verslag 101 en 102
Concluderend van de vorige sessie: De ring is niet belangrijk meer. De macht van Sakatha is overgegaan in de vloek. Onze enige functie hier lijkt wel dat we de weg vrijmaken voor de Rode priester. Wat nog vervelender is: we kunnen hier niet weg op eigen kracht eruit. Wat ons ook vertelt is dat we de vloek niet kunnen opheffen. De beelden zijn weg en we zijn weer ergens onder de grond op de bekende plek (onder de ruďnes). Khemron straalt weer blauw uit, Arvens zwaard zoemt weer heel hoog en straalt ook blauw licht uit. Sakatha is ontwaakt op moment dat de beelden verdwenen, maar alle barričres zijn nog niet weg. We zijn dus uit de Zaal der Goden, althans de goden zijn weg, de zaal zelf niet. We besluiten verder te gaan.
Aangezien er weer een nieuwe fase is ingegaan, vindt de groep avonturiers het nodig om van loopvolgorde te veranderen. Deze wordt na enig overleg onderling:
Sjaak
Traz Irdor
Arven Khemron
Krodahl Ernst-Janred
Ardi-ente Marcel
Sjaak loopt helemaal voorop in verband met vallen en meer van dat soort ongein. Het valt onze avonturiers nog op dat de altaar er nog steeds hetzelfde uitziet, maar verder geen altaar meer is maar gewoon een blok steen in een ruimte. Jazeker, gewoon een ruimte, want het is zeker geen kapel meer of iets anders van dien aard. De heren Traz en Irdor komen ook tot de ontdekking dat ze elkaars Holy Symbol niet zo prettig vinden. Wat betreft het materiaal van Irdors Holy Symbol weet de ingehuurde kracht Sjaak te vertellen dat hij wel eens een ork heeft zien rondlopen met een dolk van datzelfde zwarte materiaal. Die desbetreffende ork was er trouwens heel erg zuinig mee. Dat zet de oude man Irdor aan het denken en hij stelt dan voor aan woudloper Traz om eens te gaan bidden en aan zijn godheid te vragen wat die Holy Symbol nou precies doet. Traz vraagt dan aan Irdor of deze dat zelf al gedaan heeft. "Ikke niet! De eerste keer laat ik mooi aan jou over!", antwoordt Irdor dan met een grijns. Dan is er onder de avonturiers wat gespeculeer over het wel wee van hun multi-landschap-loper, afgekort voortaan met mulaloper, wat uitloopt in de opmerking van hemzelf dat hij nog steeds kan veranderen in een wolf. De magiër Irdor, of is hij nu een priester-magiër, gelooft het dan wel. Hij pakt zijn Holy Symbol, houdt die in de lucht en roept dan: "Oh machtige Set. Wat kan ik met de Holy Symbol doen?". Het enige wat Irdor dan merkt is een vreemd gevoel in zijn rug. Traz de mulaloper vraagt dan aan de priester Ernst-Janred hoe hij meestal contact maakt met zijn godheid. Deze antwoordt: "Je houdt je Holy Symbol op de borst, bedekt, en denkt dan sterk aan de god hoe hij is en zo". Traz mulaloper volgt de aanwijzingen van Ernst-Janred op en voelt vervolgens dat er veel krachten in zitten. De Holy Symbol voelt ook een beetje warm aan en kan waarschijnlijk licht maken en nog meer. Traz merkt dat er wel een band moet zijn. Het gaat om de macht achter de Holy Symbol die daar het symbool van is. Traz zoekt dan een geschikte plek en dan omdat hij het wil is er een felle lichtbundel met een zoemfloep geluid. Het wordt duidelijker warmer in de ruimte. De lichtbundel is erg fel en iedereen, met uitzondering van Traz zelf, heeft er toch wel een beetje last van. Irdor heeft er zelfs erg veel last van en is dan ook helemaal niet blij met die bundel licht. Daarom besluit hij dat het voor hem ook tijd is geworden om te gaan experimenteren wat tot gevolg heeft dat niemand nog iets ziet. Nou ja niemand: alleen Traz en Irdor zien nog genoeg in het licht van de bundel. Voor de rest van de groep is het pikkedonker. Tevens heeft Irdor nu ook geen last meer van de lichtbundel. Dan vinden de twee heren het welletjes om de andere groepsleden in het donker te laten staan en maken een einde aan de show. Ze krijgen beiden het gevoel alsof ze een kraan met twee handen moeten dicht draaien, maar het lukt. Als het weer normaal donker is, klinkt er een kreet door de ruimte "Iek!". De kreet was afkomstig van Irdor, hij kreeg een prikkelend gevoel in zijn ruggegraat. Traz merkt dan op omdat het gevoel hem heel bekend voorkomt: "Oh, dan kun je vast wel in een schorpioen veranderen". "Ja, zo is dat", volgt het antwoordt van Irdor. Sommigen van de andere groepsleden voelen dan ook een koude rilling over hun ruggegraat. Niet omdat zijzelf ook in een dier kunnen veranderen, maar door de gedachte dat Irdor in een schorpioen veranderd en naar zijn eigen zeggen ook niet eens in een kleintje ook! Traz heeft dan de smaak te pakken laat de andere van de groep weer eens versteld staan: "Leuk he. Ik zelf kan in brand staan!". Ardi-ente vindt dat wel leuk. Hij kent trouwens dat verschijnsel ook wel en legt aan de anderen uit dat het een van de betere beschermingen is: een vlammenscherm om iemand heen. Het voordeel is dat het je niet alleen beschermd, maar dat het de andere ook in de fik steekt. De priester Ernst-Janred is met dat gedoe van Irdor helemaal niet blij en vindt het maar erg eng. Hij zal eens gaan nadenken hoe ze Irdor er van af kunnen krijgen.....
De dappere vechter van de groep avonturiers, Arven, vindt het dan wel genoeg worden en vraagt: "Wat doen we met die Rooie?" Traz mulaloper weet daarop een heel makkelijk antwoord: "Niets, gewoon zijn gang laten gaan. Irdor en ik hebben daar een taak te vervullen en laten we hopen dat dat goed genoeg is.". Arven de koene vechter vindt dat toch niet zo'n lekker idee en vraagt dan ook een beetje hopeloos: "Kunnen we dan echt helemaal niet doen om hem tegen te houden. Vasthouden of zo?" Ernst-Janred vertelt dat hij een bescherming heeft tegen evil en wel de evil van het chaotische soort zoals die rooie. Krodahl heeft een bescherming tegen chaos en normaal gesproken zal dat tegen de rooie goed moeten werken. Maar zelfs Krodahl ziet het niet zo zitten om maar iets tegen die rooie te doen: "Alles wat wij doen zal zijn invloeden hebben. Die rooie kan krachten krijgen zodat hij een heel leger aan kan. Als wij hem echter negeren dan heeft hij veel minder krachten, omdat hij die dan niet nodig heeft. Dus als wij krachtig zijn, zal hij zijn krachten krijgen naar nodig is, oftewel hij zal zijn krachten krijgen aan de hand van onze acties. Ik verwacht dan ook dat die rooie niets liever zou willen dat we iets doen, want des te krachtiger zal hij zelf zijn." Arven, die Krodahl als een zeer wijze priester ziet, voelt meteen de kracht aan van de redenatie van Krodahl is dan snel overtuigd. De groep avonturiers besluit dan ook om verder te gaan en de rode priester te negeren en zich alleen met hun eigen zaak te bemoeien. Natuurlijk is het een en ander wel afhankelijk van de situatie waar ze in terecht komen. Krodahl kan nog altijd een Hold Person proberen, maar dan mogen we hem absoluut geen kwaad doen. Sjaak zal dan de rode priester knevelen. Krodahl waarschuwt Sjaak dat ook hij een beetje verlamd kan worden. omdat hij zich in de straal bevindt. Tot slot eindigt Krodahl met de opbeurende mededeling dat zijn krachten misschien zo wie zo niet op de rode priester werken. De groep had immers al een keer gespeculeerd waar de krachten van Kroch waren gebleven: grote kans bij zijn Zuster dus! Maar goed eindelijk is de groep zo ver om verder te gaan.
Ze lopen een trap af naar beneden, hetgeen eigenlijk meer op een schacht met gladde wanden lijkt. Het is er vochtig, hetgeen een teken te meer is dat ze weer in het moeras zitten. Ardi-ente is dan erg blij met zijn gift, want hij heeft nu inderdaad geen last van het vocht. De trappenschacht loopt wel zo'n 50 meter naar beneden waar ze uitmondt in een verbreding: over 2 meter van een breedte van 2 meter naar een breedte van 10 meter. Er hangt daar een rare sfeer. Al snel komt er weer een versmalling en eigenlijk is het brede gedeelte een ruimte. In die ruimte liggen gebroken fakkelhouders en ander puin. Bovendien is het er erg vochtig. Ardi-ente kijkt dan achter zich en staat dan raar te kijken. Als de rest van de groep zich ook omdraait staan ook zij even vreemd te kijken. Er is helemaal niets meer te zien van een steile trap van 2 meter breed! In plaats daarvan zien ze nu een brede, mooie, marmeren trap die op diverse plekken kapot is. Een stukje verderop is de doorgang geblokkeerd: daar is de trap helemaal ingestort. Traz wil het niet geloven wat er gebeurd is, maar ondanks zijn moeite om het niet te geloven, blijft de ingestorte trap een ingestorte marmeren trap. En als Traz dat blijft zien, zal het wel waar zijn denkt de rest. De ruimte op zich voelt verlaten aan en de groep beseft dat die verlatenheid het rare gevoel is. Ook krijgen ze de indruk dat het te laat is, veel te laat. Voornamelijk Traz en Irdor hebben dat laatste gevoel heel sterk. Doordat het zo koud en vochtig is, ruikt het er muffig en naar schimmels. De groep loopt verder noord met nog steeds Sjaak voorop. Na een paar meter gang verbreedt deze zich weer en komt de groep uit in een andere ruimte. Net voor de grote ruimte lopen er twee smalle gangetjes naar links en naar rechts weg. De zaal waar de groep in is beland is 8x10 meter. Er staan in totaal 6 zuilen in met een doorsnede van ongeveer anderhalve meter. De zuilen zijn versierd door ribbels in de lengte, hetgeen de indruk van riet wekt. De gehele stijl doet de groep denken aan de Erendoli stijl. Ook hier is er weer hier en daar tegen de zuilen aan gebutst met zware mokers. Er is in deze zaal zo wie zo veel gesloopt gezien het puin wat er ligt. Achterin bij de noordwand ligt er zelfs een hele hoop puin van een of ander donker gesteente. Het is duidelijk dat het puin eens een beeld moet zijn geweest. Iets van de trekken van het gesloopte beeld komt nog bekend voor: Het is het beeld van de Oppergod geweest. In wat de oogkassen moeten zijn geweest hebben duidelijk edelstenen gezeten die er uit zijn gepulkt. Het is de groep nu erg duidelijk dat er in deze ruimtes gewoon stelselmatig is gebrast. Dan gaat de groep avonturiers weer verder en ze besluiten het linkse gangetje voordat de zaal begint te nemen.
De linkergang (west) is, evenals de rechtergang trouwens, erg smal en ze moeten er zijwaarts lopen om er doorheen te kunnen komen. Na een paar meter moeten ze rechts (noord) het hoekje om waarna ze na nog een aantal meter uitkomen in een ruimte van 6x6 meter. Irdor vindt het helemaal niet leuk wat de brassers hier gesloopt hebben. Tussen het andere puin is het restant van het beeld van Set te herkennen. Alle kostbaarheden die ooit in het beeld verwerkt waren zijn er uit gehaald. Het voorstel om toch nog even ook de andere gang te nemen (oost) ziet Traz niet echt zitten, maar na aandrang van de rest moet hij wel mee. De rechtergang loopt volkomen symmetrisch en eindigt ook in een ruimte van 6x6 meter. En wat Traz al vreesde is inderdaad gebeurd: hier ligt het beeld van Ra aan diggelen, beroofd van alle kostbaarheden. Men mag nu rustig concluderen dat er een groep slopers bezig is geweest om alle kostbaarheden te jatten en alles te slopen, inclusief de beelden van de drie belangrijkste goden. Maar goed, de groep staat nu dus aarzelend in de ruimte te bedenken wat ze nu moeten doen. Ze begrijpen dat dit niet alles kan zijn; er moet meer zijn. Daarom lopen ze terug naar de grote ruimte in de hoop daar een verborgen deur te vinden. Helaas wordt hun die hoop ontnomen; ze vinden er geen. Dan beginnen ze blijkbaar aan zichzelf te twijfelen, want er wordt terug gegrepen op heel wazige dingen: Irdor denkt dat er illusies in het spel zijn. Maar wat hij ook denkt dat het er niet zo uit ziet, het blijft toch allemaal bij het oude. Dan mag de groep zich weer gelukkig prijzen dat ze de particulier Arven in hebben gehuurd. Deze raadt Sjaak aan om eens achter het beeld te gaan kijken of er daar in de muur geen geheime deur zit. Dat doet Sjaak wel en ziet inderdaad zo een geheime deur zitten [de DM gooit een 01 met een D100]. Sjaak vertelt tegen de groep dat degene die hier zo huis hebben gehouden met breekijzers zijn bezig geweest om de deur open te krijgen. "En dat was helemaal niet nodig, want het is een vrij makkelijke geheime deur", zegt Sjaak terwijl hij op een steen in de muur duwt. Daardoor glijdt er een deur open waar een gang achter verschijnt die verder in noordelijke richting loopt. Na een paar minuten gaat de deur weer vanzelf dicht. Op angstige vragen van de groep antwoordt Sjaak dat er aan deze kant van de geheime deur ook een steen zit waarop je moet drukken om de deur open te krijgen. Die steen is zelfs gemarkeerd, dus kan het nog beter?
Na 2 meter gang komt de groep uit in de volgende ruimte. De ruimte heeft een grootte van 6x6 meter en in de wester- en oostermuur zitten deur openingen. Ook in deze ruimte is weer flink gebrast en nu ligt er het beeld van de Bewaker in puin. De groep besluit links af te slaan, richting west. De lucht is er veel vochtiger en naarmate ze verder de gang in lopen, wordt de lucht nog vochtiger. Na een paar meter komen ze aan op een T-splitsing. De gang splitst zich naar links (zuid) en verder rechtdoor (west). De gang zuid is weer zo'n smalle gang. De groep besluit om linksaf te slaan. De gang eindigt op een gesloten geheime (?) deur. Maar die krijgt Sjaak niet open. Waarschijnlijk wordt de deur geblokkeerd door allerlei puin. De groep beredeneert dat de ruimte achter deze deur de ruimt is waar het gesloopte beeld van Set in ligt. Ze lopen terug en slaan op het einde links af en vervolgen de gang verder westwaarts. Die gang eindigt vrij snel in een ronde ruimte. De vloer heeft de vorm van een kom met in het midden een gat. Het is hier erg vochtig en er groeien algen en ander schimmel in deze uiterst vochtige ruimte. Aangezien er in de ronde ruimte verder niets te halen valt, keert de groep om en gaan weer terug naar de vorige ruimte. Die steken ze over en lopen dan de andere gang richting oost in. Ook daar is het vochtig. Ze horen er zelfs het geluid van stromend water. Deze gang heeft geen aftakking richting zuid, maar eindigt rechtstreeks in zo'n ronde ruimte. Ook hier heeft de bodem de vorm van een kom met in het midden een gat. Het verschil met de andere ronde kamer is dat er hier water uit de muur komt en wegstroomt in het gat. Ook hier groeien er veel schimmels en mossen. Mulaloper Traz wil niet geloven dat er geen gang loopt richting zuid naar de ruimte van Ra. Maar hij kan in de zuidmuur van de gang geen geheime deur of zoiets vinden.
Wanneer Traz terug ie bij de groep lopen onze avonturiers terug naar de ruimte van de Bewaker. Deze ruimte onderzoekt Sjaak op geheime deuren. Ook hier begint hij bij het stuk muur achter het beeld, althans waar het beeld ooit gestaan had. Ook deze is al eens met geweld geopend geweest. Deze deur gaat pas na veel moeite open. In de muur achter de deur zit een hendel, dus de deur is ook vanaf de andere kant te openen. Dat is voor de groep avonturiers de reden om deze deur achter zich toch maar dicht te doen als ze hun tocht vervolgen. De gang waar ze zijn ingelopen loopt richting noord en eindigt na een paar meter in een ruimte van 8x6 meter. Ook in deze ruimte hebben beelden van de goden gestaan en wel 7 stuks: Kattekop, Anti-Ondood, Natuur en Dood, Kennis, De Grote Brede, De Gespierde en De Rode, de insekt. Al die beelden zijn weer gesloopt en van hun kostbaarheden ontdaan. Het geheel ziet er treurig uit. Net voor de noordwand staat een altaar die nu meer gaten heeft dan zijn oorspronkelijke 2. In de oost- en noordwand is er weer in de muur gehakt. Daar zullen wel weer geheime deuren zitten! En inderdaad, als de groep bij de oostwand gaat kijken vinden ze daar een geheime deur. Deze deur is echt gebrast. Waarschijnlijk heeft het de sloperinbrekers echt veel moeite gekost. Voor onze groep avonturiers is het echter nu niet moeilijk meer: Sjaak geeft er een duwtje tegen en de deur valt om met een luide knal. Het verbaast ze dat die slopers zoveel moeite hebben genomen om de deur weer rechtop te zetten. Maar goed achter de omgevallen deur verschijnt er een gang richting oost.
Na 6 meter oostelijke gang knikt deze naar noord weg. Dan is het nog 2 meter lopen wanneer de groep avonturiers uitkomen in een hele grote ruimte. Het is een grote hal van wel 16 meter lang, het plafond is gewelfd en alles is in marmer uitgevoerd. De muren zijn versierd door fresco's, pleisterwerk enzovoort. Het moet een gigantisch mooie hal zijn geweest en het is doodzonde dat de hal nu compleet is gebrast. Overal waar bijvoorbeeld edelstenen zijn gebruikt als ogen zijn deze nu eruit gepulkt. Het marmer is op vele, vele plekken aan gort geslagen. Toch is het nog uit de fresco's te halen dat deze rare gebeurtenissen voorstellen en optochten van menigten en wel dusdanige optochten die de avonturiers helemaal niets zeggen. Het is echt zonde dat de hal gesloopt is, want het had een heel mooi museum geweest kunnen zijn. De hal eindigt in het noorden in een gang die verder noord loopt. Na 2 meter expandeert de gang zich schuin weg en wordt een ruimte van 10x8 meter. Hier hebben allerlei schatten opgeslagen gelegen: urnen en zo en ook van die mooie houten beeldjes. Maar even als de rest is ook hier alles aan pap geslagen. De groep loopt verder richting noord waar een gang hen verder leidt. Ook nu mondt de gang na 2 meter uit in een ruimte, nu van 8x6 meter. In het midden van de kamer staat een stenen sacrofaag met daarnaast op de grond de deksel. Traz en Irdor stappen naar binnen en ze krijgen weer sterk het gevoel van verlatenheid. In de sacrofaag zitten gaten van de breekijzers waarmee ze hem open hebben gemaakt. De deksel ligt met zijn bovenkant naar boven, waardoor men ziet dat alle juwelen die op de deksel zaten eraf zijn gehaald. Natuurlijk, nou ja natuurlijk, is de rest van de kamer ook behoorlijk gesloopt. zoals alles hier. In de sacrofaag liggen nog wat resten van bruine stof in de vorm van reepjes zoals die ook bij mummies worden gebruikt. De sacrofaag is groot en breed, dus hier had makkelijk zo'n hagedisvechter in gekunnen. In de groep ontstaat het idee dat de mummie nu wel eens aan het rondlopen kan zijn; Sakatha was immers al opgestaan. Sjaak kijkt in de ruimte naar geheime deuren, maar kan hier niets vinden. Daarom besluiten ze terug te gaan naar de kamer met de zeven beelden waar zich in de noordwand nog een geheime deur bevindt.
Achter de geheime deur in de noordwand verschijnt een steile trap omhoog. De trap is 1˝ meter breed, vrij steil dus en ruw uitgehakt. De lucht die uit de trappengang komt is anders: verser, maar ook rot van rottende planten zoals een moeraslucht dus. Achter de deur zit geen hendel en Sjaak kan ook niet zo gauw iets anders zien waarmee de deur open kan gaan. Volgens Sjaak is de deur ook niet te blokkeren. Onze avonturiers verbazen zich over het feit dat hier de mogelijkheid ligt om naar buiten te kunnen gaan en dat is raar. Ze zouden namelijk niet op eigen kracht terug kunnen komen. dus wat is er mis?! Ze doen de deur, die dicht was gegaan, weer open waarna de trap wat beter onder ogen wordt genomen. Ze zien echter geen voetsporen in de stof en ook geen stukjes stof. "Dus hier kan de mummie niet zijn geweest? Is ie al naar boven toe?", zijn vragen die de groep zichzelf stelt. Maar als de mummie niet via deze weg naar buiten is gegaan dan moet hij dus ongemerkt langs ons zijn gegaan. Al met al, vertrouwt de groep deze weg naar buiten niet. Daarom besluiten ze om naar de sacrofaag terug te gaan.
Bij de sacrofaag aangekomen, onderwerpt de groep de sacrofaag aan een wat uitgebreidere onderzoek. In de sacrofaag zelf liggen inderdaad reepjes stof, maar erbuiten helemaal niet. Daaruit wordt geconcludeerd dat het misschien wel nep is en er helemaal geen mummie is geweest. Dan wordt er voorgesteld aan Sjaak of hij de bodem van de sacrofaag kan onderzoeken. Misschien zit daar wel een dubbele bodem in of zo iets. Sjaak doet dat wel en klopt op de bodem van de sacrofaag. Deze klinkt hol en Sjaak ziet dan prompt een naad van een luik lopen. De groep vraagt zich dan af of de trap naar buiten toe een valstrik is? Een illusie misschien? Maar goed dat ze daar niet verder zijn gegaan. Sjaak vertelt de groep dat hij geen valstrikken in de sacrofaag kan ontdekken, maar ook dat hij niet weet hoe het luik omhoog te krijgen. Het ziet eruit als een definitieve afsluiting en dat het ook de bedoeling is dat het luik nooit meer open gaat. Wel hoort Sjaak geluiden onder het luik vandaan komen, stemmen die ver van beneden komen. De groep wil het luik niet brassen, omdat ze hun aankomst niet al te duidelijk willen aankondigen. Dan komen ze weer tot de ontdekking dat Irdor ondanks zijn hoge ouderdom erg nuttig kan zijn voor de groep. Deze doet namelijk zijn zwaartekracht spreuk op het luik die dan mooi omhoog komt. Met hulp van wat andere groepsleden wordt de steen dan opzij geschoven waarna de doorgang vrij is gekomen. Toen Irdor zijn zwaartekracht spreuk uitsprak merkte iedereen dat ook zijzelf iets lichter werden. Het geluid is nu duidelijker te horen: het is een monotoon gezang. Krodahl herkent het gezang meteen en legt aan de anderen uit dat het gezang een Khali incantatie is, een bloedritueel voor een bloedoffer. En aangezien het hier om een Khali incantatie gaat zal het hoogstwaarschijnlijk een mens zijn die geofferd wordt. Met de Khali incantatie als achtergrond gezang verdwijnt de groep door het luik naar beneden...
Het gat van het luik bevindt zich ongeveer 2 meter boven de hoofden van onze helden in het plafond aan het begin van de gang waar ze nu in staan. De gang loopt naar het zuiden toe, na 3 meter eindigend in een trap naar beneden. het is een mooie trap in gepolijst marmer uitgevoerd. Hier zijn de sloperinbrekers duidelijk niet geweest, want niets is hier gebrast. De noordmuur van de gang, waar de groep dus in de gang is gesprongen, is duidelijk dicht gemetseld. De helden lopen de trap af en komen uit in een ruimte van 6x9 meter. In het midden van de zuidwand zit een dubbele deur met aan iedere kant een beeld: links Ra en rechts Set. Met deze beelden is iets mee daar ze nu niet in hun gewone houding staan. Tot nu toe stonden alle beelden met hun handen gekruist voor hun borst. Deze twee beelden hebben echter hun handen in hun zij staan. Achter de bronzen deur komt galmend het incantatie gezang vandaan. Irdor vertelt dan dat bloedrituelen gebruikt kunnen worden om demonen op te roepen. Ook laat hij zich ontvallen dat Set helemaal niet negatief staat tegenover bloedoffers die rechtstreeks aan hem gericht zijn. Een positief puntje is gelukkig dat het hem niet uitmaakt wat voor bloedoffer: het mogen ook dieren zijn. Traz en Irdor staan elkaar even aan te kijken en komen blijkbaar tot de conclusie dat hier hun taak ligt.
Traz en Irdor lopen gezamenlijk naar de deuren toe. Op het moment dat ze een ˝ meter van de deuren af zijn krijgen beide heren een vlammetje te verwerken: VONK!! Daar hebben ze beide toch wel behoorlijk last van [Traz 4 HP, Irdor 2 HP]. Ze krijgen daarbij hetzelfde gevoel als bij de beelden waar ze bekeerd zijn. Op de bronzen deuren staan twee tekeningen: een van Set en een van Ra die elkaar aankijken. Irdor gaat dan bij Set op zijn oude knieën zitten en vraagt Set om doorgang. Daarna doet Traz hetzelfde bij Ra, maar er gebeurt helemaal niets. Dan vragen ze het tegelijkertijd aan hun godheid, maar weer gebeurt er niets. Is dit de laatste barričre die ze moeten beslechten? Dan proberen ze het via de krachten van hun Holy Symbol om de twee deuren open te maken. Ook nu gebeurt er weer niets, maar ze weten nu wel dat er een barričre zit die kan doden. De barričre bestaat uit een scherm die zit tussen de beelden onderling en vanaf het beeld loodrecht op de muur. Als men dus de deuren wil bereiken, dan komt men altijd door het scherm. Irdor onderzoekt zijn beeld wat beter. Hij ziet dat er in het hoofddeksel van Set een zelfde teken staat als op zijn Holy Symbol. Qua grootte komt het echter niet overeen, dus blijkbaar is het niet de bedoeling om daar de Holy Symbol tegen aan te leggen. Dan komt hij er achter dat tussen de sokkel en de vloer een naad zit. Het is dus de bedoeling dat de beelden kunnen draaien. Dan blijkt weer dat de groep de particulier Arven echt onder betaald hebben, want hij legt aan Traz en Irdor uit dat ze van ieder van hun beeld de buitenste elleboog moeten pakken en daarmee de beelden naar elkaar toe moeten draaien. Traz krijgt nog eens duidelijk uitgelegd dat hij moet zorgen dat de elleboog aan de buitenkant van het scherm moet houden en niet de elleboog binnendoor moet duwen. Als Traz het dan snapt trekken ze aan de ellebogen van de beelden. Helaas wordt de draai van de beelden geblokkeerd en ze blijven geblokkeerd als ze tegelijkertijd de beelden willen verdraaien. Een beetje hopeloos kijken ze dan Sjaak aan die dan een beeld wat beter onderzoekt. Hij komt erachter dat er een pin zit die eerst verwijdert moet worden, maar hoe? Dat kan Sjaak niet ontdekken. Dan onderzoekt Irdor het beeld van Set weer eens. Hij voelt dan tussen de voeten van Set en merkt dat daar een holte zit die je niet ziet! Sjaak voelt ook nog eens, maar bij hem is het gewoon dicht, zoals je mag verwachten. Irdor voelt dan wat beter en merkt dat er in de holte inkepingen zitten die verdacht veel op de tekening van een schorpioen lijken. Traz voelt dan ook tussen de voeten van Ra en komt tot de zelfde conclusie, alleen bij hem zijn het de zonnestralen. Al met al komen de afbeeldingen in de holten precies overeen met de twee Holy Symbols. De oplossing is dan snel gevonden: Irdor en Traz leggen hun Holy Symbol in de holte tussen de voeten van hun godsbeeld en beide horen een klik. Nadat ze hun Holy Symbols weer om hebben gehangen draaien ze de beelden naar elkaar toe. Het scherm draait daardoor mee waardoor de twee bronzen deuren nu helemaal vrij zijn. Het scherm loopt dus nu vanaf de muur van de deur naar het beeld en vanaf daar weer loodrecht op de zijmuur. Traz en Irdor lopen dan tussen de beelden door naar de deuren. Op het moment dat ze de beelden passeren krijgt ieder een genezing van hun godsbeeld [Traz 1 Hp, Irdor 7 HP]. Als ze bij de deuren zijn aangekomen en deze aanraken, dan draaien de twee bronzen open en kijken ze een grote zaal in waar nu heel duidelijk het gezang van de Khali incantatie te horen is...
Onze helden lopen een roodachtig verlichte zaal binnen die een breedte heeft van 9 meter en na 12 meter nog breder wordt. De sfeer die er hangt is hetzelfde als die waar de groep in het begin binnenkwam. (Ze gaan een kapel in.) Op 16 meter van de deuren staat het bekende altaar met de twee gaten. Daarachter staat een man in een rode mantel en vanaf de deuren zien onze helden dat er iets op het altaar ligt. Als ze dichterbij komen kijkt de man in de rode mantel even op en gaat verder met zijn monotone gezang. Hij heeft een gegolfde dolk in zijn hand, duidelijk een offerdolk. Dan zien onze helden wat er op het altaar ligt: een meisje! Het ergste is nog dat ze er niets aan kunnen doen. Alhoewel ze de roodgeklede man en het meisje kunnen zien, zijn ze niet echt aanwezig. Ze zijn bezig naar deze zaak toe te komen en daardoor zien ze er nog doorzichtig uit. Verder bevindt zich in het midden van de ooster- en westerwand een beeld: Ra en Set. Ze kijken uit op het altaar. Met het altaar zelf is iets gebeurd: het is expres ontheiligd. Het altaar is van de Beschermer van de dungeon en de dungeon wordt beschermd door een hele machtige demon! Rondom het altaar is een cirkel getekend van zo'n drie meter doorsnee. Daardoor is de demon gebonden aan het altaar en als je door de cirkel gaat, verbreek je hem en komt de demon los. Die waarschuwing neemt de groep van harte aan van Irdor. Dan komt de groep erachter dat de Rode priester alles kan horen wat ze zeggen. Het is blijkbaar tijd voor een pauze in zijn incantatie, want hij stopt met zijn gezang. "Zo, dat hebben jullie mooi gedaan!", zegt hij dan. Als antwoordt krijgt hij te horen: "Hoezo mooi?" "Nou kan ik er bij." "Waarbij?" "O, je weet het niet. Maar goed, dit is mijn stervensdag niet, maar misschien wel die van jullie..." Verder laat de Rode priester weten dat hij de groep wel kent. Ze kunnen hem zelfs helpen. De Rode priester wil graag sterven voor Khali, maar dan wel met het Machtigste Wapen. Van de reptielenkoning ("Oh ja, het is een reptielenkoning") wil hij dat die dood wat hij wil. Over de groep moet ie nog wat dingen achterhalen, over Het Wapen en zo. ("Hoezo? Welk Wapen?") Wat betreft de oorlog tussen de dwergen en de orken: Ze hadden een deal gesloten met de orken, want die hadden ze nodig voor Umonds. De deal bestond uit het leveren van wapens die ze nu gebruiken tegen de dwergen.
Dan klinkt er een andere stem door de ruimte: "Zo!" Precies achter het altaar ontstaat er een rookpluim en binnen 10 seconden staat er een grote gespierde man zoals het beeld van de krijger, alleen is deze een kop groter. De lange gestalte van 2.20 meter is erg breed en gespierd. Zijn huid is geschubd dat verder omhangen is met dure kleding en veel ringen en goud. "Ah mooi!", zegt de Rode priester. Krodahl begroet de gestalte met een: "Gegroet Sakatha". "Ja, zo heette ik eerst", is het antwoordt van de reptielenkoning. De twee hoektanden van Sakatha zijn een stuk groter: hij is een vampier geworden. En dat is zijn vloek. De groep praat dan met Sakatha waarna ze begrijpen dat deze er ook niet echt blij mee is om onder controle van de Rode priester te komen. Het antwoord op de vraag van de groep of zij er iets tegen zouden kunnen doen, moet hij helaas schuldig blijven. Dat weet hij niet. De heldengroep vraagt dan aan hem of ze niet naar een kamer kunnen waar de Rode priester hen niet hoort. Dat vindt hij goed en vervolgens leidt hij hun door een geheime deur naar een kamer waar ze het een en ander kunnen overleggen.
Sakatha vertelt dat de Rode priester controle over hem heeft, als hij dicht genoeg in de buurt is. Nu is de afstand nog te groot. De groep kan Sakatha ook niet wegsturen, daar hij gebonden zit aan een plek. Op het voorstel om Sakatha te vernietigen zegt deze: "Há, probeer het maar eens!". Het blijkt dat Sakatha als vampier gebonden is aan zijn sacrofaag. Die sacrofaag krijgt de groep nu niet op tijd weg en Sakatha laat niet toe dat de sacrofaag vernietigd wordt. Ook de sacrofaag verstoppen lukt niet. Misschien in een tempel van een machtige godsdienst, maar Sakatha heeft geen zin om de speelbal te worden van elke priester die langs komt. Over zijn opstaan zegt Sakatha dat hij een uur geleden wakker is geworden. Toen waren alle barričres weg op eentje na. Die laatste is zo'n 10 minuten geleden opgeheven. Dan vraagt hij aan Krodahl of die pas dood is geweest. Van het een komt het ander en zo krijgt Sakatha te horen dat Krodahl nog een vampier kent. Sakatha is dan uiterst verbaasd dat Krodahl dan nu nog leeft. "Hoe kan dat?!", vraagt hij daarom. Krodahl legt uit dat ze haar geholpen hebben. Nou ja, Sakatha blijft het vreemd vinden. Hij vertelt vervolgens dat hij buiten krijgers heeft die meteen aan de slag gaan om het gebied weer te veroveren, als hij tenminste vrij was. Maar nu zal hij waarschijnlijk verbonden worden met de Rode priester. Voor de rest heeft Sakatha de tijd: hij pakt ons nu niet omdat als de Rode priester dadelijk de macht heeft we alsnog sterven. Krodahl vraagt dan waarom hij vampier is geworden. Sakatha antwoordt dat hij dat zelf heeft gewild, nog steeds. Krodahl zegt dan dat het bij Ina anders was; die wilde niet. Ook merkt Krodahl dat Sakatha maar een vreemd gevoel heeft als hij het over Ina heeft. Krodahl weet het dan ook niet meer en probeert raad te vragen aan zijn god. Maar daar wordt hij ook niets wijzer van. Ondertussen heeft Sakatha Khemron aan staan te kijken die nu terug staart naar Sakatha. De groep resumeert wat nu de mogelijkheden nog zijn:
Of Rode priester vernietigen,
of Sakatha vernietigen,
of de boel, de boel laten en vluchten.
Dan wordt er de knoop door gehakt en de groep besluit Sakatha te vernietigen. De particulier Arven begint dan evenals Khemron wazig uit zijn ogen te kijken. Traz laat dan een lichtbundel uit zijn Holy Symbol verschijnen. Ardi-ente spreekt zijn elektrische schok uit waardoor Sakatha wel enige schade opdoet [12 HP]. Krodahl, Irdor en Ernst-Janred proberen Sakatha te turnen hetgeen bij alle drie mislukt. [Charel gooit een 1 met een D20. Dan krijgt hij te horen dat hij een 20 had moeten gooien, had het willen lukken. Prompt gooit hij dus na zijn 1 een 20.] Marcel slaat raak: KLING! Beteuterd kijkt hij naar zijn zwaard. Ondanks dat de slag raak was had het geen enkel gevolg. Sjaak steekt ook raak met zijn dolk, maakt echter alleen maar een klein krasje. Dan verandert de vampier in een wolk die snel oplost. De lichtbundel van Traz doet daardoor geen schade meer. Irdor zorgt nog voor een gigantische lichtflits in de wolk. Het resultaat is dat iedereen nu een flinke last heeft van die lichtflits. Krodahl merkt dat het gevecht uit de hand gaat lopen en roept heel hard: "Ina!!!". De wolk is weg en Traz krijgt 2 handen op zijn schouders gelegd door Sakatha die ineens achter staat. Dan zijn plots alle herinneringen verdwenen vanaf het moment dat de groep zich nog op de Ijswereld bevond tot nu toe en ook voelt hij zich wat minder gezond. [Sakatha heeft net 2 levels gedraind en alles wat er in level 5 en 6 is gebeurd is Traz nu kwijt.] Bij Krodahl stapt er dan een dame uit zijn lichaam die zich langzaam materialiseert. Ardi-ente probeert Arven dan aan te spreken, maar die is onder hypnose en denkt dat hij ergens buiten op het veld loopt. Krodahl maakt dan gebruik van zijn krachten van Kroch en gebruikt daarvan de negative plane detection. Sjaak is ondertussen weg. Ernst-Janred begint aan een andere kracht, terwijl Marcel vertwijfeld staat te kijken en dan op Arven toestapt. Vervolgens raakt ook Krodahl gehypnotiseerd. Op dat moment roept de dame hard: "Stop! Hé stop!". Iedereen blijkt daar gehoor aan te geven. Ook Sakatha die weer achter Traz stond. Dan zegt de dame die Ina blijkt te zijn: "Laat ze los". "Waarom?", vraagt Sakatha dan. "Omdat ik met ze wil praten", antwoordt Ina. Sakatha haalt dan zijn schouders op en onze drie helden zijn weer terug in de kamer. Ina, een heel aardig meisje trouwens, vraagt dan: "Wat is dit?". Irdor legt dan uit dat Sakatha onder macht komt van de Rode priester en dat is het laatste wat zij willen. Ina kan daar allen op antwoorden: "Ik weet alleen dat ik vrij ben". Ze heeft daar lang over nagedacht, maar is er niet uit gekomen wat er nu precies is gebeurd en hoe het komt dat ze vrij is. Lang geleden toen de groep haar tegenkwam was ze al vrij. Ook nu kan Sakatha haar niet controleren en dat zou vrij makkelijk moeten kunnen. Ook Sakatha snapt hoe het komt dat hij haar niet kan controleren. Khemron begint dan pas echt te beseffen waar hij is en wat er gebeurd moet zijn. Hij staat Traz dan raar aan te kijken en vraagt wat er met hem is gebeurd. Hij vraagt zelfs aan Traz: "Weet je wie ik ben?" Sakatha is blijkbaar in een goede bui, want hij loopt naar Traz toe en legt weer twee handen op de schouders van Traz. Die krijgt dan weer al zijn herinneringen terug en wordt weer helemaal de oude. Nou ja niet helemaal. Zijn lichaam en geest heeft in zo'n korte tijd twee enorme klappen gehad en dat heeft toch wel zijn gevolgen gehad. [Maurice heeft een system shock moeten gooien voor Traz en gooide 93 met een D100 waardoor Traz dus permanent een constitution point kwijt is.]
Dan hoort de groep een vreselijk gegil met daarop volgend het gekmakend gelach van de demon. Iedereen krijgt er de rillingen van en ze kunnen zich nu goed voorstellen dat je er goed gek van kunt worden. Sakatha maakt een opmerking waaruit de groep opmaakt dat hij zijn troepen boven al aan het werk heeft gezet. Vlug geven ze dan de beschrijvingen door van hun goede vrienden en Sakatha zal het voor zover het al niet te laat is doorgeven. Ook beperken onze helden het gesprek zich tot de belevenissen van Ina op de Ijswereld. Dan komt het gesprek op Nandorim die Ina ook heeft gebeten. De groep weet dat nandorim dat helemaal niet erg vond. Die had er trouwens ook geen enkele hinder van. Dan beginnen er bij sommige een lichtje te branden: zou het drinken van het bloed van Nandorim, zoon van een godin het kunnen zijn. Sakatha heeft dan wel een goed idee: het bloed drinken van Ina. Deze vraagt dan aan de groep wat ze met Sakatha hebben. De groep legt dan heel snel uit wat er gebeurd als Sakatha onder controle van de Rode priester komt. Ina wil dan wel laten toestaan dat Sakatha van haar bloed drinkt. De groep echter wil een deal sluiten met Sakatha. Die vindt dat best, maar hij gaat niets beloven bij een of andere god. Hij is een koning en dat is genoeg. Omdat de groep bang is dat hij zijn oude grondgebied met geweld wil terug veroveren (het reikte tot aan Dumador) vinden ze belangrijk dat aan banden te leggen. De afspraak die de groep dan met Sakatha weet te maken is een echte officiële niet-aanvals verdrag. Dat houdt dus in dat als hij aangevallen wordt in de betekenis van een echte oorlogs aanval, hij zich wel mag verdedigen en terug mag vechten en aanvallen. Bovendien mag hij verder van dezelfde dingen gebruik maken als zijn tegenstanders zoals omkoperij etcetera. Nadat het verdrag is bekrachtigd met Sakatha's belofte, bijt deze in de ontblootte arm van Ina. Ina wordt dan iets bleker en begint dan zelfs te wankelen. Sakatha kan dan maar met moeite stoppen, blijkbaar had hij dorst. Op het moment dat Sakatha stopt, vliegt de deur aan diggelen: "Ha ha! Daar is ie dan!", roept de Rode priester en begint aan zijn turn. Krodahl spreekt nog snel en resist uit. Dan op het einde van de turn blijkt dat de Rode priester netzijn turn niet heeft gehaald. Alles bij elkaar was net genoeg om de controle over Sakatha te laten mislukken. En omdat de turn is mislukt kan de Rode priester Sakatha nooit meer onder controle krijgen. Die wordt dan ook vreselijk kwaad en ontploft zowat. Daar staat de groep dan: ze hebben kunnen voorkomen dat Sakatha onder de controle kwam van de Rode priester. Maar het gevolg is dat er nu een laaiende priester tegenover hen staat. En of ze dat probleem aankunnen........
Is dit het definitieve einde van de groep? Of redden ze zich ook hier uit? Voor het antwoord: zie volgende episode uit De Travellers van Thuis.