moeras kunnen komen. Traz is van mening dat we eerst graaf Eor
moeten helpen in zijn strijd tegen de bandieten. We komen de
bandieten toch vroeg of laat tegen, omdat er maar een goede route
door het moeras bestaat. Met name Orson is het hier niet mee
eens, vooral omdat dit veel extra tijd zal gaan kosten. Janner
vertelt ons dat de graaf hier dichtbij woont, namelijk slechts 15
minuten lopen hier vandaan richting moeras. We besluiten deze
graaf Eor eens een bezoek te brengen. We kunnen dan later wel
beslissen of we hem zullen helpen.
Janner weet niet veel concreets te vertellen over de graaf. Hij
heeft wel eens een liedje gehoord dat gaat over de redding van
dit land door het geslacht Eor. Hoe het precies gaat weet hij
niet. Hij vertelt dat er in het dorp wel eens een bard komt die
het hele lied kent. Ook kunnen we in het dorp een gids vinden die
ons door het moeras kan leiden. Er schijnen daar echter ook
bandieten te zitten.
Voordat we gaan slapen maken we een wachtrooster en laat Krodahl
de Guardian verschijnen, die wordt geïnstrueerd om elke Orc die
binnen komt te doden. De paarden en muilezels worden begrijpelijk
wat onrustig van dit vreemde wezen. De wachtvolgorde is als
volgt:
Eerste
wacht: Mussurana en Krodahl
Tweede
wacht: Irdor en Orson
Derde
wacht: Marissa en Traz
Vierde
wacht: Khemron en Hagar
Timtar, de 20e dag in de maand van het
insekt
's Ochtends vroeg zijn de leden van de groep wat opgefrist. Traz
en Marissa hebben tijdens hun wacht een groot beest horen
fladderen. Zo'n 150 meter van ons vandaan heeft het beest toen
iets opgegeten. Traz, Krodahl, Hagar en Khemron gaan op onderzoek
uit en vinden een vernield hutje op een open plek. Zo te zien
heeft een groot reptiel de voorgevel uit het huisje getrokken en
de bewoner opgepeuzeld. Het monster moet (zonder staart) zeker 4
meter lang zijn geweest en heeft grote klauwsporen achtergelaten.
Het lijkt wel of het vliegende wezen speciaal hier naartoe is
gekomen en niet bij toeval. Misschien was het wezen ons aan het
zoeken. Van het slachtoffer is geen spoor te vinden. Krodahl
begraaft hem, al is dat wel wat moeilijk zonder een
lichaam.
Irdor, Krodahl en Khemron zonderen zich af van de rest van de
groep. Er wordt gemediteerd, gestudeerd en de paarden worden
verzorgd. Tegen 7 uur in de morgen zijn we gereed om te
vertrekken. We lopen enkele paadjes af totdat we uitkomen op een
breed zandpad dat loopt van oost naar west. Aan de frisse lucht ruiken we dat de zee niet ver weg is. Krodahl meldt de overval
van het hutje aan een van de boeren die we tegenkomen. Deze is
niet verbaast en vertelt ons dat er wel vaker grote wezens uit
het moeras komen om mensen en dieren op te eten.
Nadat we zo'n 10 minuten in westelijke richting hebben gelopen
komen we bij een wit stenen gebouw. Het gebouw is laag maar wel
groot. Vlaggen en schilden zijn geel en dragen een wapen van een
zwarte pijl in een rode gloed. Bij het gebouw staan vele karren
en handelaars. Ons valt op dat er slechts weinig huurlingen bij
zijn, veel te weinig om zo'n transport te kunnen beschermen. De
enkele huurlingen die we zien lijken wel goede vechters maar
lijken niet erg gelukkig met hun baantje. De handelaars klagen
luidkeels.
Voor de ingang van het gebouw staat een enkele wachter. Op ons
verzoek mogen we naar binnen om met de graaf te spreken. We lopen
een binnenplaats over en komen langs een tuin en via een trap bij
een lange ruimte waar nog meer klagende handelaars zijn
verzameld. In totaal zien we 20 handelaars en zes wachters. Een
wachter regelt voor ons een audiëntie bij de graaf. Wel moeten we
even wachten.
Irdor spreekt een van de handelaren aan. Deze is overvallen en is
zijn beschermers kwijtgeraakt. Een ervan heeft hij zien sneuvelen
maar de anderen zijn erg bang geworden en weggevlucht. Andere
vertellers hebben een kleine man ontmoet, net voordat ze werden
overvallen. De rest van de verhalen lijken wel wat overdreven, al
is het duidelijk dat de overvallers goed bewapent zijn.
Achterin de ruimte zitten enkele handelaars en priesters bij
elkaar. Marissa reageert giftig als ze een groep priesters van
Kutoah ziet, gekleed in blauw met wit. Het gevoel is duidelijk
wederzijds. De priesters lijken hier op hun gemak, alsof ze hier
thuishoren. Krodahl voelt dat hier ergens een heel machtige
priester aanwezig is, hoewel niet in deze ruimte. Na een half uur
worden we door een van de priesters van Kutoah geroepen om bij de
graaf te verschijnen.
De graaf zit op een zetel achter een grote tafel. Hij is een
gespierde en energieke man en lijkt op het eerste gezicht wel
sympathiek. Schuin achter hem staat een priester van Kutoah in
een heel dure mantel waarop een beeltenis van een gouden zwaard
is genaaid. Hij lijkt iets onder zijn mantel verborgen te houden.
Krodahl herkent hem onmiddellijk als de machtige priester die hij had gevoeld. Een priester-schrijver zit aan de tafel en andere
hulp-priesters lopen af en aan. Een wachter staat bij de
deur.
Krodahl groet de graaf. De graaf nodigt ons uit om te gaan zitten
en vertelt ons zijn verhaal. Hij is blij dat wij eindelijk zijn
gekomen en heeft het al over een beloning. Het blijkt dat de
graaf ons een groep uitgestuurde wachters wil laten terughalen en
daarvoor een beloning heeft uitgeloofd. Een gedeelte van de
wachters is gedood maar de graaf gelooft dat er meer
achter zit.
Hij vertelt ons ook dat zijn raadsheer Jorlan ons met zijn
speciale krachten heeft onderzocht op vijandelijke bedoelingen. Ook Jorlan, de priester van Kutoah die achter de graaf staat,
geeft uitleg. Irdor vraagt of de graaf speciale vijanden heeft
die hier achter kunnen zitten. Op dat moment echter komt er een
priester binnen met drankjes. Hij loopt naar de graaf, mompelt
iets en houdt zijn handen omhoog, die plotseling gaan gloeien.
Een verblindende steekvlam ontbrandt bij de graaf die daardoor
vol wordt getroffen. Ook Jorlan wordt geraakt. Khemron doet
onmiddellijk zijn waterspreuk op de graaf, om verdere brandschade
te voorkomen. De priesters in de kamer staan als versteend en
doen niets. De aanvaller strooit wat poeder en verdwijnt in het
niets. De spreuken van Irdor en van Marissa hebben dan ook geen
vat op hem. Orson, die bij de deur staat, wordt fors opzij geduwd
door iets onbekends. Dan komt een stroom van handelaren en
wachters de ruimte binnen en ontstaat er een grote chaos.
Als de rust weer enigszins is teruggekeerd kunnen we alles even
op een rijtje zetten. De overvaller is volgens Krodahl de ene 2e
level van de rode priesters. De magie die hij gebruikte was heel
erg krachtig. De aanvaller was een wat kalende man van ca. 40
jaar met een baard. Hij gebruikte een zeer krachtige magie,
namelijk "stof van verdwijning" om onzichtbaar te worden. Irdor
heeft daar trouwens nog iets van mee kunnen nemen.
Een van de priesters van Kutoah wordt in de keuken gevonden
zonder kleren en met een grote bult op zijn hoofd. Vreemd dat hij
niet op een bloederige wijze is vermoord, zoals je van een
priester van Kali zou verwachten. Onze tegenstander werkt
blijkbaar niet zoals wij hadden aangenomen.
Tijdens het gevecht hebben we nog een glimp opgevangen van het
voorwerp dat Jorlon onder zijn mantel verborgen hield. Het was
een ivoren stafje met daarop een oranje/gelige edelsteen.
Wellicht gebruikte hij dat om onze gedachten mee te peilen. Een
van de priesters van Kutoah heeft zich nu over de staf
ontfermt.
Terwijl de graaf en zijn raadsheer worden verzorgd houden de
leden van de groep zich bezig met hun eigen projecten. Krodahl
geneest de verwondingen van Hagar. Ook doet hij navraag naar het
geslacht Eor en krijgt te horen dat de graaf niet is getrouwd en
geen kinderen heeft. In het dorpje Weggamoor is waarschijnlijk de
bard te vinden die het hele lied over de vloek van het geslacht
Eor kent. Orson is trouwens spoorloos verdwenen.
Irdor heeft contact opgenomen met Archemelion. Die weet te
vertellen dat hij niet langer wordt gezocht door de priesters van
Kali. Dat is voor hem prettig maar betekent concreet voor ons dat
wij nu nummer een staan op hun lijst. Aangezien we nu zijn
waargenomen lijkt het verstandig om nu meteen te
vertrekken.
Rotar, de 21e dag in de maand van het
insekt
's Ochtends vroeg komt een haveloze Orson aanzetten. Hij heeft de
hele nacht als beer door het bos gezworven en ziet er niet uit.
Hij waarschuwt ons om niet zonder licht bij volle maan buiten te
komen, omdat er dan vreemde effecten kunnen optreden. Mensen en elfen kunnen dan veranderen in bepaalde dieren. Orson denkt dat
het een kwaadaardige ziekte is en noemt het "Lycantropie". Hier
leven zogenaamde weerwolven, Khemron kent weerhaaien en Mussurana
heeft wel eens gehoord van weertijgers.
Rond een uur of 10 worden we door een wachter naar de privé-vertrekken van de
graaf gebracht. De graaf en zijn raadsheer zijn
beiden zwaar gewond. Het zal wel enige weken duren voordat zij
beiden weer zijn opgeknapt. Jorlon denkt dat de aanslag iets te
maken heeft met de vloek van het huis Eor. Enkele honderden jaren
geleden zijn in dit gebied belangrijke oorlogen gevoerd. De
eerste graaf van Eor heeft toen een zeer machtig persoon
verslagen. Deze heeft toen een vloek uitgesproken over het huis
Eor. De exacte formulering van de vloek is helaas onbekend. De
bard die als enige de tekst kent is spoorloos verdwenen.
Jorlon legt verder uit dat hij de hogepriester van Kutoah is. Hij is hier gekomen om de graaf Eor te steunen
in zijn strijd. De grote vleermuizen die wij hebben gezien zij inderdaad
bespieders. Nu dit woord valt merkt Marissa plotseling op dat de
groep op dit moment wordt bespied, door een tovenaar of een
magische bol. Wat de geheimzinnige spion precies kan waarnemen is
niet met zekerheid te zeggen. Het enige dat we hieraan kunnen
doen is met de hele groep binnen een beschermende cirkel te
blijven. We bespreken in de taal van de woestijnwereld wat ons nu
te doen staat. Krodahl wil de graaf wel helpen maar verlangt een
"Banish Undead"-scroll van de priesters van Kutoah. Marissa wil
helemaal niet helpen en stelt voor om belachelijk veel goud te
vragen. We besluiten om de graaf te helpen en dat in een brief
aan hem te schrijven. Om onze bespieder op een dwaalspoor te
brengen vertellen we de graaf dat we helaas niet kunnen helpen en
dat we er meteen weer vandoor moeten gaan. Ongemerkt weet Marissa
de graaf de brief toe te spelen, terwijl ze ook een pluk haar uit
het hoofd van de graaf trekt. Dit zodat Irdor later contact met
hem kan opnemen. Dan nemen we haastig afscheid en
vertrekken.
We laten een teleurgestelde groep handelaars achter ons en reizen
de eerste minuten in oostelijke richting. Dan leggen we ons plan
uit aan Pjotr die niets begrepen had van ons gebrabbel in de taal
van de woestijnwereld. Hoewel hem het idee maar niets lijkt gaan
we met een grote bocht terug richting west. We overleggen over de
beste manier om een verkenner vooruit te sturen. Helaas lukt het
Traz niet om zich in een wolf te veranderen. De loopvolgorde is
dan als volgt.
Traz
(als verkenner voorop, maar altijd in het zicht)
Khemron, Mara en Krodahl (10 meter achter Traz)
Orson en Hagar
Irdor en Marissa
Mussurana en Pjotr
We lopen lange tijd door een steeds dunner wordend bos. Ergens
rechts van ons loopt de weg. Het terrein biedt voldoende
mogelijkheden voor hinderlagen. Niets wijst echter op de
aanwezigheid van de vijand.
Plotselinghoort Traz een groep ruiters aankomen. Zowel
links als
rechts van ons flitsen er talloze pijlen uit de bosjes. Twee
groepen ruiters stormen op ons af. Verschillende leden van de
groep worden door pijlen getroffen. Vooral Traz is er slecht aan
toe. Er ontstaat een chaotisch gevecht waarin de tegenstander al
spoedig de overhand krijgt. Khemron draait zijn paard om dekking
te zoeken achter een laag heuveltje. De muilezel van Irdor slaat
op hol waardoor de toverspreuk van de tovenaar mislukt. Een
kleine etterige goblin springt achterop het paard van Marissa om
haar in reepjes te snijden. Marissa mist de etter maar als de
goblin van het paard valt springt Mussurana op hem en ontstaat
een worstelpartij. Pjotr trekt bliksemsnel zijn zwaard maar weet
daar vervolgens niet veel mee te doen. Een Orc zwaait met een
gigantisch slagwapen naar Krodahl die nog maar net op zijn paard
blijft zitten. Aangezien zijn "angst"-blik" mislukt chargeert
Krodahl dan maar in de richting van de groep boogschutters, die
nu grimmig met hun zwaarden zwaaien. De zwaar gewonde Irdor pakt
zijn demonenzwaard en valt hiermee de dichtstbijzijnde
tegenstander aan. Geen van de groepsleden weet zich ondertussen
van zijn tegenstander te ontdoen. Alleen Marissa en Hagar slagen
erin om om tenminste een treffer te plaatsen. De chaos is
compleet. Zo slecht heeft het er nog nooit uit gezien.
Rob.