19 april 1996                        Sessie 54                        Op tijd: ik


Een ieder zijns weegs


Dorian probeert wat troeven uit om in Amber te komen. Die van Amber werkt niet, die van Random ook niet, maar door die van Gerard weet hij met veel moeite door te komen. Gerard is op zee, op vlootoefening in een uithoek van de Gouden Cirkel, en haalt Dorian wel door. Na te zijn ingelicht over het lot van Merlin en de staatsgreep vraagt hij naar Rhiane, maar die heeft Dorian niet in de Hoven gezien. Martin en Melusine blijken ook al een tijdje niet gesignaleerd te zijn. Diane wel, zij is in de Gouden Cirkel. Gerard krijgt ook nog het een en ander over Ornach te horen waarop hij Dorian maar adviseert eens contact met Random op te nemen.

Bij Random hangt Dorian weer het standaardverhaal op. Random laat wel weten dat Merlin en Rinaldo ook wel eens mot met het Patroon hebben gehad, ze hebben er toen mee moeten onderhandelen. Het Patroon werkt volgens Random niet direct maar via zijn gebruikers. Het is de laatste tijd wel op een bemoeizuchtige weg.

Uiteraard is Random geïnteresseerd in de voorbeeldrol die Amber in de gebeurtenissen in de Hoven speelt. Volgens Dorian hebben Bleys en Fiona het voortouw genomen en was de rest allemaal voor zichzelf bezig. Volledigheidshalve maakt Dorian ook nog even melding van de ter dood veroordeling en ontsnapping van Bleys. Voor Random is dit reden om Benedict er eens bij te halen. Julian verschijnt ook al spoedig, terwijl er met nog wat anderen een intensief troefverkeer wordt onderhouden. De vraag waar het om draait is of er voldoende reden is om militair in te grijpen. Benedict is voorzichtig en neutraal. Volgens hem moet er niet te overhaast ingegrepen worden, Bleys is tenslotte ontvlucht. Julian is voor ingrijpen, Amber mag zich volgens hem niet zwak tonen en de paraatheid van de troepen is groot genoeg. Hij geeft toe dat de Hoven een wespennest vormen, maar een stabiele regio daar is ook in het belang van Amber. De hamvraag is eigenlijk hoe de situatie zich zal gaan ontwikkelen. Met Jaill aan de macht zal die onstabiel blijven. De veroordeling van Bleys is in ieder geval niet voldoende reden.

De volgende ochtend is Random er uit. Hij gaat over tot de hoogste vorm van paraatheid maar grijpt nog niet in. Zijn belangrijkste argument daarbij is dat ze de Hoven niet permanent onder controle willen houden en het daarom onverstandig is om in een burgeroorlog in te grijpen.

Dorian besteedt zijn tijd verder aan de verzorging van zijn kindertjes. Van Benedict verneemt hij dat deze recentelijk niet in de buurt van Cardane geweest is, de laatste berichten daarover waren echter niet gunstig. Er is trouwens niet ingegrepen.

 

Murlas heeft Boadice aan de zorgen van Taureth overgelaten en zichzelf over Samal ontfermt. Deze is wat lusteloos. Goed, zijn vader moet vrij, maar dat komt vanzelf wel. Verder voelt hij zich ergens moreel ook wel verplicht bij het helpen bevrijden van zijn broers en zussen. Met wat gedraai bekent hij uiteindelijk op te zien tegen het weer instappen van zo’n troef en er weer in vast komen te zitten. Murlas heeft op zijn beurt een probleem met Bleys en vertelt Samal wel de ware aard der gebeurtenissen. Ook krijgt hij het verhaal over de Logrus, Dorian, Boadice, etc. zoals gezien door de uiteraard bijzonder neutrale ogen van Samal.

Een paar uur later maakt Murlas maar eens zijn opwachting bij Caine. Deze luistert wel. Braaf vertelt Murlas over Ornach, dat ie machtig is, dat ie straks weer een major House is, etc. Ook uit zijn vrijlating kan Murlas zich niet echt praten. De betrokkenheid van Alexander in het geheel levert een glimp van wantrouwen bij Caine op. En uiteraard is palief bijzonder opbeurend over Bleys. Vaderlijk legt hij uit dat er misschien een tijd zal komen dat het lijkt alsof Bleys hem nodig heeft en de zaak vergeten is. Murlas moet dat echter nooit geloven. Bleys vergeet zoiets nooit, en als Murlas niet meer nodig is…. Murlas is duidelijk gerustgesteld. Eindelijk hoeft hij zich niet meer af te vragen waar het mis zal gaan. De vraag is nu nog slechts wanneer.

Caine informeert nog wel even of Samal een verstandige keuze is, maar Murlas vindt van wel: Samal is nuttig en krachtig. Over Dorian is Murlas minder positief. Hij wist het een en ander. Het demonenleger mag Caine zelf uitzoeken. Wat de Ysarns betreft is Caine het in één ding met Tirga eens, een directe connectie tussen Caine en dat huis kan niet. Murlas probeert nog even hoopvol of Tirga de enige beperkende factor is, maar Caine is wel zo aardig om het voorlopig nog maar op het hele huis te houden. Maar mocht Murlas er nog eens in slagen hoofd van de Huis te worden, wie weet….

Murlas is op weg naar zijn steun en toeverlaat Jaill als Delwin plotseling naast hem loopt. Hij heeft zijn hulp nodig, een klein reisje. Het wordt tenslotte eens tijd dat Murlas wat voor hen gaat doen. Hoe lang dat gaat duren is een kwestie van pendelen. Delwin laat fijntjes weten dat zijn werkgever boven tot de andere zijde behoort, en hoewel ze dat soort zaken gescheiden proberen te houden lukt dat niet altijd. Murlas geeft ruiterlijk toe dat zoiets alleen de sterken gegeven is.

De reis naar de Overschaduw gaat via een soort lichtstraal waar ze doorheen schuiven. In eerste instantie wordt alles zilveriger, dan wordt het contrast sterker, een intens zwart wit. Het tweetal eindigt op een open plek in het bos, Murlas als Panter, Delwin als de rode tovenaar. Het bos voelt wat vreemd aan, in beroering. Zo waait het er bijvoorbeeld hard. Delwin meldt dat hij iets is tegengekomen wat hem niet bevalt, iets waar de Cirkel wel eens achter zou kunnen zitten. Uiteraard moet zoiets uitgezocht worden, en daarvoor wilde hij nog iemand mee. Delwin doceert Murlas dat ieder zijn eigen prioriteiten heeft, maar Murlas moet niet vergeten dat de zaken die in de Overschaduw gedaan worden grote invloed hebben op de situatie beneden. Zaken die in de Overschaduw klein zijn kunnen daar groot zijn. Hij kan Murlas verder niet vertellen wat hij moet doen, een ieder heeft tenslotte zijn eigen methode. Een mentorschap werkt volgens hem niet, dat zou Murlas’ bruikbaarheid slechts verminderen.

Al pratend loopt het tweetal een paadje in, een paadje waarlangs het alras donkerder wordt. Dit is volgens een wat bezorgder wordende Delwin niet normaal. Hij hoopt eigenlijk hier een van de monolieten te kunnen raadplegen, te weten Malachai. Deze zit namelijk meestal in dit gedeelte. Malachai kijkt volgens Delwin op een erg intuïtieve manier tegen de zaken aan. Deze legt hij vaak vast in een van zijn profetieën. Hij schijnt zelfs aanhangers te hebben in de Schaduwen, maar Delwin is ze nooit tegengekomen.

Na een laatste bocht naderen ze een gezellig huisje in het bos. Toch jammer dat er hier zo’n gevoel van storing hangt, zo’n gevoel alsof het helemaal verkeerd zit. Delwin waarschuwt Murlas dat alles wat hij ziet symbolisch is maar wel vaak een letterlijke vorm aanneemt. En dan mag Murlas op onderzoek. De houten deur is halfopen en de krassen erin zijn duidelijk zichtbaar. Ze zijn waarschijnlijk van een stel flinke klauwen afkomstig. Het foute gevoel wordt trouwens sterker. Murlas ruikt ook bloed. De hut is verder een ravage. Hier en daar liggen bloedsporen. Er waren ongelooflijk veel boeken in het hutje maar nu zijn er een aantal van helemaal verscheurd. Ook liggen er door het hutje heen stukjes duisternis, stukjes die Murlas werkelijk de kriebels geven. Aangezien Murlas niet ter plekke gestorven is, gluurt Delwin ook wel even over Murlas’ schouder naar binnen. De sporen lijken aan te geven dat er iets gezocht is. Murlas is vooral geïntrigeerd door de stukjes duisternis en steekt er een stukje papier in. Hij voelt prompt een hem heel bekend gevoel. Van schrik laat hij meteen het stukje papier los, dat verdwijnt. Delwin laat vrolijk weten dat hij beneden nog een afspraakje heeft en wenst Murlas veel succes bij het uitzoeken van dit raadsel.

 

Adrian is bij de Baccarans op bezoek. Deze hebben net een familieberaad over de hele situatie. De vijandschap van Bleys zien ze als onfortuinlijk maar niet onoverkomelijk. Jaill is verder duidelijk niet acceptabel. De vraag is alleen hoe het beste oppositie kan worden gevoerd. Van Ornach is nog niets vernomen, hoewel hij wel een interessante partij is. Het Huis Sawall vinden ze niet echt overtuigend. Eigenlijk voelen de Baccarans zelf wel wat voor de leidende positie. Politiek gezien zijn ze het sterkste, alleen op militair gebied schieten ze nog iets te kort. Gesterkt door Jaill’s optreden ambieert ook Jostin meer dan een rol achter de schermen. En laten we wel wezen, Despil Sawall heeft ook echt niet de benodigde uitstraling, terwijl Mandor geen kandidaat kan zijn. Laten de Baccarans nu net onlangs een interessant aanbod hebben gekregen voor de oplossing van het militaire probleem. De vraag is alleen waar Adrian staat. Niet waar Jostin hem wil hebben, dat wordt al snel duidelijk. Adrian wil zich niet politiek bij de Baccarans aansluiten, en zelfs op zijn loyaliteit kunnen ze niet rekenen. Exit Adrian dus. Sereva spreekt hem nog wel even onder vier ogen en weet het zelfs nog uit haar strot te krijgen dat ze zijn beslissing begrijpt en zo. Een verloving onder deze omstandigheden zou niet datgene zijn wat Adrian politiek nodig heeft, en ze weten natuurlijk allebei dat de reden inmiddels verdwenen is. Adrian houdt braaf vol dat het geen politieke keuze is, maar een keuze tegen het voortdurend gemanipuleerd worden. Dat Jostin teleurgesteld zal zijn is duidelijk. Maar Sereva hoopt dat Adrian ondanks alles toch niet alleen met wraak alleen aan haar terug zal denken en ze weet niet of ze het moet zeggen (het antwoord daarop luidt trouwens ‘Neen’) maar Murlas moet hij volgens haar maar niet vertrouwen. Adrian antwoordt optimistisch dat Murlas weet wat Adrian kan en dat hij zelf een aardig goed idee heeft van de mogelijkheden van Murlas. Lief hè?

Adrian wil vervolgens bij Merlin’s lichaam rouwen, maar deze blijkt al ritueel in de Abyss gedonderd te zijn. Het was een van de eerste daden van Jaill na diens greep naar de macht. Corwin is nog steeds niet te bereiken. Adrian wil dan maar aan zijn terugreis naar Sherwyn beginnen. Helaas wordt hij net voor hij zover is gestoord door iemand wiens naam niet belangrijk is. De persoon had al eerder het genoegen kennis te maken met Adrian’s toenmalige schoonfamilie. Volgens de persoon is zijn opdrachtgever op zoek naar bondgenoten, sterke bondgenoten. In diens aanbod aan de Baccarans werd ervan uitgegaan dat Adrian de Baccarans zou steunen. Nu dat niet het geval is benaderen ze hem dus maar met een rechtstreeks aanbod. De opdrachtgever is niet in de positie om zichzelf op de troon te zetten, maar hij is gaarne bereid bepaalde elementen te steunen, mits die daar wat tegenover stellen. En om aan te geven dat hij niet loopt te bluffen kan een bewijs van zijn kunnen er best af. Adrian moet maar zeggen welk bewijs hij wil. Adrian is eigenlijk meer geïnteresseerd in wat er nu eigenlijk van hem verwacht wordt. De persoon stelt hem gerust. Het is gewoon zo dat Adrian een paar unieke mogelijkheden combineert. Zo heeft hij een eigen machtsbasis en een unieke aanhang in de Hoven. De ‘schoonfamilie’ heeft een flink risico genomen door hem in vertrouwen te nemen zonder zeker te zijn van zijn loyaliteit, een misser die hen vast nog wel zal opbreken. Adrian blijft ondertussen verder vissen en vraagt wie de opdrachtgever dan niet steunt. Dat is simpel, de opdrachtgever is niet tevreden met de huidige situatie. Voor Adrian is dit voldoende om het aanbod in welwillende overweging te nemen. Uiteindelijk vraagt hij als bewijs van diens kunnen om de identiteit en motivatie van de witte ridder. De persoon informeert nog hoopvol of Adrian deze identiteit als een bedreiging ervaart maar hoewel Adrian dat erkent is hij ook zeer expliciet in zijn opdracht dat hij alleen maar de identiteit wil weten. De persoon weet niet of dit nu wel zo’n goede demonstratie van de sterke punten van zijn opdrachtgever is, Adrian denkt echter van wel.

 

Boadice meldt Taureth dat ze even gaat troeven. Fiona is haar eerste keuze. Ze licht haar favoriete tante in over Caine, Deirdre en Corwin en zal echt die vreemde familieleden niet vertrouwen hoor.

Bleys is de volgende die met een troefcontact vereerd wordt. Hij is inmiddels al weer wat meer toonbaar geworden. Bij hem klikt Boadice ook weer even alles over de nieuw aangekomenen door terwijl ze ook nog Murlas’ dank (plus Adrian’s wat vreemde reacties) over de rechtszaak doorbrieft. De rechtszaak ja. Bleys vindt duidelijk dat dit soort gedrag jegens hun tak van de familie niet getolereerd kan worden. Ze hadden niet eens het fatsoen hem om toestemming te vragen. Boadice neemt het nog een beetje voor Adrian op maar Bleys is resoluut, in dit soort zaken moet je principieel zijn. En nee, Boadice kan zich er niet buiten houden. Ze moet niet vergeten dat ze in de ogen van de Hoven nu de dochter van een verrader is. Zo had Boadice het nog niet bekeken en ze laat prompt Adrian als een baksteen vallen. Bleys voedt haar nog wel wat verder op. Die twee partners in de misdaad staan namelijk bij Boadice in de schuld, aan Boadice de schone taak die schuld inventief te innen.

Aangezien Gran haar geliefde is kan ze die moeilijk in haar rondje overslaan. Ze informeert wel of ze die geleende troef van Dorian inmiddels weer terug kan geven maar Gran heeft nog wel even nodig. Ook informeert Boadice terloops naar de huidige status van het leger van Fiona. Dat leger is wel redelijk in beroering geweest, maar het is er nog steeds.

Na Gran kan ze eindelijk met goed fatsoen Frewar troeven. Deze heeft het echter druk. Hij heeft een probleem met de verbindingen van zijn garde en het is sowieso eigenlijk een grote chaos. Wie werkelijk de macht heeft is volkomen onduidelijk en hij vecht dus maar gewoon door.

Als Boadice weer opkijkt ziet ze tot haar verbazing dat Taureth in gesprek is met Ornach. Deze stelt voor dat Taureth en zijn secretaresse de troef onderzoeken en Malketh eruit halen. Zelf heeft Ornach nog wel wat andere zaakjes te regelen, en hij vertrekt weer.

Praktisch als ze is stelt Boadice voor om dat onderzoek in de Ambervleugel te doen, daar zijn tenminste makkelijke banken en hapjes. Tijdens het eten heeft Boadice er even een blik van Gran met allemaal bloed over zijn gezicht, maar dan is het weer weg. Na het eten wordt besloten dat er twee man de troef binnen gaan en dat er dan eentje de wacht zal houden. Aangezien Taureth er in ieder geval in moet, lijkt het Gran het beste dat Boadice maar achterblijft. Volgens Taureth kan daar echter geen sprake van zijn. Boadice stelt vervolgens voor om de troef bij Thron Escallwyn achter te laten. Taureth lijkt een pocketschaduw veel handiger. Gran is daar veilig en hij kan er meteen mooi zijn troeven maken. Mocht hij zich gaan vervelen dan kan hij altijd nog naar Thron troeven. Gran schaamt zich al met al wel een beetje voor zijn gevoelens maar hij blijft niet gelukkig met de situatie. Helaas verhindert dat niet het vertrek van Taureth en Boadice in de troef.

 

Alexander is naar Belissa en licht haar in over de belangrijke ontwikkelingen die er recent hebben plaats gevonden. Kies laat Alexander de vuile was van de familie er daarbij buiten. We licht hij haar in over zijn overleden persoonlijkheden en het leger van Fiona. Zijn troevendeck kan hij terugkrijgen. Alexander leert dat de Major Council inderdaad ontbonden is en dat met name de Baccarans, de Sawalls, de Thurstons, de Amblerashes, de Marroughs, de Talisters en de Ascans flink in de wandelgangen lopen te lobbyen. Belissa denkt dat Jaill, mocht hij inzien dat hij het niet gaat redden, zelf de Council zal herstellen. Hij mag dan wel wat vijanden met zijn optreden hebben gemaakt, van daadkracht getuigde dat wel, en menig Huis weet zoiets te waarderen.

Na Belissa richt Alexander zijn aandacht op Vanessa. Ook zij wordt even vlug ingelicht en Alexander vraagt haar ook om voor hem een oogje op het Huis Grendyn te houden. Vanessa blijkt Alexa wel te kennen en heeft er zo te horen niet eens een geweldige hekel aan. Dat scheelt alweer. Hun intieme samenzijn wordt verder verstoord door een bediende, vrouwe Belissa heeft Alexander namelijk even nodig.

Belissa blijkt in gesprek te zijn met een jongeman, zo te zien een Hendrake van de Pardai groep. De jongeman heet Somd (sp?) [soms zou ik willen dat ik duidelijk schreefL] en is inderdaad terug overgelopen naar Belissa. Hij heeft namelijk ontdekt dat Heer Pardai oneervolle dingen heeft gedaan en dat kon hij niet meer met zijn geweten verantwoorden. En dan heeft hij het niet over de aanval op de suite. Goed, het was niet de meest eervolle weg, maar gezien de oorlogssituatie was die aanval zeker verdedigbaar. Maar nee, wat Somd werkelijk dwars zit is dat Heer Pardai vrouwe Felicia gevangen houdt en haar niets eens de kans heeft gegeven om zich op een fatsoenlijke wijze te verdedigen. Ze is van achteren aangevallen!!! Felicia blijkt in de Ways van Dara opgesloten te zitten, Somd vervulde daar bewakingstaken. Hij weet daardoor wel waar ze zit, alleen waren de Ways toen uit elkaar getrokken en is het met het herstel van de Logrus wat lastig geworden om te bepalen waar die locatie nu precies is. De bewaking bestaat uit tien tot vijftien demonen en minstens drie andere Hendrakes. Het cellenblok was intact, alleen had de verzorging wat klappen gehad. Zo was hij ook achter deze wandaad gekomen.

Belissa stelt voor om Felicia te bevrijden. Dat verplicht het Huis Wysternion aan hen. Ze zullen dat Huis een aanbod doen. Alexander wil in ieder geval wel aan de bevrijding meewerken en weet de Hendrakes van een wat al te openlijke frontale aanval af te houden, daarin bijgestaan door Belissa. Ook zonder alles openlijk te doen kan de eer behouden blijven.

Met een plan op zak troeft Alexander naar Monias en licht hij zijn koning in. Monias geeft Alexander het mandaat van Galoria om de bevrijding uit te voeren en zijn toestemming om Galoria’s steun aan Belissa toe te zeggen.

Met een gevaarlijke missie voor de boeg gaat Alexander eerst nog even bij Alexa langs. Hij vertelt haar dat Dorian helaas weg moest en de honneurs aan hem overdroeg. Alexa heeft er alle begrip voor en wil niemand tot last zijn. Alexander kwijt zich nobel van zijn taak en biedt haar zijn steun aan. Op het moment heeft Alexa die niet nodig, hoewel ze reëel genoeg is om zich het recht voor te behouden er later alsnog een beroep op te doen.

Tot slot richt Alexander zich tot zijn trouwe viervoeter Thena. Gezien de ontwikkelingen en zo lijkt het Alexander beter dan hun wegen zich gaan scheiden. Tot ziens en bedankt voor de vis.

Maurice