Rotar, Dag 15 Maand van Droevenis, 311 NO
Dorian legt Khemron het een en ander uit over de magie zoals hij op deze wereld werkt. Op zich is hij wel geïnteresseerd in rijmmagie, maar het verbaasd hem wel dat Khemron met zijn rijmpjes het voor elkaar krijgt dat het twee keer, of eigenlijk elke keer, hetzelfde effect te genereren. De magie op deze wereld zit volgens een tabel in elkaar:
|
|
I
AARDE LUCHT
WATER
III II
VUUR
I = Tijd
II = Weer
III = Necromantie
Het karakter van vuurmagie is de energietoestand van dingen. Het karakter van luchtmagieis wat de toestand is van je geest. En er is ontdekt dat dit blijkbaar de toestand van de geest is waarin hij zich op dat moment bevindt Er zijn technieken om je te verplaatsen. Het aspect is de geest, ook van voorwerpen. Het is een combinatie van geest en inspiratie i.p.v. veranderen. Je kunt bijvoorbeeld uit lucht een ork maken die ook echt verwondingen kan oplopen en veroorzaken. Luchtmagie is de moeilijkste vorm en alleen de beste magiërs kunnen het leren. Luchtmagiërs kom je niet tegen, alleen als ze het willen. Aardmagie is puur, het is beschermend, niet veranderlijk. Vuur en aarde staan tegen over elkaar. Aarde is passief, vuur is actief. Met aardmagie kun je niet alleen dingen vormen, maar ook scheppen; dat zijn dan ook de makers van magische voorwerpen. Karakter van watermagie is leven. Het aangrijpingspunt van water is het moeilijkste, maar als je het eenmaal kunt, lijkt het gemakkelijk. Je kunt dus niet alleen oren veranderen, maar ook een heel wezen echt veranderen. Er wordt gezegd dat alleen goden dat kunnen. Met watermagie kun je ook makkelijk de andere elementen leren. Een aardmagiër kan geen lucht. Voor oproepen heb je vuur- en aardmagie nodig, of 1 watermagiër, of 2 natuurlijk. Om nu de genoemde aangrijpingspunten, c.q. elementen te gebruiken moet je in de leer gaan. Eerst zullen er test worden gedaan als men denkt dat je er talent voor hebt, waarna je in de leer gaat. Het feit dat Khemron magie kent verklaart Dorian dat talent voor magie bij woudelfen vaker voorkomt: wilde magie. Deze magie is meer te vergelijken met de druïden. De gilden in dit land hebben te maken hoe jij je magie gebruikt. Irdor vertelt over de instituten van de woestijnwereld.
Wij zijn als groep heel kenbaar en volgens Dorian vallen we ook erg op. Naast het feit dat we met gigantische magische spullen lopen te zeulen, valt ook de samenstelling van de groep op. Wij zullen al heel snel ‘die groep met die elf’ zijn, als ze navraag over ons doen. We vallen op en Dorian denkt dat hij ons over bijvoorbeeld 5 jaar ook nog wel zal herinneren.
‘s Avonds is er geen knokpartij.
Utar, Dag 16 Maand van Droevenis, 311 NO
We besluiten hier nog een paar dagen te rusten en in de middag van de negentiende te gaan. In de dagen dat we hier blijven is het volgende nog gebeurd:
Khemron heeft harpoenen gekocht. Krodahl heeft de leren riempjes van zijn bescherming vervangen, er zijn potjes metaal- en leeronderhoud (1cp/stk) gekocht, 6 kruikjes lampenolie (1sp/stk), verbandspullen 3*6 porties voor 2sp, 7 pakketjes houdbaar voedsel voor een week (10sp/stk). Krodahl koopt een jachtboog (70sp) en een quiver met 24 pijlen (1sp), iedereen koopt een mok met symbool ‘Groene Vallei’ (1sp/stk), Krodahl en ik kopen ook nog een houten schildje met het wapen erop.
Irdor heeft de gouden potion verder onderzocht: dag 1: ook nog 3 lvl watermagie; dag 2: potion vnl. Bedoeld voor vechters en het zwaar, heel zwaar magisch. Potion gaat er van uit dat degene die het drinkt kan vechten. Gezien de combinatie zou je onkwetsbaar worden. Dag 3: Watermagie lvl 6. Khemron houdt de gouden potion bij, Traz wilde hem niet. Advies Irdor: drink niet meteen alles op, probeer eerst zo of ie al werkt. Het kan namelijk een dubbele portie zijn. In geval van nood gewoon opdrinken.
Bovendien loopt Irdor hier met een rothumeur rond. Oorzaak het kindermeisje dat steeds met een IEK! Van hem wegloopt.
Traz heeft zijn staf laten opladen door Dorian. Volgens Khemron zou dat moeten neerkomen op 200gp per lading. Althans dat was het tarief toen hij dat bij Dorian voor Traz ging vragen. Traz gaat met 2gp en een stukje golemharnas van mij toch naar Dorian na de lunch. Na een half uur wachten gaat de deur open en een net afgegeten Dorian doet de deur open. Traz laat de staf zien en wordt vervolgens door Dorian uitgenodigd om naar binnen te gaan. Daar krijgt hij een pul bier aangeboden uit een nu bekende mok. Traz krijgt te horen dat het standaard tarief voor hem op 10 gp komt, maar hij weet dat woudlopers nooit geld hebben. Het stukje golem hoeft hij niet, wel als de rest er ook aan zou zitten. En of we geen scrollen, spreuken of magische amuletten hebben of in tweede instantie zijn potions ook goed. Nee, die heeft Traz niet. Wel allerlei spulletjes die hij voor een natuurmagiër verzamelt. Maar na een opsomming laat Dorian weten niets te hoeven, maar gelooft best dat die natuurmagiër er wel wat aan heeft. Maar het opladen van de staf, dat kan hij wel. Maar Traz kan het ook zelf ook al zit er een risico aan. Maar Traz is woudloper en hoort dus bij een organisatie, de woudlopers. En die kunnen natuurlijk wel wat voor hem doen. En eigenlijk heeft hij ook liever diensten, dus dat accepteert hij ook wel als betaling. Ofwel hij laat Traz weten dat hij de staf kan opladen door er een bliksem in te laten slaan. Alleen als de staf bijna vol zit, is er een probleempje want die energie moet toch ergens heen niet waar! Maar wat moet Traz met een staf, woudlopers hebben toch zwaarden? Traz vertelt dat hij een volgeling van Ra is, waarop Dorian vervolgens begint te raden van welke godsdienst hij een volgeling is. Maar goed Traz vertelt dat Ra een hele oude god is en bij de goede hoort. Dorian vindt het maar raar hoe een woudloper aan een elfengod komt als hij hoort dat het geen mensengod is. Maar goed Dorian kan de staf wel opladen en trouwens die info over hoe Traz de staf zelf kan opladen was ook niet gratis. Dus wat wil Traz, het zelf doen of moet hij het doen. Traz heeft geen problemen met schulden dus die geeft de eer aan Dorian. Wel moet Traz beloven dat hij zijn organisatie, de woudlopers, op korte termijn op de hoogte moet stellen van de gemaakte deal. Dorian gaat naar boven .... KNAL .... en komt terug: Er is nu 1 lading erbij. Als Traz weggaat zwaait Dorian hem uit: “Doe de andere woudlopers de groeten, binnenkort” en dat zinnetje blijft vervolgens bij Traz in zijn hoofd hangen en hij herinnert het zich glashelder dat hij binnenkort bij de woudlopers langs moet. Het golemstukje wil hij weer aan mij teruggeven, maar ik hoef het niet. Is kadootje voor de natuurmagiër en hij krijgt nog wat meer spullen van mij.
Krodahl is regelmatig bij Dorian, Jack en de priester van Serena geweest. Hij vertelt dat hij met hen afgesproken heeft om hier een tempel te stichten. Het is hier nodig en zij zijn van opbouw, dus dat komt goed uit. Bovendien zal er hier waarschijnlijk wel veel geknokt gaan worden en ook dan zijn zij nodig. Hij heeft dus veel geregeld hier. Voorlopig komen ze in het kasteel te zitten, een priester Jerker genaamd, een paladijn en zoveel mogelijk voorvechters. De tempel moet uiteindelijk ergens anders komen; de grond hiervoor heeft hij al geheiligd. Alles bij elkaar een redelijke versteviging van de 18 wachters van hier. In Dumador schijnt het aardig goed te gaan met de tempel van Kroch. Er komen al een 100-tal mensen; naar de mis waarschijnlijk. Veel laten ook hun wapens bij hen zegenen. Dorian was overigens niet voor, maar ook niet tegen. Wel had hij een voorwaarde gesteld: niet meer dan 1 priester. Ook heeft Krodahl misschien een ‘aardige’ veldheer gevonden. Traz: “Een veldheer?! Voor 18 wachters en een paar voorvechters??” Maar Krodahl wil verder niets vertellen over de ‘veldheer’ Wel dat de deal die hij afgesproken heeft er op neer komt dat zij diensten leveren tegen goederen in natura en zo. Ach, alles bij elkaar misschien de eerste stappen van een opleving van de Groene Vallei, mijn geboorteland, denk ik. Alleen nou hopen dat de tempel niet teveel oorlog aantrekt.
Ik vertel hen over mijn gesprek met Jack. Ik vertel hen iets meer over het verdwenen stuk van de stamboom:
Erik x Bella hadden twee zoons: Hengera en Istran. Hengera was de oudste die erfde het over. Deze had een zoon Orlando die getrouwd was met Thina. Istran had 3 zonen: Barrin, Joris en Bertram. Orlando en Thina hadden de volgende kinderen, van oud naar jong: Marianne (v), Benno (m), Zzarozina (v), Ellin (v) en Erwin (m). Het was Barrin die het regent van Orlando betwistte en hem en zijn vrouw en kinderen heeft laten vermoorden door een groep orks. Later is zijn eigen gezin waarschijnlijk door bandieten overvallen en vermoord. Vervolgens zou de tak van Joris dan het regent moeten overnemen, maar Joris was alleen en inmiddels gestorven. Dus bleef allen Jacks vader nog over, Bertram. Die was ondertussen ook al gestorven, dus kwam het ineens alles op Jacks schouders terecht. Ach ze hebben nu nog niet het gehele plaatje. Bijvoorbeeld dat Barrin met Marsa was getrouwd en 2 eigen kinderen hadden: Sheilha (v) en Rodgar (m) en een erkende zoon (waar Barrin de vader van is) Marcellus die tussen Sheilha en Rodgar valt. Jack zijn vrouw heet trouwens Miriam, zijn moeder Violetta en zijn zus Esther. Maar goed de vraag blijft nog altijd: wie ben ik? Wat betreft leeftijd: benno zou nu 32 zijn en Erwin 26. Dus als ik een van de twee ben, ben ik of ouder dan ik dacht, of jonger. We hebben zelfs mensen van het personeel geroepen die nog diende onder Orlando en Barrin, maar die kende mij niet. Ook niet nadat ik me baard had afgeschoren. Nee, ze kenden geen druïde van die tijd die er zo uitzag. Toch, al die namen zeggen mij wat, Graaf Barrin nog het meest, daar krijg ik heel sterke gevoelens bij. En ik ken de geheime gangen hier die ik trouwens ook aan Jack heb laten zien; Ook de opslagkamers en zo. En theoretisch zou ik Erwin kunnen zijn, want na de moordpartij van Orlando zijn van de drie jongste kinderen alleen maar hun bebloede kleding gevonden, evenals trouwens alleen de bloedige kleding van Sheilha, de dochter van Barrin, hebben gevonden na de overval. Maar zij was erg mooi in tegenstelling tot Barrin zelf, evenals de dochters van Orlando. Het ergste is dat ik die nacht droomde over Orcen die rondtrokken, wonen, praten, over grotten en ik kon ze verstaan. Ook was ik in de droom erg bang voor ze en haatte ik ze echt; nog steeds dus. Dus ik zou Erwin kunnen zijn. Wel zei een van die oudere bedienden dat ik op Erik leek, de overgrootvader van Jack Zo wie zo lijk ik op hen (Erik, Orlando en Hengera). Dus tja, maar als dat waar is blijft nog steeds de vraag: hoe komt het dat ik het kasteel zo goed ken, inclusief de geheime gangen en zo.
Over de geheime gangen willen ze trouwens wel wat meer weten en ze zeuren behoorlijk door. Niet dat het bij mij zin heeft. Ik vertel ze dat ik het weet en degene die het ook moet weten nu ook. Ina vraagt of er nog tombes zijn, want daar is ze erg in geïntresseerd. Vol enthousiasme vertelt ze hoe fijn het is in een tombe. Ik krijg er de rillingen van zoals het er over heeft haar achtergrond kennende. Wat betreft Khemron moet ik zeggen: Die heeft af en toe erg goede opmerkingen. Iets waar ik eigenlijk nooit bij heb stilgestaan: mijn naam en hoe ik aan mijn zwaard ben gekomen. Nou over dat eerste heeft Khemron misschien een vrij aducate gissing gedaan: Or(lando’s) Son (=zoon). Dat ik daar zelf niet ben opgekomen toen ik Orlando’s naam hoorde. Wat betreft het zwaard, blijkbaar heb ik een tijd in slavernij bij hen gewoond en heb ik toen het zwaard van hen gejat of zo.
Krodahl is ook naar kapel van Serena geweest om af te komen van zijn vloek. Hij moet voor het altaar knielen “En doe maar alsof je bidt” Vervolgens begint de priester te gebaren en te bidden. “Namens Serena, enzovoort enzovoort.” Opeens Krodahl alles heel helder in. Hij is door die vuile paarse priester er in geluisd. Die heeft zijn vervloeking alleen maar versterkt en hem bewust meer verziekt heeft. Hij ziet nu helder dat er maar 1 vervloeking is: een paarse hand aan zijn been. Hij kan de hand van zijn been afdoen, hetgeen Krodahl ook doet. De hand die hij in zijn hand houdt is een vrouwelijke en heeft net zoals hijzelf heeft puntige nagels. Het is voor hem duidelijk dat hij nu een stukje macht heeft en er mee kan doen wat hij zelf wil. Na een aarzeling legt hij de paarse hand op het altaar. Die begint vervolgens te roken, paarse rook die echter steeds witter wordt en op het laatste moment opgaat in een heldere vlam waarna de hand is verdwenen. De priester van Serena staat te wankelen op zijn benen, het heeft hem duidelijk heel veel kracht gekost. “Ik dacht dat je hem nooit op het altaar zou leggen”, met een blik van opluchting dat Krodahl de vloek niet aan hem heeft doorgegeven. Die legt uit dat hij aarzelde omdat hij bang was om de hand op het altaar te leggen, bang dat hij daarmee het altaar zou ontheiligen. Ze nemen afscheid van elkaar. “Nou veel plezier met je opdracht” “Bedankt” “Bedank Serena maar”, hetgeen Krodahl doet.
Bij ons terug vraagt Krodahl of ik iets weet over een Gouden Lotus Bloem. “Nou, wat denk je van een goudkleurige Lotus”. Natuurlijk weet ik waar het begrip Gouden Lotus voor staat, maar dat moet hij zelf maar oplossen, zeker gezien de symboliek. En toch willen ze dat ik het hem zeg. Nee, natuurlijk niet. Net zoals Khemron’s boompje, dat is een persoonlijke taak, daar moeten ze zelf voor zorgen. En wie ben ik dat ik me daar mee ga bemoeien, ik moet me zo wie zo buiten al dat godsdienstig gedoe blijven. {Ja, en we winnen de veldslag, halen eer op het slagveld, moedig voeren we de strijd. Gezegend is Nagel}
Krodahl krijgt te horen van de priester van Serena dat niet hij de opdracht heeft verzonnen. Hij droomde ‘s nachts over de Gouden Lotus bloem en zo doende wist hij welke opdracht hij Krodahl moest geven. En nee, de Gouden Lotus is absoluut geen godsdienstig teken van haar. Alleen die van Bork doen iets met goud, maar zij niet. En zover hij weet groeit hij hier niet in de buurt. Ook had hij gehoopt dat Krodahl’s plan alleen bij een plan zou blijven, maar helaas. “Het wordt toch nooit zoals je hoopt hè?”, draait zich om en laat Krodahl alleen achter.
Mussurana heeft in de tussentijd zijn oogje laten vallen op Anne het kindermeisje. Zij is 1.60 groot, voor hem (1.55) wel, heeft halflang donkerblond haar, grijsblauwe ogen, een kleine boezem, smalle taille, is tenger maar knap. En het mooie van alles, ze is slechts 17 lentes jong. Hij wil haar verassen en getoogd in een gele mantel en een bruine tulband gaat hij haar bezoeken. Maar net als hij naar haar vertrekken toe gaat komt ze naar buiten. “Hallo.” “Nou wou ik je verrassen als buitenlandse prins en bij je binnenstappen en nu kom ik je hier tegen.” “Waarom?” “Ik vind je aardig, jij toch ook?” “Wat wou je doen?” “Gewoon, er een gezellige avond van maken.” “ Uitgaan? Of wandelen? Wacht, dan kleed ik me even om.” En weg is ze om na een tijdje omgekleed weer terug te komen. Ze besluiten om een eindje te gaan wandelen. Anne vertelt over de kinderen van de landheer en zo. Mussurana vertelt over de stad waar hij vandaan komt en dat het daar altijd warm is. “En jij zit dus in die groep met die engerd?” “Ach, daar wen je wel aan.” “Nee hoor,!” en Anne rilt helemaal als ze aan Irdor moet denken en krijgt er kippevel van. Mussurana went zich wel tot de taak om haar weer warm te maken, wat ze wel toestaat. Ze zegt nog eens dat ze Irdor een griezel vindt, en anderen ook trouwens. En ze vindt het heel erg als hij naar haar lacht. Ze vindt hem echt een engerd van de bovenste plank. “Alleen al hoe hij naar je kijkt! Hij kan maar het beste gewoon verdwijnen.” Mussurana stelt haar wel gerust en warmt haar op, terwijl ze verder een romantische wandeling maken. Ze genieten van het maanlicht op de vijver. “Jij bent ook een buitenlander hè, net zoals die engerd. Toch typisch. Zijn alle tovenaars bij jullie zo? Onze magiër is aardig. En ook Jack, huh onze landheer, is een heel aardige man. Ik heb medelijden met hem. Hij heeft het nu erg druk en hij is helemaal alleen. Ik vind hem heel erg aardig.” En bij dat laatste moet ze blozen. Maar helaas ziet hij haar niet staan. Vervolgens dwaalt het verhaal af naar de sultan en zijn harem, zoals ook de koning hier zijn vrouw en maitresses, concubines heeft. Deze koning geeft veel grote feesten en heeft weinig tijd voor anderen. Maar die nieuwe koning is ook niet zo goed volgens haar. En eigenlijk is hij geen koning maar een hertog. De laatste keer was er namelijk een reiziger en die had gezegd dat het de Hertog van Morovia is, daar waar de zwarte ridders vandaan komen. Mussurana probeert het meiske wat beter te troosten en legt zijn armen steviger om haar heen. “Ho, ho, we gingen toch alleen maar wandelen? Of wil je meteen naar bed?” “Nou nee, alhoewel ... nu je vraagt!” “Nee, nee, eerst een gezellige avond..” Dan krijgt Anne het koud en lopen ze terug, waarbij Mussurana er voor zorgt dat Anne het niet koud heeft, die hem dan toch wel een beetje opdringerig vindt. Dan komen ze aan bij haar kamer. Anne nodigt hem uit om iets te drinken op haar kamer, de volgende dag wel te verstaan. Hetgeen Mussurana ook gaat dan.
De volgende dag merkt Mussurana wanneer hij bij Anne is om wat te drinken, dat zij het heel druk heeft met de kinderen. Eigenlijk is ze er dag en nacht mee bezig en wordt ze steeds door hen gestoord. Ze mag wel een avondje uit van Jack, maar ze heeft geen vriendje zegt ze tegen hem. Helaas pakt Jack die hint niet op. Mussurana mag van Anne niets tegen Jack zeggen, die wel merkt dat zij hotel de botel is van Jack. Hij mag geen slapende honden wakker maken. Dan vraagt Mussurana of ze nog last heeft van lastige wachters. Ja, dat heeft ze wel. Ze lopen een eindje om en bij een bepaalde wachter stopt ze, wijst hem an en zegt tegen hem: “Hij mept je in elkaar!” “En wie neem je daar voor mee?”, vraagt te desbetreffende wachter smalend aan Mussurana. “Ik en mezelf”, antwoordt deze, terwijl hij een dreun ontwijkt van de wachter. Natuurlijk heeft de wachter geen kans tegen Mussurana die de wachter dan ook achterloos in elkaar mept, zonder zelf maar noemenswaardig te zijn geraakt. Anne is ermee blij en geeft als dank Mussurana een kus die de kans waarneemt en een volle kus teruggeeft. (In de middag hoort Krodahl over een enorm gevecht van een wachter tegen een klein menneke, en die lelijkerd was het niet.)
De laatste avond gaat Mussurana naar Jack toe en vertelt dat hij Anne aardig vindt en of hij met haar een avondje uit mag. “ben jij die nieuwe vriend en voor 1 nacht nog? Schandalig!” Jack vindt het dus maar niets. Hij vindt haar nog veel te jong en dadelijk laat hij haar nog een kind na en wat dan? Ze zal vast nog een ander vriendje hebben. Bovendien wilde hij vanavond een feest geven. “De wachters komen ook en ze mogen niet vechten!”.
‘s Avonds is er dus feest en de wachters zijn in het begin rustig en zitten een beetje dom voor zich uit te kijken. Maar na veel bier komen er steeds meer opmerkingen. Op een gegeven moment stapt er een wachter naar Traz toe en vraagt: “Doen jullie het nou met herten?” “Dat jullie het nou met schapen doen!”, is Traz tegen antwoord en hij laat zich niet de kast op jagen. Het is duidelijk dat ze ons willen uitlokken, want zelf mogen ze niet vechten van hun landheer. Dan wordt Krodahl uitgedaagd door een wachter: “Waar heb je haar vandaan? Zeker ergen in een kelder opgedoken?” terwijl hij naar Ina knikt die iets verderop zit. Maar Krodahl neemt de uitdaging niet aan (hè!) en gaat naast Ina zitten. Dan is Khemron aan de beurt: Die krijgt opmerkingen over bijpunten oren en over Mara. Maar wij laten ons niet opjutten. Dan komt er zo’n wachter naar mij toe: “Ik heb gehoord dat druïden in herbergen niet durven te vechten.” “Ach ja, als jij dat denkt dan zal dat wel.” “Broekschijter!” en de wachter loopt weer weg. Mussurana is de enige die geen opmerking krijgt, maar hij zit dan ook helemaal alleen, wat al een belediging op zich is. Dan heeft een van de wachters, een vrouwelijke, de moed om Ina door het slijk te halen: “Wel fijn hè bij al die mannen in de groep.” KLENG! De wachtster krijgt een gigantische optater van Ina gaat plat op de vloer liggen: KO. Jack ziet het gebeuren en besluit zijn kinderen naar bed te brengen. We zijn alleen!!
Een man achter Mussurana heeft een stoel gepakt en mept die op het hoofd van Mussurana die daar echter weinig last van heeft en de onvriendelijke wachter een mep terug geeft. Krodahl geeft zijn wachter ook een lel die dat niet op zich laat zitten een een mep terug geeft. Traz werpt zijn mok bier naar de overkant waar een paar wachters zitten en gooit er iemand mee plat. De waard heeft gezien dat zijn mok misbruikt werd en vindt dat niet leuk. Hij geeft Traz dan ook een geweldige oplawaai: “Wat doe jij met mijn kostbare mok?!” Traz hoort echter even alleen maar vogeltjes fluiten. Ik stap naar ‘mijn’ wachter, die denkt dat wij, de druïden, niet binnen durven te vechten en sla hem met 1 klap neer. Zo, dat zal hem leren. Daag nooit een druïde uit, want tot de dag dat hij de uitdaging aanneemt slaap je niet rustig meer! Dus deze wachter heeft nog geluk gehad. Het gevolg is dat iedereen twee wachters te verwerken krijgt, Ina twee vrouwelijke zelfs. De wachters zijn blij (en sommigen van ons ook), want nu hebben ze toch het gevecht wat ze niet mochten hebben van hun landheer. Irdor ziet het echter helemaal niet zitten en verdwijnt onder de stoelen en tafels, hij wil er duidelijk niet bijhoren. Een poging is gedaan om de score van platgaan bij te houden: wachter bij Ina plat, wachter bij Khemron plat, Krodahl plat, Traz plat, wachter bij mij plat, wachter bij Mussurana en Mussurana zelf ook plat, Khemrom plat, ik ga mopperend plat, Ina plat, en uiteindelijk is alleen de waard overeind als Jack de landheer weer binnenkomt. Iedereen wordt bijgebracht of komt weer zelf bij bewustzijn. Ina is heel verontwaardigd: Dit kan niet! Zij is altijd degene die als laatste overeind blijft! Mussurana geeft de wachter 5sp voor de geleden schade aan zijn mokken die daar blij mee is. De wachters die beledigend tegen mij waren, komen zich verontschuldigen. “Ja, ja?!” En ik krijg een biertje aangeboden. Natuurlijk neem ik het bier aan en ze zijn blij dat ik het accepteer. “Maar dat zegt niets”, laat ik hen weten en lach. Even kijken ze nog benauwd, maar ze weten dan toch dat het bier en dus hun excuses is aanvaard. “Alhoewel, hij lachte ...”, hoor ik nog niet en ik laat hem maar in die waan. Want ik merk wel dat mijn ‘collega’ hier de boel aardig onder controle heeft.
Zontar, Dag 19 van de maand Droevenis, 311 NO
‘s Middags vertrekken we en verlaten het kasteel waarvan een kans bestaat dat ik daar ben geboren. Maar van die eventuele geboorterecht heb ik al vanaf gezien en dat ook aan Jack vertelt. Bovendien ben ik nu een druïde, wat moeten die nou met kastelen? Traz zorgt ervoor dat we ook even langs de woudlopers gaan. Hij moet er steeds aan denken dat hij er langs moet, elke keer wanneer hij zijn staf ziet. Ook hebben we het nog even over het gezelligheids gevechtje met de wachters. Ina is verbaasd dat de wachtsters zich achteraf verontschuldigen over opmerkingen over haar bleek zijn. Ze snapt er niets van. Krodahl kijkt haar eens aan en begint dan maar in de lucht te fluiten. We wordt het verhaal opgedisd van de Grijze Reizger bij het cafe gevecht in Brilock. Ik was er toen nog niet bij, maar Krodahl vertelt dat het groepje van destijds betrokken was geraakt bij een dat cafegevecht in Brilock. Er zat ook een druïde aan de bar, bleek later Grijze Reiziger te zijn, en die werd absoluut niet lastig gevallen, terwijl verder iedereen gewoon gezellig meedeed aan de knokpartij. Maar op een gegeven moment viel er een kerel per ongeluk tegen die druïde aan en zonder dat ze iets hadden gezien bleef de man op de vloer liggen.
De verdeling van de paarden en ezels: Mussurana zit bij Irdor op het ezeltje en Ina zit bij Krodahl op het paard. We komen nog langs boerderijen en ik ben niet vergeten dat we naar de dwergen toe moeten. En we hebben de tip gekregen dat ze vroeger hier kwamen voor de wol en de wijn. Dus ik stel voor dat we wat inslaan. Daar is iedereen het over eens, dus we rijden aan op een boerderij om onze inkopen te doen. Maar hoe dat dan weer gaat hè. Nou ja, uiteindelijk hebben we onze inkopen gedaan: Een muildier voor Ina en Mussurana (Flits resp. Storm), totaal met zadeltas 100sp , een extra muilezel, Scheetje, Ieder 1 zak witte wijn en 1 zak roede wijn van goede kwaliteit, ieder 1sp, een zak haver voor 1 week, 1sp, en een baal wol. Tevens 6zakken wijn extra, 1 haverzak en 2 balen wol voor op Scheetje. Uiteindelijk zijn we klaar voor het echte vertrek en we verlaten de Groene Vallei. Zal ik hier nog ooit eens terugkomen, weten wie ik ben en welke gruwelijkheden ik heb verricht? Ik weet het niet. Aan de ene kant hoop ik het wel, want dat zou dan in kunnen houden dat ik mijn opdrachten tot goed uiteinde heb kunnen volbrengen. Aan de andere kant; wil ik inderdaad wel weten wat ik heb uitgericht
|
|
Orson Warloc