Einde van een ijskoningin
de 22e dag in de maand van de droogte
Xerxes ziet het deel van de gang voor ons goed verlicht, hoewel
dat eigenlijk niet zou moeten kunnen. Hij heeft namelijk zijn
'detect traps' geactiveerd. We concluderen dat de gang één grote
valstrik is. Het valluik licht hier niet speciaal op. We hebben
het dan ook met gewoon zoeken gevonden.
We overleggen wat we met de situatie aan moeten. Zullen we hier
proberen doorheen te komen of is er een andere weg mogelijk?
Waarvoor dienen de richels tegen de muren? Misschien is het wel
een geleiding voor een bol die aan komt rollen. Nader onderzoek
leert dat de richels van een soort diamant zijn gemaakt. De
richels lopen een beetje schuin en op enkele plekken zijn er
stukjes afgebrokkeld. De vloer is iets beschadigd, de muur met de
nis echter niet. Als we de golem verder onderzoeken zien we
waarom. De handen van het monster zijn verweerd. Als ze iets
zouden zijn gedraaid dan zouden ze precies goed staan om een
aanstormende bol te kunnen stoppen. Ciasja denkt dat hetgeen aan
is komen rollen erg snel moet zijn geweest, maar daarna weer
langzaam is teruggekomen, wellicht teruggeduwd door de golem. De
golem is duidelijk een erg sterk en "duur" monster. Het is waarschijnlijk slim genoeg om complexe instructies te kunnen
begrijpen.
We hebben nu drie opties. We kunnen proberen de triggering van de
valstrik te vermijden, zodat we zonder problemen aan het eind van
de gang komen. Ook kunnen we proberen om de richel te vernietigen, zodat de bal niet ver kan rollen. Khemron ziet deze beide
opties niet zitten en stelt voor om de deur te forceren en een
eindje verderop naar geheime gangen te zoeken. Khemron biedt
verder edelmoedig aan om voorop te lopen. Niet dat het hier veel
uitmaakt trouwens, met gevaren die van alle kanten loeren. Maar
toch goed bedoeld.
Orson wil dat Traz op de hoorn blaast, zodat we hier weg kunnen.
Traz weet echter dat de hoorn nu niet kan teleporteren.
Om ons bij de moeilijke beslissing te helpen doet Corinthe haar
ritueel van herinnering. Ze ziet de magiėr door de deur komen en
de staf in de handen van de golem leggen. Dan verdwijnt het beeld
weer.
De deur is erg sterk magisch, naar schatting level 12. Corinthe
schat de kans op het slagen van een Dispell Magic spreuk tussen
de 30% en 40%. De kans op een verschrikkelijk falen is trouwens
even groot. Ondanks het grote risico waagt Corinthe de gok. Haar
spreuk lijkt echter in eerste instantie geen effect te hebben.
Dan slaat Corinthe drie keer met haar staf op de deur. De eerste
keer verschijnt er een barst, dan een gat en tenslotte knalt de
deur uit elkaar. Corinthe voelt zich erg moe maar is verder in
orde.
De gang achter de verpulverde deur is verlicht, zoals we al
eerder hadden gezien. Uiteraard kijken we uit voor het gat wat
zich net achter de deur bevind. We zoeken dan naar verborgen en
geheime deuren maar vinden helaas niets. In de lift en in de
tussengang gebruikt Irdor zijn magische staf, totdat de ladingen
ervan verbruikt zijn. In de tussengang blijft het magische
poeder vreemd genoeg in de ruimte dwarrelen. Na een korte tijd
zoeken vinden we hier een geheime deur. Hierachter zien we een
lange gang.
De gesloten magische deur lijkt van deze kant wel een muur.
We lopen naar het einde van de gang en kijken daarna om ons heen
of de gang wel veilig is. Daarna lopen we voorzichtig opnieuw
door de stofvrije, kraakheldere gang. Een deur op het einde van
de gang leidt naar een verlichte gang met deuren aan de linker-
en rechterkant. De linker deur zal waarschijnlijk uitkomen op de
gang met de richels. Mussurana luistert aan beide deuren maar
hoort niets. Beide deuren zijn stevig, met gewone hendels en
sleutelgaten. Achter de linkerdeur is het donker; Xerxes ziet
steen aan de andere kant. Dat zal de valstrik wel zijn. Achter de
rechterdeur is evenveel licht als hier. Verder zien we niets,
maar het gevoel van spanning wordt wel veel sterker, alsof er
iets engs op ons loert (dat is natuurlijk ook zo!). Dit gevoel
wordt sterker als we de rechterdeur naderen. We hebben vreemd
genoeg allemaal het idee dat we de verkeerde kant op gaan. Hoewel
we zoeken kunnen we hier geen geheime deur vinden.
We overleggen en pakken onze wapens. In de onderstaande volgorde
lopen we verder.
* Khemron Mussurana
* Brian Nandorim
* Orson Traz
* Corinthe
* Ciasja Irdor
Mussurana opent de deur en we kijken in een verlichte ruimte van
drie meter diep. Op een zwarthouten stoel zit iemand. Het heeft
skelethandjes en voetjes en draagt een zwarte mantel. Vreemd
genoeg zit het gezicht verborgen in een schaduw. Mussurana stelt
voor om aan te vallen en Khemron slaat langzaam blauw uit. Zo
verandert Khemron enkele keren van kleur, waarbij hij blauwer
wordt naarmate er meer wordt gesproken over gevaar en
vechten.
Ciasja ziet een verborgen deur achter de stoel. We besluiten
langs de stoel af te lopen, Mussurana voorop. Khemron probeert zo
vredig mogelijk te passeren. Corinthe voelt een sterke trilling,
als van teleportatiemagie. Brian voelt alleen een sterke
evil.
Mussurana opent de deur, die uitkomt op een grote zaal. De zaal
wordt van bovenaf verlicht. Terwijl de blauwe gloed rond Khemron
wat afneemt stijgt het gevoel van spanning ten top. Als we
voorzichtig de ruimte binnen sluipen slaat de deur plotseling
achter ons dicht. Achterin de ruimte zien we een gordijn met
daarvoor een elfse dame, geflankeerd door de magiėr en de dief.
De dame lijkt van gemiddelde leeftijd, met een staf en ringen. Ze
ziet eruit als de vampier die we al eerder hebben ontmoet. We voelen allemaal een overheersende kracht. Khemron slaat blauw
uit. Plotseling begint er iets te dansen voor onze ogen. Het is
een teken, een vreemd soort kruis met haakjes. Alleen Brian en
Nandorim lijken hier geen last van te ondervinden. Nandorim heft
zijn zwaard en stormt op de engerds af, terwijl Brian een spreuk
probeert te doen. Omdat de spreuk geen effect heeft pakt hij toch
maar zijn mace.
Traz wordt plotseling door een vreemde macht bevangen en rent
achter Nandorim aan, met de bedoeling hem te doden. Mussurana
trekt zijn zwaard, evenals Khemron en Irdor. Irdor brengt Brian
hiermee een zware wond toe. Ciasja weet Nandorim te raken met
haar bola, waardoor Nandorim op de grond valt. Pollux doet een
glibberspreuk op Brian die daardoor prompt uitglijdt. Ondertussen
is Corinthe al begonnen aan haar Lightning Bolt-spreuk...
Brian staat nu weer op en begint ook achter Nandorim aan te
rennen. We vinden nu allemaal dat Nandorim dood moet, al is die
nu in een wolf veranderd. De 'wolf' vecht ondertussen met 'Haar',
zonder dat een van beiden echt resultaten lijkt te boeken. Dan
komt de 'Lightning Bolt' van Corinthe over ons heen....
Brian ligt nu dood op de grond en ook de anderen zijn er slecht
aan toe. Irdor bijvoorbeeld zou allang dood kunnen zijn. 'Zij'
krijgt ook veel schade, evenals Nandorim. Met hernieuwd fanatisme
vallen wij Nandorim aan, terwijl 'Zij' een spreuk op hem doet die
terug¬kaatst en haarzelf verzwakt. Nandorim weet haar te bijten,
hoewel hij duidelijk zwaarge¬wond is. Dan lanceert 'Zij' enige
'Magic Missiles' richting Nandorim, die zowel hem als haarzelf
raken. Beiden storten neer, terwijl Irdor ondertussen op Traz
inhakt, die daardoor ook ten aarde stort. Dan stopt het
gevecht.
Na het gevecht worden de doden en gewonden behandeld. Nandorim
(nu weer in mensvorm) en Brian lijken dood terwijl Traz en Xerxes
stervende zijn. Verder ligt Irdor bewusteloos op de grond. Orson
weet Brian te redden met zijn middeltjes, maar kan de dood van
Nandorim niet voorko¬men. De dief en de magiėr beginnen nu ook
weer te bewegen, terwijl 'Zij' er prima uit ziet. Als Khemron
zijn speer in haar steekt verkruimelt zij, terwijl hij blauw
oplicht. Omdat hij echter blauw blijft schijnen moeten we nog
iets doen. Achter het gordijn vinden we een groot zwart stenen
blok, schijnbaar een altaar. Corinthe duwt er tegen aan en krijgt
daardoor zo'n schok dat ze bezwijmt. Het is dus een
altaar.
Brian probeert in een ceremonie zowel Nandorim als 'Haar' te
begraven en zegenen. Voor Nandorim lukt dat omdat Brian hem de
keuze geeft waar hij naartoe kan gaan. Voor 'Haar' lijkt dat niet
te lukken, iets dat door Khemron wordt bevestigd.
De twee vreemden worden verder onderzocht. Ze blijken sterk
verwaarloosd te zijn. De magiėr rochelt iets en wijst achter het
gordijn. Een gang daarachter komt uit op een cirkelvormige
ruimte, met in het midden een vaas. De vaas draagt het teken dat
we eerder al zagen, het teken van het kwade. De ruimte lijkt te
pulseren en we voelen dat er snel iets moet gebeuren. Khemron
steekt dan zijn speer in de vaas. De vaas barst open en verspreidt een kwalijke walm. Een vies vlezig iets is te zien tussen de
resten van de vaas. Enkele stukken hiervan raken Khemron en
branden door tot op zijn bot. Snel worden deze plekken gezegend,
waardoor het effect beperkt blijft. Dan verlaten we deze akelige
kamer.
Teruggekomen in de grote zaal valt ons op dat het lichaam van
Nandorim is verdwenen. Het lijkt wel in het niets te zijn
opgelost. We verzorgen dan maar de overige gewonden en rusten wat
uit.
Na verder onderzoek blijkt er zich achter het andere gordijn nog
een geheime deur te bevinden. Mussurana opent de deur. Erachter
is een kort stuk gang en aansluitend een ruimte met stoelen en
kasten. De ruimte is verlicht en er ligt zelfs tapijt. Op een
tafel staat een houten constructie die door touwen bij elkaar
wordt gehouden. Het nut van dit knutselwerk is niet
duidelijk.
De rest van de dag rusten we uit. Aan voedsel is geen gebrek maar
water komen we wel tekort.
de 23e dag in de maand van de droogte
De volgende ochtend ontstaat er plotseling een lichtvlek van 3
meter doorsnee. Er komt een rookwolk uit en met veel show komt
Finhmer eruit gestapt. We begroeten elkaar; Corinthe vliegt hem
om de hals. Finhmer verklaart dat hij al eerder naar ons toe
probeerde te komen maar dat het hem niet lukte omdat er een
barričre tussen ons stond. Nu is deze blokkade weg en komt hij
ons ophalen. We lopen allemaal door de cirkel en daarna lijkt het
alsof we door een hele lange tunnel lopen. Uiteindelijk doet
Finhmer een deur open die uitkomt op de werkkamer van Durilac. We
zijn weer terug bij de ijselfen.
In onze afwezigheid is er veel gevochten in het ijspaleis.
Slechts 14 ijselfen hebben de bloedige gevechten overleeft, 4
mannen en 10 vrouwen. Ook Durilac is dood, al begrijpen we wel
dat hij veel goed werk heeft verricht. Beredice leeft nog wel
maar is in de gevechten een hand kwijtgeraakt. Alle verdere
elfenhelden zijn dood, met uitzondering van de prins. De prins
wil nu koning worden en toont nu de wil om de resten van zijn
volk daadkrachtig te leiden. De bibliotheek is vernietigd.
Slechts enkele werken zijn overgebleven.
Tharatodus de meestermagiėr en Dahnakriss de meesterdief blijken
beiden uit dezelfde stad te komen. Beide mannen waren op zoek
naar waardevolle voorwerpen, al lijken deze voorwerpen nu niet
meer de moeite waard. Een vampier heeft hen opgezocht en misleid.
Op deze manier werden ze door "Haar" gelokt en gebruikt. Ze
hadden als opdracht om "Haar" basis zo te versterken dat alleen
sterke avonturiers het centrum zouden kunnen bereiken. De
slachtoffers moesten dan zo zijn verzwakt dat "Zij" ze zonder
problemen zou kunnen overnemen. Ook de monsters zijn op deze manier gelokt en gebruikt, voor en tijdens het verblijf van de
meesterdief en de meestermagiėr.
Als wij vragen stellen over andere rassen blijkt dat ogers en
goblins de meesterdief niet bekend zijn. Wel kent hij elfen,
dwergen en boggers. Elfen zijn naar zijn mening langzaam en
vreemd; wellicht heeft dat iets te maken met de vloek van een god
of zo. Soms ontvoeren ze mensen. Boggers kennen wij onder een
andere naam, nl. hobgoblins. Ze komen uit het westen en hebben
met iedereen ruzie.
Vreemd genoeg weet de meestermagiėr niet wat ondoden eigenlijk
zijn, al zijn ze wel gezien in zijn stad. We vertellen hem dat
het zegenen van de doden door priesters het ontstaan van ondoden
verhinderd. Hij zal dit in zijn stad bekend stellen.
De meestermagiėr vertelt dat de kunstmatige ogen op de deur van
zijn kamer kunnen worden gebruikt om bezoekers in de gaten te
houden. Ook kan hij daar doorheen spreuken richten. De
meesterdief bevestigt onze vermoedens betreffende de val met de
golem. Een enorme deegrol zou komen aanrollen op het moment dat
iemand het midden van de gang zou bereiken. De golem zou de
deegrol opvangen en terugduwen, zodat de deur aan het einde van
de gang zou worden afgesloten. In de gang zelf waren verder nog
diverse vallen op scherp gezet. Al met al een val die vrijwel
niemand van ons zou hebben overleefd. Gelukkig hebben we een
betere weg gevonden.
Een week lang blijven we in het elfenpaleis zodat we tijd hebben
om te rusten en onze wonden te laten genezen. Pollux krijgt zoals
beloofd zoveel magische energie als hij kan hanteren.
Tijdens een diner zien we een ons voorheen onbekende
elfenmagiėr/priester. Hij heet Hanyorin maar wil verder niets
zeggen. Wel wordt ons duidelijk dat de elfen nu ook ondoden
kunnen 'turnen', zoals onze priesters dat kunnen.
Als wij over onze belevenissen aan de elfen vertellen herkennen
zij uit onze beschrijvingen het gebied van de drie valleien, waar
de elfen vroeger hebben gewoond.
Traz voelt dat Nandorim niet echt dood is, maar dat een deel van
zijn kracht weer in de hoorn zit, net zoals eerst. Traz zegt dat
"De sterfelijke moest sterven om zijn onsterfelijkheid te
herwinnen". Ook weet hij dat we niet veel tijd meer hebben. We
moeten morgen afscheid nemen van de elfen. Daarom moeten er nog
snel een paar dingen worden geregeld. De elfen melden dat al onze
wedervarendheden zullen worden opgetekend in ene groot boek, een
boek dat verhaald van de geschiedenis van de Yshirne. Corinthe
vraagt nu alvast of we onze bezittingen terug mogen krijgen.
Brian gaat een stapje verder en vraagt of we geen geschenk kunnen
krijgen als beloning voor onze goede diensten. Irdor sluit zich
daarbij aan. De elfen kijken ons met afgrijzen aan. Ze vinden het
verzoek erg onfatsoenlijk en mijden ons nu als de pest.
de 24e dag in de maand van de droogte
In de vroege morgen staan we bepakt en beladen gereed voor ons
vertrek. Al onze bezittingen worden teruggegeven terwijl wij van
onze kant ook alle door ons geleende voorwerpen inleveren. Pollux
is verdwenen. Hij heeft er voor gekozen om niet langer met ons
mee te gaan omdat hij het elders erg druk heeft. Jammer.
Traz roept het gezelschap bij elkaar en Beredice vraagt ons haar
te volgen. Na een half uur lopen worden we door haar tot in een
vreemde groenige grot geleid. Alle overgebleven elfen staan daar
plechtig bijeen. Ook lopen hier enkele witte apen rond. De
elfenpriester van Kestirand (zij die lopen) neemt het
woord:
"Thans zijn we hier om afscheid te nemen van onze helpers. Ik wil
namens het hele volk van de Yshirne zeggen dat we jullie heel
dankbaar zijn. Als jullie nog leden van ons volk tegenkomen dan
zullen ze jullie naam kennen.". De priester merkt op dat hij zich
heeft afgevraagd wat zijn volk voor ons zou kunnen betekenen. Er
is besloten om "onze" elfenbol als geschenk te geven. Er
verschijnt een aap met een rood/oranje bol met daarop zwarte
vlekken. Deze bol, de bol van Kestirand, geeft een gevoel van
loslippigheid. Een andere aap biedt ons de bol van Falgan aan.
Corinthe aanvaardt in naam van de groep dit kostbare geschenk.
Dan geeft de priester ons een teken dat symboliseert dat wij
vanaf nu ook een soort Yshirne zijn. Ieder krijgt een sieraad
bestaande uit drie in elkaar gevlochten cirkels, een symbool voor
de drie valleien waar de elfen hebben geleefd. Dit geschenk is
een grote eer. Verder heeft de prins voor ieder nog een
persoonlijk geschenk:
- Brian en Irdor krijgen ieder zijn dankbaarheid. Omdat ze om
een beloning hebben gevraagd hebben ze de prins beledigd.
Hij kan ze nu geen geschenk meer geven.
- Finhmir krijgt een zwart houten stokje.
- Traz krijgt een magische bijl en een schede voor een zwaard.
- Khemron krijgt een magische harpoen.
- Corinthe krijgt drie staafjes met een wat paarsige kleur. Ze
weet zelf wel wat het voor stokjes zijn. Wij niet.
- Mussurana krijgt drie groenige staafjes, waarvan hij wel schijnt te weten wat
het is.
- Ciasja krijgt als cadeau een lange dolk.
- Orson krijgt drie rode staafjes. Hij weet waar ze voor
dienen.
We overleggen wat we moeten doen met de bol van Falgan. Hiervoor
raadplegen we de witte wolf maar die zegt dat we het zelf maar
moeten beslissen. Corinthe geeft daarom de bol terug aan de
elfen. We denken dat de elfen de bol harder nodig hebben
dan wij.
We nemen afscheid van de elfen en onverwachts ook van Ciasja. Ze
zegt dat ze weer naar huis moet. Orson is hiervan behoorlijk
overstuur, al wil hij dat ons niet zo laten merken. Uiteraard
vloeien er de nodige tranen bij het afscheid. Dan blaast Traz op
de hoorn. Om ons heen wordt alles zwart..
Rob.