10 mei 1996 Sessie 55 Afwezig: -
The stage is set
Dorian gaat slapen en merkt de volgende ochtend dat zijn kinderen en Anna weg zijn. Ze blijken bij de koningin aan het ontbijt te zitten, een regelrecht zootje dus. Vialle lijkt het echter niet erg te vinden. Ze kletst nog even wat met Dorian als de kinderen klaar en weer vertrokken zijn, een gesprekje wat door een troefcontact verstoord wordt. Rinaldo blijkt die middag graag even met Dorian te willen babbelen.
Die middag. Rinaldo haalt Dorian door naar zijn paleis in Kashfa. Na een uitgebreid gesprek over de kwaliteit van de lokale koffie en meer van dergelijke trivia komt Rinaldo ter zake. Afgezien van het feit dat hij nog steeds geďrriteerd is over het verlies van zijn Pattern Ghost wilde hij het graag even hebben over een troefcontact die hij lang geleden had met Dorian, je weet wel, die met die waarschuwing voor een zeker persoon. Uiteraard heeft Rinaldo Dorian’s advies opgevolgd, maar hij is tegenwoordig niet meer zo flexibel en bovendien bevalt het hem niet om op de loop te zijn voor iets waar hij zo weinig vanaf weet. Dorian informeert wat Rinaldo weet over de terugkeer van Deirdre. Rinaldo snapt over welk scenario Caine zich druk maakt, maar hij had graag wat meer details. Dorian geeft die wel en Rinaldo snapt het probleem. Als enige mannelijke nakomeling van Brand is hij echter redelijk gehecht aan zijn bloed. Hij wil verder graat in relatieve vrede met zijn familie verder leven, alleen maakt Caine hem dat dus knap lastig.
Troefcontact voor Dorian, Melusine. Ze is blij dat ze eindelijk iemand heeft, mist de tijd om het uit te leggen en verzoekt Dorian om een wapen te grijpen en door te komen. Als ze Rinaldo op de achtergrond ziet moet hij die ook maar meenemen. Martin blijkt verdwenen te zijn en er is geen tijd te verliezen.
Dorian en Rinaldo komen uit in een gangenstelsel in de Overschaduw. Ze horen wat vreemde geluiden. Als Melusine hen de gang uitleidt zien ze wat er aan de hand is. Ze komen uit op de muur van een belegerde burcht. De burcht wordt verdedigd door metaalachtige constructies, een beetje in mensvorm, zilverig en zwart. Melusine geeft ze hier en daar wat instructies tegen de aanvallers beneden. Deze aanvallers bestaan uit over elkaar heen krioelende, zwaar misvormde mensachtige wezens. Ze zijn naakt, haarloos, langarmig, klauwachtig en maken een snerpend gehuil. Over elkaar heen kruipend bestormen ze de muren van de driehoekige burcht. Een ontwerp dat trouwens overal in terugkomt. Dorian en Rinaldo komen Melusine maar even te hulp, anders zou deze aanvalsgolf nog wel eens succesvol kunnen worden. Ieder een muur bestrijkend staan zij tussen de aanvallers en hun doel. De aanvalsgolven blijken steeds krachtiger te worden. De vorige was Melusine al bijna te veel, de hulp van Dorian en Rinaldo is dus niet alleen welkom maar ook nodig. Rinaldo weet daarbij ook de robots hier boven nog een beetje efficiënt in te zetten.
Het is snijdend koud maar Dorian komt al snel in de hakroutine. Hak, hak, hakkerdehak, hak. En zo houden ze vol, vol tot de sneeuwstorm de burcht vol treft. De sneeuwstorm is zo hevig dat ze wel dekking moeten zoeken. Het is maar goed dat het leger beneden er ook problemen mee heeft.
Boadice verkleedt zich en probeert dan Fiona te troeven. Helaas, geen contact. Taureth kan een glimlach niet onderdrukken als hij haar uitrusting ziet. Het domein is volgens hem mentaal, de kleding doet er dus niet toe. Boadice meent zich anders te herinneren dat Alexander toch echt fysiek verdween. Volgens Taureth is dit niet gebruikelijk. Hij heeft echter zijn pocketshadow af, tijd om te vertrekken. De troef van Malketh kunnen ze volgens hem beter meenemen, kan nog van pas komen.
Het paartje komt uit in een wildernis, met achter hen de poort. Op de poort staan onbekende tekens. Volgens Taureth klopt er iets niet, er is hier een hele tijd later van buiten af mee gerotzooid. Boadice probeert een troefcontact naar Gran en weet zowaar door de stroperige weerstand heen te breken. Dit gaat trouwens wat minder moeilijk als ze met haar gezicht en troef richting poort staat. Het contact houdt niet over: geen beeld en alleen maar af en toe geluidsfragmenten.
De tuin blijkt zo verwilderd te zijn dat het hakwerk wordt. Nog een geluk dat er niets terug vecht, ook raar trouwens. Normaal gesproken zou dat wel het geval moeten zijn.
Eenmaal door de bosjes komt het tweetal uit op een overwoekerd pad. Bij een splitsing houden ze rechts aan en komen zo bij restjes van muurtjes, overwoekert met klimplanten. Het blijkt een soort theehuisje te zijn geweest. Verderop vinden ze een redelijk klein iets van steen waar water uit sijpelt. Graven leert dat er een irrigatiesysteem in de grond ligt. Ook vinden ze nog een duivenkot, zowaar in redelijke staat, met veel uitwerpselen van duiven, maar verder leeg.
Een stukje verder vinden ze een ander soort klimplanten in wat de overblijfselen van een kas blijken te zijn. Boadice laat er het resterende glas los vallen en Taureth merkt op dat dit stuk er weliswaar net zo oud als de rest uit ziet, maar dat niet is. Ook zijn er fresco’s in aangebracht. Hierop zien ze een lichtstraal die van boven naar beneden gaat. De fresco is erg gestyleerd en stelt twee vrouwspersonen voor, eentje liggend en eentje staand. De liggende wordt in het rood en de staande in het groen afgebeeld. Er blijken nog meer fresco’s in de kassen verborgen te zijn. Deze worden allemaal vrijgemaakt en bekeken. De uiteindelijke conclusie is dat deze troef leeg is, Malketh is hier al uitgehaald. Ze heeft een route achtergelaten met daarin tekenen die Ornach’s kinderen zouden begrijpen. Het waarom zit er niet bij maar er spreekt wel een zekere urgentie uit de fresco. Ze is samen met een ander vrouwspersoon vertrokken. De fresco’s geven verder geen waar maar wel een hoe. Ze moeten de zonnewijzer vinden, wachten op het juiste moment en dan de wijzers naar een bepaalde cijfercombinatie draaien.
Rechts door de groentetuin komen ze uit op een open vlakte, een vlakte met een zonnewijzer. Deze is hopeloos verroest maar Boadice weet met wat oliehoudende planten de wijzer enigszins te smeren. Het bewegen van de zonnewijzer blijft weliswaar heel moeilijk, het gaat tenminste. Dat is maar goed ook, want het is tijd.
Na het ritueel voltooid te hebben ontstaat er een geconcentreerde lichtstraal. Deze trekt ze langzaam omhoog en zet ze uiteindelijk af op een open plek in het bos. Een plek waar ze zich trouwens bijzonder onprettig voelen.
Alexander krijgt te horen dat Felicia weliswaar eerst in de cellen zat, maar dat ze verplaatst is, waarschijnlijk binnen de Ways. Ze gaan in het geniep die kant op. Hoewel er onder de Hendrakes een sterke voorkeur voor de hoofdingang bestaat krijgt Alexander toch zijn zin, een achteringang.
Via een hal gaan de bevrijders een trap op. Boven horen ze geritsel. Alexander opent de deur waarachter het geluid vandaan komt en treft daar Julia, druk doende met het rondsnuffelen in wat papieren. Ze beweert niets te weten van een of andere gast hier. Daar moet hij het maar met Heer Jurt over hebben, die is beneden. De naam van Felicia zegt haar niets. Hoewel Julia heel rustig lijkt te doen, heeft Alexander wel door dat ze haast heeft. Hij probeert een psychische overweldiging. Hm, daar blijkt ze dus best wel in getraind te zijn. Bovendien maakt ze een verdacht gebaar. Alexander geeft haar prompt een vuistslag en ze gaat bewusteloos. Helaas gaat de fireball toch af. Au. De brandwonden die dat oplevert zijn lastig. Zijn haar voor is weg, inclusief zijn snor en wenkbrauwen. Ook heeft hij grote rode vlekken op zijn hoofd plus een paar fikse brandwonden op zijn borst.
Alexander ontfermt zich over de papieren die Julia bij zich had en de zoektocht wordt hervat. Beneden doet een ex-Hendrake zijn ronde, over een kwartier wordt hij boven verwacht. En inderdaad. Alexander snapt dat hij dit eervol aan moet pakken en stapt op de bewaker af. Hem fijntjes beledigend weet Alexander hem uiteindelijk tot een duel uit te dagen. En in tegenstelling tot de dood weet Alexander het duel ook nog tot de eerste drie treffers te beperken. Uiteraard wint Alexander dit en die ene wond die hij daarbij oploopt zullen we maar sportief noemen.
Ondervraging van de verslagene leert dat er twee ex-Hendrakes hun rondes lopen en dat de derde slaapt. Heer Jurt is beneden.
De slapende Hendrake wordt met een bezoekje vereerd en door Alexander vakkundig tot een duel beledigd. Dat komt die Hendrake eigenlijk helemaal niet zo slecht uit. Hij voelt zich duidelijk ongemakkelijk over de situatie hier en een verloren duel is een eervolle uitweg. Hij heeft namelijk een aantal dagen geleden geholpen met de verplaatsing van twee gevangenen. De beschrijving van eentje past bijzonder goed op Felicia. De andere was een man, bewusteloos, en met donker haar. De opdracht kwam van een persoon met een Hendrake zegelring, de persoon zelf was echter geen Hendrake. De gevangenen werden naar een ruimte zonder verdere uitgangen gebracht, een ruimte van waaruit ze verdwenen.
De betrokken ruimte blijkt een soort werkruimte voor magische zaken te zijn. Alexander krijgt er het gevoel dat hij beken wordt en ziet een flits van beweging vanuit een spiegel. De Hendrakes weten te melden dat de gevangenen niet weggetroefd zijn en dat ze ook niet gedesintegreerd zijn. Nee, het moet iets met deze ruimte zijn.
Alexander troeft Monias en licht hem in. Monias is niet zo onder de indruk van Julia’s gevangenname. Kan nog een aardige ruzie met de Sawalls opleveren. Alexander moet verder even wat rondlopen zodat Monias via het troefcontact de ruimte kan onderzoeken. Volgens hem is het de spiegel. Er bestaat volgens hem zoiets als een spiegeldimensie. Je kunt er alleen met een bepaald soort spiegels in en uit. De Nexus kan er dus ook niet in en troeven werken er niet meer.
Adrian is op weg naar Sherwyn. De Schaduwen bij de Hoven blijken nog een redelijk zootje te zijn. Uiteindelijk komt hij in het gebied van de spinnen. Eh, maak daar maar Inca’s van. De spinnen blijken zich bij de grens met Sherwyn op te houden, alwaar ze Adrian bespringen. Als deze zich bekend maken willen ze onmiddellijk zijn hulp. Ze zijn er namelijk overal door de Inca’s uitgetrapt. Adrian belooft hulp en krijgt onmiddellijk hun volledige vertrouwen.
Sherwyn ziet er verrassend genoeg bijna hetzelfde uit als de Schaduw van de spinnen, overal van die vierkante stenen gebouwtjes. Ook is er een kleine machtswisseling geweest. Zijn plaatsvervanger op aarde heeft in zijn afwezigheid ook maar even hier het bevel overgenomen. Er was nog wel iemand anders die beweerde dat hij Adrian’s plaatsvervanger was, maar dergelijke blasfemie kan natuurlijk niet. Oh ja, en of Adrian niet voor wat extra slaven kan zorgen. De oorspronkelijke, wat minderwaardige bevolking is dan wel tot nut van het algemeen ingezet, hun aantal laat toch wat te wensen over.
Adrian is hevig verontwaardigd en krijgt een onderdanige maar er niets van begrijpende plaatsvervanger voor zich op de grond. Dat Adrian de slavernij af wil schaffen is prima, maar hoe moeten ze dan die piramiden bouwen? Adrian probeert het uit te leggen en laat ondertussen zijn secretaris uit de kerker halen. Deze blijkt redelijk nuchter te zijn. De troepenmacht van de Inca’s was gewoonweg wat groter dan de troepen van Sherwyn. Verder was het ook wat lastig rekruteren onder al die artiesten hier. Alleen de houthakkers hebben nog flink wat verzet geboden. Volgens zijn secretaris ontbrak het hier gewoonweg aan sterke leiding terwijl de Inca’s juist een sterke bekeringsdrang hadden.
Adrian legt zich maar bij de feiten neer, verheft zichzelf tot oppergod, maakt de Incagod tot de zon, verheft zijn secretaris tot de maan en gooit er een fikse PR campagne tegenaan. De multiculturele samenleving moet van hem overeind blijven, zoiets is levensvatbaar.
Bewondering krijgend voor de manier waarop ze het in Amber allemaal geregeld hebben werkt Adrian verder aan zijn religie. In het Boek van Rosam draait het om de vader, de zoon en het patroon. Doden mag uiteraard niet en het huwelijk wordt gezegend en zo. Scheiden verbieden gaat Adrian te ver, maar het moet wel een grote uitzondering blijven. Ook wil Adrian geen dingen tegen iemands wil en verlangt hij bescherming voor de zwakkeren. Uiteraard gaat hij priesters nodig krijgen en ook kan hij die gebouwde tempels nu net zo goed maar gebruiken. Zo zijn ze heel geschikt om zondaars van af te gooien. Voeg er nog de nodige feestdagen en wat heilige steekspelen bij en je krijgt een heel aardig geheel.
Het boek wordt bij uitkomst enthousiast ontvangen. Maar daarna komen de interpretaties. Adrian heeft wel wat beters te doen dan deze haarkloverij en zo wordt de interpretatie al spoedig het terrein van de priesterkaste. Er zitten inderdaad een paar gaten in het boek maar deze worden vakkundig gefikst. Zo was het onduidelijk wat er moest gebeuren met de bezittingen van de zondaars en dat terwijl het toch heel logisch is dat die naar de tempel gaan.
Al met al wordt Sherwyn een bijzonder godvrezend rijk met een enorme sociale controle. Dat er af en toe een spontane steniging of verbanning plaats vindt, ach, een schoonheidsfoutje.
Adrian krijgt ook nog bezoek van een man met een antwoord, het antwoord op Adrian’s vraag. Dit antwoord is gratis. De Witte Ridder blijkt geen persoon te zijn, maar een kracht die op afstand wordt aangewend en die fluctueert. Het is een kracht die persoonlijk op Adrian gericht is. De kracht wordt aangewend om hem tegen te werken. Er zijn barričres aan de kracht verbonden, deze kan niet onbeperkt worden toegepast. Over het wie er achter zit krijgt Adrian op dit moment geen antwoord.
Adrian verklaart zich bereid tot nadere besprekingen maar wil daarna wel weten met wie hij te maken heeft. Ze willen in ieder geval dat hij krachtige daden stelt. Geen tegenactie op de moord op zijn broer kan bijvoorbeeld niet. Sherwyn is op dit moment slechts een kleinere speler, iets dat volgens hen kan veranderen. Is Jaill bijvoorbeeld de meest optimale heerser van de Hoven voor hem? Kortom, Adrian zal merken dat ze veel voor hem kunnen betekenen. Het contract wordt via een Ritueel met drie druppels bloed bezegeld.
Panter is in het huisje. Er gaat iets gebeuren. Hij onderzoekt de boeken en merkt dan een mensachtige schaduw op. Er komt een hem onbekende vrouwspersoon binnen, helemaal getatoeëerd met zilveren lijntjes. Ze bekijkt Panter eens nadenkend en komt dan langzaam dichterbij. Panter stelt zich voor en leert dat hij met Filigree te maken heeft. Filigree is niet erg geďnteresseerd in Panter’s uitvluchten en wil slechts dat hij het aan haar geeft. Panter besluit dat dit een mooi moment is om het raam uit te springen en er vandaar te gaan. Helaas blijkt zij wat beter het terrein hier te kennen, ze wacht hem gewoon op. Dan maar wat anders proberen. Weer rent Panter er vandoor, maar dit keer probeert hij zijn witte troef. Eh, hallo Bleys, leuk je gesproken te hebben. En weer staat hij tegenover Filigree. Deze is heel makkelijk, ze hoeft niet eens het origineel te hebben, een kopie is prima. Panter legt uit dat ze te laat is, hij heeft ze niet. Tja, dat is nu jammer. Filigree maakt zich al op om Panter te fouilleren als ze geďnterrumpeerd wordt door een klassiek uitziende piraat, compleet met ooglapje, rode baard, een zwarte doek om zijn hoofd en een zwarte vogel op zijn schouder. Hij ziet er redelijk stevig en gezond uit, een sterke aanwezigheid. Filigree is duidelijk niet van de piraat gediend en vraagt waar hij zich mee bemoeit, met haar opdracht dus. Iemand moet hier tenslotte resultaat boeken. De piraat negeert Filigree verder en richt zich tot Panter. Deze legt uit dat hij het niet heeft. Ach, dan hoopt de piraat maar dat hij alle namen en alle locaties goed gelezen heeft. Terwijl Filigree er stiekem tussenuit knijpt om Malachie’s hut aan een nadere inspectie te onderwerpen, wordt Panter vrolijk aan de mast van het piratenschip van Roodbaard opgehangen.
Maurice