31 mei 1996 Sessie 56 Afwezig: -
Spiegeltje, spiegeltje aan de wand
Boadice staat in Overschaduw het onaangenaam te hebben. Gelukkig voor haar heeft Taureth er ook last van, en beter nog, Taureth kan er wat aan doen. Ze moet nu wel dicht bij hem blijven, maar zo’n bubbel maakt het verblijf heel wat beter draagbaar. Volgens Taureth is die bubbel gewoon een kwestie van het universum aanpassen. Dat wil Boadice ook wel eens proberen. Ze stapt dus uit de bubbel en paf, daar ligt ze. Nog een keer. Mooi niet dus. Het Patroon alvast in de bubbel oproepen ziet Taureth niet zo zitten. Laat ze maar eens beginnen met het begrijpen van de wiskundige formule die Taureth uitkraamt. En dat terwijl het toch zo simpel is. Ze zijn in een extra-reële situatie, de wortel uit -1 dus. Boadice knikt eens wat twijfelachtig en probeert het gewoon nog eens. Dit keer lukt het zowaar om het Patroon op te roepen, maar wat moet ze er eigenlijk mee? Vat krijgen op de omgeving lukt in ieder geval niet. Boadice geeft het maar op. Taureth is een en al begrip. Het zijn tenslotte alleen de slimmere studenten die zoiets al in een paar honderd jaar kunnen leren, de gemiddelde student doet er toch snel duizenden jaren over. Boadice denkt dat ze straks nog wel een weekeinde vrij heeft.
Natuurlijk is het tweetal hier met een bepaald doel, en haar vinden is volgens Taureth niet zo’n probleem, mits ze gevonden wil worden. Taureth doet iets en er verschijnt een pad tussen de bomen. Inderdaad, weer een manipulatie van de onwerkelijkheid. Het pad leidt naar een omheining van ronde, gepunte palen met een poortje erin. Klop, klop, klop, binnen! Ze komen uit in een grote moestuin temidden waarvan een klein, gemoedelijk huisje staat. Malketh wacht ze al op. Ze heet hier trouwens Orchis. Boadice maakt een grove fout tegen de etiquette door zich met uitgestoken hand als Boadice van Amber voor te stellen. Malketh erkent al jaren uit haar troef te zijn, ze had alleen wel betere dingen te doen dan haar familie te bevrijden.
Iedereen gaat zitten op het terras en bekijkt het uitzicht. Vandaag is dat de mast van een piratenschip waaraan een zwarte panter op zijn kop bungelt. Redelijk saai dus.
Malketh vindt het aardig dat Taureth en Boadice speciaal langs zijn gekomen om haar te redden, hoewel dat redelijk overbodig is. Een boodschap voor vader mee terug nemen hoeft ook al niet, ze zoekt hem nog wel een keertje op. Malketh heeft trouwens lang, middelbruin haar in een staart en praktische kleding, geschikt voor tuinwerk.
Op een gegeven moment gaat de palissadedeur open en komt er een wazig uit haar ogen kijkende, groen geklede vrouw binnen met groen haar. Ze kijkt even naar de nieuwelingen en vraagt dan aan Orchis of ze mee gaat. Dat doet deze.
Panter is ondertussen de aanblik van een lekker etende Roodbaard wel zat en troeft Boadice. Na een nadrukkelijke aarzeling is deze wel zo genadig om Panter uit zijn benarde positie te verlossen. En toegegeven, zo’n zwarte panter is ook schattig.
Boadice wil meteen alles weten en hoort dus des te minder. Murlas wil slechts kwijt dat hij in de Overschaduw iets voor een van de partijen hier aan het verkennen was. Boadice vertelt dat ze hier voor Malketh was en is duidelijk ontevreden over Murlas’ uitleg. Roodbaard is het helemaal met haar eens. Boadice wil van poesepoes wel weten wie zijn vriendje is. De naam schijnt echter Panter te zijn, en die vriend is dus Roodbaard. Taureth kijkt nadenkend naar de piraat.
Verdere uitleg over zijn opdracht wordt Murlas bespaard door een paars hoofd dat even boven de palissade uitsteekt. “Hoi, ben je Murfje? Ik moest je de groeten doen van je vriendin uit Amber. Ik was er op bezoek.” Panter weigert te erkennen dat de nieuw aangekomene zich tot hem richt, waarop Violet nog maar even de relatie tussen Murlas, Sara en Algo uitlegt. Boadice vindt dit leuk genoeg om haar maar voor de thee uit te nodigen. Deze kruidenthee blijkt van Violet’s zus Viridiane te zijn.
Roodbaard blijkt ondertussen de achtervolging op Panter te hebben ingezet. Deze laat zich niet zo makkelijk pakken en draait rondjes om de twee dames en de heer. Violet wordt zo draaierig van al dat geren dat ze met twee keer knippen beide wildebrassen in een flesje stopt. Boadice krijgt Panter wel cadeau. Volgens Violet schijnen sommigen ook nog drie wensen te doen.
Vertederd kijkt Boadice naar dat kleine pantertje in de fles en in haar hoofd vormt zich een hele waslijst van vragen die Murlas nu mooi eens mag gaan beantwoorden. Diep kijken ze elkaar in de ogen. Toch wel zielig, zo’n opgesloten beestje. Snel haalt Boadice de stop eraf. Panter projecteert zich vervolgens buiten de fles en is weer vrij.
Violet vindt het zonde dat Boadice haar cadeautje alweer opgemaakt heeft. Geflest zijn ze volgens Violet handiger. Om dat te bewijzen haalt ze een flesje met Algo te voorschijn. Deze schrikt duidelijk bij het zien van Boadice. Volgens Violet sprak Algo haar tegen. Het is trouwens niet de eerste keer dat hij in een fles zit. Nee, Sara is nog nooit geflest. Zij is volgens Violet heel lief en praat ook heel graag.
Het gesprek komt op de opdracht waarmee Panter bezig is, maar Violet weet niet wat er met Malachie gebeurd is. Ook de duisternis zegt haar weinig. Misschien is Malachie in de droomwereld, daar is hij tenslotte wel vaker. En zijn visioenen schrijft hij inderdaad altijd op. Panter vertelt van het bloed en suggereert dat Roodbaard wel weet wat er aan de hand is. Roodbaard doet eerst nog even stoer, maar als zijn flesje steeds kleiner wordt vertelt hij maar wat snel dat hij op zoek is naar de lijst van vrienden. Malachie’s vrienden in de droomwereld waren ook altijd bezig met de profetieën. De klauwsporen zijn volgens Violet van de wolven, daar had Malachie het wel eens over.
Boadice vraagt nieuwsgierig hoe Violet hier overleeft. Violet reageert verbaasd, ze woont hier. Boadice legt uit dat ze zich buiten de bubbel niet goed voelt. Dat blijkt te komen omdat ze maar een droompje is, Panter is bijvoorbeeld echter. Boadice wil ook graag echt zijn, maar dat kan niet, ze is immers maar een droom. Eigenlijk is ze alleen maar hier omdat Violet haar bedenkt. Als ze wakker is is ze weg. Violet concentreert zich even op het flesje met Roodbaard en deze verdwijnt. Hij is volgens Violet wakker geworden. Met een knip is Violet vervolgens zelf ook vertrokken, om met een knip weer terug te zijn. Of ze de lijst nog moeten hebben. Uiteraard. Dat moeten ze dan maar die vrienden vragen, de kluizenaar bijvoorbeeld. Deze woont in een driehoekig bouwsel. Dworkin, Galoran of haar oudste zus zijn andere kandidaten.
Als Violet weer weg is vraagt Boadice of ze hier achter aan gaan. Alvorens daar antwoord op te geven lijkt Taureth enige uitleg wel op zijn plaats.
Alexander probeert Murlas of Dorian te troeven. Lief hè? Dan gaat hij maar de spiegel in. Hij komt in een tot ruïne vervallen tempel uit en er knalt meteen een zweep vlakbij zijn hoofd. Alexander duikt weg, trekt een wapen en ziet dan pas zijn tegenstander, een hem onbekende man. Deze blijkt best wel goed te zijn. Als Alexander de zweep om zijn zwaard wikkelt om hem zo dichterbij te halen vliegen vent en zweep plotseling in de fik. De zweep doorsnijden lukt niet en het begint al aardig warm te worden. Een naar de man gegooide mes wordt simpelweg uit de lucht geplukt en in brandende staat teruggeworpen. Is dit dan het einde van Alexander?
Met een trap naar de benen van de man ontwijkt Alexander het mes en zowaar, zijn tegenstander valt. Alexander steekt hem met zijn zwaard in de arm, maar helaas vat daarbij het zwaard ook vlam. Snel trekt hij het met de zweep vastzittende zwaard strak en laat het dan los. Dit geeft hem voldoende afleiding om met zijn dolk een geslaagde aanval te doen. De vent vindt dat niet prettig en sist iets. Prompt heeft Alexander allemaal tentakels over zich heen, tentakels die gelukkig nog niet branden. Met zijn laatste beetje bewegingsvrijheid gaat hij voor een aanval op het strottehoofd. Het resultaat? Blubber! Een hoop blubber met een zweep. Alexander steekt de zweep maar bij zich.
Het Patroon voelt hier niet goed. De Nexus doet het wel, alleen zijn er hier geen uitgangen die hij zou kunnen gebruiken. De troeven van Murlas en Monias doen niets. De Nexus met daarbinnen het Patroon lukt en daarbinnen voelen de troeven alsof ze zouden moeten kunnen werken. Alexander krijgt geen contact maar probeert het contact krijgen wel volgens een bepaalde code te doen. Misschien dat Monias die code toch heeft opgemerkt?
Alexander zoekt sporen en vindt ze van een man en een vrouw. Hij volgt de vrouwensporen en vindt uiteindelijk Felicia terug. Ze is wat kinds en geeft hem een bloemenkrans. Teruglopend kruisen ze het spoor van de man. Alexander besluit het te volgen. Dit spoort zwabbert nog veel sterker en ze halen hem dan ook al spoedig in. De man is onbekend, heeft donker haar, een stoppelbaard en donkere kleding. Hij kijkt Alexander niet begrijpend aan maar volgt hem wel. Ze lopen terug naar de ruïne, maar hoe ze vandaar uit terug moeten weet Alexander ook niet. Uiteindelijk volgt hij maar het pad dat vanuit de ruïne ergens heen lijkt te lopen.
Adrian heeft het vrij rustig in zijn koninkrijk. De troeven van Murlas en Dorian voelen vreemd aan, maar Corwin is gewoon bereikbaar. Hij zit nog in de Hoven. Als Adrian hem vertelt over de kracht van de witte ridder denkt Corwin meteen aan een death curse of zo. Tja, wie weet er wat van dat soort dingen? Dworkin natuurlijk, maar waar vind je die? Corwin weet wel een paar plekken, maar daar is hij vast niet. Fiona zou het misschien ook wel weten, maar is die te vertrouwen? Dit is tenslotte een zwakke plek. Misschien moest Adrian een Patroon maar weer opnieuw lopen. Tegen een echte curse werkt het niet, maar als het wat anders is…
Corwin blijkt onderzoek gedaan te hebben in de Hoven. Hij weet nog steeds niet of Merlin opzettelijk in het midden van de Logrus vermoord is of niet, de coup van de conservatieven er direct na was echter wel erg toevallig. Corwin hoopt uit te vinden wie er nu echt achter heeft gezeten. Dat die persoon er aan zal gaan leidt geen twijfel en Corwin hoopt daarbij wel dat Adrian hem terzijde zal staan.
Adrian licht Corwin nog even in dat hij nu een god is, iets wat Corwin toch niet echt weet te waarderen.
Het is al een tijdje later als Adrian eens in de spiegel kijkt. Tot zijn verbazing ziet hij hoe zijn spiegelbeeld zich omdraait en wegloopt. Roepen dat ie terug moet komen, helpt niet. Als Adrian echter op de spiegel klopt krijgt hij wel een reactie, een verbaasde nog wel. Spiegelbeeld en origineel kijken elkaar eens aan, kloppen eens naar elkaar, maar daar houdt het ook wel mee op. Elkaar verstaan gaat niet. Het spiegelbeeld loopt op een gegeven moment maar weg en slaat daarbij linksaf. Adrian racet naar de volgende spiegel, die in de slaapkamer. Inderdaad gaat daar de deur open en stapt zijn spiegelbeeld naar binnen. In bed ligt een donkerharig vrouwspersoon. Adrian kijkt meteen in zijn eigen bed, en nee hoor, de vrouw daar is blond. Vrouw?! Dat blijkt dus de uitverkorene voor deze week te zijn, zij mag de god hier dienen. Adrian heeft het meteen te druk, maar hij zal haar in goddelijkheid bedienen, later. De donkerharige vrouw uit de spiegel staat ondertussen geamuseerd naar Adrian’s geklungel te kijken. Toch wel raar dat het blonde wicht in de spiegel alleen Adrian en haarzelf ziet. Ook hoort Adrian op dat moment hoe zijn secretaris zijn eigen uitverkorene van de week op de gang begroet. Adrian sist hem prompt een berisping toe. Voor meer heeft hij echter geen tijd, eerst de spiegel. De donkerharige vrouw is er nog, en zowaar, ze is gekleed. Adrian vraagt met wie hij het genoegen heeft en krijgt als antwoord een uitgestoken hand die zowaar door de spiegel blijkt te kunnen. Adrian neemt als echte heer zo’n hand natuurlijk aan en wordt vervolgens door de spiegel getrokken. De vrouw blijkt Randa te heten en ze was een bekende van Merlin.
Randa legt uit dat Adrian in een ander universum is. Een universum waartoe elke spiegel een ingang vormt. Zij is een Shroudling en kan daar gebruik van maken. Merlin was een vriend van haar en nu zoekt ze hulp voor zaken die hem aangaan. De Shroudlings blijken niet de enigen te zijn die van de spiegels gebruik kunnen maken. Hun vijanden de Guisels kunnen dat ook en zijn de laatste tijd erg actief. De Guisels hebben zich verbonden met iets in Chaos, iets waar veel groepen bij betrokken zijn. Ze hebben ook banden met het moordenaarsgilde van de Hoven, en Randa denkt dat ze ook banden hebben met de moord op Merlin. Vlak voor zijn dood heeft ze hem nog gewaarschuwd dat een Guisel met hem bezig was. Merlin heeft dat toen nagetrokken en is ook met ze in aanraking geweest. Volgens Randa had Merlin wat dingen ontdekt, dingen die tot zijn dood hebben geleid. Zijn familie was er bij betrokken, Merlin wilde ze in ieder geval wat vragen stellen, en hij leek niet gerust te zijn. Vlak daarop was hij dood.
Randa heeft ook nog de waterspiegel. Ze leidt Adrian mee naar een grot waar een grote kom met water staat. Volgens haar kun je er mee zien. Je weet niet van tevoren wat voor beelden je krijgt en machtige mensen merken het soms dat ze bekeken worden. Adrian denkt aan de troon en ziet een flits van Jaill, Merlin (in de Logrus), Ornach en zichzelf. Bij de witte ridder ziet hij niet veel, alleen zichzelf. Sereva blijkt voor een spiegel te staan, ze ziet er moe uit. Corwin loopt ergens, draait zijn hoofd, kijkt dan even verbaasd, en loopt weer verder.
Randa krijgt een boodschap door, Alexander blijkt in het land van de Guisels gesignaleerd te zijn, samen met twee andere mensen. Ze weten niet waarom en hadden ook geen idee dat hij de reis kon maken. Zoiets schijn je namelijk te kunnen leren, hoewel talent daarbij wel uitmaakt.
Adrian vertelt wat hij in de waterspiegel gezien heeft, bij Merlin niet veel dus. Volgens Randa was de tijd zeker nog niet daar. Te weinig aanwijzingen. Ze vraagt verder of Adrian weet of Alexander banden met De Guisels heeft en of hij daarachter kan komen. De vrouw schijnt in ieder geval Felicia te zijn, de man is onbekend. Ze vragen zich af of Alexander zou willen helpen. Adrian weet het niet. Alexander kan zich uiteraard vrijwillig bij de Guisels ophouden, hij zou er echter ook achtergelaten kunnen zijn, dat gebeurt wel vaker. De wens van de Shroudlings is verder simpel, ze willen af van de dreiging van de Guisels, ze willen gewoon in vrede leven.
Adrian besluit niet achter Alexander aan te gaan en raadt Randa aan om ook contact te zoeken met Corwin, die is tenslotte ook bezig met een onderzoek. Hij kan een bericht aan Randa doorgeven door een briefje op een spiegel te plakken, dan vindt ze het wel. Ze maakt vervolgens een gebaar en er verschijnt een spiegel, een spiegel waardoorheen Adrian weer terugkeert in zijn eigen vertrekken. In de spiegel ziet hij nu weer zijn eigen spiegelbeeld, een spiegelbeeld wat nog wel een keertje knipoogt.
Met de spiegel afgehandeld stapt Adrian naar zijn secretaris. Deze is net bezig met wat goddelijke plichten jegens de uitverkorene. Een uitverkorene die zonder pardon vertrekken kan. De secretaris kijkt duidelijk wat verwijtend. De bevolking vindt het juist prachtig. Ze hebben er zelfs een heel ritueel omheen gebouwd. Adrian heeft het trouwens zelf goedgekeurd, het stond toch duidelijk in de laatste draft. Adrian houdt voet bij stuk, hij wil dit niet. Het uiteindelijke compromis wordt één keer per jaar, maar dan mag ze wel gebruikt worden. Ook is ze van Adrian, anders wil de zonnegod er ook nog eentje. Deze had al geklaagd, maar zijn 967 vrouwen vonden het niet erg. Adrian wordt het uiteindelijk allemaal zo zat dat hij het maar aan zijn secretaris overlaat, hetgeen vast diens bedoeling is geweest.
Met de secretaris afgehandeld wordt het tijd voor een gesprekje met Adrian’s bloedbondgenoten. Adrian legt een brief op zijn bureau met daarop in grote letters “Tijd voor Overleg” en inderdaad heeft hij de volgende dag een bezoeker. Adrian blijkt duidelijkheid te willen. De bezoeker vindt het allemaal echter al duidelijk genoeg. Ze zijn verweven met de situatie in de Hoven. Hun invloed op de recente gebeurtenissen was echter niet zo groot als ze gehoopt hadden, er is niet optimaal gebruik gemaakt van hun mogelijkheden. Dat hun opdrachtgever op een cruciaal moment verdween hielp natuurlijk niet echt. Dat zelfs zij niet weten waar deze persoon zich nu bevindt is veelbetekenend. Adrian vraagt of ze iets te maken hebben met de dood van zijn broer en krijgt daarop de standaard disclaimer. Bij de dood van Merlin zijn diverse partijen betrokken, waaronder hun vorige opdrachtgever. Zelf zijn ze slechts een instrument met als enig doel het doel van hun opdrachtgever. Mocht de vorige opdrachtgever trouwens weer opduiken, dan wordt dat nog wel even pijnlijk. Door een nieuw contract met Adrian af te sluiten is in hun opinie echter het vorige ongeldig geworden.
Alexander zwerft rond en merkt dat hij hier ook kan shiften. De eerste boerderij waar hij langs komt ziet er nog onbewoond uit maar bij de volgende zit er al een vrouw de geit te melken. De boerderij ligt tussen Waterval en Steenbrug en spiegels kent ze niet. Ook heeft ze nog nooit van een tempelruïne gehoord.
Alexander gaat richting Steenbrug en treft onderweg een vrouw in praktische reiskleding en met lang, donker haar. Ze wacht hen duidelijk op en vraagt wat hij in Guisel gebied doet. Alexander wil eerst wel eens weten welk gebied dat is, dit gebied dus. De vrouw blijkt een bekende van Alexander’s broer te zijn en vertelt hem dat het Guiselgebied een gedeelte van de Spiegelwereld is. De man met de zweep die hij verslagen heeft was een spiegelwachter. De vrouw wil ook wel even naar Felicia kijken, dat mag. Er blijkt met haar geest geknoeid te zijn. De conditie van de man lijkt natuurlijk te zijn. De ingang van de ruïne werkt volgens de vrouw maar één kant op.
Dat Alexander een uitweg zoekt moge duidelijk zijn, en de vrouw kan haar helpen. Daarvoor vraagt ze wel een gunst terug. Ze onderzoekt de moord op Merlin en kan wel wat hulp gebruiken. Uiteraard biedt Alexander die aan. Adrian blijkt ook hulp beloofd te hebben maar er zijn berichten dat hij samenwerkt met de Guisels. Dara was er ook bij betrokken. Het pleit voor Alexander dat hij het toch nog wat voor Adrian opneemt. De vrouw vraagt of Alexander op Dara Ways de connectie met de Guisels kan onderzoeken. Het is verder mogelijk dat er meerdere familieleden bij betrokken zijn. Ze wil graag op de hoogte gehouden worden, hetgeen kan via een brief op een spiegel. Ze kan ook via een spiegel communiceren. Terug naar Galoria kan ze Alexander niet brengen, ze heeft hier alleen toegang tot de Hoven. De Hendrakes blijkt ook al niet zo simpel te zijn. Die hebben nu eenmaal bijzonder weinig spiegels. Ze hebben er eentje in hun trainingszaal en dat is het eigenlijk wel. De vrouw heet trouwens, surprise, surprise, Randa en de zweep die Alexander heeft is een Guisel zweep. De Shroudlings gebruiken die niet. Wat Alexander ermee doet moet hij zelf weten. De magie erin kan hij echter niet gebruiken, hij is tenslotte geen Guisel.
Alexander gaat met zijn twee metgezellen terug naar de trainingszaal van de Hendrakes. De vent zakt er onmiddellijk in elkaar.
Dorian heeft het koud. Hij vraagt aan Melusine wat ze nu eigenlijk moeten gaan doen. Martin zoeken dus. Deze is in zijn eentje op zoek gegaan en niet teruggekomen, ze wil weten waar hij is. Dorian stelt voor op te splitsen en Melusine vindt het prima, ze heeft duidelijk wat teveel vertrouwen in haar eigen kunnen. Ook Rinaldo vindt het goed, maar hij lijkt er een bijbedoeling mee te hebben. Melusine neemt de bovenste verdieping, Rinaldo de middelste en Dorian de onderste. Beneden is het trouwens beduidend kouder dan boven.
Dorian ziet beneden af en toe vreemde dingen in de kamers daar. Zo is er een verder lege kamer met een bol op een voetstuk. Er lopen voetsporen heen en weer terug. Dorian gaat ook even kijken. Het ding is donker en heeft wel iets. Flikkerde er daar iets? Dorian wil het niet weten, hij gaat verder.
Aangezien de voetsporen terug lijken te gaan naar de trap, gaat Dorian daar ook. Er leiden drie gangen vanaf de trap. Uit eentje komt Dorian zelf, een ander bevat geen voetsporen. De derde bevat weer een paar voetsporen die de gang in en uit lopen. Als Dorian vervolgens haastige voetstappen op de trap hoort die op de verdieping boven hem stoppen, is de keuze snel gemaakt. Dorian gaat kijken. Hij ziet nog net Melusine vloekend in een van de gangen lopen. Dorian roept haar en krijgt een knik dat hij mee moet komen. Melusine blijkt niet precies te weten waar ze moet zijn. Op een gegeven moment vraagt ze Dorian echter even te wachten en zich nog niet te laten zien. Zelf verdwijnt ze dan om de hoek, waarvandaan ook een ander lichtschijnsel komt.
Voor Dorian’s oren ontspint zich een slaande ruzie tussen Melusine en haar moeder. Melusine vindt dat ze hem moet laten gaan, haar moeder wil eerst eens praten over gemeenschappelijke interesses. Dorian gluurt even en ziet dat Martin in een zilveren web gevangen zit. Dat web is vast afkomstig van de vrouw met allemaal zilveren lijntjes die ernaast staat. Melusine heeft haar zwaard getrokken en is duidelijk heel gespannen. Filigree komt redelijk zelfverzekerd over. De zilveren lijntjes stralen dan ook wel wat power uit.
Dorian hoort geluid achter zich en ziet Rinaldo naderbij komen. Snel gebaart Dorian hem stil te zijn en licht hij hem in. Het besluit Martin maar te bevrijden is snel genomen. Dorian probeert greep te krijgen op het web, terwijl Filigree nog steeds iets wil van de niets met haar te maken willen hebbende Melusine. De Power voelt voor Dorian aan als geconcentreerde geestkracht, een extensie van degene die het gemaakt heeft. In dit geval ontbreekt verder de verfijning. Er zitten dus zwakke plekken in. Eigenlijk is het web gewoon een weefsel van kracht, net zoiets als bij het Patroon. Dit web is een duidelijke haastklus, Filigree kan het waarschijnlijk wel beter. Dorian vindt in ieder geval zonder problemen een zwakke plek, seint Rinaldo even in en verbreekt dan het web. Martin valt meteen naar beneden. Filigree kijkt verstoord en herkent Dorian. Iets doen kan ze echter niet, Rinaldo stormt op haar af. Filigree haalt haar schouders op en gebruikt wat geconcentreerde geestkracht om te verdwijnen.
Martin is razend en valt uit tegen Melusine. Heeft hij hiervoor zijn bek gehouden tegen Random? Filigree heeft geprobeerd om hem te vermoorden, om haar te vermoorden, het is afgelopen. Melusine vindt dat hij zich er niet mee moet bemoeien en de volgende ruzie is een feit. Dit geeft Rinaldo en Dorian de kans om zich discreet terug te trekken. Rinaldo heeft namelijk nog iets wat Dorian moet weten, hij kent deze burcht, hij is hier eerder geweest, als heel klein kind. Hij is hier met zijn ouders geweest, deze locatie moet iets te maken hebben met zijn vader. Rinaldo weet niet wat Melusine en Martin hier doen, maar gezond kan het nooit zijn. Zijn vader deed hier de nodige experimenten.
Rinaldo en Dorian gaan naar de kamer met de bol. Rinaldo kent dit, het is een lichtsteen. Je kunt er dingen mee zien als je je erop concentreert. Hoe dichterbij het is, hoe makkelijker het gaat. Vader werkte altijd het liefste met rauwe macht, hij had dat tenslotte meer dan anderen, de bediening vereist dus vast geen moeilijke, magische toestanden. Dorian concentreert zich eens op Martin en Melusine en ziet ze inderdaad nog steeds ruziënd door de gangen lopen. Ze hebben nu zelfs al letterlijk slaande ruzie. Buiten de burcht blijkt de sneeuwstorm geluwd te zijn, uit de gaten in de grond komen de Howlers al weer te voorschijn. Filigree levert niet zoveel op, ze is verder weg en Dorian kent haar niet zo goed. Zich concentrerend op haar webpower krijgt hij het beeld van het dek van een schip waarop ze iets zoekt.
Dorian en Rinaldo beseffen dat ze terug moeten. Rinaldo vraagt Dorian daarbij nog wel om hem in te seinen als hij nog iets van Brand vindt. Rinaldo wil niet dat het in verkeerde handen valt.
Maurice