Sessie 146, 25-05-1997, Afwezig: -

 

 

“Aaargh, ik heb honger !”

 

Amtar, 26e dag in de maand van de Paddestoel

Terwijl wij net van de schrik zijn bekomen is Grijze Reiziger al weer met andere gedachten bezig. Hij moet nog even met Traz en Orson overleggen en neemt ze even apart. Na een tijdje komen ze terug. Traz kijkt bedachtzaam. Op de lelijke orcentronie van Orson valt geen bijzondere uitdrukking te ontdekken.

Grijze Reiziger wil even van de rest weten of we nog belangrijke vragen hebben. Uit zijn blik blijkt dat dit wel heel erg belangrijke vragen moeten zijn; als ik dan ook even naar mijn nieuwe ring vraag geeft hij geen echt antwoord. Niemand anders heeft iets te vragen en Grijze Reiziger kijkt al afwezig. Hij wenst Khemron nog succes bij zijn mede-elfen, loopt dan een van de bredere gangen in en is al snel uit het zicht verdwenen.

 

Een aantal gevoelens volgen elkaar nu snel op, zowel bij mij als bij de overige aanwezigen. Eerst is daar het gevoel van opluchting dat we een deel van de opdracht hebben volbracht en , belangrijker nog, dat Grijze Reiziger er gelukkig weer vandoor is. Die vent werkt me op mijn zenuwen. Het is niet alleen dat ik hem niet aardig vind, dat gevoel heb ik wel voor meer personen. Het is meer de wetenschap dat Grijze Reiziger ons zonder enige aarzeling zou afmaken als hem dat volgens zijn eigen logica beter lijkt. Bah.

Nu ik Karles zo zie staan maakt het gevoel van opluchting plaats voor een gevoel van dankbaarheid. Uiteindelijk heeft zijn bijdrage de hele situatie weten te redden. Net als ik op hem wil afstappen om hem uitbundig te bedanken rinkelen er duizend alarmbellen in mijn hoofd. We worden allemaal overvallen door een gevoel van macht, dat wel van Orson lijkt af te komen. De kracht is grof en bot en is duidelijk niet geïnteresseerd of we hierdoor schade oplopen.  Het ‘bladert’ door mijn hoofd en vaag hoor ik kraakgeluiden, terwijl ik zie dat mijn vrienden om me heen veranderen in afzichtelijke orcs of zo. Het begint me te dagen dat deze verandering te maken heeft met lengte en dat ik dit proces een beetje kan sturen, als ik snel kies. Ik ben eigenlijk de kleinste van het stel met 1,63m en dat levert vast geen bijster indrukwekkend monster op, al kan ik misschien wel een kobold magiër worden. Na enige aarzeling doe me voor als iemand van 2,20m. Ik voel dat ik kan kiezen uit het soort wezen dat ik wil worden; een vechter, een wilde berserker of een outcast. Ik kies voor een outcast en met veel pijnlijk en misselijk makend gekraak begin ik te veranderen. Lange armen, lange benen, een brede muil met slagtanden. Mijn kop doet zeer en ik heb honger. Niet vreemd als je een trol bent.

 

Als ik weer om me heen kijk blijkt iedereen te zijn veranderd in een of ander afzichtelijk monster, afhankelijk van hun lengte en hun keuze.

Khemron was 1,80m en wordt iets langer en veel hariger. Zijn hele lichaam verandert. Zijn gezicht wordt langer en heeft nu wel iets hondachtigs. Hoewel we ze nauwelijks ooit hebben gezien weten we dat zo’n wezen wel Gnoll wordt genoemd. Khemron zegt later dat hij een soort gevoel had dat hij kon kiezen tussen een fighter en een jager. Hij koos voor de jager.

Traz (lengte 1.71m) krijgt een dergelijke keuze voorgelegd, maar kan kiezen tussen huurling en krijger, Traz houdt niet van huurlingen (hobgoblins?) en dus verandert hij in een grote orc-krijger met allerlei officiële spullen.

De verontwaardigde Karles (1,75m) is ondertussen veranderd in een soort huurling-orc, met een ratjetoe aan kleding.

Orson (1,76m) kan kiezen om priester van Orc-hon te worden. Gezien de verschillende carrières die hij al heeft gehad slaat Orson dit deze keer maar af. Hij verandert ook in een Gnoll. Ina (1,65m) wordt een orcin-sjamaan, maar niet van Orc-hon. Dat heeft er wellicht ook mee te maken dat ze een vrouw is.

Krodahl krijgt net als Orson de keus om priester van Orc-hon te worden. Hij gaat akkoord en wordt een orc-sjamaan. Hij wordt wat breder en korter en heeft nu een lelijke bek met een brede kaak en slagtanden.

 

In onze kersverse groep monsters staat iedereen elkaar wat ongelovig aan te kijken. De een is nog lelijker dan de ander. Als ik er zelf niet zo lelijk uit zou zien zou het wellicht nog wel geinig zijn.

De Gnolls hebben wel iets van hyena’s weg. Ze hebben een erg stugge donkerbruine vacht, met roodbruine stukken er in. Beiden dragen ze een lendendoek van huid, stinkend en slecht verzorgd. Orson heeft een vertrouwd aandoende scimitar (2skills) en enkele werpsperen. Khemron heeft ook enkele werpsperen, maar daarnaast ook een boog met pijlen. Khemron wordt vergezeld van een hyena - achtige rothond, die vast heel goed is voor de jacht.

De krijger/orc Traz is een stuk vetter dan de vroegere woudloper. Zijn bruine huid is deels bedekt met een soort groene uitslag en op zijn kop heeft hij een soort mohawk-hanekam. Zijn uitrusting bestaat uit leer met grove maliën, een dophelm met neusbeschermer (handig met zo’n hanekam) en slecht passende laarzen. Aan zijn riem hangt een lang zwaard en een kort zwaard. Hij kan met beide tegelijkertijd vechten. Verder heeft hij een kruisboog met pijlen (3 skills).

De orc-sjamaan Krodahl heeft naast de standaard sjamanenkleding een ratjetoe van gekke spullen bij zich, zoals armbanden, geschrompelde hoofdjes en gedroogde beesten. Hij draagt een zelfgemaakte bijl bij zich (2 skills) en heeft als holy symbol een zilveren kroontje.

De orc-huurling Karles heeft naast een hoop zooi een goede lange boog met zwarte pijlen, een goede helm en een zwaard.

 

Het kost me eerlijk gezegd wat moeite om me zelf te beschrijven. Ik ga er maar vanuit dat het tijdelijk is (?) en dat dit beter is dan dood zijn (?). Als ik naar beneden kijk zie ik dat ik een gerafelde leren broek draag, met daar overheen nog een lendendoek. Ik draag een gouden armband met runetekens. Wat dit precies betekent weet ik niet, maar ik weet wel dat ik een erg groot probleem heb als ik de armband ooit verlies. Liever raak ik een been kwijt. Het heeft er mee te maken dat deze trol (ik?) vroeger steeds alleen was. Hoewel andere trollen me nu afwijzen ben ik nergens meer bang voor en stink ik ook niet meer zo, al denken anderen dat ik nog wel stink.

Als wapen draag ik een groot, bot, lomp stuk tweehandig zwaard. Gelukkig ben ik nu ook sterk genoeg om er zo een te hanteren.

Op mijn beide schouders zitten twee wezentjes, twee demoontjes of zo. Links zit een zwarte demon van circa 20 cm lengte die regelmatig “goede raad” geeft door haar gedachten naar mij te sturen. De demon in kwestie is mij wel langer bekend. Op mijn rechter schouder zit een bijna witte demon/duivel die ook goede raad geeft en wel eens dingen voor me doet. Gelukkig dat Dwaallicht ongedeerd is, al vindt hij het ook allemaal maar niets.

 

Het zootje ongeregeld voor me zou me direct op de vlucht hebben gejaagd als ik   gewoon mezelf was. Aangezien dit duidelijk niet zo is blijf ik maar bij ze in de buurt. We zitten nu eenmaal in het zelfde schuitje. Na een tijdje begin ik wel te merken dat de oude persoonlijkheden toch wel zijn blijven hangen. Ik vraag me af wat ons nu weer te wachten staat.

Alsof hij een antwoord geeft op mijn onuitgesproken vraag buldert een lawaaierige schreeuw in ons hoofd. “ZO”, schreeuwt Orc-hon triomfantelijk. Hij schreeuwt wat onze opdracht is. We moeten de voorwerpen brengen naar de grot van het blauwe mes. We zijn veranderd in monsters omdat we in onze vorige gedaanten nooit zover zouden kunnen komen. Als we slagen in de missie zorgt Orc-hon voor een beloning; een betrouwbare bergplaats. Over voorwerpen gesproken, “Het kromzwaard” en “De Bol” zijn hier ergens wel, maar voor ons niet zichtbaar aanwezig.

Oh ja, om weer terug te veranderen zullen we deze missie moeten volbrengen, anders zitten we waarschijnlijk voor altijd aan onze monstergedaantes vast. Dat vind ik een erg goede reden om zo snel mogelijk die grot te gaan zoeken.

 

We kunnen op pad, tenminste nadat ik heb gegeten. Gelukkig heeft Krodahl een “Create food” kracht. Na wat gegrom van mijn kant tovert hij wat dooie beesten die ik snel opvreet. Ik heb wel nog steeds honger.

 

Traz komt op het lumineuze idee om wolf te worden, zodat hij wat minder lelijk is. Na heel veel pogingen stinkt hij nog wat harder door al het zweet dat van zijn voorhoofd komt. Verder gebeurt er niets. Dit brengt ons wel op de vraag of er nog meer zaken zijn gewijzigd. Met onze gedaanteverandering zijn er krachten en skills verdwenen, maar het blijkt dat er ook zijn bijgekomen. Voor zowel de trollen als de orcs en de gnolls geldt dat ze een eigen taal hebben naast een algemene gemeenschappelijke taal. Verder heeft iedereen wel bijzondere skills en kunnen sommigen van ons speciale rituelen uitvoeren.

De gnolls hebben een +2 voor wisdom en +1 voor dexterity. Als skills hebben ze outdoor survival, tracking, animal training en alertness. De gnoll Orson kan daarnaast ook praten met dieren. Khemron kan een soort ‘Hold Person’-spreuk doen door alleen maar iemand aan te wijzen.

Ik heb als trol een +4 voor constitution (+7 Hitpoints) en een regeneratie van 5 Hp/round. Verder heb ik een speciale drinking skill en verdwaal ik nooit; ik kan altijd mijn weg vinden. Voor als de situatie echt moeilijk wordt kan ik de aardkrachten oproepen door op de grond te stampen.

De gewone orc heeft als skill alleen de brawling skill. De orc-krijger Traz heeft meer  skills, namelijk intimidate (dwz lui afblaffen), artillerie (blijden en zo) en kennis van militaire signalen. Verder kan hij een speciaal soort dansje doen, waarna er een beschermgeest komt die vragen kan beantwoorden.

De huurling-orc Karles heeft net als de Gnolls alertness, maar verder geen bijzondere vaardigheden.

De orc-sjamanen kunnen mensen genezen (per wond 1 hitpoint) en bijzondere kruiden en zo vinden. Daarnaast kan Ina nog goed koken en kan Krodahl monsters trainen. De sjamaan Krodahl heeft nog een aantal bijzondere krachten. Hij kan geesten uitdrijven, leugens detecteren en een insectenbarriere of een wachter neerzetten. Dat is echter nog niet alles. Speciale krachten zijn nog:

level 1:           Fear, Create Food, Bless, Sanctuary, Ceremony, Invisibility to Undead

level 2:           Traps, Charm, Hold, Messenger

level 3:           Animate Dead, Stone Shape, Summon Insects

level 4:           Cure Serious Wounds, Giant Insect

 

De speciale krachten van Ina blijven voor nu nog even verborgen. Ina onttrekt zich trouwens aan Krodahl. Ze maakt even duidelijk dat Krodahl haar niet als zijn bezit mag beschouwen. Verder laat ze weten dat ze *het* best wel met de aanwezigen zou willen doen, met uitzondering van de trol natuurlijk (moet dat nou?). Krodahl weet duidelijk niet hoe hij hier mee om moet gaan. Hij zou wel willen dat ze weer was zoals vroeger.

 

Eindelijk gaan we dan op pad. Orson probeert het spoor van Grijze Reiziger te volgen, maar dat lukt uiteraard niet. Met mijn gevoel voor richting weet ik wel hoe we het snelst terug bij de dwergen kunnen komen, maar daar hebben we nu even niets aan. Ik loop dan maar gewoon een kant op, waarbij ik in de gaten hou of de gang ons van de dwergen af leidt of juist niet. De rest volgt. Na een tijdje lopen merk ik dat de afstand tot de dwergen niet veranderd, zodat ik haaks hierop een gang in sla. Deze gang voert ons wel van de dwergen af. We lopen in regelmatig tempo door deze gang en negeren de vele zijgangen. Nadat we ongeveer een uur hebben gelopen ruik ik eten in een wat minder net afgewerkte zijgang. Ik ga zonder iets te zeggen mijn hongergevoel achterna. De gang loopt wat naar beneden en we moeten zelfs een stukje naar beneden klauteren voordat we bij het eten komen. Dwaallicht, mijn witte duiveltje vliegt af en aan om de weg te wijzen.

Het eten staat er in de vorm van eetbare paddestoelen met allerlei beestjes er op. Ik begin ze met smaak op te eten. We zijn trouwens nu in een grot waar een rivier doorheen loopt. Het valt Krodahl op dat er ook licht giftige paddestoelen tussen de eetbare exemplaren staan, ziekgroen van kleur met bruinzwarte puntjes. Vooral ogres en goblins zouden er erg ziek van worden, zegt ie. Ik merk er nog niets van en eet dus rustig door. Verder ontdekt Krodahl een of ander blauw/grijs groeisel. Het stinkt naar rotte eieren, maar volgens Krodahl kun je er van alles mee genezen. Ondertussen zit ik vol en ga eens ongegeneerd beestachtig schijten. De rest staat (uiteraard) een eindje verderop en ouwehoert wat over de te volgen richting.

 

Aangezien we als groep een speciale skill hebben in “Het ouwehoeren over welke kant we nu weer op zullen gaan” ga ik gewoon maar stroomopwaarts. De rest volgt vanzelf.

 

Al lopend valt me op dat Karles er maar slecht uit ziet, zelfs voor een orc. Hij vindt het hele gedoe volgens mij al lang niet meer leuk. Zo ben je een groepje avonturiers aan het redden en zo loop je als lelijk monster achter ze aan, zonder dat je daar zelf iets over te zeggen hebt. Ik voel wel met hem mee.

Nadat we wel zo’n halve dag door gangen zijn gesjouwd en ons door smalle openingen hebben gewurmd komen we aan in een vrij grote grot met een aantal goblins, die meteen in paniek wegvluchten, iets gillend over trollen en zo. Traz schiet er een overhoop, voor de aardigheid of zo (niet iets voor Traz, dacht ik). Een andere goblin vlucht in paniek onze richting op en wordt pootje gehaakt door Mhara en gepakt door Orson. Het wezentje begint te huilen. Als Orson hem door elkaar schudt begint deze alleen maar meer te janken, te snikken en om genade te smeken. De goblin loopt al blauw aan als Traz eindelijk zijn keel los laat. Traz smijt hem op de grond, zo hardhandig dat de goblin gewond blijft liggen. Khemron pakt het wezentje op om Krodahl het gewonde armpje te laten verzorgen. De goblin schrikt zich letterlijk dood van Krodahl, zodat diens goede bedoelingen weinig aan de situatie weten te veranderen. De beide dode goblins worden ter plekke begraven.

Het lijkt er op dat de dode en weggevluchte goblins in deze grot te werk gesteld waren en hier de verschillende paddestoelen oogsten om te gebruiken als bouwmaterialen. De goblins zagen er al uitgemergeld uit, als een soort slaven. Een eindje verderop zien we een houten constructie, een soort steiger van 4m hoog. Daar boven uit zien we 6 kopjes uit steken, goblins bewapend met bogen. Meteen als ze ons zien schieten ze op Khemron, die voorop loopt. Het duurt even voordat ze ophouden met schieten, als ze er achter komen dat hun pijlen niet ver genoeg komen om ons te raken. Toch hebben ze ons nu even gestopt. Ze maken hiervan gebruik om de houten stellage te overgieten met olie en in de fik te steken. Dit is zodanig effectief dat we wel gedwongen zijn om ons even terug te trekken om te beraadslagen. We zijn nog aan het discussiëren als er plotseling een grote crossbow-bolt uit een paddestoel bij Khemron steekt. Voor ons verschijnen enkele orcentronies. Deze orcen hebben blijkbaar een of ander groot schiettuig voor de dag gehaald en ze voelen zich veilig genoeg om ons eens flink uit te gaan schelden. Wij schelden natuurlijk lekker terug maar dat helpt de situatie niet echt. Krodahl merkt dat er aan de overkant ook een sjamaan aanwezig moet zijn en besluit zijn ‘messenger’ te sturen met een boodschap. De boodschap wordt echter niet goed begrepen. Zowel het briefje als de scheldpartijen hebben dan ook niet het gewenste effect. Aangezien er versterking wordt gehaald gaan we maar stroomopwaarts. Uiteindelijk kan deze route net zo goed zijn als die andere.

 

Na een tijdje lopen horen we in de verte stemmen en het gerinkel van kettingen. We verbergen ons zo goed mogelijk en even later komt een twintigtal goblins in kettingen aangelopen, begeleid door 5 orcen. Ook is er zo’n lelijk beest bij, een beergoblin. Wonder boven wonder zien ze ons niet en we laten ze maar gewoon passeren.

 

Nadat we onze weg vervolgen komen we bij een aftakking van de rivier. Ik kies de kleinere zijrivier die hoewel de weg wat nauwer is meer naar boven toe loopt. Het is wat wringen, maar al snel komen we boven bij een grote grot met een meertje. We bevinden ons midden in een groot orcenkamp !

Hoewel we ons niet echt op ons gemak voelen kijken we maar wat rond in het kamp. Het symbool op vlaggen en schilden is dat van een gebroken hamer, niet erg vechtlustig dus. We lopen naar een tent met allerlei macabere versieringen en beschermingen, zoals gebroken botjes en zo. De sjamaan komt al naar buiten en van verschillende kanten komen verontruste wachters aangelopen. We worden gesommeerd om onze wapens neer te leggen. Dat doen we uiteraard niet, omdat we dan zeker afgemaakt worden. Blijkbaar is dat de normale reactie en onze houding wordt geaccepteerd. De sjamaan is wel bereid om met Krodahl te spreken. De sjamaan trekt een halve cirkel om zich heen en gebaart Krodahl om te gaan zitten. Ook wij mogen gaan zitten. Een mens komt ons eten brengen, een jongeman van circa 25 jaar oud, schaars gekleed en bont en blauw geslagen. We krijgen rotte vogels te eten en dat smaakt best.

De goblin sjamaan ziet er erg breekbaar uit zo, al zittend op de grond. Het is me niet duidelijk of het een machtige sjamaan is of niet. Hij zegt wat lelijks over de aanwezige gnolls en denkt dat ik getemd ben, blijkbaar vanwege mijn gouden armband. Hij lacht even als Krodahl zegt dat dit niet zo is. Het zwarte demoontje op mijn schouder fluistert in mijn oren dat ik het vast wel van de sjamaan zou kunnen winnen. Nu ben ik wat verstandiger dan ik er nu uit zie. Ik blijf dus lekker zitten en eet nog een rottend vogeltje.

De sjamaan wil van Krodahl weten van welke stam we zijn. Krodahl vertelt dat we niet van een bepaalde stam zijn maar dat er met ons is geknoeid (gecursed) en dat we door Orc-hon op een speciale missie zijn gestuurd. De sjamaan knippert even met zijn ogen en merkt op dat de wegen van Orc-hon ondoorgrondelijk zijn. Hij vindt het vreemd als Krodahl vraagt naar de locatie van de grot van het blauwe mes. Krodahl geeft als uitleg dat hij de locatie door zijn curse is vergeten. De sjamaan zegt dat niet hij ons kan helpen, maar dat we naar de orcenleider moeten gaan, Rotte Varuk. Hij wijst Traz aan als iemand die bij Rotte Varuk hoort. Hij zegt verder dat we als groep door een orcenstam moeten worden opgenomen en dat we er anders niet komen. Niet de gehele groep kan worden opgenomen in zijn stam van de gebroken hamer. De stam van de gebroken hamer maakt allerlei oorlogstuigen zoals pijlwerpers. Als grondstoffen gebruiken ze onder andere de paddestoelen die we hebben gezien. De laatste tijd hebben de orcen trouwens ook wel betere wapens van de mensen gekregen.

Volgens de sjamaan zullen we ons moeten aansluiten bij een krijgerstam. De sjamaan wijst een richting aan die we moeten volgen. Rotte Varuk zal een eind verderop een vergadering organiseren, het zal wel weer ruzie worden zegt de sjamaan.

We bedanken de sjamaan voor zijn advies. “Mogen uw zonen nog vele zonen krijgen“ zegt Ina nog. Ze zegt trouwens nog meer, ze is heel verontwaardigd over de manier waarop we ons gedragen. “Mannen zijn zwijnen” zegt ze “Jullie verdienen het om nooit meer terug te veranderen”. Ze is wel heel erg streng vind ik.

 

Het zootje ongeregeld sukkelt weer achter mij aan als we op weg gaan in de door de sjamaan aangegeven richting. Als Krodahl nog even “Zoek, Zoek” roept kijk ik hem dreigend aan, terwijl Mhara aandachtig naar zijn kruis staart. Krodahl is vanaf dat moment aanmerkelijk stiller.

We vervolgen onze weg door natuurlijke grotten. We komen veel patrouilles tegen die ons afsnauwen en die we in de locale traditie ook maar uitschelden. We worden blijkbaar beschouwt als een soort ex-gedetineerden, waarschijnlijk omdat we geen stamtekens dragen. Je moet hier blijkbaar iets heel ergs doen om je stamlidmaatschap kwijt te raken. Een keer komen we een kar met drank en vechtende orcen tegen. Wij knokken mee en enkele orcen blijven dood achter. Tot mijn verbazing komen we ook vrouwelijke orcenkrijgers tegen, die net zo lelijk zijn als hun mannelijke soortgenoten. Zo zwerven we nog twee dagen door de orcengangen, voordat we in de buurt van ons doel komen.

 

Utar, de 29e dag in de maand van de Paddestoel

Nog steeds lukt het Traz niet om een wolf te veranderen. Hij heeft zo ondertussen wel een idee waarom het niet werkt. Hij is niet aan het vechten en daarom werkt het niet, lijkt het wel. Ik eet ondertussen van het goede verrotte voedsel dat Krodahl met zijn Create food heeft getoverd.

Nu we al bijna gewend zijn aan onze nieuwe rollen wordt het tijd om ook onze namen aan te passen. Op de een of andere manier lijkt de naam Akmet me wel wat, maar na ampele overweging kies ik toch een andere naam, meer recht voor zijn raap. We staan nu bekend onder de volgende weinig gracieuze namen:

 

Buts:               Irdor                                      Krogar:     Krodahl                    

Graz:              Traz                                       Bodvar:     Orson                       

Thurid:          Karles                                    Rap:               Khemron

Alhia:             Ina                                          Rothond:       Mhara

 

Graz zondert zich tijdens het eten af en doet een belachelijk dansje. Hij heeft blijkbaar iets gevraagd aan zijn beschermgeest want hij komt terug met de volgende geweldige uitspraak: “Rotte Varuk zit op de grote stamvergadering”. Nou, daar hebben we veel aan als we niet weten waar die stomme vergadering wordt gehouden. Geweldig hoor. Alhia wil trouwens ook niet mee helpen om uit te zoeken waar we naar toe moeten om Rotte Varuk te vinden.

 

We worden gepasseerd door een groep van zo’n 30 orcensoldaten met goede uitrusting maar zonder stamtekens. Die zouden wel eens bij Rotte Varuk kunnen horen denk ik zo. Ik begin achter de soldaten aan te lopen, gevolgd door Rap. De rest blijft gewoon staan, met uitzondering van Bodvar, die zo nodig weer straal de andere kant op moet gaan. Graz loopt hem achterna om hem terug te halen, maar Bodvar laat zich niet omlullen. Rap loopt mij achterna om mij terug te brengen. Nou zie ik wel in dat het stom is om de groep zo op te splitsen. Ik loop met grote stappen terug en loop de rest straal voorbij. Ze haken dan wel weer bij mij aan.

 

Het loopt waarschijnlijk al weer tegen de avond als we bij de ingang van een grote grot komen waar het naar planten ruikt. De ingang wordt bewaakt door een twaalftal met kruisbogen bewapende orcen met als symbool een met bloed doorlopen oog. Het zijn duidelijk vieze sadisten, gore vuilakken. Ze schelden ons uiteraard weer flink uit en wij laten dat niet op ons zitten.

Het zwarte demoontje fluistert weer in mijn oren dat het tijd wordt om wat wachters af te maken. Zo stom ben ik echter toch niet. Ik geef het zwarte demoontje een dreun zodat ze haar kop houdt. Om toch een zekere balans te bewaren geef ik het witte demoontje ook een dreun, al had die nog niets gezegd. Ik heb er al meteen spijt van dat ik Dwaallicht heb geslagen. Het echte trol-gevoel kwam even boven denk ik. Dwaallicht voelt zich terecht ook erg beledigd. Het zwarte demoontje is nu gelukkig wel stil.

Krogar vraagt de weg aan de gore wachters. Ze zeggen dat we fout zitten, wat dus betekent dat we op de goede weg zijn. Beneden in het dal zien we trouwens grote kampvuren, nog een hoopvol teken. Een van de wachters roept dat het stinkt en kijkt daarbij uitdagend naar mij, alsof hij me uitdaagt. Ik laat een afgrijselijke wind die nog wel even blijft hangen. De wachter vindt zichzelf al lang niet meer zo slim en houdt zijn kop. Hij wordt door zijn collega’s afgemept, die net als hij op hun post moeten blijven. Wij lopen ondertussen gewoon door, tot we bij een echte poort komen, bewaakt door een groepje hobgoblins. Dit is het serieuze werk. De hobgoblins zijn uiteraard ook erg lomp, maar deze keer laat ik me niet uit mijn tent lokken. Andere orcs die door de poort komen lukt dit alleen door al hun bezittingen bij de wachters in te leveren en erg onderdanig te doen. Daar hebben wij uiteraard geen zin in, zodat het na veel schelden toch op knokken uitdraait. Graz gaat een duel aan met een van de hobgoblins, beide met twee zwaarden. Eerst speelt de hobgoblin met Graz en raakt hem een keer op zijn wapenrusting. Graz vecht echter dapper terug en weet de hobgoblin zelfs te verwonden. Daarna lukt het hem echter niet om zijn tegenstander te raken. De hobgoblin weet alles te pareren en weet Graz regelmatig te raken. Het lijkt zelfs wel dat de hobgoblin niet eens zijn uiterste best doet. Dan worden de wapens van Graz uit zijn handen geslagen. “Ik heb mijn dag niet” zegt Graz tegen de hobgoblin. Die vindt dat blijkbaar wel voldoende. Net als de andere hobgoblins wil hij gewoon even bewijzen dat zij de beste vechters zijn. Nu dat is gebeurd mogen we er door.

 

In het tentenkamp stikt het van de hobgoblins en van de goed getrainde orcen, gnolls, ogres en zelfs af en toe een trol. Er staat een grote tent in het midden van het kamp, waar blijkbaar de vergadering wordt gehouden. Verder staat er een grote hoeveelheid tenten, elke groep met zijn eigen banier. Er zijn veel open vuren en er wordt luidruchtig getrommeld. De vergadering gaat blijkbaar zo beginnen. Er staan trouwens ook wat tenten waar het duidelijk niet pluis is. In tegenstelling tot de andere tenten worden ze niet bewaakt, of het moet zijn dat er iets van donkere schaduwen rondwaren. Het zal duidelijk zijn dat daar niemand in de buurt komt.

In een ander deel van het kamp staan wat tenten van gnolls en daar gaat het er allemaal wat gemoedelijker aan toe. Ze zijn een beetje voor de lol aan het boogschieten en willen best met Bodvar en Rap een praatje aanknopen. Ook de andere gnolls in ons gezelschap komen er bij en krijgen eten aangeboden. De gnolls leggen uit dat hun baas hier is voor de vergadering. Eerst wordt er een paar dagen geouwehoerd, dat wordt er gefeest met veel knokken. Dan gaan ze weer terug. “Rotte Varuk’ schijnt de zelf uitgeroepen leider te zijn, maar hij wordt niet door iedereen gesteund. Wel zorgt hij voor veel buit, zodat hij best populair is. De gnolls hebben echter niet zoveel zin om te knokken en doen liever niet mee met de voorgestelde aanval op nog meer mensensteden. In het afgelopen half jaar zijn er al twee vergaderingen geweest. Rap en Bodvar krijgen beiden een slaapplaats aangeboden. Eerst gaan ze even terug naar de rest van de groep om te melden dat ze niets te melden hebben. Ze gedragen zich weer belachelijk.

 

De aandacht van onze gehele groep is direct gevestigd als we een man in een rode mantel samen met een orcensjamaan uit de vergadertent zien komen. De rode priester verdwijnt, de orc ziet ons kijken en loopt linea recta op ons af. Hij heeft een metalen band om zijn hoofd en een riem met doodshoofden om zijn middel. Hij lijkt wel twee schaduwen te hebben, een van hemzelf en een van een misvormd mens.

Hij knippert met zijn ogen en zegt dat er iets mis is met ons. Hij heeft ons duidelijk meteen door. We volgen hem naar zo’n enge tent gaan op zijn verzoek zitten. Hij kijkt ons beurtelings aan, maar hij kijkt vooral Orson/Bodvar indringend aan. Wij kijken vooral naar de grond maar kunnen ons niet aan zijn blik onttrekken. Hij heeft iets bekends, qua houding. De sjamaan kijkt op alsof hij met iemand anders praat en knikt dan. Mijn witte duiveltje is trouwens opvallend stil zo ineens.

“Jullie zijn op zoek naar Varuk?”, verbreekt de sjamaan de stilte. “Wat willen jullie van hem?”, vraagt hij. Orson/Bodvar antwoordt dat we op zoek zijn naar informatie en dat we bij de stam van de gebroken hamer het advies hadden gekregen om ‘Rotte Varuk’ op te zoeken. “Mokamet?”, zegt de sjamaan verbaast, “waarom heeft hij jullie Varuk aangewezen? Een vreemd gezelschap” mompelt hij verder. “Wat hebben jullie Mokamet gezegd” vraagt hij . “We hebben hem gevraagd naar de locatie van de grot van het blauwe mes”, geeft Bodvar als antwoord. Dat dacht de sjamaan al. Hij vraagt nog wat we van Varuk vinden en is verbaast als Bodvar zegt dat hij hierover geen mening heeft. De sjamaan zegt de sjamaan van Varuk te zijn en kijkt oprecht als hij mompelt dat de wegen van Orc-hon ondoorgrondelijk zijn. Hij kijkt een beetje verongelijkt, alsof hij weer de laatste is die er van te horen krijgt. Hij wordt hierdoor best in een moeilijke positie geplaatst. Desgevraagd vertelt de orc over de conferentie dat er veel verdeeldheid is. Hij houdt zelf niet van bemoeienis door mensen maar de rode priesters voorzien de orcen van goede wapens. Hij weet waar ze voor staan, maar de orcen hebben ze nu nodig. Hij zegt dat de rode priesters weinig invloed hebben maar vreest dat dit misschien toch teveel zal blijken te zijn. De orcen hebben de laatste tijd veel gevochten en zijn er in een bepaald opzicht wel degelijk beter van geworden. Als Bodvar voorspelt dat de dwergen nu van de orcen zullen gaan winnen zegt de sjamaan dat nog niet zo net te weten. Misschien weet hij meer dan wij. Het is in ieder geval duidelijk dat de orcen de strijd nooit zullen opgeven. Zij vinden dat het hun gebied is dat ze nu terug pakken van de dwergen. Er zal nog veel bloed vloeien.

 

De woorden van Mokamet over “het moeten aansluiten bij een andere stam” roepen een rare reactie op. “O, heeft hij jullie dat wijsgemaakt? En aan wie heeft u dat nog meer gevraagd?” Zegt de orc. “U bent de tweede” antwoordt Krogar. Een direct antwoord geeft de sjamaan niet. In plaats daarvan schetst hij een situatie en wil hij onze mening weten.

“Het orcenvolk is niet altijd zo verdeeld geweest. De orcen hebben leiding gevonden in de vorm van hun Heer. Op vergaderingen als deze werd de leiding over het volk wel eens overgenomen. Deze leider kreeg de zegen van hun heer. Echter, de efficiëntie van die leider werd afgemeten aan de doelstelling van hun heer. Niet iedere leider was het eens met zijn ontslag. Een keer heeft een leider geprobeerd om hieraan te ontkomen met mensenhulp. Zoals wel vaker was het die mensen te doen om winst. In plaats van hulp te bieden hebben ze hem verraden en ze hebben datgene genomen dat nodig is om een nieuwe leider aan te wijzen. Dat is toen in verkeerde handen gevallen.

Orcen denken dat ze een kans krijgen zich van de blaam van een verkeerde leiderkeuze te zuiveren. Er zijn sjamanen, zoals Mokamet, die denken dat ze dit kunnen beïnvloeden. De plaats waar jullie op duiden is de plaats waar de uitverkoren leider wordt aangewezen door het mes. Maar dat wisten jullie waarschijnlijk al” grijnst hij.

Krogar vraagt wat de positie van de sjamaan hierin is. Een echt antwoord krijgt hij niet, behalve dat de sjamaan degene is die het verhaal verteld. De sjamaan geeft ook geen antwoord als hem wordt gevraagd naar diens loyaliteit aan Orc-hon. Tot de verbazing van de sjamaan spreekt Krogar wel zijn loyaliteit voor Orc-hon uit.

In reactie op het verhaal van de sjamaan spreken de verschillende groepsleden:

Rap en Buts zeggen te hopen dat dit verhaal goed af loopt. Graz is van mening dat de nieuwe leider van de orcen zo gekozen moet worden als vroeger. Dat hoeft dus niet Rotte Varuk te zijn, die zich zelf als leider uitroept. Bodvar wil de rust bij de orcen doen wederkeren door het verhaal af te ronden. Thurid vindt het wel een mooi verhaal, alleen jammer dat het zo moet lopen. Alhia neemt een neutrale positie in “Jullie doen maar” zegt ze. Door de andere sjamaan wordt ze met respect behandeld, alsof ze een hogere maar aan de andere kant ook een lagere rang heeft. De sjamaan knikt na haar antwoord.

Krogar vertelt zelf een verhaal waar hij een reactie op wil horen:

“Er zijn knooppunten in de tijd, waar keuzen gemaakt moeten worden. Ik neem aan dat u weet dat we niet zo maar een loslopend clubje zijn. U bent hier dus ook bij betrokken”.

De Sjamaan wacht nog op het echte verhaal. Dan vertelt Krogar het verhaal van de dwergen en de opdracht die we hebben uitgevoerd. De sjamaan knikt “Dat is een interessant verhaal”. Hij mist alleen een detail. “In de legende is er altijd sprake van twee helften?” zegt hij op vragende toon. Bodvar beaamt dit en zegt dat de dwergenkoning slechts één helft had. De sjamaan begint het nu door te krijgen “Ja,” zegt hij terwijl hij ondertussen nog nadenkt over het antwoord.

 

Voor zijn antwoord moeten we echter nog wachten tot de volgende sessie.

  

Tot zover,    Irdor/Buts