Nou, het is wel zo dat men bij het graven naar vroeger
vaak meer vindt dan men denkt... vaak andere dingen.
Zontar,
de 7e dag van de maand Leah en Endyl, in het jaar 311 N.O.
Mensen! Vijanden? Nee, vrienden. Spreken. Hmm, overnachten? Ja goed, overnachten. Onenigheid. Trekken geen wapens. Goed. Binnen overnachten? Nee! Ah, ander wil buiten overnachten. Goed. Overnachten hier. Goed. Plek al klaar. Zijn het eens. Mooi, geen ruzie, niet binnen.
Scharminkel wil geen wacht houden. Zwak. Makkelijke prooi. Opeten? Nee, vrienden. Is knoeier. Vuur. Gevaarlijk! Geen ruzie. Zijn het eens?
Menswezens gaan eten. Ruikt vies. Dood, hard. Alleen die ene, ruikt goed. Zat niet in tassen. Vreemd. Uit zakdoek? Kan niet. Andere wezens zien het ook. Vinden het niet leuk. Willen ook. Kan niet zegt Sjaak. Sjaak? Ja, menswezen heet Sjaak. Zegt is te weinig. Te weinig? Snif, hoender. Is beter. Grrr, Mara wil ook. Mara vriend. Hoender niet pakken. Snif, snif, snif. Ha, konijn. Ook goed. Ver weg. Geen probleem. Kruip. Spring. Sluip. Stop. Daar. Konijn. Ziet me niet. Goed. Sluip, sluip, sluip, en... Spring!
Hebbes. Grrr, grrr, lekker. Warm bloed. Vers vlees. Botten kraak. Geen honger. Snif. Gevaarlijk hier. Moet uit moeras. Nee, vrienden. Beschermen. Terug naar hen.
Man zit raar. Is bidden. Grrr, enge man. Gevaarlijk. Toch vriend. Niet doden. Hij gaat slapen. Goed.
Andere man, ook gevaarlijk. Ouder. Zwak. Beschermen. Is eng. Praat. Gaat over moeras. Goed. Moeras gevaarlijk. Beter weggaan. Sjaak? Ja is Sjaak. Vind moeras ook gevaarlijk. Goed. Rest geen probleem. Rest? Belangrijk. Moet meepraten. Kan niet, ben wolf. Nee! Ben Traz. wolf. Traz. Traz. wolf. Ben Traz. Moet terug. Aaahhhggg.
Krakend en onder het zweet kom ik eindelijk weer terug. Volkomen uitgeteld lig ik op de grond, nieuwsgierig aangestaard door mijn groepsgenoten. Na een minuutje gaat het gelukkig wel weer. Maar goed dat ik me eraan dacht me terug te veranderen. Het duurde nu al langer als normaal. Geen goed teken.
We bespreken de situatie verder en komen tot de conclusie dat die halve zool daar wel eens een probleem kan vormen. Hij gaat morgen tenslotte gewoon naar dat tuig. Met een beetje pech vertelt hij ze uitgebreid dat hij bezoek heeft.
Het gesprek wordt onderbroken als Sjaak iets ruikt. Helaas zijn mijn reukorganen weer normaal, ik ruik niets. Mara staat echter met de haren recht overeind richting het dorp. Vast weer een of andere ongelukkige ziel die het slachtoffer wordt van de moddermannen. Gelukkig lijkt er niets deze kant op te komen.
Krodahl stelt dan voor om een guardian op het pad neer te zetten met als opdracht alles vanaf mensgrootte aan te vallen, met uitzondering van de groep en de gek. Ik vind het echt een slecht idee. Dan slaap ik hier nog liever zonder wacht te houden. Gelukkig worden we door Arven onderbroken. Hij wil graag wat experimenteren met zijn zwaard en checkt dan ook op ondoden. Voor zover hij na kan gaan zitten die er niet. Khemron is daar niet verbaasd over. Hij slaat tenslotte nog niet blauw uit.
Ardi-Ente dicht elfen allerlei bijzondere eigenschappen toe en vraagt dan ook aan Khemron: "Hoor jij ook niks trouwens?" "Wat zeg je?" Nee dus.
Het moeras vormt ondertussen nog steeds het probleem. Hoe zou die mafkees zich er in leven houden? Een of ander middeltje misschien. Hij ruikt volgens Sjaak wel raar, alsof hij over zich heen gescheten heeft.
Krodahl luistert ondertussen zoals gewoonlijk niet naar wijze bezwaren en doet die engerd van een guardian. Die plek voelt dus echt niet prettig aan. Kan me niet schelen dat die duivel niet veronderstelt wordt mij aan te vallen, ik zet daar geen stap naar binnen. Khemron is er ook niet zo enthousiast over, hij ziet er af en toe iets uit zijn ooghoeken bewegen. En Mara kan er sowieso niet door, ze wordt meteen de nek omgedraaid. En dat terwijl Mara toch echt niet onder de opdracht van Krodahl valt. Maar hij schijnt Mara niet te motten. Mara is ook geen gewone hond. Maak je maar geen zorgen hoor Khemron. Als er problemen komen sta ik aan jouw kant. Ik heb nu al zin om een paar pijlen naar die enge plek daar te jassen.
Krodahl griezelt nog even verder met een 'cliff of warding', maar gelukkig maakt hij van die kracht tenminste geen gebruik.
Met name Arven is ondertussen nieuwsgierig naar mijn verandering in een wolf en weer terug. Volgens hem moet ik een priester zijn. Hoe haalt hij het in zijn hoofd? Ardi-Ente heeft er wel eens meer van gehoord, maar dat was bij volle maan. Daar heb ik van gehoord, dat is een ziekte. Ik ben echter niet ziek. En mijn verandering heeft wel wat met goden te maken, maar dat maakt me nog geen priester. Ik ben gewoon een woudloper. Krodahl begint onmiddellijk met zijn volkomen gebrek aan humor aan te vullen dat ik ook zandloper, sneeuwloper, en wat al niet meer ben. Die gluiperd van een Sjaak weet er nog wel een, hoerenloper. Ik maak hem goed duidelijk dat hij het toch echt mis heeft. Ik ben geen hoerenloper. Inderdaad betekent dat dat ik nog nooit bij de hoeren geweest ben. Sjaak is hier duidelijk verbaasd over. Maar waarom zou ik me in zo'n tent laten beroven, een stad is zo al erg genoeg. Ik peins er dan ook niet over om eens in Dumador langs zo'n gelegenheid te gaan. Je vrijt toch niet met een meisje wat niet uit zichzelf wil. Al doet ze het honderd keer op z'n elfs.
Arven is echt nieuwsgierig, hij wil ook graag weten waar Kroch voor staat. Krodahl legt het gelukkig eigenlijk helemaal niet uit. Hij komt nauwelijks verder dan iets met vechters. Arven is echter niet achterlijk, hij weet dat daar een ander voor staat. Krodahl eigenlijk ook wel, iets met blauw of zo. "Dat zijn wij!" Ernst-Janred steekt zijn verontwaardiging niet onder stoelen of banken. Gelijk heeft hij. Wat je van zijn godsdienst ook zegt, ze behoren in ieder geval tot de goeien. En duivels behoren dat volgens hem beslist niet. Ah, tenminste eentje met hersens.
Khemron wordt het allemaal een beetje te veel. Hij laat zich ontvallen dat hij liever naar huis ging. Dat hij zich hier niet lekker voelt kan ik me voorstellen, maar dat hij niet alles op alles wil zetten om de wereld te redden, dat valt me toch vies van hem tegen.
Een probleem waar we nog steeds mee kampen is gebrek aan informatie. Behalve allerlei eng geklooi met de verkeerde krachten, hebben we ook een goede bron van wijsheid, de Witte Wolf. Ergens staat het me niet aan dat zij bepalen wat ik aan de Wolf moet vragen. Helaas is het het verstandigste om te doen. Krodahl kan ook wel vragen stellen, maar dat van hem is niet zo machtig. Ernst-Janred heeft die kracht niet en nee, hij kan Cutoah ook niet gaan vragen of die misschien een keer een uitzondering wil maken. Zoiets kan hij pas vragen als hij beter wordt, en zelfs dan is het nog zeer twijfelachtig of hij het krijgt.
We komen uiteindelijk tot de conclusie dat onze meest dringende vraag is wat nu precies het doel van dat gegraaf daar is. Krodahl begint zich nog druk te maken over de precieze formulering, maar wat maakt het nou uit hoe je het vraagt? Wat je wilt weten blijft toch hetzelfde. Ik vraag dan ook gewoon aan de Witte Wolf waar ze naar aan het graven zijn. Hij antwoordt met een bezorgde stem:
'De man in het rood probeert in de tombe door te dringen. Als hij daar in slaagt, zal hij in staat zijn om physieke controle over de Macht daar uit te oefenen. Zijn godsdienst zal hierdoor plotseling zeer machtig worden in deze streken en het Einde zal een sprong dichterbij zijn.
De man krijgt iedere dag andere bijzondere krachten. Dit betekent steeds weer een risico dat hij zich van jullie bewust kan worden. Wanneer weet ik echter niet.
Al met al is het nou niet bepaald een geruststellend antwoord. Ik meld de rest dan ook in grote lijnen wat de Wolf me verteld heeft, maar ze zijn daar duidelijk niet tevreden mee. Ze willen het per sé letterlijk horen.
Misschien is dat ook maar wel zo goed. Ik moet zeggen dat ik het een moeilijk antwoord vind. Wat zou de Wolf precies bedoelen? Het de Wolf zelf vragen heeft weinig zin. Niet alleen heb ik vandaag mijn vraag al gesteld, maar de Wolf heeft ook al alles wat hij over dit onderwerp wil zeggen gezegd.
Gezamenlijk komen we tot de conclusie dat het stuk over die andere bijzondere krachten betekent dat de rode priester elke dag een andere spreukenset heeft. De betrokken godsdienst kennende, schat Krodahl dat hij die krachten niet zelf kan uitzoeken. Het zal elke dag wel weer een verrassing zijn wat die priester nu weer kan. Maar dat betekent waarschijnlijk ook dat hij zijn spreuken zal gebruiken.
Het eerste stuk is moeilijker. Wat is precies physieke controle over de Macht daar. De Macht is waarschijnlijk aan de tombe gebonden want de Wolf zegt dat de godsdienst in deze streken zeer machtig zal worden. Maar wat er nou precies met physiek bedoeld wordt? We denken uiteindelijk dat het om de ring gaat waarvan in de Ballade van Sakatha sprake is.
Wat we moeten doen is duidelijk, zorgen dat die man in het rood die physieke controle niet krijgt. Dat kan door hem te doden, maar Krodahl wil niet dat we hem vernietigen. Hij heeft van zijn god te horen gekregen dat dat onverstandig is. Bovendien zal die griezel waarschijnlijk moeilijk een kopje kleiner te maken zijn. Hij is een uniekeling, en heeft dan ook waarschijnlijk speciale bescherming.
Als we de priester zelf niet kunnen stoppen, blijft als enige mogelijkheid over eerder bij het gezochte zijn dan hem en dat dan vernietigen.
Sjaak denkt trouwens dat de aanslag op de graaf alleen maar bedoeld was om tijd te rekken. En de overvallen zijn waarschijnlijk om degenen die een keer verkeerd graven aan te vullen.
Aangezien we niet weten hoe het daarginds allemaal er precies uitziet, besluiten we dat Sjaak er morgen eerst gaat verkennen. Hij gaat dan gewoon met Steef mee. Als hij zich Jodokus noemt herinnert Stephan zich toch niet dat dat eerst anders was. En wie gelooft er nu zo'n halve zool? Krodahl wil Sjaak nog waarschuwen voorzichtig te zijn met tombes, maar Sjaak heeft die waarschuwing niet nodig, hij is al in zo'n acht tombes geweest. Meer dan wij.
Nu we weten wat we morgen gaan doen, kunnen we eindelijk gaan slapen. Niet dat we tot diep in de nacht zijn doorgegaan. Daarvoor zijn de nachten in de zomer veel te kort. Maar het is nu laat genoeg, en met als wachtvolgorde Irdor/ik, Khemron/Sjaak, Krodahl/Marcel en Ernst-Janred/Arven brengen we de nacht vredig door (Ardi-Ente heeft inderdaad de extra rust gekregen die hij zo hard nodig heeft).
Amtar,
de 8e dag van de maand Leah en Endyl, in het jaar 311 N.O.
Die griezel van een guardian is in het licht een stuk beter waarneembaar. Het is een soort schaduw, maar dan niet helemaal. Een soort halfzichtbaar iets. Het blijft er in ieder geval ook nog wel een tijdje, Krodahl's spreuk duurt 12 uur. Ik peins er niet over om langs het pad te gaan zolang die griezel daar nog is. De anderen zijn gelukkig ook niet erg enthousiast. Reden genoeg voor Krodahl om zich af te vragen of hij die guardian eigenlijk ook eerder terug kan sturen. Hij loopt maar eens op de guardian toe, die hem strak aankijkt. Vervolgens zegt Krodahl tegen hem dat zijn taak er op zit. De duivel buigt slechts en verdwijnt. Dat valt weer mee.
Sjaak zit tijdens het ontbijt weer te smikkelen en te smullen. Ach, van mij mag ie. Ik heb gisteren duidelijk geroken dat hij dat spul niet gewoon bij zich heeft en ik blief geen eten dat door allerlei duistere knoeierijen verkregen is.
Helaas blijkt die vent ook nog over een magisch zwaard te beschikken. Gelukkig is dat ding niet al te veel bedorven, het enige wat het doet is slaan. Ardi-Ente is hierover duidelijk teleurgesteld. Hij had toch wel minimaal verwacht dat er een bliksem of zo uit zou komen. Sjaak haast zich dan te zeggen dat hij wel een fighter in de groep heeft gehad met zo'n soort zwaard. Het deed iets met vlammen. De fighter is helaas vroegtijdig overleden, iets waar ze naar Sjaak's volkomen niet terzake doende mening wel vaker last van hebben. Zichzelf opofferen en zo. Ik kan me niet voorstellen dat die fighter zich voor Sjaak heeft opgeofferd, die vent is dat niet waard. Met het zwaard heeft hij gedaan wat je inderdaad maar het beste met dergelijk spul kunt doen, verpatsen en de opbrengst verdelen. Sjaak vindt dat laatste duidelijk zonde. Die fighters drinken hun aandeel toch maar op. Arven bevestigt dat door zich af te vragen wat je er anders mee moet. Aan de goede zaak geven komt natuurlijk bij niemand op. Triest.
Khemron gebruikt de vroege ochtend om tot Shiraan te mediteren. Extra info levert dat niet op, maar het is wel rustgevend. Verder voelt hij dat Shiraan best wel ver weg is, als het elvenzaken betrof zou ze dichterbij zijn.
Het regelen van het verkenningsbezoek kunnen we gerust aan Sjaak overlaten. Hij gaat wel Stephan's hut binnen waarna er een hoop gegiechel en gelach volgt. Sjaak's uiterlijk heeft ook enige aanpassingen ondergaan. Hij ziet er nu bijna net zo belachelijk uit als Steef. De twee hebben aan elkaar duidelijk genoeg, we worden zo'n beetje genegeerd. Ik kan niet zeggen dat ik dat erg vind.
[Technisch: een mes doet vanaf nu 1D4 damage, een dolk en een ponjaard 1D6 en een kort zwaard 2D3. Met dank aan Lizette.]
Stephan's afwezigheid is voor Irdor aanleiding eens in Stephan's hut rond te gaan neuzen. Hij liever dan ik. De hut is ronduit smerig, een halfafgegraven beerput omschrijft het nog het beste. Wel is er opvallend veel voedsel binnen. De vliegen smullen er heerlijk van. De aanblik roept bij Irdor een andere herinnering op, dat van een somber gebouw waar hij doorheen loopt. Er branden daar fakkels aan de muur en er ligt overal schijt op de vloer. Ook hoort hij allerlei schijtgeluiden.
Arven is het zwakke optreden van Krodahl nog niet vergeten, en benut de dag om hem over zijn wazige godsdienst te jennen. Dat had hij dus beter niet kunnen doen. Krodahl spreekt hem een tijdje onder 4 ogen, om een of andere reden schijnt Krodahl met name mij er niet bij te willen hebben, en dan is Arven voorgoed verpest. Kroch spreekt hem wel aan. Dat Kroch maar een kleintje is, daar kan Krodahl niets aan doen. Dat Krodahl wel beweert een vermoeden te hebben waardoor Kroch ten onder is gegaan, maar dat niet wil zeggen, mag de pret niet drukken. Dat Krodahl niets kan doen tegen het kwaad dat overal, terecht, over Kroch gesproken wordt maakt allemaal niets uit. Kroch behoorde immers tot de verliezers, en daar mag je kwaad over spreken. Het feit dat Kroch vroeger tot de zwarte partij hoorde, schijnt ook al niet zo uit te maken. Om een of andere reden maakt men die tweedeling in zwart en wit niet meer. Al met al is Arven best wel enthousiast over Kroch, een enthousiasme dat door Marcel gedeeld wordt. Dat het bronzen zwaard van Arven volgens Krodahl destijds door de tegenpartij gebruikt is maakt ook al niks uit. Ardi-Ente ontlokt dit nog de suggestie dat Arven nu misschien wel de eerste van de Orde van het Licht is. Maar een fakkel brandt bij hem niet langer, hij geeft geen licht en hij weegt ook niet minder. Kortom, typisch een magiër om met zo'n stomme suggestie te komen.
Khemron informeert nog bij diverse groepsleden of hij bij hen misschien kan leren lezen en schrijven in het Common. Lezen en schrijven? Is dat niet iets met papier? Gelukkig voor hem schijnt Ardi-Ente daar wel wat aan te doen.
Tegen het einde van de middag is het dan zo ver. Er komt iets terug dat Sjaak zou moeten zijn. Steef is helaas ook van de partij.
"Eh eh, ik heb bezoek. Hallo, wie zijn jullie?"
"Bezoek."
"Wat praten jullie gek. Hebben jullie ook slangen?"
"Ja."
"Oh ja, waar dan?"
"In mijn haar."
"Eh, eh, er zit een elf bij. Lekker hondje trouwens."
"Geen vaatje meegekregen?"
"Van de boeven? Ken je die?"
"Kom je daar vanaf?"
"Ja, ben ik geweest."
"Hebben ze je niet beroofd?"
"Maar ik heb helemaal niets. Lekker visjes gevangen met mijn maat, Jodokus. Kan heel goed visjes vangen. Kikker heeft hem bijna opgegeten. Moet het nog leren."
Gelukkig besluit hij om dan zijn visjes maar eens te gaan roken, dat doet hij in zijn hut. De enige twee van ons die gek genoeg waren om met die idioot te praten waren Irdor en Arven. Waarbij Arven bijna niet bijkwam zodra het over Jodokus ging.
Sjaak, eindelijk aan Stephan ontsnapt, werpt Arven een bijzonder vuile blik toe. Deze is daar totaal niet van onder de indruk. Sjaak voelt zich verder door en door vies. Niet gek, want dat is hij ook. Toegegeven, een goed bad vormt hier in het moeras een probleem, maar dat is natuurlijk nog geen reden om je in handen van die magieklutsers te plaatsen. Zonder enige inspanning doden ze alle vlooien, untieën ze het haar en polishen ze zijn uitrusting. Kortom, de rillingen lopen over mijn rug. Khemron vraagt ook nog of Sjaak een boer wil laten. Arven heeft daar geen spreuk voor nodig, BURRRP. En daar laat hij er nog een. En nog eentje. BURRRP, daar komt Stephan ook nog uit zijn hut met de mededeling dat hij dat ook kan. Wat Khemron's aandeel hierin was [de twee boer van Arven] blijft volstrekt onduidelijk.
Sjaak is ondertussen eindelijk zo ver dat hij ons in kan lichten. Daartoe pakt hij pen en papier. Waarom vertelt hij niet gewoon alles? Sjaak begint dan een of ander warverhaal over dingen die hij vergeet. Lijkt me lastig hoor, zo vergeetachtig zijn. Maar Sjaak schijnt er toch wat anders over te denken. Iets met dat anderen niet moeten vinden dat je te veel weet en zo. Allemaal heel verwarrend. Je weet toch gewoon wat je weet? En ja, ik weet die ene naam ook nog steeds. Dank je Krodahl dat je me daar aan moet herinneren! Ik voel me plotseling helemaal niet zo lekker hier.
Het intermezzo heeft Sjaak's geheugen gelukkig nog niet beïnvloed. Hij vertelt dat er een heleboel paadjes door het moeras lopen. Stephan is er duidelijk bekend mee. Hij heeft ook een handige manier om kikkers te vangen. Die rotbeesten sleuren je met hun tong naar binnen. De truc is nu om een stok rechtop in zijn bek te zetten en dat beest daarna overhoop te steken. Stephan deed dat soms zelfs van binnenuit. Sjaak moet bekennen dat hij er zelf niet op voorbereid was, zonder tussenkomst van Stephan was hij nu dood geweest.
De bandieten zitten op een soort heuvel met een diameter van ongeveer 100 meter. Er is daar een plek waar niemand komt. Daar zit vast de draak. Ook is er een stuk met allemaal ruïnes van gebouwen die half in de grond steken en half boven de grond uitkomen. Het gaat om een stuk heuvel met zijden van zo'n 40 meter. Aan de noordkant staan karren. Maar als ik hem vraag waarom hij dan iets anders tekent, geeft Sjaak geen bevredigend antwoord. De gekke tekens die hij daar neerzet zijn duidelijk geen karren, en toch moeten ze die volgens Sjaak voorstellen. Het ergste is nog dat de anderen Sjaak nog gelijk geven ook. Belachelijk gewoon.
Vlak bij de karren bevindt zich een groot gat in de ruïnes, volgens Sjaak wonen ze daar, de paarden worden daar ook gestald. Aan de westkant is ook nog een gat waar de bandieten veel in en uit lopen. Sjaak denkt dat ze daar aan het graven zijn. Een derde gat wordt weinig gebruikt. Deze staat waarschijnlijk in verbinding met het woongat. Tussen het woongat en het westgat bestaat vermoedelijk geen verbinding. De gaten moeten al oud zijn. Uit het geraaskal van Stephan heeft Sjaak begrepen dat deze in het westgat geweest is.
Het graven lijkt in ploegen te gebeuren en gaat met houwelen en scheppen. Er komen ook mensen gewond uit het westgat, vol met schroeiplekken en zo.
Op de heuvel wordt continue gepatrouilleerd, maar alleen in het westen, noorden en oosten. De kant van de draak wordt overgeslagen. Ook rijdt er ongeveer elk uur een patrouille te paard over de weg. Deze patrouille bestaat uit een man of 6, allemaal goed bewapende lui. De weg is trouwens niet echt een weg, het bestaat meer uit water dan uit land. De patrouilles op de heuvel bestaan uit twee groepen van elk ±12 man. De wachters zijn heel waakzaam en lopen met gespannen kruisboog en piek in de aanslag rond. Toch zijn veel van hen gewond, niet zo vreemd als je bedenkt wat er zoal uit het moeras kan komen en ook komt. De wachters worden nauwelijks afgewisseld. Hooguit als er eentje omvalt misschien, iets wat bij sommigen onder hen niet lang meer kan duren. De hobgoblin zit vaak bij de bereden patrouille.
In totaal schat Sjaak dat er zo'n 60 schurken zitten.
Sjaak heeft de rode priester niet gezien, wel een andere. Deze liep in gewone kleding. Als dat dezelfde vent is als toen bij die hinderlaag zal ik met plezier zijn hoofd splijten.
De begroeiing van de heuvel is zielig. Aan de zuidkant, bij de draak dus, is zelfs geen boompje of struikje te bekennen. De patrouilles blijven daar ook helemaal niet rondhangen. Gek hè?
Stephan heeft zijn vis bij de karren geruild. De lui daar konden wel met hem lachen. De verkregen drank was al weer op voordat Stephan terug bij zijn hut was.
Sjaak is van mening dat de lui op de heuvel niet allemaal geestelijke gevangenen zijn. Hij denkt aan zo'n 30%. Hoeveel dat is verteld hij echter niet. Wel meldt hij dat er altijd leiders bij zitten. De graafploegen worden verder om de 4 uur of zo afgewisseld. Wat er met degenen gebeurt die het begeven kan Sjaak ook vertellen. Hij heeft een keer gezien hoe twee personen naar buiten gedragen en zonder plichtplegingen in het moeras gekieperd werden.
Arven durft het bijna niet te vragen, maar heeft Sjaak Biron misschien ook gezien? Biron is volgens Arven een vent met een wat groot uitgevallen neus en zwart, steil haar. Hij heeft blauwe ogen, is 1,85 à 1,90 meter lang en is overduidelijk een particulier. Toen Arven hem voor het laatst zag woog hij rond de 85 kilo. Sjaak blijkt zo iemand wel gezien te hebben. Deze liep met zijn arm in het verband.
Als we naar Orson vragen houdt Sjaak onze hoop ook levend. Hij herinnert zich vaag iemand met een kromzwaard en groene kleding. Hij was gewond, met name aan zijn hoofd.
Over Mussurana is hij zeker. Zo'n klein ventje valt gewoon op. Sjaak heeft hem met een houweel zien lopen, zag er niet gezond uit.
Tot slot weet Sjakie nog te melden dat er vrij vroeg heel veel mist is, evenals s avonds.
Dan wordt het tijd voor een actieplan. Dat is vrij simpel. Gezien het risico van ontdekking kunnen we het beste vanavond nog in actie komen. Onder dekking van de mist gaan we naar de heuvel, pakken daar de westopening, en dan... En dan... En dan moeten die magieknoeiers het maar oplossen.
Eentje van hen begint met zich zorgen te maken over zijn zwaard, of beter gezegd, een mogelijk verraad door zijn zwaard. Het zou tenslotte wat vervelend zijn als wij naar binnen sluipen en Irdor's zwaard meldt dat vrolijk aan zijn nieuwe eigenaar. Irdor begint dan ook hardop te denken. Zijn zwaard is eigenlijk een demon (jakkes) en hakt alles en iedereen dood. Er lopen echter nog steeds mensen rond, en dus moet het zwaard niet getrokken zijn. In dat geval neemt het Irdor niet waar en hebben we dus geen probleem. Volgens Irdor moet iemand er dus controle over hebben, hijzelf denkt daarbij aan de rode priester. Mij zal het worst wezen. Kom, laten we naar de westopening gaan.
Helaas, helaas. Het oude wijvenclubje gaat eerst filosoferen over de zin van het leven en het opheffen van de vloek. Op zich is het natuurlijk een leuke vraag of we de vloek op kunnen heffen, maar ze weten nog niet eens wie de controle uitoefent, een magiër, een priester, of misschien wel een voorwerp. Terwijl Khemron is ingedut discussieert de rest verder over de vraag wat physieke controle is. Ik moet zeggen dat ik de Witte Wolf daar ook niet zo goed kon volgen. Hij had het over physieke controle over de Macht daar. Het zal wel. De rest denkt bij physieke controle echter al snel aan een voorwerp. Een voorwerp waarin de macht van de ondode ligt. Physieke controle over de Macht zou dan zoveel betekenen als dat voorwerp in je fikken hebben. Ook nu zou er namelijk al een samenwerking kunnen zijn tussen de rode priester en de begraven koning. De laatste wil er misschien wel uit. Het is dan waarschijnlijk het beste om die ondode koning te vernietigen. Hier snap ik het weer. We gaan dus gewoon door de westgang naar binnen en brassen die ondode aap van een koning. Simpel.
Het enige wat nu nog ons vertrek in de weg staat is een slimme loopvolgorde. Sjaak wil om allerlei vage redenen niet voorop. Ik ben niet zo lafhartig en voel me bovendien helemaal fit, dus ik bied me wel aan. Khemron is ook niet laf aangelegd en wil best achter me. Krodahl wil niet helemaal vooraan en Ernst-Janred en Irdor willen uiteraard in het midden. Ardi-Ente wil ruimte voor zijn vuurbal. Vooraan kan hij die wel vergeten, maar achteraan is het misschien een suggestie. Arven heeft tot taak Ardi-Ente te beschermen, vandaar dat hij de rij sluit. Marcel tenslotte moet Irdor beschermen, deze staat al vrij ver naar achteraan, zodat Marcel achter Irdor waarschijnlijk meer bescherming kan bieden dan ervoor. Ardi-Ente kan zijn vuurbal eigenlijk maar 1 keer en maakt daarbij bovendien een verschrikkelijke hoop herrie. Vandaar dat Marcel maar helemaal naar achteren geschoven wordt, hebben we tenminste nog wat aan die particulier. Krodahl wil onze tegenstanders met een 'hold person' vastzetten. Dit betekent dat die lui niet vechten, maar dat wij ze niet mogen doden. Bewusteloos slaan mag wel. Volkomen belachelijk dus. Maar hij kan die spreuk in ieder geval niet doen als er teveel mensen voor hem staan, Khemron moet dus achter Krodahl gaan staan. Sjaak informeert tenslotte naar mijn bekendheid met valstrikken. Met tegels weet ik het nog wel, dan moet je op de vloer tikken. Maar als hij over draadjes en zo begint moet ik afhaken. Sjaak mompelt dan maar weer wat over amateurs. Uiteindelijk spreek ik met hem af dat hij voorop gaat, en dat hij bij gevaar gewoon langs mij naar achteren wegduikt. Ik jas dan wel een zwaard in dat gevaar. En dan kunnen we eindelijk.
[De loopvolgorde is dus Sjaak, Traz, Krodahl, Khemron, Ernst-Janred, Irdor, Ardi-Ente, Arven en Marcel.]
Om te voorkomen dat we door de patrouille op de weg verrast worden (er is geen mogelijkheid om ons langs de weg te verstoppen en dat ook nog te overleven) verkent Sjaak wanneer de patrouille langs komt. Een half uur later is hij terug. We moeten opschieten. Aangezien sommigen nog niet eens bepakt en bezakt klaar staan is Sjaak's verwijt dat we groentjes zijn ook wel enigszins terecht.
Maar uiteindelijk zijn we dan op weg, de paarden bij Stephan's hut achterlatend, maar Mara wel meenemend.
Op de weg aangekomen, glibbert er een vieze worm uit het moeras. Irdor begint met een spreuk, Arven raakt met zijn kruisboog, Ardi-Ente heeft zijn ponjaard gereed en bereidt een schokspreuk voor, Marcel veroorzaakt met zijn twee pijlen slechts een krasje, Sjaak raakt met twee van zijn drie mesjes en Krodahl, Khemron en Ernst-Janred beperken zich tot het zoveel mogelijk bewaren van afstand. Zelf probeer ik een pijl af te schieten, maar het moeras moet de pees toch wat hebben aangetast. De pijl zoeft ergens het moeras in en de pees maakt een onheilspellend geluid. Al met al is het monster best al wel gewond als het gewoon met een grote hap Ardi-Ente naar binnen slokt. Diens schokspreuk gaat daarbij wel af. Het beest begint te schokken en er komt rook uit zijn oren. Dat vindt hij niet leuk. Wij vinden het echter ook niet zo leuk dat het beest zich met zijn buit omdraait om weer in het moeras te verdwijnen.
Mijn twee pijlen richten nauwelijks iets uit, het is duidelijk dat mijn pees te ver heen is. Arven mist met zijn kruisboog en Marcel met een van zijn twee pijlen. Van Sjaak is maar 1 van zijn 3 mesjes mis. Khemron en Krodahl hebben door dat zij dit keer geen slachtoffer vormen. Khemron werpt dan ook zijn speer het moeras in, terwijl Krodahl een stap naar voren doet en mis slaat.
Al die pijlen en messen beginnen hun uitwerking op het beest niet te missen, het wordt langzamer. Marcel jast er nog een keer twee pijlen in. Arven krijgt helaas zijn kruisboog niet gespannen. Krodahl raakt zowaar een keer met zijn mace. Khemron pakt zijn harpoengeweer. Ik geloof mijn boog verder wel en ga er met Wolfstand op af. Sjaak ziet er tenslotte vanaf nog meer mesjes aan het moeras kwijt te raken.
Het beest blijkt tegen al deze schade niet goed bestand, het is dood. Snel bevrijden we Ardi-Ente uit het beest. Hij ziet er niet uit, maar heeft geen schrammetje. Dat kun je van het beest niet zeggen, het is zelfs van binnen geschroeid. En de bolts, pijlen, messen en speer kunnen we wel afschrijven. Over sporen hoeven we ons niet druk te maken, de resten van de worm worden nu al door het moeras en alles wat er in leeft geclaimd.
Uiteraard vervang ik na het gevecht meteen mijn boogpees. Dat gaat hard, ik heb nog maar 1 reservepees over. Gelukkig maar dat we op de rest van de route alleen nog maar een keer een wezen treffen wat ons toch maar niet aanvalt.
En dan zijn we bij de heuvel. Sjaak weet wel een schuilplaats. Dezelfde die hij tijdens zijn verkenning heeft gebruikt.
Het is hier niet pluis. Het wemelt van het giftig spul en Arven's zwaard voelt vreemd aan. Khemron hoort ook een zacht zoemend geluid van het zwaard afkomen. Zelf ziet hij echter niets. Het zwaard is verder niet langer dof, maar glanst een beetje, alsof het niet is opgepoetst.
Het is hier niet pluis. De kenners doet het denken aan een begraafplaats, gewijd aan iets, waarbij je je afvraagt of je wel wilt weten waaraan. Ernst-Janred weet dat dat iets waaraan een begraafplaats gewijd kan zijn soms ook geacht wordt de plek te beschermen. En in dat gevoel voelt dat iets smerig aan. Alleen Irdor vindt het in eerste instantie best wel aangenaam. Tot hij zich herinnert waarom hij dat vindt. Hij vindt het in ieder geval helemaal niet gek dat Stephan gek is geworden. Gewoon van angst waarschijnlijk. Er moet hier eens iets echt smerigs zijn opgeroepen. En dat hangt er nu nog. Het enige goede nieuws is dat die rode rakker er waarschijnlijk ook last van heeft.
We zitten nog maar een kwartier op deze schuilplek, als de bereden patrouille alweer uitrijdt. Ondanks de schemering doen ze dat zonder licht. Hetzelfde geldt trouwens voor de lopende patrouilles. Zonder Khemron, die ze gewoon ziet lopen, zouden wel alleen maar wat beweging zien.
Hier verder zitten heeft ook geen nut, we moeten verder. Op het moment dat de wacht de hoek omgaat, rennen we dan ook vanuit onze schuilplaats naar de volgende. PATS, BOEM, daar valt Arven, midden op de weg. Het kan niet anders of de patrouille moet hem gehoord hebben. Zelf kunnen we niet anders dan doorrennen en er het beste van hopen. Arven is op zichzelf aangewezen.
De patrouille komt inderdaad kijken, en Arven houdt zich zo stil mogelijk op de weg. Maar goed dat er geen elfen tussen zitten, ze zien niks. Ook maar goed dat dat moeras zo lawaaiig en gevaarlijk is. Nu schrijven ze het gewoon daaraan toe en hebben ze niet veel zin dat verder te gaan checken. De patrouille gaat verder, en Arven komt alsnog naar ons toe gerend. Hij weet daarbij nog maar net de andere patrouille te ontwijken.
Terwijl we in onze nieuwe schuilplaats wachten op een geschikt moment om naar de werkopening te rennen, komt de paardenpatrouille terug. Ze verdwijnen met paard en al door de woonopening. Alleen de hobgoblin en nog iemand anders blijven buiten. Ze praten met 1 persoon van de patrouille die Arven hebben horen vallen. Zo te zien wordt het voorval niet vermeld, de hele patrouille verdwijnt in ieder geval naar binnen. Als even later op precies dezelfde manier de tweede patrouille verdwijnt, haal ik toch weer wat opgeluchter adem. Dat gesprek met de leider van de patrouille blijkt normaal te zijn. Dat de patrouilles naar binnen gaan is ook helemaal niet vreemd. Het moeras begint een stuk rumoeriger te worden. 's Nachts wachtlopen zou het aantal bandieten wel eens sneller kunnen reduceren dan dat ze het aan kunnen vullen.
Het vervelende is echter dat voor ons de tijd ook begint te dringen. De hobgoblin en de andere persoon blijven echter buiten staan, duidelijk wachtend op iets. En er is een klein stukje terrein dat in hun gezichtsveld ligt. Zelf zou ik het misschien nog wel aandurven om dat risico te nemen, voor de hele groep staat het gelijk aan zelfmoord. Goede raad is duur. Zoals gewoonlijk besluit de groep dan om het door geknoei op te lossen, voorwaar een slechte zaak. Khemron zal zijn troebelmaak kunstje doen, iedereen houdt elkaars hand vast, en we gaan allemaal in de goede richting staan. Door er nu voor te zorgen dat de voorste in de rand van de troebelzone blijft zouden we aan de juiste kant er uit moeten kunnen komen zonder dat de hobgoblin ons ziet. Het gekke is dat het plan nog werkt ook, werkelijk ongelooflijk. Wel horen we net als we op pad gaan wapengekletter en gemopper bij de wooningang.
Bij de werkingang aangekomen, aarzelen we even. Een aarzeling die snel voorbij gaat aangezien we horen dat de mensen voor de wooningang onze kant opkomen. Naar binnen dus. Helaas is het daar stikke donker, reden voor Ardi-Ente om een lichtje te maken. Een dwaling waar hij bijzonder snel van terug keert. Gelukkig wordt er geen alarm geslagen. Het probleem van het donker lossen we op met Khemron, die in het donker tenminste nog een hand voor ogen kan zien.
Het blijkt dat de werkopening uitkomt in een grote overdekte ruimte, waarin op verschillende plekken gegraven wordt, onder andere recht voor ons [gat A]. Aangezien we de gewapende lui van achteren aan horen komen slaan we rechts af. Even later blijkt er zich voor ons weer een gat te bevinden waarin mensen aan het graven zijn, en iets daar voorbij nog een. Verder is het slechte nieuws dat de lui bij de ingang gewapend zijn en het goede nieuws dat ze niet naar binnen komen. Een gedeelte ervan vertrekt zelfs weer. De achterblijvers richten zo te horen een barricade op. Gezien het nachtleven in het moeras een verstandige maatregel. Dit betekent ook dat we maar net op tijd hier naar binnen zijn gegaan.
Onze toestand blijft trouwens gevaarlijk, de lui die in de gaten aan het graven zijn hebben over het algemeen wel licht, maar dat verlicht gelukkig niet deze ruimte. Er hoeft echter maar een iemand eens met een lantaarn rond te gaan schijnen en we worden gezien. Het is duidelijk dat we wat moeten ondernemen, en dat kan eigenlijk alleen maar door een gat uit te kiezen. Maar welke?
Sjaak verkent wel even alle gaten. Het blijkt dat er behalve de drie die we al gezien hebben, in het midden nog drie gaten zijn en helemaal in de uiterste hoek ook [gat B]. Bij deze laatste heeft Sjaak geen gegraaf gehoord, maar wel gepraat en gesleep. Sjaak kreeg het idee dat ze het daar beneden aan het inrichten waren. Het gat kwam ook uit op een dak waarin een gat was gemaakt. De geluiden kwamen uit de ruimte eronder.
Bij het eerste gat wat we tegen kwamen [gat A] wordt het fanatiekst gegraven, zij het wel voorzichtig. Er zijn daar 6 man aan het werk. Het gat recht voor ons [gat C] verschaft werk aan drie man, waaronder Mussurana. Het gat is zo'n 2½ meter diep en tot nu toe niet succesvol. In het gat daarachter [gat D] zijn twee man aan het werk. Het is een klein gat van 3 meter diep wat ook nog geen enkel teken van succes vertoont. In een van de gaten in het midden [gat E] wordt niet meer gegraven. Het is een vrij diep gat dat op iets is uitgekomen, een gang of zo. In een ander gat daar [gat F] wordt ook niet meer gehakt, maar hier is nog wel licht en gepraat en zijn er ook hakgeluiden van verder binnen in. Het overleg had iets te maken met ongelukken of zo. Bovendien rook Sjaak daar een brandgeur, en die kwam niet van fakkels. Sjaak denkt dat de gravers hier, gezien hun werklust, pas nog zijn afgelost. Dat geeft ons dus een kleine 4 uur voordat de volgende lichting komt.
Er wordt besloten om naar het gat in het midden te gaan waar niet meer gegraven wordt [gat E]. Sjaak verkent weer. Het gat blijkt uit te komen op een muur. Ze hebben er al in zitten hakken, maar zijn er nog niet door.
De versperring bij de ingang nadert met rasse schreden de voltooiing, we moeten dus opschieten. Het gat waar we nu bij zitten is te klein voor ons allemaal, dus op naar het gat met de brandgeur [gat F]. In de ruimte onder het gat blijken twee personen aan het discussiëren te zijn. We zien alleen af en toe een paar benen. Door zich voorover in het gat te buigen en geduldig af te wachten slaagt Krodahl er uiteindelijk in op beide paren zijn 'hold person' te doen. Beide stel benen staan dan inderdaad stil. We moeten nu snel naar binnen om die lui uit te schakelen voordat de spreuk is uitgewerkt, Khemron en ik gaan voorop. De ruimte waarin we uitkomen wordt verlicht door een fakkel aan de muur en ziet er gebrast uit. Dat laatste is vrij recentelijk. Eigenlijk geeft de hele ruimte me maar 1 gevoel, 'maak dat je wegkomt!' Ik weet wel beter dan zo'n ingeving te negeren. Khemron is minder verstandig en zet zich er overheen. Krodahl, die ons volgt, vindt het gevoel zelfs meevallen. Dat Sjaak nergens last van heeft geeft ook al te denken.
Khemron heeft ondertussen de twee vastgezette personen bewusteloos geklopt. Er zat een soort zwarte waas om ze heen. Een van die twee komt ons trouwens wel bekend voor. Het is die vent met normale kleding en een hanger om zijn nek, een priester van Bjorda. Zijn partner was een goblin, geen wonder dus dat we het gesprek niet zo goed konden volgen. Hun wapens bestonden uit dingen als een boog en een goedendag. Beiden worden vakkundig vastgebonden, eerst door Khemron, wat daarna nog eens verbeterd wordt door Sjaak. Over de ruimte valt verder nog te melden dat er in een van de wanden een deur zit.
Zelf ga ik de ruimte nog steeds niet in. Alleen Ardi-Ente deelt die mening. Zelfs Mara is naar binnen gegaan. Wij tweeën beseffen echter donders goed dat je in die ruimte gewoon dood gaat.
Krodahl vindt de splitsing van de groep duidelijk ongewenst en komt ons halen. Ik peins er echter niet over met hem mee te gaan, evenals Ardi-Ente trouwens. Dan pakt Krodahl zijn ijspegel. Ik vraag hem achterdochtig wat hij van plan is, maar in plaats van me antwoord te geven (hij mompelt alleen iets over 'remove fear') tikt hij mij en Ardi-Ente met dat onding aan. Gelukkig heeft de aanraking niet het gewenste effect, Ardi en ik willen nog steeds niet naar binnen, en dat schijnt wel Krodahl's bedoeling te zijn geweest.
Eén ding moet ik Krodahl nageven, wat nu gebeurd is niet goed. Ardi en ik zijn dan wel zo verstandig om geen zelfmoord te plegen, de rest is dat niet. Ze willen niets weten van dat gevaar. De keuze is moeilijk. Hen achterna gaan betekent onze dood, hen in de steek laten de totale mislukking van onze opdracht. Wat moet ik doen?
Er is er maar eentje die daar antwoord op kan geven, en dus stel ik mijn vraag aan de Witte Wolf. Het antwoord is duidelijk:
'Het is hier heel erg gevaarlijk. Ik vermoed dat er een stelsel van misleidende tweespaltige beveiligingen geïnstalleerd zijn. Wees voorzichtig, maar laat niemand in de steek.'
Intuïtief leg ik een arm om Ardi-Ente heen en zeg tegen hem: "Kom maar." Zonder problemen gaan we naar binnen.
In de ruimte valt de mozaïek op de muur tegenover de deur meteen op. Tenminste, dat geldt voor sommigen van ons. Krodahl, Irdor en Sjaak doen net of hun neus bloed en vertikken het die kant op te kijken. Ze beweren ook glashard niet te weten over welk mozaïek we het hebben. Het mozaïek is voor het grootste deel weggekapt en stelde waarschijnlijk een engel of zo voor. Khemron ziet dat het met liefde gemaakt is en dat de rode plekken ervoor op de grond bloedvlekken zijn. Het mozaïek geeft Khemron een vertrouwd gevoel, het is niet voor niks dat Mara er pal tegenaan zit te kwispelen.
De andere muren van deze ruimte zien er ook al danig beschadigt uit. Alsof ze een paar honderd 'magic missiles' te verwerken hebben gekregen. De hakgeluiden komen uit het gat dat in het mozaïek is gemaakt. Khemron kijkt er wel door naar binnen en ziet iets, maar toch niet. Heel verwarrend. Het komt er op neer dat Khemron iets vlakbij ziet, zonder te kunnen zeggen wat het is. Als hij vervolgens echt naar binnen kijkt, ziet hij dat er iets is met het geheel wat zich achter die opening bevindt. Met licht erbij blijkt het om een gang te gaan. Khemron denkt nog steeds dat er iets te zien moet zijn. Ik heb zo'n angstig vermoeden dat we er wel eens heel snel achter zouden kunnen komen wat dat iets is.
Traz Wezeltand Wolf