Sessie 98, 13-09-1992, Afwezig: Maurice

 

 

Eerst een verhaaltje van onze DM over Skills:

 

Wapenskills Algemeen

Men kan de volgende levels hebben: Geen, 0, 1, 2, 3, 4 en 5.

Als men geen skill heeft krijgt men de penalties van het beroep. Skill 0 wil zeggen dat je er als karakter net mee begonnen bent en je bezig bent met training. De penalties zijn dan iets minder als geen skills. Skill 5 daarentegen is redelijk onbereikbaar en bij wapens kan men dat maar in 1 wapen bezitten. Op dat wapen is men dan ook eigenlijk onverslaanbaar. Ook kan men zeggen dat als men minder als 1 skill heeft, men altijd penalties heeft.

 

Wapenskills Systeem

Een fighter is het lopend voorbeeld van verzamelaar in wapenskills. Een fighter heeft bijvoorbeeld bij geen skill een minimale penalty: -2. Dat houdt in dat hij in praktijk met elk wapen om kan gaan. Magiërs zijn in deze hopeloze gevallen, oftewel complete rampen. Een fighter heeft altijd een +1 op damage, behalve als hij geen skill heeft.

 

Standaard Tabel Wapenskills Bonussen:

 

                        Damage Wapens

 

      skill   Damage    To Hit      Special

 

        1       +0        +0

        2       +1        +0

        3       +2        +1  Fast Draw

        4       +3        +2  Attacks

        5       +4        +3  ???

 

                        Dex Wapens

 

      skill   Damage    To hit      Special

 

        1       +0        +0

        2       +0        +1  Fast Draw

        3       +1        +2

        4       +2        +3  Attacks

        5       +3        +4  ???

 

Standaard Tabel Verkrijgen Wapenskills:

 

      skill Methode

 

        0   Iedereen, behalve magiërs en sommige clerics

        1   Door ervaring en training (Niet fighters meestal onder begeleiding

        2   Training onder begeleiding

        3   Training onder begeleiding en ervaring

        4   Training onder begeleiding van een skill 5 en erva ring

        5   Alleen door ervaring

 

Door het bonussysteem kan men boven de 20 komen met een D20. Heeft dat zin? Ja, want voor armour onder 0 en magische bescherming kan het zelfs zijn dat men boven de 20 moet komen, willen de dragers überhaupt geraakt kunnen worden.

 

Wapenkwaliteiten: Als men echt heel goed is; b.v. skill 4, en men heeft een oud roestig verrot zwaard, dan kan men het ondanks zijn skills toch nog vergeten. Wil men op skill 4 echt goed uit de hoek komen met zijn skills, dan heeft men eigenlijk een magisch zwaard nodig.

 

Andere skills

Bij skills anders dan wapenskills, is het beroep of het karakter bepalend. Deze skills gaan per karakter-level omhoog en worden uitgedrukt in procenten. Deze percen tage bepaalt hoe goed men in iets slaagt bij iets moeilijks. B.v. hoe goed lukt het om een slot te openen. Heeft men in het gebezigde geen skills, dan kan men het toch. Iedereen kan b.v. proberen een slot open te maken.

Het leren van deze skills gaat via het gooien van iemands Aanleg. Deze aanleg bepaalt de verdere gang en hoe goed men er in wordt.

 

 

Trotar, de 6e dag van de maand Leah en Endyl, in het jaar 311 N.O.

 

De kleuren van Cutoah zijn zoals al bekend was Blauw en Wit.

De priester op het slagveld: Geen bepaalde kleuren.

 

De namen Wegamoor als Weggemoor worden alle twee gebruikt.

 

Het is dus een trotar en laat op de dag, maar het is nog wel licht. In deze tijd van het jaar blijft het namelijk redelijk lang licht. Wij rijden dus door een bosrijke streek, zeg maar rustig bos, vooraf gegaan door een witte wolf. Dat beest is nogal eenzelvig en luistert voor geen meter. Maar goed, het zou Traz moeten zijn dus verbaast het mij niets. De manier waarop Traz dat flikt, veranderen in een wolf, kan met behulp van de verboden watermagie. Volgens de deskundi gen in de groep gebeurt de transformatie echter niet via magie, maar is het meer een natuurlijk proces.

 

We rijden door totdat we een geschikte kampplaats kunnen vinden. Dat gebeurt pas in het derde uur rond 9 uur 's avonds. En dan nog is het pas een plek waarvan ik denk: "Nja, het is er wel een". Maar er zit niets anders op, mede omdat het nachtleven hier scherper is ontwikkeld in het overvallen dus doorrijden zou een groter risico zijn. We besluiten daarom maar heel wijs om hier te stoppen en te overnachten. De lucht wordt nog eens extra bekeken, maar daar is niets opvallends te zien. Eigenlijk is dat raar, want normaal zie je toch wel iets vliegen. Ook horen we bijna geen beesten hier, althans geen grote beesten. Er is hier veel minder leven dan je zou mogen verwachten. In de directe omgeving zitten ze er in ieder geval niet. Wel zien we 200 meter verderop een rotsachtig heuveltje in een grasplek. Het doet me aan een grafheuvel denken, er groeit niets en het is gemaakt. Misschien toch maar eventjes gaan kijken? Er wordt geopperd dat het een grens indicatie zou kunnen zijn. Misschien wel, maar het blijft een vreemd geval. Marcel, Krodahl, Khemron en Irdor gaan kijken. Ik was wel meegegaan ware het niet dat Ardi-Ente niet meegaat en aangezien ik de taak heb om hem beschermen blijf ik bij hem: Het mocht daar eens mis gaan! Vanwege het luchtgevaar gaat er geen kampvuur aan, een lantaarn kan geen gevaar.

 

Het is een 1½ meter hoog en bovenin zit een gat en het ziet eruit alsof iemand met modder bezig is geweest. De indruk van een grafheuvel heeft het niet meer, het ziet er meer uit als een hol ergens van. Rondom de kegel groeit in een rand van 50 centimeter niets. Irdor merkt op: "Het is geen grafheuvel, dus maken dat je weg komt!" Marcel stelt dan voor: "Olie erin en aansteken. Dood kan het geen kwaad meer". Daar is de rest het niet zo mee eens en ze besluiten om terug te lopen.

 

Als ze verslag doen is mijn enige commentaar: "Stom dat je het niet uitgerookt hebt" en denk erbij: "Stelletje klung els". "Traz zou het moeten weten wat het is", zegt Sjaak. En inderdaad weet Traz wat het is en hij vindt het niet nodig om het uit te roken. Bij gevaar gewoon wegwezen laat hij ons weten via gejank en zijn staart tussen zijn achterpoten. Het is een soort insekt en ze zijn met veel. Hij weet niet of ze gevaarlijk zijn, maar hij zal waarschuwen als ze komen. We weten niet of die insekten kunnen vliegen en waarschijnlijk zijn het vleeseters, gezien de stille omgeving. Ondertussen is het zo donker geworden dat ik geen hand meer voor mijn ogen zie. Khemron vraagt aan Krodahl of hij een wachter kan neerzetten. "Ho, ho denk ik. Ik ben alleen ingehuurd om die Ardi-Ente te beschermen", maar blijkbaar worden Marcel en ik niet bedoeld. Krodahl vraagt dan heel koeltjes aan Khemron: "Wil je dat dan?". Ar di-Ente vindt het geen goed idee en anderen ook niet dus wordt er geen wachter neergezet (Ik vraag me nog steeds af welke wachter, maar goed, het zal wel). Dan komt iemand op het verstandige idee om toch maar eens een lantaarn aan te doen. Als de lantaarn aan is, zien we tot onze grote verbazing een soort witte mier lopen: een termiet. Het loopt midden in het kamp, kijkt even aandach tig rond (naar ons dus) en loopt weer weg. Het kan een verkenner zijn, dus linkie linkie! Mara en wolf Traz kijken er ook alleen maar naar. Dan wordt er gezegd dat termie ten in een bepaald jaargetijde alles vernietigen en laat het dus nu net het jaargetijde zijn waar we inzitten. "Goed, dan zal ik hem maar gaan vernietigen dan", zeg ik en pak de lantaarn. Iedereen is het er mee eens dus loop ik het termietje met de lantaarn achterna om het lekker te crun chen. Maar dan beginnen die twee joekels ineens te janken. Blijkbaar vinden ze het geen goed idee. Het stelletje zeikerds neemt meteen de mening van de twee dieren over en na eerst volmondig toestemming te hebben, wordt ik nu terug geroepen. "Weten jullie het zeker?", vraag ik nog voor de zekerheid terwijl ik klaar sta om de termiet te verpletteren. Ze doen heel erg zenuwachtig, ze weten het zeker. Ik loop dus maar met ophalende schouder terug. "Mietjes!", denk ik. Er wordt besloten dat mochten de termieten er aankomen, dat we dan als bange hazen weglopen. Maar goed het is al laat en tijd om te pitten. Er wordt een volgorde voor de wacht afgesproken:

            Irdor en Traz

            Khemron en Sjaak

            Krodahl en Marcel

            Ardi-Ente en Arven (ik dus)

Na de wacht volgorde nog eens herhaald te hebben, heeft Ernst-Jan mazzel, ga ik pitten. Ik vang nog net op dat we in ieder geval de komende half uur tot een uur volgens Krodahl niet worden aangevallen. Nou ja, hij is priester dus dat geloof ik wel. Terwijl er nog een tweede lantaarn wordt aangestoken lig ik al bijna te ronken.

 

Khemron en Sjaak zien tijdens hun wacht een zestal van die termieten langs ons kamp lopen. Deze specimen zien er wat anders uit: ze hebben veel bredere kaken. Volgens Khem ron reageert Mara bewust niet op de termieten, evenals Trazwolf.

 

Marcel en Krodahl zien ook een zestal termieten langs het kamp lopen, maar nu lopen ze met stukken beest in hun bek te sjouwen van het formaat kip of zo. Het vlees is duidelijk niet vers, dus waarschijnlijk zijn deze termieten aaseters. Voor de duidelijkheid: de termieten met hompen vlees in hun bek lopen naar het hol terug.

 

 

Zontar, de 7e dag van de maand Leah en Endyl, in het jaar 311 N.O.

 

Krodahl ziet er deze morgen nog serieuzer en bedachtza mer uit als normaal. Irdor vertelt dat hij een slechte droom heeft gehad. Er valt niet veel van te vertellen, behalve dat het ging over iets van wezens die zich om hem druk zaten te maken. Irdor ziet er geërgerd uit. Blijkbaar zijn de wezens waar hij het over had heel machtig en die machtige wezens hadden het over hem in negatieve zin! Hij vindt het raar dat ie de gedachten van die wezens zomaar in zijn droom opving. Eigenlijk wist hij niet eens dat ze bestonden. Dan vertelt ie nog wat onzin over wezens in het bos en dat hij daar misschien maar eens contact mee moest opnemen en zo. Van deze wezens hoorde hij toevallig over hen. Na het griezelverhaaltje van Irdor gaat iedereen zich bezig houden met wat hij elke morgen doet. Ik neem mijn wapens onderhanden en merk dat het bronzen zwaard er zelfs behoefte aan heeft. Shiraan is blijkbaar hier ver vandaan (merkt Khemron?). Krodahl is ook erg gezellig bezig: Hij is zijn offerdolk aan het prepareren. Iedereen verwacht van hem dat ie iets gaat doen, maar gelukkig verdwijnt de vervaarlijke offerdolk weer. Het is tijd om te gaan. Sjaak vertelt ons nog even over de termietjes en het wederzijds negeren. We zijn weer op pad

 

Op een gegeven moment komen we aan het einde van het bos. We moeten nu langs het moeras een stukje terug. Krodahl de priester vraagt dan ineens wat we hier aan het doen zijn. Dat wordt aan hem uitgelegd door Ardi-Ente. Dan blijkt dat die priester een kerel naar mijn hart is, want concluderend merkt hij op: "Oh, om dus die salamander koning een kopje kleiner te maken!". Ardi-Ente vraagt nog naar de dolk van hem, maar krijgt daar geen reactie op? Dan blijkt nog eens dat die Irdor maar een rare magiër is: hij schijnt last te hebben van laatste manen. Maar goed we bespreken nog even met Krodahl wat we van plan zijn te doen en wat we weten. Dan gaan we weer verder.

 

We komen aan in de buurt van het moeras. Het moeras scheidt een vervelende reuk af en allerlei vervelende insekten vinden het nodig om met ons te bemoeien, vooral veel muggen dus. Ook zien we een grote libel vliegen met een spanwijdte van ongeveer twee meter. Trazwolf blijft er een eind vandaan. Maar het mag ondertussen aan iedereen duidelijk zijn: Het gonst hier van het moerasleven. Mochten sommige zich daar nog niet echt van bewust zijn dan worden ze het op dit moment wel: Een soort grote hagedis van 2 meter hoog en zes poten komt op ons af! Het beest ziet er vervaarlijk uit met zijn grote tanden en klauwen. De groene kleur en de lange staart kenmerken het beest nog meer als reuzenhagedis. Ook heeft het beest een raar effect op ons: Khemron, Ardi-Ente, Krodahls paard, Sjaaks paard, Traz, Marcel en zijn paard, Ernst-Jan's rijdier en helaas ikzelf ook zijn plots helemaal verlamd. De rest ziet dat het beest rare fonkelende ogen heeft en wordt dan herkend als een Basilisk. Het gevolg van de verlamming is dan ook dat Khemron, Ardi-Ente en ik op de grond flikkeren en verlamd blijven liggen. Khemron is zo gevallen dat hij niets ziet evenals Ardi-Ente. Ik zie de Basilisk nog in mijn ooghoeken. Traz en Mara staan stokstijf naar de aankomend Basilisk te staren. Marcel zit stokstijf op zijn stokstijve paard en ziet het beest ook vanuit zijn ooghoe ken naderen. Krodahl stapt af en haalt zijn paard uit de paralize met behulp van zijn Holy Symbol. Met zijn Holy Symbol in de hand loopt hij iedereen af. Sjaak springt snel van zijn paard af, evenals Ernst-Jan die van zijn paard afstapt. Irdor komt snel in actie en gooit een lichtflits tegen het kop van de Basilisk. Die schrikt daar van en het stopt vervolgens. Irdor bereidt dan zijn volgende spreuk voor, de Bakspreuk. Ernst-jan begint eentonig te zingen, een tikje vreemd. Het is duidelijk dat hij gebruik gaat maken van een kracht die hij van zijn godheid heeft gekregen. Ondertussen staat de Basilisk nog steeds verblind stil. Krodahl haalt mij uit mijn verlamming en gelukkig zie ik de Basilisk niet goed, anders was ik misschien meteen weer verlamd geweest. Sjaak is bezig met een omtrekkende beweging en Krodahl maakt gebruik van zijn Macht: hij probeert de Basilisk goed bang te maken. Ondertussen heb ik het idee dat er een zegen van een god boven onze groep hangt; Ernst-Jan is klaar. Sjaak gooit met een mesje naar de Basilisk, maar die heeft daar geen enkel last van. Ernst-Jan begint aan een volgende Kracht. Krodahl weet dat de Basilisk voor zijn doen best wel slim is en dat zijn Macht daarom ook best wel effect heeft: De Basilisk vlucht als een gek het moeras weer in. (Het had ook ons als een gek omver kunnen lopen.) Voor Krodahl heeft de basilisk bedoelingen, is er een soort verwantschap en vertrouwd gevoel. Nadat hij de Basilisk nog even nakijkt helpt hij de rest van de groep uit de verlamming. Ernst-Jan moet zijn Sanctuary afbreken, evenals Irdor zijn Bakspreuk. Ik steek een beetje teleurgesteld mijn zwaard terug. Als Krodahl Trazwolf uit zijn verlamming brengt, heeft hij het idee dat Traz het helemaal niet leuk vindt. Sjaak moppert dat hij zijn messen in die zomp niet terug kan vinden. Maar goed het is tijd om verder te gaan. Ardi-Ente echter is blijkbaar beroerd neergekomen, want hij heeft erg veel pijn. Daarom geneest Krodahl hem met de kracht van zijn godheid. Dat doet de pijn bij Ardi-Ente verdwijnen, blijkbaar was er iets gescheurd. Dankbaar bedankt Ardi-Ente Krodahl en Kroch. We gaan eindelijk weer verder

 

Tien minuten later komen er een stel grote wespen, tien stuks, op ons afvliegen. Ik schiet helaas mis, terwijl Kro dahl en Ardi-Ente afstappen. Khemron schiet een wesp aan flarden, als Irdor en Sjaak ook afstappen. Ernst-Jan zit te balen. Marcel schiet twee keer en weer is er een wesp naar zijn grootje. Ondertussen zijn er drie wespen ons genaderd. Ardi-Ente is bezig zijn Vuurmuur uit te spreken en Irdor zijn Zwaartekracht spreuk. Krodahl bereidt een Kracht voor; een Vervloeking. Ardi-Ente wordt aangevallen door een wesp en loopt een pijnlijke steek op. De steek geeft zo'n pijn dat Ardi-Ente daar extra verwonding door oploopt. De andere wesp valt Marcel aan, maar die komt niet door zijn uitrusting heen. Marcel schiet weer een wesp dood, als Ernst-Jan ook afstapt. De paarden zijn heel nerveus van de wespen. Sjaak gooit drie messen en bescha digt daarmee een wesp. Irdor is ondertussen klaar met zijn Zwaartekracht spreuk en controleert een wesp. Khemron schiet nu mis. Ardi-Ente is nog steeds bezig met zijn spreuk, evenals Krodahl met zijn Kracht. Ik schiet in de tussentijd een wesp totaal aan flarden. Dan verschijnt er plots een vuurmuur vlak bij onze groep. De drie achterge bleven wespen hebben veel last van de vuurmuur. Ik stop mijn kruisboog weg en stap van mijn paard af. Marcel schiet nog vlug even een van de achterste wespen kapot. Irdor laat de achterste wesp, die hij onder controle had, de vuurmuur in vliegen, waardoor deze snel opgebrand is. De overgebleven wespen zijn nu ook ineens onhandiger geworden; Krodahl is klaar. Sjaak gooit weer drie keer en twee messen zorgen ervoor dat er van de voorste wespen er weer eentje minder is. Het schot van Khemron was net op de wesp die Irdor onder controle had en in de vuurmuur heeft laten roosteren. Krodahl pakt zijn mace, terwijl hij in zijn schild wordt gestoken. Ook Ernst-Jan pakt zijn wapen maar eens, als hij wordt aangevallen door een wesp. Gelukkig wordt hij ook niet gestoken. Ondertussen ben ik van mijn paard afgestapt en kan ik mijn zwaard pakken, terwijl Ardi-Ente zijn ponjaard pakt. De laatste achterste wesp vliegt weg; er is hier iets teveel vuur naar zijn zin. (Het vuurgordijn heeft trouwens een afmeting van 2x2 meter en hangt iets boven de grond.) De twee overgeble ven wespen vallen nu Sjaak en Marcel aan, maar beiden kunnen de aanval afweren. De twee wespen hebben duidelijk last van de Vervloeking. Marcel stopt dan zijn boog weg en stapt ook af. Sjaak trekt zijn zwaard, hakt en mist. Helaas sla ik ook mis. Ardi-Ente weet in een van de wespen een krasje te maken. Ernst-Jan staat te klungelen: zijn zwaard vliegt door de lucht weg. Khemron stopt zijn harpoen weg en pakt zijn speer. Sjaak wordt weer aang evallen, maar wordt weer gemist. Maar Sjaak zelf mist niet en slaat de wesp doormidden. De andere wesp valt Khem ron aan en wordt daardoor aan Khemrons speer geregen. Het gevecht is weer ten einde. Khemron kan nog een harpoen terugvinden.

 

De vraag is of we zo verder gaan of een eind van het moeras vandaan verder. Beide opties hebben gevaren. In het open land kunnen we een patrouille tegenkomen, het nadeel om langs de rand te reizen is al twee keer aang etoond.  Zeker Ardi-Ente weet daar over mee te praten, want hij heeft een vieze bult op de plek waar hij is gesto ken. Hij krijgt dan ook van Ernst-Jan een zalfje wat gelukkig wel iets helpt. Marcel laat de mietjes van de groep nog wat verder beven door het te hebben over de reuzen kikkers in het moeras. Maar gelukkig zitten die wat verder het moeras in en komen eigenlijk niet aan de rand voor. Maar goed, wat wordt het? Langs het moeras verder, of door het open veld. De vraag is hoe groot de kans is dat we een patrouille tegen komen. Dat weten we niet, maar ik vertel hen dat we die volgens mij vast tegenkomen. Ze besluiten dan om toch maar langs het moeras verder te gaan.

 

We zijn een uur onderweg en er is nog steeds niets ge beurd. Het reizen langs het moeras gaat iets langzamer dan normaal en is erg vermoeiend. Ook hebben we veel last van de muggebeten. Ook het volgende uur gebeurt er niets bijzonders. Op het laatst hebben we hier en daar al een paadje gezien: we komen in de buurt van de bewoonde wereld. Ook het gekwaak uit het moeras wordt zachter en het is tijd dat we naar een schuilplaats uitkijken. Maar een uur later hebben we nog steeds niets fatsoenlijks gevonden. Het dorp kan nu niet ver meer zijn, Trazwolf is nu ook vlak bij ons. Ze besluiten dat er eerst een verkenning van het dorp moet komen. "Oke, tot zo", zegt Sjaak dan is weg. De rest kijkt even verbaasd, maar beseft dan dat Sjaak er de aangewezen persoon voor is. Ze stappen af en iedereen houdt van alles klaar.

 

Mara staat te grommen, die voelt zich door iets niet op haar gemak. Ze staat dan ook steeds bij een bepaalde plek. Khemron gaat er naar toe en ziet op de plaats waar Mara staat te grommen sporen van klauwen. De tekening van de spoor: drie voortenen, een achterteen. Het is een spoor van een soort hagedis die op twee poten loopt en een sleep spoor achterlaat, vermoedelijk van een staart. De sporen zijn van de grootte van een mensenvoet. We vinden daar nog meer sporen en Mara blijft maar grommen. Trazwolf doet echter niet alarmerend, alleen extra gewaarschuwd. Het is hier dan ook wel erg rustig. Khemron kijkt even rond en zijn conclusie luidt dat het spoor richting moeras loopt en richting dorp, dat wil zeggen, richting Sjaak. We wachten hier dus tot Sjaak weer terug is. Dan horen we iets verderop een geschuifel wat dichterbij komt. Zowel Mara als Trazwolf spitsen hun oren en kijken een kant op. Als wij ook die kant opkijken, zien we een schildpad van ongeveer een meter hoog. Het honinggraden schild heeft een zwarte kleur en er staan tandafdrukken op. Marcel praat de groep weer moed in door het te hebben over de killer versie van die schildpad. Die hebben een kleiner schild en zijn veel sneller. Dan hoor ik weer wat mafs: ze stellen aan Khemron voor om eens met die schildpad te gaan praten. Nou ja, ik vraag het je. Alhoewel, met die rare elfen kun je natuurlijk nooit weten. Dan blijkt dat die elf er zelf ook al aan had gedacht en loopt dan op de schildpad af. Ik zie hem iets doen dan staat hij blijkbaar te kletsen met het schildpad, althans dat beweren ze. {Het onderwerp van de Speak with Animals is veiligheid.}

 

K:    "Gegroet schildpad. Wat ga je doen?"

S:    "Eten"

K:    "Gras of zo? Heb je last van wezens op twee benen."

S:    "LAST"

K:    "Wij hebben ook last van. Kunnen we jou helpen tegen wezens?"

S:    "Weet ik niet."

K:    "Zitten wezens in de buurt?"

S:    "Wezens..."

K:    "Met staart en twee voeten."

S:    "Wonen niet hier. Lang geleden, kwamen ze hier ...  Eten ..."

K:    "Eten jou of wezens als ik?"

S:    "Alles, alles eten ze...Vangen..."

K:    "Zelf op zoek naar eten?"

S:    "Eten"

K:    "Gegroet, veilige tocht, misschien komen we elkaar nog eens tegen."

S:    "Kan, weet niet. Zijn nog wezens in de buurt.

K:    "Wezens die ruiken als ik?"

S:    "Vijand, eten, vleeseters. Niet hol, niet woon, niet eng, anders. Eng niet hier. Eng ergens anders. Jij, als jij eng. Veel eng."

K:    "Ben je bang voor mij?"

S:    "Als jij, niet jij. Eten misschien, niet bang. Jij praat. Jij praat, Hoe?"

K:    "Magie, toverkracht."

S:    "Hoe?"

K:    "Met krachten."

S:    "Voel, voel niet eng. Andere eng voelen."

K:    "Zij wel erg?"

S:    "Oh? Niet eng>"

K:    "Hoe heet je?"

S:    "Heet?"

K:    "Naam."

S:    "Ik"

K:    "Khemron"

S:    "."

K:    "Nog een veilige tocht gewenst........."

 

En de spreuk loopt ten einde

 

Na een half uurtje komt Khemron weer teruglopen. Volgens Khemron was het een slimme schildpad. Het zal wel, maar rare lui die elfen. Op een gegeven moment duikt Sjaak op met een: "He". Iedereen, ook ik, schrikt zich rot zo plotseling Sjaak weer opduikt. "En ik heb nogwel lawaai gemaakt en zo...", verontschuldigt Sjaak zich, waarna hij zijn relaas doet:

 

            "Ik heb het dorp verkend en het ziet er verlaten uit. Aan de rand  waren een paar mensen die schichtig rond liepen. Het lijkt wel een vissersdorpje. Er is een bewer kerijtje, een voedselprepareerder en zo. ze leven van het moeras. De meeste huizen zijn verlaten, enkele zijn met geweld open gebroken. Ik heb het idee dat de paar mensen die hier nog zijn oudere mensen zijn die niet meer weg wilden gaan. Ook heb ik bloedsporen gevon den en sporen van moddermensen die vannacht moeten zijn langs geweest. Er loopt een weggetje het moeras in. Als we de mensen tegemoet gaan zullen ze waar schijnlijk wel weglopen. Er loopt ook een weggetje van het moeras het dorp uit richting de hoofdweg. In het dorpje bevindt zich ook een soort herberg, een soort boerderijtje en dat was het. In totaal zo'n stuk of 30 gebouwtjes. Van vier van die gebouwtjes is de toegang geforceerd. In de buurt van de herberg bevindt een stuk grond met dichter struikgewas. Ik stel dan ook voor het struikgewas in te gaan en wel nu en niet vannacht."

 

Het voorstel wordt aangenomen en we vertrekken richting het dorpje. Vrij snel komen aan bij een weggetje uit het moeras. Bij het dorpje zelf leidt hij ons de weg af richting het dichte struikgewas. Het struikgewas is vrij dicht en hoog, eigenlijk meer een klein bosje. Daar gaan we een paadje op dat we volgen, we moeten wel want door het struikgewas is geen doorkomen aan. Na een tijdje eindigt het paadje plots bij een hutje. Irdor is er wel erg enthousi ast over, want hij meldt zich meteen met een: "Hallo!". Gelukkig komt er geen antwoord uit het hutje waar rook uit schoorsteentje kringelt. Wel horen we iemand wat zingen; het klinkt vrolijk. Nou dat zit dus wel snor dus ik loop naar de deur toe en klop er op. Na geen gehoor doe ik de deur open, waarschijnlijk ongeveer op het moment dat de bewoner de deur ook opendoet. De bewoner is een oud ventje met verwilderd grijs haar. Het kleine, magere mannetje ziet er een beetje raar uit en kijkt wild uit zijn ogen. Slechts weinig tanden versieren zijn mond en voor de rest is het uiterlijk: vies en oud. Maar het kan spreken: "Bezoek? Zo vroeg op de dag? Ha,ha. En wat komt het brengen? wat komt het halen? Ik heb niets. Kijk een elf, hi, hi, hi. ... Ik ben niet bang voor de boze wolf ... Niet bang voor de maan Hi, hi, hi, is een elf. Nog een priester bij ook; twee priesters. Is bezoek ... heb je slangen in je haar?"

 

      "Nee, ik kom van ver", antwoordt Khemron. Waarop het mannetje verder gaat: "Ja, je praat raar en je hebt een gekke kop. Hi, hi, hi." Khemron blijft kalm en zegt: "U woont hier leuk". Daarop antwoordt het manne tje: "Mag je niet hebben, zit niets in. In dorpje is niemand meer. Gevlucht. Sommige zijn meegeno men. Hi, hi, hi. Zei het nog." Dan vraagt iemand: "Bent u toevallig Stevan?", waarop het mannetje zegt: "Steef, die ken ik. Dat ben ik. Hi, hi. Wat brengt het mee? We kunnen de hond opeten. Heeft het drinken bij. In de herberg is geen drinken meer. Ik heb al dagen geen druppel op." Irdor geeft het te eten, hetgeen erg snel opgeschranst wordt. "Lekker, wil meer." "Dat kan, maar dan moet je ons helpen", antwoorden we. Steef antwoordt dan: "Gaan we lol maken, plezier?" "We gaan naar het moeras toe" "Gevaarlijk ..., maar niet als je de weg weet. Waar wil het heen. Vissen vangen? Grote, kleine? Kikker billetjes?" en hij laat een flinke kippebout zien. Althans zo op het eerste gezicht, want het is een kikkerbil. Het mannetje praat verder: "Tombe is in het moeras. Dat weet ik wel. Dat was voor de slangen. Daarna kwamen de slangen. Kijk maar. Allerlei mannen zitten daar. Zijn gewoon boeven, dat weet iedereen toch? Bij de boeven iets stelen? Hi, hi, hi". De oude man heeft het steeds over slangen in zijn haar terwijl er niets te zien is. "Wat wil je stelen ?" "Niets, we willen vrienden bevrij den", antwoordt iemand. "Is gevaarlijk, heel enge tombe. Loopt iemand in die niet dood is. Allerlei mannen aan het graven. Man bij met rode mantel. Mij laten ze met rust, want ik heb vissen. Kan ruilen met drinken. Kikkerbilletjes ook. Grote gaten" ... "Nee allerlei stenen. Ik gevonden, gaan kijken. Was er eng, heel eng, allemaal slangen. Kan niet meene men, allemaal stenen. Enge stenen." We vragen: "Zijn er veel mensen?", waarop hij antwoordt: 'Nu, veel mensen, wel 100 mensen. Letten goed op. Is een weggetje . Kan er met kar komen. In heuveltje heeft gebouw gestaan, ruinen. Al een keer binnen geweest, allerlei ruinen. Lang geleden op heuveltje, in geweest en daar de slangen. Rode zegt: Hier moet je graven. Gaan sommige dood. Eentje was dood gegaan, was helemaal zwart geworden. Had verkeerd gegraven. Vindt Rode wel leuk. Woont een groot monster, een zwarte met vleugels. Die woont er al heel lang. Woont in een gat in de heuvel. Meestal slaapt ie, anders ben je dood. Mannen niet aan het graven bij het monster. Dan wordt je zwart. Als het licht is gaat ie visje brengen. Als het donker is, dan komen de moddermannen je halen. Die wonen daar. Nog maar pas. Halen men sen uit hun huis. Zien eruit als modder. De boeven zijn met veel op de heuvel. Zijn niet bang voor moddermannen. Gisteren niet; waren allemaal weg. Veel mensen gedood. Visjes mee terug genomen. Was wel erg zwaar zo'n tonnetje. Zwaar. Bran dewijn helemaal op." Wij zeggen dan tegen het manne tje: "Wij zijn andere boeven". Waarop Steef antwoordt: "Oh, zal die andere leuk vinden. Lijken tweeling. Priesters zijn van de boeven. Man bevel over. Zo. Tot ziens.."

 

en doet de deur voor onze neus dicht. Even staan we verbaasd te kijken naar een gesloten deur.

Maar wat gaan we nu doen. Er zitten blijkbaar 100 man daar. Wat betreft de overnachting vindt Krodahl dit op zich een goede plek. Je kunt hier alleen maar komen via het paadje. Maar terug te komen op het probleem tombe. Ze zijn daar ergens naar aan het graven. Het is niet bij de ruimte bij de draak. Misschien zijn ze op zoek naar de ring? De weg er naar toe moet een vrij stevig weg zijn in verband met de kar. Het zou nuttig zijn als we wisten wanneer ze weg waren. Dan is het weer eens nodig om onze primaire doelstelling nog eens te herhalen: Uitschakelen van de Hagedis Koning. (Of was het salamanderkoning?) Er waren weer een paar mensen aan het afdwalen en dat kan ik nu niet gebruiken met mijn zwaard. Maar goed, het is duidelijk dat ze iets aan het zoeken zijn. Krodahl vertelt dat hij van Hogeraf afgeraden werd om de Rode af te maken. Dat zou anders teveel aandacht op ons vestigen. Ook dat de plannen van de Rode priester niet mogen slagen. Hij moest als zijn bronnen ten volle gebruiken om informatie te garen. Volgens Ernst-Jan bleek uit het verhaal dat de tombe van die koning heel goed beveiligd was en heel erg ver weg. Misschien dat het graven daar mee te maken heeft. Ook vraagt hij zich af hoelang ze daar al bezig zijn.

 

      "He, bezoek. He, zijn jullie het weer. Gisteren waren jullie hier ook al. Zaten weer met leeg vaatje. Zo waar is het? Moet wel drinken, anders krijg ik meer slangen!" Ernst-Jan geeft hem zijn veldfles brandewijn die erg snel leeg wordt gezopen. Dan gaat de deur weer dicht: 'Tot ziens."

 

Volgens Sjaak is Steef niet altijd gek geweest. Hij moet een tik hebben opgelopen van iets. De ruimte waar Steef het over heeft gehad, kan een taboe plek zijn geweest. Dan zetten we alles nog eens op een rijtje wat we moeten weten:

 

 -    Hoe verslaan we de Hagedis Koning?

 -    Wanneer zijn de boeven, de Rode, de moddermannen en draak daar weg?

 -    Wat heeft Stevan ontdekt?

 

Er is een reële mogelijkheid dat de Hagedis Koning niet in zijn tombe begraven is, want de tombe was al gebouwd voor de slag. Degene, de erven, die hem hebben begraven, hebben dat met de bedoeling gedaan dat ie niet meer opgegraven zou worden. Wie de erven zijn is onduidelijk: de verslagenen volgelingen of de overwinnaars. We (Irdor dus) kunnen iets oproepen die op veel vragen een ant woord kan geven. Mogelijkheden voor een oproeping:

 

 -    Een Guardian, wat is hier de laatste tijd gebeurd?

 -    Een signaal met karakteristieken en hopen op ant woord.

            Dit is een soort oproeptrommel.

 -    Een draak.

 -    De Rode priester.

 

Het is blijkbaar voor de Rode heel belangrijk dat ie hier bezig is. Het is de belangrijkste priester die hier bezig is. Van wie hebben ze die informatie?

 

Arven Mulderszoon,

Particulier