Timtar, de 5¼e dag van de maand van de 1e oogst. 310 N.O.
Het is koud en we zien geen hand voor ogen in deze dichte, klamme
mist. Opnieuw horen we geschuifel en geluiden van een gevecht.
Omdat geluiden hier ver dragen praten we gedempt terwijl we onze
weg vervolgen. Na kort overleg lopen we terug om te kijken of we
in het gangenstelsel nog iets hebben gemist (grapje). We lopen via
de op de kaart aangegeven ruimtes 5, 4, 3, 2 en 1 totdat we weer
bij 'Ed skelet' uitkomen. De ruimtes 5 en 1 worden uitgebreid
onderzocht maar het enige wat opvalt zijn enkele scheuren in de
grond. De elfenhamer die we onderweg tegenkomen denkt Khemron nog
ergens voor te kunnen gebruiken. Het ding is echter te zwaar om
makkelijk te kunnen vervoeren en we nemen het daarom niet mee. Ook
passeren we een 'uitgehakte' doorgang in het ijs welke precies
twee bij twee meter groot is. Dat ruikt naar magie.
Het is vroeg op de middag als het duidelijk wordt dat Irdor geen
gevoel meer heeft in zijn benen en deze kou niet lang meer kan
verdragen. Ook Orson en Shiasha hebben veel last van de kou. Omdat
Irdor er het ergst aan toe is geeft Brian hem uit naam van Krogg
een bescherming tegen kou. Irdor is opeens de enige die geen last
heeft van de kou.
We lopen door gangen welke worden doorsneden door scheuren. De
wind waait met stoten in onze rug. Verderop horen we het huilen
van de wind alsof het een kleine opening passeert. Volgens
Mussurana stormt het daarbuiten ontzettend. Het is buiten
blijkbaar nog akeliger dan binnen. We zijn op de terugweg naar
ruimte 4 als Traz plotseling wordt verrast door een elfenval met
een hamer die net langs hem af suist. Het is een hele mooie, hele
zware, liefdevol bewerkte stenen hamer welke Traz met een klap tot
woudlopermoes had kunnen slaan. Daarom gaat van nu af aan
Mussurana voorop.
Na een tijdje komen we bij een smalle (75 cm) maar diepe scheur.
Als we deze zijn overgestoken komen we bij een ijswand waar een
groepje skeletten ons staat op te wachten. Traz en Mussurana maken
er korte metten mee, maar Mussurana wordt enkele keren geraakt.
Deze lijkt echter niet erg onder de indruk. We lopen verder, door
gangen uitgehakt in steen en ijs, totdat we bij een natuurlijke
grot uitkomen (ruimte 6). De grot glinstert van het vele
zilvererts in de wand. In een wand is eeen tekst gebeiteld.
Corinthe weet, na gebruik van een 'read-languages' spreuk, te
vertellen dat het hoog-elfs is en dat er het volgende
staat:
'Deze muur draagt mijn laatste woorden.
Beradin
Eikendal
'
Er zijn nog sporen van bloed op de grond. Vreemd is het wel dat
een stervende nog in staat was om deze boodschap in te kerven.
Blijkbaar is er een 'Script'-spreuk gebruikt.
Met eerbied voor de dode verlaten we de grot en blijven rusten in
een nabijgelegen langwerpige ruimte (ruimte 7). Corinthe vormt een
deur uit de mist en Ciasja tovert warm eten te voorschijn zodat
het een redelijk aangename maaltijd wordt. Het ook hier aanwezige
zilvererts wordt gedolven door de 'Unseen servant' van Irdor, die
speciaal voor deze gelegenheid tevoorschijn wordt getoverd (10
coins gewicht aan erts = 1 s.p.). Khemron gebruikt een rijmpje om
zijn kleding en die van Corinthe te repareren.
Na het eten blijkt de deur van Corinthe best stevig te zijn. Orson
maakt zijn lantaarn aan en gezamelijk lopen we via ruimte 6 naar
ruimte 4. Op een gegeven moment stopt Traz plotseling en blijft
hij verstijft naar een ijswand kijken. Ook Irdor krijgt het te
kwaad terwijl Orson van schrik flauwvalt. Pas na een tijdje is het
voor de rest van de groep duidelijk wat hen zo'n angst aanjaagt.
Het is voor iedereen wel even slikken als ze achter de ijswand een
gigantische witte draak zien, vooral als er een stoeltje op blijkt
te zitten. Dit moet een draak zijn van de machtige drakenruiters.
Gelukkig is er geen drakenruiter in zicht en beweegt de draak zich
niet. Xerxes meent echter zeker te weten dat de draak nog steeds
leeft. Als Corinthe een 'Identify' op de ijswand doet ontdekt ze
dat dit geen echte ijswand is maar slechts een machtwoord,
'Blijf', wat zelfs voor deze draak bijna overdreven sterk is. Dit
commando is alleen te breken door een groep machtige magiërs, en
dan nog zal het veel tijd vergen. Corinthe doet dan maar haar
zoekspreuk zodat ze deze plaats later terug kan vinden. Een
ritueel van herinnering onthult over de draak alleen dat deze het
commando 'Blijf' al zo'n duizend jaar lang opvolgt. Verder komen
we te weten dat er in de afgelopen weken hier regelmatig is
gevochten tussen elfen aan de ene kant en zombies, skeletten en
andere akelige wezens aan de andere kant. Het wordt ons snel
duidelijk hoe dat ongeveer in zijn werk ging. Een verdacht
geschuifel komt onze kant op om dit te illustreren. Corinthe
manifesteert snel een zwaard terwijl Traz en Mussurana de engerds
opwachten. De zombies die hun neus laten zien worden snel
kapotgeslagen terwijl de rest wordt 'geturnd' door Brian. De
zombies die weglopen worden van achteren aangevallen en al snel
zijn ze alle twaalf kapot.
We lopen verder langs een brede scheur als we opnieuw de geluiden
van voetstappen en gevechten horen. We steken een zijscheur over
en merken dat het wat warmer wordt. Net na de scheur staan enkele
skeletten opgesteld. Omdat ze met de rug naar ons toe zijn gekeerd
kunnen we op tijd reageren. Ze worden in eerste instantie
'geturnd', maar pas na een tweede keer heeft het echt effect.
Langzaam, te langzaam volgens Brian, vallen de skeletten
uiteen.
Het loopt nu al tegen een uur of drie en met name Ciasja en Xerxes
hebben veel last van de kou. Omdat we daaraan weinig kunnen doen
blijven we maar lopen, in de hoop de geheimzinnige elfen te
vinden. Een passerend groepje van 6 skeletten wordt en passant in
elkaar gemept. Omdat Mussurana hierbij weer gewond raakt lopen nu
Corinthe en Ciasja voorop. Natuurlijk lopen we juist op dat moment
weer in een val. Een werkelijk gigantische hamer mist Corinthe
maar net. De hamer was gelukkig niet helemaal goed afgesteld.
We lopen toch maar verder en komen even later in ruimte 8 welke
wordt verlicht door een vreemd, groenachtig schijnsel. Een klein
trapje leidt naar een nis waarin een prachtig beeld van een witte
wolf staat. De hele ruimte wordt doorzocht en Traz mediteert bij
het beeld op aanraden van Khemron en Mussurana. Traz weet echter
dat hij hier niet moet wezen en zijn pogingen halen inderdaad
niets uit. Wel merkt hij toevallig dat Khemron een hanger draagt
met de beeltenis van de elfengodin, de vrouw uit de droom van
Traz.
We lopen door en komen bij een kronkelende, doodlopende zijgang.
Even later komen we weer bij een zijgang welke leidt naar een
kleine ruimte (ruimte 9). Een andere gang leidt naar ruimte 10 en
ruimte 11. Het is hier nog wel koud maar minder mistig. Er zijn
vele sporen van gevechten en er ligt het gevest van een afgebroken
mes. Ook in ruimte 12 is zwaar gevochten. De ruimte ligt vol met
bloedspetters en het is hier erg koud. Na enig zoeken vinden we
een verborgen deur die we met wat moeite kunnen openschuiven.
Sneeuw waait ons tegemoet en de temperatuur daalt snel. De deur
wordt daarom meteen gesloten. Daar willen we niet naartoe. We gaan
maar weer verder en vinden in ruimte 13 een gelijksoortige deur.
In ruimte 15 is een voorraad hoofden en beenderen netjes
opgestapeld tegen de muur. Om te voorkomen dat deze ooit weer
ondoden worden zegent Brian de afstotelijke stapel. Opvallend is
trouwens dat er in deze ruimte veel magie is gedaan. Verschroeide
plekken geven aan dat er spreuken als 'Fireball' of 'Lightning
bolt' zijn gedaan. Plotseling klinkt vanuit een nabijgelegen
ruimte een zacht gehuil. We gaan op het geluid af en ontdekken dat
we niet de enige geïnteresseerden zijn. Een groep van 24 zombies
wordt achteloos door Brian en Corinthe 'geturnd' zodat ze op de
grond uiteenvallen. Dan komt een zwaarbewapende groep
elfenkrijgers de ruimte binnengestormd en binnen een mum van tijd
zijn we omsingeld. Een huilend elfenjongetje die zich onder de
puinhopen had verstopt wordt nu tevoorschijn gehaald en afgevoerd.
De elfen kijken heel grimmig maar weten duidelijk niet wat ze met
ons aan moeten. Na een tijdje komt een elfenmeisje op ons toe met
een vreemd vlammetje. Ze houdt het vlammetje bij elk lid van de
groep en elke keer licht het vlammetje op. De elfen zijn hierdoor
blijkbaar gerustgesteld, wij echter niet. We worden afgevoerd en
onder zware bewaking komen we in een door elfen bevolkt gedeelte
van het gangenstelsel. De weg voert langs diverse vallen en loopt
gedeeltelijk onder het ijs. We kunnen het daglicht er doorheen
zien schijnen. Runen op de wanden geven aan dat gedeelten van de
gangen zijn ondermijnd en elk moment in elkaar kunnen storten.
Botjes die uit de ijswanden steken bewijzen dat dit middel al
eerder is gebruikt.
In het bewoonde gedeelte aangekomen valt het ons op dat alles hier
even kostbaar is. Alle wapens en gebruiksvoorwerpen zijn
ontzettend waardevol, meestal gemaakt van zilver. Het lijkt wel
alsof ze geen eenvoudige dingen kunnen maken. We worden ontwapend
en twee aan twee in een cel geplaatst. De verdeling is
als volgt:
- Ciasja en Corinthe
- Irdor en Orson
- Mussurana en Brian (en Xerxes)
- Khemron en Traz
Na een tijdje wachten wordt er eten gebracht door bewakers welke
worden vergezeld door enkele gevaarlijk uitziende, bruin/wit
gevlekte katachtigen. Het eten smaakt wat vreemd, maar is wel
goed. Xerxes voedt zich bij Mussurana, hoewel deze daar helemaal
geen prijs op stelt. Uiteindelijk geeft hij echter toch toe. Omdat
we een goede nachtrust wel kunnen gebruiken gaan we snel daarna
slapen.
Rotar, de 6e dag van de maand van de 1e oogst.
Onze gevangenschap vormt met name een probleem voor Brian en
Orson. Zij worden steeds zwakker en moeten snel door Khemron
worden verzorgd. Khemron zit echter in een andere cel en het is
een groot probleem om de bewakers ervan te overtuigen dat het
nodig is dat hij Brian en Orson verzorgd. Na enkele pogingen lukt
het Corinthe uiteindelijk om het probleem duidelijk te maken.
Brian en Orson worden daarna afgevoerd en onderzocht door een man
met een hanger zoals die van Khemron. Deze kijkt verbaasd maar wil
niets zeggen. De twee worden weer naar hun cel
teruggevoerd.
Als we weer eten krijgen merken we op dat de meeste elfen drie
ineengevlochten metalen ringetjes aan een hanger dragen. Het lijkt
ons een bepaald onderscheidingsteken maar de elfen willen er niets
over zeggen. Het lijkt ons niet verstandig om te vertellen dat we
een mithril exemplaar hebben gevonden.
Utar, de 7e dag van de maand van de 1e oogst.
Omdat Corinthe niet in staat is geweest om Khemron bij te tanken
heeft Khemron niet meer genoeg kracht om zichzelf met zijn rijmpje
nat te houden. Als we dit aan de bewakers duidelijk hebben gemaakt
wordt er een speciale elfendame bijgehaald. Ze heeft duidelijk
veel magie en kijkt ieder van ons indringend aan. Na een langdurig
proberen van Corinthe begint iets van haar verhaal tot de elfin
door te dringen. Deze constateert dat ze zich niet voor de gek
laat houden en geeft Corinthe toestemming om haar staf te halen.
Ze raakt deze liever niet zelf aan en vreemd genoeg lijkt erop dat
het haar oplucht dat Corinthe haar staf nodig heeft. Uiteindelijk
wordt Khemron magisch opgeladen.
Deitar de 8e t/m Zontar, de 1e dag van de maand van de 1e oogst.
De dagen gaan voorbij zonder dat er werkelijk iets van belang
plaats heeft. Regelmatig worden Brian en Orson door Khemron
behandeld waarna deze op zijn beurt een behandeling krijgt van
Corinthe. Xerxes voedt zich bij Mussurana. We zijn in totaal nu
acht dagen gevangen.
Amtar, de 11e dag van de maand van de 1e oogst.
In de middag worden we door zwaarbewapende wachters (crossbows en
pijlen met runen) meegevoerd naar een grote, rijkelijk versierde
hal. Een troon staat in het midden en deze wordt aan weerskanten
geflankeerd door ongepantserde, nonchalant ogende
elfenkrijgers.
De troon wordt bezet door een vermoeid ogende elf die zich
voorstelt als prins Anorin van de Yshirne (het ijselfenvolk) en
vertelt dat we nu in het paleis van Ysrandor zijn. De vrouwelijke
magiër deelt magische ringen uit die het ons mogelijk maken om te
praten met onze gastheer. Nadat de elfenprins zijn naam heeft
genoemd stellen ook wij ons voor. Er wordt goed op ons gelet, met
name op Traz. We zijn verbaasd als de prins ons ervan beschuldigd
alleen hier te zijn om te spioneren. Hij blijft volhouden dat wij
vijanden zijn, ook nadat Corinthe heeft uitgelegd dat we hier zijn
om hen te helpen in de strijd tegen de ondoden. In de argumenten
van mensen is hij niet geïnteresseerd, de elfen gelooft hij niet.
Het is voor hem onvoorstelbaar dat Traz (een mens) het teken van
de witte wolf draagt, een teken van hoop voor de elfen. Hij denkt
dat de elfen in de groep worden gemanipuleerd door de echte
engerds, te weten Brian, Orson en Irdor. Het is volgens hem niet
mogelijk om een waarheidstest af te nemen die we kunnen
overleven.
Ons leven hangt af van de argumenten die we nu aandragen. Ieder
lid van de groep krijgt de kans om iets te zeggen. Daarna besluit
de prins om de zaak voor te leggen aan de raad der oudsten, die
zullen beslissen over ons lot. Nou, daar zijn we mooi
klaar mee.
Irdor.