De Raad van de oude dwergen koningen
Opgetekend door Krodahl, hogepriester van Koch.
Utar 22e dag van de maand van de paddestoel
In de kamer bij de Dood denk ik aan mijn broer en ik bedank hem voor zijn vriendschap en daden. Ik wens hem een veilige tocht naar het hiernamaals. Ik krijg echter het gevoel dat m’n broer niet echt dood is en dat hij me niet helemaal vergeten zal zijn. Hij is weer Thuis, waar dat ook mogen zijn.
De uitstraling van de dood valt wel mee, het had iets natuurlijks. Toch appart voor zo’n machtig wezen dat zo maar hier rond loopt.
Ik probeer contact te leggen met de dwergen koningen: “Geachte koningen in het hiernamaals, wij zoeken contact met U voor Uw wijze raad”. Echter geen resultaat, geen gevoel.
Khemron concentreet zich om te gaan mediteren. Hij probeert in contact te komen met Seker. Dat lukt zeer goed. Alles wordt grijs en vervallen. Er vormt zich een gestalte met een zijs.
“Ja” hoort Khemron in zijn hoofd. Khemron vraagt: “Heeft de steen iets te maken met ondoden en moet er actie tegen genomen worden?” Stilte
K: “Ik ben..”
D: ”Ik weet wie je bent”
K: vraagt iets over goden
D: ”Tsjee, Goden, Ik weet wie ze zijn””Moet er iemand sterven? Je hebt me toch geroepen. Wie moer er dood?”
K: ”Dat is niet aan mij om te beslissen”
D: ”Oh” en hij verdwijnt.
Ik kijk naar Ina en zie dat er iets niet goed is. In eerste instantie zie ik het niet, maar dan valt een rimpletje op. Ze is ouder geworden. Ze ziet er uit als een vrouw van 26. Ze is duidelijk ontzet. Ik probeer haar te troosten maar ik weet ook niet wat te zeggen. Ik bang dat ze ouder wordt van deze ruimtes hier (maar later blijkt dat ze ouder is geworden door de aanwezigheid van de Dood.) Ik raak in paniek en ik moet een uitgang voor Ina vinden. Ik maak een fakkel aan en ren een gang in. Ik probeer Ina dicht bij me te houden maar ze wil niet. Verwart ga ik op zoek naar de uitgang. De rest volgt me. Ik volg de gang. Alles is onder het stof. We komen in een hele grote hal (2 bij 2 km) met een natuurlijk dak. Er zijn woningen uitgehakt. Er is een groot plein. Op het plein zien we zo’n gestalte met mantel. Waar naar toe?
De tekens en bouwstijl is anders dan de dwergenstad van waar we vandaan kwamen.
Ina zondert zich af en is boos. Ik ga bij haar staan. Ze heeft een hekel aan dwergen, druides, elfen, honden, magiers, priesters, etc. Ik kan het niet beter maken en blijf hulpeloos bij haar staan.
De groep weet opk niet wat verder te doen. Orson is helemaal niet te genieten. Traz probeert nog een overleg op te starten.
Het onderwerp komt weer op de dood en ik probeer iets uit te leggen over de vorige ontmoeting die ik had met de Dood. De dood verscheen en ik vroeg “Wie ben jij?”. Antwoord:”Ik ben degene die er over gaat”. De Dood was gevraagd om de tempel te bewaken. Ik vraag door wie en dan lacht de Dood.
Ik beredeneer dat de Dood gevraagd is om hier een taak te vervullen. Onderdeel van de taak was het laten zien van de geschiedenis.
We besluiten om met de oude koningen te gaan spreken. Dat zal waarschijnlijk in de oude graftombes kunnen en dus moeten we die zoeken, en dus moeten we waarschijnlijk naar beneden. De snelste weg is de grote trap in het midden van het plein.
Als we naar de trap aangekomen zijn moeten we nog voorbij het manteltje. Ik pak m’n holy symbol vast ter bescherming maar dat had ik niet moeten doen. Het manteltje reageert en draait zich om. Uit een gebouw uit te verte komt er nog een. Ergens anders nog een, en nog een. Even later zijn we omsingeld. Praten en bevelen helpt niet. We proberen slim te doen en de manteltjes richting trap te passeren, echter het enige resultaat is dat de klauwen uit de mantels komen en kappen opkijken. Ze willen niet dat we er voorbij komen richting trap.
Ondertussen eten we een hapje. Op dwaallicht reageren de manteltjes ook, op Ina wat trager. Na wat verder proberen merken we dat er een plek is in de circel waar de manteljes terug wijken. Sterker nog, er draait er een om en twee anderen wijzen alsof we moeten volgen. Dat doen we dus maar.
Tijdens het lopen bedenken we dat het eigenlijk toch wel logisch is. We wisten dat de baas van de manteltjes de eigenaar van de Steen is en die is op dit moment in bezit van de oude dwergenkoningen.
Goed, wel volgen het manteltje uren en uren en hij stopt uiteindelijk bij een opening.
We gaan naar binnen en lopen een gang in. De gang is breed met diverse zijgangen. We gaan rechtdoor en komen uit in een hal (60*40 meter). De hal is vaag verlicht (groening blauw fluoriserend) Het ziet er uit als een bankethal. Langs de muren zij harnassen, speren, wapenschilden, etc. Alles typisch dwergs.
We lopen door de hal en vinden een naad van een verborgen deur. Irodor maakt de verborgen deur open. Daarachter is een gang die uitkomt op een verlichtte ruimte. Deze volgen we en komen uit in een soort schatkamer.
Er staan kisten met parels, goud, bijlen, etc. Over alles heen is een laag rood poeder (poeder is niet op de grond). De meeste spullen zijn magisch. Het ziet er wel iets rommelig uit. Het lijkt alsof iemand vanallles appart heeft gezet. Ergens in de hoek staan een soort kandelaars op de grond. Die staan op de punten van een ster: een oproepcirkel! Het zijn zwarte kaarsen en gouden kandelaars. In het midden van de cirkel ligt nog iets dat organisch was. Volgens Irodr is het een soort cirkel met de punt verkeerd. Je kunt oproepen, maar je kunt het er niet in houden. Deze cirkel is dus geen gevangenis. Er is nog een heleboel power in de cirkel. Het zijn haastige krijt tekeninegn, dus het is snel gebeurd. Irdor zou hem kunnen gebruiken. Met 1 powerpoint zou je dan kunnen oproepen: dit is een soort uitnodiging. Dat ding in het midden was een focus, het is een ingewand van iets.
In de schatkamer liggen geen harnassen of zo, alleen maar dingen die een bepaalde grootte hebben. Het spul in deze kamer zal wel buit zijn.
We gaan de ruimte weer uit. Traz zoekt echter nog een nieuwe boog en heeft er een zien staan. Hij wil weten of het stof van de spullen af kan. Hij schiet daarom vanuit de gang een pijl op het blad van een bijl. Hij raakt de bijl, maar er gebeurd verder niets. Het stof zit nog steeds op de bijl. Er is een lein plekje te zien waar minder stof is. Traz controleert de pijl en ziet wat van het rode stof op de pijlpunt Hij pakt de pijl met een lapje stof maar laat het direct vallen. Het rode spul brand door het doekje heen in zijn hand. Hij gooit het lapje weg en dat komt uitaraard op de cirkelrand terecht. Het is weer eens zo ver. Traz en cirkels. Ik zie hem kijken naar het doekje en nadenken of hij het zal gaan pakken. “Traz, je gaat toch zeker niet dat doekje pakken”, roep ik. Gelukkig bedenkt hij zich. Orson kijkt naar de handen van Traz en denkt dat het een soort zuur is.
Op de hal komt een gang uit die we nog niet verkend hebben. Deze gaan we in. Aan het eind van die gang komen we een hele grote ruimte. Het is een hele grote ruimte want het galmt. We volgen linksom de wand. Uiteindelijk blijkt de hele grote ruimte vol te staan met rijen van tombes. Om de 2-3 meter staat een tombe. De tombes wijken niet van elkaar af. Zo te zien zijn het geen koningsgraven.
We vinden ook nog een soort altaar in een “U” vorm. Het is van een soort zwart marmer met wit erin. Ik heb het gevoel dat het altaar niet gewijd is. Ik probeer nog wat, maar allemaal geen reactie.
We zoeken verder, met name naar verborgen deuren. Deze worden al snel gevonden achter het altaar. We vinden ook een losse steen in de muur. Traz raakt hem aan en dan schuift de deur open. Erachter bevindt zich een gang met een vertakking maar ze komen beide uit op een verlichtte hal (iets feller dan de bankethal)
In het midden staat een hek van goud en daarbinnen een pyramide van zwart marmer met witte nerfjes. De pyramide is 80 bij 80 meter en 5 meter hoog. In de hoeken van de zaal staan harnassen, in een nis.
We lopen richting de tombe en horen een geluid. De helmen van de harnassen staan wat rechter. We voelen ook een uitstraling. In het hek zijn patronen verwerkt en de kroon komt er veel in voor. We lopen om de pyramide heen maar zien geen ingang. We knielen en vragen de oude koningen om raad.
Dan wordt de pyramide omgeven door een soort waas. Het lijkt wel of we een hele lange tunnel inkijken. Er komen 3 gestalten aan. De voorste ziet er het meest koninklijk uit met kroon en een soort harnas. De figuren hebben alleen geen ogen. Het zijn gaten. De figuren naderen tot het hek en we horen een stem in ons hoofd. “Gij waagt het om ons te storen…” Ik neem het woord.
K:”Geachte machtige koningen, wij zoeken Uw wijze raad. Uw volk is in grootste nood, de huidige koning is verdwaasd en brengt het gehele volk in gevaar”
De voortse dwerg kijkt zijn metgezellen aan. Beide knikken en de voorste dwerg knikt dan ook naar ons.
K:”Is het verstandig om de steen mee te nemen?”
D:”Elk machtig voorwerp ouder dan hetgeen de koing beinvloed zou in princiepe kunnen beschermen. Dus de steen is niet perse nodig.” De koning dwerg kijkt de groep rond. “Jullie horen een aantal hele oude voorwerpen bij te hebben (De Bollen dus) maar jullie hebben ze niet.
Dan laten we ieder onze voorwerpen zien:
· De veer van Traz zou kunnen communiceren met de koningen: het is een item om met de doden te communiceren. De koning doet er vrij normaal over. Het geeft geen bescherming.
· Het schild van mij geeft een kans.
· De hoorn heeft de macht niet meer
· Scimitar biedt Orson, en aleen Orson, een kans. De koning vraagt nog wel aan Orson of hij beseft wat het zwaard met hem doet.
· Het Zwaard van Irdor is misschien sterk genoeg, maar daarvoor zou je het moeten gebruiken.
K:”Zijn er nog andere voorwerpen ter beschikking?”
D:”Er is nog een schild van de slang. Er is De kroon, ouder en machtiger en er zijn nog twee ringen die waarschijnlijk voldoende macht/bescherming van de drager geven. Er is ook nog de hamer van Khalezheer. Die is waarschijnlijk ook oud en machtig genoeg. Bij iedere beschrijving krijgen we het gevoel/beschrijving welk voorwerp bedoeld wordt. We hebben die voorwerpen al gezien.
K:”Moeten we die voorwerpen hier terugbrengen of aan de dwergen geven?”
D:”Het maakt ons niet uit, doe wat je goeddunkt”
K:”Heeft U nog een raad over de aanpak?”
D:”De snelste weg is ook het gevaarlijkst. De groep kan de steen verwerven en men kan dan rechtstreeks naar de koning teleport). De steen beschermt de personen die de drager wil beschermen. Afhankelijk van de wilskracht van de drager lukt het dan. Als de wilskracht ontbreekt mislukt alles. Bij de koning moeten we het voorwerp afnemen. Als je dat voorwerp hebt dan ben je in direct gevaar. We verwachten ook niet dat ons volk netjes zal reageren, ze zullen niet dankbaar zijn. Dat spijt de dwergenkoning. De steen van het boek hoeven we niet terug te brengen.”
D:”De langzame weg is minder gevaarlijk. We hebben dan andere bescherming nodig. Echter Uw nadering zal door de koning worden verwacht. We zullen dan de voorwerpen uit de buit moeten halen en zien door te dringen tot de gewaarschuwde koning. Ook daarna houdt het gevaar niet op, ander gevaar.” “Als jullie de voorwerpen hadden gehad die jullie bij hadden moeten hebben (Bollen) dan was het een stuk gemakkelijker geweest.”
K:”heeft U een bergplaats?”
D:”De bergplaats krijg je bij het einde van de opdracht.”
K:”heeft U raad over de profetie?”
D:”Ja, geloof vooral niet in de profetie. Doe alles zoals je zelf goed vindt, jij hebt vrienden: gebruik ze”
Orson: “Kunt U mij vertellen wat er met mij gaat gebeuren, met het zwaard en zo?”
D:”ik zal de toekomst niet voorspellen”
De groep heeft enige discussie of we de lange of korte weg nemen. Het beste argument is dat Frank altijd zo vervelend gooit als het moet. En hij is er nog trots op ook nog! Laten we daarom maar de lange weg nemen.
K:”we kiezen de lange weg”
D:”Strek jullie handen uit” De koning ziet de handen van Traz. “Oh, bij jou zal ik maar beginnen voordat U dadelijk neervalt. U bent namelijk dodelijk vergiftigd!” De konig strekt zijn handen uit maar raakt Traz niet aan. “U bent nu 1 maal beschermd tegen het rode poeder”
D:”Het rode poeder wordt standaard gebruikt in tombes van dwergen.” Een ieder in de groep krijgt de bescherming voor eenmalig gebruik.
Dan knikken de dwergen en verdwijnen in de tunnel.
Orson denkt dat het rode spul een contactgif is. Dodelijk op de korte termijn, maar ook op de lange termijn.
We gaan naar de schatkamer terug. Gelukkig is er niets veranderd bij de cirkel. Irdor denkt wel dat de balns van de cirkel niet meer goed is. Het zwaard denkt dat Zij de balans wel zou kunnen herstellen. Irdor hoeft het alleen maar te trekken…..
Irdor zoekt een van de ringen. Hij ziet een kussen waar een soort armband op ligt. De armband schreeuwd “Neen mij Neem mij”. Dan zegt het zwaard daarnaast “Neem mij, neem mij”. We zien Irdor twijfelen en sleuren hem weg. Dan probeert Ina het. Ze staat stil bij een spiegel. Deze beweert dat ze het spiegelbeeld van Ina kan laten zien. Ook Orson heeft geen succes en zoef er vliegt een hamer door de kamer, vlak langs het hoofd van Orson. Khemron ziet nog een glazen hamer voor onder water.
Ik zou een van de ringen willen hebben die bescherming biedt. Dat is een voorwerp waar ik nog nut van zou hebben, ook na deze nissie.
Ina vindt dan de hamer van Khalezheer. Traz probeert de hamer te pakken. Het rode poeder valt hem aan, het springt van de hamer af op Traz. Het poeder heeft gelukkig geen succes. Dan hoort Traz een Stem in zijn hoofd: “Jij bent helemaal geen dwerg”. Traz: “Dat klopt, ik wil je naar een dwerg toe brengen, naar de broer van de koning” Dan blijkt het goed te zijn en kan Traz de hamer pakken.
Het schild van de werledslang wordt gepakt door Kemron. Een zwarte slang op een oranje achtergrond. Ook hier valt het poeder aan zonder resultaat.
Ina zoekt naar de volgende spullen en dan heeft ze plotseling een ring te pakken en doet deze om haar vingers. Als we vragen waarom ze dat deed heeft ze zoiets als “Deed ik dat?” Trouwens welke ring: de ring is onzichtbaar geworden. Ina weet niet dat ze de ring heeft aangedaan.
Ik neem de gouden ring die door de dwergenkoningen is aangeduid. Het is een gevlochten gouden ring met een drietal stenen. Een rode steen in het midden en daarnaast twee blauwe stenen. Ik doe hem om.
Irdor neemt de andere ring. Deze is zilverkleurig met een zegel van een schorpioen.
Dan wordt de kroon gezocht. Het is een diadeem met diamandjes. Ina vindt dat dat wel iets voor haar is. Maar ze heeft al een voorwerp! Ik probeer haar weg te krijgen maar ze pakt toch de diadeem. Het rode spul valt haar aan. Ze schreeuwt even en dan valt het rode spul op de grond. De kroon wil helemaal niet dat Ina de eigenaar wordt. Ze praat dan even, en dan is het schijnbaar geregeld. Ina heeft de kroon.
Traz wil een boog. Hij ziet een geschikte kandidaat net voorbij de cirkel. Daarom moet hij over een kistje springen. Er gaat natuurlijk iets weer niet goed. Ook Orson springt er over en valt tegen Traz. Samen rollen ze door de cirkel. Ja hoor. Het is weer eens zover. Laat Traz niet bij cirkels want het gaat zeker fout.
Hoe fout het gaat merken we de volgende keer……
Tot zover,
Krodahl