Sessie 134, 17-12-1995, Afwezig: -

 

 


Langzaam kom ik weer bij, me bewust van de ramp die ons net is overkomen. De groep kijkt bezorgd naar me maar ik schud mijn hoofd en zeg dat het wel weer gaat. Lichamelijk klopt dat ook wel. Maar geestelijk? Ik voel me uitgewrongen, vies, verraden. Ongemerkt knijp ik er dan ook tussenuit om eventjes tot rust te komen, me tot Ra te wenden. Kan ik hem na de afgelopen gebeurte­nissen nog wel in de ogen kijken? Ja dus. Ra vertelt me dat zijn echtgenoot het jammer vindt maar het wel kan begrijpen. Jammer was het inderdaad ja. En het ergste is nog dat ik het me allemaal precies kan herinneren. Ik weet nog hoe ik die priester in die paarse mantel daar zag staan op de door het vuur verteerde open plek, hoe hij mij overnam, mij liet zeggen dat het er stikte van de wachters en dat de vent die we zochten er halfverbrand lag. Ik herinner me precies hoe hij er via mij bijzat terwijl de plannen gesmeed werden. Niet dat die plannen zo goed waren. De groep besefte maar al te goed dat ze hulp nodig hadden, hulp die ze niet konden krijgen. Duivels en demonen vormden nu niet bepaald de aangewezen weg, en om de boeren hier voor onze spullen op te offeren, zelfs voor een dru‹de vond ik dat te ver gaan. Aan de andere kant hadden we een aantal spullen echt nodig. Zonder Orson's zwaard zouden we Grijze Reiziger nooit kunnen bereiken. En Irdor kon gewoonweg niet zonder zijn boeken. Ze waren zelfs zo radeloos dat Krodahl op een gege­ven moment bereid was om op de gunst van de goede schikgodin te gokken. Helaas gooide hij in plaats van vijf keer kop keurig netjes om en om kop en munt, niet erg hoopgevend.


      Maar gegeven de radeloosheid binnen de groep was het eigenlijk niet vreemd dat de sug­gestie van die priester in zo'n vruchtbare bodem viel. Want waarom zouden we het die priester niet gewoon kunnen vragen? Een suggestie die hij uit mijn mond liet komen, huiver. En de groep wilde inderdaad te veel, eigenlijk waren alle spullen wel heilig. De priester aanvallen was ook al geen optie. Niet alleen had de groep nauwelijks wapens, de priester liet me ook nog wat akelige verhalen vertellen over een verschrikkelijke vloek die hij bij zijn dood uit kon spreken. Het zou nog wel eens waar kunnen zijn ook. En zo werd het onzalige besluit dus genomen. Je kan niet zeggen dat ze niet beter wisten. Nog voor het contact beseften ze al dat ze het kapelletje wel eens zouden moeten opgeven. Krodahl zat echter vast aan een belofte, dus daar dachten ze verder maar niet over na. In plaats daarvan concentreerden ze zich op moge­lijkheden om als de gehele groep bij het contact betrokken te kunnen zijn. Nou, daar hoefden ze niet veel moeite voor te doen. Irdor had zijn spreuk nog niet gedaan of de priester liet mijn lichaam verstarren en begon met een verdraaide stem te praten. Irdor herkende hem wel. Het was dezelfde vent als die hij in die droom ontmoet had [zie sessie 112], iets wat de priester ook wist.

 

      De onderhandelingen waren simpel. De groep wilde hun spullen terug. De priester legde even mijn ketting en hoorn af en deelde ze mede hoe blij hij was dat hij net op tijd arriveerde om onze spullen op te kunnen kopen. Hij vroeg er naar eigen zeggen niet veel voor, slechts de verbreking van een belofte. Een verbreking die ervoor zou zorgen dat die situatie hier bleef zoals hij was. Trouwen kon volgens hem ook wel voor een ander altaar. En dacht je dat de groep daar tegen in opstand kwam? Nee hoor. Ina, Khemron en Irdor, ze legden zich allemaal bij het oordeel van Kro­dahl neer. En Orson was zelfs duidelijk voor de verbreking van de belofte. Hij interesseerde zich alleen nog maar voor het vinden van Grijze Rei­ziger, de rest vormde slechts een irritante afleiding. Alleen Mussurana had een probleem met die priester, maar hij had als enige de belofte niet gedaan. Krodahl probeerde nog wat tijd te rekken maar was daarin niet erg succesvol. Even nadenken mocht, maar de priester peinsde er niet over later terug te komen. Krodahl trok zich dus maar even met Ina terug en meldde even later dat de belofte gebroken kon worden, een mededeling waarvan de priester al op de hoogte bleek. En zo brak Krodahl daar formeel zijn belofte en beloofde hij in plaats daarvan om niet voor de goede schikgodin te zullen trouwen. Een breuk waarvoor DD1      the Travellers

134-       17 december 1995

mijn lichaam het instrument was. Baal! Ik ben het er nog steeds niet mee eens, maar wat kan ik doen? Zelfs Ra schijnt zich er bij neergelegd te hebben. Morgen krijgen we zelfs onze spullen terug.

 

Ik keer terug naar mijn groepsleden. Deze zijn druk bezig met de behandeling van allerlei ongemakken die ze de afgelopen dagen hebben opgelopen. Zo zijn Orson's verwondingen gaan­ontsteken, iets wat hij met wat ontsmettingskruiden heeft proberen te genezen. Irdor heeft ook een heel smerige infectie opgelo­pen aan zijn buik. Orson en Khemron hebben eigenlijk niet het spul en de krachten om er echt wat aan te doen maar met vereende krachten fabriceren ze toch een soort behandeling waarop Irdor goed lijkt te reageren. De stop achteruitgang van Khemron helpt daarbij natuurlijk ook een handje. Irdor meldt dat het net voelt of die spreuk hem in soort pak van was giet. Zijn loopneus en keelpijn kunnen ze echter niet verhelpen, maar dat gaat vanzelf wel over. Khemron heeft trouwens ook last van een beginnende loopneus, terwijl bij Krodahl en Mussurana de blaas om de haverklap op springen staat. Alleen ik heb eigenlijk nergens last van. Tot Orson's verbazing zijn zelfs al mijn brandwonden al genezen.

 

      Hoezeer ik er ook van baal, de anderen heb­ben er recht op te weten wat me overkomen is en dus vertel ik het ze. En zoals gewoonlijk moet ik het eerst weer tien keer uitkauwen voordat ze het begrijpen. Verbaasd wordt er nog opgemerkt dat ik de hoorn en ketting pas bij die oproeping weg legde, hadden ze dan niet gezien dat ik die twee voorwerpen de hele tijd al niet meer om had? Wat de hanger van Ra betreft is dat ook vrij lastig, ik draag het altijd onder mijn kleren. Als ik het dui­delijk zichtbaar had gedragen was ze het misschien wel opgevangen, hadden we deze ellende kunnen voorkomen. Bovendien besef ik nu dat Ra het eigenlijk ook wel prefereert dat ik de hanger zichtbaar draag. Ik werp nog even tegen dat zo'n glinsterend voorwerp toch knap onhandig is bij de jacht maar Ra maakt slechts de vergelij­king met schieten in het openbaar en vanuit het verborgene. En gelijk heeft hij, alsof Ra er niet voor zou kunnen zorgen dat de hanger me niet hindert bij de jacht. En die minachtende blik van Orson doet me al lang niets meer. Boeren bij dat kasteel opofferen, misschien had die landsdru‹de toch wel gelijk.

 

      Krodahl vertelt nog wat over de meditatie tijdens zijn bedenktijd. Volgens Kroch moest hij maar niet tegen Kroch's moeder ingaan, dat deed Kroch zelf ook nooit. En verder waren goden als de goede schikgodin altijd heel vergevingsgezind. Iets wat ik alleen maar kan bevestigen. Ze staan trouwens wel met hun oren te klapperen als ik ze vertel dat de schikgodin van het geluk Ra's echt­genote was. Dat plaatst Ra volgens Krodahl op dezelfde hoogte als Kroch's pa. Pft, onzin, Ra is niet zo'n creep.

 

      Het blijkt dat de twee godsdiensten waarmee Kroch volkomen overhoop ligt, Saga en Kali, beiden halfzussen van hem zijn. Bij Kali is het daarbij ook nog zo dat die soms niet zijn zus is maar zijn broer. Kroch heeft zelf ook kinderen, maar een vrouw? Daarvoor moeten we vast bij de godsdienst van Borg zijn. Die godsdienst brengt namelijk alle familierelaties van de goden in kaart. Alleen jammer dat ze zo ontzettend fanatiek zijn. Hun kleuren zijn trouwens goud en wit.

 

      Die nacht houden we wacht en ik zoek voor het slapen gaan nog even contact met de Witte Wolf. Ik heb hem gemist.

 

Utar, 19e dag van de maand van de Droefenis.

 

      's Morgens wordt er weer gemediteerd en zo. Spoedig daarna horen we paarden en een kar, de paarse priester. Mussurana staat er net iets te ont­spannen bij. Hij gaat zijn gang maar, graag zelfs. Zelf ontferm ik me over Rap die blij op me af komt. Khemron gaat ook naar zijn woudpaard toe.

 

      De paarse priester blijkt wel te beseffen wat Mussurana wil en vraagt hem of hij dat nu meteen af wil handelen of dat het dadelijk ook kan. Mus­surana is duidelijk verbaasd, maar dadelijk is goed genoeg. De vent deelt vervolgens al onze spullen uit en heeft daarbij zelfs geen moeite met het aan­raken van de zwaarden. Daarna vraagt hij of we nog wat willen weten. Ik niet, hoe eerder die creep weg is hoe beter. Maar de anderen moeten zo nodig weer op die onzalige suggestie ingaan.

 

      Hoe hij heet wil hij niet zeggen, volgens hem doet het er niet toe. Hij vertelt ons verder dat zijn godin ons gunstig gezind is. Dat is wel even anders geweest maar onze laatste acties hebben dat weer in orde gebracht. Krodahl informeert wat dat betekent. Dat we nu weer min of meer zelf invloed hebben op de vergissingen die we maken dus. De zaak is volgens de priester weer in evenwicht, waarbij hij een grijns richting Orson niet kan onderdrukken. Volgens Orson is deze man heel extreem. Hij is in staat om ergens expres het evenwicht te verstoren alleen maar omdat hij dat leuk vindt. En hij kan het om dezelfde reden ook zomaar herstellen. Het interesseert hem eigenlijk niets.

 

      De priester wijdt wat uit over zijn godsdienst. Volgens hem is het een oude en zijn er weinig volgelingen. Dit komt omdat goden op die hoogte eigenlijk geen volgelingen nodig hebben. Hij geeft zich dan ook aan de godin uit eigen verkiezing. In ruil daarvoor kan hij zijn eigen plannen uitvoeren. Wat die plannen zijn wil hij niet kwijt, maar wij zijn er inderdaad een onderdeeltje van. Volgens de priester was het echter slechts toeval dat hij met ons in aanraking kwam.

 

      Krodahl vraagt waarom we wel altijd last hebben van de slechte kant, maar nooit hulp van de goede. Zucht, moet je vooral aan zo'n priester vragen. Die verdraait de boel inderdaad wel. Vol­gens hem zijn de 'witte manteltjes' een heel stuk the Travellers      DD1

minder tolerant. Als Krodahl nu uit de groep zou stappen, en de dru‹de, en de tovenaar, en de goblin, en de vampier, en in sommige gevallen zelfs de elf, ja, misschien dat ik dan wel de steun van zo'n 'witte mantel' zou krijgen. Zak. Ik weet echt wel hoe dat zit. De goede partij wil best con­cessies doen, maar niet aan zo'n creep als hij. En dat ze zich er alleen maar op cruciale momenten mee wensen te bemoeien is gewoon onzin.

 

      De priester blijkt totaal niet bang te zijn voor dreigementen en zo. Hij heeft zich gegeven aan zijn godin, en als zij wil dat hij sterft dan sterft hij. Mensen die daar niet toe bereid zijn betreurt hij zelfs. Een snelle dood of geen snelle dood zal hem zogezegd worst wezen, het is allemaal in de han­den van zijn godin.

 

      Krodahl komt vervolgens op het onzalige idee om te vragen of de priester misschien iets aan die vloek om zijn been kan doen. De priester kan dat wel, wat heeft hij er voor over? Achteloos merkt hij op dat hij het ook erger kan maken. Eigenlijk vindt hij die vloek wel leuk, een souvenir uit een verdwenen stad. Schikgodin van het ongeluk dekt volgens de priester ook niet echt de lading van zijn godin. Ze gaat over alle negatieve aspecten van het leven. Volgens hem is dat maar goed ook, anders zou het leven maar veel te aangenaam zijn. Sadist.

 

      Krodahl wordt de filosofische discussie wat zat, hoewel hij die volgens de priester hard nodig heeft. Kroch is volgens hem een god die tegen beter weten in dingen opbouwt, eigenwijs dus.

 

      Voor wat de vloek betreft heeft Krodahl eigenlijk geen voorwerp die hij zou willen betalen. Alsof het de priester daarom te doen zou zijn. Dat kan ik nog wel bedenken. De priester heeft inder­daad wel een andere suggestie. Hij doet wat aan die vloek en in ruil daarvoor krijgt Krodahl een kracht van zijn schikgodin. Mijn haren vliegen werkelijk overeind. Hoe kan Krodahl er ook maar over denken om een dergelijke deal aan te gaan?! Gelukkig sta ik hierin niet alleen. Ook Khemron is fel tegen. Maar als je dacht dat Krodahl zich iets aan zijn groepsgenoten gelegen laat liggen, mooi niet dus. Als een pure ego‹st kijkt hij slechts naar zijn eigen hachje en neemt hij het aanbod aan. En dan durft hij zich nog af te vragen waarom de goede krachten hem in de steek laten. Het is dat ik hier met een opdracht ben, anders zou ik hetzelfde doen.

 

      De priester schrijft wat op een stuk papier en concentreert zich er vervolgens op. Er verschijnt een paarse gloed en Krodahl hoort een kakelende heksenlach. Het eindresultaat is een paars papier met rode letters. De priester stelt voor de vloek even te testen, deze keert na afloop namelijk toch weer terug, bijvoorbeeld als het slachtoffer is overleden. En ja, de spreuk kan ook voor de eeu­wigheid gedaan worden. Hij verandert de vloek aan Krodahl's been verder zo dat deze verdwijnt als Krodahl de vloek van het papier uitspreekt en dat ie terugkomt als de vloek van het papier dat ook doet. De priester is totaal niet onder de indruk van Krodahl's suggestie dat hij de vloek ook op hem uit kan proberen, en dus doet Krodahl dat. "Ik, Brian Krodahl, priester van Kroch, etc., etc. verwens in naam van Lin de priester die hier voor me staat dat hij een snotneus krijgt waar hij drie weken last van heeft." En zo iemand moet dan leiding geven aan ons groepje. Op de priester maakt hij er in ieder geval geen indruk mee. Die vindt de snotneus alleen maar interessant. En zelf geeft de spreuk hem een plezierig gevoel, de hand om zijn enkel is ook weg. Khemron probeert Krodahl weer met beide benen op de grond te krijgen door te vragen of Kroch hier wel blij mee zal zijn, maar Orson haalt hem genadeloos onderuit: "Hoe staat het met je plantje?" Over zakken gesproken. Ik begin er hoe langer hoe meer aan te twijfelen of hij wel echt een dru‹de is. Ze noemen hem niet voor niets de verrader.

 

      Mussurana baalt ondertussen. Plotseling had het volgens hem geen zin meer om die priester te doden. Ik ken het gevoel, zucht.

 

      Krodahl blijft trouwens hardleers. Hij kan toch zelf zijn invulling aan de vloek geven. Alsof je met dergelijke krachten om kan gaan zonder erdoor besmet te worden. Het Kwade kan niet voor het Goede ingezet worden, dat weet ieder kind. Krodahl mist echter zelfs dat greintje verstand en verschuilt zich achter het feit dat het van Kroch's moeder afkomt, het blijft dus binnen de familie. Hij bekijkt het verder ook maar. Mocht hij tussen mij en mijn doelstelling in komen te staan dan jas ik gewoon een stel pijlen in hem. Ik besef nu dat ik daar inderdaad toe in staat zal zijn. En Krodahl heeft die lijn getrokken, niet ik. Dat blijkt ook wel uit het feit dat hij nu pas beseft dat Bnodje nog steeds vastgebonden zit. Die is terecht heel kwaad als hij losgemaakt wordt, spuugt op Krodahl's laars en gaat ver van hem af zitten. Een goed idee. Alleen niet goed genoeg. Het zou nog beter zijn als Bnodje gewoon vertrok. Hij ziet er echt vrezelijk uit, duidelijk gemarteld. Waarom ik niet naar hem omgekeken heb? Omdat Bnodje bij Krodahl hoort en niet bij mij. Ik heb hem nooit bij de groep gewild en wil hem er eigenlijk nog steeds niet bij. Goblins en mensen horen niet bij elkaar, zo simpel is dat. Maar hij is er nu eenmaal en ik tolereer hem, en daar ligt voor mij de grens. Krodahl wil zo nodig zo'n wezen met zich meeslepen, hij zorgt er dan ook maar voor. Ik ga wel jagen, ik heb mijn buik meer dan vol van die lui hier.

 

      Orson en Khemron vertrekken ook, op zoek naar kruiden. Orson ziet dat hij zijn eigen wonden gisteren alleen maar erger heeft gemaakt. Tja, een echte dru‹de zou dat vast niet zijn overkomen. Khemron vindt bosbessen. Die zijn niet alleen eetbaar maar ook bloedversterkend.

 

      Het woud doet me goed, kalmeert me. Ik laat alle frustratie van me aflopen en schiet nog even een paar konijntjes. Tja, en dan is het tijd om terug te gaan. Baal. Leuk hoor zo'n groepje waar je eigenlijk alleen maar beschouwd wordt als een handige ingang bij de goede kant. Ach, ik ben er zelfs nog bij en als Orson zich achter aan zijn dru‹deschap kan verschuilen dan kan ik dat ook. Ja, ik heb krachten en nee, die zijn niet voor de groep. Die zijn alleen voor de goede zaak en als Krodahl denkt dat ik hem Ra voor zijn karretje laat spannen dan komt hij bedrogen uit. En verder wordt het tijd om verder te gaan, Grijze Reiziger heeft ons nodig.

 

      Orson en Khemron blijken inmiddels ook terug te zijn en Bnodje is zowaar al enigszins verzorgd, door Irdor notabene. Alleen kan Irdor niets aan zijn gebroken armpje doen. Orson en Khemron wel, alleen duurt het nog wel even eer Bnodje zijn wantrouwen genoeg laat varen om ze dat toe te staan.

 

      De wonden van Orson zien er nog steeds slecht uit. Die van Irdor ook alleen lijkt het bij hem aan de buitenkant wat beter te gaan. Khem­ron besluit Orson ook maar een stop achteruitgang te geven. Orson geeft nu plotseling mij een gene­zing, en dat terwijl hij dat vroeger eigenlijk nooit nodig vond. Nou ja, genezen die verwondingen wat sneller. Bnodje heeft zoiets heel wat harder nodig, maar dat vertikt Orson toch. Dat is Kroda­hl's verantwoording. Krodahl ontdekt dat zielig doen tegen ons niet helpt en begint dan maar zijn krokodilletranen bij Bnodje te plengen. Huiche­laar. Uiteindelijk overwint zijn ware aard en krijgt Bnodje de genezing tegen wil en dank. Tegen een Hold Person kan hij nu eenmaal niks doen. Kro­dahl krijgt bij de genezing wel wat van Bnodje's ervaringen mee, de martelingen die hij ondergaan heeft, maar ook een heel sterk haatdragend gevoel dat hem op de been houdt. Bnodje leeft eigenlijk alleen nog maar dankzij zijn haatgevoelens, en dat is al heel lang zo. Kroch is er wel gewend om met zulke gevoelens om te gaan, je kunt zoiets name­lijk richten. Krodahl krijgt daarbij een soort idee van orkstammen die dingen doen die ze anders niet zouden doen.

 

      Uiteraard kan hij zelf niet op een constructief idee komen en moet Ina hem influisteren dat hij Bnodje misschien moet belonen voor wat hij doorstaan heeft. Krodahl maakt uit een kapotte mantel een symbool waarop zijn teken staat en roept ons allemaal in een cirkel om Bnodje heen. Mara vind het wel leuk en gaat ook kwispelend in de cirkel staan. Bnodje krijgt vervolgens formeel het symbool voor de door hem getoonde moed. Hij is er duidelijk trots op. Mara kijkt vervolgens ook blij kwispelend Krodahl aan. Die weet daar duide­lijk niet goed raad mee en eert Mara uiteindelijk ook maar. Ze is daar heel tevreden over, dat heeft zij wel en Khemron lekker niet. Ach, het geeft slechts aan wat een onzin het eigenlijk allemaal is. Dwaallicht denkt er al net zo over, die blijft bescheiden bij Irdor.

 

      Als rasechte dru‹de bedenkt Orson zich nu pas dat zijn ezeltje misschien ook wel eens wat verzorging kan gebruiken. En dan durft ie nog verwijten naar mij te maken. Ik zie er dan mis­schien niet uit als een woudloper, ik ben er tenminste wel eentje. Orson heeft beduidend meer moeite met het dru‹deschap. Misschien geeft hij daarom wel altijd zo af. Gewoon onzekerheid. Zou me niets verbazen. Nou ja, dat komt allemaal wel goed als we bij Grijze Reiziger zijn.

 

      Khemron maakt nog even een rondje langs de mensen en ik vraag hem of hij mijn staf misschien kan repareren. Tja, op zich kan hij dat dus wel, maar eigenlijk heeft hij zijn krachten nodig om het leven van Irdor en Orson te rekken. Ach, ik doe daar niet moeilijk over. Een voorwerp is nooit belangrijker dan een mensenleven, zo simpel is het. En volgens Ra was de staf nog best bruikbaar, geen probleem dus.

 

Deitar, 10e dag van de Maand van de Droefenis.

 

      Aangezien de genezing van Irdor's en Orson's wonden zo belangrijk is, biedt ik Orson wel aan om te helpen met het zoeken. Ik ben wel­iswaar geen expert, maar als Orson me kan vertellen wat hij zoekt dan kan ik het wel vinden. Helaas weet hij dat dus niet zo goed. En dus wijs ik hem maar eens op dat veldje met roze bloeme­tjes waar hij finaal overheen aan het kijken is. Volgens Orson helpen de bloemetjes tegen ver­lammingen en kneuzingen, mits ze vers zijn. Het is niet wat we zoeken maar Orson neemt toch maar drie porties mee. Ook vinden we nog een soort nootmuskaatboompje waarvan de bast helpt tegen diarree, overgeven en misselijkheid. Hiervan neemt Orson zes porties mee.

 

      Khemron is ook gaan zoeken en heeft hier­voor Mara's hulp ingeroepen. Hij vindt een of ander plantje met een geneeskundig heel interes­sante wortel. Het plantje staat alleen en vlakbij bevindt zich een of andere houten constructie.

 

      Mara wordt er op uitgestuurd om Orson en mij te halen. Volgens Orson is het een witte heg­gerank, maar het kan ook een Matragora zijn, en dan moet je er inderdaad de wortel van hebben. Orson kent wel verhalen van medicijnmannen die een hond gebruiken om de wortel uit de grond te trekken. De wortel geeft daarbij dan een schreeuw en de hond valt altijd dood neer. De wortel is echt zo'n beetje voor alle inwendige zaken goed, bij­zonder krachtig spul dus. De houten constructie vlakbij vormt trouwens de restanten van een galg, dat de anderen dat niet meteen zagen.

 

      Terwijl Orson zich herinnert dat kweepeertjes ook wel helpen en dat het daar nu het seizoen voor is, geeft Mara te kennen dat ze de wortel er wel uit wil halen. Tijd voor een speak with animals. Mara vertelt Orson dat ze het inderdaad wel wil doen, het is immers nodig. Het lijkt haar niet verstandig als een van ons het zou doen, maar voor haar ruikt het gewoon naar wortel. Als de wortel er niet uit­gehaald wordt zal er uiteindelijk zo'n kwaadaardig mannetje uitgroeien. Nu is de wortel nog niet rijp gelukkig. Orson vraagt of Mara nog bescherming nodig heeft maar wat Mara betreft moet Orson zelf maar weten of hij het leuk vindt hier de grond te zegenen. Orson doet het maar voor alle zekerheid en merkt dat de zegening niet werkt in de buurt van het hout. Mara graaft vervolgens de wortel uit, welke met een verschrikkelijke schreeuw de grond verlaat. Khemron en ik vallen er even van in zwijm. De wortel ziet er trouwens best wel uit als een mannetje.

 

      Had ik je trouwens al verteld dat Ina vandaag weer gewoon een lijk aan Krodahl's been ziet hangen?

 

Traz Wezeltand Wolf