Amtar, de 8e dag van de maand Leah en
Endyl, in het jaar 311 N.O.
Eigenlijk is het hier nog zo onaangenaam niet. De paniek van Traz
en Ardi-Ente lijkt me wat overdreven. Wel is het vreemd dat de
muren in deze ruimte eruit zien alsof ze een honderdtal "Magic
missiles" te verwerken hebben gekregen. Ik geloof dat iemand hier
de beveiliging in werking heeft gesteld. Genoeg gebazeld nu, we
moeten snel handelen, voordat iemand in de gaten krijgt dat we
die priester en die goblin bewusteloos hebben geklopt. We moeten
ook geruisloos zijn, omdat er heel dichtbij nog enkele wachters
zitten. Sjaak luistert bij het mozaïek dat hier volgens sommigen
moet zijn en onderzoekt daarna de oostdeur op valstrikken. Omdat
hij niets vindt besluiten we om naar binnen te gaan. Traz gaat
voorop, direct gevolgd door Sjaak, Krodahl, Khemron, Ernst Janred, Irdor, Ardi-Ente, Arven en Marcel. Op het moment dat de
deur opent komen er vonken van het plafond in de gang. Voordat we
iets kunnen doen raken ze Arven, Marcel, Krodahl en mijzelf. Zo
snel en geruisloos mogelijk trekken we terug naar het gat waar we
vandaan kwamen.
Als we weer even op adem zijn gekomen verbazen we ons erover dat
alleen bepaalde personen door de vonken zijn getroffen. Om een
theorie te testen gaan Traz, Ardi-Ente en Ernst-Janred opnieuw op
verkenning. Zij worden inderdaad niet beschoten en weten even
later te vertellen dat de gang dood loopt. De muren zijn niet
beschadigd maar aan het einde van de gang zijn wat vetvlekken op
de grond te zien.
Ardi-Ente vraagt mij om het beschadigde mozaïek te onderzoeken en
wijst mij waar het ergens moet zijn. Het lijkt wel of hij mij in
de val wil lokken want als ik dichterbij kom wordt ik bevangen
door een overweldigende angst. Het wordt erg warm en er
verschijnt een gloed om mij heen. Ik kan me nog maar net op tijd
terugtrekken en de gloed verdwijnt weer. Dat vervloekte
zogenaamde mozaïek is beveiligd !
Nu is het de beurt van Khemron om uit te vinden of er nog meer
beveiligingen zijn aangebracht. Hij steekt zijn hand in het gat
bij het mozaïek en heeft meteen een beveiliging gevonden. Zijn
hand bevriest plaatselijk, met een wond in de vorm van een halve
cirkel. Het lijkt wel of hij tegen een soort tralie is
aangelopen.
Arven schijnt met een lantaarn op het mozaïek en in de ruimte
(ruimte F1) achter het gat. Aan het mozaïek is niets bijzonders
te zien. Wel voelt hij langs de rand van het gat een naad.
Blijkbaar is dit vroeger een deur geweest, totdat hier iemand een
verschrikkelijke vernietigingsspreuk op los heeft gelaten. Arven
ziet achter het gat een gang lopen. Zonder enige formaliteiten
loopt hij de gang in en wonder boven wonder loopt hij hierbij
absoluut geen schade op. Hij komt even later terug en meldt dat
de gang eindigt in een blinde muur met een naad. Ergens in die
richting, niet ver uit de buurt, wordt er trouwens driftig met houwelen op los geklopt. Blijkbaar is dat een andere mogelijke
toegang. In de gang zit trouwens halverwege ook een naad in de
vloer, blijkbaar van een groot luik. Het is namelijk een soort
tegel met aan twee kanten iets bredere naden, net groot genoeg om
een hand onder te krijgen. Arven legt zijn oor te luisteren op de
tegel, om te horen of de onvermijdelijke gevaren daaronder ook
geluid maken. Op het moment dat hij de tegel aanraakt verschijnt
er "ploef" een grote duizendpoot vanuit het niets. Omdat het een
agressief beest is ontstaat er direct een gevecht. Arven is in
eerste instantie verrast maar heeft weinig problemen met het
monster. Het beest verdwijnt weer in het niets en de hulp van de
aansnellende Marcel is niet meer nodig. Het is wel aardig om te
weten dat ook Marcel zonder kleerscheuren door het gat komt.
Omdat het gevecht met de duizendpoot niet helemaal bevredigend
was raakt Arven nogmaals het luik aan. Er verschijnt nu een
gemeen uitziend moerasbeest dat Arven een prik geeft. Marcel
doodt het beest en probeert nu zelf het luik. Dit keer
verschijnen er drie orks. Vol enthousiasme gaan onze beide
vechters tegen de nieuwe tegenstanders tekeer en als snel is het
gevecht in hun voordeel beslecht. Evenals de vorige keren
verdwijnen de lijken van de orken zomaar in het niets.
Arven heeft een idee om de hele groep door het gat bij het
mozaïek te krijgen. Vreemd genoeg ben ik zo stom om aan zijn plan
mee te werken. Ik krijg een deken over mijn hoofd heen gegooid
zodat ik het akelige mozaïek niet kan zien. Arven zal mij dan
naar het luik leiden. Het eerste deel van het plan werkt. Ik kom
zonder problemen door het gat. Een pijnscheut in mijn
schouderbladen maakt me duidelijk dat het tweede deel van het
plan faalt. Net als Khemron wordt ik door een beveiliging
verwond. Ik trek mij weer terug en wordt door Ernst-Janred
verzorgd. Kutoah zij dank dat we deze jongen hebben meegenomen.
Ernst-Janred zegt nog dat ik als tegenprestatie de goede zaak
moet ondersteunen. Dat spreekt vanzelf. De vraag is meer of "de
goede zaak" voor ons beiden ook hetzelfde betekent.
Om erachter te komen wat er nu precies in het gat zit kijkt
Khemron op zijn speciale elfenmanier. Dit geeft een veel
duidelijker beeld van de situatie. Hij vertelt ons dat hij
allemaal groene en oranje stralen ziet lopen, kris-kras door de
hele ruimte heen. In het midden van de ruimte bevindt zich een
paarse gloed, blijkbaar ergens bij het luik. Voor zover Khemron
kan zien kunnen we door de ruimte gaan en bij het luik komen
terwijl we niet meer dan een kleur stralen aanraken. Dit is
belangrijk omdat Khemron waarschijnlijk werd verwond door een
oranje straal en ik door een groene. In de gang achter de deur
ziet Khemron trouwens niets, ook niet met zijn speciale
zicht.
Traz gaat als eerste naar het luik, terwijl hij de oranje stralen
probeert te ontwijken. Kennelijk raakt hij niets want hij komt
ongedeerd bij het luik. Khemron merkt op dat de paarse gloed iets
rood verkleurd als Traz bij het luik staat. Misschien maakt het
wel uit wie er bij het luik staat en wordt het effect dat Traz
heeft wel opgeheven als er een heel andere persoon bij komt
staan. Op aanwijzing van Ardien-te gaat daarom Krodahl als volgende. Hoewel hij de groene stralen probeert te ontwijken
wordt hij tot tweemaal toe geraakt. Hij komt uiteindelijk bij het
luik dat volgens Khemron nu niet meer rood verkleurd is. Traz en
Krodahl tillen het luik op en leggen het aan de kant. Volgens
Khemron verdwijnen nu de stralen en de paarse gloed. Het valt me
echter op dat ook Khemron steeds meer afwezig is. Hij praat
steeds waziger en reageert niet als ik hem uit deze lethargie
probeer los te rukken. Hij glimlacht gelukzalig alsof hij in een
andere wereld is terechtgekomen. Hij heeft misschien te lang met
elfenzicht gekeken. Hij wordt weer bijgebracht door een plens
water in zijn gezicht, al kijkt hij nog steeds wat
afwezig.
Zowel Krodahl als Khemron worden nu behandeld met de laatste
portie brandzalf van Arven. Alleen Sjaak en Ernst-Janred hebben
nu nog enkele porties.
Nu Khemron er weer helemaal bij is gaan we allen rond het gat
staan dat door het luik werd afgesloten. We zorgen ervoor dat we
door het gat in het mozaïek gaan zonder naar het mozaïek te
kijken en we zorgen er ook voor dat de gevangenen goed zijn
geblinddoekt. Er loopt een stenen trap naar beneden, richting
noord. De reactie van Sjaak is kort en duidelijk: "Shit". De trap
is erg glad, onnatuurlijk glad zelfs. Het maakt duidelijk deel
uit van een nieuwe valstrik. Traz gooit een brandende fakkel naar
beneden. Deze komt beneden terecht op een platform van ca. 3 bij
3 meter. Sjaak bindt zichzelf goed vast aan een touw. Het andere
eind wordt vastgehouden door onze sterke mannen, te weten door
Traz, Krodahl, Marcel en Khemron. Voor geval van nood bereid ik
me vast voor op mijn zwaartekrachtspreuk.
Sjaak daalt, met lantaarn in de hand, rustig af naar het eerste
platform. Na een tijdje komt hij terug en hij meldt dat het
platform een naad heeft langs de hele rand. Het lijkt verder wel
of de treden kunnen inklappen zodat de trap plotseling kan
veranderen in een glijbaan. Toch gebeurt er niets als Sjaak op
een van de treden gaat staan. Ook Arven en Traz kunnen zonder
problemen op de traptreden staan.
Sjaak gaat nu helemaal naar beneden, terwijl hij gebruik maakt
van zijn klimhaak (We hebben trouwens twee gewone touwen
beschikbaar en een met klimhaak. De rest is gebruikt om de
gevangenen mee vast te binden). Vanaf het platform loopt namelijk
nog een trap naar beneden. Dit is eenzelfde soort trap die ook
kan inklappen. Onderaan de trap is duidelijk de naad van een luik
te zien. Iets verderop is het echt niet pluis. Daar begint
namelijk een grote donkere vochtige ruimte die op de een of
andere manier iets dreigends heeft (ruimte F2). Deze indruk wordt
nog versterkt door het puntige traliehek dat boven de ingang
hangt.
Hoewel het een enigszins hachelijke onderneming is komen de
groepsleden nu een voor een naar beneden, tot net voor het
traliehek. Traz gaat enkele keren heen en weer en brengt ook de
beide gevangenen mee naar beneden. Bovenin hebben Traz en
Krodahl het luik afgesloten, zodat het voor anderen niet zo
overduidelijk is dat we deze weg hebben gevolgd. Na een tijdje
staat iedereen beneden, samengepropt in een klein stukje gang.
Sjaak denkt trouwens dat het luik waar we nu opstaan wel veilig is. Gelukkig maar, anders waren sommigen van ons nu al in de val
gelopen. Er is zo weinig ruimte dat we af en toe al op het luik
zijn gaan staan.
In deze rustige, "veilige" omgeving kunnen we het ons even
veroorloven om tijd te besteden aan de wat meer alledaagse
bezigheden, zoals eten. Hoewel het moeilijk is om de rantsoenen
door mijn strot te krijgen was ik wel hard toe aan een hapje
eten. Om op alle problemen voorbereid te zijn doet Krodahl een
"Bless" op het gezelschap. Dit moet ons helpen in de moeilijke
momenten die ongetwijfeld komen gaan. Ondertussen kunnen wij even
uitpuffen. We blijven daarom een kwartiertje zitten. In deze rust
valt trouwens op dat het zwaard van Arven iets luider zoemt dan
eerst. Slik!
We moeten duidelijk deze ruimte goed onderzoeken voordat we
verder kunnen gaan. Na even concentreren doe ik daarom een
ruimtelijke "Detect Magic" spreuk in deze ruimte. Het resultaat
is overweldigend. De hele ruimte is sterk magisch, met
uitzondering van de vloer. Vooral de magie die in de ruimte zelf
is gebruikt is erg sterk. Er zijn allerlei soorten magie in
elkaar verweven, waaronder iets dat lijkt op oproepingsmagie. Het
luik waar wij op staan is niet zo magisch; het valhek is echter
veel sterker magisch dan benodigd is om het alleen maar te laten
neerkomen. Er is duidelijk iets meer aan de hand.
Er wordt een fakkel in de ruimte gegooid. Helaas is er nu nog
niet echt veel van te zien. Traz gaat daarom maar naar binnen en
loopt rond met een fakkel zodat hij alles goed kan
bijlichten.
De ruimte (F2) is ca. 6 meter van noord naar zuid en ca. 7 meter
van oost naar west. De hoogte is ca. 6 meter. De vloer is vlak en
groen van het mos. Het lijkt wel of het hier onder water heeft
gestaan. Er zijn echter geen gaten waardoor het water zou kunnen
wegvloeien. Er is een waterlijn op een hoogte van 5 meter. De
plaats van Traz wordt overgenomen door Khemron die de linkerwand
onderzoekt op geheime deuren. Hij vindt echter niets, net als
Sjaak die het platform heeft onderzocht. Sjaak meldt trouwens wel
dat het platform gloeiend heet is geworden, alsof daaronder een
gigantisch vuur aan het branden is. Het is maar goed dat het
platform niet is weggeklapt, anders waren sommigen van ons vast
geroosterd. Nu is het eigenlijk wel een aangename warmte.
Krodahl verleent mij de macht van Kroch, om mij te ondersteunen
met het doen van magie. Ik doe namelijk een specifieke "Detect
magic" op het valhek, om erachter te komen hoe de val in werking
wordt gesteld. De spreuk werkt goed. Het blijkt een heel
specifiek mechanisme te zijn. Er zit een magisch tellertje in dat
bijhoudt hoeveel mensen in de ruimte achter het valhek aanwezig
zijn. Het detecteert iedereen die onder het valhek doorloopt en
weet ook of de persoon naar binnen of naar buiten loopt. Als een
bepaald aantal wordt overschreden treedt de val in werking. Er is
ondertussen gebleken dat het geen probleem is om met twee
personen binnen te zijn. De beide gevangenen worden nu in de
ruimte gelegd. Er is namelijk geen plek waar we ze echt
veilig kunnen neerleggen.
We overleggen wat we moeten doen. De weg loopt hier duidelijk
dood en is niet duidelijk wat we nu moeten doen. De mogelijke
uitgangen, zoals door het luik, lijken wel erg gevaarlijk. Dit
moeten de misleidende tweespaltige beveiligingen zijn waar de
Witte Wolf het over had. Jammer dat je pas achteraf weet wat nu
precies het misleidende element was.
Krodahl gebruikt de macht van voorspelling om te weten wat er
zal gebeuren als we op het luik gaan staan. Hij voorspelt dat er
niets zal gebeuren. Dit klopt ook. Dan is er nog een mogelijkheid
om de trap uit te proberen. In eerste instantie gebeurt ook hier
niets maar op het moment dat de vijfde persoon op een trede staat
klapt het luik weg en storten we allemaal naar beneden. Omdat ik
weinig zin heb in een ongecontroleerde val doe ik snel mijn
zwaartekrachtspreuk en zweef voorzichtig naar beneden, achter
mijn kameraden aan. Na een seconde of 4 hoor ik een luide 'Tonk',
alsof een zwaar mechanisme terugklapt. Het luik is nu
waarschijnlijk dicht. We gaan via een soort glijbaan naar
beneden. Omdat ik geen akelige kreten van beneden hoor lijkt me
dit wel prima. Ik verleng mijn spreuk dan ook maar niet. Er volgt
een duizelingwekkende glijvlucht die wel 10 minuten lijkt te
duren.
Voor me uit hoor ik wat 'Sploef'-geluiden. Kort daarna beland ik
ook zelf in een moddervijver. De rest is er uiteraard al en
iedereen lijkt goed te zijn terechtgekomen. De moddervijver maakt
deel uit van een ontzaglijk grote en hoge ruimte die zwak wordt
verlicht door iets in het plafond. Het lijkt een grote
natuurlijke grot. In het midden ervan stroomt een brede rivier.
Er zijn heuveltjes aan beide kanten van de rivier. Aan de
overkant denken we ook iets van een gebouw te kunnen zien. Het
zwaard van Arven zoemt en gloeit al net zo blauwig als Khemron.
Er is duidelijk een ondode in de buurt.
Krodahl stelt voor om zijn "Guardian"-duivel te plaatsen om de
glijbaan te bewaken en achtervolgers tegen te houden. De bewaker
wordt echter niet geplaatst omdat het ook mogelijk is dat we
worden achtervolgd door onze vroegere groepsgenoten.
We gaan voorzichtig naar de meest oostelijke van de twee heuvels
aan deze kant van de rivier. We houden de onderstaande volgorde
aan, met een onderlinge tussenruimte van 2 meter.
Traz - Arven - Marcel - Khemron + Mara
Ernst-Janred – Ardi-Ente - Irdor - Krodahl
Sjaak
De heuvel is ca. 6 meter hoog en heeft een gat in de noordnoordwest-zijde. Het
lijkt een gemetseld bouwwerk. Binnen is
echter niets bijzonders te zien. De ruimte binnen van ca. 3 bij 3
meter is leeg en de functie ervan is onbekend. Geheime deuren of
gangen worden niet gevonden. Ook vanaf hier is niet duidelijk te zien wat er aan de overkant
van de rivier is. Dan lopen we richting rivier, waarbij het
opvalt dat Khemron steeds blauwer lijkt te worden naarmate hij
dichter bij de rivier komt.
De rivier is 20 a 30 meter breed en inktzwart. Er groeit niets
en hoewel de rivier snel stroomt kunnen we geen golven zien. Er
is geen brug te zien, maar wel ligt er een vlot van ca 3 bij 3
meter ter hoogte van de modderpoel. Vreemd genoeg schommelt het
vlot niet. Uit verhalen van sommigen is er ook een zwarte rivier
bij de overgang naar het dodenrijk. Als deze rivier daar op lijkt
is het "water" waarschijnlijk dodelijk. Krodahl besluit om
tijdens een meditatie te vragen of deze rivier te maken heeft met
het dodenrijk. Hij roept de dood aan om hem antwoord te geven en
zegt dat hij al eerder met de dood heeft gesproken. Krodahl geeft
mij het akelige gevoel dat hiervan meer weet dan een normale
sterveling behoort te weten. Ondanks zijn herhaalde pogingen om
de aandacht te trekken van de dood of een bepaald soort veerman
krijgt Krodahl geen reactie. In antwoord op zijn vragen blijft
het doodstil.
We lopen naar het vlot. Traz probeert er op te stappen maar stapt
vreemd genoeg mis. Hij komt in de rivier terecht en begint
helemaal te sissen en te stomen. Hoewel hij snel geholpen wordt
om eruit te komen is hij zwaar gewond en zijn ook zijn spullen
aangetast. Hij ziet er verbrand en rimpelig uit. Onbeschadigd
zijn de hoorn, zijn helm en een magische pijl. Ook weet hij nog
enkele spullen uit zijn rugzak te redden. Zijn mooie lederen
uitrusting is echter nu helemaal naar de knoppen.
Qua spullen hebben we gelukkig nog iets in reserve. Traz krijgt
de lange boog van Krodahl, een jack van Marcel, een bandelier
van Khemron en een priestermantel van Ernst-Janred. Ondertussen
wordt de onthutste Traz uitgefoeterd. Hoe kon hij nou zo stom
zijn om naast het vlot te stappen. Hij was toch gewaarschuwd voor
de rivier. Traz zegt dat hij er helemaal niet naast stapte. Hij
vindt het wel vreemd dat hij het vlot helemaal niet voelde en
meteen in het water terecht kwam. Hij is even de kluts kwijt en
wordt behandeld door Ernst-Janred die aan hem een hele portie
zalf besteed.
Ik gooi een muntje op het vlot. Het tinkelt even maar er gebeurt
niets onverwachts. Ook kan ik zonder problemen het handvat
aanpakken. Het vlot lijkt van hout, maar toch ook weer niet.
Krodahl denkt dat het vlot een illusie is en als ook wij nog eens
goed kijken blijkt dit ook zo te zijn. Het duurt even voordat we
het doorhebben maar na een tijdje wordt ook duidelijk dat ook de
rivier een illusie is. Alleen op de plek waar het illusievlot lag
staat een groot vat met zuur. Ook Arven en Marcel kunnen de
illusie nu doorzien. De rest is nog niet overtuigd. Ze denken dat
het vlot inderdaad niet bestaat maar dat de rivier wel degelijk
echt is.
Als intermezzo onderzoeken we de beide heuvels nogmaals, maar nu
grondiger. Beide heuvels lijken als twee druppels water op
elkaar, uitgezonderd de locatie van de openingen. Er wordt in
geen van beide heuvels iets speciaals gevonden. Ook een keer
langs de muren van de grot lopen levert verder geen nieuwe
inzichten op.
Arven denkt dat er net onder het wateroppervlak van de neprivier
een brug verborgen moet zijn. Hij laat een lantaarn aan een touw
naast het vat met zuur naar beneden zakken, om te bewijzen dat er
niets mee gebeurt. Inderdaad komt de lantaarn zo'n 7 meter lager
op de bodem terecht. Sommigen zien echter dat de lantaarn toch
nog steeds net boven het water hangt, zodat de lantaarn nog net
niet wordt aangetast. Arven loopt nu in westelijke richting
terwijl hij het touw met de lantaarn over de grond sleept. De
lantaarn komt met een 'klonk'-geluid tegen iets aan, ergens
onderin. Dit moet een brug zijn, denkt Krodahl. Even verderop is
weer een 'klonk'-geluid. Dit wordt gevolgd door een luid gesis,
waarna de lantaarn is verdwenen. Ook is het touw nu een meter of
vier korter dan eerst. Toch kunnen we niets bijzonders zien als
we naar beneden kijken. Sjaak is er van overtuigd dat er verder
niets is. Volgens hem is de rivier alleen maar een grote kuil met
op een plaats een vat met zuur. Sommigen zien echter nog gewoon
de rivier en laten zich niets wijsmaken. Het is al met al
erg verwarrend.
Irdor.