Antar, de 11e dag van de maand van de 1e Oogst
We zijn weer terug in onze cel, wachtend op de beslissing van de raad der oudsten. Na een uur of drie wachten komen drie groepen elfen naar ons toe. In de eerste groep zit de voor ons ondertussen bekende dame met lui zonder wapens. Niet dat ze nu zo vredelievend zijn, want hun hele houding straalt uit: 'SHIT, niemand steekt een vinger naar mij uit!!'. De andere twee groepen bestaan uit een groep van alleen mannelijke vechters met grijzig, witte wolven en uit een groep van alleen vrouwelijke vechters met katachtige (een soort luipaarden) die ik niet ken. De vrouwen en mannen dragen allemaal ringetjes. Daarnaast dragen de vrouwen tekens van klauwen en de mannen tekens van wolvenkoppen.
De eerste cel waar Ciasja en Corinthe in zitten wordt opengegooid en ze moeten helemaal naar achteren toe. De vrouw komt naar voren en vraagt of ze alles uit willen doen. Ze krijgen dan dekens om aan te doen. Ciasja doet dat natuurlijk op een nette manier. De vrouw blijft haar echter streng aankijken, nadat ze in mijn ogen alles al af heeft gedaan. Ciasja haalt dan haar elegante schoudertjes op en begint me dan toch nog uit te pakken. Uit het niets komt dan nog een hele zud spullen als eten, bestek, haar boek, kleren etcetera. De kleden die ze trouwens om krijgen zijn wit en volgens de kenners erg duur (± 100 sp).
Dan is de cel van mij en Irdor aan de beurt. Gelukkig lukt het ons alle twee om onze zwaarden af te geven. Tjonge dat had goed mis kunnen gaan! De rest is dan zo gebeurd. Als laatste geef ik weemoedig de medaillon.
Ondertussen wordt in de volgende cel Xerxes steeds banger door het idee om ook afgegeven te worden.
Wanneer de cel van Brian en Xerxes aan de beurt is vraagt Corinthe aan de vrouw of Xerxes bij Brian mag blijven. Het gaat hier om een familiaar niet waar. Ik zeg dan tegen Corinthe dat ze vrouw ook moet waarschuwen voor de spullen, dat sommige nogal eens ongezond voor hun kunnen zijn.
Als de vrouw bij de cel is kletst ze met de anderen over Xerxes. Het blijkt dat hun zijn soort kennen van oude schilderijen en tekeningen. Gelukkig voor Xerxes mag hij blijven. Brian moet ook alles afgeven, inclusief zijn IJspegel. Nu Brian alles heeft afgegeven lijkt hij ineens een stuk DOMMER, hoe zou dat nu toch komen? Ook het balletje geeft hij met een grijns af. Niemand is verbaasd als het balletje bijna meteen weer terug blijkt te zijn. De vrouw kijkt er dan eens naar en maakt dan met haar hand een draai beweging naar het balletje toe. Daarna blijkt ze het balletje gewoon mee te kunnen nemen!
Daarna wordt Xerxes onder ogen genomen. Als de vrouw Xerxes zo aankijkt begint hij te jammeren en te mopperen maar geeft dan ook al zijn ringen en edelstenen!
De elfen onderzoeken dan alles en het volgende vinden ze nogal interessant:
- De pendel,
- de gouden ring van Irdor (komt een gemompel en zo),
- de ring van wijsheid van Brian,
- mijn ring de ijsschieter,
- de medaillon van Irdor,
- Ciasja's ring van mij en mijn medaillon van haar.
Het was duidelijk dat de elfen op moeilijkheden waren voorbereid. De spreukgebruikers van ons werden dan ook constant in de gaten gehouden en gewaarschuwd om niets te doen.
Antar, de 12e dag van de maand van de 1e Oogst
De zwarte vlek is helaas weer wat groter geworden. Steeds probeer ik de vieze stank die er vandaan komt te negeren, maar erg makkelijk is dat niet. Blij ben ik wanneer de vlek weer voorlopig gestopt wordt.
Tijdens de middag worden we opgehaald door die lekkere quasi nonchalante vechterslui. We worden weer voor de prins geleid. De prins zit er nu nog vermoeider uit als voorheen. Gelukkig mogen we nu wel blijven staan. DE vrouw is er ook weer en zij geeft ons ringen waardoor we weer alles kunnen verstaan. Ook de vrouw ziet er nu vermoeid uit wat ik niet gek vind. Als ze bij Corinthe is bedankt ze haar voor de waarschuwing.
Dan spreekt de prins: "De raad der oudsten heeft mij geadviseerd om jullie de kans te geven om de voordeel van de twijfel te geven. Daarom is het volgende bedacht: Als jullie willen worden jullie naar een ruimte gebracht en aldaar vastgebonden in een cirkel. In het midden van de zaal en dus jullie cirkel zal een Kristal van Chaos zijn. Deze zal naar willekeur één van jullie uitkiezen die dan mogelijk sterven zal."
De prins kijkt ons vragend aan. Khemron vraagt dan naar de werking van het Kristal. De prins legt uit: Het Kristal laadt zich op en draait rond. Op een willekeurig moment zal het zich dan ontladen. Verder zegt de prins dat door middel van het ondergaan van deze test het bewijs wordt geleverd van onze toedoen, de waarheid dus. Dan gebaart hij naar de vrouw en dan doet ook zij een ring aan. Technisch gesproken legt de vrouw uit dat de Kristal dan één D100 aan HP schade doet. Daarna doet ze de ring weer af.
Waarom deze test vragen we hem. De prins antwoordt dat we gisteren geopperd hadden om iemand een test te laten ondergaan. Daar trapt hij natuurlijk niet, want natuurlijk is dat dan iemand die of zo goed is dat die de test kan vervalsen of iemand die inderdaad goedwillend is, maar niet weet dat hij ook maar bedonderd wordt door de rest. Daarom een test waar iedereen in is betrokken. Natuurlijk spreken we dit tegen, maar zoals gewoonlijk zonder succes. Uiteraard hebben we problemen met het aanvaarden van deze test en we vragen of we ons even mogen afzonderen om te kunnen overleggen. Dat mag en we worden naar een aanliggende kamer gebracht.
Khemron is niet bereid om een groepslid te laten vermoorden en anderen stemmen daarmee in. Alleen Corinthe denkt er anders over en ziet het niet als opoffering. Zij wil de test dan ook best aanvaarden. Zelfs Xerxes, die toch wel van perverse dingen houdt, is het met Brian eens om het niet te doen, Xerxes is ontzettend bang van het Kristal. Uiteindelijk blijkt alleen Corinthe voor de test te zijn. Khemron verklaart dat ze maar een keer vertrouwen in ons moeten nemen.
In ieder geval moeten we ze het duidelijk maken waarom we hier op tegen zijn. Er wordt het een en ander gezegd:
Ze weten niets van necromantische krachten en anti-krachten.
De geestelijke zijn onderzocht door geestelijke van hun, maar die kende echter niets van de magie die bijvoorbeeld de zwarte vlek stopt.
Brian wil de prins oppeppen, maar dat zal wel niet lukken. De prins heeft alles al gezien, meegemaakt en geprobeerd.
Mussurana stelt voor om Traz naar de tempel van de Witte Wolf te sturen.
De reden waarom we de test niet willen komt in feite neer op onze gevoelens. Ik zou bijvoorbeeld niet verder kunnen leven met de gedachte dat Ciasja er niet meer is omdat we hebben gezegd: doe maar en degene die uit wordt gekozen is de pineut. Ik bedoel ik zelf zou graag mijn leven willen opofferen om zo Ciasja en daarnaast ook de groep te kunnen redden. Bovendien moet het een test zijn om te bewijzen dat je niet aan de verkeerde kant staat. Nou dat staat dan goed wanneer je zegt van offer maar een groepslid op, we zien wel wie! Het komt erop neer dat Corinthe voor ons het woord zal doen. Daarvoor stellen we in gedachte een brief op.
Dan worden we weer opgehaald door de vrouwen en krijgen onze ringen weer. De prins zegt dan: "Ik neem aan dat jullie besloten hebben om de test te ondergaan."
Corinthe vertelt dan van ons besluit:
"Namens de hele groep wil ik u onze beslissing vertellen, deze toelichten en uiteengeven.
We zijn niet bereid om de test te ondergaan. Ieder van ons offert liever zichzelf op dan het risico te lopen dat een ander dood gaat. Maar een test waarbij je weet dat een ander pijn kan hebben of zelfs sterven, daarover kunnen wij niet beslissen. Ieder vindt zijn eigen leven minder belangrijk dan dat van zijn vrienden en dat is de reden dat we beslissen om de test niet te aanvaarden."
"Nu u onze beslissing en toelichting gehoord hebt, Hoogheid, willen wij graag iets aan u uitleggen.
Er bestaat een sterke negatieve energie, die alleen gebruikt kan worden om te vernietigen. Deze energie is zo anti-leven, dat alle Goden, behalve de meest slechte en dus verboden godsdiensten, hier heel erg tegen zijn. Priesters hebben van hun God de kracht gekregen om hier iets tegen te doen, zelfs priesters van Goden die als Evil te boek staan. Deze gave uit zich in drie zaken:
1. De gave om te genezen en om anti-leven ziektes te vertragen;
2.De gave om met negatieve energie opgewekte wezens te verdrijven of te vernietigen.
3.De mogelijkheid om gesneuvelden te zegen, zodat hun stoffelijk omhulsel niet meer misbruikt kan worden.
Wij hebben bewijzen voor deze drie zaken:
1.Hiermee houden wij al een tijdje twee van onze groepsleden in leven. Uw priesters kunnen u vertellen dat zij niet begrijpen hoe dat kan.
2.Hiermee hebben wij bijvoorbeeld de gedrochten vernietigd toen we het kind bij de ingang gered hebben. Dit kunnen allebei de priesters in onze groep. Uw wachters kunnen u vertellen dat de gedrochten niet door wapens zijn verslagen.
3.We rillen al bij de gedachte dat gesneuvelde elfen bij de gedrochten horen. Dit is niet nodig!
We hebben gemerkt dat priesters van oudere Goden, waaronder waarschijnlijk ook de priesters hier, niet de genoemde gaven hebben, of zich er niet van bewust zijn. We denken dat dit de reden is dat Shireleon gevallen is."
Nadat Corinthe de reden had uitgelegd waarom wij de test niet aanvaarden en doorging met haar verhaal, begon de prins vervelend kijken. Alleen toen Corinthe het over genezen had keek hij even belangstellend. Ik dacht nog Corinthe te waarschuwen om niet door te gaan, maar die was nu teveel in haar element om nog iets op te merken. Op het einde zei de prins met een gruwelijk verveelde uitdrukking: "Was dat nou nodig?"
De prins stuurt ons dan weg en vertelt dat we het wel horen wat er gaat gebeuren.
Terug vraagt Ciasja aan Corinthe: "We hadden toch iets afgesproken? Over het geestelijke was je wel heel erg wazig, ik begreep er niets van!".
De rest had daar niet zo'n last van, maar Ciasja reageert wel vaker anders dan ons. Khemron vraagt zich af of het misschien iets te maken heeft met de ringen, dat die niet alles goed overbrengen. Brian weet echter te vertellen dat er een invloed was van buitenaf waardoor de essentie van Corinthe's verhaal niet doordrong.
We worden weer voorgeleid onder escorte. Nu is de zaal echter tjok en tjok vol, vol met elfen. De meeste zijn gewond. De lui bij de prins staan er nu echt ontspannen bij. Dan komt de vrouw weer binnen met iemand anders. Het is een oudere man met een staf, beslagen met een soort zilver. Het uiteinde van de staf is in de vorm van een hondekop. De man loopt alle hoeken van de zaal rond. De vrouw doet dan een spreuk, een communicatie spreuk.
De prins laat weten dat hij wat wil gaan zeggen en het wordt muis stil. "Misschien moet ik jullie feliciteren met het voordeel van de twijfel. Jullie krijgen de kans om ons te helpen in de laatste strijd".
"Jullie zullen uiteraard begeleiding krijgen van af aan, waar jullie ook gaan of staan. Je mag overal komen, maar de stad niet verlaten zonder toestemming".
Na dit gezegd te hebben gaat hij weg.
De elfen in de zaal bestaan uit mannen, vrouwen en kinderen. Waarschijnlijk staan hier alle elfen die de gemeenschap nog rijk is, ± 60 elfen. Ze zijn duur gekleed, zoals altijd. De zaal is van ijs en er hangen dure dingen aan de muur. Zelf stelt de zaal niet veel voor, maar is door de dure dingen verfraaid. Er zijn meerdere magische voorwerpen aanwezig en er zitten ook rune bij. Iedereen kijkt heel koel en langzaam aan gaat iedereen weg.
Corinthe kan zich niet meer inhouden en loopt naar de man toe. Daar aangekomen maakt ze een buiging. Ze legt aan hem uit of wil dat gaan doen, want de man vraagt eerst haar naam. Ze stelt zich voor en zegt tevens dat ze priesteres is van Garuthé. De man stelt zich dan voor als Durilac. Ook hij is een priester van Garuthé, de laatste hier. Corinthe legt uit dat de elfen en ook mensen in de groep het verhaal anders hoorde. Ze probeert ook hem het geestelijke gedeelte uit te leggen, maar dat gaat helemaal langs hem heen.
Khemron praat ook met hem en vraagt over zijn land. Durilac kent zee-elfen, maar volgens hem zijn er nog maar heel weinig. Eigenlijk dacht hij dat ze waren uitgestorven. Khemron vraagt hem dan hoe het is ontstaan. Durilac vertelt dan:
"Eeuwen geleden zijn we op het vaste land gekomen van zee uit Shireleon op onze schepen. Op het vaste land vestigden we ons in de Drie Gouden Valleien. Daar hebben we altijd gelukkig geleefd, totdat Zij opstond. Dat was in een tijd dat ook van elders dergelijke berichten kwamen, ook in een tijd dat de mensen zich vreemd gingen gedragen. We trokken toen daar weg naar een nieuwe plaats. Ook daar moesten we weg. Na lange, lange reizen zijn we eindelijk hier terecht gekomen. Maar ook hier werden we weer lastig gevallen. Er is toen het besluit genomen om hier tot de laatste toe door te vechten; echter we kunnen niet winnen."
We vragen naar de tijd, maar dat weet hij niet: ze zijn ermee opgehouden om het bij te houden. We leggen de priester uit dat we graag hadden willen weten, omdat we steeds geteleporteerd worden en we vermoeden ook in de tijd.
Tevens proberen we de priester duidelijk te maken dat we ook kunnen genezen en dergelijke. Dat komt echter totaal niet over, behalve dat hun ook kunnen genezen met behulp van kruiden en zo. Dan vragen we nog een paar dingen aan de priester en daar komen het volgende van te weten:
Shireleon:Door de Sjiraan gemaakt voor de elfen en ook weer teruggenomen door Haar.
Makta:Dit is de mensennaam voor Shireleon.
Namurië:Kent hij ergens van.
Atalantia: Kent hij niet.
Zwaardhamer:Idem
We vragen of we weer spreuken mogen gebruiken en gelukkig mag dat weer. Verder komen we van de priester te weten:
De Laatste Strijd is sinds een jaar bezig. De tegenstander is nog niet in de stad. Buiten zijn nog wel dieren en zo, maar niet veel. Ook Zij is uiteraard buiten.
Over Zij vertelt de priester: "Ooit was ze machtige, vrouwelijke magiër die over het land heerste. Ze was een elf van een andere stam dan de elfen in de Drie Gouden Valleien (een half-grijze hogere elf). Ze regeerde echter niet goed en was daarom afgezet. 100-den jaren later is ze teruggekomen, maar niet als een levend wezen! Met haar kwamen ook legers. Er is een verhaal dat ze ellendig is gestorven."
De elfen hier kennen geen methode om te voorkomen dat de ondoden weer terugkomen.
De draak die we gezien hebben, hebben ze onderzocht. Hij is een magische slaap door een betovering. We moeten daar maar vandaan blijven, de draak kan wakker worden. Ze weten niet wie de draak daar heeft neergezet. Het was hem onbekend dat er een zadel op de draak zat.
Drakenruiters bestaan al lang niet meer, zelfs niet meer toen de elfen nog in Shireleon woonden. Hun magie was ontzettend machtig. Ze zouden zelfs de maan omlaag kunnen halen. Meerdere mensen/elfen zijn op zoek naar resten. De anekdote van de Titaan gelooft hij wel meteen. Drakenruitersmagie, evenals rijmmagie is verloren gegaan. Rijmmagie is heel krachtig en de woudelfen konden het heel goed. Het lijkt op runemagie, ook die is verloren gegaan. De runemagie wordt gebezigd door een speciale elfenstam, de zoekende elfen (= donkere elfen), degene die dingen maken, zoals schepen die geen zeilen nodig hadden.
Als we vertellen dat Khemron wel rijmmagie kent dan vindt hij dat heel interessant. Hij wist niet dat Khemron al zo oud is.
Ze kunnen wel vaststellen wat bepaalde rune voorstellen. Misschien kunnen we kennis uitwisselen.
Het Wapen en Het Schild kent hij niet.
De ringetjes (3 in 1) is het teken van de Drie Gouden Valleien. Het materiaal geeft de status aan en alleen de koninklijke familie draagt ringetjes van Mithril.
Ze kunnen hier ook oproepen, maar alleen natuurwezens, de andere zijn taboe. De natuurwezens zijn echter gebonden aan een plek. Ze blijven niet echt lang in stand tegen de "knechten".
Vuur zit hier vrij dichtbij, vlak onder de grond is een bron. Vandaar de mist.
Ze hebben een magisch gat geboord waardoor men planten kan kweken.
De groep zich als taak 'Zij', de uit de dood opgeroepen grijze elf, te verslaan.
Na het gesprek gaat ieder ongeveer zijn eigen weg.
In het gebouw wordt veel gebruik gemaakt van wenteltrappen. Het heeft drie verdiepingen en vermoedelijk nog een. 's Avonds zitten we apart te eten en dan komt de vrouw naar ons toe. Ze heet Beridice en bedankt ons nogmaals voor de waarschuwingen.
Uit het onderzoek zijn allerlei dubieuze eigenschappen van de verschillende voorwerpen boven water gekomen. Dat heeft de twijfels zeker niet kleiner gemaakt.
Het zwarte zwaard heeft te maken met leven, het witte zwaard met de dood. Volgens Beridice is het wel te gebruiken tegen wezens, maar niet tegen ondoden. Ze hebben totaal niets met de elfen te maken en ze vindt ze heel bijzonder en machtig.
De pendel doet haar denken aan de zwaarden. Het werkt met het vinden van iets. Volgens haar heeft het te maken met het vinden van schatten; een sleutel tot een schatkamer.
Mace: Zijn ze nog mee bezig.
Het schild geeft een goede bescherming, vooral tegen projektielen. Het symbool is die van de wereldslang. Het zou heel vervelend kunnen zijn als het schild kapot gaat.
Blauwe stuiter: geeft een hypnotisch effekt en keert altijd terug naar de eigenaar. Een leuk speeltje. Je kunt het niet afzetten, wat wij dachten, maar wel afschermen.
Ring van Wisdom: Hulpmiddel van een of andere God die ze niet kent.
Aan het mes van Irdor zijn ze niet aangekomen.
Groene stuiter: Geeft ze liever niet terug. Als het gebruikt wordt zijn ze genoodzaakt om korte metten met ons te maken. Er kunnen heel vreemde, rottige krachten mee opgeroepen worden. Beridice waarschuwt ons dat het niet in handen moet komen van Xerxes (die nu wakker wordt!).
Beeldje: Leuk, werkt met de krachten van de maan. Is op dit moment nergens op afgestemd. Er moet nog een beeldje zijn, maar dat zal wel kapot zijn. Het is niet afgestemd namelijk.
Smaragd: Wordt afgeraden deze te gebruiken.
Medaillon: Is het teken van zijn orde, kan zonder maar liever niet. De anderen hebben er niets aan.
Ring van hout: Leeg, een beetje een stuntelige manier geweest.
Drakenschub: Leuk om te hebben.
Hoorn: Is gewoon een hoorn.
Kromzwaard: Lijkt net als die pegel en ring; half magisch en half ook niet.
Ring en medaillon: Zijn gekoppeld op een of andere manier.
Irdor's zwaard: Ook nog in onderzoek. Soms aan verslaafd? Het is niet door mensen gemaakt. Volgens haar kan het ook niet door mensen gebruikt worden. Het is erger als magie.
Bol van Falgan: Dat is nog een hele diskussie, misschien hebben wij daar wel een heel volk voor uitgemoord.
Het Verboden Boek: Hebben ze hier ook een exemplaar van.
Beridice vindt het niet erg als we vragen stellen over 'Zij'. Van haar komen we te weten:
Vroeger was de naam van Zij: Hadridennhe.
Ze hebben haar nooit meer ontmoet. Het schijnt dat ze van honger en dood is gestorven in een storm na de verbanning.
In het begin had ze begrepen dat andere elfen er ook last van hadden.
Ook hun koning heeft mensen als Khemron er op uitgestuurd, maar niemand is ooit teruggekomen. Ze hebben de hoop opgegeven om nog tegen Haar zelf te vechten. Helaas weet ze ook niet hoe wij Haar kunnen vinden.
Een week geleden is het even minder geweest.
De knechten zijn heel erg en er is bijna niet tegen te vechten.
(Wat betreft ..... weet ze niet of die blijven gooien.)
Brian steekt weer een godspreekje af. Corinthe laat echter Brian weten dat hij in de minderheid is.
Volgens Beridice zijn wij niet zo'n eenheid. Zij zijn dat wel en treden op als één volk en verlangt van ons dat wij daar niet in gaan stoken.
En dan is het bedtijd.
Orson Warloc