Sessie 93, 8-031992, Afwezig: -



Amtar, de 19e dag in de maand van het insekt, in het jaar 311 N.O.

In de schuur van Janner overleggen we hoe we het beste door het

moeras kunnen komen. Traz is van mening dat we eerst graaf Eor

moeten helpen in zijn strijd tegen de bandieten. We komen de

bandieten toch vroeg of laat tegen, omdat er maar een goede route

door het moeras bestaat. Met name Orson is het hier niet mee

eens, vooral omdat dit veel extra tijd zal gaan kosten. Janner

vertelt ons dat de graaf hier dichtbij woont, namelijk slechts 15

minuten lopen hier vandaan richting moeras. We besluiten deze

graaf Eor eens een bezoek te brengen. We kunnen dan later wel

beslissen of we hem zullen helpen.
Janner weet niet veel concreets te vertellen over de graaf. Hij

heeft wel eens een liedje gehoord dat gaat over de redding van

dit land door het geslacht Eor. Hoe het precies gaat weet hij

niet. Hij vertelt dat er in het dorp wel eens een bard komt die

het hele lied kent. Ook kunnen we in het dorp een gids vinden die

ons door het moeras kan leiden. Er schijnen daar echter ook

bandieten te zitten.
Voordat we gaan slapen maken we een wachtrooster en laat Krodahl

de Guardian verschijnen, die wordt geïnstrueerd om elke Orc die

binnen komt te doden. De paarden en muilezels worden begrijpelijk

wat onrustig van dit vreemde wezen. De wachtvolgorde is als

volgt:
            Eerste wacht:   Mussurana en Krodahl
            Tweede wacht:   Irdor en Orson
            Derde wacht:    Marissa en Traz
            Vierde wacht:   Khemron en Hagar


Timtar, de 20e dag in de maand van het insekt

's Ochtends vroeg zijn de leden van de groep wat opgefrist. Traz

en Marissa hebben tijdens hun wacht een groot beest horen

fladderen. Zo'n 150 meter van ons vandaan heeft het beest toen

iets opgegeten. Traz, Krodahl, Hagar en Khemron gaan op onderzoek

uit en vinden een vernield hutje op een open plek. Zo te zien

heeft een groot reptiel de voorgevel uit het huisje getrokken en

de bewoner opgepeuzeld. Het monster moet (zonder staart) zeker 4

meter lang zijn geweest en heeft grote klauwsporen achtergelaten.

Het lijkt wel of het vliegende wezen speciaal hier naartoe is

gekomen en niet bij toeval. Misschien was het wezen ons aan het

zoeken. Van het slachtoffer is geen spoor te vinden. Krodahl

begraaft hem, al is dat wel wat moeilijk zonder een lichaam.

Irdor, Krodahl en Khemron zonderen zich af van de rest van de

groep. Er wordt gemediteerd, gestudeerd en de paarden worden

verzorgd. Tegen 7 uur in de morgen zijn we gereed om te

vertrekken. We lopen enkele paadjes af totdat we uitkomen op een

breed zandpad dat loopt van oost naar west. Aan de frisse lucht ruiken we dat de zee niet ver weg is. Krodahl meldt de overval

van het hutje aan een van de boeren die we tegenkomen. Deze is

niet verbaast en vertelt ons dat er wel vaker grote wezens uit

het moeras komen om mensen en dieren op te eten.

Nadat we zo'n 10 minuten in westelijke richting hebben gelopen

komen we bij een wit stenen gebouw. Het gebouw is laag maar wel

groot. Vlaggen en schilden zijn geel en dragen een wapen van een

zwarte pijl in een rode gloed. Bij het gebouw staan vele karren

en handelaars. Ons valt op dat er slechts weinig huurlingen bij

zijn, veel te weinig om zo'n transport te kunnen beschermen. De

enkele huurlingen die we zien lijken wel goede vechters maar

lijken niet erg gelukkig met hun baantje. De handelaars klagen

luidkeels.

Voor de ingang van het gebouw staat een enkele wachter. Op ons

verzoek mogen we naar binnen om met de graaf te spreken. We lopen

een binnenplaats over en komen langs een tuin en via een trap bij

een lange ruimte waar nog meer klagende handelaars zijn

verzameld. In totaal zien we 20 handelaars en zes wachters. Een

wachter regelt voor ons een audiëntie bij de graaf. Wel moeten we

even wachten.
Irdor spreekt een van de handelaren aan. Deze is overvallen en is

zijn beschermers kwijtgeraakt. Een ervan heeft hij zien sneuvelen

maar de anderen zijn erg bang geworden en weggevlucht. Andere

vertellers hebben een kleine man ontmoet, net voordat ze werden

overvallen. De rest van de verhalen lijken wel wat overdreven, al

is het duidelijk dat de overvallers goed bewapent zijn.

Achterin de ruimte zitten enkele handelaars en priesters bij

elkaar. Marissa reageert giftig als ze een groep priesters van

Kutoah ziet, gekleed in blauw met wit. Het gevoel is duidelijk

wederzijds. De priesters lijken hier op hun gemak, alsof ze hier

thuishoren. Krodahl voelt dat hier ergens een heel machtige

priester aanwezig is, hoewel niet in deze ruimte. Na een half uur

worden we door een van de priesters van Kutoah geroepen om bij de

graaf te verschijnen.

De graaf zit op een zetel achter een grote tafel. Hij is een

gespierde en energieke man en lijkt op het eerste gezicht wel

sympathiek. Schuin achter hem staat een priester van Kutoah in

een heel dure mantel waarop een beeltenis van een gouden zwaard

is genaaid. Hij lijkt iets onder zijn mantel verborgen te houden.

Krodahl herkent hem onmiddellijk als de machtige priester die hij had gevoeld. Een priester-schrijver zit aan de tafel en andere

hulp-priesters lopen af en aan. Een wachter staat bij de deur.
Krodahl groet de graaf. De graaf nodigt ons uit om te gaan zitten

en vertelt ons zijn verhaal. Hij is blij dat wij eindelijk zijn

gekomen en heeft het al over een beloning. Het blijkt dat de

graaf ons een groep uitgestuurde wachters wil laten terughalen en

daarvoor een beloning heeft uitgeloofd. Een gedeelte van de

wachters is gedood maar de graaf gelooft dat er meer achter zit.
Hij vertelt ons ook dat zijn raadsheer Jorlan ons met zijn

speciale krachten heeft onderzocht op vijandelijke bedoelingen. Ook Jorlan, de priester van Kutoah die achter de graaf staat,

geeft uitleg. Irdor vraagt of de graaf speciale vijanden heeft

die hier achter kunnen zitten. Op dat moment echter komt er een

priester binnen met drankjes. Hij loopt naar de graaf, mompelt

iets en houdt zijn handen omhoog, die plotseling gaan gloeien.

Een verblindende steekvlam ontbrandt bij de graaf die daardoor

vol wordt getroffen. Ook Jorlan wordt geraakt. Khemron doet

onmiddellijk zijn waterspreuk op de graaf, om verdere brandschade

te voorkomen. De priesters in de kamer staan als versteend en

doen niets. De aanvaller strooit wat poeder en verdwijnt in het

niets. De spreuken van Irdor en van Marissa hebben dan ook geen

vat op hem. Orson, die bij de deur staat, wordt fors opzij geduwd

door iets onbekends. Dan komt een stroom van handelaren en

wachters de ruimte binnen en ontstaat er een grote chaos.

Als de rust weer enigszins is teruggekeerd kunnen we alles even

op een rijtje zetten. De overvaller is volgens Krodahl de ene 2e

level van de rode priesters. De magie die hij gebruikte was heel

erg krachtig. De aanvaller was een wat kalende man van ca. 40

jaar met een baard. Hij gebruikte een zeer krachtige magie,

namelijk "stof van verdwijning" om onzichtbaar te worden. Irdor

heeft daar trouwens nog iets van mee kunnen nemen.
Een van de priesters van Kutoah wordt in de keuken gevonden

zonder kleren en met een grote bult op zijn hoofd. Vreemd dat hij

niet op een bloederige wijze is vermoord, zoals je van een

priester van Kali zou verwachten. Onze tegenstander werkt

blijkbaar niet zoals wij hadden aangenomen.
Tijdens het gevecht hebben we nog een glimp opgevangen van het

voorwerp dat Jorlon onder zijn mantel verborgen hield. Het was

een ivoren stafje met daarop een oranje/gelige edelsteen.

Wellicht gebruikte hij dat om onze gedachten mee te peilen. Een

van de priesters van Kutoah heeft zich nu over de staf ontfermt.

Terwijl de graaf en zijn raadsheer worden verzorgd houden de

leden van de groep zich bezig met hun eigen projecten. Krodahl

geneest de verwondingen van Hagar. Ook doet hij navraag naar het

geslacht Eor en krijgt te horen dat de graaf niet is getrouwd en

geen kinderen heeft. In het dorpje Weggamoor is waarschijnlijk de

bard te vinden die het hele lied over de vloek van het geslacht

Eor kent. Orson is trouwens spoorloos verdwenen.
Irdor heeft contact opgenomen met Archemelion. Die weet te

vertellen dat hij niet langer wordt gezocht door de priesters van

Kali. Dat is voor hem prettig maar betekent concreet voor ons dat

wij nu nummer een staan op hun lijst. Aangezien we nu zijn

waargenomen lijkt het verstandig om nu meteen te vertrekken.



Rotar, de 21e dag in de maand van het insekt

's Ochtends vroeg komt een haveloze Orson aanzetten. Hij heeft de

hele nacht als beer door het bos gezworven en ziet er niet uit.

Hij waarschuwt ons om niet zonder licht bij volle maan buiten te

komen, omdat er dan vreemde effecten kunnen optreden. Mensen en elfen kunnen dan veranderen in bepaalde dieren. Orson denkt dat

het een kwaadaardige ziekte is en noemt het "Lycantropie". Hier

leven zogenaamde weerwolven, Khemron kent weerhaaien en Mussurana

heeft wel eens gehoord van weertijgers.

Rond een uur of 10 worden we door een wachter naar de privé-vertrekken van de graaf gebracht. De graaf en zijn raadsheer zijn

beiden zwaar gewond. Het zal wel enige weken duren voordat zij

beiden weer zijn opgeknapt. Jorlon denkt dat de aanslag iets te

maken heeft met de vloek van het huis Eor. Enkele honderden jaren

geleden zijn in dit gebied belangrijke oorlogen gevoerd. De

eerste graaf van Eor heeft toen een zeer machtig persoon

verslagen. Deze heeft toen een vloek uitgesproken over het huis

Eor. De exacte formulering van de vloek is helaas onbekend. De

bard die als enige de tekst kent is spoorloos verdwenen.
Jorlon legt verder uit dat hij de hogepriester van Kutoah is. Hij is hier gekomen om de graaf Eor te steunen in zijn strijd. De grote vleermuizen die wij hebben gezien zij inderdaad

bespieders. Nu dit woord valt merkt Marissa plotseling op dat de

groep op dit moment wordt bespied, door een tovenaar of een

magische bol. Wat de geheimzinnige spion precies kan waarnemen is

niet met zekerheid te zeggen. Het enige dat we hieraan kunnen

doen is met de hele groep binnen een beschermende cirkel te

blijven. We bespreken in de taal van de woestijnwereld wat ons nu

te doen staat. Krodahl wil de graaf wel helpen maar verlangt een

"Banish Undead"-scroll van de priesters van Kutoah. Marissa wil

helemaal niet helpen en stelt voor om belachelijk veel goud te

vragen. We besluiten om de graaf te helpen en dat in een brief

aan hem te schrijven. Om onze bespieder op een dwaalspoor te

brengen vertellen we de graaf dat we helaas niet kunnen helpen en

dat we er meteen weer vandoor moeten gaan. Ongemerkt weet Marissa

de graaf de brief toe te spelen, terwijl ze ook een pluk haar uit

het hoofd van de graaf trekt. Dit zodat Irdor later contact met

hem kan opnemen. Dan nemen we haastig afscheid en vertrekken.

We laten een teleurgestelde groep handelaars achter ons en reizen

de eerste minuten in oostelijke richting. Dan leggen we ons plan

uit aan Pjotr die niets begrepen had van ons gebrabbel in de taal

van de woestijnwereld. Hoewel hem het idee maar niets lijkt gaan

we met een grote bocht terug richting west. We overleggen over de

beste manier om een verkenner vooruit te sturen. Helaas lukt het

Traz niet om zich in een wolf te veranderen. De loopvolgorde is

dan als volgt.

Traz                          (als verkenner voorop, maar altijd in het zicht)
Khemron, Mara en Krodahl      (10 meter achter Traz)
Orson en Hagar
Irdor en Marissa
Mussurana en Pjotr

We lopen lange tijd door een steeds dunner wordend bos. Ergens

rechts van ons loopt de weg. Het terrein biedt voldoende

mogelijkheden voor hinderlagen. Niets wijst echter op de aanwezigheid van de vijand.
Plotselinghoort Traz een groep ruiters aankomen. Zowel links als

rechts van ons flitsen er talloze pijlen uit de bosjes. Twee

groepen ruiters stormen op ons af. Verschillende leden van de

groep worden door pijlen getroffen. Vooral Traz is er slecht aan

toe. Er ontstaat een chaotisch gevecht waarin de tegenstander al

spoedig de overhand krijgt. Khemron draait zijn paard om dekking

te zoeken achter een laag heuveltje. De muilezel van Irdor slaat

op hol waardoor de toverspreuk van de tovenaar mislukt. Een

kleine etterige goblin springt achterop het paard van Marissa om

haar in reepjes te snijden. Marissa mist de etter maar als de

goblin van het paard valt springt Mussurana op hem en ontstaat

een worstelpartij. Pjotr trekt bliksemsnel zijn zwaard maar weet

daar vervolgens niet veel mee te doen. Een Orc zwaait met een

gigantisch slagwapen naar Krodahl die nog maar net op zijn paard

blijft zitten. Aangezien zijn "angst"-blik" mislukt chargeert

Krodahl dan maar in de richting van de groep boogschutters, die

nu grimmig met hun zwaarden zwaaien. De zwaar gewonde Irdor pakt

zijn demonenzwaard en valt hiermee de dichtstbijzijnde

tegenstander aan. Geen van de groepsleden weet zich ondertussen

van zijn tegenstander te ontdoen. Alleen Marissa en Hagar slagen

erin om om tenminste een treffer te plaatsen. De chaos is

compleet. Zo slecht heeft het er nog nooit uit gezien.




                                                                  Rob.