SPOOKIE SPOOKIE, OF EEN GEZELLIG GESPREK.
het verhaal gaat verder. Het is s’avonds en we zitten bij een sjamaan in de tent.........
Sjamaan: “Ja, dan zoeken jullie inderdaad de Grot van het Blauwe Mes”. Vervolgens kijkt hij groep verwachtingsvol aan. Alsof hij verwacht an dat wij weten wat hij bedoeld. Het blijkt al gauw dat hij ons niet rechtsstreeks kan helpen. Pas na enige tijd dring dit tot ons door. We proberen hem op verschillende manieren uit te horen. De meest recht door zee vragen van Traz/ lijken daarbij de meeste kans te maken.
......
Traz: ”Er lijkt wat in de weg te zitten dat u het ons niet verteld. Is het soms een test?”
“Nee, daar ben ik niet de persoon voor. En jullie zijn er toch al?”.
.....
“Nee, anderen laten het wel uit hun hoofd om jullie te helpen”. Dus vragen in die richting heeft ook geen zin. Ik vraag dan naar de ontslag procedure van de leider. Dat lijkt iets heel basaals te zijn. Vaak was het een combinatie van te oud zijn, teveel op een elf gaan lijken of als de heer hem niet meer ziet zitten. Elke orc heeft de zegen van Orchon. Echter niet iedere orc heeft zijn goedkeuring (de twee helften?).
......
“Vreemd, als hij niet beter wist dat zou hij denken dat wij mensen waren. Zo moeilijk als wij doen”. Traz:”Simpel”. “Voor een Orc wel. Mensen denken altijd wat levert het op, wij orcen denken zo niet”.
Irdor/Buts: “Hoe dan wel?”
Sjamaan:”Een zinnige vraag”.
......
Dan verteld hij ons wat over de orcen. “Mensen denken altijd: ‘Wat levert het op’, orcen denken zo niet. Voor een orc is er niets belangrijkers dan ergens bij horen. Het komt wel voor dat een orc geen lid is van een stam, maar dan is dat of een grote eer of een groot probleem. Uitstoten is een van de ergste straffen”. Hij verwacht niet dat wij zijn verhaal echt begrijpen. Zo gaat hij ook in op het begrip Sjamaan: “Iedere orc die in een stam is opgegroeid weet wat een sjamaan is en wat hij doet. Sjamanen horen bij een stam en ook weer niet. Sjamanen zijn lid van een stam en ook weer niet. Een sjamaan werkt met een stam, een sjamaan is niet aan dezelfde wetten gebonden als de andere orcen en afzondering is voor een sjamaan geen straf. Een stam zonder sjamaan kom je niet veel tegen, want dan zijn ze vrij weerloos.Een sjamaan is een genezer, een beschermer en een wraaknemer. Maar hij is geen krijger, geen zoeker van eten, geen leider. Een sjamaan geeft aan waar eten te vinden is en hij helpt een stam winnen of niet. Een sjamaan is loyaal aan de stam. Meer dan de leider houdt hij de belangen van de stam in de gaten. (Met stam bedoelt hij waarschijnlijk ook het hele ras van de orcen, noot van khemron). Een leider ziet vaak zijn eigen belang beter dan dat hij het belang van de stam ziet. Tot de taak van de sjamaan behoort ook het uitdrijven van boze geesten of het maken boze geesten. Dit laatste gebeurt vaak als het ongeluk van een stam moet worden afgewend. In dat geval geeft hij het boze oog aan een van de stamleden. Deze wordt dan ritueel gedood om zo het ongeluk af te wenden. Ook kan het voorkomen dat Orkhon vindt dat een stam dood moet, in dat geval helpt de sjamaan hem daarbij, bijvoorbeeld door het helpen van een ’vijandelijke’ sjamaan van de andere stam. Als sjamaan meot je stevig in schoenen staan. (Hij bedoeld waarschijnlijk compleet geschift zijn. Hij zegt zelfs dat Orkhon soms de pot op kan, in gevallen waarvan hij denkt dat Orkhon ongeijk heeft of zo. Ik weet niet veel van goden, maar om dat tegen een god te kunnen zeggen moet je wel ‘stevig in je schoenen staan’, Noot van Khemron/ .) De sjamaan besluit met ”Een sjamaan heeft vele gezichten en schaduwen”. Vervolgens gaat hij in op mijn vraag over wie hij denkt dat leider zou moeten worden van de orcen. “Waarom zou ik het weten, weet jij het? Wat is een goede leider? Een krijger? Zo’n domme spierbundel? Ik snap niet waar u zich mee bemoeit. Dat zou ik ook zeggen als u mij zou vragen wat ik ervan denk. Moet ik dat denken?”
......
Op een gegeven moment stelt Traz/ de vraag: “Van Wie is de Grot van het Blauwe Mes? Wie is eigenlijk verantwoordelijk voor de Grot?” De Sjamaan lijkt het antwoord daarop schuldig te blijven. Toch lijkt hij ook antwoord te geven: “Ik weet eigenlijk niet van wie de grot is. Hij is er gewoon. Misschien is Orkhon er verantwoordelijk voor, ik weet het niet. En, nee niemand verzorgd de grot, dat zou nogal moeilijk gaan. Hij wordt echter wel bewaakt. Niet door een stam of krijgers, maar bijvoorbeeld door een sjamaan of door een totem. Het hangt eigelijk af van het moment en de situatie waardoor de bewaker bepaald wordt. Hij kijkt Orson aan als hij vervolgt:”Je zou eigelijk kunnen stellen dat totems de hele wereld bewaken”. Daarop daagt hij Orson uit om hun totems tegen elkaar te laten strijden. Hoewel het Orson vookomt dat de totem van de sjamaan kleiner is dan die van hem gaat Orson daar toch maar niet op in, morgen misschien. Dan laat de sjamaan het onderwerp van de totems rusten en gaat de aandacht weer in de richting van de grot. We merken dat de grot geen fysieke vaste plaats is, het is ook geen plaats die je maakt, het is een geheime plaats. De Sjamaan weet niet waar de plaats is, maar hij weet wie weten waar de plaats is. Er is geen initialisatie voor hen die het weten. Hij weet wel waar hij het te weten kwam, maar die informatie wil hij niet met ons delen. Wel verteld ons over het blauwe mes:
“Ik weet waar de grot is, want ik ben in het bezit van een blauw mes. Anderen kunnen het niet in hun bezit hebben en ik denk dat het niet veilig is om het aan de groep te laten zien. Het is een heilig voorwerp. Toen ik het mes vond was ik er niet naar op zoek, ik vond het gewoon. Bij het vinden van het mes vind je ook de verantwoordelijkheden die bij het dragen van het mes horen.
Soms had ik het liever niet gevonden, want dan zaten jullie bijvoorbeeld nou niet bij mij. De vindplaast van het mes is niet belangrijk. Ik kan jullie wel vertellen dat ik in de Grot van het Blauwe mes geweest ben. De eerste maal toen ik als sjamaan gewijd werd. De tweede keer was het een wening in mijn carriere, dat was hier ver vandaan. De derde keer, nu, en weer een wending in mijn carriere. Althans ik dank wel dat ik er weer heen zal gaan, want jullie willen er naar toe. Ik ga niet samen met jullie, maar het is niet ver van hier. Bovendien, ernaar toe gaan is niet voldoende, tenzij je zelf leider van de orcen wilt worden natuurlijk. Dat is een van de reden waarom ik niet zomaar met jullie mee ga. (waarop Khalis mompelt: kijk mij niet aan!) Om de leider te kiezen moeten jullie een ritueel uitvoeren. Welke ritueel en hoe het moet worden uitgevoerd kan ik jullie niet vertellen. Bij het noemen van de mogelijkheid dat een van ons leider van de orcen zou kunnen worden roept Traz verschrikt, doch vast beraden: “NOOIT”. Daarop antwoord de Sjamaan droog dat het inderdaad nooit is. Als het een van ons mocht worden dan rest hem een zware taak.
......
Bij het mijmeren over het leiderschap komt het gesprek op de het onderwerp van Orkhon en een stukje geschiedenis. Sjamaan:”Er is nog nooit een sjamaan de leider van de orcen geweest. Ik denk ook niet dat het mogelijk is, maar je weet maar nooit, de wegen van Orchon zijn ondoorgrondelijk. De godsdienst die wij voorheen hadden, of beter die ons had, was veel erger. Orchon is pas kort bij ons. Waarop Ina/ gromt, “bij de mannelijke orcs dan”. “Bij jouw soort past maar 1 ding, benen wijd, etc....” Niet voor jouw, dan nog liever met een trol”. “Ah, maar dat kan geregeld worden”.
......
Dan gaat het gesprek verder op een meer serieuze toon. “Het bijzondere aan de voorwerpen (de twee helften) maken de keuze. Om ze te laten kiezen is een ritueel nodig, maar ik weet niet of jullie dat kunnen leren. Ik weet ook niet of jullie de grot zullen vinden. Normaal gesproken kunnen daar geen vrouwen komen. Het zou heel wat eenvoudiger zijn gewwest als jullie een bluaw mes gevonden hadden, dat zou het veel eenvoudiger gemaakt hebben. Maar ja, de wegen van Orchon zijn ondoorgrondelijk. Ik weet dat er ook altijd een gewone weg naar de heilige plaats gaat. Die moeten jullie waarschijnlijk nemen. Hier vlak bij is een soort versterking en onder dit kamp is een soort gangenstelsel. Misschien dat jullie weg daarlangs gaat. Jullie merken vanzelf wanneer je de grot gevonden hebt, dat merk je aan een/het gevoel dat je hebt/krijgt. Ik weet niet wanneer de Grot an het Blauwe Mes hier is, maar het is nooit lang aanwezig, altijd lang genoeg. Meer kan ik jullie niet zeggen, want daardoor zou er iets kunnen veranderen”.
......
En dan nu for something completely different: “Kent u ook kobold magiers” vraagt Irdor/Buts aan de Sjamaan.
“Nee natuurljk niet, maar je weet maar nooit. Mijn ervaring is dat kobolden erg lastig te betoveren zijn. Op een vreemde manier nog lastiger dan dwergen of halflingen. een eigenschap die een vuurbal negeert of een hele zwerm insecten dood is toch heel wat waard. We gebruiken ze dan ook vaak als verkenners. Niet alleen omdat ze klein zijn, maar ook omdat ze altijd levend terug koemn. Maar misschien komt dat wel doordat het hele grote laffaards zijn. Ik heb nog nooit een laffer ras gezien. Toch is er iets eigenaardigs, altijd als we ze wat vragen te doen dan reageren ze altijd met een air van : ‘wacht maar, wij doen nu wel wat jij vraagt, maar wacht maar’, alsof ze een grote broer erbij gaan halen”. “Het zijn wel slimme wezens. Als er veel kobolden in je omgeving zijn dan heb je problemen. Ze zijn welliswaar laf, maar als ze ook maar denken dat ze kunnen winnen dan is een leger niet voldoende om ze tegen te houden. Ik heb altijd gedacht dat er niet zoveel kobolden bestaan, maar hoeveel er werkelijk bestaan is moeilijk te zeggen. Bijna alles is groter dan een kobold, maar of ze ook natuurlijke vijanden hebben weet ik niet. Volgens mij hebben kobolds ook geen vaste woonomgeving. Maar misschien hebben ze een licht voorkeur voor onder de grond in de bergen. Kobolds zijn wel handiger als knechtjes goblins. Goblins proberen je in je slaap overhoop te steken, kobold zijn daar te laf voor, je zou namelijk eens wakker kunnen worden”.
.......
Na dit antwoord op de vraag van Irdor/Buts besluiten we het gesprek. wij bedanken de Sjamaan voor de informatie die hij met ons heeft willen delen. Dan staan we op. De sjamaan gaat ons voor naar de uitgang. Hij spreekt het donker toe en er verschijnt een ‘doorgang’ door het donker gebied. Haastig, doch eerbiedig, verlaten wij het donker gebied.
N.B. Aantekening:
Kobolds? Ik hoor later van groepsleden dat dit kleine, kleiner dan 1 meter, donker groene wezens zijn. Ze hebben een geschubte huid, een platte bek met ronde kaken en spitse tanden. Ze hebben gaten in plaats van oren en twee spleten in plaats van een neus. Op hun hoofd hebben ze twee knobbeltje, een soort begin van horens. Kobolds hebben geen staart. Ze schijnen verder koud en glibberig aan te voelen. En ze hebben iets reptielachtigs, iets gluiperigs. Verder lijken ze er allen precies hetzelfde uit te zien. Oh ja, ze komen uit een ei en de vrouwtjes zijn kleiner dan de mannetjes.
Verder met het verhaal. We staan nu buiten. We weten dat er in de grote tent mensen aanwezig zijn, onder andere ook een in een rode mantel. Ik heb niet echt zin om daar mee in contact te koemen maar sommige groepsleden willen de gezichten van die mensen zien. Als we naar een korte observatie orcen in en uit de tent zien lopen wordt besloten dat wij ook zullen proberen om de grote tent binnen te gaan. De Hobgobins die buiten op waacht staan laten ons gewoon passeren. Eenmaal binnen zien we een grote feest tent waar veel gebrast wordt. Tijdens dit brassen staat in het midden van de tent een of andere orc, waarschijnlijk een leider, zijn zegje te doen. De mensen zitten wat achteraf en brassen wat minder. Een van de mensen draagt een rode mantel, hij heeft een jong, sympathiek uiterlijk met lang haar. Hij praat regelmatig met een geheel in het zwart geklede figuur die naast hem zit. Deze tweede figuur heeft iets waardoor hij niet opvalt. Zo lijkt er bijvoorbeeld weinig licht in zijn buurt te vallen. Dat wij hem zien komt waarschijnlijk dat we er erg op letten. Deze figuur heeeft een aantal skelletten bij zich die af en toe voedsel halen. Krodal/Krovar denkt dat het een paladijn is, maar dan niet zo’n gezellige. Als we willen kan hij wel uitzoeken van wie die paladijn is, maar dat kan gevaarlijk worden. Ook kan het de aandacht trekken en dus laten we dat onderwerp maar rusten. Verder zijn er nog ongeveer 6 huurlingen aanwezig, maar deze hebben geen speciale herkenningstekens.
Geheel onopvallend is onze aanwezigheid niet. Ina valt namelijk erg in de smaak bij verschillende orcs. Ze houden Ina tegen om met ons weer naar buiten te gaan. Hoewel Ina best voor zichzelf kan zorgen moet Krodal/Krovar toch een van die orcen op zijn bek slaan. Snel daarna zijn we verwikkeld in een kleine stoeipartij, waarbij ik Traz een klap verkoop. Niet express, maar ik wilde ook niet dat we als groep zouden opvallen. Ik hoefde me echter niet zo druk te maken, want vrij snel na het begin van de stoeipartij komen een paar hobgoblins binnen die met een paar welgemikte slagen de hele stoeiende meute naar buiten slaan. Daarbij gebruiken de hobgoblins een soort ‘Mussurana’ tecniek en lijken daardoor zelf geen slagen te krijgen. Eenmaal buiten zonder ik mij af, ik wil de groep niet als zodanig laten opvallen. Irdor/Butz gaat een stukje van de groep af op de grond zitten. Als de groep het kamp gaat verlaten wordt ik op een onredelijke manier van dit voornemen verwittigd. Ik volg de groep even later naar buiten het kamp.
Het grottenstelsel.
Op een korte afstand van het kamp ontdekken we een paar wachter die bij een bosje de wacht houden. Het zijn orcen zonder merkteken en ze zijn goed bewapend, ze dragen bijvoorbeeld kruisbogen. Bij het besluipen van de orcen worden we plotseling beschoten door Beer, een woudloper die wel heel ver van huis is. Wij duiken evenals de orcen naar de grond. Bij de struiken vinden we een luik waar we ons snel doorheen laten vallen. Traz vindt het blijkbaar heel normaal dat we zo beschoten worden, hij lijkt er zelfs wel lol in te hebben. Zo denkt hij erover om een van de pijlen later aan Beer terug te geven. Tijdens de beschieting werd Irdor/Butz geraakt door een schampschot, maar die wond lijkt nu al verdwenen.
We zijn in een ondergronds grottenstelsel gekomenen kunnen vier kanten op. Op goed geluk kiezen we een kant. We lopen hele groe stukken onder de grond, door nauwe en door bredere, door rommelige natuurlijke- en door uigehakte gangen. We voelen ons tijdens deze wandeling wonderbaarlijk genoeg niet moe worden en hebben geen behoefte aan slaap. Tijdens deze lange wandeling komen we verscheidene orcen tegen die ons echter verder geen aandacht schenken. We komen ook een aantal andere in/uitgangen tegen die allen door orcen bewaakt worden.
De eersts uitgang die we ondergronds naderen komt uit op een soort van afvalbak. In die bak staat een ladder die naar boven leid. Als Orson/ stilletje polshoogte gaat nemen komt hij uit in een vervallen toren. Op ongeveeer 5 meter hoogte staan een aantal orcen op een rigel de wacht te houden. Ze praten wat en gooien botje naar beneden. Stilletjes komt Orson/ weer naar beneden. De tweede in/uitgang is een luik in het plafond. Hier ga ik met Oron/ mee naar boven. Als we het luik openen ruiken we een brandlucht. Het blijkt dat we in een uitgebrande boerderij zijn aanbeland. Voorzichtig kijken we om ons heen en merken al gauw een aantal huurling-orcen op die op enige afstand aan een kampvuur zitten. Dan ziet Orson/ een kip en voordat ik er erg in heb springt hij erboven op, althans dat was de bedoeling. De kip ontkomt aan Orson. Door ons hierna snel door het luik te bewegen, ontkomen wij ook aan de aandacht van de orcen.
De derde in/uitgang komt nogal onverwacht. We vinden hem als een gang eindigt in een grot met een zandbodem in de vorm van een kom met een diameter van ongeveer 3 meter. In het plafond zijn de wortels van bomen zichtbaar. Krodal/Krovar zegt hier een raar geveol te voelen. Zou het De Grot zijn? Om zich hiervan te vergewissen spreekt Krodal/Krovar een Bless uit. Dan gebeurt iets verwonderlijks, de wortels wijken uiteen en maken zo een luik zichtbaar. Orson/ gaat ook deze keer weer op onderzoek uit. Hij klimt omhoog via een ladder in touwen. Nog verwodnerlijker wordt het als Orson/ bemerkt dat hij zich in een uigeholde Eik bevindt. (Wat zullen de druides daarvan vinden?). Na een lange klim heeft Orson de top bijna bereikt. Hij izte daar een goed verborgen wachtplatform waarop orcen rondlopen met een sikkel als stamteken. De holle eik bevindt zich in een groot bos. Het wordt echter nog vreemder. De volgdende in/uitgang is een ladder. Als Orson deze beklimt komt hij terecht in een grote jachthut. Er hangt een rotte lucht die vermoedelijk afkomstig is van de rottende vogels die aan het plafond hangen. als Orson/ een blik door een raampje werpt ziet hij daarbuiten een vijftigtal orcen rondstruinen.Als hij weer naar beneden gaat neemt hij de vogels mee. De maag van Irdor/Buts knort hierna iets minder hard.
Na een lange tocht vinden we een opbergplaats van wapens. Een bergplaast die werd bewaakt door een soort hond met rode ogen. (Mara moest er niets van hebben, maar Ina wist het dier te bewerken, zodat we het ongehinderd konden passeren.) Daarnaast werd die bergplaats bewaakt door skeletten, dus hebben we die plaats maar weer snel verlaten. Er stonden daar overigens veel door mensen gemaakte wapens, zoals zwaarden, speren, kruisbogen etc. In de buurt van die bergplaats betreden we een niet door orcen uigehakte gang. In deze gang bevindt zich minstens 1 niet door orcen gemaakte val, waarvan Irdor/Buts een speer in zijn nek geschoten krijgt. Hij heeft hiervan heel veel pijn, maar zegt desondanks geen genezende hulp nodig te hebben. Na enige tijd wordt de wond inderdaad kleiner, maar Irdor/Buts is nog steeds ziekje. Als hij moet overgeven dan stinkt het uren in de wind, vreselijk. Gelukkig weet Orson/ voor hem een kruiden thee te maken die hem weer wat beter doet voelen. Krodal/Krovar heeft nog magische krachten over en probeert hiermee de aanwezigheid van andere vallen vast te stellen. Hij vindt er geen. Enigzins voorzichtig, doch snel om bij de kots weg te geraken, gaan wij verder tot we in een hele hoge grot komen. Op regelmatige hoogten bevinden zich hier richels die met behulp van ladders met elkaar verbonden zijn. Het lijkt een enorme vooraadschuur met zowel oude verlseten voorraden als materiaal van meer recente datum. Zo zijn er bijvoorbeeld nog volle vaten wijn te vinden van goed kwaliteit. We bestijgen de ladders en na een behoorlijk aantal ladders komen we in een soort kamer met een soort stenen vloer, een wenteltrap naar boven, fakkelhouders in de wanden en een gesloten deur. We volgen de trap naar boven. de trap leid ons uiteindelijk naar de top van een toren. Deze toren maakt deel uit van een soort “bergwandversterking” met aan de ene kant de bergwand en aan de drie andere zijden een muur. Er bevinden zich geen deuren in die muren, er zijn ook geen trappen die de muren op leiden. De kantelen zijn hier ne daar gerepareerd, we zien zelfs nog gereedschap liggen. Daarnaast zien we nog een schijnbaar haastig opgetrokken gebouwtje dat met de toren verbonden is. We gaan de wenteltrap weer af en naar goed gebruik, zucht, besluiten we de deur met gepast geweld te openen. Even later is de deur uit zijn voegen gebeukt en betreden we het gebouw. Het blijkt een soort barrak zijn. We vinden diverse zakken met strooi, en slaapplaasten waar vermoedlijk nog niet zo lang geleden orcen hebben geslapen.
We gaan weer helemaal omlaag via de vele trappen die de richels in de voorraadgrot met elkaar verbinden. We volgen vervolgens een nieuwe gang. Het is een gang die bestaat uit meerdere kleine grotten die steeds iets hoger liggen. Op een gegeven moment zien we daglicht en ietsje later staan wwe op de muren van dezelfde versterking als waar we kort tevoren de toren hebben verkend.
Tot zover dit deel van het reisverlag. Ik weet niet meer welke tijd het is daar we niet meer hebben geslapen en we continu onder de grond hebben gereist.
(Khemron/Rap)