(Verslag 124 ingeleverd door Hans)
Utar, 17e Laatste Oogst, 's middags
De omgeving waar we inzitten is bosrijk, rots‑ en heuvelachtig en daardoor wat glooiend. De bomen hier zijn van het soort aanplanting. Het bos is dan ook voornamelijk van 1 soort bomen en staan netter als in een woud dat natuurlijker is met meer soorten bomen en veel gewas. Bovendien staan er in een woud ook vaak oude bomen. Een bos daarentegen is uitgebalanceerd. Het weer verandert en het begint bewolkt te worden. Het is tijd dat we gaan, dus ik stel dat dan ook voor. Maar wil dat ei van een Krodahl niet mee: we moeten op Ina wachten. Nou, volgens mij heeft dat weinig zijn als het waar is wat ze ooit heeft uitgelegd. Die kan heel ergens anders terecht zijn gekomen, maar ze kon altijd Krodahl weer terugvinden dus wat is het probleem? Irdor wil zich echter inspannen en probeert via een oproeping of zo in contact te komen met Ina. Hij zondigt zich van ons af en komt zo tot de ontdekking dat een bos iets anders is als een stille torenkamer en hij merkt dat er hier best wel veel vogels zitten. En roetschj daar gaat een eekhoorntje. Maar hij laat zich niet kisten en zoekt een open plek, waarna hij aan de slag gaat. Het duurt lang, ook in het andere vlak waar ze wel eens doorheen placht te trekken, maar Ina vindt hij niet. Wel merkt hij dat er van alles door het vlak heen dendert. Op ons eigen vlak kan hij Ina ook niet vinden, dus dan is ze waarschijnlijk buiten zijn bereik die zeker tot aan Umons reikt. Wanneer dit aan Krodahl wordt medegedeeld, gaat deze moedeloos op de grond zitten. Hij wil dus blijven wachten en wil zelfs terug naar Umons de gek! "NEE!", antwoord ik kordaat, "We gaan verder!" Als ik merk dat Krodahl eigenwijs blijft doen wijs ik hem nog eens aan de belofte die hij mij heeft gedaan. "Nee, Ina gaat voor de belofte", is zijn idiote antwoord. Hij moet het zelf weten, maar volgens mij is het niet best als hij zijn belofte verbreekt. Hij bazelt nog wat verder over doodgaan en dat hij toen Ina wel kon vinden.
We bespreken nog even waar we heen moeten gaan: Het gebied waar we doorheen moeten is bewoond; ook mensen. Ook zijn er in he gebied hele dichte oude wouden. Waar we heen moeten ligt ten westen van orkengebied. Krodahl is ondertussen mentaal ver weg en is daardoor niet aan te spreken, dus daar wacht ik maar even op. Kan ik ondertussen even een woordje spreken met Traz over zijn verbintenis met Ra. Ik weet wel dat ik nu erg vervelend tegenover hem ben, maar ik ben nu nog aardig; zeker vergelijken met Grijze Reiziger waar hij het een en ander aan uit te leggen heeft. Want zover ik weet zijn er geen woudlopers met een godsdienstige binding. Kijk, de Wolf is zo'n beetje de grens, maar Ra? Nee, dat is een stapje te ver en ik hoop maar dat ie straks niet verstoten zal worden door de andere woudlopers. Bovendien moet ik nog even een hartig woordje met hem praten over het feit dat hij niet met mij mee wil naar de dwergen en Grijze Reiziger. Dus als ik klaar ben met hem voelt hij zich, terecht vind ik, niet erg op zijn gemak. Khemron trouwens is ook in een rothumeur en mompelt steeds dat Mara ver weg is, zijn paard weg, door zijn krachten heen, en mopper, mopper, mopper. Krodahl heeft ondertussen gemerkt dat Kroch ver weg is. Na het gesprek speelt Traz gelukkig weer even de woudloper die hij zou moeten zijn, door een vuur te maken van nat hout. Het was namelijk ondertussen gaan regenen en waaien, dus koud en zo. Hij maakt van takken ook een opstelling waardoor we een beetje uit de wind blijven. Traz vertelt wat van de omgeving. Volgens hem is het gebied overjaagt en zit er dus maar weinig voedsel hier. En wat wil nou, wij hebben maar weinig voedsel, dus ook al zou Krodahl willen, we moeten hier weg. Maar het is ondertussen al zo laat geworden dat we hier blijven overnachten. Mussurana pakt zijn deken, rolt zichzelf erin en valt onmiddellijk in slaap. Voor de rest wordt het niet zo'n prettige nacht en slaapt dus niet echt. Traz heeft een onrustige slaap, maar kan zich niet goed herinneren waarom, behalve dat hij ergens in zijn slaap behoefte aan had. Gedurende de nacht wordt hij op tijd wakker om het vuur aan te wakkeren, anders was het uitgegaan. Bovendien is hij 's morgens heel vroeg wakker. Krodahl heeft het idee dat hij half wakker, half slapend is geweest en steeds tegen de grijns van een goblin aankeek. Ook hij weet niet wat en waarom, maar 's morgens schrikt hij wakker, toen hij net iets aan het dromen was over een zwarte rivier die traag zonder golven stroomde. En dat beeld is even hee moeilijk uit zijn hoofd te zetten. Mussurana heeft gewoonweg goed geslapen, heel goed zelfs. Hij wordt dan ook zo'n beetje als laatste wakker, omdat hij waarschijnlijk door iemand anders wakker is gemaakt. Hij heeft nergens last van, ook niet van de nattigheid. Die nachtrust doet hem wel goed, ook geestelijk. Want hij heeft nog steeds last van al die schade die hij heeft opgelopen bij Sakatha. Ikzelf heb ook onrustig geslapen, ik hoorde allerlei stemmen, discussies, bij gesprekken geweest en ik kon er niets van verstaan. En eerlijk gezegd, het was weer eens wennen om in een bos te slapen. Eigenlijk viel het me tegen en had ik liever in een herberg geslapen en door die gedachte word ik boos op mezelf. Ook Irdor heeft onrustig geslapen; hij kon moeilijk in slaap komen: Kon de Blauwe Maan niet zien, stomme regen, alhoewel wel apart, maar dit is teveel van het goede. Op een gegeven moment moet hij in slaap zijn gesukkeld, want hij schrikt 's morgens wakker waarna hij vol bezorgdheid denkt aan Dwaallicht. Hij heeft dus ook niet lekker geslapen.
Deitar, 18e Laatste Oogst
Khemron is weg. Bnodje: "Elf weg" en na vraag wijst hij terug, "Eigenwijze elf hè". Mussurana wil meteen Khemron achterna en Krodahl wil hem mee achterna lopen. Traz zegt nuchter dat het de verkeerde kant op is. Bnodje: "Bnodje 's nachts. Elf zegt ssht, is in de nacht weg. Was ziek." Mussurana en Krodahl willen de paarden gaan ophalen en Krodahl wacht dan wel in Umons. Die is echt gek: "Nee! we gaan op weg naar het westen!", laat ik hem weten en ik wijs hem nog ens op zijn belofte. Irdor weet dat hij op elk moment contact kan maken met Dwaallicht en hem zelfs kan oproepen dus die ziet de noodzaak van het teruggaan niet meer zo zitten, hij gaat met ons mee. Ik heb hier genoeg tijd verdaan. Wanneer begint Krodahl eens na te denken. Ik kan me vergissen, maar volgens mij maakt het niet uit waar hij zich bevindt voor Ina, zij kan hem altijd terugvinden, maar voor die argumenten is hij doof. Ik wil al vertrekken en de rest hier laten stikken als Traz een laatste poging doet om Krodahl mee te krijgen. Hij stelt eerst een vraag aan de Witte Wolf: "Kan Ina Krodahl terugvinden?" Als Traz een antwoord heeft gehad zegt hij tegen Krodahl: "Maak je niet bezorgd, het komt wel goed; heb wat meer vertrouwen." Heel wijs gesproken, maar waarom blijft hij na deze mededeling zo bezorgd kijken? Hij houdt iets achter! En inderdaad als ik hem zo aankijk, kijkt hij ook naar mij en wel met een blik van dat hij me niet bezorgd wil maken. Hum, dat doet hij zo juist wel, maar goed "We gaan!", zeg ik. Meteen kijkt Traz dan nog bezorgder en kijkt hij om zich heen.
{Krodahl merkt dat hij tijdens zijn meditatie al zijn krachten weer terug heeft, behalve de krachtigste. Bij zijn meditatie ziet hij ook alleen het beeld van een zwarte rivier: Kroch is er niet!. Krodahl weet nu dat er een tempel van hem is vernietigd; eentje die nog niet was ontheiligd. Normaal doe je een vernietiging met een gecontroleerde ontheiliging en met die krachten kun je later weer iets opbouwen.}
We gaan op weg naar het westen, zuidwesten wel te verstaan. Mussurana vertelt dat hij tijdens het mediteren een glimpje opving van een kloostergevoel. Dus ook hij voelt zich nu niet echt happy. Het is nog steeds bewolkt met motregen en een koude wind. Het bos is hier vrij stil met af en toe wat vogels. Onze loopvolgorde is: Traz, Mussurana, Irdor, Orson, Krodahl en Bnodje. Bnodje ziet er moe uit, maar vindt dat niet erg: "Andere niet wacht, Bnodje wacht". We lopen langs een pad met veel voetsporen, maar ook sporen van een karren zijn te zien.
NA een uur lopen komen we langs een houthakkershut, maar nu een geplunderd kot is waar alles kort en klein is geslagen. Voor de plundering was het gewoon een woning. We gaan er naar toe om het wat beter te bekijken en daar merken we dat er achter het hutje het gezin ligt wat hier waarschijnlijk gewoond heft. De man is opgehangen, na eerst gemarteld te zijn geweest. Ook ligt er een dode vrouw op de grond en naast haar een gedood kindje van 3 jaar. De mensen worden begraven en Traz voelt zich helemaal niet happy. Op het moment staan we nog onder zijn bescherming.
Na een uurtje lopen komen we bij een soort kruispunt met een wegwijzer. Alleen het is niet een erg frisse wegwijzer, want er hangen 2 kerels aan. Zo te zien zou het tuig uit de stad kunnen zijn. De 2 mannen zijn ieder aan een zijarm van de wegwijzer met afgebroken pijlschachten vastgetimmerd. Krodahl probeert ze te begraven, hetgeen niet lukt alsof het niet meer nodig is of zo. Wij gaan rechtdoor, terwijl de meeste sporen linksaf lopen.
Tegen de middag komen we aan bij een boerderijtje met een rieten dak, een waterput, een stal, en een hooiberg. Een en ander is in de fik gestoken en mensen worden op dit moment begraven. We lopen verder. Er is daar een heel gevecht geweest: lui met pijlen; een paar mannen en vrouwen. De pijlen kunnen best wel eens van woudlopers zijn. Die lui zijn niet begraven en met de kar is ook wat mee en Mussurana deinst er zelfs een stap van terug. Het is een klein slagveldje geweest. Ook deze mensen kunnen niet begraven worden. Alle pijlschachten zijn trouwens afgebroken; ze willen niet laten weten dat er woudlopers bezig zijn geweest.
Na een tijdje komen we weer aan bij een houthakkerhutje en ook deze is geplunderd. Hier zien we geen lijken of pijlen of iets dergelijks. Wel een spoor van een man of 100.
Een tijdje later komen we aan bij een soort herberg waar je normaal je paarden kunt wisselen. Er is daar zwaar gevochten: er liggen allemaal lui met afgebroken schachten, zwaardhouwen; allemaal stadse lui die overhoop zijn gestoken en geschoten. Ook ligt er ergens een half paard en aan de sporen te zien heeft er iemand de andere helft meegenomen. Op de hoek van het huis staat een mooie boom waar helaas bijlsporen in staan. Vlakbij de boom ligt een gewurgde man met een bijl, de enige nog die iets van een wapen bij zich heeft. Ook deze lui, een man of 20, kunnen niet begraven worden. Krodahl krijgt het gevoel dat ze begraven zijn, maar wel zodanig dat ze geen rust hebben; het is verdiend. Inderdaad denk ik, ze hebben het dik verdiend en ik ben nu helemaal niet blij meer dat we die lui los gelaten hebben! Maar Krodahl denkt er anders over en zegt hij dat hij het maar smerig vindt wat ze deze lui hebben aangedaan. Bij zoveel domheid en ongeloof kan ik alleen nog maar mijn hoofd schudden.
Verderop is een dorpje en ook daar is aardig huisgehouden. Op regelmatige afstand zien we dooien liggen. Er liggen geen kinderen tussen; die hebben ze waarschijnlijk meegenomen in de hoop dat die nog te redden zijn van hun verderfelijke opvoeding. Al met al hebben ze nu al zo'n 60 mensen hun verdiend einde kunnen geven.
Op een gegeven moment is het avond en overnachten we in een lege boerderij. Traz maakt weer een kampvuur. Bnodje is doodmoe en rolt zich meteen op en slaapt. Mussurana pikt Krodahl uit om hem zijn deken te geven, waarna deze als hij zich erin heeft gerold ook meteen in slaap valt. Mussurana zelf neemt de eerste wacht en hij merkt op dat het bos verdacht stil is; er zijn zelfs geen vogels te horen. Wel voelt hij aan zijn nekharen dat hij bekeken wordt. Op een gegeven moment wordt hij weer wakker, maar dan is het alweer 's morgens.
Trotar, 19e Laatste Oogst
Vlak naast Traz zijn hoofd zit een pijl met een afgebroken schacht in de wand! Onze spullen zijn doorzocht en het positieve is nog dat we leven. Krodahl heeft goed geslapen en niet gedroomd. Bnodje is vastgebonden en verbaasd, is net wakker geworden. Mussurana is ook verbaasd en wel dat hij in slaap is gevallen. Bnodje is Krodahl dankbaar dat hij hem heeft losgemaakt: "Waarom?" "Omdat je een goblin bent", legt Krodahl hem uit, "En goblins slopen normaal alles". Bnodje is heel erg verbaasd, zeker als hij ook nog de kras op zijn keel bemerkt. Ondertussen ben ik gaan mediteren bij de eerste de beste boom en daar is iets mee. Na de meditatie weet ik wat er aan de hand is: Die boom is een mens geweest! Dus er moet hier een hele hoge druïde zitten! Ik loop dan ook naar Traz en ik zeg hem dat hij toch echt zal moeten beslissen of hij een woudloper wil blijven, want er moet een hoge druïde in de buurt zijn en woudlopers zijn nou eenmaal niet godsdienstig. Traz zegt dan: "Ik kreeg van de Witte Wolf te horen dat ik beter iets anders had kunnen vragen. Is er echt een Landsdruïde hier in de buurt?", vraagt hij dan. SLIK! Een Landsdruïde, dat is niet leuk zeg ik je, dat is niet leuk! En het regent nog steeds buiten.
Krodahl bidt 's morgens tot Kroch met hetzelfde effect als gisteren. Eigenlijk moeten we nu voor voedsel zorgen, maar hier zit niets. "Bnodje niet jagen. Niet stom! Dood. Zit gluurder, steeds", laat Bnodje ons weten. Mussurana vindt het dan het geschiktste moment om goblinscheldwoorden te leren en uit te wisselen met Bnodje: eendje neuken; schaapjes neuken en allerlei dingen met geuren. Alles wat niet leuk is stinkt. Mussurana wil dan dat Bnodje danst en dat doet ie dus. Hij is dus slim, maar dat wisten we al. We krijgen ook een stukje goblin biologie te horen:
Een goblin vrouwtje heeft kans om iets heel groots en harigs te baren, een beergoblin tezamen met een kleintje. Ook heeft ze de kans om een hobgoblin te baren. De beergoblin wordt gezien als iets laags en meestal gaat de moeder dood bij de geboorte van zo'n ding. Bnodje praat over zijn soort over: Kleine goblin. Kleine goblins hebben twee kansen: ze worden wat; of ze gaan dood. Veruit het merendeel wordt geboren als een gewone goblin.
We trekken verder en op een gegeven moment zijn we het gebied uit van de leefgemeente van het dorpje. Nog steeds zien we sporen van karren, maar geen dode mensen meer. Wel zijn we door en door nat. Mussurana begint zelfs last te krijgen van koorts en een loopneus en voelt zich steeds beroerder worden. Evenals ik voelen ook Irdor en Traz een snotneus opkomen. Halverwege de dag gaat Mussurana erbij zitten. Dan blijkt pas dat die vent echt mesjokke is: hij wil graag ziek zijn om de ervaring, dus wie ben ik dan om hem die ervaring te onthouden. Traz begint zich er echter mee te bemoeien. Inderdaad Traz, ook jij kunt hulp gebruiken: geestelijke hulp want je loopt nog steeds op een dwaalspoor! En wat betreft Mussurana: Hoe zit het dan met 'Dan help ik ook niet meer mee en bla, bla bla'? Waarom zou ik het nu dan wel doen? Volgens zijn beredenering dan. Maar goed, ook al zou k hem willen helpen: Traz kan geen vuur maken en daardoor ik ook geen thee. Mussurana wordt dan in zijn deken gewikkeld in de hoop dat die hem nog wat bescherming geeft. Verder maken we een brancard waarop we Mussurana leggen. Krodahl en ik sjouwen afwisselend de brancard.
Na een tijd stoppen we waarna Traz en ik naar koortswerende kruiden gaan zoeken. Na anderhalf uur, waarbij ik van Traz meer last dan baat had, vind ik een plant met vrij dunne blaadjes. Die zou koortswerend moeten werken. Het is een soort grassoort en je moet op de blaadjes kauwen. Ik denk dat het ook gebruikt wordt bij het bierbrouwen. Het is een soort gerstachtig iets, alhoewel het er nu niet het jaargetijde voor is; zal wel laatste oogst zijn. Ik snij dan ook wat blaadjes af met mijn snoeimes. Teruggekomen geef ik Mussurana de blaadjes en zeg dat hij er op moet kauwen. Die moet dan opmerken dat hij zich net een koe vindt. "Hé, beledig geen koeien wil je", krijgt hij terug, grijns. Een uur later voelt Mussurana zich beter.
We volgen het pad langs het bos, maar op een gegeven moment verlaten we het pad en gaan het bos in. Dan wordt het avond en de regen is ondertussen opgehouden. Dit hier is al eigenlijk echt wel een dicht woud. Alleen ik beweeg me soepel in dit woud, gevolgd door Traz. In het woud hier groeien ook oudere bomen; hum dat is veelbelovend. Ook Krodahl krijgt nu een pegel aan zijn neus en hij probeert dan de verkoudheid met zijn Heilig Symbool te genezen: Niet dus. Die avond krijgt Traz van mij 2 genezingen en een behandeling, evenals van Krodahl Traz twee genezingen geeft. Dat was blijkbaar iets teveel van het goede, want Traz voelt zich koud en warm tegelijk worden, duizeligheid slaat toe en hij wil gaan rennen en slapen. Oh, oh, oh en overal jeuk en hij ondergaat de hele ratteplan. Op een gegeven moment bedaard dat, maar hij springt nu meer op en loopt wat heen en weer. Als er even een wolk weg is, denk ik heel even iemand te zien; een gestalte in het woud die naar me kijkt. Ik wil hem dan beter bekijken, maar zie dat hij zich omdraait en weg gaat. Wel zag ik even de glans van goud.
Zontar, 20e Laatste Oogst
Het is mistig en Mussurana heeft hoofdpijn en een loopneus. Het hoesten valt nu echter wel mee, ofwel hij is al weer een beetje opgeknapt door mijn onbaatzuchtige gulle zomaar voor niets gedane behandeling. Irdor heeft nog steeds last van een loopneus, ik ben er gelukkig alweer vanaf. De conditie van het hout is er niet beter op geworden en het lukt Traz dus niet om een vuur aan te maken; het hout is gewoon te nat. Het weer wordt er niet beter op en in de verte horen we gerommel. Toch zou het fijn zijn als ik wat heet water had, want dan kan ik ons wat versterkende thee verschaffen. Uiteindelijk via de lantaarn en de fakkel lukt het om het water in mijn kruik heet te maken. Dus de thee kan gezet worden en ik geef iedereen wat te drinken. Na de thee gaan we verder, nu op zoek naar onderdak, want het zal straks waarschijnlijk wel echt gaan hozen tijdens het onweer. Traz vindt gelukkig een grot die geschikt is. De grot zelf is gemaakt door iemand die hier een begin heeft gemaakt met mijnbouw. Zo te zien is het alleen bij het begin gebleven, want is hij er vrij spoedig uitgedonderd. En ik kan wel raden door wie, want het was een hele mooie natuurlijke grot. Gelukkig is de grot droog en er is genoeg hout voorhanden door de balken die er al waren neergezet. We hebben dus vuur en de grot is vrij snel lekker warm. Helaas blijft de rest vies, nat en klam. Als we net binnen zijn, begint het buiten stevig te regen. We zijn de pijpenstralen op tijd ontweken. In de grot ontstaat er een stroompje een stroompje van de ingang naar een gat waar het water wat in blijft staan. Krodahl gaat belangstellend bij het gat kijken om te zien of het niet te erg wordt. Er wordt besloten een dammetje te maken hetgeen het water iets beter tegenhoudt. Buiten wordt het onweer erger en erger en we zijn blij dat we in de grot zitten. Na een paar uur is het onweer voorbij, maar het blijft plenzen. Gedeeltelijk komt het water door het dammetje, waardoor er een grote plas water in de grot ontstaat, maar voor ons blijft er genoeg ruimte over, de andere helft namelijk. De rest van de dag rusten we en ik behandel Traz en Krodahl met brandzalf.
Amtar, 21e Laatste Oogst
We hebben geen eten meer en buiten is het nog steeds mistig. Traz wil wel gaan jagen, maar heeft geen boog meer. Hij krijgt dan van Bnodje een kleine maat boog met bijpassende pijlen. Traz laat uiteraard zijn dank blijken, zo erg dat Bnodje spontaan reageert: "Bedankt Bnodje hè, Goed gedaan hè". Maar goed Traz gaat dus op jacht, maar ziet geen prooi. Op de terugweg echter vindt hij wel wat vruchten, een soort pruimen; een tikje overrijp. Ik ga op zoek naar kruiden tegen brandwonden, want ik ben al aardig door mijn voorraadje heen. Inderdaad vindt ik een soort paardebloem waarin de steel het sap zit wat ik nodig heb. Volgens mij moet het helpen tegen brandwonden. Het snijden gaat helaas een beetje grof, maar ik heb genoeg voor 7 porties. Terug naar de grot, maar wat is dat nou? Dat beetje sap wat ik op mijn handen heb gehad veroorzaakt blaren en zwellingen. Alle eikels wat nu weer? Verrek, dat spul heeft inderdaad iets te maken met brandwonden, maar dan niet ter genezing, maar ter veroorzaking. Helaas heb ik met mijn handen ook aan mijn neus gezeten, dus die is nu ook opgezwollen en net als mijn handen pijnlijk. Ofwel mijn humeur is om op te schieten.
In de grot deelt Traz de vruchten uit. Dat heeft tot gevolg dat een tijdje later iedereen, behalve Mussurana uiteraard, last heeft van zijn maag en krampen heeft. Ook Bnodje heeft trouwens nergens last van. Irdor gaat iets afzijdig zitten en probeert in contact te komen met Dwaallicht. En dat gaat verbazingwekkend goed; makkelijk zelfs. Dwaallichts reactie is heel positief en Irdor neemt meteen contact met hem op. Hij krijgt dan heel helder het gevoel van op reis door. Het gaat hard, in galop zelfs en ze zijn magisch gezien zelfs erg dichtbij. Ze zitten dus helemaal niet veraf, maar al dichtbij en er zitten zeker geen bergen of zo meer tussen. Dwaallicht zelf weet niet waar ze naar toe gaan, maar is blijkbaar iemand bij de ze leidt of zoiets. En ik vertel je, een keer raden wie dat is ...
In de loop van de ochtend breekt het zonnetje door en trekt de mist op. Vogels beginnen te fluiten, een zwijntje komt langs lopen; kortom het begint mooi weer te worden. Een echte mooie warme lentedag. Het is weer eens duidelijk: Na regen komt zonneschijn. Traz is de grot al uit om een tweede poging te doen om te gaan jagen, nadat hij het zwijntje voorbij zag lopen. Hij struint de omgeving weer af en ja daar ziet hij iets. Een mooi wit paard met een hoorn op zijn hoofd: Een Eenhoorn! En Traz denkt weer even aan zijn woudloper zijn en beseft dan wat voor mooi woud dit eigenlijk is; zo dicht bij wat mensen de beschaving plachten te noemen. De eenhoorn staat daar gewoon op 10 meter afstand naar Traz te kijken. En Traz staat de eenhoorn te bekijken; het gebeurd niet vaak dat je zo'n wonderschoon wezen ziet. De eenhoorn is niet echt schuw, althans dat lijkt zo. Traz ziet dat de eenhoorn hele mooie gouden pupillen heeft en Traz probeert de eenhoorn te benaderen. Dan gaat de hoorn echter een beetje omlaag richting Traz en Traz voelt zijn hoofd kriebelen. Hij bemerkt dat er madeliefjes op zijn hoofd heeft, en ook op zijn leer. Evenals rond de plek waar de eenhoorn staat, huh stond. Wel is er nu dus een heel veld vol madeliefjes onder een stralend zonnetje. Heel lief dus allemaal. Traz gaat er even bij zitten om er van te genieten en laat het op zich inwerken. Het duurt even voordat Traz merkt dat er een boswolf naast hem zit. Hé, dat is geinig en het brengt hem op een idee: Traz verandert in een wolf. Hij merkt dat de boswolf een vrouwtje is. Hij laat haar weten of ze niet samen kunnen gaan jagen en dat ziet ze wel zitten. Traz vermaakt zich dus met het de wolvin, ja ja ...
Ik doe een tweede poging om brandzalf te vinden. Bij mijn speurtocht kom ik aan bij een grote dikke eik, alwaar ik gekraak hoor. Ik loop naar de eik toe en als ik naar boven kijk, staar ik naar een witte mantel van jonge dame met een paar verrukkelijk mooie benen. Ze kijkt naar beneden en als ze mij ziet staan, komt ze naar beneden. De dame met de mooie benen was bezig om in de zonlicht maretak te snijden met haar gouden snoeimes. Als ze mij aankijkt en ziet dat ik 'maar' een zilveren snoeimes heb, haalt ze even haar neus op. Daarna kijken we elkaar een tijdje aan. "Hallo" "Hallo" "Ben jij de afvallige?" Oeps, "Huh, nee niet meer." "Mijn baas zegt van wel. Je bent best wel knap." "Tja er is wel het een en ander gebeurd, maar het is mooi weer hè?" "Ja, ik was maretak aan het snijden met mijn gouden snoeimes. Maar waar was jij mee bezig?" "Ik zocht kruiden tegen brandwonden voor de groep, die hebben het hard nodig." "Zo te zien heb je al brandkruiden gevonden ...". Dan neemt ze mij mee naar een veldje en ik laat me maar al te graag door haar leiden. Als de tijden anders zou zijn geweest ... Op het veldje staan een soort paardebloemen die inderdaad wel wat lijken op die ik vanochtend vond. Ze druppelt wat sap op mijn handen en mijn neus, hetgeen inderdaad helpt. Eindelijk durf ik me voor te stellen en zo kom ik haar naam ook te weten: Marsja. Als ik nog eens in rustiger bospaden terecht kom en ze is nog vrij ... Maar goed, Marsja helpt mij met het plukken van de bloemen. Volgens haar kom ik van hier uit de buurt, "Zo te horen uit de Groene Vallei." "Ja, dat klopt", weet ik nu ook zeker. "Het is wel een eindje reizen naar daar waar de dwergen wonen. Maar komen jullie ons helpen?" "Tegen wie?" "Tegen de bandieten. De mensen in de Vallei van de Dageraad heeft er veel last van. Trouwens ook van de roofridder." "Nou denk ik niet, ik heb helaas eerst wat dringerders te doen. Normaal zouden we wel helpen." "Nee, inderdaad. Dat zou mijn baas ook niet leuk vinden. Maar er loopt ook een woudloper in jullie groep hè? Die wordt al onder handen genomen. Zo te zien is het een vriendje van de Grijze Reiziger. Mijn baas vindt de Grijze Reiziger niet leuk en hij vindt jou een verrader, omdat je heult met de orcen." "Nou, daar ben ik het anders niet mee eens!" "Volgens mijn baas ziet anders iedereen dat. En Grijze Reiziger is alleen zijn adviseur, dus hij weet veel. [Oeps, de Grijze Reiziger zijn adviseur, dus haar baas is nog hoger?!] Jij bent ook uitgezocht door de Grijze Reiziger hè? En nu zit je met die naarlingen in zo'n groep die zich overal mee bemoeien. Maar die elf is al onderhanden genomen en is veilig opgeborgen, zodat hij niet meer met zijn harpoenen op onze beesten kan schieten. Trouwens, volgens mij wordt jij ook in de gaten gehouden. Maar gaan jullie nu helpen bij de vallei? Die bandieten zijn goblins, net als die bij jullie." "Weet je waar ze zitten?" "nee, dat weet ik niet, maar ze pesten de boeren. Die roofridder is al een oud probleem, maar daar kunnen we niets aan doen. Hij zit iets verderop." "Maar Marsja, heb je zin in een wandeling?" "Nee, dank je. Ik heb het eigenlijk te druk. Ik zou niet eens met je mogen praten, maar ik dacht dat je me niet zou vinden. Je schijnt een soort druïde te zijn." "Zo ongeveer, maar ik ben nu weer echt een druïde. Alleen ik moet eerst heel snel naar Grijze Reiziger." "Jammer, omdat hij je baas is? Je kunt natuurlijk ook niet weten wie hoger is. Je bent ook niet van de Orde van de Eenhoorn, daarom kun je dat niet weten." "Orde van de Eenhoorn? Is die van dit woud?" "Weet je dat niet? Daarom ben je ook een verrader. Maar voor een verrader ben je wel aardig anders." Ik krijg het idee dat Marsja best wel veel over mij weet. Blijkbaar ben ik daar goed over de tong gegaan. "Voor mij is het heel belangrijk dat ik Grijze Reiziger vind." "Die is zoek hè? Je moet het zelf weten hoor. Daaag." "Dag Marsja. En bedankt voor het gesprek dat er wel en niet was." Glimlachend loopt Marsja weg en verrukt kijk ik haar nog even na. Ze vond me aardig. Maar weer terug naar de werkelijkheid. Ik kan nog wat betere maretak gebruiken dan dat ik nu heb. Ik snij wat maretak die in de eik zit en ondanks dat het 'Mindere' maretak is, is hij beter dan wat ik had. Na 3 uur kom ik terug bij de grot met een wereldse glimlach.
Na 4 uur ziet de groep 2 wolven met konijntjes terugkomen. De ene moet vast Traz zijn, de andere is een wolvinnetje die hij ergens heeft opgescharreld, de snoeperd. De tekening van de wolvin is dezelfde (grijs) als die van Trazwolf, ofwel je zou er van af kunnen leiden dat Trazwolf eigenlijk heel terecht een boswolf is. Nu nog even terug naar de wortelen van zijn bestaan, het woudloperschap en hij is hartstikke perfect. Krodahl die nog niet alles kwijt is van zijn avonturiersvaardigheden als vechter, weet ook op een fatsoenlijke manier een vuurtje aan te leggen. Daarboven worden de konijntjes geroosterd en vervolgens onder ons en de 2 wolven verdeeld. Want Trazwolf en wolvin zaten netjes te wachten totdat ook zij een deel kregen. Krodahl vraagt aan Irdor of hij niet weer eens wil proberen om met Ina in contact te komen. Nou, volgens mij zou dat moeten lukken dus. Irdor wil dat wel doen voor Krodahl en probeert contact te zoeken met Ina met een hele grote reikwijdte op deze wereld. Hij gaat op zoek naar Ina, als Ina en kan haar op deze wereld echter niet vinden. Geen spoor van haar te vinden, ofwel Irdor heeft geen idee. Het kan natuurlijk zijn dat hij verkeerd gezocht heeft op de verkeerde manier. Maar Krodahl wordt er niet geruster op. Mussurana vraagt dan aan mij of ik nog kruiden heb gevonden en ik kan er niets aan doen, maar met een grijns kan ik de vraag bevestigend beantwoorden. Dat doet me er wel aan denken om de brandzalf te maken en de mensen er mee te behandelen. Maar goed Mussurana merkte blijkbaar dat er meer was en vraagt na de behandeling door. Dan vertel ik hen over Khemron dat hij gevangen is, over de goblins en de roofridder. Trazwolf gaat er met zijn vriendinnetje er weer vandoor om later terug te komen met 2 zwijntjes. Trazwolf laat blijken dat hij Mussurana niet goed vindt ruiken, ziekelijk dus. Mussurana vraagt aan Bnodje of we het niet gewoon aan de goblins kunnen vragen of ze niet kunnen oprotten. Bnodje antwoordt dan terug: "Zijn dom; domme beergoblin boos. Heb wel ideetje: beergoblin keel door", terwijl hij een bijpassend geluidje maakt. En dat geluidje gaat wel even door als hij demonstreert hoe je met de goblins moet onderhandelen. Deze avond geef ik Traz nog een genezing en er wordt gewoon wacht gehouden.
Timtar, 22e Laatste Oogst
Voor vandaag hebben we zwijnenvlees en het weer blijft goed. We besluiten om onderweg naar voedsel te kijken. Dat kijken gaat goed en onderweg schieten we een ree neer en een zwijntje. Krodahl vindt een paar knollen en bessen evenals ik. We hebben nu voor twee dagen voedsel. Hetgeen ik heb gevonden ziet er heel lekker en smakelijk uit, dit in tegenstelling tot wat Krodahl heeft gevonden. Maar vertel eens eerlijk: verwacht je anders van een druïde? Nou Trazwolf blijkbaar wel, want die begint te grommen tegen mij en ik denk ook het eten. Hum, volgens mij is er wat mis, zal ik toch maar even vragen. Ik maak dan gebruik van mijn kracht om met dieren te praten en vraag aan Trazwolf wat er aan de hand is. Zo kom ik er achter dat hetgeen ik heb meegebracht niet goed is, althans volgens de wolf. En een wolf heeft een goede neus, dus daar vertrouw ik wel op. Toch wel teleurgesteld strooi ik de blaadjes weg en zo. Dat gaat tenminste wel goed. Een paar van die kruiden hou ik trouwens maar na een wat gerichter blik, want die kunnen goed gebruikt worden als medicinaal kruid.
's Middags wordt er weer hetzelfde gevangen, Trazwolf een ree en Krodahl voor de groente. Ik zoek deze keer niet mee. In de avond zijn we weer tafereel van een verschrikkelijk proces: Trazwolf wordt weer Traz. Heel belangstellend vraag ik naar zijn vriendinnetje. Dat was wel leuk, maar hij vertelt ook van de Eenhoorn en de madeliefjes. "Oh, daarom heten ze zo", zeg ik dan. Ik leg de vragende gezichten uit dat de druïden alhier, druïden van de Orde van de Eenhoorn zijn. Vervolgens volgt er een gesprek of we de goblins nu wel of niet gaan afmeppen. Traz is er een grote voorstander van, "Die meppen we toch gewoon even in elkaar, die goblins". Krodahl echter niet en om eerlijk te zijn ik weet het niet. Ik sta eigenlijk best wel in een in grote tweestrijd: Moet ik nu echt eerst de Grijze Reiziger opzoeken, voordat ik serieuze contacten aanga met de druïden gezien de waarschuwingen van de Avatar, of moet ik nu eerst naar de Landsdruïde gaan, want hij is tenslotte onze aller baas. Maar goed we laten het eten ons goed smaken.
Tegen de avond komt er een hele grote vleermuis naar ons toegevlogen, eentje van het 'prettige' soort. De vleermuis ziet er dan ook erg gevaarlijk uit met die grote tanden. De landing gaat echter blijkbaar moeilijk, want de vleermuis dondert op de grond. Traz staat klaar om in te grijpen bij enig onheil. Maar Krodahl kijkt heel blij naar de worstelende hoop op de grond. Hij rent er overgelukkig naar toe en we zien dan dat hij Ina in zijn armen heeft. Inderdaad, zie ik Irdor denken, daar zocht ik niet naar. Dan horen we galop en wat ik eigenlijk al min of meer verwachtte gebeurd: In galop komen onze paarden aan samen met Dwaallicht (en Mara?). Ina vertelt dat ze bij de paarden terecht kwam en ze heeft ze toen meegenomen naar hier. Krodahl vraagt bezorgd hoe ze zich nu voelt. "Sinds een paar minuten stukken beter", antwoordt ze lief en het is duidelijk dat ze Krodahls bezorgdheid wel leuk vindt. Zoals gewoonlijk is Ina nog steeds bleek, maar haar lippen zijn rood, dus ze is in redelijk goede conditie. Hoe roder de lippen, hoe beter de conditie: Hoppa!
Krodahl is een stukje gaan wandelen met Ina en als ze een tijdje zo lopen, durft Krodahl het eindelijk aan en vraagt plots aan Ina: "Wil je met me trouwen?" "Echt waar? Wil je dat met mij, een vampier!?" Krodahl geeft een hele reeks aan redenen aan en de belangrijkste is toch wel zoals hij zich gevoeld heeft toen ze van hem weg was. Ina is voor de schijn nog even weerbarstig, maar al vrij snel laat ze zich veroveren door Krodahl. Die slaat dan helemaal door, want hij wil dan ook half‑vampier worden. Maar dat is een beetje moeilijk; of je moet even een halfgod in de buurt hebben die hij kan bijten. Toch maar niet. "Ben ik niet koud in bed?", vraagt Ina dan bezorgd. "Nee, helemaal niet. Krodahl gaat echter door; hij wil niet maar 40 jaar met haar leven. Daar kan ze misschien wel wat aan doen. Ze kan iets doen waardoor je ouder wordt, toch maar niet dus. Maar ze wel dan wel ergens gaan wonen en Krodahl gaat daar helemaal mee accoord. Dan vertelt Krodahl wat er is gebeurd in de tijd dat zij afwezig was. Daarbij schildert hij, blijkt achteraf, mij wel heel slecht af en Ina vindt dat helemaal niet leuk dat ik dat allemaal gedaan heb. Ina vertelt dat nadat zij vlakbij de paarden terecht was gekomen hen ook heeft opgezocht en ze hiernaar toe heeft geleid. Ze zijn hier in één ruk naar toe gegaan en slechts af en toe gerust. Ze vertelt hem dat hij zich niet zo ongerust had moeten maken; ze kan hem toch altijd vinden. De reden waarom ze zolang is weggebleven is dat ze had nagedacht. Zij kon ons toch niet goed helpen daar in Umons daar ze niet kan vechten. Daarom is ze eerst de paarden gaan halen. Krodahl legt uit dat hij zijn hogere machten niet meer kan doen, anders had hij wel een boodschapper gestuurd. Trouwens, kon toch niet, want hij heeft zijn boodschapper er al op uit gestuurd. Ina vindt het eigenlijk ook best wel goed zo, was toch een enge?
Krodahl en Ina komen terug van hun wandeling en ze stralen alle twee en Krodahl heeft een gigantische grijns op zijn gezicht: "Ja, we gaan trouwen". Ze worden door de rest uitbundig gefeliciteerd en als ik Ina een kus geef is die wel apart: het is koude kus, maar het heeft wel iets. Maar door wie laten ze zich inzegenen? Dat weten ze nog niet. Bnodje staat een beetje raar te kijken; hij snapt er helemaal niets van. Hem wordt het begrip trouwen dan uitgelegd wat heel moeizaam gaat. Uiteindelijk eindigt het in een: "Hij is baas, dus heeft vrouw. Niet voor de groep?". "Je kan een knal krijgen!", is Krodahls antwoord. "Nee, nee, niet mensenvrouw, goblinvrouw. Bnodje ook goblinvrouw, 2 vrouw. Jij roept, vrouw komt. Roep dan." "Nee Bnodje, zo werkt dat niet." "Jammer, maar jij niet roept voor Bnodje?" "Zucht..." Het is duidelijk dat Bnodje denkt dat Krodahl Ina naar zich toe heeft geroepen en Ina daar ook helemaal niets over te zeggen heeft. De verschijning trouwens waarin Ina naar ons is toegekomen, de vleermuis, is trouwens ook niet mis. De vleermuis zag er toch behoorlijk sterk uit en Krodahl in zijn eentje en Traz ook, zouden er een hele dobber mee hebben. Moeilijk te verslaan dus. En als je Ina nu bekijkt, is ze zo'n tenger vrouwtje, maar wel sterk. Dan vraag ik naar hun huwelijk, of ik ze misschien kan inzegenen? Nu ik Ina's aandacht heb, moet ze klaarblijkelijk ergens aan denken, want met een soort 'Oh ja' kijkt ze mij aan. "Ik vond het helemaal niet leuk, zoals je tegen Krodahl deed. Ga nu maar op je kop staan!" En inderdaad ik ga zomaar op mijn hoofd staan en met een knalrooie kop kom ik tot me besef dat ik op mijn kop zit. Hé, wat is hier nou weer gebeurd? Ik had best wel wat behulpzamer kunnen zijn volgens Ina en wa ze dan zegt slaat nergens op: Dat ik jaloers op hen ben. Poeh, wat een onzin. Maar goed, Ina wil zich niet laten inzegenen door mij en ze laat nog even blijken dat ze het niet leuk vond, zoals ik me gedroeg tegenover Krodahl. Het maakt allemaal niet uit als ik probeer uit te leggen dat ik wel vertrouwen in haar had dat ze hem weer zou terugvinden. Dat heeft ze immers een keer uitgelegd. Traz en Irdor krijgen als afloop van dit onderonsje een dikke zoen als dank voor hun hulp aan Krodahl, waardoor Krodahl verschrikkelijk jaloers naar die twee staat te kijken. Zo, hebben we dit ook weer gehad, dan kunnen we verder.
We reizen nu met de paarden, waardoor we een heel stuk opschieten. Op een gegeven moment komen we zelfs het woud uit. Daar aan de woudrand kijken we van bovenaf een vallei in. We kunnen redelijk ver zien en we aanschouwen een rivier en wat huisjes. Heel in de verte zien we op een rots een kasteel staan op zo'n 2 dagen reizen afstand. Dichterbij op een heuvel zien we ruïne van een soort kasteel. De vallei ligt tussen twee bergen in en is vrij breed. Links van ons, zuidoost, ligt de ruïne. Een beetje ten noordwesten van ons ligt het kasteel op de rots. Pal rechts van ons op zo'n 50 meter ligt ook een ruïne en die ruïne heeft wel wat, iets aparts. Het was een soort kapel of zo van ongeveer 6 meter van witte steen, wit marmer hetgeen nu helemaal is overgroeid. Ik ben hier eerder geweest! Weer krijg ik even een flits terug uit het grijze gedeelte van mijn geheugen. Met de ruïne is trouwens wel wat mee en het spreekt het meeste Krodahl aan. Er is een met struiken overgroeid pad naar toe en het is te zien dat er al heel lang niemand meer is geweest. We gaan er naar toe en zien dat het inderdaad een kapel is geweest, maar nu helemaal overgroeid is. Alhoewel geweest, de kapel is niet ontwijd, alleen erg verwaarloosd. Wel zie ik dat de natuur er zacht mee omgegaan is en er nu mooie rode herfstbloemen op groeien. Het spreekt Krodahl erg aan en hij stapt af en loopt er naar toe. Ina volgt hem en steekt haar arm in de zijn. De marmeren trappen zijn doorschoten van mos met witte bloempjes. Bij de ingang heeft zich een prachtige klimop genesteld. De ingang is vrij dus we kunnen naar binnen, hetgeen de rest ook doet. Ik ga niet mee daar ik druïde ben en niets in tempels en dat soort dingen te zoeken heb. Ofwel ik ben misschien wel te voorzichtig geworden met godsdienstige dingen, maar wat wil je als je van een Avatar uitdrukkelijk te horen krijgt dat je je absoluut niet mag bemoeien met godsdienstzaken en eigenlijk zelfs niet met de druïdezaak. Toch is de natuur vriendelijk voor deze kapel geweest. Ook speelt er een andere ondefinieerbaar iets mee. Het feit dat ik weet dat ik hier al eerder ben geweest en het uitzicht me bekend is. Ben ik toch bang om meer te weten te komen?
De anderen lopen de kapel binnen en op een gegeven moment staan ze een beetje achterin waar een prachtige witte altaar staat. Op het altaar bevindt zich een klimplant met mooie witte bloemen. Op dat moment gebeurt er iets en Krodahl staat verward te kijken. De rest heeft iets gevoeld (ik niet dus) en Krodahl vertelt dat hij de kapel in zijn oorspronkelijke staat zag. In de kapel was een menigte, blij en in een feeststemming. Voor het altaar stonden een jongen en een meisje en achter het altaar een man. Toen kwam er iets, waarschijnlijk een vrouw, flink duur gekleed en die zei iets. De jongen keek verbaasd terug: "Hoezo?" en het meisje is erg onder de indruk en rent de kapel uit met de woorden: "Nee, dat kan niet waar zijn!"
Orson Warloc