ze beter niet kunnen doen. Voor de tweede keer wordt ze omsingelt, en voor de tweede keer weet Rhiane de omsingeling te doorbreken. Dit keer kiest ze er voor zich te verbergen, en het lijkt even of het zal lukken. Maar dan haalt een van de overvallers een 'stinkend' zwaard tevoorschijn, een zwaard dat rechtstreeks naar haar schuilplaats wijst. Rhiane laat haar bovenjurk achter in de hoop dat dat het zwaard zal verwarren en gaat er weer vandoor. Tja, buiten haar schuilplaats valt ze dus wel meteen op, ze komt dan ook recht tegenover zo'n Chaoot te staan. En deze heeft wel een groot zwaard, een zwaard waarmee hij haar bewusteloos mept.

Rhiane wordt wakker in een storm. Een storm die allerlei voorwerpen en dingen meevoert. Een van die dingen is haar moeder, en deze is heel boos op haar. Rhiane voelt zich dan heel hard naar beneden gaan. Boem, en dan is ze plotseling in een huis. Ze draagt er een blauwe jurk met een wit schortje. Het huis is een soort boerderij. De enige andere bewoner is een klein hondje wat enthousiast op Rhiane afspringt. Rhiane besluit het mormel te negeren.

Op een gegeven moment doet Rhiane de deur naar buiten open. Daar blijkt een hele menigte mannetjes en vrouwtjes op haar te wachten. Ze schreeuwen allemaal enthousiast hoera, zo blij zijn ze dat de heks nu dood is. En inderdaad ziet Rhiane hoe er twee benen met rode schoentjes onder haar huis uitsteken. Volgens de bevolking was dat de enge heks uit het westen. Het huis viel uit de grote storm recht op haar. Als beloning mag Rhiane nu de rode toverschoentjes van de heks hebben. De benen van de heks verschrompelen trouwens meteen als ze die schoentjes van haar voeten afhalen.

Rhiane probeert te achterhalen wat er nu precies aan de hand is. Het Patroon heeft ze in ieder geval niet meer. Verder is ze nu in munchkinland, en is Amber hier onbekend. Gelukkig is er nog de tovenaar, die weet alles.. Ze hoeft alleen maar de 'yellow brick road' te volgen. Het hondje blijft haar trouwens volgen en wordt door Rhiane volkomen ten onrechte Idenfix gedoopt.

 

Adrian gaat achter Rhiane aan, en weet door afwisselend het Patroon en Corwin's Patroon te gebruiken een prima kruispeiling op Rhiane te krijgen. Op weg dus. Het spoor leidt naar een soort klooster, een klooster vol oranje gedaantes en crossbow bolts. Adrian trekt zich maar even terug en probeert Rhiane's troef. Jammer dus. Dan maar wachten tot het donker is en naar binnen geslopen. Het cellenblok blijkt leeg te zijn. Eentje is kortgeleden echter bewoond geweest, en een zorgvuldige inspectie levert een stukje stof op, waarschijnlijk afkomstig van Rhiane's jurk. Door het spelen van luistervinkje leert Adrian dat het ritueel mislukt en het offer gestolen is. Adrian zoekt vervolgens een oranje pipo met een gouden randje uit en ondervraagt hem. Deze vertelt hem na wat aandrang dat er een inval van een ketter is geweest. Deze heeft het offer, een heiden die verdacht veel op Rhiane lijkt, gestolen. Na de priester even goed vastgebonden te hebben, vertrekt Adrian weer.


 

Murlas volgt de grote vogel nadat deze klaar is met zijn gepik. De vogel is echter op een gegeven moment ver‑dwenen, en Murlas valt van uitputting in slaap.

Als Murlas weer bijkomt ziet hij net de vogel weer terugvliegen. Na een wat pijnlijke lichamelijk verandering vliegt Murlas het beest achterna. Het beest verdwijnt in een grot en Murlas gaat er dus op onderzoek uit. Hij voelt er meteen iets vreemds, iets onprettigs: Logrus!

Alhoewel het grottenstelsel een waar doolhof vormt, hoeft Murlas alleen maar het Logrus spoor te volgen. Dit leidt hem uiteindelijk naar een ruimte waarin hij een verschrikkelijke werveling ziet. Logrus, pure Logrus. De vogel zit er op de schouder van een man. Deze fronst bij het zien van Murlas. Volgens hem wordt het niet geacht mogelijk te zijn in die Schaduw te komen zonder zijn toestemming. Zijn naam is trouwens Suhuy. En daar houdt Murlas' herinnering eigenlijk wel op. De Logrus wordt te sterk voor hem.

Murlas is nog bewusteloos maar hoort toch stemmen.

'En hoe gaat het met jou tegenwoordig?'

'Van alles, doe freelance werk.'

'Schrijf je nog steeds?'

'Ja. ja'

'Maar is dat ene verhaal nu geaccepteerd?'

'Deden ze wel moeilijk over. Klaarblijkelijk is er copyright op Amberverhalen. Wist ik ook niet. Een of ander major house heeft alle rechten.'

'Flauw, maar het is wel uitgevoerd?'

'Ja, het was een soort detective. Ik had alle Amberieten gecast.'

'Aan wie?'

'De grote baas natuurlijk.'

'Hè, wat doet dat lampje daar? Oh shit, oh shit! 20cc! Nummer 3! Nummer 3!'

 

Adrian doet weer een kruispeiling en komt deze keer in de buurt van de Hoven uit. Hij maakt flink tempo en merkt dat hij gezelschap heeft van een in het rood geklede ruiter. Deze gaat dezelfde kant op. Aangezien ze elkaar willen onderscheppen gaat dat uitstekend. De Ruiter geeft geen antwoord op Adrian's vragen, maar staat hem niet toe verder te gaan. Dat wordt dus knokken. De Ruiter blijkt behoorlijk goed te zijn met het zwaard, misschien nog wel beter dan Adrian. Adrian is echter sterker en alhoewel het hem een verwonding kost, weet Adrian de rode ruiter toch een afgrond in te trappen.

Adrian gaat verder, en als hij in de buurt van zijn bestemming komt ziet hij een oude bekende, de rode ruiter. Deze gaat precies de goede richting op, en Adrian achtervolgt hem dan ook.

Op een gegeven moment ontdekt Adrian dat de rode ruiter verdwenen is. Zoveel maakt dat echter niet uit, dat grote, witte gebouw  daarginds is namelijk Adrian's bestemming. Het gebouw is trouwens goed beveiligd, en zit vol met blauwe bokkepoten.

Adrian houdt zich schuil en ziet hoe er twee gezellig even wat met elkaar lopen te keuvelen. Iets over promoties en nieuw materiaal wat gedumpt is met een oud programma.

Adrian ziet kans stiekem het gebouw binnen te komen. Het ziet er redelijk high tech uit. Hij bevindt zich in het kantorengedeelte en ziet er veel naambordjes met titels. Het blijkt dat hij in de afdeling Administratie is. Er zijn ook afdelingen Laboratorium 1, Laboratorium 2, Gesloten afdeling en Proefruimte.

In de proefruimte blijken bokkepoten te zijn. In Laboratorium 1 zijn ze wel aan het lunchen, alleen zit daar de boel op slot. Adrian besluit dan toch maar de Proefruimte te nemen en stormt daar naar binnen. Tot zijn verbazing blijken de twee vrouwen daar ware fans van hem te zijn. Zozeer zelf dat ze bereid zijn om Rhiane voor hem uit een kokon te halen.

Rhiane loopt net langs de 'yellow brick road' als ze daar een vogelverschrikker ziet die verdacht veel op Adrian lijkt. Langzaamaan wordt ze echter wakker genoeg om te beseffen dat ze wel Adrian ziet, maar geen vogel‑verschrikker. Ook loopt ze niet op de 'yellow brick road', maar ligt ze naakt in een kokon. Dat ze daarbij ook nog kaalgeschoren is vertelt Adrian haar nog maar even niet.

Volgens een van de twee zusters worden de patiënten altijd bezig gehouden tijdens het onderzoek. Deze afdeling is voor nieuwe patiënten. De anderen liggen op de gesloten afdeling, een afdeling welke bewaakt wordt. Rhiane's spullen blijken verder in het kastje naast haar kokon te liggen.

De twee bewakers bij de gesloten afdelingen zien Adrian en Rhiane als twee geestelijk gestoorden. Niet echt wijs dus. Ze weten helaas nog wel alarm te slaan, maar daarna zijn ze ook uitgeschakeld.


Een snelle inspectie op de gesloten afdeling levert hen Murlas op. Volgens het kaartje wat er bij hangt zit hij er al maanden. De kokon wil uiteraard niet open, maar Adrian is sterk genoeg. Rhiane kijkt ondertussen wat verder. Ze ziet twee bokkepoten binnenkomen en iets doen. Adrian schreeuwt dat ze terug moet komen, maar Rhiane wil nog even verder kijken. Adrian besluit dat hij het risico verder niet meer kan nemen en vertrekt zonder haar maar met Murlas. Rhiane ziet ondertussen hoe de twee bokkepoten een vrouw uit een kokon halen en samen met haar wegtroeven.  Er zijn ondertussen meer bokkepoten binnengekomen, en deze hebben wel belangstelling voor Rhiane. Gelukkig slaagt ze er nog net in om weg te schiften.

Adrian brengt de helemaal kaalgeschoren Murlas naar de ziekenboeg van Amber. Daar wordt Murlas weer bij‑gebracht. Tot zijn verbazing is er niks meer mis mijn zijn Patroon of zijn shapeshifting. De twee proberen er samen achter te komen wat er precies aan de hand is, en Murlas' herinneringen blijken te kloppen met de gebeurtenissen zoals Adrian die waarnam. Alleen het zien van Rhiane op het Bal klopt niet. De twee besluiten de handen ineen te slaan.

Rhiane shift ondertussen even wat kleding en geld en doet dan Londen aan. In een warenhuis laat ze zich van een middellange, roestrode pruik voorzien, gewoon om haar moeder te shockeren. Wat verder shiften levert haar Oscar weer op. Deze staat ergens in Schaduw in een steen op haar te wachten. Oscar vindt dat Rhiane minder met haar moeder bezig moet zijn, Rhiane is tenslotte een Amberiet, haar moeder is niks.

Met Oscar weer bij zich gaat Rhiane terug naar het blauwe bokkenpoten ziekenhuis. Deze blijkt volledig ontruimd te zijn. Alleen de grote apparatuur en wat algemene papieren zijn in de haast achtergelaten.

 

Boadice krijgt geen contact met het Patroon, de halsband snijdt haar af. Het werkt ook de andere kant op. Magie en, wat vervelender is, troeven, zullen niet goed op haar werken. De halsband is een barrière, het weerkaatst haar krachten terug op haar. De riem kan verder nog gebruikt worden om pijnpulsen aan haar door te geven.

Ze reizen richting bergen. De tweede nacht dat ze aan een paal gebonden staat wordt ze wakker van iemand. Er hurkt een gedaante in de schaduwen. Deze wil weten wie ze is en waarom ze vast zit. Boadice antwoordt slechts dat ze Boa heet en hier weg wil. De gedaante in de schaduwen heet Evin. Boadice vraagt hem haar lost te maken en belooft hem daarbij gouden bergen. Evin wil haar inderdaad wel helpen, maar dan moet ze wel meewerken. Ze wordt waarschijnlijk naar Wolf getransporteerd en Evin denkt dat hij daar wel hulp kan krijgen. Boadice vindt het goed, maar laat nog wel even weten dat die blonde man ook mee moet, en eventueel ook die man in het zwarte pak. Evin vindt haar maar veeleisend, hij zal echter wel eens kijken.

Als Boadice onderweg een keer eventjes de mogelijkheid tot contact met Mardoc krijgt, grijpt ze die meteen aan. Psychisch geeft ze hem het beeld door van de troef van Gran, van de man in het zwart met de troeven, en dat hij die man aan moet vallen mocht zich de gelegenheid voordoen. Boadice zal hem dan ook aanvallen, hij kan dan de troeven rollen en Gran troeven.

Het gezelschap arriveert in het bergkamp. De man in het zwart vraagt meteen audiëntie aan bij Wolf en loopt er met Boadice aangelijnd heen.

Heer Wolf resideert in de grootste tent van het kamp. Hij draagt een duur gewaad wat hem totaal niet staat. Het maakt een wat verlopen indruk. Boadice ziet echter dat Wolf wel degelijk een gevaarlijke, valse man is. De paar bijna naakte dames aan zijn voeten zijn echt niet voor niets zo angstig uitgevallen. En zijn manschappen vinden zijn kleding trouwens schitterend. Boadice wordt als Amberspionne geïntroduceerd, dit tot grote verbazing van Wolf. 'Een vrouw?!' Een andere vent bij Wolf, Parcellus, is wat minder verbaasd. Al met al is Wolf best tevreden over de man in het zwart, en hij geeft hem dan ook een ring van zijn hand. Boadice blijft bij Wolf achter.

 

Alexander wordt een beetje voorzichtig behandeld. Hij is weliswaar nog een gevangene, maar dat kan ver‑anderen. Bij Heer Wolf stelt hij zich voor als Heer François. Als bewijs vertelt Alexander dat hij een troef van Monias heeft, en een zegelring. Parcellus bevestigt dat het hier om voorwerpen van het koninkrijk Galoria gaat. Wolf staat al op het punt Alexander de gaststatus te verlenen, als deze laat vallen dat hij hier is om Parcellus op te sporen. Dat is dus tegen het zere been van Wolf.  Heer Wolf laat er geen misverstand over bestaan dat hij Parcellus onder geen voorwaarde kwijt wil, maar misschien dat er op andere terreinen overeenkomst kan worden bereikt? Alexander stelt voor om daar onderhandelingen over te beginnen. Wolf zegt toe er over na te denken. Alexander mag verder vrij in het kamp rondlopen, maar hij mag het kamp niet verlaten, en zijn bezittingen blijven geconfisceerd. Ook houdt hij gewoon zijn halsband om.


 

Boadice wordt door twee dames in Wolf's bijzijn ontkleed en in een zeer schaars pakje gestoken. Ze mag vervolgens aan Wolf's voeten gaan liggen, Wolf houdt haar halsbandje wel vast. Boadice denkt haar kans schoon te zien en overvalt hem geestelijk. Helaas, het lijkt wel of ze tegen een muur op loopt. Wolf heeft duidelijk bescherming. Wolf is verder niet zo blij met haar poging en slaat haar in het gezicht.

Aangezien de directe aanpak niet werkt, probeert Boadice de indirecte maar. Tussen neus en lippen door vertelt ze Wolf dat het zwarte pakkie troefjes heeft achtergehouden. Zowaar, Wolf komt wat later zelf op het idee Janrik te laten halen. Deze baalt wel een beetje, maar geeft de troeven toch maar af. Parcellus bekijkt ze wel even en fronst bij een bepaalde troef. Ook Wolf fronst bij het zien van die troef. Ze willen wel weten van wie die troeven zijn, van familieleden beweert Boadice. Ja, ook die van neef Alexander. Wolf blijkt duidelijk niet van dit nieuws gecharmeerd te zijn. Janrik krijgt er behoorlijk van langs dat hij de troeven zolang heeft achtergehouden en Wolf houdt de hele middag een rothumeur.

Boadice vermoedt dat Parcellus de man is achter de halsbanden en achter het amulet dat een geestelijke overval blokkeert. Hij zal er zelf ook wel eentje hebben. Wolf is verder bepaald niet zachtzinnig met vrouwen. De onsmakelijke details laten we maar aan de verbeelding van de lezer over.

 

Alexander hoort tegen de avond een stem. "Pst, je moet hier weg. Wij kunnen je helpen.' Alexander hoort dat Wolf er achter is gekomen dat hij een Amberiet is en hem zal laten doden. De fluisteraar zegt dat hij en zijn mannen hem het kamp uit kunnen smokkelen. De halsband kan verder alleen met een bepaalde code los, en alleen Wolf kent die code. De band is met springstof beveiligd tegen het openen door onbevoegden. Alexander's spullen liggen waarschijnlijk bij Parcellus, daar kunnen ze dus niet bij.

Alexander laat zich het kamp uitvoeren en let goed op welke wachtpost er in het complot zit.

Buiten het kamp neemt Alexander de leider van het groepje rebellen gevangen en doodt hij de rest. Hij gaat vervolgens terug naar het kamp en vraagt daar iemand van de geheime dienst te spreken. Dat lukt, en waarschijnlijk is die vent voor hem nog de Adelaar zelf. Alexander volbrengt er zijn verraad, maar blijft vasthouden aan de naam François. De Adelaar, een al wat oudere man, ziet er trouwens uit als een competente Gestapo officier.

 

Boadice hoort dat Wolf druk bezig is de Schaduw te controleren. Ze zijn hier heel panisch over Amberspionnen, vooral omdat ze een machtsovername door Amber vrezen. Ze zijn dan ook driftig op zoek naar bondgenoten. De spulletjes van Parcellus heeft ze het idee gegeven dat ze Amber wel uit kunnen dagen. Parcellus onderschat als buitenstaander Boadice ook niet. Wel heeft hij een zekere fascinatie voor haar, vooral voor de manier waarop ze op de halsband reageert en zo.

 

Alexander wordt voor Heer Wolf geleid en ziet daar Boadice. Hij moet er erkennen Alexander te heten en Amberiet te zijn. Zijn trouw ligt echter niet bij Amber maar bij Galoria.

 

Die nacht verschijnt Evin weer ten tonele. Voorzichtig snijdt hij het tentdoek open en sluipt hij naar binnen. Uiterst geconcentreerd maakt hij de leidband los. Zodra hij die vast heeft pakt hij een Logrustroef en troeft hij met Boadice weg. Waarheen? Naar de Chartins natuurlijk. Evin blijkt een jonge Chartin-loot te zijn, en hij heeft haar gevangen. De Chartins zijn niet te beroerd om dat even op het grote paleis te showen. In het paleis is net een heel grote receptie aan de gang, en Boadice gaat dan ook voor de ogen van de hele Hoven onnoemelijk af. Ze boft nog dat Evin zo van eergevoelens overloopt dat hij haar na afloop wil vrijlaten. Sommige andere Chartins hadden haar liever meteen maar even afgemaakt.

Boadice' grootste schok komt nog als Evin haar vrijlaat. Want hij verbreekt gewoon de halsband. Niks geen code of grote ontploffing. De springstof werkt niet in de Hoven. Merlin bekijkt het allemaal heel nuchter. De Chartins staan overduidelijk met 1-0 voor. Hij helpt haar verder om naar Amber te troeven, er wel voor zorgend dat Random Boadice' afgang te horen krijgt. Het is maar goed dat de rest van het nieuws dat Boadice brengt zo waardevol is.


 

Dorian gaat met een mand vol poesjes en Anna, het kindermeisje, bij oompie Benedict langs. Deze kijkt onverstoorbaar toe hoe Nicholas in zijn mantel hangt. 'Zes kinderen, jij bent een dapper man.' Dorian vertelt van plan te zijn om iedereen eerst even van het zestal op de hoogte te bregen, daarna wil hij een rustig plekje zoeken om ze op te voeden.

Nog bij Benedict troeft Dorian Deirdre en haalt hij haar door. Deirdre is niet echt blij met haar kleinkinderen. Bij het vertrek troeft Deirdre het gezelschap ook niet naar Amber, maar naar een andere plek, alwaar ze Dorian nog eens flink de mantel uitveegt. Daarna gaan ze alsnog naar Amber.

In Amber wordt als eerste Random ingelicht. Deze is duidelijk verbaasd over Dorian's prestatiedrang, maar vindt ze we leuk. En Vialle, die er ook even bijgehaald wordt, vindt ze helemaal snoezig. Ze hoopt zelfs dat ze regelmatig op bezoek zullen komen. Het hoofd van de security wordt trouwens ook maar even precies ingelicht over de nieuwe Amberieten.

Wat de rest van de familie betreft, Gerard vindt het fantastisch en de beestjes zijn ook gek op hem. Flora vindt ze wel lief, maar dan moeten ze wel rustig blijven. Rowena gaat bijvoorbeeld wel. Fiona zegt dat ze niet zo goed met kinderen op kan schieten maar met name Miri is volgens haar wel intelligent. Caine is erg voorkomend en de meeste katten lijken hem wel aardig te vinden. Het valt Dorian ook op dat Caine erg lenig is. Hij kan de katjes redelijk bijhouden en anticipeert ook op hun bewegingen. Van onverwachte bewegingen is hij echter niet gediend.

Het blijkt dat veel Amberieten een licht probleem met het shapeshifting aspect hebben. Dat is namelijk 'not-done' in Amber. Corwin's reactie is dan ook nogal gemengd. Hij houdt simpelweg niet van shapeshifters. Aan de andere kant zijn het natuurlijk wel Deirdre's kleinkinderen, en ook Dorian mag hij op zich graag.

Julian heeft weer heel weinig moeite met het shapeshiften. Hij voelt ze goed aan, het klikt dan ook wel. Llewella is gewoon aardig voor ze. Ze kan niet zo goed tegen de hyperactieve exemplaren, maar mag de katten voor de rest wel. Bleys kan met iedereen opschieten, en dus ook met Dorian's kinderen. Martin vindt het wel grappig. De katten mogen hem ook wel.

Vialle is trouwens de enige die er echt mee omgaat alsof het kinderen zijn. De anderen zien ze toch vooral als katjes.

Maurice