En dat was 1!
We gaan verder met de verkenning van dit griezelige complex. Ik loop samen met Gromar voorop, en achter me lopen resp. Jens en Ben, Boris en Paloma, en Esther met Pjotr. De deuren met vreemde teksten blijven zich opvolgen, totdat we ruimte 17 gehad hebben. Op het moment dat we vandaar naar het zuiden gaan bevind ik me plotseling in een stenen kist, naakt. Dit bevalt me niks. Ik begin dan ook maar keihard te roepen in de hoop dat niet alle groepsleden hetzelfde is overkomen. Ik krijg inderdaad gehoor, en wel van Gromar. Zo te horen zit hij in het zelfde schuitje. De stenen kisten maakt overleggen onmogelijk. Aangezien Gromar klaarblijkelijk de enige is die in een vergelijkbare situatie verkeerd begin ik met hernieuwde hoop weer te schreeuwen, en te schreeuwen, en te schreeuwen. Er komt echter niemand. Mijn stem wordt schor, en ik krijg het steeds benauwder. Me stil houdend luister ik aandachtig. Zodra ik wat hoor wil ik weer gaan schreeuwen. Ik hoor echter niks. De lucht is inmiddels echt benauwd. Dus zo is het om levend begraven te worden? Ik val in zwijm.
Ik kom weer bij in die gekke gang, niet langer Nilon, maar weer gewoon Traz. Krodahl volgt spoedig. Hij heeft al net zo'n kater. We mogen dan nog wel leven, dat gevoel van stikken was echt. Met een bezwaard hart vraag ik me af of Nilon echt bestaan heeft en ik hem dus inderdaad naar zijn dood geleid hebt. Barst, wat een zootje.
Het is al weer even later als de rest van de groep ook ontwaakt. Ze voelen zich even rot als Krodahl en ik, en Ina is zelfs ontroostbaar. Alleen Khemron is redelijk opgewekt. Het verhaal van hun verdere avonturen op die wereld is snel verteld:
Op het moment dat Gromar en ik in die kist terecht kwamen, zag de rest van de groep slechts dat wij ons omdraaiden en hun aanvielen. Gromar was met zijn zwaard niet bijster succesvol en miste Jens tot twee keer toe, Nilon had met zijn riek echter geen enkel probleem. Achter elkaar stak hij zowel Ben als Paloma neer. Het was dat Boris de rood opgloeiende oogjes van Nilon zag en meteen zijn zilver voor de dag haalde. Anders had het er nog somber voor ze uitgezien. Nu verdween Nilon met een schreeuw en bleven alleen zijn bezittingen en kleding achter. Jens zag wat Boris deed en stak toen maar haar zilveren vork in Gromar, die vervolgens op dezelfde manier afscheid nam.
Het sprak vanzelf dat de groep diep in de put zat. Twee man weg en twee man plat, een leuke score. Boris wist zich uiteindelijk over zijn angst voor dat skelet van die priester heen te zetten en ging de mantel halen. De ander drie waren zo bang om alleen achter te blijven dat ze maar met hem mee gingen. De mantel over de bewusteloze Paloma heen leggen bleek geen effect te hebben. Maar toen Boris de mantel aandeed, voelde hij zich meteen anders. Hij wist gewoon dat als hij vroom genoeg bleef (en dus bijvoorbeeld geen wapens gebruikte) en veel bad, hij wel eens wonderen zou kunnen verrichten. Het bezit van aardse goederen begon hij maar twijfelachtig te vinden. Boris ontdeed zich dan ook van al zijn troep en begon te bidden. Het werkte! Zonder probleem wist hij Ben te genezen. Deze voelde zich alsof hij een nacht goed geslapen had en zag meteen dat Boris nu een heilig boontje eerste klasse was. Paloma, die vervolgens genezen werd, had daar heel wat minder oog voor. Ze wou Boris maar steeds dankbaar omhelzen, iets wat Boris nou niet echt bij zijn vroomheid vond passen. Uiteindelijk deed Boris dan ook maar afstand van zijn mantel ten gunste van Ben. Zo, nu kon hij eindelijk omarmd worden, en zijn spullen weer terug pakken.
Ben was heel wat minder onder de indruk van de mantel dan Boris. Uiteraard deed hij hem ook aan, en hij wist nu dat de mantel een heilige mantel was, een mantel die nog een keer teruggebracht moest worden. Tot zo lang mocht hij hem wel in bruikleen hebben. De mantel hoorde hier verder duidelijk niet thuis. Over de andere spullen die we toen bij de priester geschoept hadden wist Ben nog het volgende te vertellen:
Het ene drankje gaf net zo'n protection from evil als de mantel, maar dan met een 3 meter radius ten opzichte van de innemer. De werking van het drankje was lang.
De scroll kon mensen herstellen van de raarste dingen, behalve de dood. Hij kon net zo vaak gebruikt worden tot hij op was en in ieder geval dus nog 1 keer.
Ben wist nu ook dat Gromar en Nilon waren verwisseld en dat het spoken waren geweest die ons aanvoelen. De verwisseling had te maken met het feit dat we zuid gingen. Ben zag daar iets.
De groep ontfermde zich over Gromar's en Nilon's spullen en trok verder door de ruimtes. In plaats van twee man, liep nu alleen Boris voorop met Ben vlak daarachter. Ze kwamen erachter dat er ook iets was in de twee andere gangstukken die naar de plek leidden voorbij het stuk waar Gromar en Nilon verdwenen. Ben voelde verder wel dat er iets met Gromar en Nilon gebeurde (we waren aan het stikken), maar wist niet waar hij ze moest zoeken.
De overgeblevenen vermoedden een zekere symmetrie in het geheel en wilden dan ook door de trap in het noorden naar beneden. Helaas kregen ze het hek dat die trap afsloot niet omhoog. Daarop verkenden ze eerst verder. Aangezien de trap in het westen omhoog ging en die in het oosten omlaag, bleef er van hun symmetrieverhaal niet veel over. Ze namen de trap omlaag. Onderweg kwamen ze langs twee reusachtige en identieke beelden van een man en een speer. Het blauwige licht eromheen leek sprekend op dat waar Khemron wel eens last van had. De beelden stonden ieder in een nis, de groep zag ze dan ook pas toen ze er al midden tussenin stonden. Ben beweerde dat de beelden waar namen, en toen hij even terug liep zag hij ook echt dat er iets was in het stuk tussen de twee beelden. Het stuk waar de groep middenin stond.
Hun weg vervolgend kwam de groep uit in een grote ruimte [ruimte 36] met daarin 1 grote, tweepersoonstombe. De ruimte was erg stil. In de drie nissen hingen rafels van fluwelen gordijnen. Op de tombe ware twee figuren uitgehakt. Beiden droegen een kroontje. Volgens de uitgehakte scrolletjes aan het voeteneinde moesten dit koning Barov en koningin Ravenovia zijn. Over beroemde koningsparen gesproken. Barov en Ravenovia hadden eeuwen geleden geregeerd en stonden bekend als twee goodies eerste klasse. Ze waren wijs, aardig, verstandig, het kon gewoonweg niet op. De groep besefte nu ook het nut van die twee beelden op de trap. Een engerd zou hier echt niet kunnen komen. Ze knielden bij de tombe, baden er, vroegen om toestemming de tombe te openen, en pleurden er vervolgens het deksel half af. Van binnen de tombe scheen licht. Licht dat afkomstig was van een groot, gouden kruisbeeld: Het wapen. Dat het een effectief wapen was wilden ze wel geloven, het licht dat van het kruisbeeld afkwam was puur zonlicht. Boris gaf toen zijn zilveren kruisbeeld maar aan Pjotr, legde zijn moker af, en ontfermde zich over dit beeld.
Aangezien ze nu in het oosten geweest waren, in het zuiden niet konden komen, en de trap omhoog in het westen hen de verkeerde kant leek op te gaan, besloot het gezelschap het traliehek in het noorden te forceren. Het kostte ze een half uur en een zwaard, maar toen kon een dun persoon er ook wel door. Ben, Esther en Jens waren de vrijwilligers. De ruimte beneden [ruimte 37] bleek stil en niet stoffig. Er stond een zwarte, grote kist in van een duur soort hout. Op het deksel was een bronzen kruis bevestigd en de kist stond net voor de nissen. In die nissen stonden beelden van jongelingen, marmeren feestgangers, 2 dames en een heer, echt heel mooi. Volgens de tekst op de zo te zien pas geboende kist moest daarin 'Sergei von Zarovich' liggen. 'Op de dag van zijn huwelijk door een jaloerse hand vermoord.' Na eerst even het kruisbeeld opgehaald te hebben (Esther), en terwijl Jens klaar stond met hamer en houten spijker, raakte Ben de kist aan. Deze ging meteen open en Ben wist dat dat bij anderen niet zou zijn gebeurd. Erin lag een skelet met een blinkend harnas. Op het harnas waren de rafels van zijn bruidskleding nog zichtbaar. Verder lag er in de kist nog een gouden ring, een kaart (ruiten 7) en een lopende zandloper (bijna leeg). Volgens Ben was er iets met deze plek. Als Sergie al begraven was, was dat duidelijk niet gelukt. Esther ontfermde zich over het harnas. Dit paste haar perfect en gaf haar een hele goede bescherming (AC:0), ook woog het haast niets. De zandloper was voor Ben. Deze zandloper bleef trouwens doorlopen, ook al zette je hem op zijn kop. En er was dus echt niet veel tijd meer, hoogstens een half uur.
De ring mochten ze verder niet meenemen, de kaart wel. De kaart was van metaal en toen Ben het vastpakte veranderde de afbeelding. Het werd iets donkers, iets donkers wat door het licht van het kruisbeeld gewist werd. Bij het licht van een fakkel zagen ze dat het de omtrekken van een wezen werden. Omtrekken die steeds duidelijker werden. Toen Ben vervolgens echter nadrukkelijk nergens aan dacht werd de afbeelding gewist. Denkend aan Nilon en Gromar zag hij beide keren alleen maar een ruimte met een heleboel kisten, denkend aan zijn pa zag hij hun huis.
Terwijl de kist zich bij hun vertrek weer automatisch sloot, ging de groep naar de tombe van de magiër. Deze bleek volkomen weggerot en in een rode mantel op een stenen tafel te liggen. Bij hem lagen 2 staven en een stel ringen. Van de twee staven had er eentje een vrij agressief uiterlijk, compleet met drakenkop en zo. De ander was glad en had een bol bovenop. Aangezien iedereen wist dat zigeuners ook wel magische talenten had en er bij Paloma en Esther voor 1/8 zigeunerbloed door de aderen stroomde, was het Esther die een greep deed. Ze pakte de zwarte staf en wist direct dat dit een magisch wapen was. Een wapen wat ze kon gebruiken omdat ze nu plotseling Esther Nimbelnops heette. Met de staf kon ze nog 1 wens doen, en ze kon er anderen mee veranderen, in een pad bijvoorbeeld. De andere staf was ook zo gepakt en bevatte nog een hold person en een bliksem. De ringen deden niets. Wel, een wens schijnt aardig maar levensgevaarlijk te zijn en Esther wenste dan ook maar iets concreets. Ze wenste namelijk dat de magische beveiliging in de gang naast de tombe opgeheven werd. Helaas mislukte de eerste poging, en de tweede, evenals de derde, de vierde, de vijfde en de zesde, om nog maar te zwijgen over de zevende, de achtste en de negenste poging. Bij de tiende poging gaf de staf er zelfs de brui aan, oeps. Een gigantische explosie was het laastste wat ze zich nog herinnerden.
Op Khemron na dus. Hij was daar Esther en vertelt nu walgelijk opgewekt dat hij de priesteres gevonden heeft. Toen het met die staf mis ging en alle spreuken tegelijk afgingen, werd hij naar een andere dimensie geslingerd, een dimensie waar die priesteres ook was. Opgewekt meldt hij dat we het aardig verbrast hebben. Krodahl's vraag waarom we daar zaten wordt slechts door Ina's snikken beantwoord. Ze is duidelijk echt helemaal van streek.
De gang verder doorlopend komen we weer terug in de ruimte waarin we startten. De priester hangt er nu inderdaad iets duidelijker. Khemron vertelt dat hij op de plek geweest is waar die priesteres eigenlijk echt is. Ze heeft zichzelf namelijk opgesplitst. Toen hij haar vond zei ze volgens hem: "Ja, dat is goed want anders had je me niet gevonden." Erg duidelijk is Khemron nou niet bepaald. Volgens hem wou de priesteres echter niet meer zeggen, we moesten eerst alle andere sleutels vinden. Deze sleutels zouden meestal iets van de mensen zelf zijn. De andere beweren dat er inderdaad een gang minder is. Ik zie echter nog steeds veel gangen, en ze liggen nog steeds symmetrisch. Je zou het toch zo moeten zien als er daar eentje van weg was? Maar als zij dat zeggen dan zal het wel weer zo zijn.
Echt veel tijd is er voor ons gevoel niet voorbijgegaan, we zitten nog steeds in de avond van Utar, de derde dag in de maand van de laatste oogst, 311 NO. En om niet meer tijd te verliezen besluiten we toch maar verder te gaan. Hoe afgeknapt we ons ook voelen. We lopen dus een gang in, en vallen prompt weer in slaap.
Ik ben Traz, een schildknaap aan het hof van hertog Vladiaan in Borovia, een hertog met veel potentieel. Van de anderen hoor ik dat we ongeveer veertig jaar terug in de tijd moeten zitten. De hertog is zo'n twee jaar geleden getrouwd met Kharina, een vrouw waarvan gezegd wordt dat ze meer aanbidders heeft dan er ridders zijn in het land. Als je bedenkt hoe mooi ze is geloof ik dat onmiddellijk.Gerlof, ofwel Mussurana [?], is hier huismeester. Orson zit in het vel van Horowitz de nar. Irdor is nu het jonge broekie Fladimir, een beginnende wachter. Krodahl heeft het als Ivan, sergeant van de wacht, verder geschopt. Ina is nu het hoofd van de huishouding, Pjotr watermagiër en leerling van de hertogin. Khemron tenslotte is ook een wachter [???].
Het is ons al snel duidelijk dat we dit keer Mussurana's sleutel te pakken hebben. Hij moest tenslotte de hertog doden. Wel, hier is zijn kans. Maar dan wel over mijn en nog een heleboel andere lijken. De hertog is namelijk nog helemaal normaal en gewoon goed. Er moet hier dan ook wat anders te doen zijn. Misschien dat die priester wat is? De hertogin is namelijk vrij religieus en heeft een paar maand geleden haar eigen priester over laten komen. Zo'n vent van een jaar of 20 in een rode mantel. Hij heeft volgens goed gebruik eerst even de kapel van het kasteel ontheiligd, maar toch is er iets vreemds met hem. Normaal gesproken zouden we namelijk regelmatig offers moeten brengen, maar bij hem nooit. We weten trouwens ook niet waarvan die kapel eerst was. Fladimir zou het niets verbazen als de kapel al van Kali was, die is er volgens hem namelijk in elk kasteel.
Traz Wezeltand Wolf
Appendix
De nummers geven de ruimtes op de kaart weer. Erachter staan de inscripties op de deuren.
I'Ivan de Roos, de kampioen van de winterhondenrace. De overwinning gaat naar hij die handig is, maar wraak gaat naar de nabestaanden van de verliezer'. Kwamen we door binnen
1'Stefan Gregorovich, eerste raadsman van de baron van Zarovich'. Van deze man hebben we wel eens gehoord.
2'Prefect Siril Ronulich. Hogepriester van de heiligste orde. Lieveling van de koning en de koningin.' We hebben nog nooit van hem gehoord, maar zijn graf wel geplunderd (uiteraard met respect).
3'Patrina Velikovna. Bruid' Dat bruid is er later aan toegevoegd en Gromar heeft de naam wel eens gehoord, volgens hem was het een zigeunerin.
4'Jens Hendersdochter. Bruid' Onze Jens dus. Het graf staat open en is leeg. Wel komt er een witte walm vandaan.
5'Koning Intrikatski. Katski de heldere koning, regent en uitvinder.' Dit is een koning van een generatie of drie geleden. Hij staat bekend als een idioot die het land alleen maar verder de afgrond in heeft geholpen.
6'Stahbal Indi-bhak. Adviseur van Endorvich van de oostelijke landen. Niemand had ooit een trouwer vriend. Zijn familie is hier met hem begraven.'
7'Pidwelpik, die idioot van Dorfnya.' Hij had iets te maken met een of ander schandaal.
8'Prins Arial-tu-plumette (Arial de Zware).' Arial is wel bekend vanuit de geschiedenisverhalen. Hij was nogal wreed. Zijn andere bijnaam was dan ook Arial de Slager.
9'KHAZAN, zijn woord was macht.'
10'Elsa Falona.' Dit was een meisje van buiten dat een jaar of veertig geleden hier kwam wonen. Meer weten we er eigenlijk niet van.
11'Artimus, de bouwer van het kasteel. U staat midden in zijn levensmonument.'
12'Heer Erik Vonderbocks' Deze naam wordt door ons geassocieerd met iemand die veel onwaarschijnlijke avonturen beleefde.
13'Sik-Valoo. Hij ruilde zijn weelde voor de kennis die hij mee naar de hemel nam.'
14'Ardent Pallette, chef de luxe.' Zou een soort kok kunnen zijn.
15Deze deur heeft geen opschrift en stond op een kier. De groep hoorde iets ritselen en zag, terwijl ze de deur dichttrokken, een glimp van een grote, harige, zwarte spin.
16'Sint Vincent, Heilige van de verdwaalde reizigers.'
18Allemaal geldtekens, met als bijschrift 'We kenden hem alleen maar door zijn fortuin.'
19'Gralmoor Nimbelnops.' Dit was een heel bekende tovenaar die zo'n jaar of 50/60 geleden verdween. Hij was een beetje een avonturierstype en een halve alchemist.
20De inscriptie is hier door iets onnatuurlijks van de deur afgeklauwd.
21'Beucephalus, het wonderpaard. Mogen de bloemen overal bloeien waar hij gaat.' Deze deur is duidelijk groter en er komt een zwavelgeur vanachter vandaan.
22'Tatsaul Eris, de laatste in de lijn.'
23Geen inscriptie
24Geen inscriptie.
26'Ivan Ivanovitch, geliefde van Anna Petrovna.'
27'Heer Sedrik Spinwitovich, admiraal.' Deze figuur is wel bekend. Hoewel hij in de war was heeft hij toch maar mooi de grootste marine kunnen bouwen die een land zonder zeegrenzen ooit gehad heeft.
28'Tascha Petrovna, de genezerkoning. Het Licht in het westen, de Dienaar en Vriend.'
29Heer Leanne Triksky, Heer Leanne de Breker. Wat het zwaard niet voor elkaar kreeg, is de tijd wel gelukt.'
30'Artankswilovich. Toen hij heen ging was heel het gilde van wijnmakers in rouw.'
31 'Freule Isolde Yunk (Isolde de Ongelooflijke). Antiek en Import.'
32'Artista Deslop, de hofschilder van plafonds.'
33'De geest van Ab-Centier. Zij loopt nu op het pad van pijn en en marteling. Dat zal ieders deel zijn die haar ontmoet.'
34Deze deur is naar binnen gevallen, en omgeven door een vieze mist. Zo van verre zijn er geen tekens op te zien, en het feit dat we iets uit onze ooghoeken zien wapperen nodigt nou niet bepaald uit tot verdere verkenning.