"Kaboom !"
Timtar, de 15e dag in de maand van de laatste oogst, 311 NO 5601 NS
De groep staat tussen de puinhopen van een ingestorte tempel. Elk moment kan er een afgrijselijk monster om de hoek komen. Momenteel is het nog niet zover. Er zijn alleen enkele ratten, die er trouwens erg weldoorvoed uitzien, op een ziekmakende manier. Dit is een akelige stad geworden. Mussurana meldt nog ten overvloede dat het hier niet pluis is.
We staan aan de zuidkant van een ruïne, de resten van een vrij groot gebouw. De zuilengalerij is in elkaar geklapt. Daarachter was een muur met ramen en deuropeningen, die nu nog deels overeind staat. Omdat het dak hierop is gedonderd maakt het geheel een rommelige indruk.
We moeten snel iets gaan doen, omdat we makkelijk kunnen worden gezien als een van de orcen in de tempel van Borg naar buiten kijkt. Vanaf de straatkant zijn we gelukkig niet zichtbaar.
Na eens goed gekeken te hebben blijkt de zuidelijke ingang geheel te zijn geblokkeerd. We proberen ons geluk dan aan de oostzijde, terwijl Khemron met een geladen harpoen de westzijde in de gaten houdt. De oostelijke muur is in redelijke staat, met een aantal mooie kleine raampjes. Orson kijkt daardoor naar binnen maar ziet niets bijzonders. Dan gaan we maar naar de westzijde, waar we een nauwe doorgang vinden. Met enige moeite kunnen we ons naar binnen wurmen, in de onderstaande volgorde:
1. Mussurana
2. Khemron
3. Orson
4. Irdor
5. Krodahl
6. Ina
7. (Josien)
8. Traz
Mussurana klautert als eerste een soort gang binnen, met veel puin op de grond. De deels ingestorte muren werpen macabere schaduwen. Orson bezeert zich aan de scherpe stenen als hij achter Mussurana aan komt. De rest volgt zonder al te veel problemen.
Na een meter of vijf verbreedt de gang zich tot een breedte van circa 8 meter. We zien nu dat ook de zuilen van de galerij in het gebouw zijn ingestort. In het zuiden en noorden zijn door de instorting openingen ontstaan. In het westen is de officiële toegang. Omdat we (Traz) niet weten waar we precies moeten zijn kijken we maar even rond, totdat we in het midden van de zaal komen. Het is trouwens ooit een mooie zaal geweest, al is de vloer erg beschadigd. Er is schijnbaar een leger orcs bezig geweest om in het wilde weg op de vloer in te hakken. In het midden van de zaal staat een bronzen standbeeld van een wachter, een hele brede vent met een grote bijl. Hij kijkt naar het westen en ziet er gevaarlijk uit. Er zit wat rode aanslag op zijn bijl en bij verschillende gaten in de vloer zie ik bloedvlekken. De wachter zelf heeft geen schrammetje. Deze vechtersbaas moeten we maar niet lastig vallen, lijkt mij zo.
Mussurana verkent de ruimte aan de westzijde. Hij ziet tussen de puinhopen een trap die naar boven leidt. Als hij door de opening wil stappen springt er van boven een grote duizendpoot op hem. Het beest heeft een grote stekel maar valt gelukkig op de grond zonder schade aan te richten. Het plafond blijkt vol te zitten met die akelige beesten, waarvan Orson en Krodahl melden dat ze giftig zijn. Beide vechters zetten hun kappen op en meppen snel een aantal duizendpoten dood.
Voorzichtig schuifelend langs het beeld van de wachter, gaan we naar een ruimte (ruimte 6) aan de noordzijde van de zaal. Mussurana meldt dat het hier nog steeds niet pluis is. Snel daarna ziet hij iets wegschieten en even later wordt hij aangevallen door een hele grote zwarte kever die erg snel is. Mussurana slaat hard terug maar loopt zelf flink wat schade op (12 hp). Nu heeft het beest zich echt in hem vastgebeten. Uiteindelijk weet Mussurana het beest wel dood te krijgen, maar hij heeft hier wel een grote gapende wond aan overgehouden en raakt bijna zijn been kwijt. Gelukkig wordt hij verbonden door Khemron, die ook een "Stop achteruitgang" op het been doet. Mussurana voelt zijn been nu niet meer en wordt nu gedragen door Ina, een fragiel uitziend maar sterk meisje.
Kevers zien we niet meer, hoewel we nu extra op onze hoede zijn. De ketting van Mussurana en het zwaard van Orson worden schoongemaakt met een doek die door Josien wordt aangegeven. Dat blijkt trouwens een stuk van Orson's eigen mantel te zijn.
We komen bij een dubbele deur, die ooit heel mooi moet zijn geweest. Er is een groot gat in gebrand, zodat we zonder problemen door kunnen lopen. Daarachter is een kamer (ruimte 7), die ook heel mooi is geweest, versiert met schilderingen en zo, vooral in blauw en wit. We gaan naar het oosten. De zuidwand is hier van een andere, mooie witte steensoort. In de muur zit een grote dubbele deur en voor de deur staat een klein meisje. Ze is circa 10 jaar oud, heeft blonde krulletjes, draagt witte kleding en heeft een wit stafje. Ze geeft een beetje licht, heel helder. Ze is vast een soort engel, hier geplaatst als bewaker. Als we dichterbij komen ziet ze ons. Ze kijkt vies als ze het zwaard op de rug van Orson ziet. Langs mij kijkt ze gewoon af, alsof ik er niet ben.
Omdat dit duidelijk de toegang tot de fontein van de jeugd is willen enkelen van ons graag naar binnen. Alleen Traz en Mussurana worden toegelaten. Het meisje kijkt heel verbaast naar Ina, als zij Mussurana aan Traz geeft.
Terwijl Traz en Mussurana binnen zijn proberen we nog wat van het meisje los te krijgen. Khemron vraagt of we het 'water' kunnen meenemen in een flesje. Het meisje schudt haar krullebolletje. Misschien verliest het water zijn kracht dan wel, of misschien mag ze ons gewoon niet zo. Krodahl vraagt om hulp bij zijn 'curse', het lijk aan zijn been. Het meisje kijkt hem aan en maakt een sissend geluid. Het geeft een vreemd gevoel, alsof ze alleen maar naar ons hoeft te wijzen en dat we er dan zijn geweest. Ze laat Krodahl, Orson en mijzelf gelukkig nog even leven. Krodahl zegt al niets meer.
Traz en Mussurana zijn na 10 minuten nog niet terug, zodat de rest even tijd heeft om onderling ruzie te maken. Orson verwijt mij dat ik laf ben en slechte dingen heb gezegd over Hagar, waarmee hij goed bevriend was. "Ik verwacht ook niets anders van een demonenvriendje", zegt hij nog. Hij snapt er dus niets van. Het gaat mij trouwens te ver dat hij ook nog dreigt met nachtmerries. Hij lijkt te opgewonden om zich nu te kunnen herinneren hoe vaak hij al door mij is gered.
Gelukkig komen Traz en Mussurana na een tijdje wachten geheel genezen terug van de fontein. Beiden zijn veel bedachtzamer dan anders. Het been van Mussurana is geheel genezen en ook Traz is fysiek anders, al is niet geheel duidelijk wat er met hem is gebeurd. Beiden hebben niet veel te melden. Het was ruim en mooi daarbinnen en ze hebben zichzelf gewoon gewassen. Ook was er een beeld van een godin, dat sprekend leek op het meisje voor de deur. Mussurana heeft een mooi nieuw babyhuidje en zijn vastberaden trek betekent dat hij zich niets meer aantrekt van de beperkingen die wij hem hebben opgelegd (bv. dat hij niet kan vliegen).
Josien wordt wat ongeduldig en vraagt waar ze ons naar toe moet brengen. Ook wil ze weten wanneer ze haar geld krijgt. Orson betaalt haar met zijn cadeau van Faustulus, een brede gouden armband die circa 75 gp waard is maar waar Josien nu 65 gp voor rekent. Haar loon van 250 sp is omgerekend 12½ gp, zodat ze 52½ gp terug geeft, in de vorm van 20 gp, 2 pp (=30 gp) en een edelsteen (groenig, soort smaragd). Nu dat is geregeld neemt Josien ons mee naar buiten, lopend langs de tempel van Borg, door een zelfgemaakt gat in de schutting. En zo staan we weer buiten.
Op de straat ligt een vogel. Er kruipen al beesten overheen. Toch beweegt de vogel nog. Zo worden we er aan herinnert dat deze stad in de greep is van iets akeligs.
Met Josien overleggen we over het tempelcomplex van Cutoah, waar we uiteindelijk ook nog naar binnen willen. Het complex bestaat uit een paleisachtig middengebouw met twee zijvleugels, één voor missen en één voor de priesterverblijven, leerlingenverblijven en voorraden. In het hoofdgebouw logeren de gasten. Al met al maakt het complex de indruk van een flinke kathedraal.
Josien wordt bijgepraat met de kennis die wij erover hebben. Zij stelt voor om te beginnen in het tempeldeel van Cutoah. Krodahl denkt dat hij in het oude (Kroch-)deel van het complex moet wezen.
Het is nu middag. Uit mijn ooghoeken zie ik plotseling een witte kat met blauwe ogen. Als ik knipper met mijn ogen is de kat alweer verdwenen. Het is me niet duidelijk wat dit betekent, maar de kat is vast speciaal. Als het een magiër in vermomming is moet deze wel van een hoog niveau zijn.
Om advies in te winnen gaat Krodahl ergens in een huis mediteren en bidden tot Kroch. Hij krijgt het gevoel dat Kroch alleen indirect iets te maken heeft met de gebeurtenissen hier. Voor wat Kroch betreft heeft deze stad al lang afgedaan (bekend bij Orson en Krodahl).
Van de welkome pauze maak ik gebruik om contact te leggen met Dwaallicht. Dit gaat moeilijk, want hij is duidelijk ver weg. Het lijkt wel in orde te zijn. We spreken in de groep af dat we ons bij problemen verzamelen aan de zuidkant van Umons, aan de kant van ons handelshuis. Vanaf daar kunnen we dezelfde route volgen die ook Dwaallicht. Mhara en de paarden hebben gevolgd.
Gebruik makend van de gelegenheid leg ik contact met Faustulus (cirkel, 2 mp), iets dat zonder problemen lukt. Als ik hem vraag naar de witte kat weet hij te vertellen dat het mogelijk een boodschapper is van Bashtar, de godin van alle krachten en de enige godheid die Faustulus de moeite waard vindt. Daar kan een magiër zoals ikzelf wel terecht. De komst van zo'n witte kat is ook wel een teken dat er iets te gebeuren staat. Dat heeft weer te maken met de taak die Bashtar heeft bij de goden.
Khemron vraagt Traz om aan Ra te vragen wat het teken van de godheid Seker is. Dat had trouwens mooi bij de tempel van de jeugd kunnen gebeuren, bedenkt hij nu. Traz weet op dit moment even geen antwoord.
We spreken af dat we het complex van Cutoah binnengaan zo gauw het donker wordt.
Josien meldt dat er waarschijnlijk negen rode priesters in de stad zijn, omdat ze altijd in groepjes van negen werken. Dat weet ze van haar opdrachtgever (?).
De schemering valt in als we aankomen op het verlaten marktplein.
Josien heeft ons even de weg gewezen maar is nu verdwenen. Er branden lichtjes in het paleis en we horen een wolf in de verte huilen. Dat is trouwens ook een teken dat er iets staat te gebeuren.
De waterput is oud, het waterniveau staat circa 3 meter onder de rand. Er hangt een touw waardoor we naar beneden kunnen klimmen. Al snel zien we Josien weer, die meldt dat de geheime gang erg eenvoudig te vinden was, gewoon even een steen induwen, net boven het waterniveau. Onze zware spullen laten we even naar beneden zakken en al snel zijn we op weg door de geheime gang, in noord-oostelijke richting. Josien gaat als laatste. Zij neemt het touw in, dat ze op een slimme manier had vastgemaakt.
Omdat het hier natuurlijk aardedonker is geef ik mijn lantaarn aan Mussurana. Zowel voorin als achterin hebben we nu een lichtbron. Daar komt nog een lichtbron bij als Khemron na circa 10 minuten lopen zelf blauw licht begint te geven. Dit verontrust ons wel maar er is verder nog niets aan de hand. De gang is trouwens niet echt verwaarloosd en wordt wellicht vaker gebruikt. Met de wapens in de hand lopen we verder. Als we in totaal 15 minuten hebben gelopen komen we bij een knik in de gang. We bevinden ons nu waarschijnlijk onder het complex en volgen de gang in oostelijke richting.
|
|
Plotseling duikt er voor ons een soort slang op, een lichaam bestaand uit botjes en als kop een mensenschedel, met lange hoektanden. Het wezen heeft rare ogen met een schittering erin. Alleen Khemron en Mussurana kunnen het nu zien. De grote schedel van het wezen wiegt heen en weer. Mussurana wordt hierdoor beïnvloed en staat daar nu zo mak als een lammetje. Khemron trekt hem naar achteren, maar wordt dan zelf betoverd door het slangachtige wezen en daarna in de buik gebeten (4 hp schade). Orson merkt nu dat het wezen ogen heeft met een hypnotische werking en roept "Hé, een hypnoseslang", zodat ook de rest van de groep weet wat er is gebeurd. Khemron wordt nog driemaal gebeten (5 hp, 2 hp, 4 hp) voordat Orson hem wegtrekt en nu zelf vooraan staat. Ik duw de bloedende Khemron verder door naar achteren en sta nu direct achter Orson. Ik roep "Niet naar de slang kijken" en daarna "Ik ga nu een lichtflits doen". Dan roep ik licht op, terwijl Krodahl met zijn holy symbol een "Remove Paralysis" op Mussurana doet. Dat lukt prima, alleen weet Mussurana niet wat er aan de hand is.
Als ik mijn flits doe is gelukkig niemand van de groep verblind. Helaas lijkt de skeletslang er ook geen last van te hebben. Een mooie lichtflits, dat wel.
Ook Khemron krijgt het holy symbol van Krodahl tegen zijn schouder gedrukt en hij komt weer bij. Hij gaat helemaal naar achteren en begint zichzelf te verbinden.
Ik ruil maar weer van plaats met Mussurana, aangezien ik hier toch niets kan doen. Helaas wordt Mussurana direct weer betoverd en tot overmaat van ramp kan ik hem nu niet meer naar achteren trekken.
Ondertussen bakt Orson er niet veel van en weet alleen de muur te raken. Dan worden ook Orson en ikzelf betoverd, net voordat ik mijn zwaartekrachtspreuk kan doen.
Later, nadat iedereen weer was bijgekomen, hoor ik dat Ina en Traz naar voren zijn gedrongen en. Traz werd direct betoverd en gelukkig deed Khemron op het laatste moment zijn "troebel maken" niet. Hoewel Traz nog in het hoofd wordt gebeten weet de dappere Ina de situatie uiteindelijk nog te redden en slaat ze het slangwezen aan gort. Alle gewonden worden nu goed verbonden, waardoor Krodahl tijd heeft om het slangwezen nader te onderzoeken. De botjes zitten met koperdraad aan elkaar vast en glinsterende stenen zijn in het bot gedreven. De slangebotjes, de schedel en de hoektanden worden zo goed als dat gaat apart begraven. Josien weet trouwens iets van figuren die dit soort wezens bouwen (necrophilius). Dan gaan we maar weer verder.
Khemron neemt de lantaarn over van Mussurana. Op deze wijze verlicht komen we al snel uit bij een waterput, waar we met klimijzers naar boven klimmen. Mussurana verkent even maar kan geen gevaar ontdekken. We klimmen voorzichtig de waterput uit. Er is weinig maanlicht en er zijn in het gebouw geen lichten te zien. Of, toch wel, daar loopt iemand met licht op de tweede etage rond. Op aanraden van Josien gaan we maar snel door de deur naar binnen. We komen langs allerlei werkruimtes voor bedienden en zo. Even later passeren we een aantal slaapkamers. Op het moment dat we bij de loopbrug naar het hoofdgebouw zijn horen we voetstappen achter ons. Snel lopen we door en proberen ons zo goed mogelijk te verbergen. We horen iemand in zichzelf mompelen en daarna grinniken. "Het zal nu niet lang meer duren", mompelt de stem. "Jullie zijn ook een zwijgzaam stelletje", vervolgt de mannenstem terwijl er kettingen rammelen, de voetstappen luider klinken en dan weer wegsterven. Kort daarna horen we een rauwe brul.
Als we even later weer op de gang komen merken we dat het hier stinkt, waarschijnlijk veroorzaakt door het zojuist gepasseerde groepje. We bereiden ons voor op een gevecht. Ik neem een lantaarn, de rest neemt wapens bij de hand. Krodahl doet een "Bless" op de hele groep. Khemron doet een "Armor" op zichzelf.
Als we doorlopen naar de loopbrug staat een jonge rode priester ons al op te wachten. Hij ziet er niet onsympathiek uit maar heeft in zijn hand wel een groot zwaard met uitsteeksels en een bloedgleuf. Hij is trouwens ook niet alleen, maar wordt vergezeld door 2 mannen (1 chain-mail met zwaard, 1 leer met boog) en minimaal vier rottige zombies.
De gang is hier net breed genoeg voor drie personen. De priester verstuurt een klein, zwart, fladderend wezen die waarschijnlijk alarm gaat slaan. Khemron doet ondertussen een "Armor"-spreuk op mij. Krodahl wil een "Dust Devil" op de priester afsturen maar tot zijn verbazing stapt de man met chain-mail naar voren die met de Dust-Devil gaat knokken. Ze tuigen elkaar flink af maar de Dust Devil legt uiteindelijk het loodje. In de tussentijd heeft de rode priester een "Chant", gedaan, die zijn vechters beter beschermd als onze "Bless".
De boogschutter schiet een pijl af op Krodahl, die in zijn hoofd wordt geraakt. Orson rent naar voren en verwond de boogschutter. Uit de wond komt een vreemde zwarte vloeistof. Ook wordt de boogschutter geraakt door de drietand van Khemron. De volgende figuren staan nu tegenover elkaar:
Chain+zwaard -- Irdor
Zombie -- Khemron
Leather+boog -- Orson
Krodahl doet een command "Lig!" op de priester. Deze trekt zich daar niet veel van aan en doet nog een "Chant".
Ondertussen wordt ik geraakt (Armor verzwakt) en ramt Khemron een Zombie in elkaar, met een kleine ontlading. Nu gaat de rode priester dan toch liggen en moet zijn spreuk afbreken. Krodahl doet een "turn" op de zombies. Dit lukt erg goed, zodat ze zelfs uit elkaar beginnen te vallen.
Ondertussen zijn de beide 'mensen' bezig Orson (-8hp) en mijzelf (-2 hp) in elkaar te slaan. Krodahl probeert op hen een "turn" die maar gedeeltelijk lukt. Mogelijk zijn toch niet geheel ondood. Gelukkig hebben ze wel last van de "turn".
De Zombie die als eerste neer ging is nog niet helemaal uitgeschakeld en trekt Khemron nu naar beneden. Het was blijkbaar geen echte Zombie en werd dan ook niet geturnd. Het ding probeert Khemron te wurgen en dat lijkt hem aardig te lukken (-1 hp). Een "Siddering" van Khemron laat het wezen gelukkig bijna wegsmelten. Orson houdt ondertussen zijn tegenstander flink bezig en raakt hem met zijn zwaard. Ook ik sla toe met mijn demonenzwaard, dat nu zwart bloed krijgt te drinken. Een "Hold Person" van Krodahl heeft niet het gewenste effect. Voordat hij de spreuk kan doen heeft de rode priester al "Mirror Images" gedaan, waardoor er plotseling zeven priesters staan.
Mijn persoonlijke tegenstander slaat venijnig toe, met 3 hp schade in mijn rechterbeen en nog eens 4 hp schade in mijn buik. In een vlaag van woede fileer ik mijn tegenstander. Mijn zwaard, met de darmen er nog aan, begint het nu wel leuk te vinden. Ondertussen zijn er nog maar twee rode priesters over en heeft Orson nog een wond (2 hp) in zijn rechterbeen opgelopen. De man in leer zakt nu ook in elkaar, geraakt door Mussurana en Orson. Khemron laat de laatste illusie uit elkaar springen en Traz raakt de echte rode priester, zonder hem zichtbaar te verwonden. Ik weet in mijn overmatig enthousiasme niet de priester, maar Traz te raken (5 hp, sorry hoor). Ook de anderen gaat het niet geweldig af. Alleen Traz weet de priester met zijn stok een flinke tik te verkopen, waardoor het wel lijkt alsof bij hem iets kapot is gegaan. Dan steekt Khemron maximaal raak met zijn drietand en weet ook ik mijn zwaard in het lichaam van de priester te drijven. We horen een kleine knal, alsof er iets ontsteekt en dan..
KABOOM!
..ontploft de priester met een grote knal. Traz, Khemron en Irdor staan midden in de explosie. Ook de rest van de groep staat dicht in de buurt. Hieronder het trieste resultaat:
|
Naam |
Schade |
Resultaat |
|
Krodahl |
13 hp |
Blijft staan |
|
Orson |
27 hp |
Dood (save=1 !) |
|
Khemron |
13 hp |
Staat nog |
|
Irdor |
13 hp |
Bewusteloos (-2 hp) |
|
Traz |
27 hp |
Bewusteloos (-1 hp) |
|
Mussurana |
13 hp |
Staat nog |
|
Ina |
27 hp |
Staat nog |
|
Josien |
27 hp |
Staat nog |
Tot zover, Irdor
P.S. Voor de statistieken: De priester stond plotseling -31, de schade was van een 6D6 Lightning Bolt.