28 juni 1996                         Sessie 57                         Afwezig: -


Waarin een burcht al wel belegerd, maar nog niet veroverd wordt


Panter legt uit dat hij hier bezig is met het afleggen van een test en dat het hier boven net zo’n gekonkel is als beneden. De test bestaat uit het oplossen van de raadsels rondom de verdwijning van een zekere Malachie. Dat Boadice deze uitleg onbevredigend vindt is logisch. Maar nu ze hier toch is kunnen ze er wel eens wat dieper op in gaan.

Helaas, Taureth heeft wat meer oog voor prioriteiten dan Boadice. Dat gedoe rond Malachie is niet zijn opdracht en hij wil dus terug. Panter legt hem uit hoe hij zelf terug gaat, via Tir-na Nog’th, en dat  geeft Taureth voldoende aanknopingspunten om via een soortgelijke weg in de Hoven uit te komen, iets met zwarte Schaduwen en zo. Hij concentreert zich in ieder gevoel en creëert dan met Power een soort doorgang. Het heeft wel iets weg van shadowshiften, maar dan sneller. Ook is het een soort constructie. Panter vindt het wel interessant en haakt zichzelf er ook aan. Hij ziet hoe Taureth vervaagd maar Boadice, aan wie hij zich vastgehaakt heeft, wat achter blijft. Geen probleem, dan blijven ze toch gewoon allebei hier? Familie onder elkaar en zo. Boadice krijgt alleen maar te horen dat er iets mis is gegaan en dat Panter haar daarom maar teruggehaald heeft. Ze bedankt hem er zowaar nog voor ook. Ook bedankt ze voor zijn aanbieding om haar dan maar via Tir-na Nog’th terug te brengen, zo makkelijk laat ze zich niet afschepen.

Het tweetal gaat richting ‘driehoek’, en inderdaad vormt zich een soort pad als Panter zich daarop concentreert. De ‘driehoek’ voelt trouwens onprettig, iets wat door Harlekijn bevestigd wordt. Deze wacht Panter namelijk op en legt hem nog even uit dat het om een driehoekige burcht gaat en dat de Kluizenaar tot de Cirkel behoort.

Dichter bij de burcht in de buurt begint het kouder te worden. Panter meet zich een mentaal dikkere vacht aan. Boadice heeft dat soort mogelijkheden nog niet onder de knie en Panter zorgt er wel voor dat ze zich daar voortdurend van bewust is, bibber. Maar dan zijn ze eindelijk bij de burcht zelf, een burcht die onder een zware belegering blijkt te staan.

 

Dorian en Rinaldo bevinden zich de belegerde burcht en gaan Martin en Melusine maar weer eens opzoeken. Het tweetal is nog lang niet uitgeruzied maar er zijn wat andere dringende zaken, zoals een belegering buiten. En voordat Dorian weer zijn leven op de muren gaat wagen wil hij eerst wel eens wat uitleg. Martin vindt dat dat best tot na de volgende aanvalsgolf kan wachten, maar Dorian heeft plotseling alle tijd. Uiteindelijk wordt het een snelle uitleg tijdens het lopen. Het blijkt dat er op deze plek iets belangrijks te vinden is en dat mag niet in de verkeerde handen vallen. De Overschaduw is volgens Martin vooral een soort extra speelveldje waar men zijn speeltjes mee naar toe neemt om er een extra draai aan te geven. In plaats van de Hoven en Amber heb je hier de Cirkel en de Wakers. Martin moet er duidelijk niets van hebben. Soms hoor je volgens hem echter wel eens wat waar je achter aan moet gaan. De heimelijke blik die hij daarbij op Rinaldo werpt is veelzeggend. En dat is alles wat Martin weet. Hij weet zelfs niet hoe het voorwerp dat ze zoeken er uit ziet, wel dat er maar een beperkt aantal bergplaatsen zijn en dat het in eentje daarvan is opgeborgen. Als ze die bergplaatsen eenmaal hebben dan komt dat voorwerp vanzelf wel.

Op de muren gaat het gevecht weer zijn gewone gangetje. Dorian probeert er nog wat sfeer in te brengen door met vuurballen te gaan gooien, maar als een sterke geest aan de andere kant ze terug begint te kaatsen is de lol er snel af. Dorian richt zich dan op de aanvallende wezens en merkt dat er een drang om de burcht aan te vallen is ingeplant, de burcht moet kapot. Hij voelt ook zijn medestrijders en Melusine is geestelijk het sterkste. Dat komt mede omdat ze ook de bubbel in de burcht in stand houdt, iets waaraan de burcht zelf een handje meehelpt. Dat is maar goed ook, want Melusine is zelf nogal ongeoefend. Rinaldo is nu verder ook bezig met zooien tegen de aanvallers, en ook hij krijgt tegenwerking. Buiten de burcht bevinden zich een aantal gefocuste energiepunten. Eentje die wat verder weg is zou wel eens de kracht kunnen zijn die Rinaldo en Dorian tegenwerkt. Ook zijn er nog wat bewegende puntjes in de omgeving.

Panter en  Boadice waren net bijtijds bij de burcht gearriveerd om daar Dorian in de weerschijn van zijn vuurballen te herkennen. Ze voeren even een verificatie uit door te kijken of de troef werkzaam is, en dat blijkt het geval. Daarna richten ze zich op de aanvoerder van de aanvallers, oftewel, door wie wordt Dorian aangevallen? Boadice weet het meeste van oorlogvoering af en ze vraagt zich meteen af waarom iemand op deze manier aanvalt. Waarom worden er geen goed opgeleide soldaten ingezet? Zou er hier niets beters te vinden zijn? Panter wijst haar erop dat ze de dingen misschien wat te fysiek benadert, alles is hier tenslotte op de geest gericht. En voor dergelijke aanvallen moeten je aanvoerders zich op uitzichtpunten bevinden. Bij een tekort aan aanvoerders moet je daarbij een hoekpunt nemen zodat je twee zijden tegelijk kan afdekken.

Dorian is ondertussen ook nieuwsgierig geworden naar de aanvallers en wil een stel oogjes die kant opsturen. Deze nemen de vorm aan van een valk. Dorian heeft dezelfde hoekpunt gekozen als Panter en Boadice en treft hun dus eerst. Panter is duidelijk niet zo op pottekijkers gesteld en doet een uitval. Dorian vlucht meteen weer terug naar de burcht. Hij probeert het daarna nog een keer, maar dit keer vermijdt hij die vermaledijde panter wel. En dit keer ziet hij dan ook wat hij wil zien, een flits van een vrouw, vrij klein, met kort rood haar en groene ogen, geconcentreerd bezig met haar aanval.

Panter en Boadice naderen even later ook de vrouw, dit keer van achteren. De vrouw is zich echter wel van hun aanwezigheid bewust. Ze breekt de aanval af en draait zich om. Boadice wordt genegeerd. Panter leert dat ze Grenade heet en tot de Cirkel behoort. Panter heeft zaken in de burcht af te handelen en Grenade blokkeert de route. Grenade heeft er ook zaken af te handelen en ziet niet in wat de Wakers hiermee te maken hebben. Ze is echter nog meer geïrriteerd over dat stelletje amateurs dat haar op dit moment vanuit de burcht dwars zit. Wat ze met de burcht wil is simpel, vernietigen. En Panter zou toch moeten weten waarom die burcht hier net hoort te zijn. Panter houdt het op een kleine omissie in zijn briefing maar krijgt geen verdere uitleg. Grenade zoekt geen ruzie, iedereen die uit de burcht wil vertrekken mag dat, maar die burcht gaat eraan. Panter biedt aan om ze dat te gaan vertellen. Waar wacht hij nog op?

De verdedigers van het kasteel hebben ook gemerkt dat de aanval stil ligt, tijd om te gaan zoeken. Martin legt Dorian even onder vier ogen uit dat Melusine en hij deze burcht vonden en dat de aanvallen kort daarop begonnen. Hij drukt Dorian verder op het hart om wat hij ook vindt, het uit handen van Rinaldo te houden. Hij heeft namelijk redenen om aan te nemen dat dit een oude schuilplaats van Brand is. Brand stond hier bekend als de Kluizenaar en was lid van de Cirkel, net als Melusine haar moeder. Deze is de laatste tijd nogal actief en bezig met het opzetten van het een en ander. Melusine heeft haar in het verleden meegeholpen maar wil daar nu van af. Moeder en dochter hebben de burcht al eens eerder doorzocht maar toen niets gevonden. Martin heeft echter via een andere bron vernomen dat er zich hier toch iets zou moeten bevinden. Hij heeft alleen gezworen die naam niet prijs te geven. Martin weet niet hoe datgene wat hij zoekt eruit ziet, wel dat het niet in Rinaldo’s handen mag vallen. Hij is ook degene geweest die Melusine hier weer bij betrokken heeft, iets wat Martin veel moeite heeft gekost. Melusine heeft een zekere macht over deze plek, alleen kan Martin hier niet functioneren. Ze is echter erg ongelukkig met de hele situatie hier. Dorian had nog steeds graag een wat betere indicatie van wat ze hier zoeken, maar Martin  kan het niet zeggen. Tot nu toe was alles wat ze onderzocht hebben leeg, vindt Dorian dus iets dat niet leeg is, goede kans dat het er toe behoort. In de Overschaduw blijven namelijk alleen zaken van substantie bestaan. Martin vraagt zich verder af waarom deze burcht er nog staat als Brand dood is.

Uiteraard wil Rinaldo later precies weten wat Martin en Dorian te bespreken hadden. Ook hij zoekt trouwens iets wat niet in andermans handen mag vallen, die van Filigree om precies te zijn.

Panter en Boadice maken zich op om naar de burcht te gaan. Helaas wordt de meest makkelijke methode, via een troef doorhalen, geweigerd. Dan maar via een mentale projectie. Het vergt enige oefening, maar uiteindelijk lukt het. Het spoor van Dorian volgen is voor Panter vervolgens een fluitje van een cent. Dorian blijkt terug te zijn gegaan naar de kamer met de bol om die bol te vernietigen. Helaas lukt dat fysiek niet zo goed.

Panter maakt zich aan Dorian als Murlas bekend en er begint het traditionele ritueel van het uitwisselen van informatie. Boadice wordt daarbij een duidelijk ondergeschikte rol toebedeeld. Gelukkig wordt ze in de loop van het gesprek steeds depressiever en schikt die rol haar dus steeds beter. Over een gemeenschappelijk plan worden ze het uiteindelijk verrassend snel eens. Uitvinden wat er aan de hand is met Malachie en zorgen dat er geen spullen, en dan met name de lijst met namen die Panter zoekt, in de verkeerde handen vallen. En voor die tijd moet die bol hier nog even kapot. Panter lijkt het wel een slim idee om dan eerst nog even te proberen of ze met die bol misschien ook de gezochte voorwerpen kunnen vinden. Dorian vindt het prima, Panter gaat zijn gang maar. Deze concentreert zich dus, en concentreert zich, en concentreert zich. De andere twee voelen het wat kouder worden, wat zwarter, wat meer contrastrijk, enger ook. Panter staart gebiologeerd in de bol, alsof hij erin wil kruipen. Als Dorian even mentaal poolshoogte neemt voelt hij een soort draaikolk vanuit de bol. Hoog tijd om Panter daarvandaan te halen. Dit lukt zowaar. En het is een miserabel pantertje die er nu op de grond licht. Hij herstelt zich uiterlijk echter snel en mompelt iets over een zwart niets. Ze hebben echter haast, het leger buiten wacht vast niet lang meer.

 

Alexander licht eerst Belissa en daarna Monias in. Monias wil Felicia wel doorhalen, maar die andere vent kan hem heel wat minder boeien, die is niet van deze Realiteit. De papieren van Julie vond hij verder heel interessant. Mochten er nog belangrijke dingen in gevonden worden dan hoort Alexander dat nog wel, eens. Over Merlin’s dood wordt afgesproken dat Alexander zich wel met die zaak mag gaan bemoeien, mits hij dat op persoonlijke titel doet. Troefcontact met iemand in de Overschaduw is lastig. Je hebt daar speciale troeven voor nodig. Deze zijn moeilijk om te maken en er zijn er dan ook maar ontzettend weinig van in omloop. Zelf fysiek naar de Overschaduw gaan is meestal niet zo’n probleem, je er staande houden wel. Daarvoor moet je ingewijde van het tweede niveau zijn. Politiek gezien is het een gevaarlijke plek.

Belissa blijkt een klacht van Jurt gehad te hebben over een aanval op Jurt’s verloofde. Alexander legt uit wat er is gebeurd en ze besluiten dat een tactisch zwijgen hier wel eens het beste zou kunnen zijn. Belissa wordt verder, evenals Monias, over de spiegels ingelicht. Ze bedenkt zich dat eventuele assistentie van de Hendrakes bij de oplossing van de moord op de vorige koning vast flink wat prestige op zal leveren. In de Hoven zelf is het relatief rustig gebleven. Er wordt weer een Counsel opgestart alleen is het nog onduidelijk of dit met of zonder de medewerking van de regent zal gebeuren. Als Jaill zijn coup-poging opgeeft zal zijn Huis ervoor boeten dat hij de macht niet vast heeft weten te houden. Zet hij echter alles op alles dan verliest hij waarschijnlijk de uiteindelijke krachtmeting.

Alexander troeft Corwin om wat informatie uit te wisselen over Merlin. Corwin gaat dit allemaal te snel. De vorige keer dat Corwin hem zag probeerde Alexander net om zijn andere broer te vermoorden. Corwin is dan ook zeer geïnteresseerd in Alexander’s positie. Deze komt niet verder dan de dooddoener dat deze moord niet ongestraft mag blijven. Ach, Corwin wil wel luisteren.  Alexander vertelt hem over de spiegelwereld, de Guisels en Randa, maar niet over Shroudlings. Ook de band tussen Adrian en de Guisels blijft niet onvermeld, Corwin kan Alexander meteen een heel stuk beter plaatsen. Alexander biedt Corwin een gesprek met Randa aan en Corwin accepteert. Corwin blijft verder nogal in Mandor geïnteresseerd te zijn. Diens naam is namelijk al een paar keer gevallen. De precieze details zijn allemaal nogal onduidelijk, maar de Sawalls weten er meer van, dat is zeker. Iets wat Corwin zich met name afvraagt is wat Merlin het midden van de Logrus deed. Het Patroon voor de tweede keer lopen is vervelend, maar de Logrus loop je maar één keer. Wat dat betreft is het ook interessant om te weten wie er het laatste met Merlin gesproken heeft. En waar hangt Mandor uit? Hij is al een hele tijd verdwenen. Ook mag Alexander van Corwin wel eens bij Jurt informeren. Merlin was tenslotte ook diens broer.

Een klopje vanuit de badkamer geeft aan dat Randa het berichtje voor de spiegel gelezen heeft. Alexander stelt haar aan Corwin voor en trekt zich daarna diskreet terug.

Alexander houdt zich vervolgens bezig met de man uit de andere Realiteit. Inderdaad maakt zijn geest een redelijk gecrushte indruk. Ook draagt hij om zijn nek een eenhoorn van zwarte steen. Aan zijn mooie riem met een typisch bewerkte schede ontbreekt het zwaard. Met veel moeite leert Alexander zijn naam,  Cerwen.

Random is daarna aan de beurt voor een gesprekje. Deze weet wel wie Alexander kan helpen, Caine. Random zou het verder zeer op prijs stellen als Alexander uit kan vinden hoe Cerwen hier gekomen is. Als de poort weer open is moet daar iets aan gedaan worden. Alexander vertelt kort iets over de spiegelwereld en de Guisels en zo. Dit ontlokt Random de verzuchting dat ze misschien toch meer eens wat meer moesten babbelen.

 

Adrian gaat weer voor een tijd op pad. Hij probeert intuïtief naar een link met de witte ridder te shiften maar hij krijgt er niet echt vat op. Plotseling schrikt hij op. Hij bevindt zich in een Schaduw met grijze mist, moerassig. Er klinkt hoefgetrappel, bekend, als van een paard met zes poten. Adrian denkt eerst even dat het Beiaard is, maar nee, toch niet. De ruiter is inderdaad een witte ridder, maar niet degene die hij zoekt. De ridder vraagt de vreemdeling naar zijn naam en bestemming en zijn stem heeft iets heel bekends, Alexander! Adrian geeft zijn naam en heeft als bestemming ‘overal en nergens’. De ridder, een Verdediger van Het Koninkrijk (welk koninkrijk? Het enige koninkrijk, Avelon natuurlijk). Er blijkt ook een Adrian van Avelon te zijn geweest, een Adrian die in een tweegevecht met de ridder is gestorven. Die Adrian had Avelon verraden, hij had geprobeerd alles te vernietigen wat ze waren, had geprobeerd de ridder te vermoorden. Toen de ridder van die lafhartige steek in zijn borst genezen was had hij die Adrian uitgedaagd voor een duel en het recht had wederom gezegevierd.

Adrian lijkt verdacht veel op de gedode Adrian en mag er verder niet langs, alleen over het lijk van de ridder. Gelukkig blijkt een duel ook te mogen. Aangezien Adrian geen harnas draagt legt de ridder zijn wapenrusting ook af. Er wordt te voet en met het zwaard gevochten, maar niet tot de dood, first blood is genoeg. De ridder heeft Alexander’s gezicht, maar dan met blauwe ogen. Vechten kan hij wel, alleen is hij beperkt door de aanvalsstijlen van Avelon. Adrian heeft wat meer schaduwen gezien en kent dan ook bepaalde Japanse patronen die het hier bijzonder goed tegen doen. Oftewel, hij wint.

De ridder begeleidt Adrian naar Avelon. Het lijkt veel op het Avelon wat Adrian gekend heeft. Zijn verschijning levert verder de nodige schrikreacties onder de lokale bevolking op.

Al met al heeft het bezoek aan deze Schaduw Adrian redelijk depressief gemaakt.  Dan krijgt hij een troefcontact. Het blijkt Llewella te zijn. Ze heeft gemerkt dat Adrian de laatste tijd nogal aan het rommelen is geweest met spiegels en wil daar wel even over babbelen. Adrian komt door.

Llewella legt uit dat de meeste familieleden zich niet zo met de spiegelwereld bezig houden. Adrian liet er bij zijn rondreis wat sporen achter, vandaar dat Llewella eens wilde babbelen. Adrian informeert even naar Alexander, maar deze blijkt daar al weer weg te zijn. In de Spiegelwereld bevinden zich verder meer dan twee volkeren, het is een complete Realiteit. Hoeveel krachtcentra er zijn is een interessante vraag, Llewella weet het niet. Rondreizen in de Spiegelwereld kan, maar je moet voorzichtig zijn, zeker als je de basisbeginselen niet weet. Ze wil deze best aan Adrian uitleggen, maar dat vereist wel een zekere mate van vertrouwen. Er zijn niet veel mensen die het Adrian kunnen leren, veel keuze heeft hij dus niet. Het kost hem een wederdienst. Er zijn wat dingen gaande die Llewella een onprettig gevoel geven. Als het nodig is wil ze best Amber inschakelen, maar Mora is voorlopig nog niet overtuigd. Tot nu toe zijn er al een aantal slachtoffers gevallen, Llewella zoekt dus iemand die beter is, met inzicht. De zaak is uiteraard delicaat en mag niet naar buiten. Ze hebben echter informatie nodig. Dat er gevaar bij is spreekt vanzelf. Dan glimlacht Llewella: “Leuk je weer te zien!”

Maurice