Amber Campaign Log, Sessie 40, 12 mei 1995
Adrian zit in zijn buitenhuis in de tuin te peinzen als Sereva een beetje bezorgd bij hem komt. Ze heeft het gevoel dat er ergens iets mis is. Ze weet alleen niet wat. Dan begint het harder en harder te waaien in de tuin. Dat hadden ze niet besteld! Snel gaan ze naar de bibliotheek. Ze zijn nog niet binnen of er beginnen met een rotvaart boeken uit de rekken te vliegen. De tafel beweegt. Sereva begint zich op de Logrus te concentreren. De vloer trilt inmiddels en er vallen brokjes steen van het plafond als Sereva een kreet slaakt en neervalt. Haar huid heeft allemaal craquele‰n. Adrian pakt de troef van Corwin's Patroon maar deze doet niets. Peng, daar gaat de muur. Er komt mist doorheen. Adrian wil gaan shiften maar ook dat lukt niet. De mist komt achter hem aan. Hij wil naar buiten, maar de doorgang doet het niet meer. De spiegel in de hal barst. Erachter ziet hij een grote, groene, ronde kamer. Er is verder niets in te zien. De mist voelt klam en eng aan maar Adrian moet erdoorheen voor een andere uitgang. Met Sereva in zijn armen zet hij door. De mist biedt taai weerstand. Adrian is dan ook niet in de stemming om de poging tot troefcontact die hij voelt aan te nemen. Hij komt uiteindelijk bij de keuken en doet de deur achter zicht dicht. De keuken blijkt een enorme ravage te zijn en uit de voorraadkamer is een hoek weg. Erachter ligt een soort woestijnlandschap. Het landschap is warm en wisselt snel van kleur. Adrian vliegt er met Sereva overheen totdat hij een schaduwrijke plek vindt. Daar brengt hij haar bij. Sereva is helemaal van de kaart. Ze weet niet eens meer wie zij zelf of Adrian is. Adrian legt haar het een en ander uit maar zodra hij de term Logrus laat vallen begint Sereva te huilen en is ze helemaal overstuur. Adrian troost haar tot ze in slaap valt en vliegt daarna met haar verder.
Op een gegeven moment ziet Adrian een scheur in de hemel met daarachter een bos. In het bos begint Sereva zich langzaamaan weer wat te herinneren, en daarmee bouwt ze ook haar muur weer op. Dit ondanks Adrian's pogingen een deel van haar vertrouwen vast te houden. Sereva denkt dat ze in het bos van het Huis Fardell zitten. Verder moeten de gebeurtenissen van de afgelopen tijd volgens haar iets met de Logrus te maken hebben.
Boadice probeert het wapen van Trisha eens uit. Het blijkt een soort warmtewapen te zijn. De stand bepaalt hoe snel die verwarming gaat. Dan voelt ze vaagjes een troefcontact, eentje die ze niet kan identificeren. Ze neemt het aan. Het is Mardoc. Mardoc is verschrikkelijk in ademnood, helemaal rood , heeft een opgezet gezicht, etc. Boadice haalt hem snel door. De schaduw Kristal blijkt helemaal gek geworden te zijn.
Boadice troeft Adrian voor de tweede keer, en dit keer lukt het. De twee wisselen informatie uit. Gran blijkt Thrills Fardell wel te kennen. Zij is volgens hem een radicale progressieveling. Het hoofd van dat huis is echter juist low-profile. Dan rijst de vraag naar welk van de twee schaduwen ieder zal gaan. Voor zo'n beslissing lijkt een plan Bleys wel aardig. Terug naar Amber willen mag dan wel leuk zijn, ondoenlijk is het ook. Zijn suggestie is om een kijkje bij de Logrus te nemen, en dat wordt het dus. Adrian en Sereva komen door en maken kennis met de anderen.
De volgende die getroefd wordt is Frewar. Deze is druk bezig de plat liggende Sarana te verdedigen tegen een horde dolle demonen. Beiden worden door Boadice doorgehaald.
Bleys hakt een gat in de volgende schaduwwand. Deze blijkt uit te komen op een ruimte met een klein groepje vrouwspersonen welke er wat verbijsterd uitzien. Het is een winkeltje, en de winkeljuffrouw herkent Bleys wel. Die staat in haar boek. Daarachter? Ja, dat is Boadice, en daar, daar helemaal achteraan. Ja, ja, dat is HEM!!! Bleys krijgt een boek onder zijn neus geduwd, geopend op de bladzijde met zijn portret. De pen die erbij gehouden wordt laat over de bedoeling geen twijfel bestaan. Een keer zijn schouders ophalend zet Bleys wel zijn handtekening. De winkeljuffrouw, die trouwens in chaosvorm is en er uitziet als iets met een soort armen en benen, scherpe, van kleur veranderende punten en roze pluche, gaat dan naar haar idool. Ook Adrian zet wel een handtekening in het boek en eentje op haar been. Dat deze meid dolgelukkig is leidt geen twijfel. In het boek staat trouwens op de rechterbladzijde telkens een portret, en op de linkerbladzijde allerlei trivia. Over Adrian staat er een hoop trivia in, en dus ook een hoop portretten. Na Adrian worden er bladzijden gewijd aan Corwin, Merlin, Alexander en de rest van de bekende Amberieten. De winkeljuffrouw heet Sora en is jong. Een beetje het paardestaart met trendy kleding idee.
Alexander krijgt te horen dat het oude deel van de burcht van de Hendrakes niet schaduwafhankelijk is. Aangezien ze er net een verbinding naar hebben geslagen gaat hij er met een paar andere Hendrakes naar toe, op weg naar Belissa. Deze krijgt het hele verhaal te horen, een verhaal wat best moeilijk blijkt te vallen. Onder escorte van Alexander neemt Belissa een kijkje en samen met de twee Hendrakes die als wacht waren achtergebleven, Vanessa en Alexander, stapt ze vervolgens op het leger af. De legerleiding probeert zich groot te houden, maar straalt een redelijke mate van paniek uit. En terecht. Belissa behandelt ze als twee stoute schooljongentjes en neemt ze mee naar het hoofdkwartier. De meeste andere Hendrakes zijn daar inmiddels ook gearriveerd. De twee worden in het beklaagdenbankje gezet en proberen vervolgens overal omheen te draaien. Met name willen ze niet zeggen wie hun opdrachtgever is. Heer Pardai komt daar op een gegeven moment echter zelf vooruit. Dit verandert de sfeer meteen. In tegenstelling tot de twee jongelui heeft Pardai wel flink wat aanhang. Hij negeert Belissa's verwijt dat hij het huis versplintert en ziet zichzelf als de verdediger van de oude waarden. Belissa verkwanselt volgens hem het huis en gezien de ernst van de situatie stelt hij de eis dat Belissa aftreedt en het veld ruimt voor iemand die niet bang is beslissingen te nemen. Belissa voelt er niets voor de Hendrakes slavenarbeid voor de Helgrams te laten verrichten en weigert. De kampen verdelen zich vervolgens fifty-fifty. Als laatste staat een oude Hendrake op die nog niet gekozen heeft. Hij slaat drie keer met zijn zwaard op de tafel en roept iets. Er ontstaat een geschokte stilte. De man herhaalt zijn handelingen. Iedereen kijkt naar Belissa. Deze aarzelt, herhaalt dan de woorden van de man en breekt het zwaard van het huis Hendrake over haar knie. De oude man kijkt Alexander aan en zegt: "Buitenstaander, wees getuige, het huis Hendrake is niet langer." De man sluit zich verder bij Belissa aan en beide partijen verlaten het fort.
Belissa vindt dat ze Merlin, Mandor of Suhuy te pakken moeten krijgen. Iets wat lastig zal zijn. Maar willen die iets kunnen doen, dan zullen ze toch bij de Logrus moeten zijn. De doelstelling wordt dus om hen bewegingsvrijheid bij de Logrus te geven, oftewel, ze wil de Logrus in handen krijgen en verdedigen tegen de rebellen. De Logrus vinden is natuurlijk nog even een probleem. Dat gaat het beste met een Logrusmeester, en die hebben ze geen. Alexander biedt aan om zijn connecties eens te proberen. Helaas voor hem voelt Boadice niets voor zijn claim op Gran. Dan de Nexus maar. Aangezien de andere helft het leger met zich meegenomen heeft kunnen ze ongestoord naar de doorgang gaan kijken. Deze blijkt door Alexander geopend te kunnen worden. Belissa geeft hem de opdracht het met een scoutinggroep te gaan verkennen en geeft hem vijf man mee. Zelf krijgt ze een troef van Alexander, kan ze in ieder geval regelmatig contact met hem opnemen.
Boadice heeft na de interruptie van Alexander ook het boek over Adrian bemachtigd en bladert meteen naar de trivia over haar. Dat blijkt niet zoveel te zijn. Verder moeten ze toch wat opschieten met het bereiken van de Logrus. Het beginpunt van de Logrus ligt in de buurt van de Thelbane en het geluk wil dat het winkeltje van Sora daar weer vlak bij ligt. Via de winkel belandt de groep op straat. Het is daar een enorme puinzooi. De mensen zijn in paniek, en overal zijn branden. Even verderop zien ze een gigantisch blauw lichtschijnsel, de Thelbane staat in de fik. Met Adrian incognito gaan ze tegen de stroom mensen in naar de kathedraal. Daar aangekomen voelen ze dat er Power achter dat vuur zit. De mensen met Logrus hebben ook echt moeite om er dichterbij te komen. Met behulp van Corwin's Patroon kan Adrian zich er echter redelijk tegen beschermen. Boadice doet uiteindelijk hetzelfde met Dworkin's Patroon. Dat werkt hier trouwens alleen maar omdat de Logrus beschadigd is. Normaal gesproken zou dit eerder een poging tot zelfmoord zijn geweest. Terwijl Boadice nog afscheid aan het nemen is van Gran, die natuurlijk mee wil maar het slechts moet doen met haar troef, gaan de andere Amberieten alvast naar binnen.
Dorian komt in een enorme storm terecht en hoort van Fiona dat ze voelt dat deze wereld allemaal zwevende eilanden heeft. Volgens haar zal het reizen tussen die eilanden wel het probleem vormen. Dorian moet het verder allemaal vrij symbolisch zien.
Op een gegeven moment ziet Dorian een half versplinterde zeilboot die klaarblijkelijk neergestort is. De mensen erbij zijn vrij praktisch gekleed en dragen wapens. Het zijn allemaal mannen en ze hebben allemaal lang haar, een baard en een snor. Na ze even gadegeslagen te hebben gaat Dorian er openlijk op af. Zijn blote gezicht leidt tot heel wat consternatie. Het is maar goed dat Fiona alles zo weet te regelen dat hij ze kan verstaan. Het blijkt Campaign Log Amber
iets met heiligschennis te zijn, terwijl een ander het juist over 'de Redder' heeft. Dan stapt er eentje naar voren en zegt: "Het zwaard zij met U, vreemdeling." Dorian beantwoordt de groet en vraagt waar hij is. Het zesde eiland dus. Zelf komt hij van elders, wat prompt tot speculaties leidt of het dertiende eiland dan echt bestaat. Sommigen vinden het sprookjes, maar er is er eentje die beweerd ervan gedroomd te hebben. Het dertiende eiland is waar ze volgens hem moeten zijn, daar is het en de profeet zal hen de weg wijzen. Waarop een ander zich schamper afvraagt waarom de profeet er dan als een vrouw bijloopt. Het is dat ze geen priesteres bij zich hebben, anders zou hij allang opgeknoopt zijn. Dorian zegt dat hij gewoon een reiziger is, meer niet. Het woord 'scheren' blijkt hier verder een taboewoord te zijn. De mannen kunnen zich dan ook niet voorstellen dat de vrouwen bij Dorian dat goed vinden. Dorian bekent niet te weten waar het dertiende eiland ligt, maar hij wil er wel naar toe. Oh, een pelgrim! Wel, dat is dat groepje dus ook. Ze zoeken een zwaard om de wereld te redden, zodat de storm gaat liggen. De schuilplaats die ze aan het bouwen zijn is tegen de mohai. Dat zijn grote reptielwezens die sinds de storm behoorlijk agressief geworden zijn. Dorian kan het zelf ervaren want ze komen er net voordat de schuilplaats af is aan. De vogels blijken helemaal dol te zijn en eentje slaat er tegen het schip half te pletter. De rest kan niet bij de in dekking liggende mannen komen en vertrekt uiteindelijk.
Dorian gaat bij het neergestorte beest kijken. Deze blijkt nog wel te leven, maar is versuft. Mentaal haalt hij de agressie er uit. De beesten blijken heel erg in harmonie met de wereld te leven en aangezien de wereld is dolgedraaid, zijn zij dat ook. Normaal zijn het namelijk heel vreedzame beesten die van eiland naar eiland vliegen. Ze hebben een heel goed gevoel voor hoogte.
Dorian haalt er de jongen met het visioen bij en legt hem uit dat hij met de vogel naar het dertiende eiland wil. Volgens de jongen is mohai rijden verboden, maar volgens Dorian is het de enige manier. Het joch heet trouwens Venzai en tot zijn verbijstering vraagt Dorian of hij mee wil. Na overleg met de anderen stemt hij toe. Met touwen kunnen ze zich wel aan de mohai vastbinden. Het opstijgen gaat verder nog vrij lastig, maar daarna lukt het allemaal wel. Via de achtste vliegen ze naar het hoogste eiland, het tiende. Beide eilanden zijn dunbevolkt. De dichtbevolkte eilanden, twee, drie, en ook wel vier, zweven aanzienlijk lager. De eilanden zijn trouwens in volgorde van ontdekking genummerd. Dorian wil nog hoger dan het tiende eiland maar krijgt daarbij een tegenstrijdig gevoel van de vogel. Het lijkt wel te kunnen, maar het is nog niet het juiste tijdstip. Iets met voortplanting en zo. Dorian prent de vogel gewoon even in dat het wel het juiste tijdstip is en prompt vliegt de vogel er onstuitbaar op af.
Murlas maakt zich op om acht kleine negertjes te gaan spelen. Voordat hij daaraan toekomt treft hij echter eerst een jochie van een jaar of tien die op zijn vindplaats van blikjes aan het rapen is. Dat wordt dus een achtervolging. Het jochie is razendsnel, maar tegen een panter kan hij niet op. Tegen een ondervraging door Murlas trouwens ook niet. Het joch blijkt Tom te heten en kent de groep van Jack wel. Ze bestonden eerst uit acht man, maar nu niet meer. Mike is gewond geraakt en KC en Milio zijn weggegaan. Mike schijnt wat verderop te liggen, met een schotwond in zijn been. Milio was volgens Tom maar een stomme bonenvreter die ze er vast uitgegooid hebben. En KC wilde altijd de baas spelen.
Jack is de leider van het stel, zo'n militairistisch type. Frank is de trouwe volgeling. Wil is de gluiperd, van hem is ook het spijkerwerk afkomstig. Jordan is een jong broekie van vijftien, zestien jaar die erbij wil horen. Emilio is een soort Hispano. Harlod is degene die bij de verkrachting slechts met zijn armen over elkaar toekeek, een vrij gezet type. KC is een vrij grote vent, een beetje een ruziezoeker. Mike is een typische meeloper. Het zaakje is hier volgens Tom trouwens een paar maand geleden of zo kapot gegaan. Hij werkt alleen en boft dat hij dat mag blijven doen. Murlas maakt hem slechts wat extra bang en jaagt hem dan weg.
Mike is zo'n lot niet beschoren. Hij ligt een paar ru‹nes verderop en kijkt de hele tijd koortsig om hem heen. Murlas neemt het risico van sluipen niet, met een tentakel kan het ook. Tikkie, jij bent moe, vrezelijk moe. Eenmaal onder zeil is het een koud kunstje Mike vast te binden en even geestelijk onder handen te nemen. De schotwond komt van een shootout met een andere bende. Mike is verder een vrij simpele ziel. Hij overleefde de ramp de heeft zich bij de anderen aangesloten. Meedoen was daar verplicht. Vond men namelijk dat je niet voldoende meedeed dan kreeg je gewoon een schot door je kop. Eenlingen maken hier verder weinig kans dus het was een kwestie van meedoen of sterven. Murlas maakt voor hem via een kleine omweg alsnog de tweede keuze.
De bende blijkt in een deels overeind staand hotel te bivakkeren. De plek is gezien de omstandigheden hier echt luxe en wordt goed bewaakt. Zelf heeft Murlas zich Mike's pistool, met nog maar vijf kogels, toege‰igend.
Terwijl de rest van de bende weer op strooptocht gaat blijft Jordan achter om het zaakje te bewaken. Hij zit daarbij op een strategische plek in de gang. Helaas is dat niet goed genoeg tegen een shapeshifter. Boven komen is voor Murlas geen probleem, en als slang glijdt hij vervolgens weer naar beneden. Goed, er beweegt even een steentje en Jordan draait zich wel om, maar een Amberiet in de ogen kijken is ongeveer het stomste wat je kan doen. De rest van Jordan's leven is niet bijster prettig maar duurt gelukkig ook niet zo lang meer. Murlas maakt zich van Jordan's herinneringen meester, neemt de tegenstrijdige emoties die dat in hem oproept voor lief , verwijdert het lijk en neemt gewoon Jordan's plaats in. Who's next?
Maurice