Dumador wordt in elkaar gestampt
16e dag van de maand van de laatste oogst.
Morgen ontploft de stad... We zitten opgesloten in de stad. De noord poort wordt dicht gehouden door orcen. De oost en west poorten zijn ook dicht. Voor iedere poort staan mensen, als ratten in de val. De poorten blijven dicht.... Wij staan voor de oostpoort. We moeten door het slot om uit Umonds te komen. Ee soort versterking tussen de bergwanden. Het slot is bevolkt door enge kleine nare mannetjes met grote neuzen.
Traz maakt een slimme (!) suggestie.: De orcen kwamen door de bergen. Dus via dat pad zouden we er ook weer uit moeten kunnen komen. Het zal wel bewaakt worden maar wellicht minder streng.
We staan achterin de rij mensen richting oostpoort. We hebben ook nog een praktisch probleem. We zijn gewond en lopen op onze laatste loodjes. Het volgende plan wordt gelanceerd: kunnen we via het riool naar buiten? Josien vertelt dat we in het riool zouden kunnen komen en "ja" het riool leidt naar buiten. Maar het is niet pluis in het riool. Het riool zal wel uitkomen op een van de kleine riviertjes net buiten de stad. Deze komen zo allemaal ongeveer bij het orcen kamp uit.
Bashir zal ons niet meer helpen. Ik persoonlijk en Khemron zijn al door deze kat gered. Dat was het krediet.
Ik maak dan een suggestie: Ik heb invloed op soldaten. We kunnen de goblins overbluffen. Het is de wijze van presenteren. Het probleem is echter hoe komen we waardig bij de poort. De rij mensen laat geen voordringers toe.
Traz spreekt een gemeen uitziende man achterin de rij aan en vraagt naar de toestand bij de west poort. Daar blijkt een grote poort te zijn met daarachter een fort op een rotsplateau. Het fort bestrijkt de toegang tot de poort met steenwerpers, pijlenwerpers, etc. Vroeger zat er het garnizoen van "De blauwe vlam" in het fort. Nu niet meer. De man weet ook nog fijntjes te melden dat je een plaats in de rij kunt kopen. "Heb je geld?" en hij merkt op dat Traz nogal dure spullen heeft. Traz bedankt hem voor de informatie en loopt terug naar de groep.
Josien meldt nog dat ze denkt dat als we de mensen van de stad proberen te redden dat dan het zwaard kan genezen.
Na wat verdere discussie ontstaat het plan: Ina heeft een grot opening gezien. Van daaruit kunnen we waarschijnlijk een gang vinden naar het slot. Eenmaal binnen proberen we de goblins te overbluffen.
We gaan op weg en komen na veel lopen en veel klimmen (3 uur) bij de grot opening aan. Het is dan zes uur in de avond. De grot opening zit vrij hoog in de bergen en zodoende kunnen we heel Umonds overzien. Helaas zien we de oostpoort niet. Daar zit een bergwand voor. Traz ziet aan de grot dat deze al een paar maanden niet gebruikt is. Zonder veel tijd te verliezen gaan we naar binnen. We hebben haast. We spreken af dat Irdor merktekens zal aanbrengen. Daartoe gebruikt hij zilveren munten (de wat zachtere). Mussurana loopt voorop.
De gang loopt door totdat we bij een gat komen van een meter of vier. Zo te zien een natuurlijk gat dat is verbreedt. Er liggen houtsplinters in de buurt. Er is wel moeite gedaan om het gat natuurlijk te laten lijken. Met weinig moeite gaan we over/door het gat. Mussurana springt, Josien klimt en de rest gaat er doorheen. We lopen verder en komen een rood teken in de wand tegen. Orson ziet dat het een kruising is tussen een rhune en een zwaard symbool. Het teken is zo'n half jaar oud. Het teken zou ook een getal kunnen zijn.
We lopen door en komen na een bocht naar rechts bij een stapel hout. Het zijn rotte planken van iets dat ooit eens een brug was.
We lopen snel verder. De gang gaat naar links en dan komen we op een kruising. Er staan tekens. Twee zwaardjes rechts af en een zwaard rechtdoor (er is geen links af). We gaan rechtdoor. Na tien minuten lopen komen we bij een natuurlijke grot. We zien rotte houten kratten, lege vaten en ratten. We zien ook een soort lege vaten met olie om wapens in op te bergen. Er zijn geen uitgangen. Dus gaan we maar weer terug naar de kruising en volgen de twee zwaarden route. Deze kronkelt nogal veel. Aan het plafond zien we dat hier veel orcs hebben gelopen met speren. Na een tijd lopen komen we uit op een splitsing. Links af met als teken een schedel, rechts af met twee zwaarden. Het valt ons op dat het er hier erg georganiseerd uit ziet, niet erg normaal voor orcen. We slaan links af, de schedel route. De gang volgen we. Een aftakking naar rechts slaan we over. We nemen de eerste aftakking naar links. Deze gang wordt al snel smaller en eindigt bij een soort gat. In het gat hangen rotte touwen. Deze hangen aan haken in het plafond. De haken zien er betroubaar uit. De touwen duidelijk niet. Via onze eigen touwen kunnen we naar beneden.
Orson en Mussurana verkennen. Ze komen uit in een soort grot. Tijdens het verkennen struikelt Orson over een soort pikhouweel en bezeert zichzelf. In de grot is een soort spleet dat een doorgang blijkt te zijn. De rest van de groep komt ook in de grot en we vervolgen onze weg via de spleet. We weten niet meer of we de goede richting uit lopen, maar ja; wat doe je er aan?
Via de spleet komen we op een splitsing. Links af een gebroken oog, rechts af een gebroken bot en terug een schedel. We gaan links af. Deze gang wordt breder en breder en eindigt in een grote grot waar water door heen loopt. Er zijn zes uitgangen. Mussurana weet dat het hier gevaarlijk is. Onmiddelijk wordt omhoog gekeken naar "green slime". Niets te vinden. Met magie checkt Orson of er vallen zijn. Niets te vinden. Goed, de uitgangen worden verkent. Tekens die we zien: pijl, zwaard , gebroken oog. Er is een uitgang waar het water naar toe stroomt. In deze uitgang staat ook een teken maar dat hebben we nog niet kunnen bekijken. Josien maakt er ons op attent dat daar waar water uitstroomt, het naar beneden moet gaan. En we moeten naar beneden. We volgen het idee van Josien.
Orson zal als eerste het stroompje gaan bekijken. Irdor maakt een extra fakkel aan voor het geval dat er iets van het plafond naar beneden komt. Orson stapt door het water maar hij glijdt uit en glibbert zo met het stroompje mee. Op dat moment komt er een grote grijze massa uit het water. Gelukkig voor Orson hadden we een touw aan hem gemaakt. Traz en Ik houden het touw strak. Orson hangt in het stromend water. Mussurana roept "wegwezen:. Orson roept iets van "doorgang". Ik neem een snel besluit en roep dat iedereen het riviertje moet volgen. Vervolgens laat ik het touw los en srping het water in. Irodor denk na over het trekken van zijn zwaard. Op dat moment neemt het zwaard Irdor over. Maar het wordt geen gevecht. Het zwaard roept allen "trek mij niet!" Irdor weet dan ook waarom. Het wezen tast metaal aan.
Iedereen springt het water in. Josien dekt de aftocht met het zwaard van Cutoah. Het zwaard straalt licht uit. Tenslotte sprint ze ook het riviertje in.
Ik stort met een rot vaart naar beneden. Het gaat hard en ik kan nauwelijks ademen. Mijn tocht eindigt met een knal tegen Orson. Deze hangt tegen een metalen frame. Even later knalt de rest van de groep een voor een tegen me aan. Het hangt nogal onhandig en het water stijgt snel omdat het niet weg kan. Gelukkig geeft het zwaard van Josien ligt en kunnen we wat ordenen. We gaan meer aan de zijkant hangen zodat het water weg kan. Traz en Khemron zijn bewusteloos. De tralies van het frame waar we tegen hangen zijn verbogen. Hier en daar ontbreekt er een. Tegen het plafond zitten metalen beugels. Ooit hebben daar eens touwen aan gezeten. Ook na de tralies zitten beugels in het plafond. Josien maakt een touw vast aan deze beugels. Orson geneest Traz en Khemron. Beide komen bij bewustzijn.
Via het touw van Josien klimmen we verder omlaag. Met kunst en vliegwerk komen we bij een splitsing aan. Zeer vermoeid. Het valt ons op dat de gang meer vierkant is. De splitsing geeft ons keuze voor links, rechts of rechtdoor. We laten ons rechtdoor glijden. Deze glijpartij eindigt met een plons in een waterbak. De waterbak is in een ruimte verlicht door een fakkel. Verder is de ruimte leeg.
Dan raak ik in paniek. Mijn geliefde is er niet meer bij! Hoe stom van me. Ina kan niet tegen snel stromend water. Hoe kon ik dat ooit vergeten zijn. Ze is dus niet mee gekomen. Ik troost me met de gedachte dat ze andere routes en middelen heeft om te ontsnappen: Als wolk (etheraal) of via een ander vlak. Ik hoop met heel mijn hart dat ze ontkomen is. Als ik haar weer zie vraag ik haar om te trouwen! Nu weet ik het zeker.
Terwijl we net uit de waterbak zijn komen er goblins binnen rennen. Ik stel met sterk en waardig op tegen deze kleine mannetjes (zover dat ik dat kan in mijn verzopen plunje) en roep "Halt". De goblins raken in paniek en de eerste draaien alweer om. Er onstaat een soort duw wedstrijd. Ik loop naar voren en ga midden tussen de goblins in staan. Verderop in de gang zie ik de baas van de goblins staan. Hij heeft twee speerdragers bij zich. Ik kijk de baas streng aan en spreek hem toe. Daarbij laat ik Het ongeduld van Krogg doorsijpelen. Het heeft duidelijk effect op de goblin baas. Hij is onder mijn invloed. De baas heeft opzichtige kleding aan met bliksems. Zijn schild heeft scherpe punten. Helaas verstaat hij mij niet. Hij stuurt en van zijn speerdargers weg. Ondertussen horen we geluiden dat er verdedigingslinies worden aangelegd. Er worden zo te horen zware apparaten opgesteld.
Even later komt de speerdarger terug met een ander goblin persoon. Het is een kleinere goblin met zilveren knopen op zijn schouders. Hij heeft een gegolfd zwaard aan zijn zij. Ook deze goblin probeer ik onder mijn macht te krijgen allen deze heb ik minder invloed op. Deze goblin is ook niet echt bang van mij. Na wat verkennede woorden blijkt dat deze goblin onze taal spreekt. Ik vind deze goblin maar vreemd. Hij lijkt slimmer dan de rest, is zelfs brutaal. Het manneke wil geld en stookt zelfs beide speerdragers tegen ons op. Het manneke blijkt Bnodje te heten. Bnodje wil wel mooie spullen hebben en heeft heel goed door dat we bijna dood zijn. (mooie spullen, gulle baas) Ik overleg in de taal van de woestijnwereld met de groep. Het blijkt dat we weinig keus hebben. Ik bied tenslotte het masker dat ik van Faustulus heb gekregen aan Bnodje aan. "Dit Masker en je Leven, als je goed werkt. Als je verraad pleegt maak ik je dood." Uiteindelijk gaat Bnodje accoord. Wel heb ik moeten beloven dat de personen in onze groep Bnodje geen kwaad zullen doen. Een ieder heeft dat ook bevestigd.
Dan begint Bnodje met zijn werk en komt naast me staan. De speerdragers kijken eerst nog wat vreemd. Bnodje schijnt nogal tegenstrijdige dingen te doen in hun ogen. Bnodje meldt dat er alarm is. We kunnen dus niet naar de poort. Bnodje zal zelf wel even kijken en gaat tesamen met de goblin baas naar beneden. Even later roept hij onze hulp in. We gaan naar beneden en zien een drietal goblins met Bnodje discussieren en nog vele anderen met boltthrowers. Er zijn in totaal 4 patrouilles met een eigen leider. Vier baasjes dus met ieder 10 man. Per team 2 speerdargers, 2 slingeraars wat meswerpers en zwaarddragers. Na wat discussie en wat strenge blikken van mij geven de goblins zich over. :-)
De volgende stap is het openen van de poorten. Ik maak van deze gelegenheid gebruik om de religie van Krogg te verspreiden. Ik bereid een korte speech voor en spreek de mensen in de rij voor de poort vanaf de ballustrade toe. Het is al wat donker en worden er wat fakkels gebruikt om me te verlichten. Ik verwacht nog wat discussie met de groep omtrent deze actie maar die blijft uit.
Ik spreek de mensen toe: "Jullie waren ten dode opgeschreven maar dankzij Krogg zullen de poorten open gaan. Heil Krogg, Dank hem. " Ik wil meer vertellen maar het bericht dat de poorten open gaan is een signaal. Ik kom er maar met moeite boven het geluid van de menigte uit. Ik roep nog wel dat de mensen bij de andere poorten gewaarschuwd moeten worden.
Ondertussen is Traz naar beneden gegaan en is de poort open gaan doen. Eerst de buitenste poort en dan de binnenste poort. Helaas voor hem wordt hij onder de voet gelopen als de mensen naar buiten stormen. Twintig minuten duurt de stroom naar buiten. Er blijven vertrapte mensen achter, waaronder Traz. Wij verzorgen deze mensen. Het zwaard van Cutoah geneest bij uiterste gunst de mensen een beedje (ze zijn niet van adel). Ze komen net bij bewustzijn. Ondertussen komen nieuwe drommen mensen op de poort af. Zij die van de andere poorten komen. Ik weet zelfs de goblins te overtuigen dat ze weg moeten. Alleen Bnodje kan ik niet overtuigen. Hij wil niet meer weg. Ik ontsla hem formeel van zijn dientsen maar hij wiegert. Zijn redernering is dat hij een goede baas gevonden heeft en dat hij niets fout heeft gedaan dus mag hij blijven. Hem overtuigen dat het gevaarlijk wordt en dat ik zeker niet voor zijn leven zal instaan helpt ook niet. Bnodje blijft. (zucht).
Uiteindelijk lopen we met z'n allen via een donker bergpad naar beneden. we hebben een kar bij ons waarop we gewonde mensen vervoeren. Na een uur of wat lopen komen we in een bosrijk gebied. Er zijn daar een hoop mensen aan het bivakkeren. Ze maken "misbruik" van het bos maar het interessert ze geen hout. Orson besluit niets aan de mensen te doen. Het bos neemt zelf wel wraak op deze mensen (rode bosmieren, etc.) We zoeken naar een goede plek om te overnachten. Er wordt een kampplaats ingericht en we vallen in slaap. Er wordt geen wacht uitgezet.
Irdor slaapt niet zo goed. Traz slaapt redelij. De rest slaapt als een roos. 's Morgens als we wakker worden zien we Bnodje zitten. Hij heeft wacht gehouden en het vuur aan gehouden. Het zonnetje schijnt.
17e dag van de maand van de laatste oogst.
We ontbijten. Traz denkt iets aan de bomen te merken maar hij weet niet wat. Veel volk is al vertrokken of bezig met vertrekken. We zouden onze paarden moeten halen. Het probleem is dat ze aan de andere kant van de stad staan. Bnodje vindt zijn nieuwe baas prima. Hij wiegert nog steeds ontslagen te worden. Hij heeft ook al snel toepasselijke namen voor personen uit de groep: Houtsnijwerk, Toverkol, Bosmens, Stinkelf.
Bnodje vertelt iets over goblins. Bnodje heeft een domme tweeling broer die groot en strek is. Hij is klein en slim. We denken aan een beergoblin en slimme goblin. Dit sort tweelingen schijnen regelmatig voor te komen. De slimme kleine mannetjes overleven het meestal niet.
Bnodje spreekt diverse talen: vele goblin, redelijk orc, beedje dwerg, redelijk mens, beedje kobold. De taal van Irdor spreekt hij niet. Hij herkent deze wel. Dat is de taal die de rode priesters spreken.
Bnodje kent geen kobold toverkollen. Er is wel een Kobold priester. Het is precies 1 priester waarvan hij gehoord heeft. De kobolds vinden de priester erg machtig.
Na het ontbijt lopen we aan en schieten een flink eind op.
Tegen de middag wordt het snel bewolkt. De wolken verduisteren de zon en het lijkt wel avond. In de verte horen we rollende donder die snel dichterbij komt. We zien bliksems uit de wolken. De wolken zijn achter de bergen waar we vandaan zijn gekomen. In het licht van de bliksem zien we een enorme gestalte. Hij heeft een bebaard hoofd en is breed en gespierd. Hij staat met zijn hoofd tot in de wolken, zijn blote schouders steken boven de bergen uit. Hij kijkt omlaag naar iets. Dan maakt hij een soort gebaren met zijn handen. Stromen bliksems schieten uit zijn handen omlaag. We zien een gloed bij de man, alsof er beneden iets in de brand staat. De bodem begint dan flink te schudden en te rommelen. We zien een stuk knie even boven de berg uitkomen en weer naar beneden gaan. Gevolgd door een enorme aardschok. Boem. We worden tegen de grond geworpen door de luchtdruk verplaatsing. De man is dan weg. Het rommelt nog na.... We realiseren ons dat we een god hebben gezien.
Na een bedachtzame stilte komt het leven weer op gang. We zijn diep onder de indruk.
Traz merkt nogmaals op dat er iets vreemd aan de bomen is. Orson gaat mediteren tegen een boom. Dat lukt en hij krijgt het idee dat het bos onder bescherming staat van een of meerdere druiden.
Traz wil contact opnemen met de druiden maar weet niet meer of hij bij een eik of een iep moet zijn. Orson zegt dat een eik meer voor geestelijke zaken (gevoel) is en een iep meer voor verstandelijke zaken. Traz weet het nog steeds niet maar loopt dan maar alvast het bos in. Heel snel verdwijnt hij.
Ondertussen proberen we aan Bnodje het begrip aardig uit te leggen. Het manneke wil het maar niet begrijpen. Hij vraagt of housnijwerk aardig of waterig is. Neeee. Je begrijpt het niet. Helaas: het begrip aardig in Goblins is er gewoon niet.
Ik ga mediteren en merk dat Krogg ver weg is, alsof er iets wordt weggedrukt. Vreemd (?) Ik weet dat het niet door mijn acties is [technisch: geen lvl 4 spreuken nu]
Traz komt na verloop van tijd terug. Hij heeft 2 boodschappen van de druiden gekregen en vertelt deze aan de groep:
1: Bericht van Matthijn (zit in de druide raad). Grijze reiziger is bezig met het dwergen probleem. Hij heeft hulp van buiten in geroepen. Aan Traz is gevraagd om de grijze reiziger op te sporen.
2: Traz krijgt extra informatie over de dwergen. Deze zijn bezig met de voorbereiding van een nieuw tegen offensief. De dwergen hebben veel terrein verloren. De orcs hebben een nieuwe stam leider. Het vreemde is dat er weinig sjamaan activiteit is. Er was wel wat activiteit maar dat was zoekende naar buiten.
Verder weet Traz te melden dat de grijze reiziger namens de druiden de onderhandelingen met ons voert. Onderhandelingen met ons, daar hadden we nog niet van gehoord!
Traz vertelt dat pratende bomen letterlijk teksten onthouden. (tot elke kuch toe) Ze lachen heel lang.
We denken nogmaals na over de ons bekende feiten betreffende de dwergen.
De god van de orcen is Orcon. Het geschenk aan de orcen betrof twee delen. Waarschijnlijk een deel met vechten (zwaard Orson) en een deel met Leiderschap (in bezit van de dwergen, met dat voorwerp in bezit ben je baas). Beide helften zijn ooit eens van de orcen ontnomen. Met name door verraad van de mensen.
We denken dat de helft leiderschap als volgt werkt: Als je in de buurt komt dan ben je onder de invloed van die Helft. Het plan van de grijze reiziger was waarschijnlijk het volgende. Hij is langs de grote groene trollen gegaan (was ons reeds bekend, is de hulp van buitenaf). Hij heeft de grote groene trollen er bij gehaald voor de "reset". Maar hij is waarschijnlijk ten onder gegaan door de invloed van de Helft van het leiderschap. Wij kunnen waarschijnlijk wel in de buurt komen omdat wij een bescherming bij ons hebben: de andere helft (Het zwaard van Orson dus).
Krodahl.