Sessie 136, 25-02-1996, Afwezig: -

‘Kastje gezien, Kastje weg’

 

De middag van Zontar, de 12e dag in de maand van de droefenis

 

We hebben kamp opgeslagen in een woud in de buurt van de vallei. Alles gaat nu een beetje op zijn gemak omdat er nog heel wat wonden te genezen zijn. Met name Mussurana is er niet al te best aan toe na zijn onfortuinlijke duel met een dwergenkrijger. Maar goed, zo loopt hij op zijn laatste benen en zo is hij weer helemaal geregenereerd. Hij wordt met behulp van een ‘Cure Light Wounds’-spreuk weer wat opgeknapt. Orson is verder ook gewond, Khemron nauwelijks en Traz zegt dat hij niets man­keert. Dat laatste wil niet veel zeggen maar hij lijkt niet dodelijk gewond dus dat komt wel weer goed. Zelfs de ezel van Orson is weer aardig aan het herstel­len.

Nu we een keer niet worden bedreigd (tenminste, niet direct) van buitenaf zoeken we onze ruzies wel dichterbij. Zoals te verwachten was is de doodsbedreiging van Traz aan Krodahl bij de laatstgenoemde niet goed gevallen. Uit het geruzie blijkt duidelijk dat Traz het niet meer wil hebben dat Krodahl mensen vervloekt. Krodahl zit er nu eigenlijk ook mee te kijken en wil zijn nieuwe vaardigheid best wel weer kwijt. Feitelijk is het voor hem ook een vervloeking. Maar ja, dan zal hij zo'n aardige witte 'Goodie' priester hiervoor moeten strikken, die dan tevens het lijk aan zijn been kan weghalen. De gedachte alleen al doet Krodahl nors kijken.

Krodahl is niet de enige die wat ongelukkig kijkt. Khemron zit wat mistroostig naar zijn plantje te kijken, dat er maar beroerd uit ziet. Hij verzorgt het zo goed als hij kan en loopt dan wat door het bos.

Een moment als dit is uitstekend geschikt om te benutten voor mijn studie. Terwijl ik wat zit te neuzen in mijn boeken voel ik mijn zelfvertrouwen weer opborrelen en ben ik het tijdelij­ke verlies van mijn magieboeken weer helemaal te boven. Ik denk zelfs dat het mogelijk moet zijn om een eenvoudige 'Detect'-spreuk (of zo) tweemaal per dag te kunnen doen, al zal het me wel flink uitputten, meer dan twee verschillende spreuken na elkaar. Dat moet ik eens proberen.

Pas als we 's avonds de wachtvolgorde willen samenstellen komen we er achter dat Bnodje verdwenen is. Hij lijkt op stel en sprong vertrokken te zijn. Voor zover wij weten heeft hij niets meegenomen en sommigen in ons gezelschap denken dat dat betekent dat hij wel erg veel haast moet hebben gehad. Nou kan ik me wel voorstellen dat het dwergengebied niet bijzonder aantrekkelijk is voor een kleine goblin.

 

Amtar, de 13e dag in de maand van de droefenis

 

Na een rustige nacht is het weer goed wakker worden. Tijdens de wacht is er niet veel gebeurd, er zijn alleen een paar slangen waargenomen.

Desgevraagd wil Orson wat wel vertellen over de Mandragora-wortel. Deze werkt heel zuive­rend, maar is tevens magisch en gevaarlijk. Tja, als het op zulke vreemde plekken groeit, tegen de kwalijke invloeden in, dan moet het wel heel bijzon­der zijn.

Orson weet verder te vertellen dat we in een echt bos zijn, we mogen het nog geen woud noemen. Nou begrijp ik niet waar dat op slaat maar Orson doet er heel serieus over. Voor een een­voudige woestijnbewoner is hij wel vaker niet te begrijpen.

Mussurana komt weer bij en is er weer beter aan toe. Zijn neus lijkt weer helemaal normaal. Hij is verbaasd dat de dwergen ons zomaar hebben gespaard. Khemron denkt dat het schieten van Traz op de orcs in ons voordeel heeft gewerkt, zodat de dwer­gen weten dat we aan de goede kant staan. Het tweegevecht zou verder een proeve van bekwaamheid kunnen zijn, waarbij het onduidelijk is hoe we nu eigenlijk hebben gescoord.

Traz denkt over de groep dwergen dat het een aparte groep moet zijn geweest, rebellen of zo. Het fijne weet hij er niet van.

Mussurana denkt dat hij wel dwergen kan beïnvloeden met zijn speciale suggestie-eigenschap. Hij had tijdens het tweegevecht geen echt succes met zijn actie maar de dwerg leek het wel te herkennen. (speculatie: misschien herkent die dwerg het wel als gelijksoortig aan de invoed van de dwergenkoning die eigenlijk een orc is. Vreemd hoor)

Een misselijk makende zwaveldamp (doet me denken aan vroeger) vestigt onze aandacht op een actie van Krodahl. Het lukt hem om zijn duivelboodschapper te laten komen. De duivel luistert aandachtig wat Krodahl te vertellen heeft. Hij krijgt van Krodahl de opdracht om naar de blob-’broer’ van Krodahl te gaan in de Kroch-tempel van Dumador en daar rapport uit te brengen. Ook geeft Krodahl de duivel enige voorwerpen mee, waaronder ‘Morkroda’s Familiarenboek’. Met dank voor het lenen, zullen we maar zeggen.

Na dit enerverende bezoek wijdt eenieder zich weer aan hun eigen zaken. Ik ga voorzichtig verder met mijn pogingen om de gouden potion te onderzoeken. Qua aardmagie is het erg sterk, maar liefst 6e ’level’. Wow, dit heeft de kracht van een landelijke spreuk. Nog een graadje sterker en het heeft de kracht van een spreuk die tot over andere ‘planes’ werkt!

Terwijl ik de potion bestudeer zoekt Orson planten en zo. Erg veel levert hem dat niet op aangezien hij zich nog steeds niet veel kan herinneren over welk plantje nu waarvoor nuttig was. Zielig hè.

Het wordt na al dit gerust en gestudeer wel weer tijd om op pad te gaan. Nog voordat we serieus aanstalten maken om verder te trekken trekt een bescheiden “hmm, hmm” onze aandacht. Achter ons komt een uiterst knappe dame uit het bos gestapt. We herkennen haar als Renée, de leidster van Pjotr’s groepje. Zij was zijn danspartner bij het feest van de Graaf van Eor en Pjotr heeft wel iets meer over haar verteld. Ze heeft sterke geestelijke vermogens, geen magie maar iets anders. Pjotr voelde zich wel eens ongemakkelijk bij haar, onder andere omdat ze onze gedachten schijnt te kunnen peilen. Dit schiet zo door mijn hoofd terwijl ik besef dat dit vertrouwelijke informatie is en ik hoop maar dat ze niet nu mijn gedachten aan het lezen is. Als dat zo is laat ze het niet merken. “Hebben jullie even tijd ?” vraagt ze vriendelijk. Dat hebben we wel, zeker voor zo’n mooie dame. Als ik haar uitnodig te gaan zitten is Orson zo attent om voor Renée een kleed op de grond te leggen. Ze steekt van wal op het moment dat we allemaal gezeten zijn.

Renée vertelt dat ze net is aangekomen met een soort ‘teleport’ of zo. Hierbij gebruikt ze geen magie, maar net zoiets als Traz doet als hij een wolf wordt. Van Pjotr krijgen we trouwens de groeten. Met hem is alles in orde. Hij had al aangekondigd dat we contact zouden houden maar uit wat Renée vertelt blijkt er wel wat meer aan de hand te zijn. Renée en haar groep zijn bezig om een organisatie in dit land op te richten die langzaam invloed moet gaan verwerven. Ze gebruiken de dekmantel van een soort godsdienst. Deze organisatie weet niets van onze groep en zelfs niet van de achtergronden van de oprichters. Aangezien Renée’s clubje onbekend wil blijven kunnen wij ook niet zomaar contact opnemen met deze nieuwe godsdienst. Daarvoor hebben ze iets anders verzonnen.

Als plezierige verrassing heeft Renée een geschenk voor ons, een metalen kastje met een rode en een oranje knop waarmee we op grote afstand contact kunnen hebben. Het werkt met een speciaal kristal en iets van gedachtengolven. Het kristal kan worden afgestemd op bepaalde mensen. Een aantal mensen in de groep van Renée kunnen het signaal opvangen. Het kastje heeft twee knoppen:

 

Oranje:           Iemand komt contact opnemen, maar het kan even duren.

 

Rood:             Een compleet team van ‘probleemoplossers’ komt in volle vaart de

                        situatie redden. Deze knop natuurlijk alleen in ‘leven of dood’ situaties

                        gebruiken.

 

Nu we hier toch zijn kunnen we Renée best een aantal vragen stellen. Zo wil Orson graag weten hoe we ons kunnen beschermen tegen geestelijke beïnvloeding van buitenaf. Dat zou ons namelijk heel goed van pas komen. Helaas weet Renée niet meer te melden dan dat alleen mensen met talent dit kunnen ontwikkelen en daarvoor een langdurige training moet ondergaan. Renée schat in dat van ons groepje Mussurana, Orson en Ina dit zouden moeten kunnen. Als mensen getraind zijn als telepaat dan is het mogelijk om onderling op grote afstand contact te hebben. Er bestaan ook bepaalde wezens die hun geest goed kunnen afschermen en ons daarbij zouden kunnen helpen. Zo zijn er bijvoorbeeld een soort grijze aap/eekhoorn-achtige wezens die daar heel sterk in zijn. Een gevangen exemplaar heeft voor grote problemen gezorgd in het laboratorium van Renée’s gezelschap. Alleen de gedaantewisselaar was in staat om het wezen vrij te laten.

Krodahl wil graag van Renée weten of zij een idee heeft wat een goede bergplaats zou zijn voor bijzondere voorwerpen. Zij weet dat we daar naar op zoek zijn en ze heeft in de literatuur (legenden) gezocht naar mogelijkheden. Ze zegt dat een van ‘onze’ voorwerpen zich mogelijk bevindt in een zich verplaatsende toren, die wordt gecontroleerd door een elfengroepering. De toren is gebonden aan de godsdienst van de magie, de godsdienst van ons aller Corinthe. Wellicht heeft dit voorwerp iets te maken met het feit dat er in de afgelopen drie jaar maar liefst acht grote veldslagen zijn uitgevochten. Dit duidt erop dat zo’n voorwerp (elfenbol?) moet zijn verplaatst en de aandacht heeft getrokken.

Omdat er nu over delicate informatie gesproken gaat worden vragen we Renée om te bewijzen dat zij werkelijk Renée is. Zij doet haar best om ons te overtuigen en we denken dat het wel ok is, al weet je het natuurlijk maar nooit met iemand die zo’n geestelijke vermogens heeft.

We vertellen wat we aan nieuwe informatie hebben verzameld sinds Pjotr weg is.  Het ‘iets’ dat wij willen verbergen heeft persoonlijkheid, zo vertellen we Renée. Het is ouder dan goden, dus erg machtig. Aangezien wij het mogelijk willen vernietigen, raadt Renée ons af om naar de toren van de godsdienst van de magie te gaan. Die groepering zou nooit toestaan dat een dergelijk voorwerp zou worden vernietigd.

Renée vertelt over een legende die spreekt van de zeven bergplaatsen en de zeven wakers. Vreemd genoeg duikt die legende in een aantal landen op, terwijl er toch weinig over bekend is. De verhalen zijn heel oud en komen zowel in elfenlanden als in mensenlanden voor. Toch lijkt het niet bij een bepaald verhaal te horen.

Renée vertelt verder dat zij een soort ‘denkmachine’ hebben die allerlei situaties en verhalen met elkaar kan vergelijken. Het was eerst een betrouwbare machine, maar in deze wereld is het een soort orakel geworden. Renée vindt dat duidelijk niet prettig maar ze kunnen er niets aan doen.

Aangezien we daar nu best wel wat aan zouden hebben vraag ik Renée om een goede kaart van de omgeving. Nou wil Renée die wel laten zien, maar daar schieten we niet veel mee op (een soort ingewikkelde 3D-projectie). Nou, laat dan maar.

Khemron vraagt naar de dwergen. Renée heeft er echter niet veel nieuwe informatie over. Wel weet ze te vertellen dat hun groepje een expeditie hebben gestuurd om nieuwe energiebronnen onder de grond te zoeken, een soort kristallen. De expeditie is helemaal mislukt omdat ze onder de grond iets kwaadaardigs hebben gevonden dat ook nog sterk telepathisch was. Het lijkt er wel op dat er onder grond nog meer wezens wonen dan daarboven. Redenen genoeg om voorzichtig te zijn dus.

Uiteraard vraagt Krodahl Renée naar een oplossing voor zijn vervloekingen. Zij zegt dat zo’n vloek is als een raadsel dat je moet oplossen. Dat geeft een origineel inzicht in het probleem maar lijkt Krodahl niet echt verder te helpen. Volgens ons is zo’n witte priester daar veel handiger voor.

Orson vertelt Renée dat hij nog steeds zit met een geheugenblokkade, waarover anderen hebben verteld dat hij ‘het niet wil weten’. Renée zegt de blokkade wel te willen en kunnen opheffen maar aangezien Orson blijft twijfelen of hij het nu wel wil trekt Renée haar aanbod later weer in. Zij geldt in haar groepje als de arts en ze vindt het niet verantwoord om zoiets te doen als de patiënt het niet zeker weet.

Mussurana vertelt over de kloosterorde waar hij onlangs een tijd heeft doorgebracht. De levenswijze van de kloosterlingen daar sluit wel aan bij de groep van Renée en hun nieuwe ‘godsdienst’. Renée heeft trouwens de ‘Gouden Schorpioen’ gekozen als symbool voor de piepjonge orde.

Ik vraag Renée wat zij weet van het scheppingsverhaal. Het zegt haar allemaal niet veel maar wel weet zij heel vreemde dingen te vertellen. De witte maan Thimon noemt zij een satelliet, Rhomahr en Daimahr cirkelen hier omheen. Rhomahr is een rode kale vlakte en Daimahr is een grote bal ijs. Ik vind het maar een raar verhaal. Toch zou het wel een aantal dingen verklaren. Vreemd hoor.

Renée ziet meerdere zaken heel anders als wij. Zo noemt ze duivels en demonen niet meer dan nachtmerries. Toch wil ze er maar liever niet mee omgaan. Niet echt consequent. Als we spreken over de vernietiging van Umons weet Renée te vertellen dat ze al lange tijd een meteoor aan zagen komen die daar is ingeslagen. Nu is dat wel heel erg raar, aangezien wij gezien hebben dat de stad door een gigantische reus in elkaar is gestampt. We zien dezelfde feiten duidelijk op een heel andere manier, zodat het mij niet duidelijk is of er wel een duidelijke werkelijkheid bestaat. Nog zo iets. Iemand het groepje van Renée had de vernietiging trouwens al lang van te voren aan voelen komen. Binnenkort staat er weer zoiets aan te komen, maar Renée weet niet te zeggen wat dat is. ‘Daar hebben jullie je eigen orakels voor’, zegt ze. Tja, daar moeten we het dan voorlopig maar mee doen.

Als Krodahl vraagt of Renée iets weet waardoor hij beter contact kan leggen met zijn godheid krijgt hij een simpel maar lastig antwoord. Gewoon meer mensen bekeren is volgens haar het devies.

Na al deze vragen zegt Renée dat ze er nu eens vandoor moet gaan. Ze neemt afscheid en ‘Flits-Poef’, ze is weg. Dus toch een teleport-spreuk. Ik vind het maar een rare dame, hoor. Wel knap trouwens.

 

Het is zo ongeveer midden in de ochtend als we op weg gaan. Krodahl ment Bertus en Hendrik, de twee onverstoorbare ossen. We rijden in zuidwestelijke richting, langs de bergen. In de middag (ca.14:00) komen we langs een oude ruïne van een boerderij, die al zo’n 20 jaar geleden moet zijn vernietigd. Hier is tevens ook de bosrand. Het dichte bos strekt zich uit in het noordoosten, oosten en zuidoosten. In zuidelijke richting wordt het minder bosrijk en in het westen liggen hoge bergen met besneeuwde bergtoppen. We hebben de keus: Beschoten kunnen worden vanuit de bergen of vanuit de bossen. We kiezen ervoor om dichter bij de bosrand te blijven.

Na een tijdje gereisd te hebben komen we weer in bewoond gebied, met boerderijen en een vesting in de verte. Op de een of andere manier lijkt het Orson bekend voor te komen. De vesting is trouwens nog wel een dagreis verder, de dichtsbijzijnde boerderij een halve dagreis reizen. Nu we zo in de verte kijken zien we iets vliegen/zweven dat ons lijkt te volgen. Als het dichterbij komt zien we een langgerekt wezen dat meer glijdt dan fladdert. Het lijkt erg gevaarlijk, vooral omdat het er nu twee zijn en ze naar beneden komen gecirkeld. Het lijken een soort draken, maar dan zonder voorpoten en geen punt aan de staart. Een soort vliegende reptielen met een vogelbek. Het zijn zeker geen wyverns. Lichtelijk in paniek gaan we ons voorbereiden op een gevecht, aangezien er geen beschutting in de buurt is. Terwijl ik me met een spreuk tegen beten bescherm roept Krodahl ‘BLIJF!’ tegen de ossen die ook inderdaad rustig blijven staan. Nou zijn ze daar ook erg goed in, ze raken niet zo snel in paniek. Wij wel. Khemron beschermd zichzelf met een ‘Armor’-spreuk en betovert zijn wapen. Krodahl beschermd ons allen met een ‘Bless’ en start een ‘Darkness’-spreuk. Orson doet een ‘Barkskin’-betovering en bereidt een ‘Speak with Animals’ voor. Helaas, aangezien Traz gewoon wil gaan schieten zou het wel eens lastig kunnen worden om een praatje te beginnen. Traz staat trouwens wat los van de rest, aangezien de bescherming van Ra ervoor heeft gezorgd dat hij nu in de fik staat. Mussurana ligt ondertussen zo goed als dat gaat in dekking, een speer in zijn handen. Ina staat met haar knuppel naast Krodahl.

Na al deze voorbereidingen stort het eerste monster zich met een afgrijselijke vogelachtige kreet naar beneden. Ik verstijf van schrik, evenals Khemron, Ina, Orson en Mussurana. Alleen Krodahl en Traz staan nu nog fris uit hun ogen te kijken. Ondertussen maakt de tweede draak zijn laatste cirkel af. Krodahl spreekt zijn ‘Darkness’-spreuk uit op de kop van het aanstormende wezen maar na een kortstondige flikkering blijkt de spreuk mislukt. Traz schiet en weet het wezen maar liefst twee keer goed te raken. Zo van dichtbij zien we dat de ‘draak’ een langwerpige kop heeft met een kuif en een grote bek met tanden erin. Na met een grote snelheid naar beneden gedonderd te zijn klapt het beest op het laatste moment zijn vleugels open en grijpt Ina, die daardoor een flinke dreun oploopt en tegen de grond wordt geworpen. Ina wordt door de draak meegenomen. Ondertussen ‘schreeuwt’ de tweede draak die nu ook zijn duikvlucht inzet. Ik ben nu weer bij mijn positieven maar Khemron, Ina, Orson en Mussurana blijven verstijfd. De tweede draak kiest het grootste doelwit uit, dat wil zeggen, hij dondert op de kar. De klap is zo groot dat de schuilende Mussurana omvalt en 3 hp schade oploopt. De kar is aan gruzelementen. Het beest gaat er met een groot stuk kar vandoor en stijgt langzaam weer op. Traz legt een bijzondere elfenpijl op zijn boog en raakt direct. Op het moment dat Traz vuurt zit de pijl al in het beest. De volgende pijl is ook raak en het beest valt aangeschoten naar beneden. Ook het tweede monster wordt tweemaal door een pijl van Traz geraakt. De draak laat het stuk kar vallen en probeert uit alle macht hoogte te winnen. Nog eenmaal weet Traz hem te raken maar dan is het gevaarte buiten bereik.

Krodahl rent onmiddelijk naar de plek waar de eerste draak samen met Ina is neergestort. Het lijkt wel een eeuwigheid te duren maar dan is Krodahl er toch. Hij knielt bij haar neer en ziet dat ze bewusteloos is en flink bloed uit beet-, snij- en schaafwonden. Zo goed als hij kan verzorgt Krodahl haar wonden. Nu komt de rest van de groep aan bij Ina. Ze komt er wel weer bovenop, oordeelt Orson. Ook met Mussurana loopt het wel los, al had hij niet veel meer kunnen hebben.

Ondertussen ben ik uitstekend beschermd tegen draakachtigen. Het blijkt een grote verspilling van de Kracht te zijn, aangezien er geen draak meer te zien is. O, toch wel. De tweede draak is terug gekomen en stort zich op Bertus. Aangezien de afstand veel te groot is om iets te kunnen doen vliegt het beest weg met de hulpeloze os in zijn klauwen. Hendrik, de andere os, begint weer gewoon te grazen en lijkt zich af te vragen waar wij al die drukte over maken.

Krodahl mediteert met de vraag of hij Ina zou kunnen genezen met een 'Cure Light Wounds'-spreuk. Hoewel hij niet zeker is van zijn zaak doet hij het wel. Helaas werkt het niet en loopt hij zelf 4 hp schade op. Toch heeft Krodahl het gevoel dat het wel had kunnen werken. Een ‘Cause wounds’ zou zeker geen goed effect hebben. Ina is ondertussen bijgekomen en krijgt van Orson een drankje tegen de pijn.

Omdat nu de nood hoog is probeert Orson zich uit alle macht te herinneren wat die gele klaver nou ook al weer voor effect gaf. Een meditatie brengt zijn geheugen deels terug. Het spul heet eigenlijk wondklaver en het is met name effectief op open wonden en schaafwonden. Het komt dus nu erg goed van pas. Orson gebruikt het op de wonden van Ina.

Op aanwijzing van Orson snijdt Mussurana het draak-beest onhandig in nutteloze stukken. Het had voor talloze dingen gebruikt kunnen worden maar is nu alleen nog maar geschikt als voedsel. Mussurana heeft nu voor 12 dagen extra eten. Dat wil zeggen, ik pik daarvan voor vier dagen voedsel in. Een tovenaar moet per slot van rekening ook eten.

Het is nu laat in de middag (ca.17:00 uur). Bij het hersorteren van de spulletjes in de puinhopen van de kar valt het me op dat het apparaat met knoppen er niet bij zit. Desgevraagd blijkt niemand het te hebben meegenomen. Baal, daar zaten we nu net op te wachten. Traz biedt zich wel aan als vrijwilliger om het ding te gaan halen. Nu maar hopen dat het er nog ligt.

Traz gaat met grote haast het doosje zoeken, maar kan het niet vinden op de open plek waar we de ontmoeting met Renée hadden gehad. Ook vindt hij geen sporen, ook niet als wolf. Als hij het de witte wolf vraagt krijgt hij een antwoord waar hij niet uit kan komen. Dan gaat hij maar terug naar de plek waar wij ondertussen kamp hebben opgeslagen.

 

Timtar, de 14e dag in de maand van de droefenis (311 NO)

 

Aangezien we nu maar een klein groepje hebben houdt Krodahl tweemaal wacht.

Orson heeft slecht geslapen en heeft gedroomd over moordpartijen.

Vroeg in de ochtend komt er een wolf aanzetten met het paard van Traz. Gelukkig kan Traz zich weer terug veranderen in een woudloper, zodat hij kan uitleggen dat hij het kastje niet heeft kunnen vinden. Hij zegt dat de witte wolf hem had gezegd dat iemand het heeft die geen sporen nalaat. Het stelt ons voor raadsels en we gaan met ons allen heel langzaam terug naar de open plek. Heel langzaam omdat we nu onvoldoende rijdieren hebben. Traz gaat vast vooruit om vast pogingen te doen een druïde te vinden. Die laten geen sporen na en weten wellicht wat er met het kastje is gebeurd.

Net na etenstijd (14:00 uur) komt Traz met een domme grijns op zijn gezicht het kastje terugbrengen. Sakan, de bewaker van het woud, had het in zijn bezit. Hij had nog gezegd dat hij zich zou beklagen bij de landsdruïde omdat we zo’n rommel hebben gemaakt in zijn bos. “Oh, is dat waarom jullie die verrader hebben meegenomen” had hij nog gezegd toen Traz vertelde dat we Grijze Reiziger wilde gaan redden. Krodahl ontfermt zich nu over het kastje.

 

Tot zover, Irdor