Sessie 112, ??-11-1993, Afwezig: -

 

 

Waarin we meer te weten komen over aartshertog Vladiaan en de wereld van mechanische golems wordt gered.

 

Onze alter egos bevinden ons aan het hof van hertog Vladiaan, ergens in Morovia. Naar schatting speelt deze episode zich veertig jaar terug in de tijd. Uit de setting blijkt dat dit het verhaal van Mussurana moet zijn.

's Ochtends vroeg eten we allemaal in de eetzaal, zo'n twintig man personeel in totaal. De hertog en hertogin zijn er nu niet bij, de priester daarentegen wel. Hij raakt in gesprek met Pjotr, Ivan en Gerlof en vraagt hoe het met hun gebeden staat. Kom maar eens langs, hoor ik hem zeggen. Ivan durft hem een vraag te stellen. Een koude rilling loopt

 over zijn rug als de priester hem doordringend aankijkt. "Ehh, u heeft een andere kleur mantel dan ik gewend ben", stamelt Ivan. "Een andere kleur dan wat?  Andere kleur dan mijn voorgangers?  U heeft problemen met de kleur van mijn mantel?", vraagt de priester quasi vriendelijk. Ook Ivan verschiet nu van kleur. "Sorry, ik vergis me" zegt hij. "Jazeker, u vergist zich" benadrukt de priester. Dit is een linke vent denkt Ivan. Het koude zweet breekt hem uit en hij excuseert zich.

De priester praat nu even met Horowitz, de nar (Orson). Die probeert een grappige anecdote te vertellen over twee priesters. De priester vindt het blijkbaar niet om te lachen. Hij kijkt de nar strak aan en zegt dat hij nog wel een anecdote weet over een nar. Het verhaal loopt slecht af, waarschuwt hij vooraf. Horowitz is nu even zijn stem en zijn

gevoel voor humor kwijt. Zijn shirt plakt op zijn rug. De priester zegt vriendelijk goedendag en loopt weg.

De groep wordt bij elkaar geroepen door Ivan, de sergeant. Het is niet zo duidelijk wat ons hier te doen staat. Pjotr vertelt dat zijn meesteres bezig is met een pentagram en een vreemd zwart wezen met vleermuisvleugels (familiar) dat soms een zwarte vogel is. Er staat trouwens een gevecht op stapel. Een baron uit de buurt heeft pachters van de hertog afgepakt en moet nu worden bestraft. We moeten er dus met zijn allen op af om eens een frisse knokpartij te beginnen. Geen wonder dat het verloop onder vechtend personeel zo groot is.

Om als groep bij elkaar te kunnen blijven probeert Ivan de kapitein ervan te overtuigen dat een alternatief aanvalsplan ook wel aardig is. Hij slaagt er echter niet in om duidelijk te maken waarom de nar, de tovenaarsleerling, de huismeester en het kamermeisje ook mee moeten met de aanval. Al denk ik dat de nar als vechter grappiger is dan wanneer hij een van zijn anecdotes vertelt.

Als we ons verzamelen voor de strafexpeditie voegt de hertog zich bij ons. Hij is een stevige vent, met lans, flail, schild en een groot zwaard. Het zwaard is een familiestuk, wellicht magisch. Hijzelf is ongeveer 25 jaar oud en heeft duidelijk al veel gevochten. Hij komt wel sympathiek over. Zijn vader is circa 3, 4 jaar geleden gestorven bij een uitval toen zijn kasteel (dit kasteel) werd belegerd. Morovia zit vol roofridders die voortdurend oorlog voeren, zowel met elkaar als met de goblins, beergoblins en hobgoblins in de buurt. Sommige gevechten gaan om vrouwen, die blijkbaar erg moeilijk te krijgen en te onderhouden zijn. Desgevraagd blijkt trouwens ook de hertog niet te weten waarom de kapel nogmaals door de priester is ontheiligd. Hij zegt dat we dat de priester maar zelf moeten vragen. Dat durven we echter niet.

We zijn nu met een groepje van tien man. Toen de hertog er bij kwam stuurde hij drie man terug, dat belooft wat.

Het aanvalsplan is simpel en effectief. We gaan er naar toe, slaan iedereen in elkaar en branden de boerderij plat. We negeren de pachters die hulpeloos staan toe te kijken hoe hun boerderij in vlammen opgaat. We zijn op tijd terug voor het eten. Ondertussen heeft Gerlof in zijn functie van kamerheer het kasteel grondig doorzocht. Hij heeft niets bijzonders kunnen vinden.

 

Bij de avondmaaltijd krijgen we ook de hertogin te zien. Ze is erg mooi en heeft lang zwart haar. Ze praat alleen met de belangrijke mensen, zoals Traz, de schildknaap. Ook commandeert ze Pjotr, die allerlei klusjes voor haar moet doen. Over zijn verrichtingen is ze niet erg tevreden.

Ze heeft trouwens een hekel aan narren. Wel houdt ze van een stukje treurige muziek op zijn tijd.

 

De nar speelt tijdens de maaltijd goed en krijgt een stuk kip toegeworpen. Hij ontwijkt ternauwernood een trap van Ivan. De rest van de avond gebeurt er niet veel en ontspannen we wat. 's Nachts horen we de zwarte vogel krijsen.

In de ochtend merken we tot onze verbazing dat we ineens acht jaar ouder zijn geworden. Ook onze omgeving is mee veranderd. Het kasteel is nu veel groter en er is meer personeel. De huismeester Gerlof merkt dat er allerlei kamers zijn waar hij niet langer wordt toegelaten. Er is een aparte toren voor Kharina en er zijn extra kerkers bijgebouwd, waarin ook martelwerktuigen staan opgesteld. De sfeer is nu ook grimmiger. De muren hebben oren en iedereen voelt zich bekeken. Buiten sneeuwt het.

De hele groep is weer in het kasteel aanwezig, al is iedereen nu wat belangrijker dan eerst. Zo is Pjotr nu een enge 6e level tovenaar en is Traz een gewaardeerde belangrijke gast. Ik ben nu een echte sergeant en de hertog is nu een echte aartshertog geworden, de belangrijkste van heel Morovia. Hij heeft een groot aantal leenheren. Andere belangrijke personen zijn vergiftigd, gegijzeld of omgepraat door de Hertogin. In sommige kastelen spookt het nu. De hertog en hertogin vullen elkaar blijkbaar erg goed aan. Ook op hen zijn in de loop der jaren moordenaars afgestuurd. Vreemd genoeg waren ze hiervan steeds tijdig op de hoogte en zijn alle pogingen verijdeld.

De kapitein van het aartshertogelijk leger heet nog steeds Morvlad, maar niemand spreekt die naam nog graag uit. Er gaan enge verhalen over hem de ronde sinds hij een vreemd zwaard heeft gevonden. Dit akelige zwaard heet "Rijter" en als hij het trekt moet alles dood. Wonden die met dit zwaard gemaakt zijn gaan niet meer dicht. Mogelijk is het zwaard een zwaarddemon. Morvlad wordt vergezeld van een vreemde groep lijfwachten in mantels, waarvan we geen gezicht zien maar alleen een vreemde gloed. Ook rammelt er iets aan ze, misschien zijn het wel skeletten.

Kharina is in de afgelopen acht jaar alleen maar mooier geworden en iedereen bezwijkt voor haar. Vooral de hertog staat erg onder haar invloed en verafgood haar, op een onnatuurlijke manier. Hoewel haar assistent Pjotr de reputatie heeft een enge man te zijn denkt niemand dat van de hertogin. Zij is boven alle kritiek verheven.

 

Aan een nar is in dit kasteel niet meer zo'n behoefte. Op de een op andere manier klinkt muziek hier ook niet meer goed. De nar moet nog wel eens bij de hertogin komen en dan speelt hij elke keer weer een ander droevig lied.

In de kapel worden voor zover wij weten geen erediensten gehouden. Alleen de aartshertogin en haar priester komen daar ooit. Van andere (Kali-)priesters weten we dat ze mensen offeren. Van hem weten we niets.

 

We staan aan de vooravond van een historische bijeenkomst. De vechters en de belangrijke mensen moeten verschijnen in de ridderzaal. De eenvoudige mensen staan, wij mogen zitten, de edelen vooraan. Er zitten ook priesters van Kali in de zaal, waarvan we er een herkennen. Het is een iets kalende man die later een gevaarlijke situatie zal overleven, 2e level zal worden en het ons heel moeilijk zal gaan maken. We vallen hem daarom nu maar niet aan; we weten de uitkomst immers al.

Als eerste komt Morvlad met zijn sinistere lijfwacht de zaal binnen. Aan zijn zwaard kleven nog de ingewanden van zijn laatste slachtoffer. Er hangt een vieze lucht om hem heen. Dan komt de aartshertog binnen, vergezeld door twee metalen wachters, golems (naar het schijnt een kadootje van zijn vrouw). Dan komt de aartshertogin binnen, met een zwarte kraai op haar schouders. Pjotr loopt als hulpje met haar mee. De aartshertog neemt het woord: "Ik heb u bijeen geroepen voor het volgende. Er zijn nieuwe plannen. Het westen was deel van ons land en het is afgepakt door barbaarse zuiderlingen en lafhartige elfen. Daar gaan we wat aan doen. Een aantal van u zal als afgezant worden uitgezonden om het land te verenigen. Dat zal onze missie zijn de volgende jaren. Vragen? Geen vragen". Dan lopen de hertog, de hertogin, Morvlad en zijn gevolg weer weg. Als ze weg zijn wordt er overal zacht gemompeld. De zwarte vogel heb ik trouwens niet weg zien gaan. Vreemd.

Een dergelijke grote verandering vraagt om overleg. Hoewel het moeilijk is kunnen de verschillende leden van de groep bij elkaar komen in de stallen. Pjotr meldt dat hij in de toren van zijn meesteres niets heeft gevonden wat ons op het juiste spoor kan brengen. Wel weet hij dat de familiar geen demon of duivel is maar iets daarboven, iets ergers (zoals de dood). Gerlof (ofwel Mussurana) wil meer te weten komen van de vreemde priester. Van de andere personen kan hij de rol redelijk goed inschatten. Hij vertelt ons ook dat de hertogin in de toekomst zal worden vermoord door iemand van een van de tempels in Umons. Dit zal uiteraard leiden tot een bloedige strijd. We gaan daarom met de hele groep naar de kapel. Ondertussen komt ook Ina erbij.

In de kapel is het erg stoffig. Er hangt hier een raar sfeertje. Dit was ooit een tempel van Kali maar Ivan/Krodahl weet nu dat dit een kapel is van de moeder van Kroch, namelijk Khalinn, de schikgodin van het ongeluk. De priester in de paarsrode mantel ontvangt ons vriendelijk. Hij zegt dat hij iets voor ons heeft en toont een ramshoorn met een koord. Die hangt er al acht jaar zegt hij. Hij geeft de hoorn aan Gerlof/Mussurana. Hij zegt dat het volgens hem niet mogelijk is om in te grijpen in dingen die al zijn gebeurd. "Al weet je maar nooit", voegt hij er aan toe. "Mijn godin ziet gunstig op jullie neer", vervolgt hij. "Veel van wat jullie doen heeft met haar te maken". Hij kijkt ons een voor een aan en bevestigd dat ieder van ons er mee te maken heeft. "Ik denk dat jij de volgende bent" zegt hij tegen Pjotr. Dan blaast Gerlof/Mussurana op de hoorn en zijn we weer terug in de gangen van Arioch. Echt veel tijd lijkt er ook nu niet te zijn voorbijgegaan. Het is dus wellicht nog de avond van Utar, de derde dag in de maand van de laatste oogst, 311 NO. De priesteres is weer een beetje meer zichtbaar geworden. Pjotr begint deze gangen geloof nu wel leuk te vinden. Ina duidelijk nog niet.

Traz denkt aan Hline. Dan lopen we de gangen in en vallen weer in slaap.

Als we wakker worden zijn we gewoon onszelf, dus geen gedoe meer met andere namen en lichamen. Wel kunnen we nu dus ook gewoon doodgaan dus. We liggen allemaal op eenvoudige metalen bedden met donkergroene dekens. We dragen allen een eenvoudig groen kleed. De vloer is grijs, een soort vloerkleed. Onze eigen kleding hangt bij ieder over een stoel.

Ik sta op en trek mijn vertrouwde kloffie aan. Het voelt echter vreemd aan, alsof het niet bij de situatie past. In een kast hangen stoffige donkergroene overalls en riemen. Die trekken we dan maar aan. Ze zijn speciaal voor ons gemaakt. Ze passen goed en onze namen staan erop, met nummer erbij (Pjotr 405, Orson 249, Ina 265, Krodahl 339, Mussurana 886, Traz 829, Irdor 792, Khemron 065). Het voelt trouwens vreemd aan dat Ina hier is. Blijkbaar is deze ruimte eigenlijk alleen voor mannen bestemd. Pjotr is hier trouwens beter bekend dan wij. Het is inderdaad zijn verhaal, zoals de priester al voorspelde. We lopen dan maar met hem mee, want er zijn hier heel veel rare magische dingen die Pjotr "Techniek" noemt. Zo komt er licht uit blokken aan het plafond en gaan deuren open als je ergens op een muur duwt. Ook vertelt Pjotr waar de grappige kaartjes voor zijn die we bij ons dragen. Ze geven aan hoe belangrijk iemand is en waar hij of zij allemaal mag komen. Van onbelangrijk naar belangrijk hebben we de volgende kaartjes: Pjotr doorzichtig, Traz en Irdor wit, Mussurana deels oranje/gele streep (mechanicien) Orson en Khemron roze met zilveren ster, Ina en Krodahl zilver. Pjotr zegt dat we naar het commandocentrum moeten om daar een heel belangrijk kaartje te halen.

We lopen door veel vreemde metalen gangen en deuren.

 

Een van de kamers beweegt verticaal en geeft een vreemd gevoel in je buik. We moeten van Pjotr snel uit de kamer weg. Een of ander figuur (Orson) heeft blijkbaar op een knopje geduwd waar hij niet aan mocht komen. Als de deuren weer open gaan stappen we er snel uit en blijken we aan de oppervlakte te zijn gekomen. In twee richtingen zien we duinen en zee. We zitten op een eiland. Verderop staan witte gebouwen die verbonden zijn met het gebouw waar we nu zijn door iets dat Pjotr "loopbrug" noemt. Raar woord.

Pjotr legt uit dat we terecht zijn gekomen in een basis van zijn volk. Het is heel erg ver van thuis, in een andere dimensie of zo. Het volk van Pjotr is aangevallen door vreemde tegenstanders en verslagen. Er is hier waarschijnlijk niemand meer. Pjotr is samen met een klein groepje met behulp van een speciaal apparaat gevlucht naar ons land. Al die tijd probeert Pjotr al een weg terug te vinden en nu zijn we hier plotseling op bezoek. We hebben trouwens al iemand anders van het groepje gezien, namelijk de knappe vrouw die Pjotr had meegenomen naar de bruiloft van Marissa. Ze is een mecanicien of zo.

Pjotr heeft wel een idee waar we nu naar toe moeten. Aangezien wij er niets van snappen volgen we gedwee tot we bij een zware dubbele deur uitkomen die ons zilveren kaartje weer uitspuugt. Het is duidelijk niet belangrijk genoeg. Pjotr leidt ons dan naar een uitgebreid arsenaal van stokjes die vuurballen en lichtstralen kunnen afschieten. Pjotr legt even uit hoe het werkt en doet het voor. We mogen even voorzichtig oefenen en maken van de loopbrug bijna een valbrug, zoveel schade doen de stokjes. De meesten van ons krijgen zo'n lichtstokje. Mussurana is er zo onhandig mee dat hij een veiliger apparaatje van Pjotr krijgt, iets dat bliep-geluidjes maakt als er iets bewegends aankomt. Ook is er iets kleins waar een korte lichtbundel uitkomt en zo als een zwaard kan worden gebruikt. Het is echter zo raar dat niemand van ons hiermee kan omgaan. Ook reageert het lichtzwaard niet als je er tegen praat, zoals Traz nu doet. Pjotr en Khemron nemen een zwaar apparaat dat Pjotr "Granaatwerper" noemt. Het is iets om "U" tegen te zeggen want de

grote metalen deur wordt met een schot aan barrels geschoten. Er begint dan in de verte iets te schreeuwen waar Pjotr even van schrikt. Dan rent hij naar binnen, met ons direkt achter hem aan. Hij pakt een gouden kaart met strepen in alle kleuren van de regenboog. Dan roept hij in het wilde weg "Alles normaal, alles normaal" en dan houdt het geschreeuw op.

Dit is het commandocentrum, legt Pjotr uit. Er is hier wel een apparaat waar we mee kunnen praten. Het is een soort wapen, maar ook een orakel. Krodahl vraagt daarom meteen naar een scroll "Banish Undead", aangezien je maar nooit weet. Doe er nog maar tien bij roep ik dan, het kan nog van pas komen. Het apparaat is even bezig en produceert dan enige vellen papier waar Pjotr smakelijk om kan lachen. Hij zegt dat het absolute kwats is en nooit als spreuk kan werken. Krodahl kijkt enigszins beteutert maar wil de bladen toch meenemen. Zoals het orakel instrueert laat hij in ruil ervoor ook iets achter, namelijk een kaars, ongeveer even zwaar als de elf scrolls. Nu stelt Pjotr enkele vragen aan het orakel, dat echter wel veel bedenktijd nodig heeft, maar liefst 35 uur. Pjotr krijgt een apparaatje mee waarmee het orakel op afstand zijn vraag kan beantwoorden. Dan gaan we weer.

 

 

We lopen weer door een aantal gangen. Pjotr zegt dat we op zoek gaan naar een schip. Hij geeft trouwens eenieder de eigen kleren terug, die we nodig hebben als we weer terug gaan naar ons eigen land. Ook gaat hij ons voor naar een plek waar we een hapje kunnen eten. We krijgen allemaal vettig spul dat wel lekker is. Het zijn gele staafjes met witte klodders en broodjes met brokken vlees en rood spul. Ze hebben het wel snel klaargemaakt zeg. Als dranken zijn er "Sjeek" en "Kook" waar niet iedereen van blijkt te houden. Ook is er "Zju", dat best te drinken is. Als we weer op zoek gaan naar de boot krijgt Traz nog een doosje "Kook" mee voor onderweg. Na een tijdje lopen komen we bij karretje die vanzelf rijden, als Pjotr voorin zit tenminste. Het gaat best snel en na een paar minuten komen we bij een grote deur die open gaat als Pjotr zijn belangrijke gouden kaart in een gleuf steekt (generaalspas, zegt Pjotr). Dan zijn we echt buiten in de frisse lucht. Een eindje verderop staat een ander glimmend gebouw waarvan Pjotr zegt dat het een schip is. Het heeft echter geen zeilen of roeispanen. Ook dat zal hier wel anders werken. We gaan daar naar binnen en gaan allemaal in de serre zitten, boven in het gebouw. Dan begint het gebouw te bewegen. Het zweeft op een magische manier (Shit, dit moet ik ook kunnen, maar mijn magie werkt hier niet). Het schip/gebouw gaat steeds verder omhoog en we kunnen zien hoe het eiland onder ons steeds kleiner wordt. Het is wel mooi maar ook heel onwerkelijk.

We vliegen naar een continent en landen daar bij een aantal gebouwen. We gaan daar naar binnen en stappen weer in eenzelfde soort karretje waar we op het eiland mee hadden gereden.

BOEM...

 

Plotseling wordt het karretje door elkaar heen geschud als er in de verte iets explodeert. Pjotr is ook geschrokken en legt uit dat er blijkbaar toch nog tegenstanders in de buurt waren. Hij zegt het nu wel jammer te vinden dat hij het onzichtbaarheidsapparaat zo laat had aangezet, wat dat ook moge betekenen.

BOEM...

 

Het plafond stort bijna in. Met piepende banden scheurt Pjotr door de gangen. Hij stopt abrupt en gebaart ons uit te stappen. We haasten ons door enkele rommelige ruimtes, blijkbaar de plaats waar Pjotr heeft gewoond. De deuren luisteren hier naar hem en gaan op commando open. We blijven hier niet rondhangen maar gaan snel verder totdat we bij een ruimte komen waarin een grote zuil staat, in een magische cirkel vol apparaten. Pjotr zegt dat hier de machine stond waarmee zijn groep op onze wereld is gekomen. Nu ligt er een hoorn. We kunnen echter nog niet weg. Pjotr moet immers nog antwoord krijgen van het orakel. Ook wil Pjotr de zaak hier vernietigen zodat de tegenstanders ons niet naar onze eigen wereld kunnen volgen. Hij denkt trouwens dat we elk moment kunnen worden aangevallen. We richten daarom een eenvoudige barricade op waarachter we kunnen schuilen. Ook trekken we ons eigen kloffie weer aan. Traz pakt zijn metalen doosje "Kook" dat ontploft als hij het open trekt. Toch durft hij het nog leeg te drinken. Ondertussen telt een machine af. We moeten een half uur stand zien te houden voordat het antwoord er is, dit gebouw kan worden vernietigd en wij weg kunnen.

Het apparaat van Mussurana geeft beweging in de verte aan. In een van de gangen verschijnt een blinkend ding dat meteen door ons wordt beschoten. Traz en ik raken het en het metalen ding begint te smelten. Toch schiet het nog met een klap onze barricade aan barrels. Dat was niet de bedoeling. Ook in de andere gang verschijnt eenzelfde blinkend ding dat meteen door Pjotr wordt kapotgeschoten. Ook het andere ding wordt nu geraakt en vernietigd. Traz is door de klap behoorlijk verwond. Ik trouwens ook. Snel richten we een nieuwe barricade op. In de verte zien we dat de wrakken worden weggesleept en dat er nieuwe tegenstanders komen. We hebben nu nog een kwartier. Pjotr en Khemron raken in de verte weer iets, al raakt nu ook het plafond aardig verzwakt. Er komen nu blinkende mannen aangerend die met lichtstralen schieten. We schieten als gekken maar onze lichtstokken halen niets uit, alsof een onzichtbaar schild de mannen beschermd. Nu schieten ook Pjotr en Khemron met hun zware geschut en enkele blinkende mannen worden gevloerd. Er steken draadjes uit de lichamen. Pjotr zegt dat dit een soort golems zijn en dat hij verder niet weet hoe de tegenstanders er uitzien. Khemron heeft nu trouwens 6 hp brandschade. Onze barricade wordt erg heet en we raken allemaal flink gewond, door een vreemd soort hittewapen. Er komen drie blinkende mannen aanrennen, waarvan er een direkt wordt vernietigd. Gelukkig missen ze hun doel nu compleet, zodat we ze kunnen vernietigen. Ik raak toch nog even bewusteloos, maar wordt weer snel bijgebracht door Pjotr, die een soort wapen heeft waarmee hij prikt en iedereen volledig geneest. Hij waarschuwt wel dat het maar een uurtje werkt.

Het antwoord van het orakel is nu binnen en er zijn nog 2 minuten over op de teller. We blazen nog wat op zodat het plafond helemaal instort. Dan trekken we ons terug achter een paar grote deuren. De tegenstanders verhitten deze totdat ze beginnen te gloeien van de hitte. Dan ontploffen de deuren en daarna het hele gebouw..

Boem....

 

..alleen zijn wij er dan niet meer bij. Pjotr heeft op de hoorn geblazen en we worden wakker in de tunnels van Arioch. Diegenen die erg zijn verschroeid worden behandeld met brandzalf. Krodahl geneest me verder met een spreuk.

Pjotr meldt dat het orakel zijn vragen heeft beantwoord. Hij zegt dat dingen veranderen als ze van de ene wereld naar de andere gaan. Er moet op onze wereld een soort energie bestaan waarmee hij het apparaat aan de praat kan krijgen dat hem hier heeft gebracht. Ook heeft Krodahl nu een echte "Banish Undead"-scroll, terwijl het op de techniek-wereld maar een papiertje was met een hoop onzin erop. Onze wereld is trouwens maar mooi van die stomme golems gered, nu we de toegang hebben afgesloten. We hebben daarom wel wat rust verdiend dacht ik zo. We gaan maar eens slapen om wat aan te sterken.

Deitar, de vierde dag in de maand van de laatste oogst

 

De priester van Arioch is nu weer iets meer solide, maar reageert nog niet op ons. We moeten blijkbaar nog enkele verhalen afwerken. We gaan de gangen in en vallen in slaap. We worden wakker in een dicht woud. Wat zullen we nu weer meemaken?

Irdor.                                                                                                                                                                       The travellers                                                                                                                      2                                   

 

Verslag sessie 112,                                       14 november  1993. Swen afwezig