Sessie 66, 28-12-1989, Afwezig:Charel, Frank



Timtar, de 5¼e dag van de maand van de 1e oogst. 310 N.O.

Het is koud en we zien geen hand voor ogen in deze dichte, klamme

mist. Opnieuw horen we geschuifel en geluiden van een gevecht.

Omdat geluiden hier ver dragen praten we gedempt terwijl we onze

weg vervolgen. Na kort overleg lopen we terug om te kijken of we

in het gangenstelsel nog iets hebben gemist (grapje). We lopen via

de op de kaart aangegeven ruimtes 5, 4, 3, 2 en 1 totdat we weer

bij 'Ed skelet' uitkomen. De ruimtes 5 en 1 worden uitgebreid

onderzocht maar het enige wat opvalt zijn enkele scheuren in de

grond.  De elfenhamer die we onderweg tegenkomen denkt Khemron nog

ergens voor te kunnen gebruiken. Het ding is echter te zwaar om

makkelijk te kunnen vervoeren en we nemen het daarom niet mee. Ook

passeren we een 'uitgehakte' doorgang in het ijs welke precies

twee bij twee meter groot is. Dat ruikt naar magie.
Het is vroeg op de middag als het duidelijk wordt dat Irdor geen

gevoel meer heeft in zijn benen en deze kou niet lang meer kan

verdragen. Ook Orson en Shiasha hebben veel last van de kou. Omdat

Irdor er het ergst aan toe is geeft Brian hem uit naam van Krogg

een bescherming tegen kou. Irdor is opeens de enige die geen last

heeft van de kou.
We lopen door gangen welke worden doorsneden door scheuren. De

wind waait met stoten in onze rug. Verderop horen we het huilen

van de wind alsof het een kleine opening passeert. Volgens

Mussurana stormt het daarbuiten ontzettend. Het is buiten

blijkbaar nog akeliger dan binnen. We zijn op de terugweg naar

ruimte 4 als Traz plotseling wordt verrast door een elfenval met

een hamer die net langs hem af suist. Het is een hele mooie, hele

zware, liefdevol bewerkte stenen hamer welke Traz met een klap tot

woudlopermoes had kunnen slaan. Daarom gaat van nu af aan

Mussurana voorop.
Na een tijdje komen we bij een smalle (75 cm) maar diepe scheur.

Als we deze zijn overgestoken komen we bij een ijswand waar een

groepje skeletten ons staat op te wachten. Traz en Mussurana maken

er korte metten mee, maar Mussurana wordt enkele keren geraakt.

Deze lijkt echter niet erg onder de indruk. We lopen verder, door

gangen uitgehakt in steen en ijs, totdat we bij een natuurlijke

grot uitkomen (ruimte 6). De grot glinstert van het vele

zilvererts in de wand. In een wand is eeen tekst gebeiteld.

Corinthe weet, na gebruik van een 'read-languages' spreuk, te

vertellen dat het hoog-elfs is en dat er het volgende staat:

'Deze muur draagt mijn laatste woorden.
   Beradin Eikendal                        '

Er zijn nog sporen van bloed op de grond. Vreemd is het wel dat

een stervende nog in staat was om deze boodschap in te kerven.

Blijkbaar is er een 'Script'-spreuk gebruikt.

Met eerbied voor de dode verlaten we de grot en blijven rusten in

een nabijgelegen langwerpige ruimte (ruimte 7). Corinthe vormt een

deur uit de mist en Ciasja tovert warm eten te voorschijn zodat

het een redelijk aangename maaltijd wordt. Het ook hier aanwezige

zilvererts wordt gedolven door de 'Unseen servant' van Irdor, die

speciaal voor deze gelegenheid tevoorschijn wordt getoverd (10

coins gewicht aan erts = 1 s.p.). Khemron gebruikt een rijmpje om

zijn kleding en die van Corinthe te repareren.
Na het eten blijkt de deur van Corinthe best stevig te zijn. Orson

maakt zijn lantaarn aan en gezamelijk lopen we via ruimte 6 naar

ruimte 4. Op een gegeven moment stopt Traz plotseling en blijft

hij verstijft naar een ijswand kijken. Ook Irdor krijgt het te

kwaad terwijl Orson van schrik flauwvalt. Pas na een tijdje is het

voor de rest van de groep duidelijk wat hen zo'n angst aanjaagt.

Het is voor iedereen wel even slikken als ze achter de ijswand een

gigantische witte draak zien, vooral als er een stoeltje op blijkt

te zitten. Dit moet een draak zijn van de machtige drakenruiters.

Gelukkig is er geen drakenruiter in zicht en beweegt de draak zich

niet. Xerxes meent echter zeker te weten dat de draak nog steeds

leeft. Als Corinthe een 'Identify' op de ijswand doet ontdekt ze

dat dit geen echte ijswand is maar slechts een machtwoord,

'Blijf', wat zelfs voor deze draak bijna overdreven sterk is. Dit

commando is alleen te breken door een groep machtige magiërs, en

dan nog zal het veel tijd vergen. Corinthe doet dan maar haar

zoekspreuk zodat ze deze plaats later terug kan vinden. Een

ritueel van herinnering onthult over de draak alleen dat deze het

commando 'Blijf' al zo'n duizend jaar lang opvolgt. Verder komen

we te weten dat er in de afgelopen weken hier regelmatig is

gevochten tussen elfen aan de ene kant en zombies, skeletten en

andere akelige wezens aan de andere kant. Het wordt ons snel

duidelijk hoe dat ongeveer in zijn werk ging. Een verdacht

geschuifel komt onze kant op om dit te illustreren. Corinthe

manifesteert snel een zwaard terwijl Traz en Mussurana de engerds

opwachten. De zombies die hun neus laten zien worden snel

kapotgeslagen terwijl de rest wordt 'geturnd' door Brian. De

zombies die weglopen worden van achteren aangevallen en al snel

zijn ze alle twaalf kapot.
We lopen verder langs een brede scheur als we opnieuw de geluiden

van voetstappen en gevechten horen. We steken een zijscheur over

en merken dat het wat warmer wordt. Net na de scheur staan enkele

skeletten opgesteld. Omdat ze met de rug naar ons toe zijn gekeerd

kunnen we op tijd reageren. Ze worden in eerste instantie

'geturnd', maar pas na een tweede keer heeft het echt effect.

Langzaam, te langzaam volgens Brian, vallen de skeletten uiteen.
Het loopt nu al tegen een uur of drie en met name Ciasja en Xerxes

hebben veel last van de kou. Omdat we daaraan weinig kunnen doen

blijven we maar lopen, in de hoop de geheimzinnige elfen te

vinden. Een passerend groepje van 6 skeletten wordt en passant in

elkaar gemept. Omdat Mussurana hierbij weer gewond raakt lopen nu

Corinthe en Ciasja voorop. Natuurlijk lopen we juist op dat moment

weer in een val. Een werkelijk gigantische hamer mist Corinthe

maar net. De hamer was gelukkig niet helemaal goed afgesteld.

We lopen toch maar verder en komen even later in ruimte 8 welke

wordt verlicht door een vreemd, groenachtig schijnsel. Een klein

trapje leidt naar een nis waarin een prachtig beeld van een witte

wolf staat. De hele ruimte wordt doorzocht en Traz mediteert bij

het beeld op aanraden van Khemron en Mussurana. Traz weet echter

dat hij hier niet moet wezen en zijn pogingen halen inderdaad

niets uit. Wel merkt hij toevallig dat Khemron een hanger draagt

met de beeltenis van de elfengodin, de vrouw uit de droom van

Traz.
We lopen door en komen bij een kronkelende, doodlopende zijgang.

Even later komen we weer bij een zijgang welke leidt naar een

kleine ruimte (ruimte 9). Een andere gang leidt naar ruimte 10 en

ruimte 11. Het is hier nog wel koud maar minder mistig. Er zijn

vele sporen van gevechten en er ligt het gevest van een afgebroken

mes. Ook in ruimte 12 is zwaar gevochten. De ruimte ligt vol met

bloedspetters en het is hier erg koud. Na enig zoeken vinden we

een verborgen deur die we met wat moeite kunnen openschuiven.

Sneeuw waait ons tegemoet en de temperatuur daalt snel. De deur

wordt daarom meteen gesloten. Daar willen we niet naartoe. We gaan

maar weer verder en vinden in ruimte 13 een gelijksoortige deur.

In ruimte 15 is een voorraad hoofden en beenderen netjes

opgestapeld tegen de muur. Om te voorkomen dat deze ooit weer

ondoden worden zegent Brian de afstotelijke stapel. Opvallend is

trouwens dat er in deze ruimte veel magie is gedaan. Verschroeide

plekken geven aan dat er spreuken als 'Fireball' of 'Lightning

bolt' zijn gedaan. Plotseling klinkt vanuit een nabijgelegen

ruimte een zacht gehuil. We gaan op het geluid af en ontdekken dat

we niet de enige geïnteresseerden zijn. Een groep van 24 zombies

wordt achteloos door Brian en Corinthe 'geturnd' zodat ze op de

grond uiteenvallen. Dan komt een zwaarbewapende groep

elfenkrijgers de ruimte binnengestormd en binnen een mum van tijd

zijn we omsingeld. Een huilend elfenjongetje die zich onder de

puinhopen had verstopt wordt nu tevoorschijn gehaald en afgevoerd.

De elfen kijken heel grimmig maar weten duidelijk niet wat ze met

ons aan moeten. Na een tijdje komt een elfenmeisje op ons toe met

een vreemd vlammetje. Ze houdt het vlammetje bij elk lid van de

groep en elke keer licht het vlammetje op. De elfen zijn hierdoor

blijkbaar gerustgesteld, wij echter niet. We worden afgevoerd en

onder zware bewaking komen we in een door elfen bevolkt gedeelte

van het gangenstelsel. De weg voert langs diverse vallen en loopt

gedeeltelijk onder het ijs. We kunnen het daglicht er doorheen

zien schijnen. Runen op de wanden geven aan dat gedeelten van de

gangen zijn ondermijnd en elk moment in elkaar kunnen storten.

Botjes die uit de ijswanden steken bewijzen dat dit middel al

eerder is gebruikt.

In het bewoonde gedeelte aangekomen valt het ons op dat alles hier

even kostbaar is. Alle wapens en gebruiksvoorwerpen zijn

ontzettend waardevol, meestal gemaakt van zilver. Het lijkt wel

alsof ze geen eenvoudige dingen kunnen maken. We worden ontwapend

en twee aan twee in een cel geplaatst. De verdeling is als volgt:
 - Ciasja en Corinthe
 - Irdor en Orson
 - Mussurana en Brian (en Xerxes)
 - Khemron en Traz

Na een tijdje wachten wordt er eten gebracht door bewakers welke

worden vergezeld door enkele gevaarlijk uitziende, bruin/wit

gevlekte katachtigen. Het eten smaakt wat vreemd, maar is wel

goed. Xerxes voedt zich bij Mussurana, hoewel deze daar helemaal

geen prijs op stelt. Uiteindelijk geeft hij echter toch toe. Omdat

we een goede nachtrust wel kunnen gebruiken gaan we snel daarna

slapen.

Rotar, de 6e dag van de maand van de 1e oogst.

Onze gevangenschap vormt met name een probleem voor Brian en

Orson. Zij worden steeds zwakker en moeten snel door Khemron

worden verzorgd. Khemron zit echter in een andere cel en het is

een groot probleem om de bewakers ervan te overtuigen dat het

nodig is dat hij Brian en Orson verzorgd. Na enkele pogingen lukt

het Corinthe uiteindelijk om het probleem duidelijk te maken.

Brian en Orson worden daarna afgevoerd en onderzocht door een man

met een hanger zoals die van Khemron. Deze kijkt verbaasd maar wil

niets zeggen. De twee worden weer naar hun cel teruggevoerd.
Als we weer eten krijgen merken we op dat de meeste elfen drie

ineengevlochten metalen ringetjes aan een hanger dragen. Het lijkt

ons een bepaald onderscheidingsteken maar de elfen willen er niets

over zeggen. Het lijkt ons niet verstandig om te vertellen dat we

een mithril exemplaar hebben gevonden.

Utar, de 7e dag van de maand van de 1e oogst.

Omdat Corinthe niet in staat is geweest om Khemron bij te tanken

heeft Khemron niet meer genoeg kracht om zichzelf met zijn rijmpje

nat te houden. Als we dit aan de bewakers duidelijk hebben gemaakt

wordt er een speciale elfendame bijgehaald. Ze heeft duidelijk

veel magie en kijkt ieder van ons indringend aan. Na een langdurig

proberen van Corinthe begint iets van haar verhaal tot de elfin

door te dringen. Deze constateert dat ze zich niet voor de gek

laat houden en geeft Corinthe toestemming om haar staf te halen.

Ze raakt deze liever niet zelf aan en vreemd genoeg lijkt erop dat

het haar oplucht dat Corinthe haar staf nodig heeft. Uiteindelijk

wordt Khemron magisch opgeladen.

Deitar de 8e t/m Zontar, de 1e dag van de maand van de 1e oogst.

De dagen gaan voorbij zonder dat er werkelijk iets van belang

plaats heeft. Regelmatig worden Brian en Orson door Khemron

behandeld waarna deze op zijn beurt een behandeling krijgt van

Corinthe. Xerxes voedt zich bij Mussurana. We zijn in totaal nu

acht dagen gevangen.

Amtar, de 11e dag van de maand van de 1e oogst.

In de middag worden we door zwaarbewapende wachters (crossbows en

pijlen met runen) meegevoerd naar een grote, rijkelijk versierde

hal. Een troon staat in het midden en deze wordt aan weerskanten

geflankeerd door ongepantserde, nonchalant ogende elfenkrijgers.
De troon wordt bezet door een vermoeid ogende elf die zich

voorstelt als prins Anorin van de Yshirne (het ijselfenvolk) en

vertelt dat we nu in het paleis van Ysrandor zijn. De vrouwelijke

magiër deelt magische ringen uit die het ons mogelijk maken om te

praten met onze gastheer. Nadat de elfenprins zijn naam heeft

genoemd stellen ook wij ons voor. Er wordt goed op ons gelet, met

name op Traz. We zijn verbaasd als de prins ons ervan beschuldigd

alleen hier te zijn om te spioneren. Hij blijft volhouden dat wij

vijanden zijn, ook nadat Corinthe heeft uitgelegd dat we hier zijn

om hen te helpen in de strijd tegen de ondoden. In de argumenten

van mensen is hij niet geïnteresseerd, de elfen gelooft hij niet.

Het is voor hem onvoorstelbaar dat Traz (een mens) het teken van

de witte wolf draagt, een teken van hoop voor de elfen. Hij denkt

dat de elfen in de groep worden gemanipuleerd door de echte

engerds, te weten Brian, Orson en Irdor. Het is volgens hem niet

mogelijk om een waarheidstest af te nemen die we kunnen overleven.
Ons leven hangt af van de argumenten die we nu aandragen. Ieder

lid van de groep krijgt de kans om iets te zeggen. Daarna besluit

de prins om de zaak voor te leggen aan de raad der oudsten, die

zullen beslissen over ons lot. Nou, daar zijn we mooi klaar mee.

                                        Irdor.