Berichtje vooraf: Mussurana heeft geen schade opgelopen van de vuurbal. Hij wist alles net te ontwijken.
Timtar, De nacht van de 15e dag in de maand van de laatste oogst 311NO 5601NS
De situatie is knap beroerd. Orson is dood en Irdor en Traz zijn stervende... Er is net gevochten met een rode priester en wat van zijn (min of meer ondode) creaties. Het ging erg moelijk totdat plots de rode priester down ging en er een grote ontploffing was. Een aantal leden van de groep heeft zware brandwonden. Khemron kan er nu niets aan doen (mist een skill of 9). Als hij nu meteen na de vuurzee zijn waterspreuk had gedaan dan was het leed wat minder geweest, maar ja op zo'n moment daaraan denken is toch te veel van het goede voor Khemron. Krodahl heeft ook geen 'Cure Burns' dus daar ook geen respijt.
Aangezien Traz en Irdor er slecht aan toe zijn en een clw altijd beter is dan niets krijgen zij beide twee clw's (twee spreuken en twee van een scroll). Ze komen nu wel bij (beide op 8hp), maar de brandwonden zijn niet genezen. Irdor kan ook geen armor dragen anders zouden de lappen vlees en vel van hem afvallen. 'Gelukkig' was dit armor al van hem afgepikt dus dat verzacht de pijn (....).
Traz bekijkt zijn spullen eens. De ravage is groot: de magische pijl heeft geen veren meer, de rugzak met inhoud is volkomen afgefikt (ontplofte olieflesjes), de gouden gesp is vervormd, de hoorn is beschadigd (geblakerd, zilveren mondstuk is vervormd) Raar!!, zijn leather is waardeloos en tenslotte is het houten schild vervormd (het zal dus wel niet meer goed zijn).
Khemron herinnert zich dat hij het e.e.a. kan repareren met een spreuk. Hiermee krijgt hij de leather van Traz weer goed en die van Irdor redelijk.
Dan knielt Khemron bij het lijk van Orson neer. Alhoewel lijk? Het is er niet meer! De spullen van Orson liggen er nog, dus wat er precies aan de hand is is niet duidelijk. Maar ja met shamanen weet je maar nooit. Krodahl denkt wel dat Orson echt dood is. Hij heeft bij het bidden een leeg gevoel. Krogg heeft een volgeling verloren. Het gevoel is bijna net zo erg als bij Hagar. Het erge is dat Krodahl Orson nu niet kan begeleiden op zijn reis. Wel handelt hij de procedure daarvoor af en neemt alle spullen van Orson. Oeps daar was nog zo'n zwaard. Helaas het wil nu niet meer weggelegd worden. Het schild geeft Krodahl aan Khemron. De tand voelt eng aan (de kracht vloeit weg uit de vingers) en wordt teruggelegd. Zo bezig zijnd krijgt Krodahl een grondstoffelijke hekel aan rode priesters. Het wordt een gevecht van Krodahl's wil tegen die van het zwaard. Krodahl krijgt zware koppijn. Het meest linke is het trekken van het zwaard. Wegstoppen kan niet, het moet binnen handbereik zijn! Het meest wijze is om gewoon niet aan hekel hebben enzo te denken, alleen doe dat maar eens! Het zwaard is in ieder geval in een goed humeur. Het is met wat bezig, maar wat!?
Mussurana checkt de restanten van de tegenstanders. Hij denkt dat twee lui anders zijn dan de rest. Ze zijn behekst geweest op een vieze manier: levend behekst. Wij hebben deze lui dus dood gemaakt en dus meegedaan aan het offeren! Jasses die rooie lui zijn echt erg, zo maken je ze ook nog deel van hen en zadelen je met een gigantisch schuldgevoel op. Krodahl begraaft deze twee lui. Hij blijkt net op tijd te zijn om een nieuwe vervloeking te voorkomen.....
We moeten nu doorgaan. Orson is niet voor niets gestorven. Josien meldt dan fijntjes dat bij ons blijven nogal riskant is. Aangezien ze wel nodig is vragen we de in onze mond gelegde vraag of ze dan wil scouten. Prima, ze zal de weg aangeven. Mussurana zal wat voor de groep lopen (zoals wel vaker). De groep volgt dan als volgt: Traz + Khemron, Irdor, Krodahl + Ina. Irdor meldt dan nog dat dat ding op zijn rug aangeeft dat de kans op doden in onze groep bij verdergaan 80% is. Afnokken vindt 'ze' niet zo leuk. Of we nu voorzichtig zijn of niet, dat maakt niets uit. Irdor doet nog een 'protection from danger' op Traz, Khemron een armorspreuk op zichzelf en daar gaan we dan richting Noord.
De loopbrug wordt overgegaan. We passeren een duidelijk gemarkeerde struikeldraad (met wit krijt) met daarbij 'J'. Verder gaand geeft een markering (pijl + J) aan dat Josien linksom langs de wand gegaan is, dus wij ook. We komen in een zaal. De deur is open. Er zijn diverse zuilen en lege sokkels. Ramen zitten er langs de deur en in de linkse wand. We kunnen rechtdoor en rechts. Aangezien Josien rechtdoor is gegaan gaan we dat ook. Wederom zaal. Kunt langs links rechtdoor of rechtsaf. Hier staat een pentagram op de vloer in houtskool getekend met op de punten zwarte halfopgebrande kaarsen. Het pentagram is gebruikt, maar is niet zo sterk. In het midden liggen bloedvlekken (waarom ook niet). Het is niet geschikt om iets binnen te houden, maar is wel van het gesloten type. Er is iets mee of niet goed aan. Het is niet gebruikt voor de lui waartegen wij gevochten hebben. Het is duidelijk een oproepingspentagram, maar het opgeroepene loopt er zo uit. Josien is er omheen gegaan wij dus ook.
Rechtdoor gaand komen we in een nieuwe zaal. Wederom glas-in-lood ramen. Wederom een pentagram maar nu met goudpoeder. Gouden kandelaars met halfopgebrande kaarsen (uren gebrand). Ook bloedvlekken. De kwaliteit is waardeloos volgens de kenner. Er is niet opgeroepen in de cirkel en daaruit gestapt. Irdor besluit het even te onderzoeken. Zijn spreuk heeft als doel te onderzoeken wat er mis mee is. Het is een kolom door de kamer heen (van boven naar beneden) en ze staat in verbinding met een aantal anderen (9 in totaal). Er is iets verschrikkelijks gebeurd middenin, maar het is niet opgeroepen. Er is wel geofferd. Het is niet de rand van de beving, misschien het hart/energiebron? Het geheel is nogal ingewikkeld. Irdor zou het zo zeker niet doen. Een cirkel en een maandje tijd is voldoende. Tijd kan hier dus het probleem zijn geweest.
In deze kamer ligt verder nog wat vernield meubilair. Er is een deur Oost en Noordoost en verder kun je rechtdoor. Er is hier geen richting aangegeven. Van voor en rechts komen voetstappen. We besluiten rechtdoor te gaan.
Even verderop zijn er drie deuren Oost, waarvan de meest zuideljke open staat. Tevens schijnt er licht door de opening. De voetstappen komen niet dichterbij. Toch maar stil zijn. Rechtdoor lopend komen we in de hoekkamer. Dit was duidelijk een leeskamer (diverse banken). Er zijn twee mooi bewerkte deuren in de Oostwand. Geen tekens van Josien. De voetstappen zijn te horen maar niet waarvan. Met wat luisteren aan de rechterdeur horen we voetstappen: stap stap stap schuif (herhaal herhaal). De linkerdeur wordt genomen door Mussurana. De kamer erachter is rechthoekig. Er staat een deur open in het Zuiden, daarachter is een smalle gang van ca. 2 meter. In deze gang is licht en het komt uit het Oosten. In de gang zijn diverse deuren die allemaal open staan. Naast de deur ligt een tafel die een beetje gek staat. Bij nader onderzoek ligt deze op zijn kant. Verderop ligt een kapotte vaas. Deze is vrij recent kapot gevallen. Een soort mensen loopt langs. Ze draaien om en gaan weer verder. Ze lopen alle in hetzelfde ritme. Als Mussurana nog een keer kijkt raakt hij toevallig de tafel, een klein geluid, maar de 'voetstappen' reageren onmiddelijk. Mussurana zoekt snel dekking in de rechthoekige kamer. De 'voetstappen' zoeken nogal uitgebreid bij de tafel, na een tijdje gaan ze weer. Verder blijken de deuren in de rechthoekige kamer op slot te zijn.
Mussurana's konklusie is: Door geluid te maken trek je die lui naar de geluidsbron, dit geeft je de gelegenheid stilletjes langs hen te gaan en verderop je weg te vervolgen voorbij hun 'hoor-bereik'. Gezien de vaas heeft Josien dit ook gedaan. Mussurana maakt dit geluid. De groep is alvast in de andere kamer bij de open deur. Mussurana volgt zo snel mogelijk.
Het trucje lukt, de lui reageren. Halverwege de 2m lange gang gaat een gang verder Oost. Hier komt ook het licht vandaan. We nemen deze gang.
Deze gang leidt naar een grote ruimte (rommelkamer?). Er zijn diverse zuilen. In de NO hoek is de muur rond. Een soort hap uit de kamer. Hiernaast is een grote boog/opening.Er zijn verder nog diverse deuren en openingen. Uit het noorden komt geluid. Onze vrienden zijn op de terugtocht. De boog wordt genomen. De steen is hier ook duidelijk anders. Dit zou het oude gedeelte moeten zijn. De lucht is hier nogal vies. Wederom een rechthoekige ruimte. In het Oosten is een deur, in het zuiden bogen met daarachter een ruimte. Gezien de tijdsdruk nemen we de ruimte Zuid. Te laat bemerken we onze fout. Tegen de tijd dat we erachter komen dat hier alle deuren dicht zijn en Josien hier niet geweest is, zijn onze 'maats' al weer terug. Ze paraderen ijverig in de ruimte rond zonder ons in de ruimte Zuid te bezoeken. Hen weglokken met geluid maken lijkt een hopenloze zaak, blijkt al gauw na een voorzichtige zoektocht door Mussurana. Gelukkig komt Irdor op het idee hiervoor een Unseen Servant te gebruiken. De opdracht is ga herrie maken waar wat dat ook gedaan hebben. Na ongeveer 15minuten (leek veel en veel langer) klinkt plots een geweldig kabaal. Onze 'wachters' reageren subiet, maar het tempo waarop ze afnokken is nou ook niet alles, maar ja ze nokken tenminste af. De Oostdeur wordt wat nauwkeuriger bekeken. Josien heeft duidelijk aan het slot gezeten, gezien de gekraste J en het gezooide slot. De deur gaat piepend open, maar gelukkig 'het ontvangscomite' komt er niet aanstormen. De steen hier is nog donkerder. Het is veel ouder, maar ook muffer. De ruimte waarin we nu staan is vierkant. In het Oosten is een deur, Zuid schietgaten en in Noord een haard met links en rechts een opening. Een pijl bij de Westopening doet ons besluiten deze te nemen. Krodahl checkt de haard. Er zou hier een beveiligde plaats moeten zijn. Er is hier recent wel gevochten en vuur gestookt, maar dat is toch al maanden terug.
In de gang komen we op een T-splitsing. Op de kop licht een ruimte. Hier is er een trap naar beneden. Naar beneden dus! De trap is wel nieuwer dan de rest. We vegen nog wel even de tekens bij de haard en de trap weg. Tenslotte mogen we een aanvulling op onze achterhoede niet te snel laten geschieden. Dan klinkt een 'enge gil' van beneden. Snel wordt de daling ingezet.
We dalen een verdieping. Hier kunnen we de verdieping nemen of verder naar beneden. We horen wel voetstappen, maar besluiten toch naar beneden te gaan. De verwachte 2e verdieping komt niet. Idem voor de derde. Na veel omwentelingen kome we dan helemaal beneden aan. Hier zit in een kamertje Josien met een wit weggetrokken gezicht tegen de muur aan. In de kamer is een uitgang richting Noord. Hierboven staat tekens. Ze zijn niet van Krogg. Het is een waarschuwing van Cutoah: "Onbevoegden gaan dood". Josien zit een beetje verbaasd naar een ring te kijken. Ze ziet er bang uit en heeft een flinke kras over haar heen lopen.
Josien mompelt wat over dat de ring haar niet beschermd heeft. Ze liep hier ging de gang in en toen was er die engerd met veren en klauwen enzo. Het had iets vogelachtigs. Het viel haar gewoon aan. Maar het is haar gelukkig niet gevolgd. Irdor kent de klauwsporen wel, maar thuis brengen kan hij het nog niet. We weten nu alle dat het de ring was die je bescherming gaf. Met de nadruk op 'gaf' zoals nu wel blijkt. Toch heeft Josien de ring van de hogepriester van Dumador gekregen en die geeft haar toch geen vervalsing ofzo. Josien had verder nog bescherming maar die heeft ook niet geholpen. Krodahl heeft ook zo'n ring. Het verhaal van de ring(en) is geheim en moet dat ook blijven. Irdor bekijkt beide ringen maar kan geen inscripties ofzo ontdekken.
We missen gegevens en misschien zijn beide ringen wel nodig. Alleen dan is het wel een omslachtige weg om ons zo bij elkaar te brengen en dan hadden ze ook wel mogen zeggen. Eigenlijk klopt dit maar ja je moet toch wat. Aangezien Mussurana het er het beste voorstaat mag hij naar binnen met de beide ringen. Zodra hij daar mee instemt en de ringen aandoent waarschuwt zijn instinkt hem: 'GA NIET!'. Mussurana twijfelt geweldig. Zijn instinkt heeft hem nog nooit in de steek gelaten. Maar hij heeft de ringen toch. Na veel dubben besluit hij toch naar binnen te gaan. Als het fout gaat dan maar om de informatie. Mussurana staat nog niet binnen of er springt iets voor hem:
Het heeft stevige benen met veren met punten op de knieen, klauwvoeten en een verenkraag op zijn rug. Op zijn lange nek staat een verschrikkelijke vogelkop. Zijn lange armen met 4 vingerige klauwen hangen tot op zijn knieen. De onderarm is geschubt en staat vol met punten. Er straalt een vreemde gloed in zijn ogen. Tenslotte brengt het vogeltje niet meer voor dan "jam jam". Mussurana voelt al aan dat hij voor ontbijt gaat dienen. Pats boem kletter daar heeft Mussurana 2 klauwen, een bek, twee knieen te pakken. De groep ziet alleen Mussurana naar binnen gaan en kort erop zwaargewond naar buiten stormen. Khemron repareert zover mogelijk zoveel mogelijk aan Mussurana. Voorlopig zien ze hem daar niet meer binnen. Vertrouwen op zijn intuitie is wederom gesterkt. Als Mussurana de ringen afdoet merkt hij dat het nog gevaarlijker is dan daarnet.
Dan is er plots een hoog fluitgeluid. Het klinkt steeds hoger. Er komt ook een steeds feller licht. En dan is het weg en is Orson weer in ons midden. Alhoewel Orson.... Het zou zijn tweeling broer kunnen zijn, hij ziet er namelijk heel anders uit:
Grijze mantel met groene randen tot aan de grond, ruw wollen hemd tot op zijn knieen, om zijn middel een riem van gevlochten planten. Aan deze riem hangt een zilveren snoeimes, enkele darts en een rond houten schild. Verder heeft hij nog leren laarzen. Op het schild staat een tekening van een grijze wolk met een bliksemschicht. Zijn vrij grijze haren zijn lang en hij heeft een woeste baard. Zijn gelaatstrekken zijn wel ala Orson maar veel serieuzer en bedachtzamer. Krodahl omhelst hem. Orson ontvangt dit met een mengeling van gereserveerdheid en blijschap. "Orson?" "Ja".
Orson legt uit dat hij door Bashiir gered is (de kat die Irdor zag). Deze heeft hem naar de tempel van de jeugd gebracht. Daar heeft Orson gebaad enzo. Hij is ondergedompeld in het bad van de jeugd. Ze hebben zij ziel terug moeten halen, want deze was op weg naar het verkeerde rijk. Dit is ook wat de rode priesters doen als ze dood gaan. Ze nemen de ziel van eenieder in de omtrek mee!! De aardbeving in de omtrek zal iedereen in de omtrek dan ook meenemen naar de 'Rode'. Zijn inschatting is dat we dan ook tot overmorgen hebben om het zaakje hier te redden of weg te komen. Tot dan bewaken de twee Avatars (Hoogste (?) afgezant van een god) hier de stad. Het zijn de kat en het meisje welke wij gezien hebben. Tot dan bestaat de bron ook nog. Het onderdompelen in het bad heeft nog wel bepaalde konsekwenties gehad, maar daar komt hij later misschien ooit nog wel op terug. In ieder geval is hij nu weer de druide geworden die hij altijd was. Krodahl geeft de spullen terug aan Orson, incl. het zwaard (helemaal geen probleem!). Nee dit scherpe nagels heeft hij niet meer.
Terug naar ons probleem van de gang. Het is tijd om dit eens wat nader magisch te onderzoeken, want iets klopt er niet en we kunnen niet aangeven wat niet. Alleen het gevolg is ons bekend.
Als eerste bekijkt Irdor de omgeving. De ruimte is niet magisch. De ringen zijn (identiek) sterk magisch (geestelijk van een hoog level). Josien heeft magische laarzen, hangers en armbanden. Het schild van Krodahl is raar magisch. In de gang is een kolom die is magisch. De kolom is duidelijk een oproepkolom. Er zit geen pentagram bij. De kolom is pas een paar meter verderop in de gang. Achter de kolom is niets te zien. De magie van de kolom geeft teveel tegenlicht. Volgens de inschatting van Mussurana en Josien waren ze verder dan de grens van de kolom, maar zeker niet voorbij het einde ervan. Overigens als Krodahl en Josien de ringen af willen doen voor de check schreeuwt Mussurana: "NEEEEEE!!!" Als beide dit dan ook niet doen meldt Irdor fijntjes dat zijn zwaard "Shit" zei. En dat was gemeend. Konklusie: De ringen zijn essentieel voor onze (...) veiligheid.
Als Irdor wat meer nadenkt over de beschrijving van het wezen begint hem wat te dagen. Vogelachtig type, goede vechter, verzot op mensenvlees. Het is een demoon. Woonden niet waar Irdor was. Het waren vrienden en vijanden. Ze zijn van het type dat er vriendjes bij haalt. Volgens Irdor is het een Vrok. Alleen de Vrok is nou niet de superdemoon die alles en iedereen in elkaar stamt. Het is juist een van de mindere als het om beveiliging van iets gaat (....) Er zijn veel betere. Dus dit kan niet DE beveiliging van Cutoah zijn.
De ringen. Als we iets met de ringen hadden moeten doen dan hadden de hogepriesters het wel verteld. Er is ook niet iets fout met de ringen, want dan had Irdor dat wel gezien. En als alleen priesters er hadden mogen omgaan dan had Josien hem niet gekregen. Krodahl en Josien moesten beide de ring maar achter laten. Dit betekent dat straks alleen de hogepriester er nog bij kan.
Dit brengt ons wel wat maar niet echt ver. Krodahl stelt voor om dan een 'True Seeing' te doen. Het gaat moeilijk en het kost veel kracht. Krodahl ziet een eind in de gang een gat en het draait rond in de lucht. Het is een gapend gat. Hoe het ook draait het is naar je toegericht. Het heeft een rand, maar die draait ook. De afstand tot Krodahl is ongeveer 12meter. Het gat begint een paar meter van hem af, maar het heeft een soort centrum. Het lijkt op een verbinding/kanaal naar elders. De gang is verder de gang en de tekst is de tekst en is bedoelt om mensen, die hier niet horen, weg te jagen (onbevoegden dus). De tekst is er NIET voor Krodahl. De rand is interessant. In de gang stap je in een gat en je bent dan 'elders'. Aan het gat is niets veranderd, want dan ziet Krodahl wel een veranderd/aangepast gat.
Dan is de spreuk voorbij en is Krodahl erg moe. Volgens Irdor klopt de beschrijving van Krodahl precies wat hij in gedachten heeft als hij oproept. Alleen dat draaien slaat gewoon nergens op. Het ronddraaien zie je trouwens door de rand. Interessant.
Traz heeft ook een vraag gesteld aan de witte wolf: 'Hoe krijgen we het zwaard in handen'. Dit moet een ander doen. Het vuile werk moet een ander deze keer doen. De witte wolf vindt het prettig als we zwaard in handen hebben. Het is tenslotte voor de goede zaak. Het rare is dat de witte wolf aangeeft dat er gevochten moet worden en dat Traz dat niet gaat doen. Maar Traz is degene die zich dus nooit terug trekt voor een gevecht. Raar.
Traz en Orson wisselen ook nog wat woorden met elkaar. Orson vindt dat vragen aan de witte wolf maar niets. En wat de betreft de bollen? Dat is Traz zijn zaak niet die van Orson. Khemron vraagt zich dan af waarom de goden Orson hebben teruggehaald. Orson antwoord is dat hij niets met de goden te maken heeft. Hij hoort zijn taak wel van de grijze reiziger.
De gegevens samenvoegend komen we tot de konklusie dat de rode priesters naast de omroeping van Cutoah een tweede gebrouwen hebben. Om dit zo goed mogelijk te kamoufleren krijg je dat ronddraaiende effekt bij de 'gaten'. Omdat die rode niet zo'n hoog level waren en niet zoveel tijd hadden is het beste wat ze hebben kunnen brouwen die Vrok. Dit hebben ze dan gedaan met die 9 pentagrammen. De wachter van Cutoah komt alleen als iemand geen ring heeft. Grappig een niet ringdrager wordt door Cutoah gebrast en een niets-vermoedende ringdrager door de Vrox van de rooien. De vraag is nu wat voor wezen is die van Cutoah en wie pakt het het liefst eerst? Ons of de Vrok? Een demoon mept eerst ons en dan de Vrok. Een duivel eerst de Vrok en dan ons. Een engel? Het plan is dus dat de Cutoah-wachter moet komen. Deze moet dan eerst de Vrok brassen en dan voor het onze held brast doorkrijgt dat deze een ring heeft. Oeps, wie gaat dat doen?
Orson is duidelijk de aangewezen man. Hij is op en top fit. Alleen Orson voelt daar niets voor. Het is totaal niet in zijn belang. De meesten reageren geschokt, waarbij ofvalt dat Mussurana nogal over de rooie gaat. Iets van je taak in een groep zien. Uiteindelijk stemt Orson in als we hierna heen gaan waar hij heen wil. Orson moet dus optimaal beschermt worden: Ring van Irdor (AC-2), Protection from chaos van Krodahl (tegen demonen), Armbanden van Josien (bescherming, moeten terug naar Josien), magisch schild van Krodahl en tenslotte de 'schorshuid' van Orson zelf. Natuurlijk niet vergetend de ring van Cutoah. Orson zal deze niet om doen, maar in zijn hand houden om de wachter van Cutoah uit de tent te lokken.
Dan stapt Orson de gang in. In no-time is onze Vrok daar. Boem boem kletter hij ligt twee ronden zwaar onder vuur, maar wordt niet geraakt. Wel merkt hij dat na korte tijd plots 'Rats' klinkt. Het lijkt alsof de bescherming die Josien hem gegeven heeft nu is uitgewerkt (opvangen van enkele hp). Gelukkig, alhoewel dat valt natuurlijk nog te bezien, verschijnt er ook iets anders. Het is groot: 3meter. Het is een zeer mooie dame. Ze is half naakt, leren vleugels, donker zwart haar, staart, hoorntjes, diepe zwarte ogen, een blanke huid. Kortom stuk buitengewone klasse. Om het geheel te kompleteren zijn haar borsten bloot, heeft ze een metalen slipje met demonenhoofdje en enkele armbanden. Op de top van de vleugels zijn klauwen. Ze heeft een zwaard bij en glimlacht naar Orson, die op slag verliefd is. Dan valt haar oog op de Vrok. Ze fronst haar wenkbrauwen, wijst en poef weg is de Vrok. Volkomen uit elkaar gespat. Orson gebaart wat en praat wat. Even later galmt het door het gebouw: "Joehoe" Gevolgd door 8 'poefjes' en een "Niet meer doen he!". Dan komt Orson met een supersmile op zijn gezicht terug. Hij heeft haar gewoon gevraagd of ze iets aan die rooie engerds kon doen. Vervolgens heeft hij haar de ring gegeven die ze erg lekker vond. Hij is wel verliefd gelooft hij.
Tot zover.