Sessie 100, 15-11-1992, Afwezig: -



Amtar, de 8e dag van de maand Leah en Endyl, in het jaar 311 N.O.

Eigenlijk is het hier nog zo onaangenaam niet. De paniek van Traz

en Ardi-Ente lijkt me wat overdreven. Wel is het vreemd dat de

muren in deze ruimte eruit zien alsof ze een honderdtal "Magic

missiles" te verwerken hebben gekregen. Ik geloof dat iemand hier

de beveiliging in werking heeft gesteld. Genoeg gebazeld nu, we

moeten snel handelen, voordat iemand in de gaten krijgt dat we

die priester en die goblin bewusteloos hebben geklopt. We moeten

ook geruisloos zijn, omdat er heel dichtbij nog enkele wachters

zitten. Sjaak luistert bij het mozaïek dat hier volgens sommigen

moet zijn en onderzoekt daarna de oostdeur op valstrikken. Omdat

hij niets vindt besluiten we om naar binnen te gaan. Traz gaat

voorop, direct gevolgd door Sjaak, Krodahl, Khemron, Ernst Janred, Irdor, Ardi-Ente, Arven en Marcel. Op het moment dat de

deur opent komen er vonken van het plafond in de gang. Voordat we

iets kunnen doen raken ze Arven, Marcel, Krodahl en mijzelf. Zo

snel en geruisloos mogelijk trekken we terug naar het gat waar we

vandaan kwamen.
Als we weer even op adem zijn gekomen verbazen we ons erover dat

alleen bepaalde personen door de vonken zijn getroffen. Om een

theorie te testen gaan Traz, Ardi-Ente en Ernst-Janred opnieuw op

verkenning. Zij worden inderdaad niet beschoten en weten even

later te vertellen dat de gang dood loopt. De muren zijn niet

beschadigd maar aan het einde van de gang zijn wat vetvlekken op

de grond te zien.

Ardi-Ente vraagt mij om het beschadigde mozaïek te onderzoeken en

wijst mij waar het ergens moet zijn. Het lijkt wel of hij mij in

de val wil lokken want als ik dichterbij kom wordt ik bevangen

door een overweldigende angst. Het wordt erg warm en er

verschijnt een gloed om mij heen. Ik kan me nog maar net op tijd

terugtrekken en de gloed verdwijnt weer. Dat vervloekte

zogenaamde mozaïek is beveiligd !
Nu is het de beurt van Khemron om uit te vinden of er nog meer

beveiligingen zijn aangebracht. Hij steekt zijn hand in het gat

bij het mozaïek en heeft meteen een beveiliging gevonden. Zijn

hand bevriest plaatselijk, met een wond in de vorm van een halve

cirkel. Het lijkt wel of hij tegen een soort tralie is

aangelopen.

Arven schijnt met een lantaarn op het mozaïek en in de ruimte

(ruimte F1) achter het gat. Aan het mozaïek is niets bijzonders

te zien. Wel voelt hij langs de rand van het gat een naad.

Blijkbaar is dit vroeger een deur geweest, totdat hier iemand een

verschrikkelijke vernietigingsspreuk op los heeft gelaten. Arven

ziet achter het gat een gang lopen. Zonder enige formaliteiten

loopt hij de gang in en wonder boven wonder loopt hij hierbij

absoluut geen schade op. Hij komt even later terug en meldt dat

de gang eindigt in een blinde muur met een naad. Ergens in die

richting, niet ver uit de buurt, wordt er trouwens driftig met houwelen op los geklopt. Blijkbaar is dat een andere mogelijke

toegang. In de gang zit trouwens halverwege ook een naad in de

vloer, blijkbaar van een groot luik. Het is namelijk een soort

tegel met aan twee kanten iets bredere naden, net groot genoeg om

een hand onder te krijgen. Arven legt zijn oor te luisteren op de

tegel, om te horen of de onvermijdelijke gevaren daaronder ook

geluid maken. Op het moment dat hij de tegel aanraakt verschijnt

er "ploef" een grote duizendpoot vanuit het niets. Omdat het een

agressief beest is ontstaat er direct een gevecht. Arven is in

eerste instantie verrast maar heeft weinig problemen met het

monster. Het beest verdwijnt weer in het niets en de hulp van de

aansnellende Marcel is niet meer nodig. Het is wel aardig om te

weten dat ook Marcel zonder kleerscheuren door het gat komt.

Omdat het gevecht met de duizendpoot niet helemaal bevredigend

was raakt Arven nogmaals het luik aan. Er verschijnt nu een

gemeen uitziend moerasbeest dat Arven een prik geeft. Marcel

doodt het beest en probeert nu zelf het luik. Dit keer

verschijnen er drie orks. Vol enthousiasme gaan onze beide

vechters tegen de nieuwe tegenstanders tekeer en als snel is het

gevecht in hun voordeel beslecht. Evenals de vorige keren

verdwijnen de lijken van de orken zomaar in het niets.

Arven heeft een idee om de hele groep door het gat bij het

mozaïek te krijgen. Vreemd genoeg ben ik zo stom om aan zijn plan

mee te werken. Ik krijg een deken over mijn hoofd heen gegooid

zodat ik het akelige mozaïek niet kan zien. Arven zal mij dan

naar het luik leiden. Het eerste deel van het plan werkt. Ik kom

zonder problemen door het gat. Een pijnscheut in mijn

schouderbladen maakt me duidelijk dat het tweede deel van het

plan faalt. Net als Khemron wordt ik door een beveiliging

verwond. Ik trek mij weer terug en wordt door Ernst-Janred

verzorgd. Kutoah zij dank dat we deze jongen hebben meegenomen.

Ernst-Janred zegt nog dat ik als tegenprestatie de goede zaak

moet ondersteunen. Dat spreekt vanzelf. De vraag is meer of "de

goede zaak" voor ons beiden ook hetzelfde betekent.
Om erachter te komen wat er nu precies in het gat zit kijkt

Khemron op zijn speciale elfenmanier. Dit geeft een veel

duidelijker beeld van de situatie. Hij vertelt ons dat hij

allemaal groene en oranje stralen ziet lopen, kris-kras door de

hele ruimte heen. In het midden van de ruimte bevindt zich een

paarse gloed, blijkbaar ergens bij het luik. Voor zover Khemron

kan zien kunnen we door de ruimte gaan en bij het luik komen

terwijl we niet meer dan een kleur stralen aanraken. Dit is

belangrijk omdat Khemron waarschijnlijk werd verwond door een

oranje straal en ik door een groene. In de gang achter de deur

ziet Khemron trouwens niets, ook niet met zijn speciale zicht.

Traz gaat als eerste naar het luik, terwijl hij de oranje stralen

probeert te ontwijken. Kennelijk raakt hij niets want hij komt

ongedeerd bij het luik. Khemron merkt op dat de paarse gloed iets

rood verkleurd als Traz bij het luik staat. Misschien maakt het

wel uit wie er bij het luik staat en wordt het effect dat Traz

heeft wel opgeheven als er een heel andere persoon bij komt

staan. Op aanwijzing van Ardien-te gaat daarom Krodahl als volgende. Hoewel hij de groene stralen probeert te ontwijken

wordt hij tot tweemaal toe geraakt. Hij komt uiteindelijk bij het

luik dat volgens Khemron nu niet meer rood verkleurd is. Traz en

Krodahl tillen het luik op en leggen het aan de kant. Volgens

Khemron verdwijnen nu de stralen en de paarse gloed. Het valt me

echter op dat ook Khemron steeds meer afwezig is. Hij praat

steeds waziger en reageert niet als ik hem uit deze lethargie

probeer los te rukken. Hij glimlacht gelukzalig alsof hij in een

andere wereld is terechtgekomen. Hij heeft misschien te lang met

elfenzicht gekeken. Hij wordt weer bijgebracht door een plens

water in zijn gezicht, al kijkt hij nog steeds wat afwezig.
Zowel Krodahl als Khemron worden nu behandeld met de laatste

portie brandzalf van Arven. Alleen Sjaak en Ernst-Janred hebben

nu nog enkele porties.

Nu Khemron er weer helemaal bij is gaan we allen rond het gat

staan dat door het luik werd afgesloten. We zorgen ervoor dat we

door het gat in het mozaïek gaan zonder naar het mozaïek te

kijken en we zorgen er ook voor dat de gevangenen goed zijn

geblinddoekt. Er loopt een stenen trap naar beneden, richting

noord. De reactie van Sjaak is kort en duidelijk: "Shit". De trap

is erg glad, onnatuurlijk glad zelfs. Het maakt duidelijk deel

uit van een nieuwe valstrik. Traz gooit een brandende fakkel naar

beneden. Deze komt beneden terecht op een platform van ca. 3 bij

3 meter. Sjaak bindt zichzelf goed vast aan een touw. Het andere

eind wordt vastgehouden door onze sterke mannen, te weten door

Traz, Krodahl, Marcel en Khemron. Voor geval van nood bereid ik

me vast voor op mijn zwaartekrachtspreuk.
Sjaak daalt, met lantaarn in de hand, rustig af naar het eerste

platform. Na een tijdje komt hij terug en hij meldt dat het

platform een naad heeft langs de hele rand. Het lijkt verder wel

of de treden kunnen inklappen zodat de trap plotseling kan

veranderen in een glijbaan. Toch gebeurt er niets als Sjaak op

een van de treden gaat staan. Ook Arven en Traz kunnen zonder

problemen op de traptreden staan.
Sjaak gaat nu helemaal naar beneden, terwijl hij gebruik maakt

van zijn klimhaak (We hebben trouwens twee gewone touwen

beschikbaar en een met klimhaak. De rest is gebruikt om de

gevangenen mee vast te binden). Vanaf het platform loopt namelijk

nog een trap naar beneden. Dit is eenzelfde soort trap die ook

kan inklappen. Onderaan de trap is duidelijk de naad van een luik

te zien. Iets verderop is het echt niet pluis. Daar begint

namelijk een grote donkere vochtige ruimte die op de een of

andere manier iets dreigends heeft (ruimte F2). Deze indruk wordt

nog versterkt door het puntige traliehek dat boven de ingang

hangt.
Hoewel het een enigszins hachelijke onderneming is komen de

groepsleden nu een voor een naar beneden, tot net voor het

traliehek. Traz gaat enkele keren heen en weer en brengt ook de

beide gevangenen mee naar beneden. Bovenin hebben Traz en

Krodahl het luik afgesloten, zodat het voor anderen niet zo

overduidelijk is dat we deze weg hebben gevolgd. Na een tijdje

staat iedereen beneden, samengepropt in een klein stukje gang.

Sjaak denkt trouwens dat het luik waar we nu opstaan wel veilig is. Gelukkig maar, anders waren sommigen van ons nu al in de val

gelopen. Er is zo weinig ruimte dat we af en toe al op het luik

zijn gaan staan.

In deze rustige, "veilige" omgeving kunnen we het ons even

veroorloven om tijd te besteden aan de wat meer alledaagse

bezigheden, zoals eten. Hoewel het moeilijk is om de rantsoenen

door mijn strot te krijgen was ik wel hard toe aan een hapje

eten. Om op alle problemen voorbereid te zijn doet Krodahl een

"Bless" op het gezelschap. Dit moet ons helpen in de moeilijke

momenten die ongetwijfeld komen gaan. Ondertussen kunnen wij even

uitpuffen. We blijven daarom een kwartiertje zitten. In deze rust

valt trouwens op dat het zwaard van Arven iets luider zoemt dan

eerst. Slik!

We moeten duidelijk deze ruimte goed onderzoeken voordat we

verder kunnen gaan. Na even concentreren doe ik daarom een

ruimtelijke "Detect Magic" spreuk in deze ruimte. Het resultaat

is overweldigend. De hele ruimte is sterk magisch, met

uitzondering van de vloer. Vooral de magie die in de ruimte zelf

is gebruikt is erg sterk. Er zijn allerlei soorten magie in

elkaar verweven, waaronder iets dat lijkt op oproepingsmagie. Het

luik waar wij op staan is niet zo magisch; het valhek is echter

veel sterker magisch dan benodigd is om het alleen maar te laten

neerkomen. Er is duidelijk iets meer aan de hand.

Er wordt een fakkel in de ruimte gegooid. Helaas is er nu nog

niet echt veel van te zien. Traz gaat daarom maar naar binnen en

loopt rond met een fakkel zodat hij alles goed kan bijlichten.
De ruimte (F2) is ca. 6 meter van noord naar zuid en ca. 7 meter

van oost naar west. De hoogte is ca. 6 meter. De vloer is vlak en

groen van het mos. Het lijkt wel of het hier onder water heeft

gestaan. Er zijn echter geen gaten waardoor het water zou kunnen

wegvloeien. Er is een waterlijn op een hoogte van 5 meter. De

plaats van Traz wordt overgenomen door Khemron die de linkerwand

onderzoekt op geheime deuren. Hij vindt echter niets, net als

Sjaak die het platform heeft onderzocht. Sjaak meldt trouwens wel

dat het platform gloeiend heet is geworden, alsof daaronder een

gigantisch vuur aan het branden is. Het is maar goed dat het

platform niet is weggeklapt, anders waren sommigen van ons vast

geroosterd. Nu is het eigenlijk wel een aangename warmte.

Krodahl verleent mij de macht van Kroch, om mij te ondersteunen

met het doen van magie. Ik doe namelijk een specifieke "Detect

magic" op het valhek, om erachter te komen hoe de val in werking

wordt gesteld. De spreuk werkt goed. Het blijkt een heel

specifiek mechanisme te zijn. Er zit een magisch tellertje in dat

bijhoudt hoeveel mensen in de ruimte achter het valhek aanwezig

zijn. Het detecteert iedereen die onder het valhek doorloopt en

weet ook of de persoon naar binnen of naar buiten loopt. Als een

bepaald aantal wordt overschreden treedt de val in werking. Er is

ondertussen gebleken dat het geen probleem is om met twee

personen binnen te zijn. De beide gevangenen worden nu in de

ruimte gelegd. Er is namelijk geen plek waar we ze echt veilig kunnen neerleggen.

We overleggen wat we moeten doen. De weg loopt hier duidelijk

dood en is niet duidelijk wat we nu moeten doen. De mogelijke

uitgangen, zoals door het luik, lijken wel erg gevaarlijk. Dit

moeten de misleidende tweespaltige beveiligingen zijn waar de

Witte Wolf het over had. Jammer dat je pas achteraf weet wat nu

precies het misleidende element was.

Krodahl gebruikt de macht van voorspelling om te weten wat er

zal gebeuren als we op het luik gaan staan. Hij voorspelt dat er

niets zal gebeuren. Dit klopt ook. Dan is er nog een mogelijkheid

om de trap uit te proberen. In eerste instantie gebeurt ook hier

niets maar op het moment dat de vijfde persoon op een trede staat

klapt het luik weg en storten we allemaal naar beneden. Omdat ik

weinig zin heb in een ongecontroleerde val doe ik snel mijn

zwaartekrachtspreuk en zweef voorzichtig naar beneden, achter

mijn kameraden aan. Na een seconde of 4 hoor ik een luide 'Tonk',

alsof een zwaar mechanisme terugklapt. Het luik is nu

waarschijnlijk dicht. We gaan via een soort glijbaan naar

beneden. Omdat ik geen akelige kreten van beneden hoor lijkt me

dit wel prima. Ik verleng mijn spreuk dan ook maar niet. Er volgt

een duizelingwekkende glijvlucht die wel 10 minuten lijkt te

duren.

Voor me uit hoor ik wat 'Sploef'-geluiden. Kort daarna beland ik

ook zelf in een moddervijver. De rest is er uiteraard al en

iedereen lijkt goed te zijn terechtgekomen. De moddervijver maakt

deel uit van een ontzaglijk grote en hoge ruimte die zwak wordt

verlicht door iets in het plafond. Het lijkt een grote

natuurlijke grot. In het midden ervan stroomt een brede rivier.

Er zijn heuveltjes aan beide kanten van de rivier. Aan de

overkant denken we ook iets van een gebouw te kunnen zien. Het

zwaard van Arven zoemt en gloeit al net zo blauwig als Khemron.

Er is duidelijk een ondode in de buurt.

Krodahl stelt voor om zijn "Guardian"-duivel te plaatsen om de

glijbaan te bewaken en achtervolgers tegen te houden. De bewaker

wordt echter niet geplaatst omdat het ook mogelijk is dat we

worden achtervolgd door onze vroegere groepsgenoten.

We gaan voorzichtig naar de meest oostelijke van de twee heuvels

aan deze kant van de rivier. We houden de onderstaande volgorde

aan, met een onderlinge tussenruimte van 2 meter.

Traz - Arven - Marcel - Khemron + Mara
Ernst-Janred – Ardi-Ente - Irdor - Krodahl
Sjaak

De heuvel is ca. 6 meter hoog en heeft een gat in de noordnoordwest-zijde. Het lijkt een gemetseld bouwwerk. Binnen is

echter niets bijzonders te zien. De ruimte binnen van ca. 3 bij 3

meter is leeg en de functie ervan is onbekend. Geheime deuren of

gangen worden niet gevonden. Ook vanaf hier is niet duidelijk te zien wat er aan de overkant

van de rivier is. Dan lopen we richting rivier, waarbij het

opvalt dat Khemron steeds blauwer lijkt te worden naarmate hij

dichter bij de rivier komt.

De rivier is 20 a 30 meter breed en inktzwart. Er groeit niets

en hoewel de rivier snel stroomt kunnen we geen golven zien. Er

is geen brug te zien, maar wel ligt er een vlot van ca 3 bij 3

meter ter hoogte van de modderpoel. Vreemd genoeg schommelt het

vlot niet. Uit verhalen van sommigen is er ook een zwarte rivier

bij de overgang naar het dodenrijk. Als deze rivier daar op lijkt

is het "water" waarschijnlijk dodelijk. Krodahl besluit om

tijdens een meditatie te vragen of deze rivier te maken heeft met

het dodenrijk. Hij roept de dood aan om hem antwoord te geven en

zegt dat hij al eerder met de dood heeft gesproken. Krodahl geeft

mij het akelige gevoel dat hiervan meer weet dan een normale

sterveling behoort te weten. Ondanks zijn herhaalde pogingen om

de aandacht te trekken van de dood of een bepaald soort veerman

krijgt Krodahl geen reactie. In antwoord op zijn vragen blijft

het doodstil.

We lopen naar het vlot. Traz probeert er op te stappen maar stapt

vreemd genoeg mis. Hij komt in de rivier terecht en begint

helemaal te sissen en te stomen. Hoewel hij snel geholpen wordt

om eruit te komen is hij zwaar gewond en zijn ook zijn spullen

aangetast. Hij ziet er verbrand en rimpelig uit. Onbeschadigd

zijn de hoorn, zijn helm en een magische pijl. Ook weet hij nog

enkele spullen uit zijn rugzak te redden. Zijn mooie lederen

uitrusting is echter nu helemaal naar de knoppen.
Qua spullen hebben we gelukkig nog iets in reserve. Traz krijgt

de lange boog van Krodahl, een jack van Marcel, een bandelier

van Khemron en een priestermantel van Ernst-Janred. Ondertussen

wordt de onthutste Traz uitgefoeterd. Hoe kon hij nou zo stom

zijn om naast het vlot te stappen. Hij was toch gewaarschuwd voor

de rivier. Traz zegt dat hij er helemaal niet naast stapte. Hij

vindt het wel vreemd dat hij het vlot helemaal niet voelde en

meteen in het water terecht kwam. Hij is even de kluts kwijt en

wordt behandeld door Ernst-Janred die aan hem een hele portie

zalf besteed.

Ik gooi een muntje op het vlot. Het tinkelt even maar er gebeurt

niets onverwachts. Ook kan ik zonder problemen het handvat

aanpakken. Het vlot lijkt van hout, maar toch ook weer niet.

Krodahl denkt dat het vlot een illusie is en als ook wij nog eens

goed kijken blijkt dit ook zo te zijn. Het duurt even voordat we

het doorhebben maar na een tijdje wordt ook duidelijk dat ook de

rivier een illusie is. Alleen op de plek waar het illusievlot lag

staat een groot vat met zuur. Ook Arven en Marcel kunnen de

illusie nu doorzien. De rest is nog niet overtuigd. Ze denken dat

het vlot inderdaad niet bestaat maar dat de rivier wel degelijk

echt is. 

Als intermezzo onderzoeken we de beide heuvels nogmaals, maar nu

grondiger. Beide heuvels lijken als twee druppels water op

elkaar, uitgezonderd de locatie van de openingen. Er wordt in

geen van beide heuvels iets speciaals gevonden. Ook een keer

langs de muren van de grot lopen levert verder geen nieuwe

inzichten op.

Arven denkt dat er net onder het wateroppervlak van de neprivier

een brug verborgen moet zijn. Hij laat een lantaarn aan een touw

naast het vat met zuur naar beneden zakken, om te bewijzen dat er

niets mee gebeurt. Inderdaad komt de lantaarn zo'n 7 meter lager

op de bodem terecht. Sommigen zien echter dat de lantaarn toch

nog steeds net boven het water hangt, zodat de lantaarn nog net

niet wordt aangetast. Arven loopt nu in westelijke richting

terwijl hij het touw met de lantaarn over de grond sleept. De

lantaarn komt met een 'klonk'-geluid tegen iets aan, ergens

onderin. Dit moet een brug zijn, denkt Krodahl. Even verderop is

weer een 'klonk'-geluid. Dit wordt gevolgd door een luid gesis,

waarna de lantaarn is verdwenen. Ook is het touw nu een meter of

vier korter dan eerst. Toch kunnen we niets bijzonders zien als

we naar beneden kijken. Sjaak is er van overtuigd dat er verder

niets is. Volgens hem is de rivier alleen maar een grote kuil met

op een plaats een vat met zuur. Sommigen zien echter nog gewoon

de rivier en laten zich niets wijsmaken. Het is al met al erg verwarrend.


Irdor.