Sessie 148, ??-??-1997, Afwezig: -

 

 

 

Deitar, 1e van de Maand van de Wind, 311 NO

Het is ongeveer midden op de dag, wanneer we op een uitgehakt bergpad staan met een soort verhoging waarachter je kunt knielen. Vanaf hier kunnen we de muren van het fort op; de noord- en zuidmuur. Het pad zelf loopt ook naar het noorden en het zuiden. Ten noorden van hier bevindt zich de vierkante toren, ten westen spreidt de vallei zich voor onze ogen uit. We lopen richting het noorden naar de vierkante toren waarna we vrij snel over ruwe houten planken verder moeten die al snel ophouden. Vanaf dat punt kunnen we omlaag via de rotswand naar de noordermuur. De muur is zo te zien niet van al te beste kwaliteit. Echter eenmaal op de muur sta je wel vast. Je kunt geen enkele andere kant op; ofwel de orcen logica: Je moet wel aanvallen, want je kunt geen kant meer op. Het fort zelf is zo gebouwd dat het overlappende verdedigingsgebieden heeft. Het fort bestrijkt een groot gedeelte van de vallei. We gaan omlaag naar het platform wat zich op het einde van het pad (en de houten planken) bevindt. Daar staat een blijde met 2 kisten. In de ene kist zitten er stenen en in de andere strooien ballen met olie. De blijde is een paar keer gerepareerd, gebruikt dus maar nog in goede staat. Graz staat de blijde met belangstelling te bekijken en heeft eigenlijk wel zin om zo’n oliebal de vallei in te vuren; een brandende uiteraard. Helaas zijn wij gnolls weer de pineut en mogen de blijde spannen en bewapenen. Ondertussen heeft onze trol al drie olieballen opgegeten; wat heeft ie toch steeds een honger zeg! Maar ja, beter die ballen als ons dacht ik zo. De blijde staat klaar om de nu brandende bal af te vuren. Graz laat de blijde richten op de weg, maar natuurlijk wordt de weg niet geraakt. Wel midden in de bomen die uiteraard snel vlam vatten. Oei, dat was ook de bedoeling niet denkt Graz en hij laat de blijde opnieuw door ons spannen om een waterzak af te vuren om zo de brand te blussen. Maar dat gaat dus ook mis; de waterzak knalt kapot op de rotsen. Dan moet Khemron zijn waterzak afstaan en weer moeten we de blijde spannen. Zoef, maar ook die waterzak is mis. Shit, nou is mijn waterzak aan de beurt. Natuurlijk is ook die mis. Dan eist Graz de waterzak van Karlos op en gelukkig is het nu raak. De waterzak springt op de bomen uit elkaar en het water dooft inderdaad het ontstane vuur. Nadat het ‘ongelukje’ voorbij is merkt Ina heel fijntjes op: “Misschien had je beter stenen kunnen nemen?” “Nee, dat is niet zo leuk”, is het antwoord van Traz. Inderdaad, daar heeft hij gelijk in. Dan lopen we weer iets terug, naar het pad.

 

We besluiten om hier langs de wand naar beneden te gaan naar de noordermuur. Graz pakt zijn touw en maakt er een paar knopen in, waarna hij het touw vastmaakt aan een haak die daar in de muur zit. De orcen klimmen langs het touw naar de muur; de rest heeft het touw niet nodig. Op de muur staan kookpotten en dozen om pijlen in te doen. De muur eindigt bij de toren, waarin zich een deur bevindt. De deur is gemaakt van degelijke ijzeren spijlen en smeedwerk en is niet zomaar te forceren. We zien dat de toren hol is en vanaf de deur loopt een houten brug, trap meer, naar de overkant. Je kunt dus alleen vanaf de buitenkant met ladders bovenop de toren komen naar de schietring. Karlos moppert tussendoor nog even dat hij ook had willen schieten. Zou er wat onderin de toren zitten en hoe diep is het? Er wordt geopperd om een steentje omlaag te gooien. Maar de trol gaat zijn brute kracht gebruiken om de deur te ontzetten. Natuurlijk lukt dat zo’n lompe trol wel en Khemron krijgt dan de opdracht van Graz om omlaag te klimmen. Maar die ziet dat niet zitten en die trap is ook niet bedoeld voor langdurig gebruik. En naar beneden is het diep en donker. Oh, een fakkel nodig? Wacht, en ik ga snel zo’n brandbol halen. Oké, het idee was op zich goed, maar waarom nou meteen op zijn orcs handelen? Ik laat de brandbol aansteken, terwijl ik hem nog in mijn handen heb. Oei, dat brand ineens wel heel fel en verschrikt laat de brandende bol uit mijn brandende handen vallen. FLOP! Nu staat ook de muur voor de deur in de fik en de olievlek verspreidt zich. Vlug probeer ik mijn in de fik staande handen te verdoven. En nu ook mijn mooie schoeisel! Snel maak ik dat ik weg ben. Ook de voeten van de trol staan in de fik en die vindt dat niet leuk, want het is ontzettend pijnlijk. We gaan snel weer omhoog, vluchtend voor de brandende olievlek. Buts heeft geen schade aan zijn voeten, maar ze blijven wel pijnlijk. Hij klaagt dan ook bij onze sjamaan over pijnlijke voeten. “Ja, en!?”, is het simpele antwoord van de desbetreffende sjamaan. Khemron is trouwens beneden gebleven en staat bij de ontzette ijzeren deur. Snel ziet hij de olievlek naar zich toekomen. Om door het vuur heen te gaan naar ons toe is het te laat en zijn enige ontsnappingsroute is door de toren heen over de niet al te stevig uitziende trapladder. Hij besluit dan toch maar om naar de andere kant van de toren te gaan. Net op tijd, want al vrij snel valt de ‘brug’ al brandend de toren in. Gôh, heeft mijn aktie dan toch nog resultaat, want Khemron ziet het brandende gevaarte redelijk diep de toren invallen. KLONK, dat was de bodem. Duidelijk dat je daar niet in moet vallen! Khemron gaat over de westmuur naar de andere toren.  Ook hier bevindt zich een ‘brug’ om naar de overkant van de toren te komen. Deze keer heeft Khemron niet zoveel bedenktijd nodig en steekt meteen over. Gelukkig voor hem is de ijzeren deur niet op slot. Hij laat het ijzeren hekwerk openstaan terwijl hij via de muur en de rotswand naar ons terugkomt. Buts klaagt nog steeds over zijn zere voeten. Graz heeft het idee dat dit soort dingen hier wel vaker zijn gebeurd.

 

We lopen nu naar het zuiden en ook daar eindigen we op een platvorm. Hier staan 2 ballista’s vergezelt door kisten met verschillende soorten speren. De ballista is een grote metalen boog die gespannen wordt met houten beweegstukken. Na het spannen moet dan voorin de speer worden gestopt die dan weggeschoten kan worden in een hoek van 50 tot 60 graden omhoog en omlaag. Hum ik zie Graz alweer nadenkend naar de ballista’s kijken. Deze keer heeft hij ons niet en de trol, Khemron en ik zijn snel weg. Karlos beziet zijn situatie en is dan ook ineens verdwenen. Dan staat Graz alleen nog met de twee sjamanen op het platvorm. Even twijfelt Graz of hij zijn sjamaan zo ver kan krijgen dat … Nee laat maar. Maar Krovar begrijpt het best wel: “Ik kan wel wat oproepen om de ballista te spannen?” Maar zover wil Graz niet gaan. Nee, hier hebben we het wel gehad en we lopen terug richting de grot. Dat wil zeggen, nadat ik wat chaos in die botte kop van Graz heb gesticht, want hij had weer allerlei gekke ideeën die hij Khemron en mij wilde laten uitvoeren. Ik merk trouwens dat dit in zijn algemeen een goed middel is om onder zo’n stomme opdracht van een orc uit te komen. Doen alsof je het niet snapt en hak en tak werk etc.  Maar we gaan dus weer de grot in.

 

De grot is een natuurlijk geheel dat in drie stelsels omlaag loopt. We lopen richting de vallen, waarbij de trol voorop loopt. Dan geeft Krovar aan: “Hier beginnen de vallen.” En volgen hem zaten er heel gevaarlijke bij, zoals muren die instorten en zo. Ofwel best gevaarlijk dus. Dan gebuikt Buts zijn enorme kop ook eens en hij roept een aardelementaal op. Rommel, rommel, ROMMEL! En we vallen tegen de muur aan en op de grond door de enorme bevingen. Dan steekt er uit de grond een kop die de groep vragend aankijkt. Het heeft een beetje ongevormd lichaam en het vraagt heel belangstellend: “Huhhh?” Erg beletterd dus, pas dus wel bij een trol. Buts probeert zijn oproeping duidelijk te maken dat we bescherming nodig hebben. “Huhhh?” Is de duidelijk bevestiging dat het er niets van snapt. Buts doet zijn best, maar de elementaal is gewoonweg te dom om veel te begrijpen. Uiteindelijk komt het er op neer dat Buts de elementaal een nieuwe gang laat maken: “Graaf!” We komen uit in de oost west gang en er is nu een nieuwe gang erbij zonder beveiligingen. Na een uur oost komen we aan in bijgewerkte, natuurlijke grotten. Het is een opslagplaats voor vreten en zuipen met voor elk wat wils. Deze keer eet niet alleen Buts iets, maar wij ook en drinken we wat van de zure wijn. Vanaf deze grotten loopt het verder zuidoost langs een doodlopend grotje. Op een gegeven moment, we zijn dan alweer aardig onder de berg, zien we sporen van een gevecht: er liggen drie dode orcen. Ze zijn beroofd en hebben alleen nog maar hun waardeloze uitrusting aan. Wat ze ook missen zijn hun oren. “Oh, die hebben onderling gevochten. Dat zijn orcen geweest”, zegt Ina overtuigend. De wonden van de orcen zijn veroorzaakt door zwaarden en het was zo te zien een gevecht tussen 5 orcen: 3 tegen 2. Het moge duidelijk zijn dat de andere 2 hebben gewonnen.

 

We lopen nog een uurtje globaal zuid en in de tussentijd zien we niets bijzonders. Na nog een uur merken we dat deze gang doodlopend is. Iets terug bevindt zich echter een zijgang die we dan maar inslaan. Na weer een uur west nog steeds niets bijzonders. Gaan verder en na een uur of 3 lopen, komen we uit in een andere voorraadkamer met voedsel en drank. Bovendien bevindt zich hier een ladder. Vanaf hier kunnen we globaal zuid en omhoog. We pakken de ladder omhoog en komen uit in een richel buiten langs de berg en de vallei in het westen. Het is ondertussen donker buiten en iets verderop zien we tenten staan, waar vuren branden en we kampgeluiden horen. Ik sluip naar het kamp toe en zie dat het een groep is met het teken van een kapotte hamer. Dat meld ik dus wel. Graz begint weer met diverse bevelen. Ja dat begrijp ik niet. Wat moet ik nou doen. Graz doet zijn best, maar ik begrijp het effe niet en gelukkig werkt het nog ook. Duidelijk de techniek dus. Ofwel we gaan weer terug naar beneden, verder richting het zuiden. Na een tijdje buigt het af richting oost waarna het dus onder de berg verder loopt. We gaan verder en zigzaggend loopt het oost, zuidoost en na een uur krijgen we een zijgang zuid zuidwest. Het is een smalle, uitgehakte gang en we gaan die in. Na 2 uur lopen ruiken we eten: beesten en dat er gekookt wordt. In een zijgang niet zo ver hier vandaan zien we een wagentje met puin erin. We lopen verder en komen dan aan bij 2 orcenwachters: “Halt! Wat moet dat!” “Ik moet er door”, antwoordt Graz. “Wie? Waarheen?” “Dat gaat je niets aan!” En daar hebben ze niets van terug en we mogen verder. We komen krijgers tegen en mensen in ijzers die aan het hakken zijn. De krijgers lopen laveloos rond, orcenvrouwen stellen kleding en dergelijke dingen. We komen een orcensjamaan tegen en ook veel kindertjes die meestal verzorgd worden door vrouwen. Deze stam is van het ‘gebroken bot’, maar we zien ook andere stamtekens. Tussen de krijgers zien we ook vrouwelijke krijgers, maar ook mannen die koken. Die hebben dan wel kettingen aan hun voeten zitten. De kinderen, het zijn kleine kinderen, komen kijken naar de trol. Voor 1 koper kan er een wijnzak met zurige wijn gekocht worden, wat ook wordt gedaan door degene die geen waterzak meer hadden. Vrouwen en drank zijn hier trouwens gratis. Volgens Ina is er hier nog minimaal 1 andere vrouwelijke priesteres, beschermster. Bij mij roept dit tafereel allerlei vergeten herinneringen op. Ze zijn mij niet onbekend! Ik weet dat de slaven, meestal mensen, niet slecht behandeld worden. Als ze afgeranseld worden is daar meestal een rede voor. De orcenslaven zijn heel gesloten, de levenslust is er bij hen uit.

 

Waar gaan we nu heen? We moeten in de buurt zijn waar we al zijn geweest, dus vanuit hier een gang noordwest. Nadat we wat rondgekeken hebben, komen we een dergelijke gang tegen die we dan ook inslaan. We moeten in feite verder lopen en na een uur of 2 uit bij een splitsing waar we al eens eerder zijn geweest., richting noord en west. We nemen de bekende route richting noord en gaan terug naar de versterking. Na wat geklets over het orcendorpje en hoe ze daar omgaan met andere rassen komt Irdor tot een conclusie: orcen lijken op elfen. En Khemron geeft hem daarin gelijk onder vermelding dat orcen ook op mensen lijken. Alleen mensen maken onderscheid, evenals de elfen overigens. Ofwel de juiste conclusie is: Orcen zijn eigenlijk heel sociaal; ze meppen gewoon iedereen af zonder enig onderscheid. Maar goed, genoeg van dit geneuzel, we gaan de grotten hier verder onderzoeken. We hadden een tip gekregen over een versterking en zo’n sjamaan laat zoiets niet zomaar vallen. We gaan naar buiten en onderzoeken bij het zuidplateau de bergwand op andere grotten en spleten. Niets te zien, wel dat er een poging is gedaan het pad verder uit te hakken, maar dat het blijkbaar toch te moeilijk werd. Vervolgens wordt hetzelfde gedaan bij het plateau aan de noordkant, met hetzelfde resultaat en hier is zelfs geen poging gedaan het pad verder uit te hakken. Dan laat Buts Dwaallicht de bergwand afzoeken, maar ook die vindt niets. Bovendien is de wand onbegaanbaar, dus dat kan het niet zijn. We merken wel dat we hier aardig hoog zitten; hier en daar liggen sneeuwplekken. Bovendien is hier ook geen begroeiing die ingangen zou kunnen verbergen. De rest van de helling wordt zo goed als het kan ook onderzocht, maar er is niets. Zelfs de toren wordt onderzocht, maar onderin ligt alleen maar een hoop troep en modder waar je goed in kan wegzakken. Terug de grot in (nadat we ‘leider’ Graz gek gemaakt hebben over wat we allemaal nog wel en niet kunnen doen hier buiten).

 

In de bovenste grot is niets te vinden, evenals de middelste grot en de onderste grot met de gang tot aan de vallen. We vragen ons dan pas af wat we eigenlijk van de ‘grot van het blauwe mes’ weten. Een poging tot opsomming van de feiten wordt ondernomen:

1.     Hij wordt bewaakt;

2.     Geen vaste bewakers;

3.     Er is een korte en lange route;

4.     Versterking, wachtpost in de buurt;

5.     Niet ver van het kamp vandaan;

6.     Je kan er niet naar toe lopen, klimmen of vliegen;

7.     Als je een orc bent, weet je het.

Khemron krijgt een knal van Graz voor zijn kop na weer en van die loze opmerkingen van ons tegen hem. Hum dus we moeten wel oppassen hoe ver we gaan. Als hij het echt niet meer begrijpt begint hij te meppen. Logisch eigenlijk hè; hij is niet voor niets een orc. Maar we besluiten terug te gaan via de nieuwe gang naar de gang die oostwest loopt. We onderzoeken daarvan de noordwand, want daar zat toch eerst een gang. Na de gang naar het zuiden staat op een gegeven moment op de noordwand een sjamanenteken: “Rot op!” Hum, we waren daar niet welkom dus. We gaan maar weer terug naar de grotten bij de versterking via de nieuwe gang. Bij de gang naar de vallen staat trouwens ook een symbooltje: “Pas op”. Dan onderzoeken we de grotten op sjamanentekens. In de onderste grot vinden we niets; zo ook niets in de tussenlaag. Maar wacht eens ik bedenk net iets: deze grotten zijn ontstaan doordat hier water heeft gelopen. Misschien is het water ‘het blauwe mes’? En dus de ‘weg van het blauwe mes’ de weg van het water. Dwaallicht wordt naar boven toe gestuurd naar de richel waar het water uit moet zijn gekomen. Hij kan daar verder naar boven en komt uit in een grot waar water en orcenstemmen te horen zijn. Dat is een poging waard en we gaan dan ook naar boven waar we moeten kruipen, zo laag is het. Heerlijk zo kruipen door de modder. We zien wel dat hier al eerder iemand is geweest: er liggen ringetjes van een maliënkolder; een  bloedspoor en een sleepspoor van iets zwaars. We horen water en al vrij snel komen we uit in een andere grot. In de grot lopen 2 paar voetsporen en een bloedspoor. En we horen stemmen: orcenstemmen die aan het discussiëren zijn wie nu voorop gaat. Vermoedelijk zitten ze te eten er wordt besloten er op af te stappen. Graz gaat voorop en gaat als eerste naar binnen. TZINGG! Dat was het geluid van getrokken zwaarden, daarna staan de 2 orcen rustig op. Van de orcen is er eentje meer gewond dan de andere. Buiten de 2 orcen bevindt zich een grote waterplas waar een trol inzit of staat! Hij steekt met zijn kop en bovenlichaam uit het water en het is duidelijk dat de 2 orcen van hem gewond zijn. “Hé, wat moet dat!” is de welkomstgroet van de orcen. “Wij moeten er door” antwoordt Graz. “Wij waren hier het eerst.” Dat is zo en de orcen willen er voor knokken. Ze willen weten waar Graz vandaan komt; van ver weg dus. Ook zij moeten langs de trol, dus dat ding moet weg. Het ‘ding’ grijnst; het voedsel komt deze keer naar hem toe. De orcen hebben echter ook verwondingen van wapens. Ze vragen ons wat we hier komen doen en “Schatten zitten hier niet”. “Hou je kop!” reageert de ander. “Daar komen we niet voor.” “De andere 3 zeiden ook dat ze geen schatten zochten.”  Het blijkt dat deze 2 hier al een dag bezig zijn en al hun pijlen zijn inmiddels op. We zien wel dat deze 2 orcen goed zijn en dat ze hun mannetje wel staan. Volgens 1 van hen moeten er hier schatten zitten, anders zou er geen bewaker zijn. De andere orc zegt niet waarom hij hier is, hij moet hier gewoon zijn. Hoe nu verder?

 

We staan nogal wat te kletsen onderling hoe we langs de trol kunnen komen. “Brassen” is een antwoord. Ondertussen dalen we wel in achting bij de 2 andere orcen. Dat moeten we anders aanpakken dus. Uiteindelijk na heel wat geklets besluiten we om tegen de trol te gaan vechten. Eerst jassen we de pijlen erin, daarna wordt het hakwerk. Misschien dat we hulp kunnen krijgen van de 2 orcen, want zo te zien zijn ze ook nog eens goed bewapend. Neem nou eens die zwarte bogen die ze bij zich hebben: dat zijn hele goede. Graz  probeert met hen tot een afspraak te komen, maar makkelijk gaat dat niet. Ze vertrouwen ons voor nog geen ijzerstuk, want wie zegt hen dat we hen niet achteraf overhoop steken. Uiteindelijk wordt er een deal gesloten: wij nemen niet de schat mee en steken hen ook niet achteraf neer, oh ja en zij ons ook niet! Je ziet ze even denken: jammer. De afspraak moet dan wel bezegeld worden door Krovar die dat wel leuk vindt. Hij voert een ritueel uit en er komt een beangstigende sfeer in de grot te hangen. Voor de bezegeling moeten we bloed afstaan en het is duidelijk dat het niet leuk is, als je de nu bezegelde afspraak niet nakomt. Daarna zegent Krovar ons voor de komende strijd tegen de watertrol, of wat het dan ook moge zijn. We kunnen aan de slag gaan, maar eerst geeft Karlos een paar pijlen aan de orcen die zonder zitten. Daarmee stijgen we gelukkig weer wat in hun achting.

 

De boogschutters schieten hun pijlen in de watertrol. Blijkbaar komt het stevig aan, want de trol moet er van schreeuwen. Toch blijft hij zitten waar hij zit en we zien gewoon de aangebrachte verwondingen al genezen. Bij deze trol gaat het veel sneller als bij onze eigen trol! We zien dat de schade van de pijlen niet genoeg is. Bij de volgende salvo schiet een van de orcen al zijn pijlen in de kop van de trol, die nu toch wel wat harder moet schreeuwen. De watertrol is nu meer verwond als net, want er is veel schade gedaan. Maar helaas geneest hij ook erg snel, dus er is wat meer geweld nodig. Ofwel Buts, onze eigen trol, valt de watertrol aan. Ha, maar nu komt het eten in de buurt en dus wordt Buts ook aangevallen. Graz vindt het te langzaam gaan en maakt zich kwaad. Nou ja wat noem je kwaad; die kerel wordt gewoon een razende gek. Met een schuimende bek valt hij de trol aan en begint te hakken. Gelukkig is het de goede trol, want ik heb zo’n idee dat het hem nu niet meer uitmaakt wie hij aanvalt. Ook Khemron en ik hebben ondertussen onze zwaard gepakt. De watertrol wordt nu toch wel stevig verwond. Maar dan wordt Krovar geraakt door een haal van de watertrol. En dat heeft bijwerkingen, want Krovar verstart en begint het water in te zakken. Khemron onttrekt zich uit het gevecht om Krovar uit het water te halen om te redden van een verdrinkingsdood. Dan gaat er ook een orc onderuit; er zit een hele hap in zijn lichaam. Dan krijgt ook Ina een beet en een haal en ook zij verstart en zakt onderuit weg. En wat erger is, ik ook! Graz wordt gebeten en krijgt een klauw, evenals Buts die echter goed weet terug te meppen. Ondertussen heeft de watertrol al heel wat rake klappen gehad, maar hij weigert om zelf onderuit te gaan. Dan geeft de andere overgebleven orc de watertrol zo’n geweldige hengst, dat deze laatste daar niets tegen in te brengen heeft. Ofwel, dat was toch echt wel de genadeklap. De watertrol zakt onderuit en verdwijnt in het water: die is dood. Maar niet alleen de watertrol is dood, ook de neergegane orc. De rest, dus ik ook, komt na behandeling weer bij.

 

Als mens zouden we heel veel last hebben gehad van de krassen van de watertrol, maar in onze huidige lichamen valt het wel mee. Naast de halen worden ook de andere verwondingen verzorgd. In de poel verdwijnt de watertroel in een vieze grijze vlek, die is dus echt wel definitief verslagen. Dan is het tijd voor wat gemoedelijkheden: het voorstellen. De orc stelt zich voor als Thar en geeft een fles drank door ter ere van zijn broer Gorsk. We drinken op Gorsk, de broer van Thar. Na de drankplechtigheid is het tijd om de grot wat beter te bekijken. Uit de muur komt een watervalletje die uitkomt in de waterpoel, die weer wegstroomt door een sleuf. Hoe diep zou de poel zijn? Buts wil dat wel testen en stapt de poel en gaat kopje onder! Die watertrol was dus echt wel een stuk groter als ons eigen trolletje. Ik probeer dan langs de wand naar het begin van de waterval te klimmen, terwijl dwaallicht bijlicht. De waterval komt uit een gat, maar die ziet er verder niet echt begaanbaar uit. In de andere grotten hier is verder ook geen uitgang meer, dat hebben Thar en Gorsk al onderzocht. Buts is trouwens ondertussen alweer genezen van zijn verwondingen, toch wel praktisch. Volgens mij is dan de poel de enige weg nog en als ik dat zeg dan laat Thar zich dat geen tweede keer meer zeggen. Eerst doen, dan denken en hij duikt dan ook de poel in. Kijk zo moet het, geen gelul van tevoren, maar gewoon aktie! Dat staat mij wel aan en ook ik duik de poel in. Khemron volgt mij, maar komt proestend weer terug. Dat ging niet helemaal goed. Ook Krovar en Ina komen weer snel boven als zij een poging wagen om ons te volgen. Khemron staat een tijdje te treuzelen, maar neemt Mara dan toch maar mee en duikt de poel in. Bij Krovar en Ina was het echt goed mis gegaan en om hen wat moed in te spreken, gebruikt Krovar een ritueel. Dat heeft als gevolg dat Ina de duik in de poel kan vervolgen. Krovar zelf komt weer snel proestend naar boven. Karlos was het deze keer ook gelukt om door te duiken. Ofwel, de sjamaan blijft op het droge achter …

 

Ik ben de poel ingedoken en moet een heel eind duiken. Op een gegeven moment kom bij de bodem en daar zie, voel eigenlijk meer, dat er onderin de poel een gang is. Deze gang zwem ik in en na een tijdje begint de gang weer omhoog te gaan. Het zou ook eens tijd worden, want zoveel lucht heb ik niet meer. Dan is daar de verlossing als ik door het wateroppervlak heen duik: LUCHT! Proestend kom ik boven in een andere grot. Thar heeft het ook niet makkelijk gehad, want die staat op de kant zijn longen leeg te hoesten. Ik volg dus zijn voorbeeld, evenals Ina die even later boven komt. Iedereen is ondertussen gearriveerd, behalve Krovar. Zou er iets met hem gebeurd zijn? We wachten ongeduldig in de grot die noordzuid loopt en waarbij het water in het noorden van de grot is. Maar waar blijft Krovar? Ina vertelt dat Krovar moeite had met het duiken, dus waarschijnlijk is hij in de andere grot achtergebleven. Buts wil wel vrijwilliger zijn om hem op te halen. Maar zijn zwart metgezelletje wil dat ook best wel doen hoor. Of hij kan een boodschap sturen? Maar dat hoeft al niet meer, want Krovar heeft zijn boodschapper al gestuurd. “Waar zitten jullie?” vraagt het met Krovar’s stem. We geven hem de aanwijzingen zo goed als kwaad als het kan. Even later komt Krovar dan aanzwemmen. Hij vertelt dat hij op basis van onze gegevens het steen in de andere grot vervormd heeft om zo hier te kunnen komen. Dat verklaart waarom hij er alsnog weinig moeite mee had. We zien dat er naast deze grot ook nog een andere grot is en daar lopen we dan naar binnen.

 

Dit is een speciale plek en iedereen voelt het! Dan komt door een van de wanden een voor ons bekende sjamaan heenstappen. Er is nu ook verlichting in de grot door een fakkel die aan is gegaan. We zien daardoor dat er een stenen troon in deze grot staat. De sjamaan kijkt ons zeer bedenkelijk aan en dan pas merken we, dat we weer terug zijn in onze eigen lichamen: dus weer als mens, mensenvrouw die niet helemaal meer mens is, elf en woudelfenhond. Op Thar na natuurlijk, die gewoon orc is gebleven. Thar heeft onze verandering eerst niet in de gaten, maar dan ziet hij ons. Zijn eerste reaktie is het trekken van zijn zwaard, volkomen automatisch. Hij is verbaasd om ons te zien; waar komen wij nu ineens vandaan?! Ik heb de Scimitar en de Rode Bol  (15 tot 20 cm Æ) in mijn handen. Ik merk dat Karlos van ons het meest blij is, dat hij zijn eigen lichaam weer terug heeft. De sjamaan kijkt Thar aan en zegt: “Doe dat zwaard toch weg joh.” Hetgeen Thar inderdaad maar doet. Dan kijkt de sjamaan ons aan. We merken dat er hier iets in de lucht hangt waardoor we elkaar kunnen verstaan. “Ja, ja, jullie zijn nog lelijker dan ik dacht. Maar nu is het tijd om het ritueel te volvoeren.” En ik merk, waarschijnlijk de andere ook, dat er een aanwezigheid is die maar weinig geduld heeft. “Zeg me wat ik moet doen?” vraag ik de sjamaan, maar die kijkt me alleen maar minachtend terug. “Dat kun je vast zelf wel uitzoeken.” Ik merk dat als ik orc wil worden , dat het dan hier kan gebeuren om zo de macht voor mezelf te houden. Even kijk ik de sjamaan aan: moet hij de nieuwe leider worden? Maar ik weet dat sjamanen nooit de leiders zijn. Maar aan de andere kant, hij wilde ook niet dat een stomme spierbundel koning werd. Alhoewel, is die Thar wel zo’n domme spierbundel? Hij was toch wel anders dan zijn broer, veel intelligenter. Mijn beslissing is genomen, ik kies Thar. “Jij bent de nieuwe leider van je volk!” Thar wordt naar de troon geleid, waarin hij vervolgens moet gaan zitten. De armleuningen van de stenen troon zijn zo gemaakt dat in de ene kant de bol kan plaatsnemen en in de andere armleuning het handvat van het zwaard. Als Thar zit overhandig ik hem de twee helften. Ik weet dat het uitmaakt in welke volgorde ik ze hem geef. Even aarzel ik, wat is de goede volgorde? Maar dan plaats ik resoluut eerst de bol, symbool van leiderschap, dan pas het zwaard. Ik besef dat deze plaatsing van het zwaard, terug in de troon, de enige mogelijkheid was om er vanaf te komen. Ook besef ik dat ik iets van het zwaard terug kan krijgen, wetende dat het een beschermende functie is van het zwaard. Hier heb ik al over nagedacht, maar de uiteindelijke beslissing is toch moeilijk. Ook al vermoed ik wat er ongeveer gebeurd kan zijn, wat zal de gruwelijke werkelijkheid zijn?! Maar hiervoor heb ik al te lang gezocht en ik aanvaard de consequenties van mijn verleden. Ja, ik wil mijn geheugen terug! Vervolgens zak ik als een zielig hoopje mens in elkaar: “NNNEEEEeeeeee!!!

 

De sjamaan gaat naar Thar, knielt voor de troon en zegt: “Koning Thar.” Mara gaat op haar achter poten zitten en toont op die manier haar respect voor de nieuwe koning. Khemron volgt Mara en zo ook de rest. Traz heeft er moeite mee om voor de orcenkoning te knielen, maar hij doet het wel. En het moge duidelijk zijn, Thar is een echte koning en met een plechtige stem zegt hij:

“Namens Orc-hon heb ik de taak om u te bedanken voor de daad voor ons volk. Eerst mijn persoonlijke dank. Die zal niet in weelde zijn, maar wel zal mijn volk weten wie jullie zijn. Verder kan ik jullie geruststellen betreffende jullie queeste. Namens Orc-hon overhandig ik jullie een Blauw Mes. Deze ruimte zal daarom altijd voor jullie toegankelijk zijn. Besef dat je er een verantwoordelijkheid erbij hebt, maar ook een bescherming. Deze ruimte is namelijk altijd beschermd. Bovendien, nu de nieuwe koning met zijn sjamaan er is, kan het Blauwe Mes niet meer gevonden worden. En alle natuurlijke ingangen zijn afgeschut. Dat betekent dat wat Orc-hon betreft, jullie nu de beschermplaats hebben die jullie zochten. Hij verwacht niet dat je een betere bergplaats zult vinden, maar mocht dat het geval zijn, dan moet je het Blauwe Mes teruggeven. Om het voorwerp hierheen te krijgen moet je het bewust aanraken met het Blauwe Mes, waarna het voorwerp hiernaar toe zal worden verplaatst. Via het mes kun je ook jezelf hier naar toe verplaatsen. Pak het en concentreer je er op.  Besef dat je in deze grot met iedereen kunt praten, zoals jullie nu wel merken. ”

Verder horen ze ook nog dat Thar een droom heeft gehad, dat hij op zoek moest gaan. Dat heeft hij vervolgens ook gedaan, samen met zijn broer. Ook anderen hebben die droom gehad, maar Rotte Varuk heeft die droom niet gehad.

 

Karlos zit in gedachten te kijken naar het Blauwe Mes. “Ojee, wat moet ik ermee?” Maar steekt hem dan toch maar bij zich. Dan: “Ja, daar moet ik met jullie over praten.” Dan begint Karlos te vertellen, terwijl Orson nog steeds een zielig mensenwrak is.

“Het was niet de bedoeling dat ik zo ver met jullie mee zou gaan, maar ik ben blij dat ik jullie geholpen heb. Verder wil ik open kaart met jullie spelen. Wij willen terug naar onze eigen wereld. Maar daarvoor is een krachtbron nodig. Jullie zijn bezig om voorwerpen bij elkaar te zoeken die een enorme macht vertegenwoordigen. Mijn verzoek is of jullie willen overwegen dat dan aan ons te geven. We vermoeden dat we zoiets nodig hebben als krachtbron. Ik weet niet of het voorwerp dat jullie zoeken het juiste is, of juist het voorwerp om dat te vernietigen of beiden. Meer kan ik niet vragen of jullie dat willen overwegen. Wij willen naar huis, maar kunnen niet die macht vinden of opbrengen die macht zelf te maken. Het moet iets zijn wat niet van deze wereld is , maar wel krachtig genoeg. Wij hadden een hele goede bergplaats, maar deze is zeker zo goed. Ik heb contact gehad met thuis en ik kan jullie vertellen dat je meer vijanden hebt gekregen en dat er ontwikkelingen zijn geweest. Maar dat zullen wij verder uitzoeken. Wij kunnen ook jullie helpen om het een en ander verder uit te zoeken over het hoe en wat. Wij hopen dat hetgeen jullie zoeken, dat is om thuis te komen. Wij willen jullie daarbij helpen. Jullie komen betrouwbaar over en ik heb de rapporten van Pjotter gelezen. Ik hoop dat jullie antwoord op ons verzoek ja is. Bij nee, kunnen we er altijd nog over praten. Maar wij hebben het echter wel nodig voor onze terugreis.”

Krodahl hoeft er niet lang over na te denken. Wat hem betreft is het een ja, want hij is altijd blij met nieuwe vrienden. Die kan hij altijd gebruiken. De rest is het met hem eens. Verder heeft Karlos nog ander nieuws: Zij hebben een elfenstam gevonden in een hele koude streek. Zij wonen daar al heel lang en ze weten een manier om daar te komen.

 

Ik ben inderdaad Erwin van de Groene Vallei. En ja, ik herinner me weer de moordpartij tijdens de picknick, waarbij mijn vader en moeder, twee zussen en mijn broer zijn omgebracht. Ik herinner me de man weer die mijn vader neerstak en mij en mijn zusje verkocht als slaaf aan de orcen. Ja, ik herinner me mijn leven weer als slaaf tussen de orcen, wetend dat mijn zusje bij een andere stam ook slavin was. En de ontsnapping op mijn 16de waarna ik lang gezworven heb om maar niet gesnapt te worden door de orcen. De vondst van een prachtig kromzwaard op een stenen graf in een grot. De terugkomst in mijn geboortestreek waar ik een tijd gewond heb bij de oude schaapherder. En hoe heerlijk, de eerste ontmoeting met het mooiste meisje ban het land: Sheilha. Hoe ik onbedoeld verliefd op haar ben geworden. Oom Barrin die baas over ons landgoed, de moordenaar van mijn vader en verantwoordelijk was voor de dood van de rest van mijn familie. Hoe ik die man haatte met heel mijn leven. En de wraak die ik genomen heb, die zo zoet had moeten zijn, maar die me verder tot verdoemenis bracht. Ohhh, het rode zwaard vlamde en vlamde, toen ik de koets met oom Barrin erin overviel en hem vermoorde, en zijn zoon en zijn vrouw, de zuster van mijn moeder, en zijn jongste zoon. En het rode zwaard bleef maar doorgaan en doorgaan. Ik kon het niet meer stoppen Sheilha, ik kon het rode zwaard niet meer stoppen. Sheilha, mijn Sheilha, waarom zat jij in die koets?! Waarom?!! Als een wanhopige toestander moest ik toezien hoe het rode zwaard jou met mijn eigen hand neersloeg, verwondde, vermoordde, terwijl ik wanhopig vocht om het tegen te houden. Ik zal die blik van jou nooit meer vergeten, zo wanhopig, zo angstvol, je doodskreten, terwijl het rode zwaard hakte en hakte en hakte … Oh, Sheilha, wat heb ik gedaan …

De dagen die ik door het woud gedwaald ben tot ik dodelijk vermoeid ben ingestort. De oude man die mij verzorgde en mij wegwijs maakte in de kruidenwereld. En de brand, die het einde betekende van mijn gelukkige bestaan. Oh, Sheilha, ik had geen weet meer van mijn verschrikkelijke daad. De klopjacht op de orcen en daarna mijn leven in het druïdedorp. Mijn lieve Sheilha, wat heb ik gedaan … Sheilha gedood … vermoord … ik …ze is niet meer … lieve Sheilha, zo mooi, zo lief … vermoord door mij … Sheilha vermoord …………….

 

 

Orson Warloc

Verrader en Moordenaar