Waarin we kennis maken met de volgelingen van de Kikkertempel,
en waarin Khemron en Mussurana een level gestegen zijn.
Alvorens we achter de Kikkertempel aan gaan, vragen we aan Pjotter of hij misschien nog wat anders te vragen had. Pjotter heeft zijn doel echter al bereikt. Volgens Annemarie is het niet helemaal goed dat het volk van Pjotter op deze wereld is, dat trekt dingen scheef. Pjotter weet dat, hij wil er later nog wel eens op terugkomen (hij kijkt daarbij trouwens heel serieus en praat ook duidelijk namens de groep mensen waartoe hij behoort). Hij legt nu alvast uit dat zijn groep uit mensen bestaat die goed getraind zijn, ook op andere gebieden dan techniek. Die andere gebieden liggen een beetje op het terrein van Mussurana, op het geestelijke vlak dus. Mussurana heeft iets waardoor hij dat merkt. Zij hebben ook van zulke mensen. Met hun beste hebben we al kennis gemaakt, de dame die hij bij zich had op het huwelijksfeest van Marissa. Die dame blijkt daarom ook de baas te zijn. Volgens Pjotter is het ook wel eens lastig (wordt een beetje verlegen), je moet er namelijk vooral aan denken er niet aan te denken. Nou, het zal wel, wie dit begrijpt mag het zeggen.
Ik schijn verder niet de enige te zijn die niks van magie snapt, ook Pjotter's groep kan er niet mee uit de voeten. Ze snappen het niet, en zijn er ook minder gevoelig voor.
De informatie die Pjotter ons gegeven heeft, is verder wel strikt vertrouwelijk. Hij voelt wel voor een manier van samenwerking. Hij legt verder uit dat er in hun wereld wel her en der in goden geloofd werd, zo rechtstreeks als hier gebeurde dat echter niet. Hij legt uit dat er een soort energie is die zich over dimensies heen anders gedraagt. Als dimensiereiziger heb je dan ook een gerede kans dat je ergens vast komt te zetten. De groep van Pjotter heeft er verder heel bewust voor gekozen hier geen kinderen te krijgen. Bij hun gaat het sowieso allemaal heel moeilijk, iets met allerlei instanties en zo. In plaats van via goden doen zij het daar allemaal zelf via apparatuur.
Dan gaat het gesprek verder op het geschenk wat we Annemarie aan moeten bieden. Het wordt uiteindelijk de smaragd van Irdor, een smaragd die hij als focus voor humanoïden gebruikt. Irdor zou hiervoor wel graag door de rest van de groep gecompenseerd worden, bijvoorbeeld als we nog eens andere boeken, spreuken en/of edelstenen vinden. Uiteraard gaan we daarmee accoord en geeft Irdor dus de edelsteen aan Annemarie. Deze pakt de steen aan, waarop die prompt verdwijnt. De hal begint groenig te schitteren. Annemarie gebaart naar een spiegel waarachter een landschap te zien is. Onder leiding van Krodahl stappen we door de spiegel. Het landschap blijkt helaas een meter lager te liggen, maar we komen allemaal op onze pootjes terecht.
We staan allemaal in een vlak landschap. Irdor en Khemron hebben het gevoel dat hun familiairs hier zouden moeten zijn. Het gras is vrij breed, de omgeving maakt een onvruchtbare indruk. In de verte, zowel voor ons als rechts van ons, zien we bergen. Het waait hier en het is redelijk koud. Her en der staat een struik, bomen zijn nergens te zien.
Onderzoek van het gras leert dat het de bodem heel goed vast houdt. De grond is droog en het gras is kort omdat het veel te lijden heeft. De dichtstbijzijnde struik lijkt wel wat op een lijsterbesstruik en is hier en daar wat aangevreten. De takken zijn taai en laten duidelijk zien dat de wind het grootste deel van het haar uit dezelfde hoek komt. Verder is er wat wollig haar in achtergebleven.
We spreken af dat we de eerste dag gezamenlijk onze kennis zullen bundelen, en daarna ons zo nodig op zullen splitsen om de Kikkertempel te vinden. Morion is onze specialist op het gebied van planten, Khemron en ik zijn dat op het gebied van dieren. Over dieren gesproken, het gevonden haar moet van een vrij groot dier zijn. Ik zoek bij een volgende struik naar sporen en vindt er, behalve een enkele hoefafdruk van een soort klein paard ook een restje ontlasting. De rest van de ontlasting is opgeveegd, waarschijnlijk om als brandstof te dienen. De struiken staan trouwens op ongeveer 200 meter van elkaar, het lijkt wel of ze allemaal een eigen territorium hebben. Het spoor kan een maand oud zijn, maar ook drie maand. Wat hier ook leeft, het leeft in kleine groepjes, rondtrekkend.
Irdor zegt dat hij iets weet van manen en contacten kan leggen. Ina kan vliegen, maar dan wel 's nachts. Mussurana kan aanvoelen of er iets in de buurt is, op dit moment niet dus. Het weer is verder bewolkt, maar dan wel een hele hoge bewolking, zo eentje waar hier geen regen uit zal vallen. We zitten waarschijnlijk redelijk ver van zee af, en het zal 's nachts dan ook flink koud kunnen worden. Ina legt uit dat ze 's nachts niet goed ziet, maar wel vormen kan vinden, vooral bewegende dingen gaat volgens haar heel goed. Overdag kan ze verder ook wel vliegen, maar dan is het eigenlijk meer zweven, met de wind mee dus (d.w.z. richting de bergen rechts van ons). Ik kan me natuurlijk ook nog in een wolf veranderen, en Orson heeft zijn totem.
Dan verander ik me in een wolf. Het lukt nog ook. Snif, grrr, snif. Ruik iets. Vaag. Is weg. Snif, ruik het ook bij groep. Snif, snif. Bij Khemron. Snif, snif, Orson. Snif, snif, zijn ze niet zelf. Is iets anders. Dat haar. Ja, dat haar van beest. Ruik ik.
Menswezens praten. Krodahl wil opsplitsen. Grrr. Orson wil niet. Goed. Orson wint. Goed. Willen kant op. Loop naar bergen. Blijf zitten. Vragen of we die kant op moeten. Kai. Snappen niet. Kai. Naar bergen. Andere kant niets ruiken. Pjotter snapt. Weet dat ik ja bedoel. Raar. Hoe hij weten? Kijk hem aan. Grrr? Nee. Geen slecht volk. Weet. Pjotter weet. Raar.
Gaan? Nee. Niet gaan. Orson vraag wie zwak. Iedereen zegt OK, ook zwakken. Orson mij niet verstaan. Ik hem laten kijken. Voor hem liggen met poot omhoog. Hij begrijpt. Ik ook niet zwak.
Lopen. Snif, niets. Lopen. Wordt donker. Bergen niet ver. Een menswezen zag vogel, vrij groot. Zag niets, snif, rook niets. Gaan naar berg. Zoeken schuilplaats, hol. Vinden goede plek. Is veilig. Goed. Moet terug. Kan terug. Ben Traaaazzzz. Met veel pijn en moeite verander ik me weer terug. Dan heeft Ina het heel wat makkelijker. Geruisloos verandert ze in een grote vleermuis. Verder is Krodahl er in geslaagd de richtingen te bepalen. We zijn vandaag naar het westen getrokken, en wat verder weg in het zuiden zijn ook bergen. Aangezien het nu snel kouder wordt kruipen we dicht bij elkaar. De maanstanden zouden volgens Irdor wel eens juist kunnen zijn voor het tijdstip waarop wij denken dat we ons bevinden. Uiteraard houden we verder wacht.
's Nachts worden we allemaal wakker van een hele wolk kleine, vette vliegjes. De wind is wat gaan liggen en die beestjes blijven dus ook gewoon bij ons hangen. Beestjes die hier helemaal niet horen te zitten, je zou ze eerder bij bossen en zo verwachten. Hier horen ze niet, en ze sterven dan ook bij bosjes. Toch blijven er meer dan voldoende over om bij iedereen het vocht op te zoeken. Overal waar ze gaan zitten, veroorzaken ze irritatie. Jak.
Na een vrijwel slapeloze nacht breekt de ochtend aan en keert Ina terug. Ze is moe en wil eerst even slapen. Aangezien zij helemaal geen last van de vliegjes heeft lukt dat nog ook. Wij kunnen die krengen ondertussen beter bekijken en zien dat er ook andere insekten tussen zitten, een soort kevertjes. Verder is de wolk vliegjes niet erg lokaal, we zien ook overal elders van die wolken. Iedereen heeft er uitslag van gekregen, rode zwellingen waar je gekrabd hebt, en zwarte puntjes waar je je hebt kunnen beheersen. Die zwarte puntjes jeuken echter wel zo erg dat je je er vanzelf krabt, daarmee de jeuk naar onder je nagels verplaatsend en de zwarte puntjes naar rode zwellingen transformerend. Het poedertje wat Orson gebruikt helpt wel wat, maar we blijven ons beroerd voelen.
De hele sfeer hier komt Mussurana bekend voor, het doet hem denken aan een wijk in Chantuli waar alle doden begraven liggen. Er was daar ook een tempel die hem een beetje hetzelfde gevoel gaf, namelijk die van (Mal)Joesin. Irdor vindt het allemaal in ieder geval erg genoeg om zijn beschermingsspreuk te doen. Orson doet ook een bescherming, een algemene, op zichzelf. Khemron gebruikt zijn armourspreuk en doet vervolgens een siddering. Dit doodt een hele berg vliegjes, vliegjes die even snel weer aangevuld worden, waarschijnlijk uit noordwestelijke richting. De beestjes vreten ook het gras hier helemaal aan. Tot overmaat van ramp komt er vervolgens ook nog een hele massa beestjes van de berg af. Dit keer zijn het een soort kakkerlakken, vuilkruipers.
Orson bepaalt eerst even de natuurlijke eigenschappen van het gras. Dat zijn er geen, behalve dan dat het vrij onverteerbaar is, wat het weer goed geschikt maakt voor zaken als kleding. De wortelstelsels van de graspollen lopen in elkaar over en de planten zijn volgens Orson echt heel robuust.
Ina doet ook verslag, zij heeft wezens gezien in een soort woningen. Er waren een soort dieren bij. Ze heeft ze gezien in de bergen, richting noord, bij water. Verder was er vannacht volgens haar plotseling iets. Het begon eerst heel hard te waaien, toen ging de wind liggen en daarna kwamen al die beestjes. De vlakte loopt volgens haar nog heel ver richting noord door. Richting zuid (de andere bergen dus) wordt het heuvelachtiger en is er ook meer begroeiing.
Nadat Orson nog een extra bescherming voor Pjotter, ik een bescherming van Ra en Krodahl een 'bless' voor de groep heeft gedaan, gaan we op weg. Bij al die vuilkruipers treffen we ook wel grotere beesten aan, en giftige. Er hangt de geur van verderf om heen. Logisch dat we er zoveel mogelijk omheen trekken.
Pjotter gaat op een gegeven moment op de grond zitten en concentreert zich, Mussurana voelt iets van onbehagen. Na afloop meldt Pjotter dat het geen aardige mensen zijn. Als we hier blijven krijgen we volgens hem veel last. En er zijn nog meer van dat soort lui op weg hierheen. Pjotter denkt dat ze ons als indringers zullen beschouwen. Krodahl heeft prompt het plan om er eentje te ontvoeren, te martelen en zo te weten te komen waar we hier zijn, maar daar ben ik fel op tegen. Laten we eerst maar eens proberen met ze te praten.
De bescherming van Ra duurt helaas niet zo lang en zo ontdek ik al snel dat er ook schorpioenen tussen die vieze beesten zitten. Au. Mijn voet zwelt vervaarlijk, maar dankzij een 'stop achteruitgang' van Khemron blijft hij tenminste in mijn laars passen. Orson denkt verder dat het gif van deze schorpioen niet dodelijk is. Gelukkig maar. Een eindje verderop vinden we een struik, vol met eitjes van al dat ongedierte hier. We vervolgen ongemakkelijk onze weg. En ja hoor, daar is weer wat, een paar honderd ratten die onder aanvoering van een hele grote rat naar de bergen trekken. En dat terwijl die ratten hier toch echt niet voor komen. Een flink eind verder lopen we op het pad van een hele zwerm kleine vogeltjes. We weten ons maar net op tijd op de grond te werpen. Het zijn echt een soort pestvogels, vogels die je in slechte tijden ziet. Bijvoorbeeld op een warme nazomer met de oogst nog niet van het land. Nadat deze vogeltjes ermee klaar zijn hoeft dat ook niet meer.
Khemron zondert zich op een gegeven moment zonder iets te zeggen af. Als hij terug is legt hij uit dat hij wou proberen een adelaar te roepen, hij wist alleen niet hoe. Krodahl was er in ieder geval niet zo blij mee. Hij wil vandaag plotseling de hele groep dicht bij elkaar houden en verder opschieten. Dan komen er drie ruiters aan.
Krodahl wacht ze blootshoofds op met aan zijn ene arm een schild en met zijn andere hand op zijn gevest. Zelf heb ik mijn boog losjes in mijn hand. Orson heeft ook zijn schild paraat en zijn hand rust op zijn scimitar. Irdor heeft uiteraard zijn hoed op en leunt met zijn beide handen op zijn staf. Khemron heeft zijn drietand vast en neemt een soort wachtershouding aan. Mussurana staat klaar in zijn ontwijktechniek. Pjotter kan straks heel snel zijn zwaard trekken. En Ina tenslotte staat heel rustig bij Krodahl.
Volgens Pjotter zijn de drie ruiters verbaasd. Ze zijn gehuld in huiden en hebben allemaal knutseldingen van huid en bont op hun hoofd. De rijdieren vormen een kruising tussen een paard en een pony. Het zijn stevige beesten. De ruiters zelf zijn nou niet bepaald moeder's mooiste. Achter hun rijdieren hebben ze een soort slede met hun bezittingen. Ze zijn bewapend met een bogen en een soort zwaarden. De drie vormen een soort linie en stoppen.
Krodahl neemt het initiatief en stapt als onze leider naar voren. Dit valt duidelijk verkeerd, de drie lui reageren agressief. Een stap terugdoen helpt niet. Als Khemron het waagt een opmerking te maken wordt er prompt ook een boog op hem gericht. De lui zijn kwaad, heel kwaad, en volgens een verbaasde Pjotter schijnt het iets met heiligschennis te maken te hebben.
Krodahl besluit een 'hold person' te proberen en had dat beter niet kunnen doen. Een ruiter schiet op hem en hij wordt door een pijl geraakt [-3 HP]. De andere pijl weet hij nog net te ontwijken, maar dat kost hem wel zijn spreuk. Maar goed dat de tweede ruiter zit te klungelen. De leider dendert gewoon even op Krodahl af en verkoopt hem een zwaardhouw [-7 HP].
De drie ruiters laten het bij deze waarschuwing maar blijven wel kwaad. Ze schreeuwen een soort onverstaanbare bevelen, iets met wapens of zo. Krodahl zegt niets, maar dat helpt hem niet. Knielen ook niet. Mussurana steekt vervolgens zijn speer in het zand. Dit bevalt ze duidelijk beter. Hij moet er van afstappen, maar dan is het ook goed. Om een of andere reden is dit voor bijna iedereen in de groep spontaan het teken om zijn wapens af te leggen. Orson komt er daarbij achter dat je echt alle wapens neer moet leggen. Pjotter weet uiteraard niet hoe snel hij zich moet ontwapenen. Irdor heeft wat problemen met zijn zwaard maar lost die op door zijn hele riemenset maar af te doen. Zijn zwaard maakt duidelijk indruk en hij mag apart van de anderen gaan staan. Uiteindelijk blijven alleen Krodahl, Ina en ik over. Ina is bezig Krodahl te verbinden en de lui kijken mij aan. Wel, de rest heeft de keuze eigenlijk al gemaakt. Ik mag nog kiezen tussen meedoen of zelfmoord plegen. Zelfmoord lijkt me niks en dus leg ik mijn wapens ook wel af. Helaas blijkt dat voor mij niet genoeg te zijn, en dat terwijl ik toch echt geen wapens meer heb. Zelfs mijn schild heb ik al niet meer. Mijn helm misschien? Nee, ook niet. Ze wijzen op mijn borst. De hanger van Ra? Met lood in mijn schoenen doe ik de hanger af. Ze zijn er heel tevreden over. Maar het is nog steeds niet genoeg. Ook de hoorn moet ik afdoen. Had ik mijn wapens nog maar. Zelfmoord was dan toch te prefereren geweest. Maar ongewapend kan ik niet anders. Ik voel me echt naakt en moet helemaal apart van de andere gaan staan, recht tegenover de plaats die Irdor gekregen heeft.
Krodahl wordt ook nog eens goed aangekeken. Klaarblijkelijk zien ze dat hij iets om zijn nek heeft, iets wat ze wel bevalt. Zonder zijn wapens af te doen mag hij bij Irdor gaan staan. Ook Irdor mag uiteindelijk zijn zwaard wel weer pakken. Ina wordt duidelijk als iets verderfelijks gezien. Irdor en Krodahl niet. Ze krijgen zelfs een kleedje om op te zitten, plus een kommetje voedsel. Een van de ruiters blaast op een toeter en even later arriveert de rest van hun stam. Het is duidelijk dat ze Kroch wel kennen.
Bij de nieuw gearriveerden zit ook een nachtmerrie. Hij lijkt nog het meeste op een kruising tussen een priester van Kali en een sjamaan. Hij loopt meteen naar Irdor en Krodahl en vraagt ze iets. De twee hebben geen flauw idee waar het om gaat en knikken maar gewoon. De sjamaan is heel tevreden en kijkt vervolgens naar de rest van de groep. Orson wordt meteen als een worstje ingebonden, zijn totem zo geen kans meer gevend. Als laatste kijkt die vent mij aan. Hij behandelt me echt als stront en loopt met een boog om mijn spullen. Nog eens met zijn hoofd schuddend naar de rest van de groep loopt hij terug. Als Pjotter meldt dat hij hen niet leuk schijnt te vinden trekt hij prompt de aandacht. Oeps.
De priester/sjamaan heeft trouwens een grijzige mantel met een gouden bies. Om zijn nek heeft hij een gouden symbool van een stilistische kikker. Hij overlegt met een dame, zo te zien het hoofd van deze stam, een stam die trouwens uit zo'n dertig lieden bestaat. Volgens Pjotter is het allemaal niet zo best. Op Krodahl en Irdor na wordt iedereen vastgebonden, en ik wordt zelfs in een rieten kooi tussen twee van hun paarden gehangen.
Krodahl probeert die lui uit te leggen dat hij ze niet verstaat, maar dat probleem is dus duidelijk wederzijds. Dan stokt mijn hart in mijn keel. Ik zie die priester/sjamaan met een flesje op mijn spullen toelopen. Wanhopig schreeuw ik "Stop", maar Krodahl en Irdor doen in feite niks. Krodahl zegt wel dat die vent moet stoppen, maar hij wéét dat die vent hem niet verstaat, en verder steekt hij dus geen poot uit. En Irdor, die gaat zelfs vrolijk in die smerige zwarte taal met hem praten [vraagt die priester/sjamaan ook om te stoppen, maar deze verstaat hem niet]. De vent schijnt het te herkennen, knikt en gaat vrolijk verder. Ook Irdor kijkt rustig toe hoe hij het dopje van het flesje haalt en mijn spullen besprenkelt. Daar gaat de hoorn, Ra's hanger, mijn spullen. Ik voel me kapot, leeg, gebroken. Uit Krodahl's blik spreekt slechts leedvermaak, 'Laten we eerst proberen met ze te praten. Toe dan Traz, praat dan.' Ik kan gewoon zien hoe die gedachte door zijn hoofd speelt. De priester/sjamaan loopt ondertussen vrolijk terug. Hij houdt voor de gein nog even het lege flesje onder Khemron's neus, die ontzet terugdeinst.
Pjotter meldt dat hij, Mussurana, Khemron en Irdor geofferd zullen worden. Ik zou zelfs een speciale feestgebeurtenis vormen. De priester/sjamaan is volgens hem verder echt niet te beroerd om zijn halve stam voor iets op te offeren. En de stam is nog fanatiek genoeg om dat te accepteren ook.
Irdor probeert zijn communicatiespreuk bij de leider en de priester/sjamaan. Deze kijken geïnteresseerd toe. De spreuk lukt en Irdor bedankt ze. De dichtstbijzijnde plaats blijkt de Verzamelplaats te zijn. Ze zijn hier voor de Verzameling en willen weten wat we hier doen. Volgens hen bevinden we ons op de Droge Vlakte. Er is geen enkele stad die in de buurt hiervan ligt. Volgens hen zijn dat sowieso zondaars, zij die in huizen van hout en steen leven. Zondaars, zoals de rest van de groep. En zondaars moeten uiteraard allemaal gestraft worden. Van Kroch vinden ze dat het vroeger een grote godsdienst was. Irdor merkt op dat Kroch wel iets met stenen huizen had, maar hij is daarvoor volgens hen ook gestraft. Toch hebben ze wel respect voor Kroch, daarom wordt Krodahl ook niet geofferd. Hij mag zelfs bij de Verzameling zijn, net als Irdor.
Irdor informeert verder en leert dat dit volk rondtrekt, de sporen van hun god volgend. Ze straffen onderweg de zondaars, offeren ze. De laatste keer dat ze zondaars tegenkwamen betrof het een klein plaatsje met houten woningen. Het waren echte zondaars, ze bewerkten het land. En dat mag niet, dat vindt de kikkergod niet goed. Hij stuurt dan zijn dienaren, en dat zijn er vele. Het land hier kennen ze niet. Wel weten ze dat de zee richting oost en richting west ligt, allebei de kanten op ongeveer even weg. Er stromen ook naar beide kanten rivieren weg. Elke stam volgt zijn eigen innerlijke stem, zij kwamen uit het noordoosten. Plaatsen hebben voor hen geen naam. Ze noemen zich de discipelen van Anakaraagh of zoiets. Ze hebben geen vrienden, alleen een plicht. Ze trekken van samenkomst naar samenkomst. Niet iedere stam haalt het.
Irdor mag uitleggen wie hij is en waarom hij gevangen is genomen. Irdor zegt daarop hoe hij zich noemt en wat zijn beroep is. Met oproepingen zijn ze bekend. Zelf roepen ze de zwermen op, de ziektes. Ze zijn Irdor duidelijk dankbaar voor het stel zondaars dat hij ze geleverd heeft, en al helemaal voor een van de misselijken, een van de onreinen, de onwaren. Ze beweren er niet tegen te strijden, maar die lui wel tegen hen. Ze maken ze op een speciale manier dood, een manier die hun ziel voor altijd vernietigd.
Irdor en Krodahl mogen bij de bijeenkomst zijn, maar de priester/sjamaan waarschuwt ze dat hun god erom bekend staat ook af en toe trouwe volgelingen tot zich te nemen. Ze gaan nu eerst naar de Verzamelplaats en aan het einde van de volgende dag begint daar dan het reinigingsproces. Pijn is volgens hen een goede reiniger. De priester/sjamaan stelt voor dat Irdor en zijn ondergeschikte het reinigingsproces bijwonen. Ze hebben ook nog een aantal geschenken van de zondaars uit het laatst aangedane plaatsje voor hun god, die moeten ook nog gereinigd worden.