Intermezzo
Met zo’n blauw mes kun je naar de grot en weer terug. Op dit moment is er echter geen terug en kunnen we dus naar elke plek. Reden genoeg voor sommigen om maar meteen hun eigen zaakjes te gaan behartigen. Ze vertrekken en houden nog wel contact. Afijn, met de groep voor het moment uit elkaar is er voor mij ook weinig anders te doen dan terug naar het woud. Iets waar ik eerlijk gezegd best naar uit kijk. En zo sta ik plotseling weer bij Rulderiz, terug in het Driestedenwoud.
De medicijnman is bijzonder ingenomen met het spul dat ik voor hem meegenomen heb en ik ben dan ook een paar dagen zoet met uitleggen van welke wezens en zo het afkomstig is. Verder stel ik me op de hoogte van de gebeurtenissen in het woud. De tijden blijken moeilijk te zijn. Zo verdwijnen er mensen naar Ornac. Eentje is er laatst teruggekomen en is wel gezond en zo, maar hij was wel mooi drie weken weg. Volgens hem moest hij gewoon werken, was heel belangrijk en zo.
Grijze Reiziger is een paar dagen geleden uit het woud langs gekomen, hij had echt een rothumeur. Hij kwam terug met een paladijn van Cherion, de dood. Deze zwierf hier al een tijdje rond, op zoek naar enge ruïnes en zo, en schijnt Grijze Reiziger gered te hebben.
De vreselijke gevechten tussen orks en dwergen, met de orks aan de winnende hand zijn hier ook doorgedrongen en de verwachting hier is dat zij de volgende zijn. De handel ligt nog steeds stil. Nu maakt dat voor Rulderiz niet zo heel veel uit, maar elders doen ze wel wat met geld.
Grijze Reiziger schijnt nog een of ander conflict met de landsdruïde te hebben, iets met vervloekingen en elfen en zo. En oh ja, er waren ook woudlopers bij betrokken. Ahem, ik doe maar even of mijn neus bloedt.
De woudlopers schijnen trouwens met iets bezig te zijn, ze zijn bijvoorbeeld niet hier. Ik vang iets op over een vesting, maar niemand wil daar verder een woord over kwijt. Nou ja, niemand. De medicijnman wel. Ik tref hem in het bos en hij vertelt me dat de vesting inderdaad van de woudlopers is. Het ligt in het noordoosten, ingebouwd in het steeds hoger wordende terrein daar.
Onderweg naar de vesting tref ik Grijze Reiziger, hij heeft Rap bij zich! Fantastisch. Enthousiast begroet ik mijn trouwe paard. Grijze Reiziger vertelt me dat de scroll niet werkte, het zei dat hij geen autorisatie had. Met een gezicht die geen vragen toelaat deelt hij mede dat de scroll nu bij Krodahl is en dat hij het maar regelt. Na me succes gewenst te hebben is hij weer weg.
Ik kom in de buurt van de vesting en merk dat ik bespied word. Prima. Zoiets is woudlopers wel toevertrouwd. Ook dat net dat ik geheel onverwacht over me heen krijg doet me niet veel. Ik vind het wat overdreven, ze zien toch dat ik een van hen ben, maar ach, het zijn zware tijden. Maar dat is nog geen excuus voor die schoften die zich als woudloper voordoen. Vreselijk wat een tuig. Ze voeren me vastgebonden en geblinddoekt mee door het woud, een luik en gangen. Uiteindelijk kom ik een stenen ruimte, verlicht door fakkels. Hier mag mijn blinddoek eindelijk af. Een nieuwe woudloper, Gerald, heeft duidelijk gezag over de anderen en laat me los maken. Na de anderen weggestuurd te hebben nemen we tegenover elkaar plaats.
Gerald heeft veel over me gehoord. Iets met de vernietiging van steden en wouden, ik heb me beziggehouden met ondoden, demonen, vampiers… Uit zijn mond klinkt het allemaal niet best. Gelukkig wil hij me nog niet meteen afschrijven, maar dan moet ik wel een godsdienstige test willen doen. Haal ik die, dan hoor ik duidelijk nog steeds bij hen, haal ik die niet, dan ben ik dood. Vanzelfsprekend stem ik in zo’n test toe. Ik wil mijn positie boven elke twijfel verheven hebben.
Anja, een lekker ding, leidt me de kapel binnen. Er hangt een raar sfeertje. Ze vertelt me dat ik er drie kelken zal vinden. Uit eentje ervan moet ik drinken. Drink ik van de verkeerde, dan ben ik dood. Dan vertrekt ze, de deur achter me sluitend.
Bij het altaar vind ik inderdaad drie gelijke kelken. Ook de inhoud ziet er gelijk uit. Voor het altaar knielend vraag ik de godheid hier toestemming om contact met Ra te leggen. De woudlopers hebben tenslotte vooral met hem problemen. Tja, zij kennen Ra natuurlijk niet. Ik krijg contact, al klinkt het ver weg. Volgens Ra zijn de drie kelken hetzelfde en dan is het contact weer weg.
Dan richt ik me tot de godheid hier. Het is een vrouw, subtiel, zachtaardig, apart, en ik heb haar al eens eerder gevoeld. Dat vervloekte huwelijkskapelletje: Yagraine, de algemene godin van de goede zaken, een van de schikgodinnen, een godin met weinig aanhangers. Ik vraag haar toestemming om uit een kelk te drinken en krijg te horen dat de inhoud van alledrie de kelken zeer kwaadaardig is. Alleen als je puur van geest bent zou je erop kunnen vertrouwen dat haar bescherming in deze voldoende is. Uiteraard vertrouw ik daarop en neem ik een slok.
Ik moet nog wat praktische vecht- en vaardigheidstesten doen, maar dan kan ik echt aan de slag. De twee uitstekende bogen die ik heb wekken duidelijk bewondering. Ook de gewone boog blijkt namelijk van een zodanige kwaliteit te zijn dat ie magisch zou kunnen worden. En daarvoor nam ik al die risico om aan een magische te komen? Zucht.
Gerald blijkt de kapitein hier te zijn en wordt door iedereen ook zo genoemd. De rest wordt meestal bij zijn voornaam of bijnaam aangesproken. Anja heet bijvoorbeeld Marter, een heel mooie naam.
De kapitein heeft klaarblijkelijk een goede dunk van me, mijn verhaal over de orks is in ieder geval voldoende voor hem om zijn manschappen voorlopig terug te halen. En zo stikt het hier al snel van zo’n 150 woudlopers. Er moet nog ergens een fort zijn, en misschien hebben ze er nog wel meer. En dat voor woudlopers!
Gezien mijn verre reizen moet ik nog maar eens terug naar de beginnersklas over de taken van woudlopers:
We streven naar een goed evenwicht tussen de natuur en het goede in de mensen. De steden zien we meer als een broeinest van kwade zaken, iets waar ik me inderdaad wel in kan vinden. In deze streken is veel verstoor geweest. Dit gebied was vroeger in feite een soort goblingebied. Door de mensen zijn ze eruit gekukeld, waarna er hier een duistere periode van beschaving was. Ook over de oorlog om het gebied te bevrijden hebben ze gemengde gevoelens.
Woudlopers spioneren vaak en stellen zich daarbij in dienst van degenen voor wie ze willen werken.
De Woudlopers kunnen vrij veel geld gebruiken. De Woudlopers zorgen daarbij voor jou en jij voor de Woudlopers. Rijke woudlopers bestaan dan ook niet, het kan ons gewoon niet zoveel schelen.
De Woudlopers lijken ogenschijnlijk weinig met de druïden te maken te hebben, maar hier speelt meer, dat heb ik wel door.
Er zijn drie woudlopertakken:
- koeriers, spionnen en infiltranten
- wachters van het woud
- beschermers van dorpjes
Uit die takken worden de jagers benoemd, woudlopers die een speciale opdracht moeten uitvoeren.
Mijn wapens lokken nogal wat discussie uit. De boog is daarbij het probleem niet, of het zou moeten zijn met welke ik het beste kan schieten. Maar een stok? En wat wil ik als wapen gebruiken als iemand mij vast grijpt? Iedereen gebruikt daar toch een dolk voor? Ik niet dus. Ik blijf loyaal aan Ra, hoezeer mijn vaardigheden me hier ook te kort schieten. Dan maar extra hard trainen. En in plaats van een dolk kun je ook best met een priem vechten.
Ik hoor geruchten over roversbenden waarbij men het er telkens opvallend het zwijgend toe doet. Het is duidelijk dat hier iets van mij verwacht wordt. Ook hoor ik het een en ander over de koning van het zuiden. Zo gaan er geruchten dat een aantal van de uit Umons verdreven godsdiensten een godsdienstig centrum in Gratolle willen vestigen. De koning moest verder de nodige legers standbye houden, legers die hij niet meer kan betalen. En dus heeft hij een gedeelte van zijn soldaten ontslagen, en raadt eens waar die roversbendes vandaan komen? De handel licht dan ook echt stil. Wat wil je met de dwergen verslagen, Gratolle zonder geld en de elven die onderling oorlog voeren, clan tegen clan. Het schijnt dat bij de elven de stad van de prinses gevallen is, en raadt eens wie de koning van Gratolle steunde. Een vervanger voor de koning zou dus wel wat zijn. Helaas is zijn oudste zoon, Daniël, zo’n watje dat zelfs het leger er geen man van kon maken. Jonathan, de andere zoon, is een dweper en heeft nog niet zolang geleden de godsdienst gevonden die hem op het lijf geschreven is, Borg, de god van de godsdiensten. De godsdienst is steenrijk en belooft haar volgelingen onsterfelijkheid als ze maar goed genoeg geloven. De koning heeft gelukkig ook nog dochters, maar die moeten getrouwd zijn alvorens zij pappa van de troon kunnen stoten. Dat is tot nu toe nog maar bij eentje het geval, en die vent is dus ook niks.
Vervelender dan al dit stadse gerommel is dat de druïden nu ook onderling verdeeld zijn. Het is tot een breuk tussen Grijze Reiziger en de landsdruïde gekomen, iets wat je zelfs bij de woudlopers kunt merken. Sommigen delen me gelijk bij het kamp van Grijze Reiziger in en kijken me nu met de nek aan. Bekrompen lui. Anderen zien me gelukkig plotseling heel wat meer zitten, maar toch. De dochter van Grijze Reiziger is hier trouwens ook, ze lijkt meer met woudloperzaken bezig te zijn dan met druïdenzaken, en gelijk heeft ze. Orson is verder in de leer bij Grijze Reiziger.
Wat betreft de roversbende komt er inderdaad de verwachte opdracht om daar eens te infiltreren. En waarom ook niet, die lui moeten toch eens hun lesje leren. Leer ik meteen dat vermommen ook zijn goede kanten heeft. Een aantal van hen wordt namelijk uiteindelijk voor een tijdje in de mijnen te werk gesteld, en dan is het toch handig dat ze me niet meteen herkennen als degene die ze dat aangedaan heeft.
Behalve vermommen en zo leer ik natuurlijk veel meer in de vesting. En dan niet alleen de praktische zaken die iedere woudloper moet kunnen. Zaken waarbij ik soms best wel pijnlijk achterloop. Ook wapens worden verder getraind. De smadelijke opmerkingen van de anderen vormen hier alleen maar extra motivatie. Vooral Marter is goed in haar pesterijen. En ze verslaat me ook keer op keer als ik eens met mijn stok train. Ach, met boogschieten lig ik weer voor. Nu heb ik ook een betere boog. Heel wat beter dan die van haar. Sterker nog, ik heb er twee, wat natuurlijk verspilling is. En aangezien mijn normale boog haar eigenlijk heel goed in de hand ligt mag ze die wel van me hebben. Haar gezelschap is me heel wat meer waard!
Het helpt dat we beiden een passie voor dieren hebben, al is het niet voor dezelfde. Wolven doen haar toch wat minder, iets wat ik me wel voor kan stellen. Haar specialiteit, roofvogels, is echter ook wel leuk. Het is een heel andere manier van met dieren omgaan. Je laat het dier veel vrijer. Ik help haar regelmatig met de trainingen en steek er veel van op. Vooral een vogel zo ver krijgen dat hij je als je vriend gaat zien, dat geeft een wederzijdse voldoening, dat kun je niet uitdrukken. Geduld kost het ook, en hoe! Maar wat is beter dan wat in het woud luieren en ondertussen naar waarheid kunnen zeggen dat je aan het trainen bent. Helemaal met Marter vlakbij! In eerste instantie zijn het vooral de vogelvriendjes van Marter die mij ook wel eens willen helpen, maar na 8 maanden is het eindelijk zo ver dat ik mijn eigen vogel op mijn schouder heb. Het is een sperwer en ik had hem al maanden in het vizier. Uiteraard hield ik het strikt voor Marter verborgen, hoewel ze denk ik wel doorhad waar ik mee bezig was. Maar om met Sper op mijn schouder haar te kunnen begroeten! Het was het meest zoete moment van mijn verblijf in de vesting. Niet dat Sper nu de hele tijd bij me rondfladdert, sommige plaatsen zijn gewoon niet interessant voor hem. Maar hij is altijd blij me weer te zien, dat kan ik gewoon zien.
Ik zit al zo’n maand of tien bij de woudlopers en de anderen maken nog steeds geen aanstalten weer op pad te gaan. Bij de dwergen lijkt alles weer een beetje op orde te komen, er is in ieder geval weer aanvoer van metalen. De economie draait dan ook ietsje beter, maar het gerommel blijft. En over elven hoor je steeds meer geruchten, en minder verhalen. Alsof ze afgesneden raken van de rest van de wereld.
Tijdens mijn verblijf leer ik dat Grijze Reiziger toch wel wat aparte gedachten heeft over hoe een woudloper moet zijn. Zo houden de meeste helemaal niet van een eigen plek in het woud, ze zwerven veel liever rond. Er zijn er wel die het doen, maar die hebben dan vaak een gezin of zo, en hebben er dan meestal ook nog een baantje als houthakker of zo bij.
Ina tref ik toevallig een keer in Briloc, ze is er hoefijzers aan het smeden bij de smid. Ze wilde iets te doen hebben, en smid leek haar wel wat. Ze heeft er in ieder geval aanleg voor. Dat is wel duidelijk. Van haar hoor ik ook dat Krodahl nu hogepriester af is, hij is leerling bij die creep in Ornac geworden. Zucht. Hij regelt dat maar. Ze schijnen er nog te gaan graven ook. En Krodahl blijft onder dat alles maar de positieve jongen uithangen.
Een vervelender stukje van mijn opleiding is dat ik nu ook bij de druïden in de leer moet. Ik heb een hele preek gehad over de diverse mogelijkheden en verantwoordelijkheden en zo. Zelf lijkt me de ceremony nog wel wat, gewoon, omdat ik een volgeling van Ra ben. Dat leverde dus prompt weer opgetrokken wenkbrauwen op, zucht. Maar goed dat de dochter van Grijze Reiziger hier nog steeds rondhangt, met haar kan je heel wat beter praten. En ze heeft gelijk, een speak with animals past veel beter bij mij dan die saaie shillelagh, detect poison, detect pits of meer van die ongein. En ze zal me wel een handje helpen, maar dan moet ik haar vanavond wel met drinken verslaan. Grijns.
De meeste woudlopers hebben best wel goede paarden, hoewel Rap beter is. Verder is er in het oosten inderdaad nog een fort. Zij houden contact met het steppevolk daar, een volk waar Wlufe ook nog steeds bij zit. Reken dus maar dat ik die wel even opzoek!
Wlufe is blij me te zien. Het bevalt hem eigenlijk wel daar bij het steppevolk. Ik vraag hem nog waarom hij toen op het afgesproken tijdstip niet was komen opdagen, maar als ik het liefje zie, nu zijn vrouw, die hij vlak daarvoor had opgeduikeld, kan ik hem eigenlijk geen ongelijk geven. Toch, hij blijft welkom, dus als hij straks mee wil? Wlufe weet het zo net nog niet. Kijk, als we naar Hline gaan dan is hij van de partij, daar kan ik van op aan. Maar aan mijn lief komen we voorlopig nog niet toe, zucht. Eerst moet er zonodig een wereld gered worden. Dat we Hline gaan redden staat echter voor ons allebei vast!
[Vraag: Heeft Wlufe nog aanvullende info, roddels, etc.?]
[Vraag: Gaat Wlufe mee?]
[Vraag: Wat heeft de medicijnman nog voor me in elkaar gebrouwen?]
[Vraag: Ik neem aan dat het goed is als ik mijn spullen weer gewoon aanvul, i.e. al het normale spul wat ik nodig heb en van fatsoenlijke kwaliteit?]
Traz Wezeltand Wolf
Trainingen bij de woudlopers:
- observeren tegenstander zodat je de volgende keer meer schade doet (moet een lijst bij gaan houden tegen welke wezens ik gevochten heb, en dan vooral de intelligente die gevechttechnieken gebruiken).
- Sporen herkennen en zo.
- Binnen spoorzoeken
- Onderscheid maken tussen wat je normaal in een woud tegenkomt en wat niet, i.e. het opmerken van verstoringen.
- Priem (skill 1).
- Stok (tot skill 2).
- Boog (blijft nog skill 3).
- Dieren trainen en dan vooral wolven in de natuur en roofvogels (inclusief hoe ik met hen vriendschap kan sluiten).
- Vermommen, met andere accenten spreken, stem verdraaien).
- Begin moeizaam met het leren lezen en schrijven.