Sessie 108, 13-06-1993, Afwezig: Swen

 

 

      Waarin een sjamaan vrijwillig zijn krachten demonstreert.

 

Deitar, de 27e dag in de maand van Leah en Endyl, in het jaar 311 N.O.

 

Het is voormiddag als we in de heuvels rijden van het gebied de Grimt. Algemeen is bekend dat er in deze streken veel orcen zitten en beergoblins. Over deze heuvels zijn veel rare verhalen en de onderwerpen die daar uitspringen zijn:

1.    De heuvels zelf worden gebruikt voor allerlei zaken, zoals bijvoorbeeld mijnbouw. Ook zaten er vroeger heuvelreuzen die maar die zijn eruit gestampt.

2.    De heuvels zijn gebruikt om er graven van te maken en daarom is het er niet pluis.

3.    Er wordt sterk afgeraden om van de hoofdweg af te wijken. De reden hiervoor is dat er maar weinig mensen van terugkomen als ze het woud of de heu vels zijn ingegaan. Je schijnt er op onverklaarbare wijze te verdwalen. De heuvels bewegen zich, of zijn behekst of iets dergelijks.

Toch zou het prettig zijn geweest om van de hoofdweg af te wijken, want hij loopt heel inefficiënt door de heuvels heen met rare kronkels erin. Het is zeer zeker niet de kortste weg. Dan heeft de groep het over een ander probleempje, een kleine vind ik, maar er staat wel een hele discussie: Wat doen ze met mij en mijn zwaard, gezien het verloop van het gevecht. Ten eerste welk gevecht? Ik herinner me helemaal niets, maar als hun het me vertellen geloof ik het wel. Ten tweede, dat was een foutje. Ik had wat beter moeten nadenken toen ik mijn zwaard pakte, want het kan onder controle gehou den worden onder, zolang het maar niet gaat om de stam orcen met het stilistisch oog. Maar goed ik wacht het resultaat wel af. Na voornamelijk de doordrukkende argumenten van Traz en Krodahl wordt er besloten om kleine groepjes orcen af te meppen en de wat grotere groepen, georganiseerde groepen, met praten. Dat vind ik een prima besluit, behalve als het de bewuste stam is, dan is het pech want die gaat eraan! Toch vinden ze het nodig om wat langer stil te staan bij orcen en er worden een paar feiten opgenoemd om iedereen duidelijk te maken wat ons eventueel te wachten staat. Orcen kun nen zien in het donker, ze hebben nachtzicht. Het beste wat je met ze kan doen is afmaken, want het is gewoon tuig. "Ze vernielen de wouden bijvoorbeeld", verklaart Traz. Je hebt ze in drie soorten: standaard, betere en nog betere. De orcen die net zijn afgemaakt waren stan daard orcen. Dat er heel goede orcen rondlopen weten we: er is een elite groep dwergen afgemaakt, waaronder zelfs een dwergenmagiër zat. Waarom is dat zo bijzon der? Omdat dwergen heel goede uitrusting hebben. Ze hebben altijd wel met iemand ruzie en zijn dus altijd wel met iemand in oorlog. Verder zijn ze zelf breed, kort en gespierd, kortom goede vechters. Je ziet ze bijna nooit boven de grond, ze zitten meestal in grotten en gangen en zo, vandaar hun lichaam. Ze vechten nooit op af stand, maar gaan er altijd recht op af. De orcen weer. Dat stelletje tuig vecht ook altijd, maar gelukkig ook veel tegen elkaar. Alleen het probleem is: vandaag 100 dood, morgen er weer 200 bij. Zo snel is hun groei, dus ben blij dat er veel worden afgemaakt! Van alle orcen zijn de georganiseerde orcen het ergst, zij zijn het gevaarlijkst omdat er vaak ook nog wordt nagedacht als ze gaan vechten. De stam is zo'n organisatie vorm en meestal hebben ze dan een stamteken. Dan vraagt Mus surana weer waarom ze toch gedood moeten worden? Traz antwoordt dan heel nonchalant: "Daar kom je vanzelf wel achter bij het volgende kamp, wanneer ze net baby's aan het roosteren zijn of vrouwen verkrach ten!". Kortom, onze strategie is om op de weg te blij ven, geen magie te gebruiken en bij georganiseerde orcen: handelaren komen er ook door.

 

Irdor ligt trouwens gewond op de grond en als het de betekenis van gewicht had gehad zou hij door de grond zijn gezakt, zwaar gewond dus. Ik onderzoek hem en mijn conclusie is dat het niet best uitziet. Twee pijlen zitten diep in zijn lichaam, eentje is steekt zelfs aan de achterkant door zijn leer weer heen! De ellende is dat ik niet goed kan zien waar de punt van de pijl zich precies bevindt. Ik durf hier niets aan te doen, bang dat ik de verkeerde handeling verricht. Krodahl kijkt er eens naar en concludeert al snel: een CLW. Zo gezegd, zo ge daan. Hij trekt de pijl waarvan de punt al uit het lichaam was er verder doorheen totdat de pijl eruit is en laat zijn geneeskracht van Kroch werken. Na deze behandeling gegeven te hebben weet hij nu dat die ene CLW niet genoeg was en is. In dit geval zal er echt een 'Cure Heavy Wound' aan te pas moeten komen. Irdor is on dertussen door de behandeling bewusteloos geraakt en komt daar voorlopig niet meer van bij. Niemand weet hoe Irdor nu verder behandelt moet worden, ook ik niet! En we zitten met een dik probleem, want één pijl zit er nog in en dat is nou juist degene waarvan ik niet weet hoe ik die er uit kan krijgen zonder dat Irdor daardoor doodgaat. En eruit moet de pijl, want afbre ken zou levensgevaarlijk zijn. Als de punt namelijk gaat zwerven ...! Nee, hij moet eruit. Gelukkig waren het geen giftige pijlen, want dan waren we verder van huis af geweest. Helaas waren het wel pijlen met van die lek kere weerhaken eraan waardoor ik hem er niet zomaar uit kan trekken. Want trek ik iets teveel mee ...! Alle ellende is dat ik niet precies weet waar de punt zich bevindt. Anders had ik kunnen besluiten om de pijl of helemaal door het lichaam te duwen, of hem eruit te trekken. Helaas ben ik ook al mijn potions kwijt en hebben we eenvoudig weg niet de tijd gehad om die weer aan te vullen. Gelukkig hebben we wel de scroll van Jorlon en daar staat en CHW op. De enige optie die dan nog openstaat is de samenwerking tussen Krodahl en mij. Hij maakt gebruik van de kracht Cure Heavy Wound, terwijl ik de wond open snijd om de pijl eruit te halen. Dat zal het moeten worden, want Irdor mag absoluut niet verplaatst worden en ook niet bewegen. Een kleine beweging kan al genoeg zijn ...!

 

Ter voorbereiding ga ik me concentreren, diep con centreren. Dan hoor ik een verschrikkelijke gil (de natuur is dan een tijdje doodstil), waardoor ik niet in de vereiste concentratie kan komen en ik opnieuw moet beginnen. Krodahl legt nog eerst uit hoe de scroll werkt. Het uitspreken van de Kracht via een scroll is maar heel kort, waardoor de priester die hem uitspreekt vrij snel weer 'bevrijdt' is van de concentratie die er nor maal voor nodig is. Deze kracht bijvoorbeeld is zelf een vierde level, maar de maker was van de twaalfde level en dus is een priester er erg lang mee bezig om hem uit te spreken als het een kracht zou zijn van hemzelf. Nu de kracht via een scroll wordt uitgesproken duurt het uitspreken zelf dus maar heel kort. Echter, de oorspronkelijke tijd die de kracht nodig heeft om zich te manifesteren blijft bestaan. In ons geval kan Krodahl dus gewoon de kracht uitspreken, plaats voor mij ma ken waarna ik de pijlpunt kan verwijderen terwijl de kracht bezig is zich te voltooien. Mijn tweede poging om me diep te concentreren gaat goed, dus we kunnen beginnen. Krodahl spreekt de Cure Heavy Wound uit wat inderdaad snel gaat. Daarna snijd ik eerst de kleren weg waarna ik eerst het mes Zuiver voordat ik in Irdors lichaam begin te snijden. Gelukkig dat ik me goed heb kunnen concentreren, want het is een verschrikkelijk lastig karwei. Maar het gaat erg goed en het verwijde ren van de pijlpunt loopt voorspoedig. Ik weet nu dat als ik de pijl er uit had getrokken Irdor dood was ge weest daar de pijlpunt onder de hartspier zat en met zo'n mooie weerhaak gaat dat wel lekker. Bovendien was dan de milt ook goed beschadigd geweest. De pijl doordrukken had wel gekund, maar ook dat was risico vol geweest, want duw je de pijl iets de verkeerde rich ting in dan beschadigde je het hart alsnog flink. Alles bij elkaar hing Irdor's leven aan een zijden draadje; één duwtje was al genoeg geweest! Niet dat hij ondanks mijn schitterend snijwerk er heelhuids van af is geko men: milt iets beschadigd en erg veel bloed verloren door het snijwerk. Maar kort nadat ik klaar ben begint de Cure Heavy Wound te werken en die geneest alles perfect, zodat Irdor er niets van over zal houden. Ik maak mezelf en het mes schoon, want beide zaten we helemaal onder het bloed, terwijl Irdor weer bijkomt. Irdor ziet er weer kerngezond uit {Hij staat weer op maxi mum} met één restrictie: Vanaf zijn borst naar beneden is zijn lichaam helemaal verdoofd en heeft hij er geen gevoel meer in. Dus als we hem moeten vervoeren zal ie over een ezel heen gehangen moeten worden. Dwaal licht overigens heeft tijdens de hele affaire niet gerea geerd. Krodahl vertelt dat hij voelde dat het een heel grote Kracht was die we gebruikt hebben. Terwijl de kracht zijn werk deed voelde hij dat alhoewel de kracht iets toevoegde, eigenlijk iets weghaalde. Dat heeft te maken met negatieve krachten. Brrr, echt eng dus! Daar moet ik niets van hebben.

 

Pjotr

Hij heeft beetje een behoudend karakter. Niet dat hij bang is, maar wel nuchter en hij weet van zichzelf dat hij geen goede vechter is. Heeft verantwoordelijkheids gevoel. Gaat er dus niet zomaar vandoor om mensen in de steek te laten. Is dus een vrij nuchter persoon en iemand die weet wat hij wil. Hij is geen louche figuur. Ook al doet hij wel aan smokkel, of heeft dat gedaan, hij is niet crimineel. Praat ook heel anders dan een cri mineel persoon en gedraagt zich ook niet verdacht.

 

We leggen Irdor over de ezel, zodat we weer verder kunnen gaan. Waar eerst Irdor lekker lag te bloeden door dat gezellig gesnij van mij zijn al de eerste kevers met lange snuiten te zien. Blijkbaar vinden ze het bloed van Irdor wel lekker, want ze wroeten in de grond waar het bloed is verdwenen. Bij de dode orcen hangen veel vliegen en er ritselt ook iets in de struiken. Traz vertelt doodleuk dat er ook grotere wezens op vers bloed afkomen, zeker vers mensenbloed. Na deze prettige mededeling hebben we ineens toch iets meer haast om weer verder te gaan. Na een minuut of 15 komt Mus surana met een andere prettige mededeling; volgens hem worden we bespied. Hij voelt aan dat er iets achter ons aan zit. Op een geschikte plaats gaan we van de weg af. En inderdaad, op na een gegeven moment horen we een hele luide kraak zo'n 500 meter achter ons en een boompje dat omvalt. Aangezien het geluid ons niet echt bevalt, besluiten we om toch maar de weg verder te volgen en niet om het achtervolgend wezen af te meppen. Mussurana weet de gehele tijd zeker dat het ons achtervolgt en bespiedt. We zien echter niets!

 

We komen aan op een open plek bij de weg en zien daar datgene wat we niet wilden zien: een orcenkamp met vlaggen. Traz staat ondertussen voor orcenwach ters die heavy crossbows op hem gericht hebben. Dit kamp is duidelijk in overleg opgezet. De wachters kij ken Traz vuil, echt vuil aan. Ze hadden hun bogen heel rustig aangelegd, de pezen reeds gespannen. Aan elke kant van de weg staat er eentje en ze dragen rare gelige kleding. Hun schilden waar een symbool op geschilderd is staan langs de weg. Het schild is geel en het symbool, een kapot oog waar bloed uit komt, is donker. Ook de vlaggen van het kamp zien er zo uit. De tenten zijn echt van die legertenten. Onder hun gelige tuniek dragen de beesten chain met dunne platen. Ze dragen geen helmen wat op zich raar is, want het hoort bij zo'n uitrusting. Maar goed het zijn niet voor niets beesten. Terwijl wij onder schot worden gehouden zien we dat er een orc op zijn gemak naar een grotere luxe tent loopt en er binnengaat. Op dat moment rijdt Krodahl naar voren en de orcenwachters laten meteen hun crossbows zakken. Krodahl groet de varkens en zegt dat we verder willen. Uit het komt ondertussen een vrij grote orc aanzetten. Zijn uitrusting bestaat uit platen én een helm. Het is duidelijk dat het grote varken trots is op zijn helm en ook dat het dominanter is dan zijn soortgenoten. Op zijn dooie akkertje komt het zwijn aanlopen. Krodahl stapt af, groet en zegt dat we er door willen. Domi nantje overweegt iets en snauwt dan iets terug. Ach, het zal voor hun wel gewoon spreken zijn, maar voor ons komt het over als gesnauw, maar zoals ik al zei het zijn niet voor niets beesten. Krodahl weet ook dat het hun equivalent van taal is en laat Pjotr naar voren komen. De orc snauwt weer wat en Pjotr denkt dat ie het over geld heeft. (Pjotr kent een paar woorden varkenstaal die hij geleerd heeft in Briloc waar hij vandaan komt.) Volgens hem kennen de orcen onze taal. Goed geld hebben we niet, dus wat nu. Irdor laat dan weten dat we 10 sp per persoon hebben. Blijkbaar heeft het zwijn dat gehoord en verstaan, want zijn ogen beginnen wel te schitteren. Het is trouwens duidelijk dat hij zijn mannen goed onder controle heeft, ze zijn ook allemaal bang voor hem. Volgens Krodahl is het kamp voor 40 man. We zien echter maar 40 orcen, maar dat zegt natuurlijk op zich niets. Mussurana laat trouwens weten dat hij het gevoel kwijt is dat we achtervolgt worden. En Irdor krijgt langzaam het gevoel in zijn lichaam weer terug, wat vooral voor pijn in zijn borst zorgt. Om de pijn te verzachten gaat hij iets anders op zijn ezel liggen. Kro dahl is ondertussen klaar met zijn overwegingen en heeft besloten om het maar niet op vechten te laten aankomen. Aan de leider vraagt hij: "Hoeveel?", waar op deze doet alsof hij Krodahl niet begrijpt. Wel is het duidelijk dat het hier om ordinaire tolheffing gaat. Do minantje, de leider, loopt weg als we het hebben over 1 sp per persoon. Blijkbaar is het verder niet meer interes sant voor hem. Degene die hem is gaan halen blijft echter wel staan. Krodahl pakt 8 sp en geeft dat aan het achtergebleven zwijn. Die rolt het geld vervolgens in zijn klauwen en houdt deze dan omhoog. Eén palm is leeg waar Krodahl vervolgens weer 8 sp in legt. De orc herhaalt zijn ritueel weer en de verdeling van het geld over de opgehouden handen is nu 4 en 12 sp. Voor de derde keer geeft Krodahl 8 sp aan het varken en blijk baar is dat genoeg. Het is zelfs iets teveel, want we krijgen 4 sp terug. De orc doet de munten in een zak en loopt vervolgens naar de grote tent terug. De twee wachters stappen opzij, waarna wij het kamp door kun nen.

 

In het orcenkamp, de varkensstal dus, zien we dat de orcen 6 knollen hebben en wat karren. De paarden zijn duidelijk voor de karren, waarvan er eentje een huifkar is en drie gewone open karren om spullen te vervoeren. Ook staat er een gek beest bij, die Traz wel eens eerder gezien heeft. Het beest heeft 4 hele dikke poten, is rond en even hoog als breed (1,5 meter). Het heeft een heel dikke huid {als van een neushoorn} en een plompe bek. In het geheel is het dus vrij rond; je kunt bijvoorbeeld niet zien waar de kop ophoudt en de hals begint. Het heeft een staart, maar geen hoorns of stekels of iets derge lijks. Waarschijnlijk eet het planten of insekten. Het beest is ook niet snel en staat nu daar maar wat te staan, los. Traz kan zich niet herinneren waar hij zo'n beest eerder heeft gezien, maar het was niet in verband met een orc. Aan de andere kant van het kamp komen we weer twee wachters tegen en ook die twee kijken Traz vuil aan. Volgens mij is het duidelijk een kwestie van wederzijdse haat. Maar goed dit hebben we ook weer gehad.

 

Na een half uur merkt Mussurana op dat we weer ge volgd en bespied worden. We overleggen wat tegen die orcenvarkens kunnen doen, want echt veel geld hebben we niet meer. Mussurana stelt voor dat Krodahl zijn priesterschap gebruikt. Iemand anders stelt voor ze te overbluffen. "Ach waarom dan niet via suggesties?", zeg ik dan maar voor. Hé, ze vinden het blijkbaar een goed idee, want Krodahl besluit dan dat Mussurana dan naar voren moet komen. Traz laat weten dat hij iets groots hoorde. We staken het gesprek en rijden gecon centreerder verder. Zal het ons nog overvallen? Een uur later horen we het gerammel van een kar. Traz waar schuwt ons dat de kar ons tegemoet komt. We besluiten van de weg af te gaan en de kar op te wachten. Na een kwartier zien we de kar. Op de bok zitten twee mensenen eentje rijdt naast de kar. Een van de lui op de bok duikt naar achteren als ze ons zien, de andere stapt af. Traz steekt dan twee lege handen omhoog, waardoor de drie mensen al wat ontspannender worden. Traz groet ze vervolgens: "Goede dag". "Dat valt nog af te wachten", antwoordt een van de mannen. Zo begint de ontmoeting, maar na dat ze verklaren dat ze dachten dat we bandieten waren staan we even later gezellig te kletsen. Er blijken nog enkele tolheffingen te zijn. Vol gens de anderen zijn dat 'luie orcs'. Als tol vragen ze meestal 1 gp. Ze vertellen ons dat we orcs met pijlen tegen kunnen komen. Dat is de betere soort orc, dood namelijk.

 

Ze komen met verhalen dat het schijnt dat de heuvelreu zen weer terug zijn. Wij vertellen hun over de bruiloft en de hagedismannen. Ook de waarschuwing dat ze zich niet moeten laten provoceren.

In Umons zijn weer steeds meer mensen en maar weinig orcen. In ieder geval geen legers meer, want die zijn helemaal weg. De orcs die er nog zitten zullen waar schijnlijk wel blijven. Sommige dingen in Umons zijn systematisch gebrast. Er is nauwelijks een belegering geweest dus de stadsmuren zijn nog heel. Het blijkt dat de orcenlegers uit de bergen gestroomd zijn, ze wisten niet dat er zoveel gaten in zaten. Er zijn mensen weg gevoerd, anderen zijn achtergelaten. Alle tempels zijn neergehaald, blijkbaar zochten ze iets. Er is nu wel een tempel in Umons die er eerst niet was: van die Rode lui. En dat is heel erg vervelend, daar moet je uit de buurt van blijven. Umons staat nu in Morovia, zoals wij nu ook trouwens. De nieuwe stadsheer, Motrok, komt ook uit Morovia evenals de huidige patrouilles. We zullen waarschijnlijk moeten betalen om binnen te mo gen komen, omdat we er niet uit Umons komen. Met de tempels is het in principe afgelopen; men ziet dan ook geen mensen meer in de buurt ervan. Ze hebben wel verhalen gehoord van mensen die verdwenen. De Rode lui verplichten je niet om langs te komen. De handel is als eerste weer begonnen, wat op zich logisch is natuur lijk. De man handelt nu in voedsel en huiden. De handel vindt zich nu meer naar het noorden plaats. Hier is het nu slecht; de handel met Arketan is er niet meer.

Over de nieuwe Gravin van Eor heeft hij horen vertellen dat ze alleen edelstenen wil en dat het net een ekster is, een raar figuur. Hij vraagt ons of ze knap is, waarop hij als antwoordt krijgt dat je geld moet hebben om bij haar in aanmerking te komen. Ik geef hem de tip dat als je haar snel op de kast wil jagen je het woordje oud moet laten vallen. Daar reageert ze behoorlijk fel op. Ong eveer 100 jaar geleden moesten de handelaren veel vee meenemen als ze deze route wilden nemen. Dat vee was dan voor de heuvelreuzen, zodat zijzelf het hopelijk overleefden. Op de weg naar Umons zullen we wel orcen tegenkomen en sommige zullen wel wat probe ren.

Krodahl vraagt naar onze tempel van Kroch, maar daar weten ze niets van. Er staan trouwens veel tempels in Umons en ze kennen ze echt niet allemaal. Als ze be grijpen dat het een oude tempel moet zijn, weten ze te vertellen dat er inderdaad een paar oude tempels staan langs de bergrand en ook een paar in het centrum. Ze kwamen echter niet in een van de oude tempels. Van Gerion staat er eentje bij de begraafplaats aan de rand van de staat, aan deze kant. Daar komt ie niet graag. Gerion wordt volgens hem uitgebeeld als een soort vogel. Hij heeft wel gehoord over de gangen, maar daarmee bedoelt hij de gangen van de orcen waardoor ze binnen konden komen.

Vervolgens vraagt hij of er bij Eor nog steeds een draak zit. "Inderdaad die zit er nog", krijgt hij van ons te horen. Hij vindt het maar schandalig dat er niets aan de draak wordt gedaan, ook niet door de koning van het zuiden.

Op de opmerking van Mussurana dat hij een monk van Gerion is, antwoordt de man dat hij gelukkig niet dood is en ook niet zwanger. Om in het centrum van Umons te komen moeten we gewoon rechtdoor rijden. Na ons verhaal dat verder nog een orcenkamp tegenkomen en daarna wat dooie orcs gaan ze weer verder onder het verstandige motto: "Een dode orc is een goed orc".

 

Wij blijven nog even staan en hebben het over het be spied probleem. We vragen ons af of we het moeten onderzoeken. Traz vraagt dan of hij misschien op on derzoek moet gaan, doet ie graag. De anderen vinden het best als hij dat wil doen. Krodahl vindt het echter veel te link dat Traz dat alleen doet en vraagt aan Ina: "Ina, wil jij op Traz passen?" die dat wel wil doen. Ze beloven in het zicht van de weg te blijven. En terwijl wij verder gaan blijft Traz alleen achter samen met zijn kindermeisje ...

 

Op een gegeven moment worden we ingehaald door Traz en Ina. Doodleuk weet hij ons te vertellen dat er een heuvelreus achter ons aanzit. Nadat hij en Ina ach terbleven ging de reus niet de groep meer achterna, maar hun twee. Geruststellend zegt hij tegen Krodahl dat Ina niet in gevaar is geweest. De vraag is nu of we hem moeten bevechten. Als we het niet doen en we gaan gewoon verder dan zal hij ons achterna blijven komen. Het probleem is dat we dan 's nachts overvallen kunnen worden en dat vind ik geen prettig vooruitzicht. Een alternatief is om hem op te wachten en te verslaan. Traz geeft dan een beschrijving van de heuvelreus: Hij is drie meter hoog. Heeft een rotkop met stekels erop. Zijn huid ziet er uit als een soort leer, ofwel de heuvel reus ziet er oerlelijk uit. Hij heeft zich bewapend met een knuppel; een boomstam met een grote steen, klein rotsblokje, eraan. Op de weg is hij sneller dan Traz met zijn paard! Traz denkt dat de reus de weg wel afsnijdt en zo stukken overslaat. Tot nu toe heeft hij ons nog niet ingehaald en bij die varkens van orcen was hij zelfs even weg. Toch bevreesd voor onze vijand de heuvel reus besluiten we toch maar om verder te gaan om naar een goede overnachtings plek te zoeken.

 

Dwaallicht is beducht voor de omgeving. Daar is iets mee aan de hand en nadat Irdor zich helemaal heeft ontspannen krijgt hij van Dwaallicht beelden door over de weg, hoe die tussen de heuvels heen kronkelt. Daar na komen er beelden van Dwaallicht die van de weg af gaat en steeds kleiner wordt totdat hij helemaal verd wijnt. Dwaallicht weet van de Overgang en dat die geleidelijk is. Blijkbaar is er iets met de weg of de heu vels of beide.

 

Onderweg komen we nog een paar goede orcs tegen; orcs met pijlen erin. Ze zitten onder de kevers en ander ongedierte. De kevers zie ik zijn een soort aaseters, maar net niet helemaal. Ze zuigen bloed op en eten vers vlees, maar ze doden er niet voor. Het zijn venijnige insekten en als je er 's nachts een in je slaapzak zit, is dat erg lastig. Je hebt er echter alleen maar last van wanneer je wonden hebt. Dwaallicht is met name in die kevers erg geïnteresseerd. Nadat die kevers dan ook een behandeling hebben ondergaan van Dwaallicht vallen ze om. Na een gegeven moment vinden we een redelijk geschikte plaats om te overnachten. Het is dan ongeveer 6 uur.

 

Het kamp bestaat uit een paar rotsblokken waar je geschut in kunt gaan zitten. Ook geven deze rotsblok ken bescherming tegen pijlen. Wanneer we gebivak keerd zijn komt het onderwerp van de heuvelreus weer boven tafel, ook al hebben we die hier niet. Pjotr vraagt zich af of we die reus niet kunnen afmeppen. Mussurana heeft nu overigens niet meer het gevoel dat we bespied worden. We speculeren dan gewoon verder over de reus. Is hij nu weg om nog meer reuzen te gaan halen? Of bespiedt de reus ons alleen maar in opdracht van die Rode Priester? Of komt hij vannacht terug om een muilezel of een paard op te halen voor zijn eten. Kro dahl stelt dan voor om de muilezel van Mussurana als lokmiddel te gebruiken. We komen er niet goed uit en Krodahl stelt dan voor om zijn Guardian in te zetten. Daar blijft het dan bij en stilletjes gaan we eten. Traz is iets apart gaan zitten, de dieren grazen langs de kant van de weg waar het gras groeit. Na het eten zet Kro dahl zijn Guardian uit op de top van de heuvel om zo de heuvel te bewaken en een onverwachts bezoek van die kant te verhinderen dan wel aan te kondigen. Als op dracht krijgt de Guardian mee: "Stamp orcs, beergo blins, heuvelreuzen en hobgoblins in elkaar". Daarna wil Krodahl ook zijn Gliff of Warning ergens maken, maar waar. Bovendien zitten er een paar praktische proble men aan: de Gliff is permanent dus eventuele andere reizigers kunnen hem ook af laten gaan en slachtoffer worden als hij niet vannacht afgaat. Dus toch maar geen Gliff; de praktische nut is weg en dan mag Krodahl hem zo wie zo niet gebruiken. Traz wil in Wolf veranderen, maar het wil niet lukken en we zien hem balen. Mussur ana vraagt aan Ina of ze eigenlijk wel slaapt. Het ant woord luidt dat ze dus niet slaapt, maar iets doet wat er op lijkt. Ze vertelt ook dat ze niet sterk is, als de reus haar slaat is ze dood. "Maar Krodahl beschermt me wel, hè Krodahl?", fleemt ze tegen Krodahl aan. "Natuurlijk meisje", antwoordt Krodahl en legt zijn arm om haar schouders heen. De wachtvolgorde voor vanavond is:

      Irdor en Khemron,

      Pjotr en Traz,

      Krodahl en Ina en

      Mussurana en ik

als laatste. Dwaallicht draait steeds rond Irdors hoofd tijdens dien wacht en dat is voor hem knap vervelend. Hij wordt dan ook heel rustig en zo ook Dwaallicht. Irdor blijft goed zien en ziet zelfs stukken van de weg waar hij niet naar kijkt, Dwaallicht dus. Tijdens de tweede wacht wil Traz weer Wolf worden en vertelt dat tegen Pjotr. Deze is daar niet echt blij mee, maar als Traz vertelt dat hij als Wolf beter in het donker kan vechten is Pjotr snel overtuigd.

 

 

Trotar, de 28e dag in de maand van Leah en Endyl, in het jaar 311 N.O.

 

's Morgens word ik wakker met een akelige schreeuw van angst, net als ze me wakker maken voor mijn wacht. Met moeite kan ik de nachtmerrie van me afzet ten.

 

Traz kijkt 's morgens erg moeilijk. Nadat ik heb geme diteerd vraag ik dan ook aan hem wat er hem zo dwars zit. Somber vertelt Traz mij dat ie zijn zwaard niet mag gebruiken van Ra. Pjotr vraagt dan verbaasd: "Maar je bent toch geen priester?" "Nee, maar daarom is het ook vreemd. Ik kan het in vrijheid gebruiken" en begint dan te vertellen dat de Witte Wolf zijn wapens maar flup vindt. "Vooral het zwaard was flup en waardeloos magisch. De Witte Wolf maakte zich zorgen over mijn wapens, ze waren niet goed genoeg. De boog was ook al niet goed genoeg, was niet magisch. En toen ik Ra om raad vroeg keurde hij het gebruik van een zwaard af. Vreemd. Tja, het schijnt dat als je erg goed wordt, je persé magische wapens nodig hebt.", eindigt Traz zijn relaas. Allemaal heel vervelend dus voor Traz, zijn zwaard mag hij niet gebruiken en zijn boog is niet goed genoeg. Maar eigenlijk futiliteitjes vergeleken met mijn probleem. En daarover zit Mussurana behoorlijk door te mekkeren. Wat er nou allemaal was vanochtend, toen ik wakker werd voor de wacht. Krodahl zit weer te spelen met zijn Guardian. Hij weet dat de Guardian hem herkent, maar krijgt maar weinig reactie op zijn vragen. Na al dat gevraag besluit Krodahl vervolgens om een Dust Devil in zijn Heilig Symbool te stoppen. Traz vraagt ondertussen aan Irdor of er ook magische staffen zijn, vechtstaffen wel te verstaan. "Oh, een hele boel", is het laconieke antwoord van Irdor. Traz vertelt dat een staf het beste schijnt te zijn. Is wel een beetje ouder wets, maar een rechtvaardige straf wordt gegeven met een staf. Ik vraag Traz dan naar die ommezwaai, waar op deze antwoordt met de kreet: "Hij die ten zwaarde het bloed trekt, hij die door eenzelfde ijzer verrekt!". Het blijkt dat Ra deze uitdrukking ook tegen Traz ge zegd heeft. Mussurana blijft echter doorzeuren wat er vanochtend aan de hand was met mij. Omdat hij nu ook de aandacht van de anderen heeft moet ik hem wel antwoorden: "Ik droomde van een gemummificeerde hand die me besloop. Fijn. Dat weet je nu ook en het is typisch iets sjamaans dus ik denk dat ze me gevonden hebben. Dus mijn advies is om zo snel mogelijk naar Umons te gaan". Dan blijkt dat Mussurana ook ge droomd heeft, over gangen en blinkende deuren. Een erg verwarrende droom was het. Maar goed, nadat het kamp is opgebroken rijden we weer verder.

 

Halverwege de ochtend merkt Traz een eind verder troep lui op in twee rijen. Elke rij loopt aan een kant van de weg. "En echt aan de kant van de weg, niet erop!", verduidelijkt Traz nog eens. Aan elke kant heeft Traz drie lui gezien en hij heeft er maar een raar gevoel bij. We gaan snel van de weg af en laten veel sporen achter die ze dus wel zullen zien. De aankomende lui zijn vrij snel, eigenlijk best wel erg snel. We zijn ons nog aan het voorbereiden als ze al bij ons zijn. Het blijken geen mensen te zijn, maar wezens met een hyena achtige kop, een flinke hondekop dus. Ik heb ze nog nooit eerder gezien, evenals de rest van de groep. De hondachtigen hebben eenzelfde uitrusting aan als woud lopers en lopen ook zo. We horen geroep en ook van de andere kant komen ze nu naar onze kant toe, ook drie hondachtigen. Het is duidelijk te zien dat ze de omgeving goed kennen. Ineens staan er drie van die lui voor onze neus. Traz roept ze aan. De wezens trekken niet hun wapens en kijken ons aan. Er trekken er al een paar verder. Blijkbaar zoeken ze iemand. Traz vraagt aan eentje, er trekken weer een paar verder, wat er aan de hand is en wie ze zoeken. Er wordt geantwoord dat ze op zoek zijn naar een heuvelreus. Die wonen hier in de omgeving. Heuvelreuzen eten maar een kleine por tie. Dus als groep lopen we niet veel gevaar, wel als individueel. Het interesseert het hondachtige wezen niet dat er ook nog orcen zijn. Dan is de hondachtige weer weg. We zien dat deze wezens heel soepel zijn, geen schoeisel dragen, harig zijn en de ledematen meer poot achtig zijn. Ze hebben iets van een soort leer aan en aan een riem hangt een soort zwaard en pijl en boog. Ze zijn dus echt erg harig. Traz denkt dat hij er wel eens van gehoord heeft. Volgens hem worden ze iets als Gno genoemd, of Gnoll, Gnoog, zoiets. Het zouden heuvelbe woners kunnen zijn.

 

Irdor cast een bescherming tegen projectielen op hem zelf. De spreuk wordt pas getriggerd op moment dat het nodig is. Daarna reizen we verder. Na een tijd ko men we weer een tolkamp tegen (man of 30). Hier staat zelfs een blokhut bij. De twee wachters hebben slaap zakken bij. Ook deze varkens hebben een vlag: Een bloederige stomp waar hand is afgehakt op blauwe achtergrond. Ook deze orcen zijn redelijk goed bewa pend. Ook staat er een klein raar tentje bij met schedels, slangehuiden en verschrompelde dingen. Het tentje valt mij meteen op. In de opening van de tent zit een orc te dutten. Hem zag ik dus meteen. Naast hem staat een kommetje. De orcwachters laten ons er door. Bij de blokhut aangekomen komt er een orc naar buiten en we geven hem de 20 sp. Het zwijn pakt ons geld aan waar na we door kunnen rijden. Mijn ogen blijven echter meer gericht op de orc in de tentopening. In het kom metje naast hem liggen een paar bruinige paddestoelen, waarschijnlijk ten behoeve van de trance waar de sja maan overduidelijk in is. Ik krijg de kriebels als ik hem zie en ik hoop dat ik niet zijn aandacht krijg.

 

Als we het kamp uitrijden wordt het slechter weer. Het begint te rommelen en het wordt donker. Ik geef de rest een hint dat we vlug verder moeten, want ik vertrouw het voor geen copper. Het wordt snel donkerder, maar het gaat niet plenzen en dat had het wel moeten doen. Er komen steeds meer wolken en ik vraag me af waar die sjamaan mee bezig is. Dan vraagt Mussurana: "Wat doet een mensenvrouw in een orcenkamp met een klein harig wezen?" Het wordt nu heel erg snel donker, duis ter zelfs. Mussurana krijgt het gevoel van gevaar en zegt: "Het gaat goed fout!" Maar dat had ik hem al kunnen zeggen toen ik die sjamaan zag zitten. Die zie je niet zomaar en zeker niet in zo'n kampje of het moet heel bewust zijn gedaan. Het gevaar doet Mussurana denken aan die keer toen Krodahl zijn IJspegel kreeg in de woestijnwereld. Er komen vogels, zwaluwen, over vliegen; een beetje dwarrelend. Khemron zegt dan dat hij gezoem hoort: "Als van insekten , maar dan heel veel". Als ik mijn zwaard vastpak voel ik het trillen. Dan horen wij het gezoem ook en het komt dichterbij, en dichterbij, en dichterbij, en .... Het is nu heel donker en het geluid wat we horen is van een muur van insek ten die op ons afkomt. Irdor stapt af en zegt dat hij een muur van vuur gaat maken. Hij roept vervolgens een grote bol vuur op die hij kan besturen. Er ontstaat dan een muur van vuur van 5 x 5 meter. Ik ga achter de muur staan en doe een bescherming op me. Vervolgens raadpleeg ik mijn totem en wordt daardoor overgeno men ....

 

Nadat Orson is veranderd in een beer, bruist het in de groep van activiteiten: Krodahl vraagt om een Bescher ming tegen Chaos en om een Bless. Traz roept de hulp in van Ra en vliegt in brand. Mussurana pakt een fakkel en probeert de insekten te ontwijken. Pjotr heeft geen bescherming en krijgt hem ook niet. Dan ziet de groep de Muur van Insekten op zich afkomen. Als eerste treft de Insektenmuur de Muur van Vuur. De Muur van Insekten is echter oneindig veel groter en gaat over, door en langs de muur heen. De Vuurmuur geeft zich dan over en gaat uit, misschien wel door gebrek aan zuurstof. Toch heeft het in die tussentijd ontstellend veel insekten verbrand, maar het slechts een zandkorrel in een woestijn. De Muur Van Insekten (een gebied van 50 x 50 x 50 meter, met een snelheid van 20km/u) raast over de weg verder en merkt weinig van de verstoring door de Muur van Vuur; gaat door de Vuurbescher ming van Traz heen; door de Bescherming van Kroch tegen Chaos en achteloos door de bescherming van Orson. Alleen de wolk blijft over, wanneer de diverse beschermingen het een voor een begeven. Ina had zich getransformeerd in een wolk en wordt uit elkaar gewaaid. Khemrons actie wordt ook overrompelt en de arme Pjotr ligt in angst op de grond. Mussurana pro beert het onmogelijke; wil de insekten ontwijken, maar het zijn er gewoon te veel.

{

De Insektenwolk heeft voor de volgende schade gezorgd:

 

Mussurana:  kwart HP kwijt = 9 HP, voor de rest niet veel last

Traz:       helft HP kwijt = 24 Hp en bewusteloos

Krodahl:          kwart HP kwijt = 7 HP, verder geen last

Orson:            eenderde HP kwijt = 10 HP

Irdor:            alles kwijt = 20 HP en bewusteloos

Khemron:    alles kwijt = 33 HP en bewusteloos

Ina:        is uren bezig met zichzelf te vinden

Pjotr:            is erg gewond

Mara:       ligt op een hoopje

Rijdieren:        Irdors ezel:            staat, onder de bulten

                  Orsons rijdier:         staat, onder de bulten

                  Krodahls paard:         staat te wankelen, gewond

                  Traz's paard:           staat, onder de bulten

                  Mussurana's ezel: gewond

                  Khemrons paard:   staat, onder de bulten

                  Pjotrs paard:           gaat wel

}

De Wolk van Insekten is al een tijdje voorbij wanneer de eerste leden van de groep zich bewegen. Het is nog steeds donker, maar het zoemen wordt steeds zwakker. Er is een friemelende massa van insekten achtergeble ven. Mussurana herstelt zich als een van de eerste en steekt een fakkel aan. Overal vindt hij verbrande insek ten. Ook vijf hoopjes ellende: Khemron, Mara, Pjotr, Irdor en Traz. Tevens loopt er een hele grote beer rond die heel agressief is, snuffelt en dan naar het orcenkamp rent. Mussurana en ook Krodahl die nog overeind staat, proberen de anderen zoveel mogelijk te helpen. Traz komt even later ook bij en kan zichzelf schoonmaken. De anderen die nog bewusteloos liggen worden door Mussurana en Krodahl schoon gemaakt. De insekten gaan uit zichzelf ook al snel weg, duidelijk in de war. Het is duidelijk dat de bewusteloze lichamen er heel erg aan toe zijn en eigenlijk meteen hulp nodig hebben. Krodahl kan in deze niet helpen, want hij heeft geen Krachten om vergiftigingen tegen te gaan. En dat speelt hier duidelijk door de ontelbare steken van de insekten. Degene die daar vermoedelijk wel wat tegen kan doen, Orson, is er niet en is als beer weggelopen richting het kamp. Daarom besluit Krodahl Orson te gaan halen in het orcenkamp. Dat zal heel lastig worden daar het nog steeds stikdonker is. Hij steekt een fakkel aan, maar ziet niet veel verder zo donker is het. Krodahl besluit naar de rand van de weg te gaan en deze te volgen richting het kamp. Het gaat maar heel langzaam omdat hij moet oppassen dat hij niet van de weg afdwaalt en in deze duisternis is dat zo gebeurd. Ondertussen worden de gewonden door Mussurana en Traz naar de kant van de weg gebracht waar ze verder schoongemaakt worden met water. Traz weet ook niet goed wat te doen. Zijn kameraden zien er erg uit en kunnen doodgaan of zijn zelfs aan het doodgaan. Wanhopig roept hij de hulp in van de Witte Wolf van wie hij dan te horen krijgt dat hij tegengif moet gebruiken voor insekten willen ze een kans hebben om de nacht te halen. Mussurana vindt ondertussen nog een heel klein bolletje, Dwaallicht. Voorzichtig tilt hij hem op met een beetje zand. Traz vertelt tegen Mussurana wat hij nu weet en ook dat hij weet dat er iets algemeens is tegen insekten om niet gebeten te worden, een bepaalde wortel. Ook het sap van een plant helpt goed tegen insekten, maar hij weet niet welke. Dan herinnert hij zich dat azijn, of zure wijn, ook helpt. Ze roepen daarom naar Krodahl of hij geen azijn of zure wijn heeft. Krodahl, die nog niet ver is, roept dan terug dat hij dat niet heeft, maar wel wijn zuur kan maken. De andere twee antwoorden dat het dan wel nu moet gebeuren, want anders vrezen ze voor het leven van de anderen. Krodahl beseft dat zijn hulp inderdaad daar hard nodig heeft, maar aan de andere kant hoort hij dat er een gevecht aan de gang is in het kamp door het vele gegrom van een beer. Traz biedt dan zijn hulp aan en verandert in een wolf, hetgeen maar heel langzaam gaat. Dan is Traz wolf geworden, maar als wolf weet hij niet wat te doen. Hij krijgt dan van Mussurana "Zoek Orson!" te horen. Dat begrijpt hij, maar Orson is hier als laatste geweest en zou hier nog moeten zijn en dat begrijpt Trazwolf weer niet. Wel ruikt hij een spoor van een beer die deze plek verlaat. Dat moet het zijn, de beer heeft vast Orson meegeno men. Het spoor van de beer volgend komt hij onderweg Krodahl tegen die ook "Zoek Orson!" tegen hem roept. Maar deze man mag hij niet en met een grom naar de man toe volgt hij het spoor verder. Krodahl vervolgt ook zijn weg terug naar Mussurana en de gewonden. En toen werd het weer licht.

Alles is kaal geworden. Bomen; struiken; de grond. Alles in een rechte baan van 50 meter breed is opge vreten door de insekten. Krodahl is nu snel bij Mus surana en samen zien ze hoe slecht hun vrienden eruit zien. Trazwolf komt vlak bij het orcenkamp Orson tegen die met kapotte, gescheurde kleren langs de weg zit.

 

Ik weet niet precies meer wat er is gebeurd. Blijkbaar ben ik er letterlijk niet zonder kleerscheuren van af gekomen. Toch ben ik verder niet gewond of zo. {Orson is geen hitpoints kwijt} Een gevoel van noch gewonnen, noch verloren hangt over mij heen en ook dat ik lekker gevochten heb. Het is een grappig gevoel; volgens mij is de Beer beetje een humorist. Hij laat dan ook een spoor na van droge humor. Beer is niet eens boos dat ie niet gewonnen heeft. De sjamaan en hij waren even sterk, nadat de sjamaan wel door al zijn spreuken heen was. Ik merk dat ik niet ver van het orcenkamp ben waar ik tegen één persoon heb gevochten. En daar zie ik Wolfje aankomen. "Braaf hoor", begroet ik Wolfje die gromt richting het kamp. Blijkbaar ruikt hij de orcen. "Gaat ie mee?", vraag ik dan waarop ik een grom als antwoord krijg. "Traz mee", maar weer een grom waarop ik Wolfje maar aai en vervolgens nog maar eens vraag: "Traz, ga je mee?", hetgeen meer resultaat oplevert.

 

In het kamp maakt Krodahl twee wijnzakken zuur wat erg goed gaat. Ook zoekt hij naar Ina, maar kan haar niet vinden. Mussurana behandelt de gewonden met de zure wijn. Door de zure wijn slinken de bulten en voor al Pjotr heeft het hard nodig. Ondertussen lopen ik en Wolfje terug naar de groep. Dan blijkt dat Wolfje niet langer Wolfje meer wil zijn maar Traz. Deze keer lukt dat prima en zo gebeurd het dat ik even later tezamen met Traz bij de groep aankom. Als ik de toestand zie van mijn groepsleden besef ik dat ik helemaal geen bulten heb, evenals Traz. Hummm, daar zullen de transformaties wel voor gezorgd hebben. Ze vragen aan mij of ik iets weet als tegengif, bijvoorbeeld een bepaal de wortel. Van zo'n wortel weet ik niets af, wel dat er een bloem moet zijn. Bazielkruid (Basilicum) zou moe ten helpen of Hulst, of een bepaalde hennepsoort, of het driekleurig viooltje (bloedreinigend), maar beter zou het Herderstasje zijn, of knoflook. Vlug ga ik op zoek naar wat ik kan vinden, er op lettend dat ik niet te ver van de weg afdwaal. Ook Mussurana let er op dat ik niet te ver afdwaal. Het enige bruikbare wat ik vind in deze kaal gevreten buurt is knoflook en basilicum. Bij het maken van het middel tegen de insektenbeten gebruik ik zowel knoflook als basilicum waardoor het versterkend werkt. Bij de knoflook krijg ik meteen het idee van dat daar iets mee is en dat ik er mee moet oppassen. Toch zit ik al achteloos op een teentje knoflook te kauwen. Nadat het middel bereid is dien ik het de gewonden toe en is het afwachten tot de volgende morgen dat ze bijkomen.

 

De anderen zijn bang dat we misschien die tijd niet hebben, omdat die sjamaan wellicht weer toeslaat. Wat dat betreft kan ik ze gerust stellen, die sjamaan doet voorlopig niets meer die is wel een tijdje uitgeteld. Met deze aanval moet de sjamaan de bedoeling gehad heb ben om iedereen K.O. te krijgen, waarna hij met ons had kunnen waar hij zin in had. Hij was er trouwens vanuit gegaan dat het zo wie zo wel gelukt was, want ik was hem buiten het orcenkamp tegen gekomen. De sjamaan heeft het blijkbaar niet met vechten willen doen, anders had hij die orcen wel op ons afgestuurd. Hij moest iets hebben en ging er van uit dat ik het niet vrijwillig zou geven. Of misschien is het wel gewoon de mentaliteit van de orcen om het op deze manier te doen.

 

Orson Warloc