Samenvatting: Wezens en Planten

Slijmdingen

         Geel slijm: heel gevaarlijk. Als je het aanraakt komt er een wolk sporen uit die direct in je beginnen te groeien. Er zijn veel gele die erop lijken maar het niet zijn.

         Grijs slijm: bestaat.

         Groen slijm: uiterst agressief goedje. Eigenlijk is het iets levends dat zich voedt en voortplant door zich bovenop niets vermoedende passanten te laten vallen en die vervolgens snel te verteren. Hierbij wordt het slachtoffer zelf in groen slijm omgezet. Het leeft voornamelijk in donkere, onderaardse gewelven. Het gaat dood door contact met, vuur (fakkels, brandende olie, etc.) Een schild boven je hoofd biedt bescherming maar kan je wel je schild kosten. Een cure disease wil ook wel helpen.

         Paars slijm: één soort kan vernietigd worden met bliksem, de ander wordt er juist groter en sterker door.

         Doorzichtige blob: doet veel schade als je er in valt. Vecht ook nog met een uitstulping. Komt je achterna. Kan absoluut niet tegen hitte en heeft een lage weerstand tegen magie.

         Zwarte blob: familie van Groen slijm. Het is echter gevaarlijker. De zwarte blob jaagt op slachtoffers met als doel het slachtoffer ook tot zwarte blob te maken. Magische wapens vreet, het aan. Het vecht met een soort vuist. Zwakke plek: hitte.

         ’Rotsslijm’: wezen ziet eruit als een stuk rots. Het, laat zich op het slachtoffer vallen. De beste verdediging is een schild schuin boven je hoofd houden.

         Wit schimmel: aangetroffen in Ornac. De schimmel groeit heel snel op zo’n beetje alles waarmee het in aanraking komt. In een dag ben je er helemaal mee bedekt. De schimmel wordt gedood door wijn.


Monsters

         Basilisk: Soort reuzenhagedis van 2 meter hoog met 6 poten, grote tanden, grote klauwen, een groene huidskleur en een lagen staart. Heeft rare, fonkelende ogen die je kunnen verlammen. Komt in het moeras voor.

         Behir: Slang-, krokodilachtig beest met veel klau­wen. Zijn kop is van het type krokodil draakachtig met hoorns. Aan elke kant heeft het zes poten. Leeft in gangen en kan tegen muren klimmen.

         Carrion Crawler: groep ruikt zware, vieze lucht. Ze treffen een lijk aan met vieze derrie erbij. Een tiental meters verder bevindt zich het monster. Het is 3 meter lang, ander- halve meter hoog en heeft een gesegmenteerd lichaam. In de kop zitten twee grote ogen, en rond de bek heeft het een stuk of 8 tentakels. Gewoon kapot hakken helpt. Het beest is sterk en slim.

         Imps: Een prima familiar.

         Isps: Een prima familiar.

         Kreefachtig, schorpioenachtig wezen: Het wezen leeft in een hol op een open plek waar het iedereen aanvalt. Het heeft grote kaken, mooie, lange antennes op zijn voorhoofd en grote facetogen. Geen staart, wel veel poten. De sterkte van zijn greep valt wel mee. Het gevaar schuilt hem in een zepig slijm dat door de kaken afgescheiden wordt.

         ’Krokodil spin’: in Ornac aangetroffen in een hal waarin onnatuurlijk dikke spinnenwebben hingen. De krokodil liet zich vanaf het plafond op zijn slachtoffer vallen. Gewoon kapot hakken helpt.

         Mephits: Een prima familiar.

         Quasits: Een prima familiar.

         ’Vampier konijnen’: soort mutatie. Enorme grote konijnen, aangetroffen in Ornac. Slaken een bijzonder bloedstollende kreet om hun slachtoffers te verlammen. De kreet is gericht op het slachtoffer. Ze drinken het bloed van hun slachtoffers. Bij de halfling Elmo resulteerde dit in een alignment change naar lawful evil. Gewoon kapot hakken helpt.

         Yulach: Een soort aardappelmannetje, houdt van modder. De wezens doen aan aardmagie maar kunnen moeilijk aan magische krachten doen. Daarom leveren ze diensten in ruil voor maigsche kracht. Irdor heeft er eentje opgeroepen, Pollux.

 

Ondoden en Demonen

         Ghast: Ziet eruit als een ghoul, stinkt heel erg. Kunnen niet goed tegen ijzer.

         Ghoul: Oppassen dat je er niet. Door geraakt wordt, kun je verlamd door raken. Een CLW helpt.

         Mane: Kleine, domme demoon, alleen gewend om bevelen op te volgen. Ziet eruit als een soort overharige man met klauwachtige handen, voeten, schouders en knieën. Alleen met magische wapens te bevechten. Verdwijnt in vieze stankwolk.

         Skelet: Makkelijk te turnen. Makkelijk kapot te meppen.

         Vampier: Donkere gestalte in een mantel. Ronde de gestalte is een glinstering. Het lijkt daardoor donkerder. Is kleiner als het wegvliegt. Kan niet goed tegen licht. Heeft uitstekend gehoor en gezichtsvermogen.
Ze herstellen snel van schade en staan steeds weer op.
Alleen een grote dosis schade ineens kan voor hen het definitieve einde betekenen. Ze hebben magie en dingen om veel schade ineens te voorkomen (Kortom: we kunnen ze niet aan). Kunnen niet zo goed tegen zilver. Opereren bij voorkeur in het donker. Bij vertoning in het daglicht is het donker om hen heen (continual darkness).
Ze slurpen ’levensenergie’ (= levels).

         Vrok: Stevige benen met veren met punten op de knieën, klauwvoeten en een verenkraag op zijn rug. Op zijn lange nek staat een verschrikkelijke vogelkop. Zijn lange armen met vier vingerige klauwen hangen tot op zijn knieën. De onderarm is geschubd en staat vol met punten. Er straalt een vreemde gloed in zijn ogen. Demoon van het type dat er vriendjes bij haalt, een van de mindere als het om beveiliging van iets gaat.

         Whight: Undead, groot donker wezen waar het licht in trekt. Alleen bij de plek waar normaal de ogen zitten is een vies licht. Het heeft een kwaadaardig grijnzend gezicht. Het draint levels als het je aanraakt.

         Donkere mist, komt uit grafheuvel bij tombe Sakatha en neemt gedaante van een geschubde man met grote hand, een skeletachtig hoofd en zwarte ogen aan. Alleen speciale undead wapens hebben effect. Het omgevallen teken van de grafheuvel erdoor vernietigde het (het begon te sissen en ontplofte toen).


Knoeiwezens

         Slecht stuk woud: hier komt een boom met lianen voor die mensen optrekt. De lianen kun je kapot hakken. De boom liet zijn slachtoffers los na een stun met een ijswolk.
Ook zijn er hier struiken die giftig zijn, kunnen bewegen of doornen afschieten.

         Gargoille: Magisch wezen dat meestal in dienst is van mensen. Zijn erg trouw, horen vaak bij magiërs. Uit zichzelf niet zo snel actief. Ziet eruit als een stenen beeld, een soort gevleugelde demoon van zo’n halve meter hoog. Alleen magie helpt ertegen. Volgens Faustulus zijn het een soort demonen die uit een andere dimensie komen. Ze komen inmiddels redelijk veel op Thuis voor en zijn goede familiars.

         Illithid: Wezens met een wit hoofd en slangetjes aan tentakels. Ze zijn zwaar kwaadaardig en hebben een sterkte geest. De tentakels worden gebruikt om hersens uit hun schedelpan te lichten. Het zijn zeer machtige wezens. De donkere elven kennen ze volgens Grijze Reiziger wel en zelfs zij zijn er huiverig voor. Grijze Reiziger noems ze egoïstisch evil. Hij durft een verband te leggen met de scrolls, maar met de andere druïden moeten we daar maar niet zo over spreken.

         Trol: Hebben geen last van dust devils, regenereren. Volgens een theorie krijg je als je een trol in stukjes snijdt meer trollen. Ze zijn zeer kwaadaardig en ongevoelig voor magie. Trollen hebben altijd honger en schijnen niet zo goed te kunnen zien. Ze zijn geweldig sterk en sommigen zijn ook nog eens heel intelligent. Intelligent genoeg om bijvoorbeeld magische beschermingen te dragen. Ze zijn nergens bang voor. Ze komen voor in orkengebied en het schijnt dat er heel gore magie gebruikt is om ze te creëren. Ze zijn alleen geïnteresseerd in eten en tijdens allerlei testen bleek het dan ook onmogelijk om met ze te communiceren. De trol heeft een lang lijf, is vel over been, heeft lange, dunne benen, armen tot zijn enkels, is 2,8m lang, heeft een lange, dunne kop, een wortelneus en bezemhaar. Zijn voeten zijn net klauwen, en zijn handen zijn heel groot. Hij ziet er ziekelijk uit, vol puisten, zweren, etc. Zijn tanden zijn vrij kort en puntig. Veroorzaakt fear en een verschrikkelijke stank.

         Weerwolf: soort ziekte, heet, lycantropie. Openbaart zich met volle maan. Bestaan ook andere versies van zoals weerhaaien en weertijgers.

         Zwart schaduwwezen: werkt geluidloos, heeft geen substantie. Het slachtoffer raakt helemaal van de wereld. Alleen magische wapens hebben effect, met name het bronzen zwaard. Ze worden door Morovianen gebruikt. Deze zetten ze in om iemand te vermoorden nadat ze losgelaten worden. Het wezen is zelfs voor de titaan te erg.


Natuurlijke Wezens

         Bron: De stroompjes in het Driestedenwoud ontspringen aan bronnen. Een bron wordt altijd bewoond. Het water ervan moet je niet drinken. Je zou er hallucinaties van kunnen krijgen. Of er gebeurt iets goeds. Of iets slechts.
Als je je in een heldere rivier wilt wassen moet je eerst de rivier toestemming vragen. Als het water dan niet rimpelt is het in orde.

         Moerassen: Het zijn plekken waar het leven nogal overdadig is. Er zitten vooral reptielen, krokodillen, giftige hagedissen en reuzenkikkers (als je die ziet ben je dood). Er leven heel agressieve insecten die je met hun steek ziek kunnen maken.

         Eenhoorn: Komt alleen als teken. Wit paard met een hoorn op zijn hoofd. Gouden pupillen. Toen het verdween (sessie 127) zaten Traz en het veld plotseling vol madeliefjes.

         Globbers: Grote en natte beesten die in het moeras leven. Ze hebben zes poten en een enorme bek vol tanden.

         Moerasgravers: Leven in het moeras. De gaten in de grond, hun holen, zijn duidelijk waarneembaar. Hun huid is leerachtig en vet, en daarom worden ze gejaagd. Een leven exemplaar levert zo’n 10 SP op, een dode slechts 2 SP. Moerasgravers schijnen de eigenschap te hebben dat ze kunnen verdwijnen. Alleen ijzeren kooitjes kunnen moerasgravers gevangen houden. Ze kunnen zich vel verdedigen.

         Ratten: In Ornac, overvallen de groep ‘s nachts. Ze piepen en zijn met veel. Een zweep houdt ze uit je buurt. Vluchten voor licht. Je moet hun beten verschonen aangezien ze je met allerlei smerige infecties en ziekten kunnen besmetten. Ratten zijn niet-dom, lichtschuw, knaagdieren, zoogdieren en planten zich heel snel voort.

         Reuzenteek: Een bruin vloachtig insect. Springt op zijn slachtoffer af. Zitten vaak in varens. Als ze op je huid komen is dat uiterst vervelend. Zijn gelukkig niet al te accuraat.

         Reuzenwezel: medium monster. Lijkt op een fret, zuigt bloed, heeft holle hoektanden. Agressief, vooral als ze net iets gedood hebben.

         Schrobbenslokker: Groot beest, meer breed dan lang, met een leeuwachtige ronde kop, brede muil, slagtanden uit de onder- lip en een plompe neus. De poten staan min of meer naast zijn kop. Deze goed gefundeerde jongen heeft daarbij ook nog aardige klauwen. Het woont in heidegebieden.

         Wolven: Heel sociale wezens. Jagen in groepen. Er is er eentje de baas, deze komt ook voor de zwakken in zijn groep op. De wolven zijn best wel slim. Verder zijn het absoluut geen eenlingen, maar echte groepsdieren. Ze hebben een goede neus voor gevaar en echt gevoel voor timing. Samenwerken kunnen ze ook.


Rassen

         Beergoblin: groot, loopt op 2 benen, gezicht van goblin, rest van beer. Groenwitte ogen, rode pupillen, venijnige tanden. Woest, agressief en onvoorspelbaar.

         Beheerder: Licht- en donkergroen, 2,3m hoog, heeft een groot hoofd, haren zo dik als takken, een pokdalige huid en een ruwe lendendoek. Zijn wapen is een heel grote knuppel. Hij heeft wat oplichtende, gele ogen en huidt van lekker zuipen en brassen. De kop van het wezen is vrij grof, hij heeft een wortelneus, en zijn bek staat vol tanden (niet puntig). Zijn huid is heel dicht. Iedereen met bijzondere krachten / bindin­gen krijgt een gevoel van onmacht in zijn buurt. Hij maakt zich niet druk, mensen zijn hem allemaal veel te ongeduldig. Staan ook bekend onder de Erfgenamen van deze wereld, Groene Reuzen enGroene Trollen.

         Boswezens: Wezens die in het, bos leven. Vrij machtig in hun doen en laten. gelukkig werken ze niet samen. Kunnen niet zo goed tegen zout en zilver. Zie Elfje, Gnoompje, Imp, Kabouter, Korred, Luchtnimf, Pegger en Sater.

         Druïden: De eik en de es, de zon en de maan zijn goden voor hen. Grijze Reiziger is een aparte man, òòk voor een druïde. Nog norser en bereisd wat voor een druïde erg raar is.

         Elfje: Boswezen. Kunnen goed schieten en illusies. Personage van Krodahl (zie Pegger).

         Gnoll: Soort Hyena- / hondachtige mannen. De perfecte woudlopers. Zeer soepel. Harig.

         Gnoompje: Boswezen. Kunnen zeer goed horen, illusies en buikspreken. Personage van Mussurana (zie Pegger).

         Goblins: Stiekem, gemeen, klein. Als je er een ziet zitten er drie achter je. Er zijn vier soorten goblins, gewone, slimme, hob- en beergoblins.

         Hobgoblin: 1,90m, uitgekookt, opschepperig, heel gemeen, sterk, goede oren. Hun geheim is dat ze alle gevechten winnen maar de oorlog verliezen, i.e. ze zijn heel slecht in strategie en vergeten dat je ook moet eten onderweg en dat je de vrouwen en kinderen moet beschermen. Staan ook bekend als Boggers.

         Imp: Boswezen. Wil alleen maar klieren / pesten. Werkt met emoties. Personage van Pjotter (zie Pegger).

         Irendoli: Noemen zichzelf de Kinderen van Anan. Een reptielachtig ras dat in de periode van Makaben uitgestorven is. Zijn de makers van het witte en het zwarte steekzwaard. Orakel van Irendoli behoort tot / is van hen.

         Kabouter: Boswezen. Zeer snel, goede vechter. Personage van Khemron (zie Pegger).

         Kobold: Kleine, nare mannetjes met groene schubben. Leven onder de grond. Te min om over te praten.

         Korred: Boswezen. Zeer goede gravers. Doen iets met aarde. Personage van Irdor (zie Pegger).

         Luchtnimf: Boswezen. Kunnen vliegen, magie met lucht. Personage van Ina (zie Pegger).

         Ogre: 2-3 meter groot. Draagt berenvellen, sleept met gigantische knuppel. Staan bekend als dom en sterk. Agressief. Gevaarlijke tegenstanders. Grotesk lelijke versie van de mens.

         Ork: Eentje kan Traz aan. Kunnen in het donker zien. Bruine, gespierde wezens. Grote vooruitstekende kaak met grote slagtanden en platte neus met grote gaten.

         Pegger: Boswezen. Kunnen dingen van materiaal veranderen en doen iets met aarde. Personage van Orson in zijn verhaal in de tempel van Arioch.

         Pigsees: zijn kleine wezentjes met vleugeltjes die zich onzichtbaar kunnen maken.

         Sater: Boswezen. Charmeert m.b.v. zijn fluit. Kan verder telekinese en teleporteren. Personage van Traz (zie Pegger).

         Trol: Groep kent twee soorten trollen. De eerste is het verdwenen ras, de erfgenamen van deze wereld (zie groene reuzen). Deze hebben een gele huid (Bron Thorheim). De tweede soort is meer algemeen voorkomend wezen dat sterk is (volksmond noemt deze trollen). Ook orks voor `heel erg’.

         ?: in het Driestedenwoud zitten een soort kwelgeesten/loltrappers. Ze zijn klein en dun.

 

Woestijnwereld

         Gevleugelde slangen: woestijnwereld. Beesten met het lichaam van een slang en een paar vleugels. De groep trof een paartje datzijn nest in een rotsgang gemaakt had. Hun beet is giftig en verlamt. Alleen een spreuk of tegengif helpt ertegen. Hun blik zou ook wel eens niet lekker kunnen zijn. Gewoon kapot hakken helpt.

         Zandmannen: ze zijn 80-90 cm. Platte neus, korte haren, zware oogleden, puntoren met een knik naar achteren. Ze ruilden rode stoffen. Je mag er nooit tegen liegen. Ze reden op Vrargs, grote hagedissen en ze noemden zichzelf Ogli-oli: ”geboren uit zand”. Leefden in de woestijnwereld.