Sessie 128, 23-04-1995, Afwezig: -

 

 


Rotar, 23 maand van de Laatste Oogst.


      De kleding van het visioen was ouderwets, het gezelschap gemengd (zowel duur als minder duur geklede lui). Tenminste, dat is wat Krodahl en Ina ons vertellen. De plek voelt vrij krachtig aan, het zal dus wel kloppen.

 

      We filosoferen wat over trouwen. Zo is er een trouwgod, de vrouw van Ahm, de godin van het goede geluk of zo. Ze heeft inderdaad iets met witte bloemen, maar hoe ze heet weten we niet. De dru‹den doen ook aan huwelijken, en een band die door hen bevestigd is verbreek je niet.

 

      Aangezien Krodahl en Ina duidelijk aarzelen of dit misschien een plek is waar ze kunnen trou­wen stel ik voor dat ze er mediteren. Krodahl weet namelijk echt niet hoe hij moet trouwen. Dat hij zelf niet op het idee komt, het zullen de zenuwen wel zijn.

 

      De meditatie gaat Ina nou niet bepaald goed af, ze zit de hele tijd te giechelen. Krodahl heeft er gelukkig wat meer ervaring mee en weet te melden dat dit altaar al tientallen jaren niet meer gebruikt maar nog wel gewijd is. De godheid van deze kracht voelt volgens hem aan als een ingehouden macht, heel veel macht die hier heel subtiel hangt. De macht wil iets, wacht op iets. Krodahl weet dat er iets gebeurd is en dat sindsdien de kapel niet meer gebruikt kan worden. Het voelt aan alsof het hier spookt.

 

      Buiten mogen we het hele verhaal nog een keer aan Orson opdissen. Waarom is hij ook niet gewoon mee naar binnen gegaan? Omdat hij haast heeft waarschijnlijk, hij stelt in ieder geval voor verder te gaan. Dat mag dan zonder Mussurana. Deze wil er namelijk een tijdje tussenuit. Er zit hier volgens hem een klooster in de buurt waar hij een tijdje heen moet. Mussurana weet niet wan­neer hij weer terug komt, maar hij zal ons dan wel vinden. Tja, erg leuk vind ik het niet, maar ik kan me best voorstellen dat Mussurana terug moet rapporteren. Hij heeft tenslotte niet aan zijn opdracht voldaan. En het is beter zoiets zelf te melden dan dat ze je op komen zoeken. Van die toestanden zoals Orson en ik die hebben wil hij niet. Welke toestanden? Nou ja, Irdor vraagt en krijgt in ieder geval een haarlok van hem, we kunnen dus altijd nog contact met hem opnemen. En Mussurana zal niet op Krodahl's huwelijk ontbreken, wanneer en waar die dan ook moge zijn.

 

      Dat was Mussurana. Klaarblijkelijk hebben zijn woorden Orson eens aan het nadenken gezet. Plotseling wil hij niet meer rechtstreeks naar Grijze Reiziger. Nee, nu zit Orson een beetje met de naam die hij onder de dru‹den heeft. Verrader is inderdaad geen leuke naam om te hebben, zeker als het gewoon onterecht is. Hij wil echter eerst proberen de dru‹den gunstig te stemmen alvorens ze onder ogen te komen. Op zich is dat natuurlijk een beetje overbodig. Als je ze het allemaal precies uitlegt zullen ze het vast wel begrijpen. Maar voor het wegmeppen van een paar goblins ben ik altijd te vinden. Waarom die dru‹den dat niet zelf gere­geld hebben snap ik niet. Hm, misschien wel om zo Orson de kans de geven zijn naam te zuiveren. Ja, dat moet het zijn.

 

      Als je denkt dat we nu eendrachtig op die goblins afgaan, dan ken je onze groep nog niet. Om een of andere belachelijke reden wil Krodahl dat Orson hem om hulp vraagt tegen de goblins, terwijl Orson dat juist vertikt. Iets met in de schuld staan en meer van die onzin. Ik vraag Krodahl wel om hulp, maar dat schijnt weer niet te tellen, zucht. Afijn, uiteindelijk gaan we er toch met zijn allen op af.

 

Tegen een uur of twee arriveren we bij het dorpje. Het ziet er vredig uit. De eerste woning die we tegenkomen is die van de pottenbakker. De bandieten zitten volgens hem in de buurt van de oude ru‹ne en in de buurt van het kerkhof. Ze hebben er zowel overdag als 's nachts last van. Er worden lichamen van het kerkhof gehaald en verafgelegen boerderijen worden overvallen door goblins onder leiding van een grote harige.

 

      Aangezien we hier bij een pottenbakker zijn koopt Irdor er wel een potje met een deksel voor een halve koperstuk. Dat wordt dus wisselen van een zilver. We vernemen verder nog dat het dorp al geklaagd heeft bij de druïden en dat er een goblin bij zit die wat doet met lijken. Volgens Bnotje is dat een goblin met een gelukkie. We kunnen verder bij de boerderij van Sjannie over­nachten.

 

      Het plan wordt simpel: 's Nachts overnachten we op de begraafplaats en ruimen we daar de boel op, en morgen pakken we dan de ru‹ne. Echt een goed en praktisch plan dus.

 

      De begraafplaats blijkt er maar gewoontjes en gewijd uit te zien. Het is gewijd aan Serena en meet twaalf bij twaalf meter. Het hekje van de begraafplaats is een beetje vernield en een aantal graven zijn omgewoeld. Gewoon een kerkhofje met een kappelletje van Serena en een stel omwoelde graven dus. Oftewel, hier klopt iets niet.

 

      Krodahl gaat even terug naar de pottenbak­ker. Deze concludeert dat Krodahl zich bedacht heeft en toch zo'n mooie mok wil hebben, waarop Krodahl maar toegeeft. Hij koopt er een eentje voor drie coppers en leert ook dat Sjannie de begrafenissen hier doet.

 

      Wij naar Sjannie. Ze blijkt een vrij dikke vrouw te zijn, en volgens haar is het niet pluis op het kerkhof. Zelf is een gewijde priesteres van Serena, compleet met de daarbij behorende god­delijke krachten. Haar ceremoni‰le kracht voor een begrafenis heeft ze altijd gebruikt, de lijken horen dus helemaal niet meer te kunnen opstaan. Vreemd.

 

      De eerste paar keer dat er iets op het kerkhof gebeurde heeft Sjannie nog wel geprobeerd de ondoden te turnen, maar dat is haar nooit gelukt. Ook is ze 's nachts wel eens op het kerkhof gaan kijken en zag ze toen hoe Janke uit haar graf kwam, een graf waarin ze al een paar jaar lag. De keer erna was het de er pas drie maanden liggende Krill. Volgens Sjannie staat er ongeveer eens in de drie dagen een lijk op. Waar ze blijven? Wel, een paar dagen geleden heeft iemand een hele troep van ze gezien terwijl ze een boerderij aan het ter­roriseren waren. En verder zitten ze bij de ru‹ne, een ru‹ne waar het altijd al niet pluis is geweest. Er heeft vroeger een familie gewoond waarvan alle leden ziek zijn geworden., zo'n twee eeuwen geleden. Het betrof een soort vollemaansziekte. Ze gingen in de kelder dwalen, en mensen die door hen gebeten werden, werden harig en zo. Echt gezellig dus.

 

      Over het kapelletje weet Sjannie ook wel iets. Het visioen dat Krodahl en Ina zagen heeft ze zelf nooit gezien, maar er zijn wel vaker reizigers geweest die het gerapporteerd hebben. Het gaat om een gebeurtenis van zo'n dertig, veertig jaar gele­den. Een zoon uit een rijke familie van een paar valleien verderop was toen verliefd op een meisje van eenvoudige komaf. Het schijnt dat ze in de kapel wilden trouwen, maar dat er toen iemand achter het geheim van die man gekomen is en dat aan het meisje verteld heeft. Het meisje stortte zich in het ongeluk en sindsdien kan er niemand meer in de kapel trouwen.

 

      Uiteraard vragen we wat tegen weerbeesten helpt en volgens Sjannie is dat weerkruid. Ze heeft er nog wel een bosje van liggen, maar gezien de zeldzaamheid ervan is het wel duur. Bovendien heb je er volgens haar niets aan want die familie zit er allang niet meer. Irdor koopt het toch maar voor tien zilver, beter mee verlegen dan om verlegen. Volgens Ina is het trouwens gewoon wolfskruid.

 

      [Even voor de administratie, Orson heeft 1 zilver en 3 koper betaald]

 

      We zijn het er al snel over eens dat over­nachten op de begraafplaats weinig zin zal hebben. Daar zit de bron niet, de bron zit in de ru‹ne. Er op af dus. Maar plotseling heeft Orson helemaal niet zo'n haast meer. Hij doet zelfs alle mogelijke moeite om ons er van af te houden. Hm, normaal is hij toch niet zo'n bangeschijterd. Dru‹de of niet, ik laat me door hem niet tegenhouden. Hoe eerder we het zaakje hier afgehandeld hebben, des te eerder kunnen we naar de dru‹den toe. We kunnen Khemron toch moeilijk daar al die tijd alleen laten zitten?

 

De ru‹ne blijkt wat hoger te liggen dan het omringende land. Het had vroeger vier torens met muren ertussen. Alleen de rechtertoren en een stuk van de poort staan nu nog echt overeind. De gebouwen en de binnenplaats kun je gewoon zien. Op de muren staan een paar lui op wacht. Krodahl leert van Bnotje even snel het woord voor 'spring af'. Hij schijnt het leuk te vinden om ze dat te laten doen, typisch Krodahl. Mijn plan is simpel, erop af! Niet met deze groep dus. Eerst moet er verkend worden. Toegegeven, goblins die nog steeds op de muren staan is vreemd. Ze moeten iets achter de hand hebben, maar wat? En dus krijgt die creep van een dwaallicht een bescherming tegen projectielen en gaat het op verkenning uit. Irdor rapporteert dat het echt een ruïne is. De binnenplaats was ooit 42 meter breed en 24 meter richting de bergen, met daarbuiten de torens, ieder met een doorsnede van zes meter. De poort springt over een negen meter breed stuk twaalf meter naar voren uit. Er is een soort van greppel waaroverheen planken liggen. In het zuidwesten staat nog een stuk van de muur en een gebouwtje overeind. Voor de rest is het kasteel duidelijk flink afgebroken, de stenen bevinden zich nu waarschijnlijk in de omringende boerderijen. Het enige andere intacte gebouwtje bevindt zich tegen de noordmuur. Een goblin haalt daar net een hele grote wolf uit. Er zitten er nog meer in het gebouwtje. De goblins hebben al die tijd wel dwaallicht met pijlen bestookt, maar die waren steeds mis. Nu halen ze er echter een kleine goblin met een staf bij, reden genoeg om de verkenning voor beëindigd te verklaren.

 

      Het probleem is duidelijk, hoe komen we zo snel mogelijk bij de ruïne? Ik mis echt een fatsoenlijke boog. Bnotje wil zijn flupding wel graag terug en van mij mag ie. Hij verdwijnt om op zijn verraderlijke manier ons te helpen. Ik zou wensen dat hij die goblins ging helpen, het zou het leven er heel wat simpeler op maken. Irdor heeft verder nog wat zooi, waarvan hij de bescherming tegen wezens op Krodahl doet en een bescherming tegen gevaar, en dan met name projectielen, op zichzelf. Ach, zolang ik die troep maar niet over me heen krijg is het mij allang best. Het schijnt echter dat Krodahl's zegen ook op mij werkt. Nou ja, we kunnen nu in ieder geval eindelijk mijn plan gaan uitvoeren. Dender, dender, dender, er op af!

 

      Zodra we binnen bereik zijn daalt een pijlen­regen over ons neer. Het is maar goed dat goblins altijd van die beroerde boogschutters zijn. Nu krijgt alleen Irdor een schampschot [-2 HP] en sneuvelen er drie van die inferieure bogen.

 

      Het nadeel van zo'n pijlenregen is dat er altijd wel een toevalstreffer tussen zit. Het is maar goed dat ik die krijg [-6 HP in de borst], ik kan het tenminste nog een beetje hebben.

 

      Op honderd meter raken ze onze paarden. Die van Krodahl krijgt slechts een schampschot [-1 HP], maar Rap krijgt een echte voltreffer [-6 HP]. Gelukkig blijft Rap overeind.

 

      Krodahl en zijn paard krijgen vervolgens ieder nog een schampschot [-1 HP] te verwerken.

 

      We zijn de ru‹ne op zo'n vijftig meter genaderd als we hulp krijgen van een grote vleermuis, Ina is echt snel. Ze valt twee goblins aan en weet er eentje te raken. Het effect is dat er nog maar drie goblins met boog actief zijn. Helaas schieten die op deze afstand wel beter. Orson, die bij mij achterop zit, krijgt twee treffers te verwerken [-3 HP en -4 HP].

 

      We zijn bijna bij de poort. De goblins proberen als een razende de planken naar binnen te halen. Verder krijgt het paard van Krodahl een voltreffer [-6 HP] en struikelt het. Krodahl en Irdor vallen op de grond [-1 HP voor Krodahl, -2 HP voor Irdor].

 

      Aangezien Rap al volzit en de beste hulp voor Krodahl en Irdor is dat we de goblins uitschake­len, ren ik met paard en al de binnenplaats op. Ina valt weer twee goblins aan en weet er dit keer eentje van de muur te laten flikkeren. Die vecht niet meer mee.

 

      Ik zie twee zwarte vormen voorbij stormen maar kan me daar verder niet mee bezig houden. Snel springen Orson en ik van Rap af en richten we ons op de aanstormende beergoblin. Een of andere stoffen vorm jast boven ons nog twee goblins van de kantelen af. Mooi, Krodahl leeft in dus nog.

 

      Terwijl die dust devil  een goblin tot reepjes reduceert, mept Ina een andere van de kantelen af. Orson houdt de beergoblin een beetje bezig, terwijl ik Ra's bescherming vraag.

 

      Klaar voor het gevecht geef ik de beergoblin maar eens een stevige tik. Deze mist op zijn beurt, evenals Orson. De dust devil veegt de kantelen verder schoon. Twee worden er van de kantelen afgekeild, en een derde wordt beschadigd. Ina pakt een goblin op de binnenplaats. Helaas zijn er daar nog meer. Eentje daarvan breekt zijn mes, een andere steekt een speer in mij [-3 HP]. Op zich is dat natuurlijk minder, maar gelukkig vliegt de speer in de fik, die zal straks weinig schade meer doen. Orson krijg een warg bovenop zich maar blijft overeind staan. Verder zie ik vanuit mijn ogen ook nog zo'n onderkruipsel wat raar staan doen met een stokje.

 

      Gelukkig doet dat onderkruipsel het niet lang, Bnotje snijdt hem de strot af. Orson richt zich verder op de derde warg die ten tonele is verschenen en doet het beest flink wat schade. Ik hou de beergoblin bezig, hup, weer een flinke mep. Ina pakt haar volgende goblin. Zelf doen de goblins, warg en beergoblin eigenlijk niets. De warg komt zelfs even te dicht bij me. Schroei, kai, mooi!

 

      Een van de overgebleven goblins weet Orson's broek te beschadigen. Deze mept onder­tussen gewoon even de warg dood. Helaas duurt dat bij een beergoblin wat langer, maar die voltreffer op zijn kop vond hij vast niet leuk. Ina verdwijnt van het strijdtoneel.

 

      De goblin beschadigt nog net Orson's mantel voordat hij door Bnotje op een lafhartige wijze wordt afgemaakt. Orson maakt de beergoblin af, maar ook deze weet eerst nog een keer raak te meppen, en wel op mij. Paf [-12 HP], dat komt aan.

 

      Met het gevecht binnen gewonnen begeven Orson en ik ons naar de groepsleden buiten. We treffen daar een boze Ina die Krodahl aan het verzorgen is. De reden van haar boosheid is Irdor. Wat blijkt:

 

      Nadat hun paard gevallen was deed Krodahl een dust devil bij de boogschutters terwijl Irdor zijn zwaard trok. Daarna wilde Krodahl nog zijn 'spring af' commando roepen, maar een speer [-4 HP] verstoorde zijn concentratie. Irdor wilde op de twee wargs afstormen die er vanuit de ru‹ne aankwamen, maar dat stomme zwaard van hem vond Krodahl een veel beter doelwit, die was tenminste vlakbij. En dus werd het Krodahl. Diens bescherming tegen Chaos werd volkomen aan flarden geslagen, en de zwaardhouw [-11 HP] kwam voor Krodahl als een complete verrassing. Hij rende naar de wargs toe om maar uit Irdor's bereik te komen en kreeg er eentje van tegen zich op. Gelukkig had Irdor toen ook een warg tegen­over zich, welke hij eerst mistte. De warg mistte Irdor niet [-3 HP]. Krodahl greep de gelegenheid te baat om verder van Irdor vandaan te vluchten. Dat was maar goed ook. De warg bij Irdor was met diens volgende slag gedood en Irdor bleef weliswaar nog even doormeppen, lang duurde dat niet. En de andere warg liep gefrustreerd met Krodahl mee. Diens bescherming zorgde er weliswaar voor dat de warg hem niet raak kon bijten, het lokte wel Irdor zijn kant op. En reken maar dat hij er nog aankwam ook. De warg bij Krodahl hinderde hem zo dat Krodahl viel. Gelukkig was Ina intussen gearriveerd en rekende ze af met de warg, ze belandde daardoor trouwens wel op de grond. De dood van de warg maakte het voor Irdor makkelijk, dat werd Krodahl. Maar toen kwam hij gelukkig weer bij zinnen.

 

      Onze wonden worden snel verzorgd en Orson geneest de twee paarden zodat de pijlen er tenminste uit kunnen. Gelukkig hebben de beesten het allemaal overleeft. Het stuitte me toch wel tegen de borst dat we ze voor deze bestorming moesten gebruiken. Ik  moet gewoon zorgen dat ik weer een fatsoenlijke boog bemachtig, kan ik tenminste terugschieten en hoef ik Rap niet meer aan dergelijke risico's bloot te stellen. Aangezien Irdor en ik ook nog zo'n pijl uit ons hebben steken gebruikt Krodahl zijnkracht om de pijl er bij Irdor uit te halen. Ik verbijt mijn pijn wel, de paarden waren belangrijker.

 

      Irdor legt ons verontschuldigend uit dat hij de controle over dat stomme rotzwaard van hem ver­loren had. Helaas mopper ik iets te hardop over die ellendige dingen, wat me prompt weer zo'n boze blik van Orson oplevert. Etterbak. En toch heeft Ra gewoon gelijk met zijn afkeur van zwaarden. Dat is toch maar weer mooi gebleken. Niet dat ik dat Orson aan zijn neus ga hangen. Die vent is gewoon niet voor rede vatbaar zodra het die kwaadaardige ijzers betreft. Met een grijns breekt hij de pijl die nog uit mijn borst steekt af. Au, zak. Hij sluit af met de hatelijke opmerking dat het maar goed is dat ik zo goed naar mijn paard omkijk... Zeur. Sommigen vinden mensenlevens nu eenmaal wel belangrijk. Maar ik weet beter dan met een dru‹de hierover in discussie te gaan. Ik ga wel naar mijn paard, die heeft zich tenslotte echt kranig gehouden dit gevecht.

 

Het is al donker als we alle lijken begraven hebben. We horen vanuit het tweede gebouwtje geschuifel, en aangezien we niet echt toegerust zijn voor een tweede gevecht maken we dat we terug in het dorp kunnen.

 

      In de boerderij van Sjannie zijn haar zoons Karel, Dirk en Jan er nu ook. Sjannie ziet mijn verwonding en neemt me even mee naar achteren. Ze verontschuldigt zich dat ze niet zo goed in genezing is en duwt me een stokje tussen de tanden. Vervolgens gaat ze met een hand  echt in mijn schouder en haalt ze de pijl eruit. Ik zet me daarbij al schrap voor een vreselijke pijnscheut, maar alles wat ik voel is een soort tinteling. Fantastisch!

 

      De dorpelingen worden over het gebeuren ingelicht, en aangezien we ons zorgen maken over het geschuifel wat we hoorden gaan we met een heel stel naar de dichtst bij de ru‹ne liggende boerderij. Daar blijkt helemaal niets aan de hand te zijn. De bevolking heeft elkaar inmiddels zo zitten op te stoken, dat ze doorlopen naar de ru‹ne. Het spreekt vanzelf dat we ze dat niet alleen kunnen laten doen.

 

      In de buurt van de ru‹nes wordt het steeds stiller en belandt ons groepje steeds meer vooraan. Ach, dat was te verwachten, wij zijn tenslotte de avonturiers. Aangezien het initiatief  van ons moet komen, neem ik wel even een kijkje. Maar als ik daar die bewegende lichamen zie bedenk ik me pas hoe wijs dru‹den altijd zijn. En als die hier niets van moeten hebben, wie ben ik dan? Ik maak dat ik er weer weg kom.

 

      Ina en Krodahl willen niet in mijn wijsdom geloven en gaan ook kijken. Ehm, Ina dus. Kro­dahl komt alsnog tot inkeer. Volgens Ina zijn het gewoon zombies die op de binnenplaats een beetje staan te schuifelen en niks te doen. Krodahl neemt zich voor om ze te turnen, maar de aanblik wordt hem wederom teveel. Morgen. Morgen bij daglicht is het vroeg genoeg. We gaan terug naar het dorp.

 

En Khemron? Wel, deze wordt uit zijn houten hutje gehaald, krijgt zijn handen op zijn rug gebonden en iets plakkends over zijn mond. Zo wordt hij naar een heel grote boom geleid waarvoor een tafeltje staat. Achter de tafel zit een oude man, geflankeerd door een jonge man die het woord voert en een jonge vrouw die schrijft.

 

      Khemron blijkt voor het tribunaal terecht te staan vanwege de misdaden die hij in het woud gepleegd heeft. Ze hebben een onderzoek ingesteld en daarbij het volgende gevonden: Khemron schijnt een soort woudelf te zijn die vanuit het zuiden hierheen gereisd is en daarvoor nog even een heleboel boeventuig op het woud heeft losgelaten. Boeventuig die vervolgens het halve bos heeft leeggejaagd. Of dat nog niet genoeg was kwam Khemron vervolgens zelf nog even het karwei afmaken. Khemron behoort verder bij die kwaadaardige groep onder leiding van een verrader dru‹de aan wie hij waarschijnlijk trouw gezworen heeft.

 

      Khemron begint met de hooghartige medede­ling dat hij onschuldig is. Verder vindt hij jagen voor zijn eigen voedsel toegestaan. Wat Umons betreft volstaat hij met de mededeling dat hij voor Grijze Reiziger werkt en dat Umons door de goden verwoest is en niet door zijn groepje. Of de druïden in het vervolg hun onderzoek niet eens wat beter zouden doen?

 

      De druïden zijn duidelijk niet onder de indruk van dit elvenbetoog. Ze hebben niets nieuws gehoord. Aangezien ze niemand hebben kunnen vinden die Khemron wilde verdedigen, dient hij zelf de beschuldigingen te weerleggen, iets waarin hij nou niet bepaald geslaagd is. Zo leiden ze uit Khemron's betoog af dat hij dus beweert dat hij opdracht heeft gehad van Grijze Reiziger om het boeventuig op het woud los te laten. Dat ze die bewering niet geloven moge duidelijk zijn. Nee, Khemron werkt voor de verrader! Ze kennen dat groepje verder wel. Er zit daar ook een woudloper bij, en die werkt inderdaad voor Grijze Reiziger. Een woudloper waarmee ze ook nog niet klaar zijn. Khemron's levensbehoeften worden verder ondergeschikt aan die van het woud gevonden. Khemron zou heel goed de laatste ree hier geschoten kunnen hebben, en aangezien hij nou niet bepaald de laatste elf is...

 

      De druïden laten duidelijk merken er niet van overtuigd te zijn dat Khemron voor Grijze Reiziger werkt. Khemron's enige verweer hiertegen is een verwijzing naar de afwezige Traz. De betrokkenheid van de goden pleit echter niet erg voor Khemron.

 

      Een ander puntje is dat als je mensen bevrijdt, je ook verantwoordelijk voor ze bent. En heeft Khemron's groepje die mensen begeleid? Volgens de informatie van de druïden niet. En wilde hij verder soms beweren dat hij helemaal niet wist dat hij daar niet mocht jagen?

 

      Khemron volhardt in zijn onwetendheid en blijft het hof verwijten dat ze hun zaakjes niet goed voor elkaar hebben. Ook doet hij een beroep op de rechtvaardigheid van de druïden. Het hof vindt dit vreemd, Grijze Reiziger staat namelijk bepaald niet bekend om zijn rechtvaardigheid. Ze zullen zich echter beraden.

 

      Tegen de avond krijgt Khemron de vraag wat hij wil eten. Khemron heeft echter geen trek in zijn galgenmaal. In plaats daarvan informeert hij naar de beroepsprocedure. Beroep tegen een uit­spraak van het hof blijkt mogelijk te zijn, mits ze het de moeite waard vinden om er hoge mensen voor te storen. Als Khemron vervolgens mediteert krijgt hij weinig contact, behalve een soort bezorgd gevoel van Shiraan. Hij bedenkt zich dat hij eigenlijk helemaal geen mededogen heeft getoond voor de mensen hier. In plaats daarvan heeft hij ze alleen maar ge‹rriteerd.

 

Traz Wezeltand Wolf