Sessie 122, 20-11-1994, Afwezig: Maurice en Swen

 

 

Utar, 10e dag van de Maand van de Laatste Oogst

We zitten dus gezellig te kletsen bij onze magiër Faustulus. Irdor kaart het probleem aan dat hij met zijn zwaard heeft: Hij moet regelmatig vechten anders wordt hij overgenomen door de demoon. Volgens Faustulus zijn demonen niet te vertrouwen. Als je zwakt bent en er voor hun voordeel (soms) in zit, dan nemen ze het over. Demonen zijn korte termijn denkers. Als ze aan een afspraak zitten dan proberen ze daar altijd onderuit te komen. Ze naaien je waar je bij staat. Je kunt er niet mee onderhandelen. Duivels daarentegen zijn lange termijn denkers. Die houden zich aan hun afspraak, letterlijk zelfs. Dus ze zullen hun afspraak naar de letter uitvoeren, dus helaas wanneer je een slecht opgesteld contract hebt opgezet. Bij duivels kom je pas veel later achter wat ze wilden. Naast demonen en duivels is er ook nog een tussensoort en die houden zich nergens aan. Die wezens hebben de voordelen van beide. Zij zijn ook weer verdeeld in soorten en sommigen zijn zelfs machtiger dan de goden. Ze denken alleen aan zichzelf, aan hun eigen voordeel en hebben maar één doel voor ogen. Daardoor zullen ze ook niet elkaars vaarwater zitten. Op Irdors vraag of 'De Dood' misschien een voorbeeld is, antwoordt Faustulus dat je ze daar wel mee kunt vergelijken, zoiets ja. Gelukkig bestaan er tegenhangers van. Op een suggestie van ons of dat dan misschien engelen zijn, is het antwoord dat engelen tegenhangers zijn van duivels, maar voor die tussensoort is er dus ook zo'n soort tegenhanger. Goden hebben ook hun boodschappers en dat wat wij niet willen vertellen heeft waarschijnlijk impact over diverse werelden.

 

Faustulus weet nog niet wat hij gaat doen: Hier blijven of weggaan. Als wij nou even die tempel gaan uitruimen, dan kan het hier wel weer goed komen. Op de vraag wat het Witte Gilde van zijn werk vindt, antwoordt hij dat hij niet voor het Witte Gilde werkt, hij is er lid van. Hij is bezig met zijn eigen onderzoek en krijgt bescherming van het Witte Gilde wat wel zo makkelijk is. Ze weten globaal waar hij mee bezig is en zij krijgen het ook als eerste te horen. Het Grijze Gilde vindt Faustulus veel te commercieel. Maar waarom is hij bezig met trollen? Omdat daar iets niet aan deugd. Hij gelooft niet dat trollen natuurlijk zijn ontstaan. Zijn theorie over trollen is: Hun scheppers/makers woonden in een streek waar niet te leven valt, maar je hebt er wel iets uit nodig. Maar daar ga jezelf, je eigen wezens, niet op uitsturen, dus klooi je iets in elkaar die dat voor je doet. Op zich passen trollen hier wel. Je kunt ze niet tegenhouden met een cirkel.

 

We kunnen altijd bij hem terecht, als we iets van hem moeten hebben. Nog eens zegt hij dat hij niet bang is voor onze informatie, maar als wij niet willen is dat onze zaak. Tja, als het aan mij ligt, dan vertellen we het hem gewoon. Wat maakt het allemaal uit? Bovendien is Faustulus niet de eerste de beste en kunnen we misschien een hoop informatie van hem krijgen. Het feit dat onze leider de tocht naar de tempel niet aandurft, zegt mij eigenlijk genoeg. Volgens mij is hij bang geworden, bang voor zijn eigen hachje. Maar goed, hij is mijn priester en dus onze leider dus gehoorzaam ik hem. Krodahl vraagt wel aan hem of hij niet iets aan het litteken van Traz kan doen. Maar Faustulus antwoordt dat hij zich niet met gekwezel bezig houdt. Moet Krodahl niet verkeerd oppakken, maar hij moet niets hebben van godsdienstzaken. Natuurlijk kan hij het uiterlijk van Traz veranderen, maar die wond blijft, dat is priesterzaak. Irdor vraagt wel aan hem of hij magie wil uitwisselen en Faustulus is wel bereid om dat te doen. Ook laat hij even weten dat hij dat oproepen van Irdor maar niets vindt. Hij begint dan iets uit te leggen over watermagie.

 

De krachten van water zijn technisch gezien iets van aarde en iets van vuur, alleen zwakker. Maar wel van alle twee, dus in zijn eentje kan een watermagiër beschermen en oproepen. Vroeger had je inderdaad watermagiërs die aan oproepen deden. Oproepingstechnieken komen op zich dicht bij watermagie. Watermagie houdt zich in essentie bezig met de levensvonk en daar kun je mee rotzooien. Bijvoorbeeld: Ergens zit er iets van een vis in iemand verborgen en dat kan dan naar boven worden gehaald. Hij wijst op Mussurana die dan de kriebels langs zijn rug voelt lopen. Die vraagt dan wat Faustulus net deed. "Ik keek even langs je lijnen", is zijn antwoord. Mussurana zegt dan dat hij een makkelijk slachtoffer is, daar hij geen bescherming heeft tegen magie. Faustulus vindt dat inderdaad meteen Mussurana's zwakke kant, maar vindt ook dat het belangrijk is dat je dat weet. Mussurana is nieuwsgierig naar de regeneratie eigenschappen van trollen. Faustulus antwoordt dat die kracht er altijd al in heeft gezeten; het is een natuurlijke eigenschap. Maar destijds toen er mee geklooid is, is het MINDER geworden. Regeneratie is een natuurlijke eigenschap; kijk bijvoorbeeld maar naar hagedissen. Het heeft te maken met hoe sterk je ik is, dat die zich moet herinneren hoe het was. Hem interessante theorie, moet toch eens kijken of ik daar niet wat mee kan doen. Op de vraag of hij weet of er koboldmagiërs zijn antwoordt Faustulus negatief. Dat zit niet in hen, volgens hem. Kobolds zijn de laagste humanoïde ras wat er is. Misschien dat er priesters zijn, dat ze een godsdienst hebben opgedoken. Of ze hebben iets gevonden, waarmee ze magie kunnen doen. Hij vindt kobolds niet interessant genoeg om ze te onderzoeken.

 

Aan Mussurana en Irdor ziet hij dat ze buitenlanders zijn van over zee. Ze zijn waarschijnlijk meegekomen met elfen, want dat zijn echte zeevaarders. Hij heeft wel eens gehoord van mensen met een stierenhoofd, die noemen zich minotaures. Hij kan aan de kleintjes zien van wat voor soort wereld hun komen en beschrijft dan vrij accuraat de Woestijnwereld. Hij heeft nog nooit mensen als hun gezien of van gehoord. Maar elfen varen soms dagen, weken of maandenlang over de zee dus het kan goed. Ik heb volgens hem het Teken van Water in me. Mijn magie nadert dicht de watermagiërs; zelfs alleen de goede kant.

 

Dan legt hij het verschil uit met Luchtmagie. Luchtmagie is meer gericht op iemands geest. Watermagie is gericht op de kern, de levensvonk. Bij zijn gilde had je een school en luchtmagie kun je dan vergelijken met tekenen, sporten enzovoort. Het hoort erbij, maar je leert niets. Luchtmagiërs zullen ook altijd amateurs blijven.

 

Persoonlijk zocht Irdor nog een bescherming tegen demonen als hij zelf zwak is, op de vraag wat voor soort spreuk hij nog zocht. Faustulus vraagt dan op welk niveau zijn boek is: Voor zijn eigen magie op 3de niveau. Hij heeft een protection from missiles op derde niveau, de rest zijn allemaal eerste niveautjes. Volgens Faustulus bestaat er een magiërsspreuk die wezens terug stuurt; voor boek 7 en hoger. Meestal gaat het ook mis. Het Zevende Boek houdt zich bezig met het hier naar toe halen van onnatuurlijke wezens. Het Achtste Boek houdt zich dan ook bezig om ze weer terug te sturen. Hij heeft voor Irdor wel een 2de niveau Algemene Bescherming tegen Wezens. Bij het casten moet je zeggen tegen welk type wezen, bijvoorbeeld kraaien. De vraag is of het helpt tegen demonen. Hij heeft ook van Derde Boek een bescherming tegen onnatuurlijke wezens. Bescherming tegen alle wezens is uit het Zevende of Achtste Boek. Irdor wil dan graag de Algemene Bescherming tegen Wezens, die sterker gemaakt kan worden door iedere 2 power, die een vaste prijs heeft van 6 power. Deze spreuk kan ook op iemand anders worden gedaan. Faustulus heeft ook algemene bescherming op het gebied van elementen, voor elk van de vier elementen een spreuk. Ook heeft hij een Knock op 2de niveau. Het is een algemene spreuk en kost 4 power. Deze Knock is NIET de subtiele: Iets wat dicht zit gaat open en er zit geen tijdlimiet aan. Bij magische sloten is er een kans op tijdelijke opheffing. Deze Knock haalt dus steeds één barrière weg. Dus een dubbele beveiligd slot heeft dan 2 Knocks nodig. Met Knock kun je ook een beveiliging wegknocken. Deze Knock neemt Irdor ook over. Op zevende niveau heb je de spreuk Total Screening tegen afluisteren en die zou dus handig zijn voor ons probleem.

 

Ook aan mij vraagt hij of ik iets aan algemene spreuken heb. Ja, dat wel, maar ik heb geen boek en eigenlijk wil ik dat zo laten. Bovendien kan ik met hem babbelen over planten, kruiden en zo. Voor de algemene spreuk vraag ik aan hem of hij geen bescherming tegen magie heeft, want dat zou makkelijk zijn als ik de magische eigenschappen van planten onderzoek. "En als je kistjes wil onderzoeken", wordt er meteen door iemand gegrapt. Faustulus vindt dat goed en wil zelfs proberen om er voor te zorgen dat ik de spreuk in mijn hoofd moet leren, dus zonder boek. Hum, dat zou mooi zijn, maar ik waarschuw hem dat als hij in mijn hoofd moet zijn het daar al aardig druk is. Als Faustulus me in de loop van de volgende dagen 'behandeld' voel ik me daarna even duizelig. Maar ik weet dan dat ik een 1e niveau Bescherming tegen Magie in mijn hoofd heb zitten die ik kan leren. Ik zal dan moeten mediteren en aan de beschrijving van de spreuk denken. De spreuk kan ik maar 1 keer op een dag en hij kost me 2 power, maar ik kan hem versterken door er extra power in te stoppen. Naast deze spreuk klets ik de komende dagen met hem over planten en kruiden en zo, waardoor ik daarover weer wat wijzer ben geworden.

 

Mussurana vraagt aan Faustulus iets, waardoor deze antwoordt dat het kwezelspul is. Het stinkt volgens hem teveel naar tempels en bij hem komt het er niet in. Dan krijg ik van Mussurana te horen dat ik trollenadem heb. HUH!? Wat nou weer? Op mijn overduidelijke reactie dat ik even niet weet waar hij het over heeft, legt Mussurana aan mij uit dat ik nog steeds een klap heb van dat moeras, da's nog steeds niet helemaal geheeld. Oh, is het hem dat, desondanks niet zo mooi dus. Zal eens kijken of we daar niet iets aan kunnen doen, behalve er gewoon van bijkomen. Maar we gaan verder met waar we mee bezig waren: Wat gaan we doen?

 

Krodahl: "Kan er niet iets aan mijn curse gedaan worden? Het kostte me bijna me kop." De oplossing is een Remove Curse door een hoge priester bijvoorbeeld.

Traz: "Naar de Fontein". Volgens Irdor misschien ook iets voor Krodahl. "Ja, dan ben ik helemaal weg en niet alleen de curse!"

Ik, Orson dus: "Naar de oude tempel van Kroch." Tja, dan kunnen we die in ere herstellen en hebben we meteen twee dingen tegelijkertijd aangepakt: Cutoah en die Rode en daarna is de weg vrij naar Traz zijn favoriete Fontein. Althans dat is mijn idee.

Maar ze gaan het weer hebben over de Fontein. Da's toch wel moeilijk eigenlijk, want het is ten strengste verboden en wordt ook nog eens bewaakt. Van Faustulus krijgen we de tip dat er een geheime gang moet zijn naar Cutoah. Ook moet er een tempel zijn die overal plattegronden van hebben. Maar als die Roden hier de stad hebben uitgeplunderd dan zullen ze wel gekeken hebben. Echter, er is altijd een kans. Dus toch maar de tempel brassen, stel ik voorzichtig voor.

 

Gedurende de tijd dat we hier nog zitten krijgen we van Faustulus dus nog het een en ander te horen en te weten. Irdor zijn twee spreuken en ik over planten- en kruidenkennis en mijn spreuk. Daarnaast geeft hij antwoorden op onze vragen. Over namen weet hij te vertellen: Wezens kun je met meerdere namen beschrijven. Het heeft te maken met je ik, het identificeert je. Elk wezen heeft ook zijn soortnaam die de Oppergod hem heeft gegeven. Als je van een wezen zijn soortnaam kent, dan kun je alles doen met dat wezen. Daarnaast heb je ook stammen die een eigen geheime naam hebben. Ook zijn er wezens die zonder die naam niet hier kunnen zijn. Met zijn magie kan hij niet goed dwingen. Irdor dacht echter dat watermagie toch mensen iets kon laten denken. Faustulus legt hem dan het een en ander uit, bij wordt er echt iets veranderd. En terwijl hij Irdor het een en ander vertelt, is hij zelf even bezig met iets te veranderen, het zijn charmachtige elementen waar hij een minuutje mee bezig is. Tot slot vertelt hij dat er beschermspreuken voor zijn, maar dan moet je bij een aardmagiër zijn. Of bij de druïden, die zijn er ook goed in.

 

Dan bespreken we weer eens wat we gaan doen. Of eerst naar het Fontein of eerst naar de tempel waar de Roden nu zitten. Ze willen het eerst naar de Fontein, maar ik stel voor dat we eerst de Tempel van Kroch vinden; kunnen we daar misschien iets vinden dat ons helpt. Maar weer laat mijn geestelijke leider me in de steek, hij ziet er niet veel in. Hum, hij heeft ook niet veel vertrouwen in Kroch, maar goed ik hou mijn mond wel weer. Krodahl vertelt dan welk idee hij had: Eerst moeten we de geheime ingang vinden naar de tempel van Cutoah. Vervolgens gaan we naar de tempel van de Jeugd naar de Fontein en als we daar klaar zijn duiken we onder in de tempel van Cutoah, want daar zullen ze ons als laatste verwachten. Dan vraagt hij ineens: "We hadden toch een Teleport?" Niemand heeft de scroll echter en komt Irdor met de opmerking dat hij die in bewaring heeft gegeven bij Archemelion. Dan krijg ik steun uit onverwachte hoek: Khemron. Hij ziet dat brassen wel zitten. Het zou een goede daad zijn en goed voor de stad. En voor dat brassen heb je toch Water voor. Oké, wie heeft er Heilig Water? Helaas niemand, maar dat houdt ons toch niet tegen. Het zou veel kunnen doen als we wat Heilig Water hebben en helaas voor Traz wordt het voorbeeld aangedragen wat die enge man deed met zijn hoorn. Maar aangezien we dat niet hebben vergeten we het brassen maar weer even. Krodahl komt dan weer met zijn eigen plan: Geheime gang vinden en dan onderduiken in de tempel. Ofwel, wie kent de weg in de tempel bijvoorbeeld. Dan laat ik me even iets stoms ontglippen: Als we iets doneren kunnen we de tempel misschien wel wat beter onderzoeken. Maar voor het doneren is maar weinig enthousiasme, en terecht. Misschien dan info bij onze 'aardige' wijkpriester? Die ziet ons al aankomen. Bovendien zijn we al veel te laat voor de donatie die we volgens hem hadden moeten doen. We worden hier alleen maar gedoogd, omdat we volgens hen aan de goed kant van de zaak staan. Dan wordt er geopperd om naar de markt te gaan en daar iemand te vinden die kennis heeft van de stad, maar Khemron wil niet naar de markt om het meiske te vinden. Misschien vinden we dan informatie in de tempel van Barann. We vragen aan Faustulus of hij soms weet waar de tempel ligt. Dan worden we meegenomen naar zijn toren.

 

Helemaal bovenin aangekomen laat hij ons in een ding kijken. Als je daar doorheen kijkt lijkt het net alsof alles veel dichterbij je is. Faustulus wijst ons de tempel van Barann aan en het enige wat we zien is een totaal aan de grond toe afgefikt gebouw. Daar zullen we nog weinig vinden dus. We bekijken ook even de tempel van de Jeugd. Deze ligt in de buurt aan dezelfde weg richting bergen als de tempel van Cutoah. Het dak van de tempel ligt op de grond, alsof alle steunpilaren er in één klap onderuit zijn gehakt. Bij de tempels zien we patrouilles lopen van een man of 7 die ook beesten bij zich hebben; een soort honden. De tijden tussen de patrouilles zijn niet vast. Door het 'ding' van Faustulus zien we dat er ook tempels zijn die minder een ruïne zijn. Zo ook de tempel van Borg (?). Het is een tempel met gouden zuiltjes en wit marmer en eigenlijk ziet de tempel er nog best uit. Ze moeten er ook veel boeken hebben. Faustulus moet er niets van hebben; hij vond hen maar snobs. Uit de tempel zien we een groepje orks komen, terwijl het toch afgeschermd gebied is. Het afgeschermde gebied wordt aangegeven door een grove wand van vastgemaakte planken. De tempel van Cutoah is ook rijk en er is veel goud, zilver en marmer te zien. De grote deuren zijn van brons. Het tempelplein van Cutoah is gemaakt voor de ontvangst van bezoek die kan arriveren met een rijtuig. De tempel ziet er dan ook meer uit als een paleis dan als een tempel. We zien vanaf hier wel dat het lijkt alsof er vrij veel gebrast is. Vooral aan de rand zijn de gebouwen behoorlijk gebrast en afgefikt, zowel gebouwen als huizen. Verder van de rand af lijkt het erop alsof gebouwen willekeurig zijn gebrast. Als we nog eens goed kijken naar de tempel van Borg, dan zien we een figuurtje op het gouden dak zitten. Door het 'ding' kunnen we zien dat het figuurtje kloppende bewegingen maakt en af en toe iets in een zakje doet. Da's geinig, daar zit iemand waarschijnlijk goud te jatten in een afgeschermd gebied. Daar hij aan de binnenkant zit, is het heel moeilijk om hem vanaf de grond op te merken. Irdor wil in contact komen met het ventje, maar nu niet. Waarschijnlijk flikkert hij er vanaf vanwege de schrik. Als grap stel ik de dienaar van Krodahl voor, hetgeen leidt tot meer grapjes. Maar onopvallend zal het zeker niet zijn. De man is onopvallend gekleed en zoals hij bezig is zou je kunnen denken dat hij bezig is iets te repareren. Het ventje ligt half op de ronding en de vraag is überhaupt hoe hij daar gekomen is en dat hij daar kan blijven zitten. Op zich zit daar wel de figuur die wij zoeken wat betreft informatie over plattegronden en zo. Eén ding is zeker: Lef heeft hij wel. Maar misschien kunnen we hem wel bereiken, hetgeen we vragen aan Faustulus. Maar dat vindt hij beneden zijn stand; een gewone leerling kan het ook. Irdor kan/doet het niet, dus gaan we naar Krista. Mussurana, Khemron en ik staan vrij snel bij Krista, dat overheerlijk gevormd meiske. Ze is er verbaasd over dat we zomaar gebruik hebben mogen maken van de kijker. Normaal wordt hij al boos als je er naar kijkt. Maar Krista zegt dat ze dat wel kan en vraagt dan wat de boodschap is. Hier niet helemaal op voorbereid, want ik moet meteen de boodschap doorgeven, begin ik te hakkelen dat we hem graag om drie uur op de markt willen ontmoeten om een afspraak te maken om tegen betaling van zijn diensten gebruik te maken. Uiteraard, ondanks de uh's, met het nodige geslijm om hem wat te paaien. Dan rent Krista naar boven en bij de gratie van Faustulus mag ze door het 'ding' kijken. Dan wijst en mompelt ze wat. De man flikkert bijna van het dak af, wanneer hij mijn hakkelend berichtje ontvangt. Nog even dollen we met Krista voor dat ze weer weg gaat. Dus als de man komt opdagen hebben we om drie uur op de markt een afspraak.

 

Wie gaan er naar de markt, met zijn allen of slechts sommigen van ons. Traz merkt dan eigenlijk pas echt goed dat het niet pluis is op de markt en hij vraagt dan ook wat er met de markt is. Irdor vertelt dan dat er naast het gewone spul ook mensen worden verkocht: slavenhandel dus. Als Traz de waarheid hoort vindt hij het niet gek dat Krodahl een vloek heeft. En volgens hem kan dat Mussurana, Irdor en mij ook overkomen. Ja ho eens even; IK heb ook al diverse malen voorgesteld om heel die Rode te brassen, dan haal je de bron van al het kwaad tenminste weg. Bovendien is het voor een goede zaak wanneer ze opgeruimd worden. Dan maakt Irdor bijna, nou bijna..., de fout van zijn leven met de opmerking: "Zeker zoals Hagar. Je ziet wat daar van komt." Van woede kom ik niet verder dan een knarsend "Beter dan laf weg te lopen". Met een rode kop van de woede kijk ik Krodahl aan of ik dat achterlijk ventje niet ter plekke kapot moet slaan. Maar blijkbaar heeft hij de opmerking niet eens gehoord, tenminste daar ga ik maar vanuit. Ik haal eens diep adem en dwing mezelf om tot rust te komen. Het is dat we elkaar hard nodig hebben op deze plek, maar het laatste is nog niet gezegd over deze vernederende woorden over onze vriend en held Hagar. "Moge Hij het Irdor vergeven."

 

We gaan dus naar de markt, maar hoe komen we in contact met onze vriend. Volgens Mussurana moeten we gewoon laten weten dat we een reparateur van daken zoeken. Traz zegt dat het kan zijn dat ook onze vriend hier niet zo thuis is. Zover als bij hem bekend is zat er in Umons geen dievengilde, ook geen tempel maar wel in Arketan. Dus zoals ik al eerder zei: misschien is de dief wel uitgestuurd door zijn gilde om te verkennen of er hier wat te halen valt. Traz kaart meteen een ander probleem aan: Als hij op de markt is dan moet hij wat doen aan de slavenhandel aldaar. Zo wie zo, moet hij er nu wat aan gaan doen om die smet te verwijderen. Mijn inziens heeft Traz gelijk en ik zeg hem dan ook dat het volgens mij het beste is om dan de bron aan te pakken; de tempel brassen dus. De vraag is of die Rode hoofdpriester aanwezig is, anders vinden sommigen het zelfs onmogelijk om er van te kunnen winnen. En inderdaad, even waan ik me onder een stel bangescheiters, want alweer wordt het brasplan opzij gezet; ook door Krodahl. Wel ontstaat er het plan dat Krodahl, Mussurana en ik naar de markt gaan en de rest ergens op een andere plek in de buurt van de markt wacht. Indien de dief besluit op onze boodschap in te gaan, wordt hij tenminste niet meteen afgeschrikt door de grote van de groep. Het is twee uur lopen naar de markt dus het wordt tijd om van Faustulus afscheid te nemen. We krijgen van hem voor drie dagen voedsel mee en bij het afscheid weet Mussurana een zoentje te pikken van Krista, de mazzelkont. De rest moet het met een handje doen. Ook nemen we afscheid van Faustulus die ons geluk wenst en dat we maar snel de stad uit kunnen komen. Bij het verlaten krijgen we nog snel een sandwich met een of andere notenpasta in onze handen gedrukt.

 

We zijn nu dus echt op weg en helaas moeten we daarbij ook langs een hoop stront die nog steeds ontzettend stinkt. Eerst wil iedereen me volstoppen met allerlei spullen zodat we onze dief kunnen betalen, maar op Mussurana's advies laat ik alleen wat zien. De rest volgt dan later wel als betaling. Eigenlijk heeft alleen Mussurana verstand van louche figuren en ik neem zijn advies dan ook meteen over. Dus wat moet ik doen op de markt? Ik wilde gewoon rondroepen dat we een dakreparateur nodig hebben, maar Mussurana raadt dat mij af. We moeten gewoon op de markt met elkaar praten en af en toe de woorden dakreparateur vallen die we vanochtend zagen. Daarna moeten we gewoon weg gaan van de markt. Als de dief gehoor heeft genomen dan volgt hij ons vanzelf wel, want op de markt is het veel te druk.

 

We lopen door lege straten en een eindje voor de markt laten Irdor, Mussurana en ik de rest van de groep achter. Wij drieën komen bij de markt aan waar niet veel veranderd is; "Mooie kruiken!", "Nieuwe slaven!" "Grrrr". Oftewel bij de gewone kooplui veel enthousiasme, maar niet heus. Ook zien we dezelfde kerel weer met zijn huistroep. We lopen naar de waterput en vandaar naar een podium van een halve meter hoog met daarop een wand waar briefjes opgeprikt zijn. Een van de briefjes gaat over ene Elthea die een of andere groep zoekt. Dat briefje halen we er maar af en we lopen verder. Ondertussen ben ik net zo spraakzaam als toen Krista mijn boodschap liet opzeggen: "Huh ... huh ... DAKREPARATEUR ... huh". Maar geen reactie, nou ja geen reactie. Ik voel me bekeken vanuit de tempel en Krodahl weet zeker dat er bij de tempel een beetje lacherig, smalend gevoel hangt. Mussurana meldt ons dat hij wordt aangekeken door een glimlachende Rode bij de slavenmarkt. Ze hebben ons in de smiezen, dat is duidelijk. Maar wat erger is, voorheen werden we door hen genegeerd, terwijl ze ons uitdagend aankijken. Na 10 minuten op de markt te hebben rondgeslenterd verdwijnen we en lopen we weer de straat in. Op de weg wachten we even en lopen dan verder de straat in en vervolgens een andere. Ook hier loopt weer een zieke beest, een straathond. Een andere zieke beest, een kat, waren we al tegengekomen op weg naar de markt. Ook dit beest ziet er niet: Vel over been en de ribben zijn zo te tellen en overduidelijk is de gebroken heup te zien. Ik zie wel meer beesten hier in de buurt die niet goed zijn. Het vreemde is dat dit een paar dagen geleden niet zo was dat er zomaar een vogel uit de dakgoot fladdert. En ook al dat veranderd gedrag van die Rode priesters: Er is hier iets goed mis!

 

We lopen verder en Mussurana gaat even apart om zo de omgeving beter te kunnen peilen. Hij merkt dat we bekeken worden. We zijn nu vlakbij de verboden zone en dus vlak bij de patrouilles. Mussurana laat me zeggen dat hij tevoorschijn kan komen, maar geen reactie. We kletsen nog wat terwijl we verder lopen. We zijn nu al 20 minuten bezig wanneer we aankomen bij de rest van de groep die geduldig staat te wachten. Mussurana weet dat we niet meer bespied werden. Ina merkt op dat het hier in de stad niet pluis is. Er is een beklemmende sfeer, alsof er iets te gebeuren staat. Ik laat de rest van de groep het briefje zien. Dan ziet Irdor een sneeuwwitte kat met blauwe ogen naar hem staan kijken. Hij kijkt even op en weg is de kat in de flikkering van zijn ogen. We staan voor een gesloopt huis waar we besluiten naar binnen te gaan. Op straat staan we ook maar te kijk. Binnen, achterom bij de keuken,ziet Irdor een vrouw zitten op de vensterbank. Ze is eenvoudig gekleed en Irdor maakt een buiging: "Goedemiddag". "De tovenaar", is haar antwoord. Irdor haalt ons erbij. Irdor heeft het over een slechte start min of meer en verklaart: "Ook ons dak kan een reparateur gebruiken". De vrouw is een jaar of 24 met opgestoken donkerblond haar en grijsgroene ogen. Haar onopvallende kleding bestaat uit een geruit rokje, kousen, jackje, een ponjaard en een mantel over haar schouder. Ze heeft niet zo'n grote boezem, maar ze is best wel redelijk knap en aan haar schoenen te zien redelijk bereisd. "Ik dacht dat jullie nooit naar binnen gingen", zegt ze met een Dumadoreens accent. Irdor stelt ons voor, tenminste eerst zichzelf en dan mij: "Meneer Orson". Daarna stelt ieder zichzelf voor. De vrouw stelt zich voor als Josien.

 

Ze vraagt aan ons wat we willen en we antwoorden haar dat we twee dingen willen. We zoeken een geheime tunnelingang, zodat we niet de hoofdingang hoeven te nemen waardoor de priesters niet weten dat we binnen zijn. Traz legt dan vervolgens uit waar hij moet zijn: vlakbij en met een ingestort dak. Dat laatste vindt ze niet echt moeilijk, daar kun je gewoon heen. Mussurana merkt dat de dame heel goed is in het verbergen van emoties. Het eerste is moeilijk en de tweede gaat ons gewoon geld kosten. Maar wij zijn gefortuneerde reizigers en het zal ons een paar honderd zilver kosten. Maar zij wil hier zo snel mogelijk weg, dus als we haar daarbij zouden willen helpen zou dat fijn zijn. Dat van Traz kan meteen en wat betreft die lui van Cutoah; die zijn niet slim. Ze vraagt aan ons of we misschien geen aanwijzing hebben. Die hebben we wel en als we die haar vertellen zegt ze meteen: "Oh, de waterput". Josien vertelt dat ze ook wat te doen heeft in die tempel en als we haar buit gunnen en we haar daarna mee naar buiten kunnen nemen. Dat zou mooi zijn en buiten zien we wel weer verder. Het schijnt dat ze de poorten gesloten hebben en niemand de stad meer uit mag. We vertellen Josien over een plek bij Cutoah waar maar 10% van meegenomen mag worden. Ze kijkt Krodahl nog eens aan en ziet iets aan hem. "Jij bent een priester hè. Waarom word je hier dan gedoogd!?" Krodahl legt uit dat er tussen de Rode en hem wat betreft de goden een familieband bestaat. Zijn god is een broer van de Rode, maar heeft nu niet veel meer te zeggen. "Oh, dus je hebt geen goede bedoelingen met de Rode?", reageert ze toch wel opgelucht. Maar hoe kunnen we haar vertrouwen? "Gewoon, door met me mee te gaan". Tja, daar zit wel wat in en we nemen haar dus aan, of zij ons? In ieder geval gaan we vandaag nog weg als het aan haar ligt.

 

Ze neemt ons mee door steegjes en ergens bij een huis gaat ze naar binnen. Daar gaan we naar de kelder waar ze een luik open doet. Achter het luik bevindt zich een gang; een soort ondergrondse buis. We gaan de buis in en we zien dat er een stroompje in is waar dingen in drijven. Het stinkt er en de stank is niet goed: Rot vlees. Volgens Josien wordt het elke dag erger. Over het licht hoeven we geen zorgen te maken, want Khemron straalt genoeg blauw licht af. Terwijl we in de gang lopen, voelen we een trilling door de vloer lopen, eigenlijk door alles. De trilling voelt aan als een aardbeving en eindelijk beginnen we te begrijpen wat voor soort vuil spel die Rode hier spelen. En eigenlijk hebben we het zelf al gezegd toen we het hadden dat de goden nooit ongestraft een tempel laten ontheiligen. En hier in Umons gebeurt het op grote schaal door de Rode. En ondertussen lokken ze mensen naar Umons toe door de schijn op te houden dat er pogingen worden gedaan om Umons weer op te bouwen. Dus daarom waren ze vanmiddag zo arrogant, wetend dat het onheil niet meer te stoppen is en daarom mag niemand de stad meer uit. De ondergang van Umons zal zich nu snel voltooien op een vrij definitieve manier: Door een enorme uitbarsting van de aarde, die alles zal opslokken en vernietigen. We moeten snel zijn; erg snel, want het zal niet lang meer duren voordat de rampspoed zich zal voltrekken. Krodahl spreekt nog even alleen met Josien en vertelt haar over de wachter bij de kluis. Alleen hij zal beschermd zijn, maar als antwoord laat Josien een zilveren ring aan Krodahl zien: Ook zij zal beschermd zijn. Ze heeft hem van de hogepriester van Cutoah in Dumador gekregen en ook zij heeft dezelfde opdracht als Krodahl. Dan moeten ze wel heel erg omhoog gezeten hebben met het artefact dat ze op twee kansen gokken. De ringen zijn immers niet zo maar ringen, alleen daarmee kun je voorbij de wachter. Dan moeten we ergens omhoog.

 

We zijn bij een tuintje waar een kapot fonteintje in staat. Het is vlakbij de tempel van Borg die volgens haar zeg maar de God van de Godsdiensten is. Die potten alles op. Dan komen we aan bij de ingeklapte tempel waarvan het dak op de grond ligt.

 

Orson Warloc